2000-07-27 | BWBR0002939 | Besluit zwavelgehalte brandstoffen

This commit is contained in:
Coornhert 2000-07-27 12:00:00 +00:00
parent 2c5bcca1a4
commit 752f541efc

View file

@ -16,10 +16,9 @@ citeertitel: Besluit zwavelgehalte brandstoffen
Het is verboden als brandstof te gebruiken:
a. gasolie met een zwavelgehalte van meer dan 0,20%, en met ingang van 1 januari 2008 gasolie met een zwavelgehalte van meer dan 0,10%;
b. zware stookolie met een zwavelgehalte van meer dan 1%,
c. aan boord van een binnenschip met ingang van 1 januari 2010 scheepsbrandstof met een zwavelgehalte van meer dan 0,1%, en
d. andere brandstoffen, vast, vloeibaar of gasvormig, met uitzondering van dieselolie voor de scheepvaart en gasolie voor de scheepvaart, met een zwavelgehalte van meer dan 1,2%.
a. gasolie of gasolie voor de zeescheepvaart met een zwavelgehalte van meer dan 0,20%, en met ingang van 1 januari 2008 gasolie of gasolie voor de zeescheepvaart met een zwavelgehalte van meer dan 0,10%;
b. zware stookolie met een zwavelgehalte van meer dan 1,00% en
c. andere brandstoffen, vast, vloeibaar of gasvormig, met een zwavelgehalte van meer dan 1,2%.
**2.**
@ -27,112 +26,69 @@ Het is voorts verboden stoffen als bedoeld in het eerste lid in te voeren, ten v
a. die de stoffen, naar redelijkerwijs moet worden aangenomen, anders dan als brandstof of niet in Nederland gebruikt;
b. die op grond van een krachtens artikel 3 verleende ontheffing bevoegd is de stoffen als brandstof te gebruiken;
c. die op grond van artikel 2, derde tot en met zesde lid, bevoegd is de stoffen als brandstof te gebruiken.
c. die op grond van artikel 2, derde of vierde lid, bevoegd is de stoffen als brandstof te gebruiken.
**3.**
Het is voorts verboden in de handel te brengen:
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. dieselolie voor de scheepvaart met een zwavelgehalte van meer dan 1,5%, en
b. gasolie voor de scheepvaart met een zwavelgehalte van meer dan 0,1%.
a. GN-code: code als bedoeld in de verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG L 256), als geldend op 11 mei 1999;
b. ASTM-methode: methode van de American Society for Testing and Materials, zoals omschreven in de uitgave van 1976 van de standaarddefinities en specificaties voor olieproducten en smeermiddelen;
c. ISO-norm: norm van de International Organisation for Standardization;
d. gasolie:
1°. een uit aardolie verkregen vloeibare brandstof die onder GN-code 2710 00 67 of 2710 00 68 valt, of
2°. een uit aardolie verkregen vloeibare brandstof die op grond van de destillatiegrenzen ervan behoort tot de middeldestillaten die zijn bestemd om als brandstof te worden gebruikt en die, destillatieverliezen inbegrepen, voor ten minste 85 volumeprocenten overdestilleren bij 350 °C, gemeten met ASTM-methode D86;
e. zware stookolie:
1°. een uit aardolie verkregen vloeibare brandstof die onder de GN-codes 2710 00 71 tot en met 2710 00 78 valt, of
2°. een uit aardolie verkregen vloeibare brandstof, met uitzondering van gasolie als bedoeld onder d en f, die op grond van de destillatiegrenzen ervan behoort tot de categorie zware oliën welke zijn bestemd om als brandstof te worden gebruikt en die, destillatieverliezen inbegrepen, voor minder dan 65 volumeprocent overdestilleren bij 250 °C, gemeten met ASTM-methode D86, met dien verstande dat, indien de destillatie niet met behulp van ASTM-methode D86 kan worden bepaald, het aardolieproduct eveneens wordt ingedeeld als zware stookolie;
f. gasolie voor de zeescheepvaart: gasolie, bestemd voor de zeescheepvaart, alsmede andere brandstoffen, bestemd voor de zeescheepvaart, die een viscositeit of dichtheid hebben die binnen de viscositeits- of dichtheidsgrenzen ligt welke in tabel 1 van ISO-norm 8217, versie 1996, voor mariene destillaten zijn bepaald.
