2024-01-01 | BWBR0041278 | Omgevingsbesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent edfc8f0237
commit 75918dd463

View file

@ -18,7 +18,7 @@ Bijlage I bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit besluit.
### Artikel 1.1a
**1.** Dit besluit berust op de artikelen 1.5, tweede lid, 1.7a, tweede lid, 2.7, 2.20, eerste lid, 2.21a, tweede lid, 2.24, eerste lid, 5.7, tweede en derde lid, 5.9, 5.10, eerste en derde lid, 5.11, eerste lid, 5.12, tweede en derde lid, 5.13, eerste lid, 5.16, tweede lid, 5.36, vierde lid, 5.44b, tweede lid, 5.47, tweede en vijfde lid, 5.52, tweede en derde lid, 8.1, derde en vijfde lid, 12.1, eerste, vierde en vijfde lid, 12.5, derde lid, 12.6, vierde lid, 12.8, tweede lid, 12.9, tweede lid, 13.3a, eerste lid, 13.3d, 13.4a, vijfde lid, 13.4b, vierde lid, 13.5, eerste, tweede en derde lid, 13.11, eerste lid, 13.15, derde lid, 13.17, tweede lid, 13.20, zesde lid, 13.22, eerste lid, 13.23, eerste en vierde lid, 15.7, vierde lid, 15.8, vierde lid, 15.9, eerste lid, 15.53, eerste lid, 16.1, 16.7, tweede lid, 16.15, eerste lid, 16.16, eerste lid, 16.17, eerste lid, 16.20, tweede lid, 16.24, 16.24a, 16.36, zesde lid, 16.39, tweede lid, 16.42, 16.42a, 16.43, eerste en vierde lid, 16.44, vierde lid, 16.45, derde lid, 16.46, derde lid, 16.47, tweede lid, 16.52, eerste lid, 16.53a, 16.55, eerste lid, 16.65, eerste lid, 16.139, eerste en tweede lid, 17.3, 17.5, derde lid, 17.6, 18.2, vierde en zesde lid, 18.3, eerste en tweede lid, 18.15a, eerste en derde lid, 18.19, eerste lid, 18.22, 18.25, tweede en derde lid, 18.25a, 19.12, vierde lid, 20.2, zevende lid, 20.6, eerste lid, 20.8, eerste lid, 20.13, eerste lid, 20.14, vierde en vijfde lid, 20.21, derde lid, 20.22, eerste lid, 20.24, eerste lid, 20.25, eerste lid, en 20.26, eerste lid, van de wet.
**1.** Dit besluit berust op de artikelen 1.5, tweede lid, 1.7a, tweede lid, 2.7, 2.20, eerste lid, 2.21a, tweede lid, 2.24, eerste lid, 5.7, tweede en derde lid, 5.9, 5.10, eerste en derde lid, 5.11, eerste lid, 5.12, tweede en derde lid, 5.13, eerste lid, 5.16, tweede lid, 5.36, vierde lid, 5.44b, tweede lid, 5.47, tweede en vijfde lid, 5.52, tweede en derde lid, 8.1, derde en vijfde lid, 12.1, eerste, vierde en vijfde lid, 12.5, derde lid, 12.6, vierde lid, 12.8, tweede lid, 12.9, tweede lid, 13.3a, eerste lid, 13.3d, 13.4a, vijfde lid, 13.4b, vierde lid, 13.5, eerste, tweede en derde lid, 13.11, eerste lid, 13.15, derde lid, 13.17, tweede lid, 13.20, zesde lid, 13.22, eerste lid, 13.23, eerste en vierde lid, 15.7, vierde lid, 15.8, vierde lid, 15.9, eerste lid, 15.53, eerste lid, 16.1, 16.7, tweede lid, 16.15, eerste lid, 16.16, eerste lid, 16.17, eerste lid, 16.20, tweede lid, 16.24, 16.24a, 16.36, zesde lid, 16.39, tweede lid, 16.42, 16.42a, 16.43, eerste en vierde lid, 16.44, vierde lid, 16.45, derde lid, 16.46, derde lid, 16.47, tweede lid, 16.52, eerste lid, 16.53a, 16.55, eerste lid, 16.65, eerste lid, 16.139, eerste en tweede lid, 17.3, 17.5, derde lid, 17.6, 18.2, vierde en zesde lid, 18.3, eerste en tweede lid, 18.15a, eerste en derde lid, 18.19, eerste lid, 18.22, 18.25, tweede en derde lid, 19.12, vierde lid, 20.2, zevende lid, 20.6, eerste lid, 20.8, eerste lid, 20.13, eerste lid, 20.14, vierde en vijfde lid, 20.21, derde lid, 20.22, eerste lid, 20.24, eerste lid, 20.25, eerste lid, en 20.26, eerste lid, van de wet.
**2.**
@ -295,7 +295,7 @@ b. een milieubelastende activiteit waarbij nationale veiligheidsbelangen zijn be
i. een locatie als bedoeld in artikel 5.28, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of
ii. een militair terrein of een terrein met een militair object als bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
c. een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, de luchthaven Schiphol, een overige burgerluchthaven van nationale betekenis, een buitenlandse burgerluchthaven, een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg; of
c. een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, de luchthaven Schiphol, een overige burgerluchthaven van nationale betekenis, een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg; of
d. een activiteit anders dan bedoeld onder a tot en met c of in artikel 4.10, eerste lid, 4.12 of 4.13, die geheel of in hoofdzaak plaatsvindt in:
1°. de territoriale zee voor zover gelegen buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied; of
@ -334,7 +334,7 @@ a. een activiteit voor het aanleggen, uitbreiden, inrichten, wijzigen, gebruiken
3°. een militair terrein en een terrein met een militair object als bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor zover de activiteit rechtstreeks samenhangt met militaire doeleinden of de inpassing in de fysieke leefomgeving;
4°. een militaire luchthaven;
5°. de luchthaven Schiphol of een overige burgerluchthaven van nationale betekenis, voor zover de activiteit rechtstreeks samenhangt met het vervoer en transport via deze luchthaven of met de inpassing in de fysieke leefomgeving;
6°. het transmissiesysteem voor gas, bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, of het landelijk transportnet voor waterstofgas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, waarvoor door de Minister van Klimaat en Groene Groei een beheerder is aangewezen; en
6°. het gastransportnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder n, van de Gaswet, en de daarmee verbonden gasdrukregelstations en gasdrukmeetstations, voor zover de activiteit rechtstreeks samenhangt met het gastransport; en
7°. een hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV en de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere hulpmiddelen, voor zover de activiteit rechtstreeks samenhangt met de elektriciteitsvoorziening;
b. een activiteit die rechtstreeks samenhangt met:
@ -641,7 +641,7 @@ b. een ontgrondingsactiviteit in:
1°. het winterbed van een tot de rijkswateren behorende rivier; of
2°. een rijkswater, anders dan in het winterbed van een rivier, waarbij minder dan 100.000 m^3 in situ wordt ontgraven;
c. een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, de luchthaven Schiphol, een overige burgerluchthaven van nationale betekenis, een buitenlandse burgerluchthaven, een burgerluchthaven van regionale betekenis, een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg;
c. een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, de luchthaven Schiphol, een overige burgerluchthaven van nationale betekenis, een burgerluchthaven van regionale betekenis, een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg;
d. een activiteit anders dan bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, onder a tot en met c, of in artikel 4.10, eerste lid, 4.12 of 4.13, die geheel of in hoofdzaak plaatsvindt in:
1°. de territoriale zee voor zover gelegen buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied; of
@ -1019,7 +1019,7 @@ l. het exploiteren van een ippc-installatie voor het storten van afvalstoffen, b
m. het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen op een stortplaats, bedoeld in artikel 3.84, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
n. het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening, bedoeld in artikel 3.84, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
o. het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of het nuttig toepassen van afvalstoffen in een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie, bedoeld in artikel 3.87 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
p. het demonteren van ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen, bedoeld in artikel 3.152 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
p. het demonteren van ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen, bedoeld in artikel 3.152 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
q. het voorbehandelen van ingezameld of afgegeven rubberafval of kunststofafval voor verdere recycling, bedoeld in artikel 3.159 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
r. het voorbehandelen van ingezameld of afgegeven metaalafval voor verdere recycling, bedoeld in artikel 3.163 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en
s. het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 3.184 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
@ -1248,12 +1248,6 @@ c. soorten, genoemd in bijlage IX, onder A, bij het Besluit activiteiten leefom
### Afdeling 10.0. Ministeriële regeling
### Artikel 10.0
**1.** Bij de publieksparticipatie, bedoeld in artikel 23.4, eerste lid, van de wet, wordt van het ontwerp van een ministeriële regeling op grond van de wet ook mededeling gedaan in de vorm van een volledige publicatie in de Staatscourant.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing als het ontwerp van een ministeriële regeling voor de inwerkingtreding van dit besluit is opengesteld voor publieksparticipatie.
### Afdeling 10.1. Omgevingsplan, waterschapsverordening en omgevingsverordening
### Artikel 10.1
@ -1325,7 +1319,7 @@ De opvatting van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van d
### Artikel 10.6e
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde als bedoeld in de artikelen 2.12a, eerste lid, 2.13a, eerste lid, en 2.15, tweede lid, van de wet, tenzij bij die vaststelling uitsluitend artikel 3.41, 3.42, 3.43, 3.46, tweede lid, of 12.13k van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt toegepast.
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde als bedoeld in de artikelen 2.12a, eerste lid, 2.13a, eerste lid, en 2.15, tweede lid, van de wet, tenzij bij die vaststelling uitsluitend artikel 3.41, 3.42, 3.43 of 3.46, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt toegepast.
### Afdeling 10.3. Omgevingsvisies
@ -1435,7 +1429,7 @@ c. vertegenwoordigers van gemeenten.
**1.** Bij de totstandkoming van een actieplan als bedoeld in de artikelen 3.6, eerste lid, 3.8, eerste lid, en 3.9, eerste lid, van de wet overlegt het bevoegd gezag met de bevoegde autoriteiten van de aangrenzende staten voor zover het actieplan ook betrekking heeft op een grensregio.
**2.** Een actieplan wordt geactualiseerd uiterlijk op 18 juli in elk vijfde kalenderjaar na 2024. Als er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie wordt het actieplan zo nodig tussentijds geactualiseerd. Een tussentijdse actualisatie van een actieplan laat onverlet de verplichting genoemd in de eerste volzin.
**2.** Een actieplan wordt elke vijf jaar geactualiseerd.
#### Paragraaf 10.4.5. Beheerplannen Natura 2000-gebieden
@ -1474,13 +1468,6 @@ b. meldingen als bedoeld in artikel 7.33 van het Besluit bouwwerken leefomgeving
**2.** Het bevoegd gezag geeft kennis van maatwerkvoorschriften als bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze.
### Artikel 10.20a
Het bevoegd gezag dat in een ontwerpbesluit of besluit tot het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit afwijkt van het geldende circulair materialenplan, bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer, verstrekt aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat een afschrift van dat ontwerpbesluit of besluit binnen een week na de dag waarop:
a. het ontwerpbesluit op grond van artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd; of
b. het besluit is bekendgemaakt.
### Afdeling 10.6. Omgevingsvergunning
#### Paragraaf 10.6.1. Aanvraag en werking omgevingsvergunning
@ -1533,13 +1520,6 @@ b. artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het ontwerpbeslui
**5.** Nadat het besluit is vastgesteld, verstrekt het bevoegd gezag dat besluit aan de bevoegde autoriteit, het betrokken publiek en de bevoegde instanties van die andere staat.
### Artikel 10.22a0
Het bevoegd gezag dat bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit bij de toepassing van artikel 8.9, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving in een ontwerpbesluit of besluit afwijkt van het geldende circulair materialenplan, bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer, verstrekt aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat een afschrift van dat ontwerpbesluit of besluit binnen een week na de dag waarop:
a. het ontwerpbesluit op grond van artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd; of
b. het besluit is bekendgemaakt.
