From 75b0931409be9381c8c10022405f734b29f2cbaa Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Dec 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-12-01 | BWBR0006338 | Bekostigingsbesluit WHW --- .../BWBR0006338/README.md | 41 ++++++++++++++----- 1 file changed, 31 insertions(+), 10 deletions(-) diff --git a/amvb/bekostigingsbesluit-whw/BWBR0006338/README.md b/amvb/bekostigingsbesluit-whw/BWBR0006338/README.md index 8824ffbfaae..4028e1c5c80 100644 --- a/amvb/bekostigingsbesluit-whw/BWBR0006338/README.md +++ b/amvb/bekostigingsbesluit-whw/BWBR0006338/README.md @@ -34,7 +34,7 @@ o. accountant: een door het instellingsbestuur aangewezen accountant als bedoeld ### Artikel 1.2 -Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen, 2.22, 2.23, vierde lid, 2.24, vierde lid, 2.25, vijfde lid, 3.3, eerste en zevende lid, 3.3a, eerste en derde lid, 3.3b, eerste lid, 3.4, 3.4a, tweede lid, 3.7, tweede lid, 3.12, tweede lid, 4.3, eerste lid, onder b, 5.3, vierde lid, en 5.5, vierde en vijfde lid wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet. +Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen, 2.22, 2.23, vierde lid, 2.24, vierde lid, 2.25, vijfde lid, 2.25a, vijfde lid, 3.3, eerste en zevende lid, 3.3a, eerste en derde lid, 3.4, 3.7, eerste en tweede lid, 3.12, tweede lid, 4.3, eerste lid, onder b en 5.5, eerste lid wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet. ## Hoofdstuk 2. Universiteiten @@ -142,7 +142,7 @@ Voor de toepassing van dit artikel wordt het kandidaatsgetuigschrift aangemerkt Op het aantal getuigschriften, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, onderdelen a, b en c, blijven buiten beschouwing: -a. het aantal getuigschriften van een bacheloropleiding die zijn uitgereikt aan degenen aan wie reeds een getuigschrift is uitgereikt van het met goed gevolg afgelegd +a. het aantal getuigschriften van een bacheloropleiding die zijn uitgereikt aan degenen aan wie reeds een getuigschrift is uitgereikt van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs of van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs, en b. het aantal kandidaatsgetuigschriften van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs die zijn uitgereikt aan degenen aan wie reeds een getuigschrift is uitgereikt van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs of van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs. **4.** Voor de toepassing van dit artikel, tweede lid, eerste volzin, onderdelen g, h en i, worden de getuigschriften van een ongedeelde opleiding in het wetenschappelijk onderwijs die zijn uitgereikt aan degenen aan wie reeds een getuigschrift is uitgereikt van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger onderwijs of van het met goed gevolg afgelegd kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, aangemerkt als getuigschriften van een masteropleiding. @@ -314,7 +314,7 @@ Vervallen ### Artikel 2.16a -Onze minister besluit op welke niveau een wetenschapsgebied als bedoeld in artikel 2.10 zal worden bekostigd. +Onze minister besluit op welk niveau een wetenschapsgebied als bedoeld in artikel 2.10 zal worden bekostigd. ### Paragraaf 4. Deel leraartraject @@ -336,7 +336,7 @@ Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder inschrijving leraartraject ver a. een masteropleiding, bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, van de wet, b. een masteropleiding waaraan een afstudeerrichting gericht op het beroep van leraar is verbonden, voor zover een student binnen die opleiding onderwijs gericht op het beroep van leraar volgt, c. een masteropleiding op het gebied van onderwijs voor zover die opleiding gericht is op het beroep van leraar en een student binnen die opleiding onderwijs gericht op het beroep van leraar volgt, -d. een ongedeelde opleiding waaraan een afstudeerrichting is gericht op het beroep van leraar is verbonden en een student binnen die opleiding onderwijs aan die afstudeerrichting volgt, of +d. een ongedeelde opleiding waaraan een afstudeerrichting gericht op het beroep van leraar is verbonden en een student binnen die opleiding onderwijs aan die afstudeerrichting volgt, of e. een universitaire eerstegraads lerarenopleiding, bedoeld in artikel 17a.7a van de wet. ### Artikel 2.18 @@ -390,8 +390,9 @@ Het deel academisch ziekenhuis van een universiteit waaraan een academisch zieke a. een component rente en afschrijvingen, gevormd door de som van: 1°. een gedeelte 1988 tot en met 1992, -2°. een gedeelte 1993 tot en met 1996, en -3°. een gedeelte vanaf 1997, +2°. een gedeelte 1993 tot en met 1996, +3°. een gedeelte 1997 tot en met 2003, en +4°. een gedeelte vanaf 2004. b. een component basisvoorziening, en c. een component onderwijs en onderzoek. @@ -433,7 +434,7 @@ b. de uit bijlage 2 te berekenen rentevergoeding over het verschil tussen het in ### Artikel 2.25 -**1.