diff --git a/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md b/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md index 8dc6b648839..9bcef6383a0 100644 --- a/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md +++ b/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md @@ -769,11 +769,13 @@ Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als strafbare feiten – de paragrafen ### Paragraaf 5.3. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk -#### Paragraaf . Toepasselijkheid op arbeid op binnenschepen +#### Paragraaf . Toepasselijkheid voor schepen op binnenwateren ### Artikel 5.3:1 -Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op arbeid, verricht door een bemanningslid aan boord van schepen op binnenwateren als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart. +**1.** Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op arbeid, verricht door een bemanningslid aan boord van schepen waarop de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart van toepassing is. + +**2.** In afwijking van het eerste lid en met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is paragraaf 6.6 van overeenkomstige toepassing op arbeid, verricht door bemanningsleden aan boord van de in dat lid bedoelde schepen gedurende de tijd dat dit schip dienst doet in havensleepdienst als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel b. ### Paragraaf 5.4. Registratie @@ -821,7 +823,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 5.5:3 tot en met 5.5:5 wordt rekening gehoud Een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze B, heeft een rusttijd van ten minste 24 uren, waarvan ten minste tweemaal 6 uren ononderbroken, in een aaneengesloten tijdruimte van 48 uren, te rekenen vanaf het begin van een rusttijd van ten minste 6 uren. -#### Paragraaf . Jeugdige werknemers +#### Paragraaf . Jeugdige bemanningsleden ### Artikel 5.5:6 @@ -848,15 +850,18 @@ c. hetzij, ingeval van een reis van meer dan 5 dagen, in elke periode van 10 wek ### Paragraaf 6.1. Algemene bepalingen -#### Paragraaf . Begrippen zeeschip, zeesleepboot en pleziervaartuig +#### Paragraaf . Begrippen zeeschip, havensleepdienst en pleziervaartuig ### Artikel 6.1:1 In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. *zeeschip:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en in artikel 1, onderdeel a, van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting; -b. *zeesleepboot: *een zeeschip dat in hoofdzaak is bestemd voor sleep- en hulpverleningswerkzaamheden en waarmee in het algemeen geen andere personen of goederen worden vervoerd dan die welke behoren tot de eigen bemanning of uitrusting of tot die van het schip dat wordt gesleept, zal worden gesleept of waaraan hulp wordt verleend, dan wel bij de hulpverlening nodig zijn; -c. *pleziervaartuig: *een schip dat uitsluitend anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt. +a. zeeschip: + +1º. hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en in artikel 1, onderdeel a, van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting, alsmede +2º. de havensleepboot gedurende de tijd dat er in havensleepdienst dienst wordt gedaan. +b. havensleepdienst: het geheel van werkzaamheden en activiteiten ten behoeve van het assisteren bij het meren, ontmeren en verhalen van zeeschepen die gebruik maken van eigen voortstuwing, inkomend van of uitgaand naar zee. +c. pleziervaartuig: een schip dat uitsluitend anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt. #### Paragraaf . Begrippen scheepsbeheerder, kapitein en schepeling @@ -887,8 +892,7 @@ De paragrafen 4.1 en 4.4 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepal a. zeevissersschepen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek; b. reddingsvaartuigen gedurende de tijd dat daarmee reddingswerkzaamheden worden verricht; -c. pleziervaartuigen die uitsluitend als zodanig worden gebezigd voor zover zij geen passagiers tegen vergoeding vervoeren; -d. zeesleepboten gedurende de tijd dat zij als havensleepboot dienst doen in een Nederlandse haven, mits de kapitein daarvan aantekening houdt in het scheepsdagboek. +c. pleziervaartuigen die uitsluitend als zodanig worden gebezigd voor zover zij geen passagiers tegen vergoeding vervoeren. **2.