2003-01-01 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer
This commit is contained in:
parent
af4d7cd43f
commit
746002f4ad
1 changed files with 13 additions and 22 deletions
|
|
@ -1439,7 +1439,7 @@ c. in werking te hebben.
|
|||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat ten aanzien van daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen gedeputeerde staten van de provincie waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen, of Onze Minister bevoegd zijn te beslissen op de aanvraag om een vergunning. Een zodanige maatregel wordt slechts vastgesteld met betrekking tot categorieën van inrichtingen ten aanzien waarvan dat geboden is gezien de aard en de omvang van de gevolgen die die inrichtingen voor het milieu kunnen veroorzaken, dan wel met het oog op de doelmatige bescherming van het milieu of met betrekking tot categorieën van gevallen waarin dat geboden is met het oog op het algemeen belang.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en het tweede lid is Onze Minister van Economische Zaken bevoegd te beslissen op een aanvraag om een vergunning voor een bij een mijn behorende bovengronds gelegen inrichting, die is aangewezen krachtens artikel 9, eerste lid, onder *a*, van de Mijnwet 1903.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en het tweede lid is Onze Minister van Economische Zaken bevoegd te beslissen op een aanvraag om een vergunning voor een inrichting die een krachtens artikel 1 van de Mijnbouwwet aangewezen mijnbouwwerk is, voorzover het niet betreft de ondergronds gelegen inrichting voor het opslaan van afvalstoffen die van buiten het betrokken mijnbouwwerk afkomstig zijn, dan wel gevaarlijke stoffen.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste en het tweede lid kan Onze Minister - indien dat geboden is in het belang van de veiligheid van de Staat - in overeenstemming met Onze betrokken Minister bepalen dat hij ten aanzien van een bij zijn besluit aangewezen inrichting bevoegd is te beslissen op de aanvraag om een vergunning.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2864,7 +2864,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde wetten zijn:
|
||||
|
||||
de Mijnwet 1903,
|
||||
de Mijnbouwwet,
|
||||
|
||||
de Destructiewet,
|
||||
|
||||
|
|
@ -3482,7 +3482,9 @@ b. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van
|
|||
|
||||
**1.** Elke gemeente kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot deze heffingen zijn de artikelen 216 tot en met 219, 229d en 230 tot en met 257 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Onder de in het eerste lid bedoelde kosten wordt mede verstaan de omzetbelasting die ingevolge de Wet op het BTW-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit het fonds.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot deze heffingen zijn de artikelen 216 tot en met 219, 229d en 230 tot en met 257 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.34
|
||||
|
||||
|
|
@ -3993,7 +3995,7 @@ Het bevoegd gezag laat artikel 3:21, eerste lid, onder *d*, van de Algemene wet
|
|||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde wetten of wettelijke bepalingen zijn:
|
||||
|
||||
artikel 10, tweede lid, van de Mijnwet 1903 en voorschriften die berusten of mede berusten op artikel 9, eerste lid, onderdeel *c*, van die wet,
|
||||
artikel 40 van de Mijnbouwwet,
|
||||
|
||||
de Destructiewet, uitgezonderd artikel 18,
|
||||
|
||||
|
|
@ -4208,6 +4210,8 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken
|
|||
|
||||
**6.** Hetgeen ingevolge deze wet bij algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld, wordt in afwijking daarvan bij ministeriële regeling geregeld, indien de regels uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, tenzij voor een juiste uitvoering wijziging van een algemene maatregel van bestuur of de wet noodzakelijk is. Indien wijziging van een algemene maatregel van bestuur noodzakelijk is, wordt daarvan, gelijktijdig met de voordracht aan Ons, gemotiveerd kennis gegeven aan de beide kamers der Staten-Generaal, onder vermelding van de korte inhoud van de voorgenomen algemene maatregel van bestuur. Het ontwerp van een ministeriële regeling als bedoeld in de eerste volzin wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Op de vaststelling van een ministeriële regeling zijn het tweede en het derde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Het tweede tot en met vijfde lid en het zesde lid, tweede, derde en vierde volzin, gelden niet voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8.40, 8.44 of 8.45, voorzover deze uitsluitend betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in artikel 8.2, derde lid. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur wordt Ons in dit geval gedaan door Onze Minister van Economische Zaken. Bij toepassing in dit geval van het zesde lid, eerste volzin, wordt de ministeriële regeling vastgesteld door Onze Minister van Economische Zaken.
|
||||
|
||||
### Artikel 21.7
|
||||
|
||||
De bevoegdheid van gemeenten en waterschappen tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin hoofdstuk 10 voorziet, gehandhaafd, voor zover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.
|
||||
|
|
@ -4220,20 +4224,9 @@ Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering
|
|||
|
||||
### Artikel 22.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De hoofdstukken 8 en 17 en titel 12.1 van deze wet zijn niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, behoudens voor zover uit de bepalingen van die wet anders blijkt. Die hoofdstukken en die titel zijn evenmin van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor bij of krachtens andere dan in de eerste volzin genoemde bepalingen van die wet vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden, behoudens voor zover uit de bij of krachtens die wet gestelde bepalingen anders blijkt.
|
||||
|
||||
Hoofdstuk 8 en titel 12.1 van deze wet zijn niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. bij mijnen behorende, ondergronds gelegen inrichtingen, waarop de Mijnwet 1903 van toepassing is, en
|
||||
b. inrichtingen, waarop de Mijnwet continentaal plat van toepassing is,
|
||||
|
||||
behoudens voor zover uit het tweede lid van dit artikel of de bij of krachtens die wetten gestelde bepalingen anders blijkt.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is hoofdstuk 8 van deze wet mede van toepassing op inrichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder *a*, van de Mijnwet 1903, voor zover het betreft afvalstoffen die van buiten de betrokken inrichting afkomstig zijn, dan wel gevaarlijke afvalstoffen.
|
||||
|
||||
**3.** De hoofdstukken 8 en 17 en titel 12.1 van deze wet zijn niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, behoudens voor zover uit de bepalingen van die wet anders blijkt. Die hoofdstukken en die titel zijn evenmin van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor bij of krachtens andere dan in de eerste volzin genoemde bepalingen van die wet vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden, behoudens voor zover uit de bij of krachtens die wet gestelde bepalingen anders blijkt.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Hoofdstuk 8 van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor een vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden krachtens
|
||||
|
||||
|
|
@ -4245,9 +4238,9 @@ de Grondwaterwet,
|
|||
|
||||
behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten anders blijkt.
|
||||
|
||||
**5.** Hoofdstuk 8 van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen waarin van buiten de inrichting afkomstige dierlijke meststoffen in de zin van de Meststoffenwet worden bewaard, bewerkt, verwerkt of vernietigd, voor zover het een doelmatig beheer van die stoffen betreft.
|
||||
**3.** Hoofdstuk 8 van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen waarin van buiten de inrichting afkomstige dierlijke meststoffen in de zin van de Meststoffenwet worden bewaard, bewerkt, verwerkt of vernietigd, voor zover het een doelmatig beheer van die stoffen betreft.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Hoofdstuk 10 is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4289,7 +4282,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
|
||||
|
||||
Mijnwet 1903
|
||||
Mijnbouwwet
|
||||
|
||||
Waterleidingwet
|
||||
|
||||
|
|
@ -4301,8 +4294,6 @@ Bestrijdingsmiddelenwet 1962
|
|||
|
||||
Kernenergiewet
|
||||
|
||||
Mijnwet continentaal plat
|
||||
|
||||
Ontgrondingenwet
|
||||
|
||||
Natuurbeschermingswet
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue