2012-07-01 | BWBR0031665 | Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen

This commit is contained in:
Coornhert 2012-07-01 12:00:00 +00:00
parent 40381c1b64
commit 754598114c

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen
bwb_id: BWBR0031665
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2021-12-07'
datum_inwerkingtreding: '2012-07-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0031665
citeertitel: Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen
---
@ -14,12 +14,12 @@ citeertitel: Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellin
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. *minister:* minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
a. *de minister:* de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
b. *onderwijsinstelling:* instelling of school in de zin van een onderwijswet als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet op het onderwijstoezicht, waar onderwijs wordt verzorgd.
### Artikel 2
Deze beleidsregel regelt de wijze waarop de minister ten aanzien van de bekostigde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen gebruik maakt van zijn bevoegdheden, bedoeld in artikel 155 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 133 van de Wet op de expertisecentra, artikel 10.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en de artikelen 4:46, 4:48, 4:49, 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht.
Deze beleidsregel regelt in de artikelen 4 en 5 de wijze waarop de minister ten aanzien van de bekostigde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen gebruik maakt van zijn bevoegdheden, bedoeld in artikel 164 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 146 van de Wet op de expertisecentra, artikel 104 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en de artikelen 4:46, 4:48, 4:49, 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht.
### Artikel 3
@ -29,8 +29,6 @@ Deze beleidsregel regelt de wijze waarop de minister ten aanzien van de bekostig
**3.** De minister kan terugvordering achterwege laten of het bedrag van de terugvordering matigen, indien strikte toepassing zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
**4.** De minister kan bij herhaaldelijk onrechtmatig verkregen of onrechtmatig bestede bekostiging naast de terugvordering bedoeld in het eerste lid, tevens bekostiging inhouden met toepassing van artikel 4.
### Artikel 4
**1.** Bij het niet naleven van wettelijke voorschriften schort de minister maandelijks 15 procent van een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende studie-, school- of kalenderjaar op.
@ -45,10 +43,6 @@ Deze beleidsregel regelt de wijze waarop de minister ten aanzien van de bekostig
**2.** Indien het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling na de toepassing van het eerste lid, alsnog blijft volharden in niet naleving van de voorschriften, houdt de minister maandelijks 100 procent van een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende studie-, school- of kalenderjaar in.
### Artikel 5a
In afwijking van de artikelen 4 en 5 kan de minister de bekostiging meteen geheel inhouden indien het bevoegd gezag of de raad van toezicht niet voldoet aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 153 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 132 van de Wet op de expertisecentra, artikel 3.38 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 3.1.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 9.9a, 10.3e of 11.7a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
### Artikel 6
De minister neemt een besluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, nadat het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling een redelijke termijn heeft gekregen om de tekortkoming te herstellen.
@ -61,10 +55,6 @@ De voorschriften, bedoeld in deze beleidsregel, laten onverlet de bevoegdheid va
De minister kan opschorting of inhouding als bedoeld in de artikelen 4 en 5 achterwege laten of een lager percentage hanteren voor de opschorting of inhouding, indien strikte toepassing van die artikelen zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
### Artikel 8a
Deze beleidsregel is mede gebaseerd op artikel 10.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
### Artikel 9
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2012.