** De paragrafen 4.1 en 4.4 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht door een scheepsarts. @@ -944,11 +948,11 @@ De scheepsbeheerder bewaart de werklijsten ten minste 3 jaren, gerekend vanaf he ### Paragraaf 6.5. Arbeids- en rusttijden -#### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf +#### Paragraaf . Toepasselijkheid van deze paragraaf ### Artikel 6.5:1 -In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast. +In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, met uitzondering van de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet. #### Paragraaf . Schepelingen van 18 jaar en ouder @@ -1017,35 +1021,106 @@ De kapitein organiseert de wettelijk voorgeschreven oefeningen en appèls zodani #### Paragraaf . Toepasselijkheid van deze paragraaf +### Artikel 6.6:1 + +In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, gedurende de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet, alsmede, in aanvulling op artikel 6.3:1, eerste lid, op arbeid, verricht aan boord van een havensleepboot als bedoeld in artikel 1, onder i, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, gedurende de tijd waarin deze havensleepboot in havensleepdienst dienst doet. + #### Paragraaf . Wekelijkse onafgebroken rusttijd kapitein en schepelingen van 18 jaar of ouder +### Artikel 6.6:2 + +**1.** De kapitein en de schepelingen van 18 jaar of ouder hebben een ononderbroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren, hetzij ten minste 72 uren in elke aaneengesloten periode van 10 maal 24 uren. + +**2.** Uitsluitend bij collectieve regeling kan van het eerste lid worden afgeweken. Elk beding waarin op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het eerste lid, is nietig. + +**3.** De in het eerste lid bedoelde perioden vangen aan op het eerste tijdstip van de dag waarop de kapitein en de schepelingen arbeid verrichten. + #### Paragraaf . Dagelijkse rusttijd kapitein en schepelingen van 18 jaar of ouder ### Artikel 6.6:3 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig, dat hij en de schepelingen van 18 jaar of ouder in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een rusttijd hebben van ten minste 10 uren. + +**2.** De kapitein en de schepeling van 18 jaar of ouder hebben in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een onafgebroken rusttijd van 8 uren. + +**3.** Uitsluitend bij collectieve regeling kan, met inachtneming van het vierde lid, worden afgeweken van het tweede lid. Elk beding waarin op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het tweede lid, is nietig. + +**4.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig, dat de onafgebroken rusttijd van 8 uren, bedoeld in het tweede lid, ten hoogste 3 maal per week wordt ingekort tot ten minste 6 uren onafgebroken rusttijd. + +**5.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat hij en de schepelingen van 18 jaar en ouder in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren een totale rusttijd hebben van ten minste 77 uren. + +**6.** De in het eerste, tweede en vijfde lid, bedoelde periode van 24 uren wordt berekend vanaf het begin van de langste genoten rusttijd. De tijd tussen twee op elkaar volgende perioden van rust mag niet meer dan 14 uren bedragen. #### Paragraaf . Arbeidstijd van kapitein en schepelingen van 18 jaar of ouder ### Artikel 6.6:4 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat hij en de schepelingen van 18 jaar of ouder in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld ten hoogste 48 uren per week arbeid verrichten. #### Paragraaf . Jeugdige schepelingen ### Artikel 6.6:5 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat een jeugdige schepeling: + +a. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren, waarin de zondag is begrepen; +b. in elke periode van 24 uren een rusttijd heeft van ten minste 12 uren, waarvan ten minste 9 uren aaneengesloten en waarin de periode tussen hetzij 22.00 en 06.00 uur hetzij tussen 23.00 en 07.00 begrepen is. + +**2.** + +De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat een jeugdige schepeling: + +a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 8 uren arbeid verricht; +b. in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren ten hoogste 40 uren arbeid verricht. + +**3.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de arbeid van een jeugdige schepeling indien hij meer dan 4,5 uur arbeid verricht wordt afgewisseld door een pauze van ten minste, zo mogelijk aaneengesloten, 30 minuten. + +**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, mag een jeugdige schepeling tussen 22.00 uur en 06.00 uur dan wel tussen 23.00 uur en 07.00 uur arbeid verrichten indien dit in het kader van de opleiding noodzakelijk is. #### Paragraaf . Consignatie ### Artikel 6.6:6 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Onder consignatie wordt in dit artikel verstaan een rustperiode of pauze, waarin de kapitein of een schepeling van 18 jaar of ouder verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten. + +**2.