### Artikel 10.22a
**1.** Het bevoegd gezag verstrekt binnen een week na de dag waarop een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit is verleend een afschrift van de vergunning aan het college van burgemeester en wethouders en aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
@ -1816,10 +1796,6 @@ a. elk jaar:
b. elke twee jaar: het verslag over de voortgang en de gevolgen van de maatregelen, opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering, bedoeld in artikel 11.69c, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
c. elke zes jaar: het verslag over de ontwikkeling van de staat van instandhouding van de voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden in relatie tot de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden, bedoeld in artikel 11.69c, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
### Artikel 10.36dd
Het bestuursorgaan dat voornemens is om een wettelijk voorschrift of beleidsregel vast te stellen als een maatregel die leidt tot het verminderen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, of stikstofdepositieruimte opneemt in AERIUS Register overeenkomstig paragraaf 10.2.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, geeft op elektronische wijze kennis daarvan.
### Artikel 10.36e
De korpschef verstrekt op verzoek gegevens uit de gegevensverzameling, bedoeld in artikel 11.73 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, over de nakoming van een verzekering als bedoeld in artikel 11.78 van het Besluit activiteiten leefomgeving, aan:
@ -1914,15 +1890,15 @@ Als dat nodig is voor de vaststelling van een geluidbelastingkaart als bedoeld i
De volgende bestuursorganen verstrekken de volgende gegevens op elektronische wijze aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat binnen de daarbij aangegeven termijn:
a. het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 1°, onder 3° tot en met 5° en onder 8°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde;
a. het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 1°, onder 3° tot en met 5° en onder 7°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde;
b. het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 2°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, op de dag van bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde;
c. het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten, Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de beheerder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 6° en 7°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, over een kalenderjaar voor 18 juli van het daarop volgende jaar;
d. het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder b, onder 1°, 2°, 3° en 6°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken:
c. het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten, Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de beheerder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 6°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, over een kalenderjaar voor 18 juli van het daarop volgende jaar;
d. het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder b, onder 1°, 2°, 3° en 5°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken:
1°. na het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, bedoeld in artikel 11.46, derde lid, van dat besluit;
2°. nadat toepassing is gegeven aan artikel 3.27, zesde lid, van dat besluit; en
3°. nadat hun besluit tot aanleg van een weg of spoorweg als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder b, van dat besluit is genomen;
e. het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder b, onder 4° en 5°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na het uiterste tijdstip, bedoeld in artikel 10.42c, eerste lid, onder b;
e. het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder b, onder 4°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na het uiterste tijdstip, bedoeld in artikel 10.42c, eerste lid, onder b;
f. gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving binnen vier weken na de bekendmaking van hun luchthavenbesluit;
g. het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, gedeputeerde staten, Onze Minister voor Klimaat en Energie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na de bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van het omgevingsplan dat, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die of het projectbesluit dat waarden bevat voor het geluid door een windturbine of een windpark op een industrieterrein; en
h. het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder e, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na de bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van het omgevingsplan dat, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die of het projectbesluit dat waarden bevat voor het geluid door een civiele buitenschietbaan, een militaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein.
@ -1966,7 +1942,7 @@ a. de afweging van geluidbeperkende en geluidwerende maatregelen voor gebouwen a
b. een overzicht van de geluidgevoelige gebouwen waarvoor op grond van artikel 3.52, eerste lid, onder a of b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een besluit over het treffen van geluidwerende maatregelen wordt genomen; en
c. de wijzigingen van de basisgeluidemissie ten opzichte van het vorige verslag.
**3.** Het verslag van de waarde van de basisgeluidemissie en het verslag van de resultaten van de monitoring worden voor een ieder elektronisch beschikbaar gesteld.
**3.** Het verslag van de monitoring wordt voor een ieder elektronisch beschikbaar gesteld.
#### Paragraaf 10.8.5a. Bodemkwaliteit
@ -1980,12 +1956,6 @@ c. de wijzigingen van de basisgeluidemissie ten opzichte van het vorige verslag.
Het bevoegd gezag voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het storten van afvalstoffen of het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen op een stortplaats, bedoeld in de artikelen 3.84, eerste lid, aanhef en onder a en b, en 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, verstrekt, voor zover op de stortplaats alleen baggerspecie wordt gestort en de stortplaats niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam, een afschrift van de resultaten, bedoeld in artikel 8.62n, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
#### Paragraaf 10.8.5b. Doelmatig beheer van afvalstoffen
### Artikel 10.42c3
Wanneer het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, beschikt over gegevens als bedoeld in artikel 4.685b van dat besluit, stelt het die gegevens beschikbaar aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
#### Paragraaf 10.8.6. PRTR
### Artikel 10.42d
@ -2028,16 +1998,6 @@ b. welke uitzonderingsgrond, bedoeld in artikel 5.1 van de Wet open overheid, is
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt de gegevens en verklaringen, bedoeld in artikel 11.63 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, uiterlijk op 31 maart van het tweede kalenderjaar volgend op het verslagjaar per verslagjaar beschikbaar via het PRTR, bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.
