2009-07-17 | BWBR0025028 | Mediawet 2008

This commit is contained in:
Coornhert 2009-07-17 12:00:00 +00:00
parent 75c00adf14
commit 7577527132

View file

@ -22,10 +22,12 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *aanbieder van een omroepzender:* natuurlijke persoon of rechtspersoon die transmissiecapaciteit door middel van een omroepzender ter beschikking stelt;
- *aanbodkanaal:* geordende geheel van media-aanbod dat onder een herkenbare naam via een elektronisch communicatienetwerk wordt aangeboden;
- *alcoholhoudende drank:* alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;
- *commerciële mediadienst:* mediadienst die verzorgd wordt op basis van hoofdstuk 3;
- *commerciële mediadienst:* mediadienst die verzorgd wordt op grond van hoofdstuk 3;
- *commerciële media-instelling:* natuurlijke persoon of rechtspersoon die een commerciële mediadienst verzorgt en die voor de toepassing van deze wet onder de bevoegdheid van Nederland valt;
- *Commissariaat:* Commissariaat voor de Media, genoemd in artikel 7.1;
- *dagbladmarkt:* door het Stimuleringsfonds voor de pers, genoemd in artikel 8.1, vastgestelde gemiddelde betaalde oplage, in een kalenderjaar, van persorganen die bestemd zijn voor het publiek in Nederland en ten minste zes keer per week verschijnen;
- *educatieve media-instelling:* instelling als bedoeld in artikel 2.28, eerste lid;
- *erkenningperiode:* periode als bedoeld in artikel 2.29, eerste lid;
- *Europese richtlijn:*
richtlijn nr. 89/552/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten (PbEG L 298), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 97/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 (PbEG L 202);
- *evenement:* georganiseerde voor het publiek toegankelijke gebeurtenis op het terrein van sport of cultuur;
@ -33,6 +35,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *lokale publieke media-instelling:* instelling die op grond van titel 2.3 is aangewezen voor de verzorging van een lokale publieke mediadienst;
- *media-aanbod:* één of meer elektronische producten met beeld- of geluidsinhoud die bestemd zijn voor afname door het algemene publiek of een deel daarvan;
- *mediadienst:* dienst die bestaat uit het verzorgen van media-aanbod door middel van openbare elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h, van de Telecommunicatiewet, waarvoor de verzorger redactionele verantwoordelijkheid draagt;
- *NPS:* Nederlandse Programma Stichting, genoemd in artikel 2.35;
- *omroepdienst:* mediadienst die betrekking heeft op het verzorgen van media-aanbod dat op basis van een schema dat is vastgesteld door de instelling die verantwoordelijk is voor het media-aanbod, al dan niet gecodeerd door middel van een omroepzender of een omroepnetwerk wordt verspreid voor gelijktijdige ontvangst door het algemene publiek of een deel daarvan;
- *omroepnet:* transmissiecapaciteit op een omroepnetwerk of een omroepzender die noodzakelijk is om continu programma-aanbod te verspreiden;
- *omroepnetwerk:* openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h, van de Telecommunicatiewet, dat wordt gebruikt of mede wordt gebruikt om, hoofdzakelijk met gebruik van kabels, programmas te verspreiden;
@ -46,9 +49,8 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *programma:* elektronisch product met beeld- of geluidsinhoud dat duidelijk afgebakend is en als zodanig herkenbaar onder een afzonderlijke titel via een omroepdienst wordt verspreid;
- *programma-aanbod:* geheel van media-aanbod dat wordt verspreid via een omroepdienst;
- *programmakanaal:* geordende geheel van programma-aanbod dat onder een herkenbare naam wordt verspreid via een omroepzender of omroepnetwerk;
- *Programmastichting:* Nederlandse Programma Stichting, genoemd in artikel 2.35;
- *publieke mediadienst:* mediadienst die verzorgd wordt op basis van hoofdstuk 2;
- *publieke media-instelling:* instelling die op basis van hoofdstuk 2 media-aanbod verzorgt;
- *publieke mediadienst:* mediadienst die verzorgd wordt op grond van hoofdstuk 2;
- *publieke media-instelling:* instelling die op grond van hoofdstuk 2 media-aanbod verzorgt;
- *publieke mediaopdracht:* mediaopdracht als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid;
- *raad van bestuur:* raad van bestuur van de Stichting;
- *radio-omroep:* omroepdienst die betrekking heeft op radioprogramma-aanbod;
@ -86,7 +88,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Er is een publieke mediaopdracht die bestaat uit:
a. het op landelijk, regionaal en lokaal niveau verzorgen van publieke mediadiensten door het aanbieden van media-aanbod op het terrein van informatie, cultuur, educatie en verstrooiing, via alle beschikbare aanbodkanalen; en
b. het verzorgen van publieke mediadiensten waarvan het media-aanbod bestemd voor landen en gebieden buiten Nederland en voor Nederlanders die buiten de landsgrenzen verblijven.
b. het verzorgen van publieke mediadiensten waarvan het media-aanbod bestemd is voor landen en gebieden buiten Nederland en voor Nederlanders die buiten de landsgrenzen verblijven.
**2.**
@ -137,13 +139,16 @@ k. het inrichten, in stand houden, beheren en exploiteren en regelen van het geb
**3.**
De gedragscode heeft in elk geval betrekking op:
De gedragscode omvat in elk geval:
a. aanbevelingen voor de bestuurlijke organisatie, waaronder een beloningskader en bestuurlijk toezicht;
b. gedragsregels voor integer handelen van bestuurders en medewerkers;
c. gedragsregels voor publieke en transparante verantwoording en verslaglegging;
d. procedures voor de behandeling van meldingen en vermoedens over mogelijke misstanden; en
e. toezicht en naleving van de gedragscode.
a. aanbevelingen voor de bestuurlijke organisatie, waaronder bestuurlijk toezicht;
b. een beloningskader;
c. gedragsregels voor integer handelen van bestuurders en medewerkers;
d. gedragsregels voor publieke en transparante verantwoording en verslaglegging;
e. procedures voor de behandeling van meldingen en vermoedens over mogelijke misstanden; en
f. regels voor toezicht en naleving van de gedragscode.
**4.** Het beloningskader, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, voor zover dat betrekking heeft op medewerkers die buiten de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst een beloning ontvangen, behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Voor zover Onze Minister goedkeuring daaraan onthoudt of als de NPO nalatig blijft bij het vaststellen van een beloningskader, bepaalt hij de inhoud van het beloningskader. De NPO stelt vervolgens het beloningskader vast overeenkomstig de inhoud, bedoeld in de vorige volzin.
##### Paragraaf 2.2.1.2. Organisatie
@ -179,7 +184,7 @@ Schorsing en ontslag zijn mogelijk wegens:
a. ongeschiktheid;
b. disfunctioneren; en
c. onverenigbaarheid van functies.
c. onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid.
**3.** Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.
@ -343,6 +348,10 @@ e. een beschrijving van de samenwerking met de Wereldomroep, regionale en lokale
**4.** Als de Stichting wijzigingen wil aanbrengen in het door Onze Minister goedgekeurde deel van het concessiebeleidsplan, neemt zij die op in de begroting. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 2.21a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 2.22
**1.** Mede op basis van het concessiebeleidsplan sluiten Onze Minister en de Stichting een prestatieovereenkomst voor de duur van het concessiebeleidsplan.
@ -397,20 +406,26 @@ e. een jaarlijkse contributie van ten minste € 5,72 heffen waarin de verstrek
Voor een erkenning komen slechts in aanmerking omroepverenigingen die:
a. in de voorafgaande erkenningperiode een erkenning of voorlopige erkenning hadden; en
b. ten minste 150 000 leden hebben.
a. in de voorafgaande erkenningsperiode een erkenning of een voorlopige erkenning hadden;
b. ten minste 150 000 leden hebben; en
c. op 31 december van het jaar voorafgaand aan dat waarin die erkenning ingaat, een reserve als bedoeld in artikel 2.174a hebben waarvan het saldo nihil of positief is.
