2010-07-07 | BWBR0024928 | Wijzigingswet Wet luchtvaart (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens)

This commit is contained in:
Coornhert 2010-07-07 12:00:00 +00:00
parent d30bd3e1bc
commit 74ca2fb022

View file

@ -57,7 +57,7 @@ Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
### Artikel V
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Wijzigt de Wet geluidhinder.
### Artikel VI
@ -65,11 +65,24 @@ Wijzigt de Onteigeningswet.
### Artikel VII
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De Wet geluidhinder zoals zij luidde vóór inwerkingtreding van artikel V blijft van toepassing op een luchtvaartterrein, aangewezen op grond van artikel 18 van de Luchtvaartwet, zolang op dat luchtvaartterrein het bepaalde bij of krachtens de Luchtvaartwet van toepassing blijft krachtens artikel IX, tweede lid, of artikel XVIII, derde lid.
### Artikel VIII
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
Artikel 110f van de Wet geluidhinder en de daarop gebaseerde regelgeving zoals deze gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel V blijft van toepassing op de onderstaande besluiten, totdat deze onherroepelijk zijn geworden:
a. een bestemmingsplan dat wordt vastgesteld met toepassing van de Wet geluidhinder en waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;
b. een projectbesluit als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening dat wordt vastgesteld met toepassing van de Wet geluidhinder en waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;
c. het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting waarvoor het voornemen tot het indienen van een verzoek tot het vaststellen van die hogere waarde is bekendgemaakt vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;
d. een tracébesluit waarvan het ontwerp, respectievelijk een gewijzigd ontwerp als bedoeld in artikel 11, eerste lid, respectievelijk artikel 14, eerste lid, van de Tracéwet, is vastgesteld vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;
e. een saneringsprogrammawaarvoor ten behoeve van het ontwerpprogramma toepassing is gegeven aan artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;
f. een besluit tot aanleg of reconstructie van een weg of aanleg of wijziging van een spoorweg buiten toepassing van de bestemmingsplanprocedure waarvoor de resultaten van het vereiste akoestisch onderzoek en een beschrijving van de maatregelen die nodig zijn aan de gemeenteraad zijn overgelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;
g. een vergunning voor een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer waarvoor het ontwerp ter inzage is gelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;
h. een wegaanpassingsbesluit ten aanzien van de in de bijlage, onder a, van de Spoedwet wegverbreding opgenomen projecten waarvoor het ontwerpbesluit ter inzage is gelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid.
**2.** Artikel 110f van de Wet geluidhinder en de daarop gebaseerde regelgeving zoals deze gold voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan tevens worden toegepast op een besluit als bedoeld in het eerste lid, totdat het besluit onherroepelijk is geworden, indien de daar genoemde handeling ter voorbereiding van het besluit is verricht binnen drie maanden na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
### Artikel IX
@ -83,13 +96,13 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wordt, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voor ieder burgerluchtvaartterrein dat is aangewezen op grond van artikel 18 van de Luchtvaartwet, aan beide zijden in het verlengde van de middellijn van de start- en landingsbaan op 100 meter van het einde van de baan een punt vastgesteld waar de geluidbelasting een bepaalde waarde niet te boven mag gaan.
**2.** Indien de bebouwde kom zoals vastgesteld in het bestemmingsplan, is gelegen op of in de nabijheid van de geluidszone die is gebaseerd op de 35 Kosteneenheden, vastgesteld op grond van artikel 25a van de Luchtvaartwet, wordt in de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, een punt vastgesteld binnen die bebouwde kom waar de geluidbelasting een bepaalde waarde niet te boven mag gaan.
**2.** In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt op elke locatie waar woonbebouwing met een aaneengesloten karakter gelegen is op of in de nabijheid van de geluidszone die is gebaseerd op de 35 Kosteneenheden, vastgesteld op grond van artikel 25a van de Luchtvaartwet, ten minste één punt vastgesteld waar de geluidbelasting een bepaalde waarde niet te boven mag gaan.
**3.** In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, worden opgenomen de geldende bepalingen en voorschriften uit de aanwijzing van het luchtvaartterrein die betrekking hebben op de geografische aanduiding, de ligging en de lengte van de start- en landingsbaan, het codenummer en de codeletter bedoeld voor het aanduiden van de op de luchthaven aanwezige faciliteiten voor het veilig opstijgen en landen van luchtvaartuigen, de gebruiksmogelijkheden en de openstellingstijden. Tevens worden in deze regeling de geldende ontheffingen verstrekt op grond van de artikelen 33, tweede lid, of 34, tweede lid, Luchtvaartwet opgenomen en wordt het gebruiksjaar van de luchthaven vastgesteld.
**4.** De bepalingen en voorschriften, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden aangemerkt als de bepalingen omtrent het luchthavenluchtverkeer, bedoeld in artikel 8.43, tweede lid, onderdeel a, van de Wet luchtvaart.
**5.** Het gebied dat is gelegen binnen de geluidszone die is gebaseerd op de 35 Kosteneenheden, vastgesteld op grond van artikel 25a van de Luchtvaartwet, of binnen de geluidszone die is gebaseerd op de 47 geluidsbelastingeenheden kleine luchtvaart, vastgesteld op grond van artikel 25a van de Luchtvaartwet, wordt aangemerkt als het beperkingengebied, bedoeld in artikel 8.47, eerste lid, van de Wet luchtvaart. In afwijking van artikel 8.47, derde lid, van de Wet luchtvaart zijn op deze gebieden van toepassing de bepalingen van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart onderscheidenlijk het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van deze wet.
