From 75532b7aea5f3dae315740e6f1bdcf693c33f644 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Aug 2022 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2022-08-01 | BWBR0002628 | Leerplichtwet 1969 --- wet/leerplichtwet-1969/BWBR0002628/README.md | 26 +++++++++----------- 1 file changed, 11 insertions(+), 15 deletions(-) diff --git a/wet/leerplichtwet-1969/BWBR0002628/README.md b/wet/leerplichtwet-1969/BWBR0002628/README.md index 6d3f7ed7bb5..277768ad5a7 100644 --- a/wet/leerplichtwet-1969/BWBR0002628/README.md +++ b/wet/leerplichtwet-1969/BWBR0002628/README.md @@ -20,19 +20,19 @@ a. "Onze Minister": Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, tenzij u b. "school": 1. een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of dagschool voor voortgezet onderwijs, dan wel een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs; -2. een ingevolge artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs aangewezen bijzondere dagschool voor voortgezet onderwijs; +2. een ingevolge artikel 2.66 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 aangewezen bijzondere dagschool voor voortgezet onderwijs; 3. een andere dagschool die wat de inrichting van het onderwijs betreft, overeenkomt met de criteria, bedoeld in artikel 1a1, en wat de bevoegdheden van de leraren betreft, overeenkomt met een of meer van de onder 1 bedoelde scholen; 4. een andere krachtens artikel 1a, eerste lid, voor de toepassing van deze wet als school aangewezen onderwijsinstelling; c. «instelling»: -1. instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; +1. instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; 2. beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; d. "hoofd": 1. hij die met de leiding van de school is belast; 2. hij die met de leiding van de instelling is belast; e. "de ambtenaar": de ambtenaar, bedoeld in artikel 16; -f. "startkwalificatie": een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onder b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs; +f. "startkwalificatie": een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onder b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 2.5 onderscheidenlijk 2.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; g. *«persoonsgebonden nummer»:* persoonsgebonden nummer als bedoeld in artikel 1 van de Wet register onderwijsdeelnemers; h. *«register onderwijsdeelnemers»:* register onderwijsdeelnemers als bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers. @@ -46,10 +46,10 @@ h. *«register onderwijsdeelnemers»:* register onderwijsdeelnemers als bedoeld **1.** -Onverminderd titel I van de Wet op het primair onderwijs en titel I van de Wet op het voortgezet onderwijs, moet een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, +Onverminderd titel I van de Wet op het primair onderwijs en de artikelen 1.1, 1.4, 7.9, eerste lid, 3.39 tot en met 3.41, 8.28 en 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, moet een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, a. wat de inrichting van het basisonderwijs betreft, voldoen aan de criteria, bedoeld in de artikelen 8, eerste tot en met vierde, achtste lid, onderdeel a, negende en tiende lid, 9 en 10, eerste volzin, van de Wet op het primair onderwijs, en tevens heeft de school een schoolplan dat ten minste een beschrijving bevat van het beleid inzake het onderwijs, bedoeld in artikel 8, derde lid, van genoemde wet; -b. wat de inrichting van het voortgezet onderwijs betreft, voldoen aan de criteria, bedoeld in de artikelen 6a, 17 en 23a, eerste volzin van de Wet op het voortgezet onderwijs, en tevens heeft de school een schoolplan dat ten minste een beschrijving bevat van het beleid inzake het onderwijs, bedoeld in artikel 17 van genoemde wet en besteedt het onderwijs binnen de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs aantoonbaar aandacht aan de kerndoelen, bedoeld in artikel 11b van genoemde wet, en aansluitend aan de kerndoelen als onderwijsprogramma voor de eerste twee leerjaren, stelt het onderwijs de leerlingen aantoonbaar in staat om hun onderwijsloopbaan voort te zetten in het vervolgonderwijs op een niveau dat van de leerling verwacht mag worden. +b. wat de inrichting van het voortgezet onderwijs betreft, voldoen aan de criteria, bedoeld in de artikelen 2.2, 2.11 en 2.87, eerste volzin, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, en tevens heeft de school een schoolplan dat ten minste een beschrijving bevat van het beleid inzake het onderwijs, bedoeld in artikel 2.2 van genoemde wet en besteedt het onderwijs binnen de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs aantoonbaar aandacht aan de kerndoelen, bedoeld in artikel 2.13 van genoemde wet, en aansluitend aan de kerndoelen als onderwijsprogramma voor de eerste twee leerjaren, stelt het onderwijs de leerlingen aantoonbaar in staat om hun onderwijsloopbaan voort te zetten in het vervolgonderwijs op een niveau dat van de leerling verwacht mag worden. **2.** Het college van burgemeester en wethouders volgt bij zijn oordeel of een onderwijsvoorziening een school is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, een door de inspectie van het onderwijs ter zake gegeven besluit. Indien het een besluit betreft als bedoeld in artikel 11b, zevende lid, van de Wet op het onderwijstoezicht en het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat een onderwijsvoorziening geen school is als bedoeld in de eerste volzin, zijn het vierde lid en artikel 22, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. @@ -81,10 +81,6 @@ Vervallen **3.** De jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, is verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet de school waaraan hij als leerling staat ingeschreven, geregeld te bezoeken, onverminderd het bepaalde in het eerste lid. -**4.