**4.**
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Het bevoegd gezag kan bij het nemen van een beslissing met betrekking tot een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer:
a. Verdrag: het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (Trb. 1975, 147), en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels (Trb. 1978, 188);
b. richtlijn 1999/32/EG: richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 april 1999 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG (PbEG L 121), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 2005/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 juli 2005 (PbEU L 191);
c. zware stookolie: zware stookolie als bedoeld in artikel 2, onder 1, van richtlijn 1999/32/EG;
d. gasolie: gasolie als bedoeld in artikel 2, onder 2, van richtlijn 1999/32/EG;
e. scheepsbrandstof: scheepsbrandstof als bedoeld in artikel 2, onder 3, van richtlijn 1999/32/EG;
f. dieselolie voor de scheepvaart: dieselolie voor de scheepvaart als bedoeld in artikel 2, onder 3a, van richtlijn 1999/32/EG;
g. gasolie voor de scheepvaart: gasolie voor de scheepvaart als bedoeld in artikel 2, onder 3b, van richtlijn 1999/32/EG;
h. binnenschip: binnenschip als bedoeld in artikel 2, onder 3j, van richtlijn 1999/32/EG;
i. in de handel brengen: in de handel brengen als bedoeld in artikel 2, onder 3k, van richtlijn 1999/32/EG;
j. brandstofleveringsnota: document als bedoeld in artikel 4 bis, zesde lid, tweede gedachtestreepje, van richtlijn 1999/32/EG in samenhang met voorschrift 18, derde lid, van Bijlage VI van het Verdrag;
k. emissiereductietechnologie: emissiereductietechnologie als bedoeld in artikel 2, onder 3m, van richtlijn 1999/32/EG.
**5.**
Het bevoegd gezag kan bij het nemen van een beslissing met betrekking tot omgevingsvergunning krachtens artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:
a. een lagere waarde voor het zwavelgehalte voorschrijven dan de in het eerste lid, onder d, opgenomen waarde, doch geen lagere waarde dan 0,3%;
b. indien voor een brandstof onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel 14a van de Wet inzake de luchtverontreiniging reeds bij de vergunning een lagere waarde voor het zwavelgehalte was voorgeschreven dan de in het eerste lid opgenomen waarden, dat voorschrift handhaven.
**6.** Een wijziging van de artikelen genoemd in het vierde lid, onderdelen b tot en met k, gaat voor de toepassing van die onderdelen gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
**7.** Een wijziging van het Verdrag, genoemd in het vierde lid, onderdeel a, en van het Verdrag, genoemd in artikel 2, vijfde lid, gaat voor de toepassing van dat onderdeel, respectievelijk dat artikellid, gelden met ingang van de dag waarop de wijziging internationaal in werking treedt, tenzij bij besluit van Onze Minister anders wordt bepaald.
a. een lagere waarde voor het zwavelgehalte voorschrijven dan de in het eerste lid, onder c, opgenomen waarde, doch geen lagere waarde dan 0,3%;
b. indien voor een brandstof onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel 14*a* van de Wet inzake de luchtverontreiniging reeds bij de vergunning een lagere waarde voor het zwavelgehalte was voorgeschreven dan de in het eerste lid opgenomen waarden, dat voorschrift handhaven.
### Artikel 2
**1.**
**1.** Artikel 1, eerste lid, onder a, en tweede lid, geldt niet voor gasolie voor de zeescheepvaart aanwezig in de brandstoftank van een vaartuig dat binnen het Nederlands grondgebied wordt gebracht, voorzover de haven van vertrek van het desbetreffende vaartuig buiten de Europese Gemeenschap ligt.