** Indien de kapitein of een schepeling van 18 jaar of ouder tijdens consignatie arbeid moet verrichten krijgt hij, met inachtneming van de artikelen 6.5:4, 6.6:2, eerste lid, en 6.6:3, eerste en vierde lid, voldoende rusttijd of pauze ter compensatie. Deze compensatie is ten minste gelijk aan de resterende rusttijd onderscheidenlijk pauze op het ogenblik van de oproep, en wordt toegevoegd aan de eerstvolgende periode van rust onderscheidenlijk pauze. + +**3.** De arbeid die voortvloeit uit een oproep als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van de artikelen 6.6:2, eerste lid, 6.6:3, eerste en derde lid, en 6.6:5 buiten beschouwing gelaten. + +**4.** + +De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat hij en de schepelingen van 18 jaar of ouder in elke periode van 4 achtereenvolgende weken: + +a. ten minste 14 maal gedurende een periode van 24 achtereenvolgende uren geen consignatie worden opgelegd en +b. ten minste 2 maal gedurende een aaneengesloten periode van 48 uren geen arbeid verrichten noch consignatie worden opgelegd. ### Artikel 6.6:7 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste tot en met derde lid, 6.4:3 voor zover het betreft de bewaartermijn, 6.5:4, 6.5:6 en 6.5:7 zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Paragraaf 6.7. Overige bepalingen + +#### Paragraaf . Verplichtingen van de scheepsbeheerder + +### Artikel 6.7:1 + +**1.** De scheepsbeheerder zorgt er voor dat de kapitein en de schepelingen aan boord van het zeeschip geen arbeid verrichten in strijd met dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen. + +**2.** De scheepsbeheerder verschaft de kapitein de middelen en gegevens die deze nodig heeft om aan de hem in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen opgelegde verplichtingen te voldoen. + +**3.** De scheepsbeheerder zorgt er voor dat aan boord de tekst van de wet en van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen en van de van toepassing zijnde collectieve regeling beschikbaar zijn. + +#### Paragraaf . Ontheffing + +### Artikel 6.7:2 + +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van artikel 6.5:2, eerste en tweede lid, en artikel 6.5:3, eerste lid, onderdelen a en b. + +**2.** De scheepsbeheerder en de kapitein leven de aan de ontheffing verbonden voorschriften na. + +**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan regels stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag om een ontheffing moet worden ingediend en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt. ## Hoofdstuk 7. Registerloodsen @@ -1123,11 +1198,11 @@ Het niet naleven van de artikelen 3.2:1, derde lid, en 3.2:2, derde lid, levert Het niet naleven van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.4:1, 4.4:2, 4.5:3, derde lid, 4.5:4, 4.5:5, 4.5:6, tweede lid, 4.5:7, zesde lid, 4.5:8, 4.5:9, vijfde lid, 4.5:10, eerste, tweede en vijfde lid, 4.6:3, derde lid, 4.6:4, tweede lid, 4.7:2, 4.8:3, derde lid, 4.8:4, vierde lid, 4.8:5, zevende lid, 4.8.6, derde lid, 4.8:7, 4.8:8, eerste en vijfde lid, 4.8:9, vierde lid, 4.8:10, vijfde lid, 4.9.1, tweede lid, 4.10.1, eerste lid, laatste volzin en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens artikel 4.4:1, tweede lid, levert een strafbaar feit op. -### Paragraaf . Strafbaarstelling zeevaart +### Paragraaf . Strafbaarstelling zeevaart en havensleepdienst ### Artikel 8:4 -Het niet naleven van de artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste, tweede en derde lid, 6.4:3, 6.5:2, 6.5:3, 6.5:4, 6.5:5, tweede lid, 6.5:6, 6.5:7, tweede lid, 6.6:1, 6.6:2, tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 6.4:1, tweede lid, en 6.4:2, vierde lid, levert een strafbaar feit op. +Het niet naleven van de artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste, tweede en derde lid, 6.4:3, 6.5:2, 6.5:3, 6.5:4, 6.5:5, tweede lid, 6.5:6, 6.5:7, tweede lid, 6.6:2, vierde lid, 6.6:3, eerste en vierde lid, 6.6:4, 6.6:5, eerste tot en met derde lid, 6.6:6, tweede en vierde lid, 6.7:1, 6.7:2, tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 6.4:1, tweede lid, en 6.4:2, vierde lid, levert een strafbaar feit op. ### Paragraaf . Strafbaarstelling loodsen