** Tot het tijdstip, bedoeld in artikel XIa, eerste, tweede, onderscheidenlijk derde lid, van de wet van 6 december 2001 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs (Stb. 681), kan, in afwijking van de tweede volzin van het eerste lid, inschrijving van een jongere als leerling van een school plaatsvinden zonder overlegging van het onderwijsnummer en, indien de in het eerste lid bedoelde personen aannemelijk maken dat zij geen burgerservicenummer van de jongere kunnen overleggen, eveneens zonder overlegging van het burgerservicenummer. Tot dat tijdstip is de derde volzin van het eerste lid uitsluitend van toepassing met betrekking tot het burgerservicenummer. - -**5.** Het eerste lid, tweede, derde en vierde volzin, en het vierde lid zijn ten aanzien van scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs van toepassing met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, artikel II, onderscheidenlijk artikel III, van de wet van 6 december 2001 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs (Stb. 681). - ### Artikel 3 **1.** @@ -98,7 +94,7 @@ b. aan het einde van het schooljaar waarin de jongere de leeftijd van zestien ja ### Artikel 3a -**1.** Indien het betreft een jongere die tenminste de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt en waarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders is komen vast te staan, dat hij niet geschikt is volledig dagonderwijs aan een school te volgen, kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, op aanvraag van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen, in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school, toestaan dat gedurende een bepaald schooljaar, voor zover nodig, in afwijking van het bepaalde in de artikelen 11b, eerste lid, 11c, 11d en 11e van de Wet op het voortgezet onderwijs de jongere aan de school een programma volgt, dat naast algemeen vormend onderwijs en op het beroep gericht onderwijs tevens praktijktijd bevat, bestaande uit arbeid van lichte aard, te verrichten naast en in samenhang met het onderwijs. +**1.** Indien het betreft een jongere die tenminste de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt en waarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders is komen vast te staan, dat hij niet geschikt is volledig dagonderwijs aan een school te volgen, kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, op aanvraag van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen, in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school, toestaan dat gedurende een bepaald schooljaar, voor zover nodig, in afwijking van het bepaalde in de artikelen 2.13 tot en met 2.15, 2.18, 2.31, vierde lid, en 2.38, zesde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 de jongere aan de school een programma volgt, dat naast algemeen vormend onderwijs en op het beroep gericht onderwijs tevens praktijktijd bevat, bestaande uit arbeid van lichte aard, te verrichten naast en in samenhang met het onderwijs. **2.** @@ -120,7 +116,7 @@ b. het hoofd van de school waar de jongere staat ingeschreven. **4.** Het college van burgemeester en wethouders besluit binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag. -**5.** Indien de jongere nog steeds niet geschikt is volledig dagonderwijs als bedoeld in het eerste lid aan een school te volgen, kunnen de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen het college van burgemeester en wethouders ten minste acht weken voor het verstrijken van de periode waarvoor toestemming is verleend, aanvragen om de toestemming voor het daaropvolgend schooljaar te verlengen. De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring van het hoofd van de school waar de jongere staat ingeschreven, waarin een overzicht is gegeven van de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het programma en waaruit blijkt dat een terugkeer van de jongere naar het onderwijs, bedoeld in de artikelen 11a tot en met 11d van de Wet op het voortgezet onderwijs, te ontraden is, alsmede dat voortzetting van het programma bijdraagt aan de ontwikkeling van de jongere. Het tweede en derde lid zijn van toepassing. +**5.** Indien de jongere nog steeds niet geschikt is volledig dagonderwijs als bedoeld in het eerste lid aan een school te volgen, kunnen de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen het college van burgemeester en wethouders ten minste acht weken voor het verstrijken van de periode waarvoor toestemming is verleend, aanvragen om de toestemming voor het daaropvolgend schooljaar te verlengen. De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring van het hoofd van de school waar de jongere staat ingeschreven, waarin een overzicht is gegeven van de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het programma en waaruit blijkt dat een terugkeer van de jongere naar het onderwijs, bedoeld in de artikelen 2.12 tot en met 2.14 en 2.18 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, te ontraden is, alsmede dat voortzetting van het programma bijdraagt aan de ontwikkeling van de jongere. Het tweede en derde lid zijn van toepassing. ### Artikel 3b @@ -134,7 +130,7 @@ a. het persoonsgebonden nummer; b. de naam, de geboortedatum, het geslacht, het adres en de woonplaats, de postcode van de woonplaats; en c. of eerder vervangende leerplicht is toegestaan. -**3.