De hoogte van het saldo, bedoeld in de eerste volzin, wordt aangetoond door overlegging van de jaarrekening, bedoeld in artikel 2.171, tweede lid, die vergezeld gaat van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
### Artikel 2.26
Voor een voorlopige erkenning komen slechts in aanmerking omroepverenigingen die:
a. in de voorafgaande erkenningperiode geen erkenning of voorlopige erkenning hadden;
b. ten minste 50 000 leden hebben; en
c. blijkens het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.30, een voorgenomen media-aanbod hebben dat naar inhoud en strekking zodanig afwijkt van het media-aanbod van de omroepverenigingen, bedoeld in artikel 2.25, dat het de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst vergroot en daarmee een vernieuwende bijdrage levert aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau.
b. ten minste 50 000 leden hebben;
c. op 31 december van het jaar voorafgaand aan dat waarin die erkenning ingaat, een reserve als bedoeld in artikel 2.174a hebben waarvan het saldo nihil of positief is; en
d. zich naar stroming als bedoeld in artikel 2.24, tweede lid, onderdeel c, en naar voorgenomen media-aanbod wat betreft genre, inhoud en doelgroepen zodanig onderscheiden van de omroepverenigingen, bedoeld in artikel 2.25, dat de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst wordt vergroot en een vernieuwende bijdrage wordt geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau.
Artikel 2.25, tweede volzin, is van toepassing.
### Artikel 2.27
**1.** Het Commissariaat stelt het aantal leden per omroepvereniging die een aanvraag voor een erkenning of voorlopige erkenning hebben ingediend vast op een peildatum die door Onze Minister wordt bepaald.
**1.** Het Commissariaat stelt het aantal leden per omroepvereniging die een aanvraag voor een erkenning of voorlopige erkenning heeft ingediend vast op een peildatum die door Onze Minister wordt bepaald.
**2.**
@ -478,7 +493,7 @@ c. de termijn en wijze waarop een besluit op een aanvraag wordt genomen.
Onze Minister wijst een aanvraag voor een erkenning of een voorlopige erkenning af als de aanvrager:
a. niet voldoet aan de artikelen 2.24, tweede lid, 2.25, 2.26 of 2.28, tweede lid; of
a. niet voldoet aan de artikelen 2.24, tweede lid, 2.25, eerste volzin, onderdelen a en b, 2.26, eerste volzin, onderdelen a, b en d of 2.28, tweede lid; of
b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
**2.**
@ -493,7 +508,7 @@ c. uit de aanvraag naar de mening van Onze Minister onvoldoende blijkt dat:
2°. het door de aanvrager te verzorgen media-aanbod voldoet aan de daaraan bij of krachtens deze wet gestelde eisen; of
3°. de aanvrager bereid is tot samenwerking ten behoeve van de landelijk publieke mediadienst.
**3.** Een aanvraag van een omroepvereniging die een voorlopige erkenning heeft verkregen en die aansluitend voor een erkenning in aanmerking wil komen, kan daarnaast worden afgewezen als tijdens de periode van de voorlopige erkenning onvoldoende is gebleken dat het media-aanbod voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 2.26, onderdeel c.
**3.** Een aanvraag van een omroepvereniging die een voorlopige erkenning heeft verkregen en die aansluitend voor een erkenning in aanmerking wil komen, kan daarnaast worden afgewezen als tijdens de periode van de voorlopige erkenning onvoldoende is gebleken dat het media-aanbod voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 2.26, onderdeel d.
### Artikel 2.33
@ -501,12 +516,14 @@ c. uit de aanvraag naar de mening van Onze Minister onvoldoende blijkt dat:
Onze Minister trekt een erkenning of voorlopige erkenning in als een instelling:
a. niet meer voldoet aan de artikelen 2.24, tweede lid, of 2.28, tweede lid; of
a. niet meer voldoet aan de artikelen 2.24, tweede lid, of 2.28, tweede lid, dan wel niet voldoet aan de artikelen 2.25, eerste volzin, onderdeel c, en tweede volzin, en 2.26, eerste volzin, onderdeel c, en tweede volzin; of
b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
**2.** Onze Minister kan een erkenning of voorlopige erkenning intrekken als het Commissariaat aan de instelling binnen een jaar ten minste twee maal een bestuurlijke sanctie als bedoeld in titel 7.2 heeft opgelegd wegens overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
**3.**
**3.** Onze Minister kan een erkenning of voorlopige erkenning intrekken, als bij de nieuwe evaluatie, bedoeld in artikel 2.184, derde lid, is vastgesteld dat een omroepvereniging of de educatieve media-instelling onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in artikel 2.24, tweede lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 2.28, tweede lid, onderdeel b. Artikel 2.31 is van overeenkomstige toepassing. Een besluit als bedoeld in de eerste volzin voorziet in het tijdstip met ingang waarvan de erkenning of voorlopige erkenning wordt ingetrokken. Dit tijdstip is niet later dan één jaar na de bekendmaking van het besluit, bedoeld in de eerste volzin.
**4.**
Onze Minister kan op verzoek van de raad van bestuur een erkenning of voorlopige erkenning intrekken als:
@ -521,35 +538,42 @@ b. de instelling naar de mening van de raad van bestuur onvoldoende uitvoering g
**3.** Het media-aanbod van de educatieve media-instelling is geheel educatief van aard.
#### Afdeling 2.2.2a. Nederlandse Omroep Stichting
#### Afdeling 2.2.3. Nederlandse Programma Stichting
### Artikel 2.35
**1.** De Nederlandse Programma Stichting heeft tot taak media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst te verzorgen dat voorziet in de bevrediging van in de samenleving levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige of geestelijke behoeften, zodanig dat dit media-aanbod samen met het media-aanbod van de andere landelijke publieke media-instellingen een evenwichtig beeld oplevert van de maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke verscheidenheid in Nederland.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welk media-aanbod als bedoeld in het eerste lid in ieder geval door de Programmastichting wordt verzorgd.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welk media-aanbod als bedoeld in het eerste lid in ieder geval door de NPS wordt verzorgd.
### Artikel 2.35a
De organen van de NPS zijn een raad van toezicht, een algemeen directeur en een adviesraad.
### Artikel 2.36
**1.** Het bestuur van de Programmastichting bestaat uit zeven leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door Onze Minister.
**1.** De raad van toezicht van de NPS bestaat uit vijf of zeven leden die op voordracht van de raad van toezicht door Onze Minister worden benoemd en die door Onze Minister kunnen worden geschorst en ontslagen.
**2.** Onze Minister wijst uit de leden de voorzitter aan.
**2.** De raad van toezicht wijst uit zijn midden de voorzitter aan.
**3.** Benoeming geschiedt voor een periode van vier jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.
**4.** Voor benoeming komen in aanmerking personen die deskundig zijn op het gebied van het media-aanbod dat de Programmastichting verzorgt.
**4.** De raad van toezicht wordt zodanig samengesteld dat bestuurlijke ervaring en deskundigheid op de terreinen die relevant zijn voor het media-aanbod dat de NPS verzorgt, aanwezig zijn.
### Artikel 2.37
**1.**
Het lidmaatschap van het bestuur van de Programmastichting is onverenigbaar met:
Het lidmaatschap van de raad van toezicht van de NPS is onverenigbaar met:
a. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een andere landelijke publieke media-instelling;
b. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een commerciële media-instelling;
c. het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal;
d. een dienstbetrekking bij een ministerie of bij een dienst, instelling of bedrijf vallende onder de verantwoordelijkheid van een minister; en
e. het hebben van financiële of andere belangen bij bedrijven of instellingen en het vervullen van nevenfuncties waardoor een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid van het betrokken lid of van het vertrouwen daarin in het geding kan zijn.
a. de functie van algemeen directeur van de NPS;
b. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een andere landelijke publieke media-instelling;
c. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een commerciële media-instelling;
d. het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal;
e. een dienstbetrekking bij een ministerie of bij een dienst, instelling of bedrijf vallende onder de verantwoordelijkheid van een minister; en
f. het hebben van financiële of andere belangen bij bedrijven of instellingen en het vervullen van nevenfuncties waardoor een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid van het betrokken lid of van het vertrouwen daarin in het geding kan zijn.
**2.**
@ -557,39 +581,59 @@ Schorsing en ontslag zijn mogelijk wegens:
a. ongeschiktheid;
b. disfunctioneren; en
c. onverenigbaarheid van functies.
c. onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid.