#### Paragraaf 10.8.6a. Zeer zorgwekkende stoffen
### Artikel 10.31a
Het formulier, bedoeld in artikel 5.24a, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beschikbaar gesteld op www.e-mjv.nl.
### Artikel 10.31b
Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verstrekt de gegevens die verstrekt zijn overeenkomstig artikel 5.24a, tweede lid, van dat besluit, onverwijld aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
#### Paragraaf 10.8.7. Behoud van werelderfgoed
### Artikel 10.48
@ -2060,21 +2020,13 @@ Onze Minister voor Klimaat en Energie stelt de broeikasgasinventarissen, bedoeld
Onze Minister voor Klimaat en Energie brengt berichten over maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik die via de elektronische voorziening, bedoeld in artikel 5.15c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 3.84a, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, zijn ingediend, onverwijld binnen het bereik van het bevoegd gezag.
### Artikel 10.49c
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat brengt berichten over emissies van kooldioxide door werkgebonden personenmobiliteit die via de elektronische voorziening, bedoeld in artikel 18.15, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn ingediend, onverwijld binnen het bereik van het bevoegd gezag.
### Artikel 10.49d
Onze Minister voor Klimaat en Energie verstrekt de gegevens die via de elektronische voorziening, bedoeld in artikel 5.16c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, openbaar zijn gemaakt, aan de Europese Commissie.
### Afdeling 10.9. Kaarten
### Artikel 10.50
**1.** Bij de totstandkoming van een geluidbelastingkaart als bedoeld in artikel 20.17, eerste lid, onder a, van de wet overlegt het bevoegd gezag met de bevoegde autoriteiten van de aangrenzende lidstaten, voor zover die kaart ook betrekking heeft op grensregios.
**2.** Het bevoegd gezag actualiseert een geluidbelastingkaart uiterlijk op 30 juni 2027 en daarna uiterlijk op 30 juni in elk vijfde kalenderjaar na 2027.
**2.** Het bevoegd gezag actualiseert een geluidbelastingkaart elke vijf jaar.
**3.** Het bevoegd gezag stelt een geluidbelastingkaart elektronisch beschikbaar.
@ -2568,12 +2520,10 @@ b. gedeputeerde staten:
1°. bij een zwemverbod als bedoeld in artikel 2.38 van de wet;
2°. bij een door hen ingestelde toegangsbeperking tot een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied als bedoeld in artikel 2.45 van de wet;
3°. bij een bij omgevingsverordening gestelde verplichting tot monitoring als bedoeld in artikel 20.1 van de wet of gegevensverzameling als bedoeld in artikel 20.6 van de wet, voor zover niet gericht tot een bestuursorgaan;
4°. bij de verplichting tot het treffen van maatregelen, gericht op het voldoen aan een geluidproductieplafond als omgevingswaarde, bedoeld in artikel 3.45, eerste lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en, voor zover toepassing is gegeven aan artikel 2.12a van de wet, artikel 3.45, tweede lid, aanhef onder a, van dat besluit; en
5°. de verplichting tot het verstrekken van gegevens, bedoeld in artikel 18.25a, eerste lid, van de wet;
3°. bij een bij omgevingsverordening gestelde verplichting tot monitoring als bedoeld in artikel 20.1 van de wet of gegevensverzameling als bedoeld in artikel 20.6 van de wet, voor zover niet gericht tot een bestuursorgaan; en
4°. bij de verplichting tot het treffen van maatregelen, gericht op het voldoen aan een geluidproductieplafond als omgevingswaarde, bedoeld in artikel 3.45, eerste lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en, voor zover toepassing is gegeven aan artikel 2.12a van de wet, artikel 3.45, tweede lid, aanhef onder a, van dat besluit;
c. de commissaris van de Koning: bij een tijdelijke regel als bedoeld in artikel 19.12, eerste lid, van de wet;
d. Onze Minister voor Klimaat en Energie: bij de verplichting tot het openbaar maken van de gegevens, bedoeld in paragraaf 5.4.1a van het Besluit activiteiten leefomgeving;
e. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat:
d. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat:
1°. bij een toegangsverbod als bedoeld in artikel 2.40, eerste lid, van de wet;
2°. bij een peilbesluit als bedoeld in artikel 2.41, tweede lid, van de wet;
@ -2581,13 +2531,13 @@ e. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat:
4°. bij de zorgplicht voor de akoestische kwaliteit van op grond van artikel 2.15, tweede lid, aanhef en onder a en b, van de wet bij ministeriële regeling aangewezen rijkswegen en hoofdspoorwegen, bedoeld in artikel 3.29 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