**5.** Het gebied dat is gelegen binnen de geluidszone die is gebaseerd op de 35 Kosteneenheden, vastgesteld op grond van artikel 25a van de Luchtvaartwet, of binnen de geluidszone die is gebaseerd op de 47 geluidsbelastingeenheden kleine luchtvaart, vastgesteld op grond van artikel 25a van de Luchtvaartwet, wordt aangemerkt als het beperkingengebied, bedoeld in artikel 8.47, eerste lid, van de Wet luchtvaart. In afwijking van artikel 8.47, derde lid, van de Wet luchtvaart zijn op deze gebieden van toepassing de bepalingen van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart onderscheidenlijk het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel K, van deze wet.
**6.** Bij de vaststelling van de waarde van de punten, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt uitgegaan van de geluidbelasting die ten hoogste is toegestaan op grond van de geluidszone of de geluidszones van het luchtvaartterrein op grond van artikel 25a van de Luchtvaartwet. De L_den wordt gebruikt als indicator voor de geluidbelasting.
@ -122,9 +135,9 @@ Binnen twee jaar na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel K, van deze wet wo
a. op grond van artikel 8.1, tweede lid, van de Wet luchtvaart burgerluchthavens van regionale betekenis zijn, en
b waarvoor op grond van artikel 8.1a, derde lid, van die wet vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
**2.** Artikel 8.49, eerste lid, van de Wet luchtvaart is niet van toepassing indien het aantal bewegingen dat op grond van het luchthavenbesluit mogelijk is, niet hoger is dan het aantal bewegingen dat op grond van het besluit, bedoeld in het tweede lid, was toegestaan.
**2.** Artikel 8.49, eerste lid, van de Wet luchtvaart is niet van toepassing indien het aantal bewegingen dat op grond van het luchthavenbesluit mogelijk is, niet hoger is dan het aantal bewegingen dat op grond van het oude besluit was toegestaan.
**3.** Tot het tijdstip van inwerkingtreding van het luchthavenbesluit, bedoeld in het eerste lid, wordt bij de toepassing van artikel 8.45, eerste lid, van de Wet luchtvaart het aantal bewegingen gehanteerd dat op grond van het besluit, bedoeld in het tweede lid, was toegestaan.
**3.** Tot het tijdstip van inwerkingtreding van het luchthavenbesluit, bedoeld in het eerste lid, wordt bij de toepassing van artikel 8.45, eerste lid, van de Wet luchtvaart het aantal bewegingen gehanteerd dat op grond van het oude besluit was toegestaan.
### Artikel XV
@ -139,7 +152,7 @@ b. waarvoor op grond van artikel 8.1a, derde lid, van die wet vaststelling van e
### Artikel XVI
Een veiligheidscertificaat dat is verleend op grond van artikel 132, derde lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel K, van de wet van 18 december 2008, (Stb. 561) houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens), wordt aangemerkt als veiligheidscertificaat in de zin van de Wet luchtvaart. De geldigheidstermijn van het veiligheidscertificaat dat is verleend op grond van artikel 132, derde lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart wordt verlengd met twee jaar.
Een veiligheidscertificaat dat is verleend op grond van artikel 132, derde lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van de wet van 18 december 2008, (Stb. 561) houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens), wordt aangemerkt als veiligheidscertificaat in de zin van de Wet luchtvaart. De geldigheidstermijn van het veiligheidscertificaat dat is verleend op grond van artikel 132, derde lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart wordt verlengd met twee jaar.
### Artikel XVIa
@ -163,7 +176,7 @@ Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan besluiten de procedure en de onderzo
### Artikel XVII
**1.** Onverminderd artikel IX, tweede lid, blijft artikel 30 van de Luchtvaartwet van toepassing op een nog niet onherroepelijk geworden aanwijzing van een burgerluchtvaartterrein op grond van artikel 18, eerste lid, van de Luchtvaartwet of op een nog niet onherroepelijk geworden wijziging daarvan op grond van artikel 27, eerste lid, van die wet. Op een op grond van artikel 30 Luchtvaartwet vast te stellen besluit blijft het bepaalde bij of krachtens de artikelen 18 tot en met 27 van de Luchtvaartwet alsmede het bepaalde in het Structuurschema burgerluchtvaartterreinen of de Planologische kernbeslissing luchtvaartterreinen Maastricht en Lelystad van toepassing zoals die luiden op de dag voor inwerkingtreding van artikel III, onderdeel C, van deze wet.
**1.** Artikel 30 van de Luchtvaartwet blijft van toepassing op een nog niet onherroepelijk geworden aanwijzing van een burgerluchtvaartterrein op grond van artikel 18, eerste lid, van de Luchtvaartwet of op een nog niet onherroepelijk geworden wijziging daarvan op grond van artikel 27, eerste lid, van die wet. Op een op grond van artikel 30 Luchtvaartwet vast te stellen besluit blijft het bepaalde bij of krachtens de artikelen 18 tot en met 27 van de Luchtvaartwet alsmede het bepaalde in het Structuurschema burgerluchtvaartterreinen of de Planologische kernbeslissing luchtvaartterreinen Maastricht en Lelystad van toepassing zoals die luiden op de dag voor inwerkingtreding van artikel III, onderdeel C, van deze wet.
**2.** Artikel 30 van de Luchtvaartwet blijft van toepassing op een nog niet onherroepelijk geworden aanwijzing van een militair luchtvaartterrein op grond van artikel 18, eerste lid, van de Luchtvaartwet of op een nog niet onherroepelijk geworden wijziging daarvan op grond van artikel 27, eerste lid, van die wet.