**3.** Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.
**4.** De leden van de raad van toezicht kunnen gezamenlijk worden ontslagen, als bij de evaluatie bedoeld, in artikel 2.184, derde lid, is vastgesteld dat de NPS onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in artikel 2.35. In geval van een ontslag als bedoeld in de eerste volzin benoemt Onze Minister de leden van de nieuwe raad van toezicht.
**5.** De leden van de raad van toezicht ontvangen van de NPS een door Onze Minister vast te stellen vergoeding.
### Artikel 2.37a
**1.** De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van de algemeen directeur, op de algemene gang van zaken binnen de NPS en op de pluriformiteit van het media-aanbod van de NPS en staat de algemeen directeur met advies terzijde.
**2.** Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het algemene belang van de NPS.
### Artikel 2.37b
**1.** De algemeen directeur van de NPS wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht.
**2.** Artikel 2.37, eerste lid, onderdelen b tot en met f, is van overeenkomstige toepassing op de algemeen directeur.
**3.** De algemeen directeur is in dienst van de NPS. De raad van toezicht stelt zijn arbeidsvoorwaarden vast.
### Artikel 2.37c
**1.** De algemeen directeur bestuurt de NPS.
**2.** De algemeen directeur is belast met de dagelijkse leiding en het financiële beheer van de NPS.
**3.** De algemeen directeur is verder belast met datgene wat niet uitdrukkelijk tot de taken of bevoegdheden van de raad van toezicht behoort.
### Artikel 2.38
**1.** De Programmastichting heeft een adviesraad die het bestuur adviseert over het media-aanbod dat de Programmastichting verzorgt en die bestaat uit een voorzitter en negentien andere leden.
**2.** Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter. De andere leden worden benoemd, geschorst en ontslagen door maatschappelijke en culturele organisaties die door Onze Minister zijn aangewezen.
**3.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.
**4.** De adviesraad regelt, met instemming van het bestuur van de Programmastichting, zijn werkzaamheden.
De statuten van de NPS regelen de instelling van een adviesraad die de algemeen directeur adviseert over het media-aanbod van de NPS.
### Artikel 2.39
**1.** De Programmastichting verstrekt Onze Minister desgevraagd alle inlichtingen met betrekking tot de werkzaamheden van de Programmastichting.
**1.** De NPS verstrekt Onze Minister desgevraagd alle inlichtingen met betrekking tot de werkzaamheden van de NPS.
**2.** Onze Minister kan inzage verlangen in zakelijke gegevens en bescheiden van de Programmastichting voor zover dat voor de vervulling van zijn taak nodig is.
**2.** Onze Minister kan inzage verlangen in zakelijke gegevens en bescheiden van de NPS voor zover dat voor de vervulling van zijn taak nodig is.
### Artikel 2.40
**1.** De Programmastichting stelt jaarlijks vóór 1 juni een jaarverslag vast over het afgelopen kalenderjaar.
**1.** De NPS stelt jaarlijks vóór 1 juni een jaarverslag vast over het afgelopen kalenderjaar.
**2.** In het jaarverslag wordt aandacht besteed aan de werkzaamheden van de Programmastichting, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werkzaamheden in het bijzonder.
**2.** In het jaarverslag wordt aandacht besteed aan de werkzaamheden van de NPS, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werkzaamheden in het bijzonder.
**3.** De Programmastichting zendt het jaarverslag aan Onze Minister en maakt het openbaar.
**3.** De NPS zendt het jaarverslag aan Onze Minister en maakt het openbaar.
### Artikel 2.41
**1.** Wijzigingen in de statuten van de Programmastichting behoeven de instemming van Onze Minister.
**1.** Wijzigingen in de statuten van de NPS behoeven de instemming van Onze Minister.
**2.** Het bestuur kan niet besluiten tot ontbinding van de Programmastichting.
**2.** De raad van toezicht kan niet besluiten tot ontbinding van de NPS.
#### Afdeling 2.2.4. Kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag
@ -597,7 +641,7 @@ c. onverenigbaarheid van functies.
**1.** Het Commissariaat kan eens in de vijf jaar kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag of rechtspersonen waarin twee of meer van deze genootschappen samenwerken, aanwijzen voor het verzorgen van media-aanbod op kerkelijk of geestelijk terrein voor de landelijke publieke mediadienst volgens de bepalingen van deze afdeling.
**2.** Voor aanwijzing komen in slechts aanmerking kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag die representatief geacht kunnen worden voor een in Nederland aanwezige kerkelijke of geestelijke hoofdstroming.
**2.** Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag die representatief geacht kunnen worden voor een in Nederland aanwezige kerkelijke of geestelijke hoofdstroming.
### Artikel 2.43
@ -660,7 +704,7 @@ b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
### Artikel 2.49
**1.** Het Commissariaat stelt jaarlijks voor elk van de aangewezen kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijk grondslag vast hoeveel uren beschikbaar zijn op de algemene programmakanalen van de landelijke publieke mediadienst.
**1.** Het Commissariaat stelt jaarlijks voor elk van de aangewezen kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag vast hoeveel uren beschikbaar zijn op de algemene programmakanalen van de landelijke publieke mediadienst.
**2.** Kerkgenootschappen respectievelijk genootschappen op geestelijke grondslag verzorgen media-aanbod dat geheel ligt op kerkelijk respectievelijk geestelijk terrein en dat verband houdt met de kerkelijke of geestelijke identiteit.
@ -714,7 +758,7 @@ d. op grond van omstandigheden die niet voorzien waren ten tijde van de indeling
**1.** Bij de indeling zorgt de raad van bestuur er voor dat tussen 16.00 uur en 24.00 uur op de algemene televisieprogrammakanalen en tussen 7.00 uur en 19.00 uur op de algemene radioprogrammakanalen een evenwichtige verdeling van de uren wordt bereikt.
**2.** De raad van bestuur zorgt er in het kader van de coördinatie voor dat het media-aanbod op de aanbodkanalen van de landelijke publieke mediadienst past binnen de kaders van artikel 2.1, het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 2.19, en de profielen van de aanbodkanalen en voldoet aan de artikelen 2.115, eerste lid, 2.116 en 2.119 tot en met 2.123.
**2.** De raad van bestuur zorgt er in het kader van de coördinatie voor dat het media-aanbod op de aanbodkanalen van de landelijke publieke mediadienst past binnen de kaders van artikel 2.1, het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 2.20, en de profielen van de aanbodkanalen en voldoet aan de artikelen 2.115, eerste lid, 2.116 en 2.119 tot en met 2.123.
### Artikel 2.55
@ -766,7 +810,7 @@ e. de naleving van de gedragscode, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid.
### Artikel 2.60
**1.** Onverminderd artikel 2.88, eerste lid, zijn de regelingen, bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel c, en de overige besluiten die de raad van bestuur of de door hem gemandateerden nemen in de uitoefening van hun taken bindend voor de instellingen die media-aanbod verzorgen voor de landelijke publieke mediadienst en de politieke partijen en de overheid aan wie op grond van titel 6.1 uren zijn toegewezen, voor zover die regelingen en besluiten hen aangaan.
**1.** Onverminderd artikel 2.88, eerste lid, zijn de regelingen, bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel c, en de overige besluiten die de raad van bestuur of de door hem gemandateerden nemen in de uitoefening van hun taken, bindend voor de landelijke publieke media-instellingen, voor zover die regelingen en besluiten hen aangaan.
**2.** De raad van bestuur ziet er op toe dat de regelingen en besluiten worden nageleefd.
@ -930,7 +974,7 @@ Schorsing en ontslag zijn mogelijk wegens:
a. ongeschiktheid;
b. disfunctioneren; en
c. onverenigbaarheid van functies.
c. onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid.
**3.** Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.
@ -944,11 +988,11 @@ c. onverenigbaarheid van functies.
### Artikel 2.77
**1.** De Wereldomroep heeft een directie die bestaat uit ten hoogste drie leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht.
**1.** De directie van de Wereldomroep bestaat uit ten hoogste drie leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht.
**2.** Besluiten tot benoeming, schorsing en ontslag behoeven de instemming van Onze Minister.
**3.** Artikel 2.75, eerste lid, onderdelen a en c tot en met g, is van overeenkomstige toepassing op het lidmaatschap van de directie.