** Het gedeelte vanaf 1997 van de component rente en afschrijvingen van een universiteit omvat de som van de vergoedingen die op grond van het tweede lid zijn berekend over het in de besluiten inzake bouwvolume, bedoeld in het zesde lid, vermelde OCenW-deel van de investeringsbedragen voor de projecten van het desbetreffende academisch ziekenhuis. De projecten zijn ingedeeld in de categorieën bouw, startkosten, en kleine werken. +**1.** Het gedeelte 1997 tot en met 2003 van de component rente en afschrijvingen van een universiteit omvat de som van de vergoedingen die op grond van het tweede lid zijn berekend over het in de besluiten inzake bouwvolume, bedoeld in het zesde lid, vermelde OCenW-deel van de investeringsbedragen voor de projecten van het desbetreffende academisch ziekenhuis. De projecten zijn ingedeeld in de categorieën bouw, startkosten, en kleine werken. **2.** @@ -450,8 +451,6 @@ Vergoeding van het bedrag onder *a* vindt plaats met ingang van het begrotingsja **5.** Bij ministeriële regeling wordt ten behoeve van de investeringen voor academische ziekenhuizen ten behoeve van een bepaald begrotingsjaar een rentepercentage vastgesteld voor een tijdvak van 10 jaar. Na die periode wordt het rentepercentage telkens voor een tijdvak van 10 jaar bij ministeriële regeling vastgesteld. -**6.** Jaarlijks voor 1 november nemen Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een besluit waarin het voor het daaropvolgende begrotingsjaar toegestane bouwvolume wordt vastgesteld. Daarin worden in ieder geval opgenomen het investeringsbedrag per project en het OCenW-deel daarvan. Indien een investeringsproject ten behoeve van een academisch ziekenhuis niet in uitvoering is genomen dan wel tot stand is gebracht voor een lager bedrag dan in het desbetreffende besluit, bedoeld in de eerste volzin, is opgenomen, kan dat besluit worden bijgesteld. - ### Artikel 2.25a **1.** Het gedeelte vanaf 2004 van de component rente en afschrijvingen van een universiteit omvat de som van de vergoedingen die op grond van het tweede lid zijn berekend over het in de besluiten inzake bouwvolume, bedoeld in het zesde lid, vermelde OCenW-deel van de investeringsbedragen voor het desbetreffende academisch ziekenhuis. @@ -930,8 +929,16 @@ In afwijking van artikel 2.14, vijfde lid, wordt in het begrotingsjaar 2003 het ### Artikel 5.22 +**1.** + In de begrotingsjaren 2004, 2005 en 2006 worden in verband met de gewijzigde verdeling van de landelijke component onderwijs en onderzoek van het deel academisch ziekenhuis op het deel academisch ziekenhuis per universiteit na toepassing van hoofdstuk 2 de onderstaande bedragen uitgedrukt in miljoenen euro in mindering gebracht: +| a. de openbare universiteit te Leiden: | 0,531, | +| --- | --- | +| b. de openbare universiteit te Amsterdam: | 0,064, | +| c. de openbare universiteit te Maastricht: | 0,362, en | +| d. de bijzondere universiteit te Amsterdam: | 0,558. | + **2.** De op grond van het eerste lid in mindering gebrachte bedragen uitgedrukt in miljoenen euro worden als volgt verdeeld over de onderstaande universiteiten: @@ -944,7 +951,7 @@ De op grond van het eerste lid in mindering gebrachte bedragen uitgedrukt in mil ### Artikel 5.23 -In afwijking van artikel 2.6c, vijfde lid, wordt in het in het begrotingsjaar 2004 de component basisvoorziening onderwijs plus over de universiteiten verdeeld op basis van de volgende percentages per universiteit: +In afwijking van artikel 2.6c, vijfde lid, wordt in het begrotingsjaar 2004 de component basisvoorziening onderwijs plus over de universiteiten verdeeld op basis van de volgende percentages per universiteit: ### Artikel 5.24 @@ -978,6 +985,20 @@ Na toepassing van artikel 2.6d worden in het begrotingsjaar 2004 aan het bedrag | c. de bijzondere universiteit te Amsterdam | 0,150, en | | d. de bijzondere universiteit te Nijmegen | 0,300. | +### Artikel 5.26 + +**1.** Voor 1 januari 2005 nemen Onze minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een besluit waarin het voor het begrotingsjaar 2004 toegestane bouwvolume wordt vastgesteld. Artikel 2.25a, zesde lid, tweede en derde volzin, is van toepassing. + +**2.** Artikel 1.2 is van overeenkomstige toepassing. + +### Paragraaf 5 + +### Artikel 5.32 + +**1.** In afwijking van artikel 2.25a, zesde lid, nemen Onze minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor 1 januari 2005 een besluit waarin het voor het begrotingsjaar 2005 toegestane bouwvolume wordt vastgesteld. Artikel 2.25a, zesde lid, tweede en derde volzin, is van toepassing. + +**2.** Artikel 1.2 is van overeenkomstige toepassing. + ## Hoofdstuk 6. Slotbepalingen ### Artikel 6.1