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van plan van aanpak dat voorziet in een begeleidingsprogramma ten behoeve van de jongere dat is opgesteld door de instelling waar de jongere ingeschreven wenst te worden. Het begeleidingsprogramma bevat ten minste een beschrijving van de onderwijs- en vormingsdoelen, waaronder algemeen vormend onderwijs en op het beroep gericht onderwijs, alsmede de wijze waarop arbeid van lichte aard zal worden verricht, naast het volgen van onderwijs aan een instelling als bedoeld in paragraaf 2a doch niet in samenhang met het onderwijs. Indien het betreft een jongere, die ten tijde van de indiening van de aanvraag een programma als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, volgt, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een verklaring van het hoofd van de school waar de jongere staat ingeschreven, waarin een overzicht is gegeven van de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het programma en waaruit blijkt dat een terugkeer van de jongere naar het onderwijs, bedoeld in de artikelen 11a tot en met 11d van de Wet op het voortgezet onderwijs, dan wel een voortgezette toepassing van artikel 3a, eerste lid, te ontraden is. +**3.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van plan van aanpak dat voorziet in een begeleidingsprogramma ten behoeve van de jongere dat is opgesteld door de instelling waar de jongere ingeschreven wenst te worden. Het begeleidingsprogramma bevat ten minste een beschrijving van de onderwijs- en vormingsdoelen, waaronder algemeen vormend onderwijs en op het beroep gericht onderwijs, alsmede de wijze waarop arbeid van lichte aard zal worden verricht, naast het volgen van onderwijs aan een instelling als bedoeld in paragraaf 2a doch niet in samenhang met het onderwijs. Indien het betreft een jongere, die ten tijde van de indiening van de aanvraag een programma als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, volgt, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een verklaring van het hoofd van de school waar de jongere staat ingeschreven, waarin een overzicht is gegeven van de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het programma en waaruit blijkt dat een terugkeer van de jongere naar het onderwijs, bedoeld in de artikelen 2.12 tot en met 2.14 en 2.18 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, dan wel een voortgezette toepassing van artikel 3a, eerste lid, te ontraden is. **4.** @@ -162,12 +158,12 @@ Vervallen **1.** -De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn verplicht te zorgen dat de jongere overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf staat ingeschreven als leerling, vavo-student of mbo-student bij een school of instelling die volledig dagonderwijs, een bij de wet geregelde combinatie van leren en werken of een onderwijsprogramma als bedoeld in artikel 10b10, tweede lid, 10b21, tweede lid, 25a, derde lid, onderdeel d, of 58a, derde lid, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs en dat hij deze school of instelling na inschrijving geregeld bezoekt, als: +De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn verplicht te zorgen dat de jongere overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf staat ingeschreven als leerling, vavo-student of mbo-student bij een school of instelling die volledig dagonderwijs, een bij de wet geregelde combinatie van leren en werken een onderwijsprogramma als bedoeld in artikel 2.107b, tweede lid, of 2.107l, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel een onderwijsprogramma dat is vormgegeven volgens een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2.100, eerste lid, of 2.109, derde lid, van die wet verzorgt en dat hij deze school of instelling na inschrijving geregeld bezoekt, als: a. ten aanzien van de jongere de leerplicht, bedoeld in paragraaf 2 van deze wet is geëindigd, en b. de jongere geen startkwalificatie heeft behaald. -**2.** De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van jongeren die in het bezit zijn van een verklaring of een schooldiploma praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 29a van de Wet op het voortgezet onderwijs en jongeren die voortgezet speciaal onderwijs in het uitstroomprofiel, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b dan wel onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra hebben gevolgd. +**2.** De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van jongeren die in het bezit zijn van een schooldiploma praktijkonderwijs, als bedoeld in artikel 2.58, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of een verklaring als bedoeld in artikel 2.59, tweede lid, van die wet en jongeren die voortgezet speciaal onderwijs in het uitstroomprofiel, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b dan wel onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra hebben gevolgd. **3.** Artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid. @@ -183,7 +179,7 @@ De verplichting, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, vangt aan direct na het eind ### Artikel 4c -**1.** De jongere die als leerling, vavo-student of mbo-student van een school of instelling staat ingeschreven op grond van artikel 4a, eerste lid, is verplicht het volledige onderwijsprogramma, het volledige programma van de combinatie leren en werken respectievelijk het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 10b10, tweede lid, 10b21, tweede lid, 25a, derde lid, onderdeel d, of 58a, derde lid, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs, te volgen dat door die school of instelling wordt aangeboden. +**1.** De jongere die als leerling, vavo-student of mbo-student van een school of instelling staat ingeschreven op grond van artikel 4a, eerste lid, is verplicht het volledige onderwijsprogramma, het volledige programma van de combinatie leren en werken, het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 2.107b, tweede lid, of 2.107l, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 respectievelijk het onderwijsprogramma dat is vormgegeven volgens een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2.100, eerste lid, of 2.109, derde lid, van die wet, te volgen dat door die school of instelling wordt aangeboden. **2.** De jongere voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, om de school of instelling na inschrijving geregeld te bezoeken, zolang hij geen les of praktijktijd verzuimt anders dan op een van de gronden, bedoeld in artikel 11.