**3.** Artikel 2.75, eerste lid, onderdelen a en c tot en met f, is van overeenkomstige toepassing op het lidmaatschap van de directie.
**4.** De directieleden zijn in dienst van de Wereldomroep. De raad van toezicht stelt hun arbeidsvoorwaarden vast.
@ -1036,7 +1080,7 @@ a. kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het pub
b. maatregelen bij niet naleving, voor zover mogelijk en binnen het bepaalde bij of krachtens deze wet; en
c. tussentijdse wijziging in verband met veranderende inzichten of omstandigheden.
**3.** De prestatieovereenkomst heeft geen betrekking op de specifieke inhoud van het media-aanbod van de Wereldomroep.
**3.** De prestatieovereenkomst heeft geen betrekking op de inhoud van het media-aanbod van de Wereldomroep.
#### Paragraaf 2.4.5. Media-aanbod
@ -1073,8 +1117,8 @@ b. waarborgen voor redactionele onafhankelijkheid ten opzichte van adverteerders
Tenzij dit bij of krachtens deze wet is toegestaan, bevat het media-aanbod van de publieke mediadiensten geen:
a. Reclame- of telewinkelboodschappen; en
b. Vermijdbare andere uitingen die onmiskenbaar tot gevolg hebben dat de afname van producten of diensten wordt bevorderd.
a. reclame- of telewinkelboodschappen; en
b. vermijdbare andere uitingen die onmiskenbaar tot gevolg hebben dat de afname van producten of diensten wordt bevorderd.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen vermijdbare uitingen zijn toegestaan en wanneer uitingen onvermijdbaar zijn.
@ -1133,7 +1177,7 @@ c. per uur niet meer dan twaalf minuten.
Reclame- en telewinkelboodschappen in het programma-aanbod worden zodanig geplaatst dat zij:
a. zijn opgenomen in blokken die inclusief omlijsting ten minste één minuut duren;
a. zijn opgenomen in blokken, welke blokken voor televisieprogramma-aanbod inclusief omlijsting ten minste één minuut duren;
b. op zondagen niet direct vooraf gaan aan of direct aansluiten op programmas van kerkelijke of geestelijke aard, tenzij de instelling die voor de inhoud van zodanig programma verantwoordelijk is daartegen geen bezwaar heeft gemaakt; en
c. niet in programmas worden opgenomen, behoudens het bepaalde in artikel 2.97.
@ -1149,17 +1193,15 @@ In programmas worden alleen reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen als:
a. het desbetreffende programma langer duurt dan anderhalf uur voor televisie, dan wel drie kwartier voor radio;
b. het desbetreffende programma bestaat uit het volledige verslag of de volledige weergave van een evenement;
c. zij worden opgenomen tijdens de in het evenement voorkomende gebruikelijke pauzes of tussen de in het evenement voorkomende zelfstandige onderdelen;
c. zij worden opgenomen tijdens de in het evenement voorkomende gebruikelijke pauzes of tussen de in het evenement voorkomende zelfstandige onderdelen in blokken die ten minste een minuut duren;
d. de instelling die verantwoordelijk is voor de inhoud van het desbetreffende daartegen geen bezwaar heeft gemaakt op grond van afbreuk aan de integriteit, het karakter of de samenhang van het programma; en
e. dit geen afbreuk doet aan de rechten van rechthebbenden.
**2.** In programmas worden ten hoogste eenmaal per vijfenveertig minuten voor televisie en ten hoogste eenmaal per dertig minuten voor radio reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen.
**3.** In programmas van kerkelijke of geestelijke aard en in programmas die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar worden geen reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen.
**2.** In programmas van kerkelijke of geestelijke aard en in programmas die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar worden geen reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen.
### Artikel 2.98
De artikelen 2.94 tot en met 2.97 zijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het overige media-aanbod van de publieke mediadiensten.
De artikelen 2.94 tot en met 2.97 zijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het overige media-aanbod van de publieke mediadiensten. Voor artikel 2.96, eerste lid, onderdeel a, geldt de vorige volzin uitsluitend voor het overige media-aanbod met beeldinhoud, al dan niet mede met geluidsinhoud.
##### Paragraaf 2.5.2.3. Stichting Etherreclame
@ -1301,7 +1343,7 @@ De publieke media-instellingen brengen jaarlijks via de jaarrekening verslag uit
**1.** Als een gesponsord programma uit het buitenland is aangekocht en daar als programma naar het publiek is verspreid, zijn de artikelen 2.106 tot en met 2.113 van toepassing voor zover sponsorbijdragen worden gegeven voor de aankoop van het programma.
**2.** De artikelen 2.107 tot en met 2.113 zijn van overeenkomstige toepassing als een overheidsinstelling of andere instelling dan bedoeld in de begripsomschrijving van sponsoring in artikel 1.1 een bijdrage heeft gegeven voor de productie of aankoop van media-aanbod om de verspreiding daarvan te bevorderen of mogelijk te maken.
**2.** De artikelen 2.107 tot en met 2.113 zijn van overeenkomstige toepassing als een andere instelling dan bedoeld in de begripsomschrijving van sponsoring in artikel 1.1 een bijdrage heeft gegeven voor de productie of aankoop van media-aanbod om de verspreiding daarvan te bevorderen of mogelijk te maken.
#### Afdeling 2.5.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films
@ -1337,7 +1379,7 @@ Ten minste een derde deel van de programmas, bedoeld in de artikelen 2.116 to
**1.**
Als onafhankelijke productie wordt aangemerkt programma-aanbod dat niet geproduceerd is door:
Als onafhankelijke productie wordt aangemerkt media-aanbod dat niet geproduceerd is door:
a. een publieke media-instelling;
b. een commerciële media-instelling;
@ -1351,15 +1393,15 @@ f. een vennootschap waarin een instelling als bedoeld in de onderdelen a tot en
Bij algemene maatregel van bestuur:
a. kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid en de artikelen 2.116 tot en met 2.119; en
b. kan worden bepaald dat in andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen programma-aanbod wordt aangemerkt als onafhankelijke productie.
b. kan worden bepaald dat in andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen media-aanbod wordt aangemerkt als onafhankelijke productie.
### Artikel 2.121
Voor de toepassing van de artikelen 2.116 tot en met 2.120 blijft buiten beschouwing programma-aanbod:
Voor de toepassing van de artikelen 2.116 tot en met 2.120 blijft buiten beschouwing media-aanbod:
a. dat bestaat uit nieuws;
b. dat betrekking heeft op sport;
c. dat het karakter van een spel heeft, met uitzondering van programma-aanbod van culturele of educatieve aard dat mede het karakter van een spel heeft;
c. dat het karakter van een spel heeft, met uitzondering van media-aanbod van culturele of educatieve aard dat mede het karakter van een spel heeft;
d. dat bestaat uit reclame- en telewinkelboodschappen, inclusief omlijsting, en zelfpromotie;
e. van kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag, politieke partijen en de overheid; en
f. dat bestaat uit teletekst.
@ -1395,7 +1437,10 @@ In het media-aanbod van de publieke mediadiensten worden geen films opgenomen bu
### Artikel 2.125
De stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties heeft tot taak het verstrekken van financiële bijdragen voor de ontwikkeling en vervaardiging van media-aanbod van bijzondere Nederlandse culturele aard ten behoeve van de landelijke en regionale publieke media-instellingen, met uitzondering van de Ster, en de Wereldomroep.
De stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties heeft tot taak:
a. het verstrekken van financiële bijdragen voor de ontwikkeling en vervaardiging van media-aanbod van bijzondere Nederlandse culturele aard ten behoeve van de landelijke en regionale publieke media-instellingen en de Wereldomroep; en
b. het verstrekken van financiële bijdragen aan landelijke en regionale publieke media-instellingen en de Wereldomroep ter bevordering van de samenwerking met instellingen op het terrein van de cultuur.
### Artikel 2.126
@ -1429,7 +1474,7 @@ Onverminderd de artikelen 27 en 28 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen
a. het beleid en een toelichting op de begrotingsposten voor de ontwikkeling en vervaardiging van media-aanbod ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst en de Wereldomroep;
b. het beleid en een toelichting op de begrotingsposten voor de ontwikkeling en vervaardiging van media-aanbod ten behoeve van de regionale publieke mediadienst; en
c. het beleid en een toelichting op de begrotingsposten voor de overige stimuleringsmaatregelen.
c. het beleid en een toelichting op de begrotingsposten voor de samenwerking, bedoeld in artikel 2.125, onderdeel b.