Artikel 1, eerste lid, geldt niet voor het gebruik van brandstoffen:
**2.** Artikel 1, eerste lid, onder c, en tweede lid, geldt niet voor stoffen aanwezig in de brandstoftank van een vaartuig, voertuig of luchtvaartuig dat binnen het Nederlands grondgebied wordt gebracht.
a. dat noodzakelijk is geworden ten gevolge van schade aan een schip of aan de uitrusting daarvan, mits na het ontstaan van de schade alle redelijke voorzorgen zijn getroffen om te hoge emissies te beperken, en mits er zo spoedig mogelijk maatregelen worden genomen om de schade te herstellen. Dit artikellid is niet van toepassing wanneer de eigenaar van het schip of de kapitein handelde met de bedoeling schade te veroorzaken of roekeloos handelde;
b. in een schip specifiek om de veiligheid van een schip zeker te stellen of om mensenlevens op zee te redden.
**3.** Artikel 1, eerste lid, onder *b* en *c*, geldt niet voor zeeschepen. Artikel 1, eerste lid, geldt niet voor proeven met voor zeeschepen bestemde motoren, voor zover het gasolie betreft die met het oog op die proeven is aangemaakt.
**2.** Artikel 1, eerste lid, onder d, en tweede lid, geldt niet voor stoffen aanwezig in de brandstoftank van een vaartuig, voertuig of luchtvaartuig dat binnen het Nederlands grondgebied wordt gebracht.
**4.** Voor zover bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 8.40, onderscheidenlijk artikel 8.44 van de Wet milieubeheer gestelde eisen met betrekking tot de uitworp van zwaveloxiden als gevolg van het gebruik van een brandstof op een stookinstallatie van toepassing zijn, geldt het in artikel 1, eerste lid, gestelde verbod niet voor die brandstof.
**3.** Artikel 1, eerste lid, onder b en d, geldt niet voor zeeschepen.
**4.**
Artikel 1, eerste tot en met derde lid, geldt niet voor:
a. brandstoffen die bestemd zijn voor onderzoek en testen;
b. brandstoffen die vóór hun definitieve verbranding nog een processtap ondergaan;
c. brandstoffen die in de raffinage-industrie worden verwerkt;
d. brandstoffen bestemd voor het gebruik door oorlogsschepen en andere vaartuigen die in militair verband worden gebruikt.
**5.** Artikel 1, eerste lid, onder c, is niet van toepassing op binnenschepen met een certificaat waaruit blijkt dat zij voldoen aan de voorschriften van het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen Verdrag inzake de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen, wanneer deze schepen op zee zijn.
**6.** Voor zover bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 8.40, onderscheidenlijk artikel 8.44 van de Wet milieubeheer gestelde eisen met betrekking tot de uitworp van zwaveloxiden als gevolg van het gebruik van een brandstof op een stookinstallatie van toepassing zijn, geldt het in artikel 1, eerste lid, gestelde verbod niet voor die brandstof.
**7.** Dit besluit geldt niet voor brandstoffen waarop het Besluit kwaliteitseisen brandstoffen wegverkeer van toepassing is.
**8.** Bij ministeriële regeling kan Onze Minister bepalen dat artikel 1, eerste lid, onder c, niet geldt, indien gebruik wordt gemaakt van een goedgekeurde emissiereductietechnologie. In de ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de keuring van een emissiereductietechnologie.
**5.** Dit besluit geldt niet voor brandstoffen waarop het Besluit kwaliteitseisen brandstoffen wegverkeer van toepassing is.
### Artikel 3
**1.** Onze Minister kan ontheffing van het in artikel 1, eerste lid, onder d, gestelde verbod verlenen.
**1.** Onze Minister kan ontheffing van het in artikel 1, eerste lid, onder c, gestelde verbod verlenen.
**2.** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de aanvraag om een ontheffing.
**2.** Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
**3.** Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
**3.** Van een beschikking, strekkende tot het verlenen van ontheffing, wordt op de dag waarop zij aan de aanvrager wordt toegezonden mededeling gedaan in de *Staatscourant*.
**4.** Van een beschikking, strekkende tot het verlenen van ontheffing, wordt op de dag waarop zij aan de aanvrager wordt toegezonden mededeling gedaan in de *Staatscourant*.