5°. bij de verplichting tot het treffen van maatregelen, gericht op het voldoen aan een geluidproductieplafond als omgevingswaarde, bedoeld in artikel 3.45, eerste lid, aanhef en onder c en d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
6°. bij een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.48m, 3.48o of 3.48r van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om het in opdracht op of in de landbodem toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie;
f. Onze Minister van Financiën: bij het onthouden van toestemming tot vertrek van een vaartuig of luchtvaartuig uit Nederland als bedoeld in artikel 18.8 van de wet;
g. Onze Minister voor Natuur en Stikstof:
e. Onze Minister van Financiën: bij het onthouden van toestemming tot vertrek van een vaartuig of luchtvaartuig uit Nederland als bedoeld in artikel 18.8 van de wet;
f. Onze Minister voor Natuur en Stikstof:
1°. bij een door hem ingestelde toegangsbeperking tot een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied als bedoeld in artikel 2.45 van de wet; en
2°. bij het verbod tot het verrichten van activiteiten binnen de afpalingskring van een eendenkooi, bedoeld in artikel 8.5 van de wet;
h. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: bij een verplichting in verband met een archeologische toevalsvondst van algemeen belang opgelegd krachtens de artikelen 19.8, tweede of derde lid, en 19.9 van de wet, in verbinding met artikel 19.3, tweede lid, of 19.4, eerste en tweede lid, van de wet; en
i. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: bij een regel over het energielabel, gesteld in afdeling 6.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of bij ministeriële regeling.
g. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: bij een verplichting in verband met een archeologische toevalsvondst van algemeen belang opgelegd krachtens de artikelen 19.8, tweede of derde lid, en 19.9 van de wet, in verbinding met artikel 19.3, tweede lid, of 19.4, eerste en tweede lid, van de wet; en
h. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: bij een regel over het energielabel, gesteld in afdeling 6.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of bij ministeriële regeling.
**2.**
@ -2646,7 +2596,7 @@ d. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat:
2°. bij een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.29, tweede lid;
e. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat:
1°. bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, onder a, b, c, voor zover het bij dat laatste onderdeel gaat om een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk of een hoofdspoorweg, of d; en
1°. bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, onder a, b, c, voor zover het bij die onderdelen gaat om een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk of een hoofdspoorweg, of d; en
2°. bij een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.30, tweede lid, voor zover die betrekking heeft op een ontgrondingsactiviteit in een rijkswater, anders dan in het winterbed van een rivier, waarbij 100.000 m^3 of meer in situ wordt ontgraven;
f. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 4.30a, eerste lid;
g. Onze Minister voor Natuur en Stikstof: bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 4.31, eerste lid; en
@ -2786,7 +2736,7 @@ b. voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en pers
**1.**
Het college van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten dragen er zorg voor dat in ieder geval de volgende werkzaamheden, voor zover tot hun taak behorend, en voor zover deze regels zijn gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 2.2, 18.3 of 19.1b van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het gaat om milieubelastende activiteiten, of artikel 3.2, 4.2, 5.2, 6.2 of 7.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, als het gaat om bouwactiviteiten of sloopactiviteiten, door een omgevingsdienst worden verricht:
Het college van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten dragen er zorg voor dat in ieder geval de volgende werkzaamheden, voor zover tot hun taak behorend, en voor zover deze regels zijn gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 2.2 of 19.1b van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het gaat om milieubelastende activiteiten, of artikel 3.2, 4.2, 5.2, 6.2 of 7.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, als het gaat om bouwactiviteiten of sloopactiviteiten, door een omgevingsdienst worden verricht:
a. het voorbereiden van beslissingen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het voorbereiden van het toepassen van paragraaf 5.1.5 van de wet, voor activiteiten die zijn aangewezen in bijlage VI, categorie 1 tot en met 4, met uitzondering van omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten;
b. het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet, en het voorbereiden van beschikkingen op aanvragen om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel, voor activiteiten die zijn aangewezen in bijlage VI, categorie 1 en 5;
@ -2835,43 +2785,6 @@ Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zorgt ervoor dat in Inspectieview
De jaarlijkse beheerkosten van Inspectieview Milieu komen, voor zover ze niet worden gedekt door de jaarlijkse bijdragen van aangesloten bestuursorganen en instanties, voor rekening van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
#### Paragraaf 13.2.5. Gegevensverstrekking uitvoering en handhaving energiegebruik
### Artikel 13.15d
Als andere rechtspersonen of natuurlijke personen als bedoeld in artikel 18.25a, eerste lid, van de wet, worden aangewezen:
a. een beheerder van een gesloten systeem als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;
b. een transmissie- of distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;
c. een leverancier als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet; en
d. een andere leverancier van warmte of andere energiedragers.
### Artikel 13.15e
**1.**
Aan de verplichting tot het verstrekken van gegevens, bedoeld in artikel 18.25a, eerste lid, van de wet, is in ieder geval voldaan als een persoon als bedoeld in artikel 13.15d op verzoek per adres de volgende gegevens over het energiegebruik verstrekt:
a. straatnaam, huisnummer, postcode en plaatsnaam waarop de aansluiting is geregistreerd;
b. de naam van de eindafnemer;
c. in voorkomend geval, het uniek identificatienummer conform de Europese Artikel Nummering betreffende de aansluiting die is toegekend aan elke aansluiting op het betreffende adres of een andere unieke code die is toegekend aan elke aansluiting op het betreffende adres;
d. het type energiedrager;
e. de afname van gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, in kubieke meters, de afname van elektriciteit in kilowattuur, de afname van warmte als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet in gigajoules, of het overig energiegebruik in kubieke meters aardgasequivalent in het voorafgaande of laatst beschikbare kalenderjaar;
f. in voorkomend geval, de invoeding van gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, in kubieke meters, van elektriciteit in kilowattuur, van warmte als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet in gigajoules of van andere energiedragers in kubieke meters aardgasequivalenten in het voorafgaande of laatst beschikbare kalenderjaar;
g. in voorkomend geval, de theoretische productie op basis van de bij een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, aangemelde productie-installaties, in het voorafgaande of meest recente kalenderjaar;
h. als degene die de activiteit verricht is ingeschreven in het handelsregister: het nummer van inschrijving in het handelsregister en het vestigingsnummer; en
i. in voorkomend geval, de in de Basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen identificatienummers.
**2.**
De verplichting tot het verstrekken van gegevens is niet van toepassing als het energiegebruik per adres het voorafgaande of laatst beschikbare kalenderjaar, voor zover de gegevens hierover beschikbaar zijn bij de personen, bedoeld in artikel 13.15d, voor:
a. elektriciteitsverbruik kleiner is dan 50.000 kWh;
b. warmtegebruik kleiner is dan 791 Gj; of
c. verbruik van aardgasequivalenten kleiner is dan 25.000 m^3.
**3.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden ten minste één keer per jaar op verzoek door een in artikel 13.15d aangewezen persoon op elektronische wijze verstrekt.
### Afdeling 13.3. Kwaliteitsbevordering en afstemming uitvoering en handhaving bij Seveso-inrichtingen
#### Paragraaf 13.3.1. Toepassingsbereik
@ -3144,7 +3057,7 @@ De landelijke voorziening voorziet in het elektronisch kunnen uitwisselen van ge
### Artikel 14.5b
De landelijke voorziening voorziet in het elektronisch doorzenden van een melding of gegevens en bescheiden om te voldoen aan een andere informatieverplichting dan een melding op grond van de wet naar Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor het uitoefenen van de bestuursrechtelijke handhavingstaak, bedoeld in artikel 13.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 6°.