### Artikel 2.129
@ -1457,13 +1502,13 @@ c. het beleid en een toelichting op de begrotingsposten voor de overige stimuler
**1.** De publieke media-instellingen mogen alleen na voorafgaande toestemming van het Commissariaat nevenactiviteiten verrichten.
**2.** Nevenactiviteiten zijn activiteiten, directe of indirecte deelnemingen in rechtspersonen daaronder begrepen, die niet rechtstreeks verband houden met of ten dienste staan van het ter uitvoering van de publieke media-opdracht verzorgen van media-aanbod, met uitzondering van verenigingsactiviteiten.
**2.** Nevenactiviteiten zijn activiteiten, directe of indirecte deelnemingen in rechtspersonen daaronder begrepen, die niet rechtstreeks verband houden met of ten dienste staan van de uitvoering van de publieke media-opdracht, met uitzondering van verenigingsactiviteiten.
**3.** Toestemming kan alleen worden gegeven als een nevenactiviteit verband houdt met of ten dienste staat van de verwezenlijking van de publieke media-opdracht, op marktconforme wijze wordt verricht en ten minste kostendekkend is.
**3.** Toestemming kan alleen worden gegeven als een nevenactiviteit verband houdt met of ten dienste staat van de verwezenlijking van de publieke media-opdracht en direct gerelateerd is aan het media-aanbod van de publieke omroep, op marktconforme wijze wordt verricht en ten minste kostendekkend is.
### Artikel 2.133
Op overeenkomsten ter zake van nevenactiviteiten die er toe strekken om rechten op en de bekendheid van media-aanbod dat voor de landelijke publieke mediadienst is verzorgd of daaraan verbonden namen en merken buiten de publieke mediadienst te exploiteren, zijn de artikelen 2.110 tot en met 2.112 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn, bedoeld in artikel 2.111, eerste lid, twee maanden is.
Op overeenkomsten ter zake van nevenactiviteiten die er toe strekken om rechten op en de bekendheid van media-aanbod dat voor de landelijke publieke mediadienst is verzorgd of daaraan verbonden namen en merken buiten de publieke mediadienst te exploiteren, zijn de artikelen 2.110 tot en met 2.112 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn, bedoeld in artikel 2.111, eerste en tweede lid, twee maanden is.
### Artikel 2.134
@ -1481,7 +1526,7 @@ Op overeenkomsten ter zake van nevenactiviteiten die er toe strekken om rechten
### Artikel 2.136
**1.** Omroepverenigingen kunnen inkomsten uit contributies en, tot ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag, inkomsten uit programmabladen gebruiken voor verenigingsactiviteiten.
**1.** Omroepverenigingen die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.24 hebben verkregen, kunnen netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten en, tot ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag en volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen nadere regels uit programmabladen gebruiken voor verenigingsactiviteiten.
**2.**
@ -1504,6 +1549,31 @@ b. die gebruikelijk zijn in een actief functionerende vereniging om de band met
**3.** Tijdens de periode dat een omroepvereniging activiteiten als bedoeld in het tweede lid verricht, is artikel 2.33, eerste lid, niet van toepassing en wordt zij beschouwd als omroepvereniging.
### Artikel 2.138a
**1.** Wanneer een omroepvereniging uitvoering geeft aan het voornemen, bedoeld in artikel 2.138, eerste lid, draagt zij zo spoedig mogelijk na afloop van de periode waarvoor een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.24, is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening. De eindafrekening gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 2.171, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Mede op basis van de eindafrekening, bedoeld in het eerste lid, stelt het Commissariaat het terug te betalen bedrag vast. Teruggevorderde bedragen voegt het Commissariaat toe aan de algemene mediareserve, bedoeld in artikel 2.166.
**3.**
In het geval, bedoeld in het eerste lid:
a. betaalt de omroepvereniging de op het moment, bedoeld in artikel 2.138, eerste lid, aanwezige gelden die bestemd zijn voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke omroep, terug aan het Commissariaat;
b. draagt de omroepvereniging er zorg voor dat programmamateriaal dat verspreid is op de programmakanalen van de landelijke publieke omroep dan wel daarvoor is geproduceerd of aangekocht en de daaraan verbonden programmaformats, namen en merken, voor zover het auteurs- of gebruiksrecht daarop bij de omroepvereniging berust, gedurende drie jaar na afloop van de periode waarvoor een erkenning of voorlopige erkenning is verleend, om niet ter beschikking wordt gesteld aan de raad van bestuur voor gebruik op aanbodkanalen van de landelijke publieke omroep;
c. stelt de omroepvereniging het programmamateriaal, bedoeld in onderdeel b, ter beschikking aan de door Onze Minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van een media-archief; en
d. onthoudt de omroepvereniging zich gedurende drie jaar na afloop van de periode waarvoor een erkenning of voorlopige erkenning is verleend, van gebruik of exploitatie van het programmamateriaal, bedoeld in onderdeel a, en de daaraan verbonden programmaformats, namen en merken, tenzij daarover met de raad van bestuur een overeenkomst is gesloten tegen een marktconforme vergoeding.
**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder omroepverenging tevens begrepen haar rechtsopvolger of rechtsverkrijgende.
**5.**
Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, als:
a. aan een omroepvereniging geen erkenning als bedoeld in artikel 2.24 of artikel 2.28 wordt verleend;
b. een erkenning of voorlopige erkenning overeenkomstig artikel 2.33 wordt ingetrokken; en
c. een omroepvereniging in strijd met artikel 2.34, eerste lid, tijdens een erkenningsperiode niet langer als omroepvereniging media-aanbod voor de landelijke publieke omroep verzorgt.
### Artikel 2.139
**1.** De landelijke publieke media-instellingen stellen de gegevens van hun programma-aanbod, voor zover deze nodig zijn voor de opgaven van het te verspreiden programma-aanbod in gedrukte of elektronische programmagidsen, ter beschikking van de Stichting.
@ -1528,6 +1598,10 @@ Als inbreuk op het auteursrecht op enig geschrift inhoudende opgaven van uit te
**3.** Een persoon of rechtspersoon die een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft gesloten, wordt ten opzichte van degenen die in zijn dienst werken niet aangemerkt als een derde.
### Artikel 2.142a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten
#### Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak
@ -1565,10 +1639,12 @@ e. de Raad voor cultuur, voor zover samenhangend met de advisering over radio, t
f. het Commissariaat;
g. door Onze Minister bekostigd onderzoek in het belang van de massacommunicatie;
h. de bijdrage aan de stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties;
i. vergoedingen aan een door Onze Minister aan te wijzen instelling voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten, omroepkoren en een muziekbibliotheek;
j. vergoedingen aan een door Onze Minister aan te wijzen instelling voor het in stand houden en exploiteren van een media-archief;
k. een door Onze Minister aan te wijzen overlegorgaan van lokale publieke media-instellingen; en
l. bijdragen voor de verzorging van media-aanbod van regionale en lokale publieke mediadiensten dat gericht is op minderheden.
i. vergoedingen aan een door Onze Minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten, omroepkoren en een muziekbibliotheek;
j. vergoedingen aan een door Onze Minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van een media-archief;
k. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
l. het door Onze Minister aangewezen overlegorgaan van lokale publieke media-instellingen; en
m. bijdragen voor de verzorging van media-aanbod van regionale en lokale publieke mediadiensten dat gericht is op minderheden;
n. vergoedingen aan het landelijk orgaan dat informatie verstrekt en anderszins ondersteuning biedt aan de programmaraden, bedoeld in artikel 6.15, eerste lid.
#### Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst
@ -1656,6 +1732,10 @@ c. de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning hebben verkregen, krijgen
**2.** De omroepverenigingen, de educatieve media-instelling en de Programmastichting besteden de ontvangen bedragen aan de in artikel 2.149, eerste lid, onderdelen a en c, genoemde doelen.