### Artikel
### Artikel 4
**1.**
Overeenkomstig voorschrift 18, zesde lid, van Bijlage VI bij het Verdrag wordt door de leverancier van alle scheepsbrandstoffen, bestemd voor het gebruik door schepen als bedoeld in voorschrift 5, eerste lid, aanhef, van Bijlage VI bij het Verdrag:
a. op de brandstofleveringsnota ten minste de informatie vermeld die is opgenomen in Aanhangsel V van Bijlage VI van het Verdrag;
b. een door de vertegenwoordiger van de leverancier ondertekend, verzegeld representatief monster van de scheepsbrandstof bijgeleverd;
c. een afschrift van de brandstofleveringsnota gedurende drie jaar bewaard.
**2.** Het is verboden andere scheepsbrandstoffen te leveren dan vermeld op de brandstofleveringsnota.
**3.** Het handelen in strijd met het bepaalde in het eerste lid is een strafbaar feit.
Vervallen
### Artikel 5
De methode voor de bepaling van het zwavelgehalte van brandstoffen wordt vastgesteld:
a. indien het de in artikel 1, eerste lid, onder a tot en met c, bedoelde brandstoffen betreft: overeenkomstig artikel 6 van richtlijn 1999/32/EG;
b. indien het de in artikel 1, eerste lid, onder d, bedoelde brandstoffen betreft: door Onze Minister.
De methode volgens welke het zwavelgehalte van de in artikel 1 bedoelde brandstoffen wordt vastgesteld, wordt door Onze Minister bepaald.
### Artikel 5a
**1.** Indien door een plotselinge verandering in de voorziening van ruwe aardolie, olieproducten of andere koolwaterstoffen redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat aan de grenswaarden voor het zwavelgehalte, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a of b, wordt voldaan, kan Onze Minister na van de Commissie van de Europese Gemeenschappen verkregen toestemming als bedoeld in artikel 5 van richtlijn 1999/32/EG, een hogere grenswaarde vaststellen van het zwavelgehalte, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a of b.
**1.** Indien door een plotselinge verandering in de voorziening van ruwe aardolie, olieproducten of andere koolwaterstoffen redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat aan de grenswaarden voor het zwavelgehalte, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a of b, wordt voldaan, kan Onze Minister na van de Commissie van de Europese Gemeenschappen verkregen toestemming als bedoeld in artikel 5 van richtlijn nr. 1999/32/EG van de Raad van de Europese Unie van 26 april 1999, betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen en tot wijziging van richtlijn nr. 93/12/EEG (PbEG L 121), een hogere grenswaarde vaststellen van het zwavelgehalte, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a of b.
**2.** Nadat het besluit van de Commissie is bekendgemaakt, beslist Onze Minister onverwijld overeenkomstig het besluit van de Commissie. Indien de Raad in het kader van artikel 5 van richtlijn 1999/32/EG een andersluidend besluit neemt, beslist Onze Minister nadat het besluit van de Raad is bekendgemaakt onverwijld overeenkomstig dat besluit, onder gelijktijdige intrekking van het besluit dat hij in eerste instantie heeft genomen.
**2.** Nadat het besluit van de Commissie is bekendgemaakt, beslist Onze Minister onverwijld overeenkomstig het besluit van de Commissie. Indien de Raad in het kader van artikel 5 van de in het eerste lid genoemde richtlijn een andersluidend besluit neemt, beslist Onze Minister nadat het besluit van de Raad is bekendgemaakt onverwijld overeenkomstig dat besluit, onder gelijktijdige intrekking van het besluit dat hij in eerste instantie heeft genomen.
### Artikel 5b
De aan een vergunning verbonden voorschriften met betrekking tot het zwavelgehalte van een brandstof blijven van kracht, voor zover zij niet in strijd zijn met het bij of krachtens dit besluit bepaalde.
De aan een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verbonden voorschriften met betrekking tot het zwavelgehalte van een brandstof blijven van kracht, voor zover zij niet in strijd zijn met het bij of krachtens dit besluit bepaalde.
### Artikel 6