De landelijke voorziening voorziet in het elektronisch doorzenden van een melding of gegevens en bescheiden om te voldoen aan een andere informatieverplichting dan een melding op grond van de wet naar Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor het uitoefenen van de bestuursrechtelijke handhavingstaak, bedoeld in artikel 13.1, aanhef en onder b, onder 5°.
### Afdeling 14.3. Gegevensbeheer en persoonsgegevens
@ -3180,7 +3093,7 @@ In deze afdeling wordt verstaan onder:
### Artikel 14.7b
**1.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties brengt een ingediend bericht over een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.48m, 3.48o of 3.48r van het Besluit activiteiten leefomgeving onverwijld binnen het bereik van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor het uitoefenen van de bestuursrechtelijke handhavingstaak, bedoeld in artikel 13.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 6°.
**1.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties brengt een ingediend bericht over een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.48m, 3.48o of 3.48r van het Besluit activiteiten leefomgeving onverwijld binnen het bereik van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor het uitoefenen van de bestuursrechtelijke handhavingstaak, bedoeld in artikel 13.1, aanhef en onder b, onder 5°.
**2.** Een ingediend bericht wordt ten hoogste een jaar in de landelijke voorziening bewaard.
@ -3300,7 +3213,7 @@ c. koppelvlakken voor het beschikbaar stellen van gegevens aan, en hergebruik va
**1.**
Voor de toepassing van paragraaf 12.1.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving stellen onderstaande bestuursorganen uiterlijk op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een lijst op van geluidgevoelige gebouwen:
Voor de toepassing van paragraaf 12.1.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving stellen onderstaande bestuursorganen uiterlijk op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een lijst samen van geluidgevoelige gebouwen:
a. het college van burgemeester en wethouders: voor gemeentewegen en voor lokale spoorwegen die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen;
b. het dagelijks bestuur van een waterschap: voor waterschapswegen; en
@ -3331,11 +3244,9 @@ De lijst bevat voor elk geluidgevoelig gebouw in ieder geval:
a. de in de Basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen identificatienummers; en
b. het in het tweede lid bedoelde geluid op het gebouw.
**5.** Na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, aanhef, kan de lijst alleen worden gewijzigd als sprake is van een onjuistheid.
### Artikel 15.3
**1.** Voorafgaand aan het opstellen van de lijst, bedoeld in artikel 15.2, publiceren het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van een waterschap en gedeputeerde staten een ontwerp van de lijst en stellen zij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen.
**1.** Voorafgaand aan de samenstelling van de lijst, bedoeld in artikel 15.2, publiceren het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van een waterschap en gedeputeerde staten een ontwerp van de lijst en stellen zij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen.
**2.** Bij de publicatie van het ontwerp van de lijst wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de samenstelling van de lijst zijn betrokken.
@ -3345,7 +3256,7 @@ b. het in het tweede lid bedoelde geluid op het gebouw.
### Artikel 15.4
**1.** In afwijking van artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder a en b, verstrekt het bestuursorgaan dat bevoegd is geluidproductieplafonds vast te stellen de in die onderdelen bedoelde gegevens met betrekking tot geluidproductieplafonds langs wegen en spoorwegen die zijn herberekend op grond van artikel 3.2 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, met uitzondering van het gegeven, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 8°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na die herberekening.
**1.** In afwijking van artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder a en b, verstrekt het bestuursorgaan dat bevoegd is geluidproductieplafonds vast te stellen de in die onderdelen bedoelde gegevens met betrekking tot geluidproductieplafonds langs wegen en spoorwegen die zijn herberekend op grond van artikel 3.2 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, met uitzondering van het gegeven, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 7°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na die herberekening.
**2.** In afwijking van artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder f, verstrekken gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de in dat onderdeel bedoelde gegevens met betrekking tot op het tijdstip van inwerkingtreding van het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet geldende besluit over het toegelaten geluid van een luchthaven waarvoor op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenindelingbesluit, een luchthavenbesluit of een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven is vereist, binnen een bij koninklijk besluit te bepalen termijn.