### Artikel 2.152a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 2.153
**1.** De raad van bestuur verdeelt het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel d, over de kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag op basis van de verhouding tussen de hoeveelheid uren die voor elk kerkgenootschap en genootschap op geestelijke grondslag op grond van artikel 2.49, eerste lid, is vastgesteld en de totale hoeveelheid uren, bedoeld in artikel 2.48, eerste lid.
@ -1683,7 +1763,7 @@ Met toestemming van de raad van bestuur kan met ten hoogste tien procent van het
### Artikel 2.157
**1.** De instellingen ontvangen voorschotten volgens bij ministeriële regeling te stellen regels.
**1.** De landelijke publieke media-instellingen ontvangen voorschotten volgens bij ministeriële regeling te stellen regels.
**2.**
@ -1809,7 +1889,7 @@ Onze Minister kan, voor zover dat de financiering van de rekening-courantverhoud
a. de landelijke publieke media-instellingen;
b. de Wereldomroep; en
c. de door hem aangewezen instelling voor het exploiteren van omroepkoren, omroeporkesten en een muziekbibliotheek en van een media-archief.
c. de door hem aangewezen instellingen voor het in stand houden en exploiteren van omroepkoren, omroeporkesten en een muziekbibliotheek, van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie.
**2.** Onze Minister stelt gelden ten behoeve van de landelijke publieke media-instellingen door tussenkomst van het Commissariaat ter beschikking aan de raad van bestuur.
@ -1833,7 +1913,7 @@ Artikel 2.159 is van overeenkomstige toepassing op het ter beschikking stellen v
**1.**
Gedeputeerde Staten zorgen voor de bekostiging van het functioneren van ten minste één regionale publieke media-instelling in de provincie door vergoeding van de kosten die rechtstreeks verband houden met het verzorgen van de regionale publieke omroepdienst, voor zover die kosten niet op andere wijze zijn gedekt, op zodanige wijze dat:
Gedeputeerde Staten zorgen voor de bekostiging van het functioneren van ten minste één regionale publieke media-instelling in de provincie door vergoeding van de kosten die rechtstreeks verband houden met het verzorgen van de regionale publieke mediadienst, voor zover die kosten niet op andere wijze zijn gedekt, op zodanige wijze dat:
a. een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod mogelijk is en continuïteit van bekostiging is gewaarborgd; en
b. in ieder geval per provincie het in 2004 bestaande niveau van de activiteiten met betrekking tot de verzorging van media-aanbod door de regionale publieke media-instelling(en) ten minste gehandhaafd blijft.
@ -1842,9 +1922,13 @@ b. in ieder geval per provincie het in 2004 bestaande niveau van de activiteiten
**3.** Onze Minister zendt telkens na drie jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het bepaalde in dit artikel in de praktijk.
### Artikel 2.170a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### Afdeling 2.6.6. Financiële verantwoording landelijke publieke mediadienst en Wereldomroep
##### Paragraaf 2.6.6.1. Rechtmatigheidscontrole en jaarrekening
##### Paragraaf 2.6.6.1. Rechtmatigheidstoetsing en jaarrekening
### Artikel 2.171
@ -1864,33 +1948,39 @@ b. in ieder geval per provincie het in 2004 bestaande niveau van de activiteiten
### Artikel 2.173
Het Commissariaat brengt als onderdeel van het financieel verslag, bedoeld in artikel 7.7, derde lid, verslag uit over de rechtmatigheidscontrole.
Het Commissariaat brengt als onderdeel van het financieel verslag, bedoeld in artikel 7.7, verslag uit over de rechtmatigheidstoetsing.
##### Paragraaf 2.6.6.2. Reservering en terugvordering
### Artikel 2.174
**1.** Landelijke publieke media-instellingen kunnen met toestemming van de raad van bestuur en onder de door hem te stellen voorwaarden, die per instelling of categorie van instellingen kunnen verschillen, gelden reserveren.
**1.** De landelijke publieke media-instellingen kunnen met toestemming van de raad van bestuur en onder de door hem te stellen voorwaarden, die per instelling of categorie van instellingen kunnen verschillen, gelden voor de verzorging van media-aanbod reserveren.
**2.** Het totaal van de gereserveerde gelden in een kalenderjaar bedraagt niet meer dan tien procent van het totaal van de ter beschikking gestelde budgetten, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid.
**3.** Gelden die in strijd met het eerste lid zijn gereserveerd, worden terugbetaald aan de raad van bestuur.
### Artikel 2.174a
**1.** Omroepverenigingen die een erkenning of voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.24 hebben verkregen, kunnen netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag reserveren voor verenigingsactiviteiten.
**2.** Artikel 2.174, derde lid, is van toepassing.
### Artikel 2.175
**1.** De Wereldomroep kan met toestemming van het Commissariaat en onder door hem te stellen voorwaarden gelden reserveren.
**1.** De Wereldomroep kan met toestemming van het Commissariaat en onder door hem te stellen voorwaarden gelden voor de verzorging van media-aanbod reserveren.
**2.** Het totaal van de gereserveerde gelden in een kalenderjaar bedraagt niet meer dan tien procent van het totaal van de ter beschikking gestelde budgetten, bedoeld in artikel 2.163, eerste lid.
### Artikel 2.176
**1.** Gereserveerde gelden worden in het volgende kalenderjaar besteed aan de doelen waarvoor zij oorspronkelijk bestemd zijn.
**1.** Gereserveerde gelden voor de verzorging van media-aanbod worden in het volgende kalenderjaar besteed aan de doelen waarvoor zij oorspronkelijk bestemd zijn.
**2.** Onze Minister en het Commissariaat kunnen op verzoek van de raad van bestuur respectievelijk de Wereldomroep ontheffing verlenen van het eerste lid. Onze Minister en het Commissariaat kunnen aan een ontheffing voorschriften verbinden.
### Artikel 2.177
**1.** Gelden die in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gebruikt of die in strijd met de artikelen 2.174, tweede lid, en 2.175 zijn gereserveerd, vordert het Commissariaat terug.
**1.** Gelden die in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gebruikt of die in strijd met de artikelen 2.174, tweede lid, 2.174a, eerste lid, en 2.175 zijn gereserveerd, vordert het Commissariaat terug.
**2.** Teruggevorderde gelden worden toegevoegd aan de algemene mediareserve.
@ -1908,11 +1998,11 @@ Het Commissariaat brengt als onderdeel van het financieel verslag, bedoeld in ar
Deze afdeling is op kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag van toepassing voor zover het betreft de activiteiten en financiën die betrekking hebben op de verzorging van programma-aanbod en daaraan gerelateerd ander media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst.
#### Afdeling 2.6.7. Omroeporkesten, omroepkoren, muziekbibliotheek en media-archief
#### Afdeling 2.6.7. Omroeporkesten, omroepkoren, muziekbibliotheek, media-archief en expertisecentrum voor media-educatie
### Artikel 2.180
**1.** De instellingen die door Onze Minister zijn aangewezen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten, omroepkoren en een muziekbibliotheek en voor het exploiteren van een media-archief dienen eenmaal per vijf jaar bij Onze Minister een meerjarenplan voor de volgende periode van vijf jaar in.
**1.** De instellingen die door Onze Minister zijn aangewezen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten, omroepkoren en een muziekbibliotheek , van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie dienen eenmaal per vijf jaar bij Onze Minister een meerjarenplan voor de volgende periode van vijf jaar in.
**2.** De meerjarenplannen zijn afgestemd op het voor de desbetreffende periode geldende concessiebeleidsplan voor de landelijke publieke mediadienst.
@ -1930,7 +2020,7 @@ Deze afdeling is op kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondsla
### Artikel 2.183
**1.** Onze Minister stelt uit de financiële middelen, bedoeld in artikel 2.146, aanhef, aan de instellingen een bijdrage in de kosten ter beschikking.
**1.** Onze Minister stelt uit de rijksmediabijdrage en de inkomsten van de Ster, aan de instellingen een bijdrage in de kosten ter beschikking.
**2.** Onze Minister kan aan een besluit tot het ter beschikking stellen van bijdragen voorschriften verbinden.
@ -1949,6 +2039,10 @@ b. het besluit tot het ter beschikking stellen van bijdragen intrekken of wijzig
**2.** Een evaluatie vindt in elk geval eens in de vijf jaar plaats.
**3.** Als in de rapportage, bedoeld in artikel 2.186, eerste lid, is vastgesteld dat een omroepvereniging of de educatieve media-instelling onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in artikel 2.24, tweede lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 2.28, tweede lid, onderdeel b, vindt in afwijking van het tweede lid in elk geval binnen twee jaar na het tijdstip waarop deze rapportage is uitgebracht, een nieuwe evaluatie plaats van de wijze waarop de desbetreffende omroepvereniging of de educatieve media-instelling uitvoering geeft aan deze publieke taak.
**4.** Als in de rapportage, bedoeld in artikel 2.186, eerste lid, betreffende de vorige evaluatie is vastgesteld dat de NPS onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan haar publieke taak, bedoeld in artikel 2.35, vindt in afwijking van het tweede lid in elk geval binnen twee jaar na het tijdstip waarop deze rapportage is uitgebracht, een nieuwe evaluatie plaats.
### Artikel 2.185
**1.**
@ -1969,8 +2063,9 @@ b. de evaluatiecommissie van de Wereldomroep bestaat uit ten minste drie onafhan
De evaluatiecommissie van de Stichting rapporteert in elk geval over:
a. de wijze waarop de landelijke publieke media-instellingen zowel gezamenlijk als afzonderlijk uitvoering hebben gegeven aan de publieke mediaopdracht op landelijk niveau;
b. de mate waarin het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst tegemoet komt aan de interesses en inzichten van het algemene publiek en van specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen; en
c. andere onderwerpen die zijn opgenomen in het besluit tot instelling van de evaluatiecommissie of die door Onze Minister zijn aangegeven.
b. de mate waarin het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst tegemoet komt aan de interesses en inzichten van het algemene publiek en van specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen;
c. de wijze waarop de omroepverenigingen waaraan een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.24 is verleend, een bijdrage hebben geleverd aan de vergroting van de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst en daarmee een vernieuwende bijdrage hebben geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau; en
d. andere onderwerpen die zijn opgenomen in het besluit tot instelling van de evaluatiecommissie of die door Onze Minister zijn aangegeven.
**2.**
@ -1986,6 +2081,12 @@ c. andere onderwerpen die zijn opgenomen in het besluit tot instelling van de ev
**2.** De evaluatiecommissies brengen op een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip rapport uit aan de raad van toezicht van de Stichting, respectievelijk de raad van toezicht van de Wereldomroep, die het aan Onze Minister zenden en openbaar maken.
### Artikel 2.188
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden criteria vastgesteld op basis waarvan afzonderlijke landelijke publieke media-instellingen worden geëvalueerd als bedoeld in artikel 2.186, eerste lid.
**2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
## Hoofdstuk 3. Commerciële omroepdiensten
### Titel 3.1. Toestemming
@ -2155,13 +2256,11 @@ b. die gebruik maken van namen of (beeld)merken die tevens worden gebruikt door
De vermelding geschiedt door middel van naam of (beeld)merk van de sponsor en is zodanig vormgegeven dat:
a. het publiek niet door middel van specifieke aanprijzingen wordt aangespoord tot het kopen of huren van producten of afname van diensten van de sponsors; en
b. deze ten hoogste vijf seconden duurt.
a. tussen 06.00 uur en 21.00 uur de vermelding van sponsors die zich bezighouden met de productie of verkoop van alcoholhoudende dranken, geschiedt door neutrale vermelding of vertoning van naam of (beeldmerk); en
b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a het publiek niet door middel van specifieke aanprijzingen wordt aangespoord tot het kopen of huren van producten of afname van diensten van de sponsors.
**3.** Bij een gesponsord programma geschiedt de vermelding aan het begin of het einde van het programma en kan de vermelding daarnaast plaatsvinden aan het begin of aan het einde van een reclameblok dat in het programma is opgenomen.
**4.** In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, geschiedt tussen 06.00 uur en 21.00 uur de vermelding van sponsors die zich bezighouden met de productie of verkoop van alcoholhoudende dranken door neutrale vermelding of vertoning van naam of (beeld)merk.
### Artikel 3.17
**1.**
@ -2169,15 +2268,17 @@ b. deze ten hoogste vijf seconden duurt.
In gesponsord programma-aanbod mogen:
a. producten of diensten van sponsors worden vermeld of getoond; en
b. in de titel de naam, het (beeld)merk, producten of diensten van sponsors worden vermeld.
b. in de titel de naam, het (beeld)merk, producten of diensten van sponsors worden vermeld of getoond.
**2.** Het Commissariaat kan nadere regels stellen voor de vertoning of vermelding in de titel, welke regels de goedkeuring behoeven van Onze Minister.
**2.** Het vermelden en vertonen als bedoeld in het eerste lid mogen het publiek niet door middel van specifieke aanprijzingen aansporen tot het kopen of huren van producten of afname van diensten van de sponsors.
**3.** Het Commissariaat kan nadere regels stellen voor de vertoning of vermelding in de titel, welke regels de goedkeuring behoeven van Onze Minister.
### Artikel 3.18
**1.** Als gesponsord programma-aanbod uit het buitenland is aangekocht en daar als programma naar het publiek is verspreid, zijn de artikelen 3.15 tot en met 3.17 van toepassing voor zover sponsorbijdragen worden verstrekt voor de aankoop van het programma.
**2.** Artikel 3.16, eerste tot en met derde lid, is van overeenkomstige toepassing als een overheidsinstelling of andere instelling dan bedoeld in de begripsomschrijving van sponsoring in artikel 1.1 een bijdrage heeft gegeven voor de productie of aankoop van programma-aanbod om de verspreiding daarvan te bevorderen of mogelijk te maken.
**2.** Artikel 3.16, eerste tot en met derde lid, is van overeenkomstige toepassing als een andere instelling dan bedoeld in de begripsomschrijving van sponsoring in artikel 1.1 een bijdrage heeft gegeven voor de productie of aankoop van programma-aanbod om de verspreiding daarvan te bevorderen of mogelijk te maken.
### Artikel 3.19
@ -2266,7 +2367,7 @@ In het programma-aanbod worden geen films opgenomen buiten de met de rechthebben
### Artikel 3.27
Het is niet toegestaan programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, voor zover het betreft programma-aanbod waarvan de verspreiding in Nederland slechts mogelijk is na verwerving van de daarop betrekking hebbende rechten, te verzorgen als:
Het is niet toegestaan programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.34a, derde lid, voor zover het betreft programma-aanbod waarvan de verspreiding in Nederland slechts mogelijk is na verwerving van de daarop betrekking hebbende rechten, te verzorgen als:
a. de commerciële media-instelling niet tijdig aan de Stichting heeft medegedeeld dat zij de desbetreffende rechten wil verwerven met uitsluiting van de landelijke publieke media-instellingen; en
b. de Stichting binnen een redelijke termijn na de mededeling aan de commerciële media-instelling te kennen heeft gegeven dat zij of een andere landelijke publieke media-instelling het desbetreffende programma-aanbod wenst te verzorgen.
@ -2335,7 +2436,7 @@ c. de wijze waarop de verspreiding van dit aanbod wordt voorafgegaan door of is
Een organisatie komt slechts voor erkenning in aanmerking als:
a. onafhankelijk toezicht door de organisatie op de naleving van de regelingen, bedoeld in het eerste lid, is gewaarborgd;
a. onafhankelijk toezicht door de organisatie op de naleving van de regelingen, bedoeld in artikel 4.2 , eerste lid, is gewaarborgd;
b. voorzien is in voldoende betrokkenheid van belanghebbenden, onder wie in ieder geval vertegenwoordigers uit de consumentensfeer, publieke media-instellingen, deskundigen op het gebied van de audiovisuele media en producenten van audiovisuele media; en
c. de financiële positie van de organisatie een adequate uitvoering van de werkzaamheden waarborgt.
@ -2479,11 +2580,15 @@ De artikelen 2.53, 2.59, 2.60, 2.88, eerste lid, 2.89, 2.106 tot en met 2.109, 2
### Artikel 6.11
**1.**
Het is de aanbieder van een omroepzender of een omroepnetwerk toegestaan via de omroepzender of het omroepnetwerk:
a. programma-aanbod te verspreiden dat bestaat uit een onverkorte en rechtstreekse weergave van een openbare vergadering van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal, van Provinciale Staten of van een gemeenteraad; en
b. informatie over het via de omroepzender of het omroepnetwerk aangeboden programma-aanbod en diensten te verspreiden.
**2.** Hoofdstuk 4 is van overeenkomstige toepassing.
##### Paragraaf 6.3.1.2. Doorgifteverplichtingen omroepnetwerken
### Artikel 6.12
@ -2521,7 +2626,7 @@ b. het in artikel 2.70 bedoelde programma-aanbod van een regionale publieke medi
**1.** In gemeenten waar een omroepnetwerk aanwezig is, stelt de gemeenteraad een programmaraad in.
**2.** De programmaraad is representatief voor de belangrijkste in de gemeente of gemeenten voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen en beschikt als geheel over voldoende kennis van de informatiebehoeften van bevolkings- en leeftijdsgroepen van verschillende omvang en samenstelling binnen het -kijken luisterpubliek.
**2.** De programmaraad is representatief voor de belangrijkste in de gemeente of gemeenten voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen en beschikt als geheel over voldoende kennis van de informatiebehoeften van bevolkings- en leeftijdsgroepen van verschillende omvang en samenstelling binnen het kijk- en luisterpubliek.
### Artikel 6.16
@ -2551,7 +2656,7 @@ b. aangesloten zijn op het omroepnetwerk in dat gebied dan wel deel uitmaken van
Met het lidmaatschap van een programmaraad zijn onverenigbaar:
a. het lidmaatschap van een gemeenteraad in een gemeente die behoort tot het gebied waarop het advies van de programmaraad betrekking heeft;
b. het lidmaatschap van een College van Burgemeester en Wethouders in een gemeente als bedoeld in onderdeel a;
b. het lidmaatschap van het College van Burgemeester en Wethouders in een gemeente als bedoeld in onderdeel a;
c. een binding met de aanbieder van het omroepnetwerk dat aanwezig is in het gebied waarop het advies van de programmaraad betrekking heeft; en
d. het lidmaatschap van het bestuur van of een betrekking, al dan niet tegen betaling, bij een publieke media-instelling of een commerciële media-instelling.
@ -2568,7 +2673,7 @@ b. de totstandkoming, de inhoud, de vaststelling, de openbaarmaking en de geldig
### Artikel 6.20
**1.** De programmaraad adviseert de aanbieder van het omroepnetwerk welk vrij toegankelijk programma-aanbod op vijftien uitzendnetten voor televisie en vijfentwintig uitzendnetten voor radio hij krachtens artikel 6.13, eerste lid, ten minste verspreidt naar alle aangeslotenen op het netwerk.
**1.** De programmaraad adviseert de aanbieder van het omroepnetwerk welk vrij toegankelijk programma-aanbod op vijftien omroepnetten voor televisie en vijfentwintig omroepnetten voor radio hij krachtens artikel 6.13, eerste lid, ten minste verspreidt naar alle aangeslotenen op het netwerk.
**2.** De aanbieder van een omroepnetwerk volgt het advies, bedoeld in het eerste lid, tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
@ -2712,13 +2817,15 @@ b. hoofdstuk 8.
### Artikel 7.12
**1.** Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 2.58, onderdelen a tot en met c, en e, en 2.170, of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat aan de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 225 000 per overtreding.
**1.** Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 2.34, eerste lid, 2.58, onderdelen a tot en met c, en e, en 2.170, of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat aan de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 225 000 per overtreding.
**2.** Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.132 tot en met 2.134 en 6.10 tot en met 6.15 kan het Commissariaat aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
**2.** De bestuurlijke boete bij overtreding van het bepaalde in artikel 2.34, eerste lid, bedraagt tien procent van het totale bedrag aan gelden dat gemiddeld in de kalenderjaren voorafgaand aan de overtreding tijdens de lopende erkenningsperiode aan de omroepvereniging ter beschikking is gesteld voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst.
**3.** Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.132 tot en met 2.134, 6.10 tot en met 6.14 en 6.20 kan het Commissariaat aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
### Artikel 7.13
De te betalen geldsommen van de bestuurlijke boeten en dwangsommen komen toe aan Onze Minister en zijn bestemd voor door hem te bepalen mediadoelen in brede zin.
De te betalen geldsommen van de bestuurlijke boeten en dwangsommen komen toe aan Onze Minister en zijn bestemd voor door hem te bepalen mediadoelen in brede zin, met uitzondering van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 7.12, tweede lid, die wordt toegevoegd aan de algemene mediareserve, bedoeld in artikel 2.166.
### Artikel 7.14
@ -2749,7 +2856,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Tijdens de periode van intrekking van uren als bedoeld in artikel 7.14:
a. is artikel 2.51, tweede lid, niet van toepassing; en
a. is artikel 2.51, derde lid, niet van toepassing; en
b. bestaat geen recht op een financiële bijdrage voor de verzorging van het programma-aanbod.
**2.** Tijdens de periode van vermindering van uren wordt de financiële bijdrage voor de verzorging van het programma-aanbod evenredig verminderd.
@ -2768,7 +2875,7 @@ De publieke en commerciële media-instellingen, alsmede politieke partijen en de
**1.**
De in artikel 7.14, tweede lid, bedoelde toezichthouders zijn bevoegd:
De in artikel 7.11, tweede lid, bedoelde toezichthouders zijn bevoegd:
a. met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner; en
b. bedrijfsruimten en voorwerpen te verzegelen gedurende de tijd gelegen tussen 18.00 uur en 08.00 uur voor zover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde bevoegdheden redelijkerwijs nodig is.
@ -2990,7 +3097,7 @@ g. de intrekking, wijziging en terugvordering van subsidies.
**1.** Met het toezicht op de naleving van de bepalingen en voorschriften die op grond van dit hoofdstuk gelden voor subsidieontvangers zijn belast de leden van het Stimuleringsfonds en de bij besluit van het Stimuleringsfonds aangewezen medewerkers van het Stimuleringsfonds.
**2.** Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
## Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
@ -3006,7 +3113,7 @@ c. € 47,985 miljoen voor het jaar 2010.
### Artikel 9.2
De artikelen 2.98, tweede lid, onderdeel c, en 3.7, tweede lid, onderdeel c, zijn tot één jaar na het tijdstip waarop deze wet in werking treedt niet van toepassing op de verspreiding van reclame- en telewinkelboodschappen ter uitvoering van overeenkomsten met adverteerders die zijn aangegaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
De artikelen 2.94, tweede lid, onderdeel c, en 3.7, tweede lid, onderdeel c, zijn tot één jaar na het tijdstip waarop deze wet in werking treedt niet van toepassing op de verspreiding van reclame- en telewinkelboodschappen ter uitvoering van overeenkomsten met adverteerders die zijn aangegaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
### Artikel 9.3
@ -3030,41 +3137,41 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen tot twee jaar na het tijdstip waarop d
### Artikel 9.7
Wijzigt de Telecommunicatiewet.
Vervallen
### Artikel 9.8
Wijzigt de Auteurswet.
Vervallen
### Artikel 9.9
Wijzigt de Wet op de naburige rechten.
Vervallen
### Artikel 9.10
Wijzigt de Tabakswet.
Vervallen
### Artikel 9.11
Wijzigt de Wet op de vaste boekenprijs.
Vervallen
### Artikel 9.12
Wijzigt de Wet handhaving consumentenbescherming.
Vervallen
### Artikel 9.13
Wijzigt de Wet subsidiëring politieke partijen.
Vervallen
### Artikel 9.14
Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden.
Vervallen
### Titel 9.3. Slotbepalingen
### Artikel 9.15
Wijzigt de Wet algemene regels herindeling.
### Titel 9.3. Slotbepalingen
De voordracht voor een krachtens de artikelen 2.21a, 2.34a, 2.116 of 2.136 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
### Artikel 9.16
@ -3072,7 +3179,7 @@ Onze Minister stelt regels ter uitvoering van de artikelen 12, 15 en 16 van de E
### Artikel 9.17
Een wijziging van de Europese richtlijn gaat voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1.3, 2.115 tot en met 2.121, 3.20 tot en met 3.23, en hoofdstuk 5 gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
Een wijziging van de Europese richtlijn gaat voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1.2, 2.115 tot en met 2.121, 3.20 tot en met 3.23, en hoofdstuk 5 gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
### Artikel 9.18