2018-01-01 | BWBR0004593 | Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.

This commit is contained in:
Coornhert 2018-01-01 12:00:00 +00:00
parent 3c0134ff59
commit 75dde4e253

View file

@ -24,16 +24,19 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
- *bevoegd gezag:* het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de wet, indien het een school voor voortgezet onderwijs betreft, en het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, onder 1 en 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, indien het een instelling voor educatie en beroepsonderwijs betreft;
- *College voor toetsen en examens:* College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens;
- *cspe:* centraal schriftelijk en praktisch examen in een profielvak;
- *deeleindexamen:* een examen in één of meer van de voor het eindexamen voorgeschreven vakken aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- *deeleindexamen:* een examen in één of meer van de voor het eindexamen voorgeschreven vakken;
- *digitale examinering:* het voorbereiden, afnemen en afwikkelen van het centraal examen in één of meer vakken of de rekentoets met gebruikmaking van de daartoe door het College voor toetsen en examens beschikbaar gestelde programmatuur;
- *directeur:* de rector of directeur van een school voor voortgezet onderwijs;
- *eindexamen:* een examen ten minste in het geheel van de voorgeschreven vakken;
- *eindexamen:* een examen ten minste in het geheel van de voorgeschreven vakken, alsmede de rekentoets;
- *eindexamen vmbo:* een eindexamen dat leidt tot een diploma vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg, de basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg;
- *ER:* ernstige rekenproblemen als bedoeld in artikel 46a, eerste lid;
- *examencommissie vavo:* de in artikel 7.4.11, tweede lid, juncto artikel 7.4.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoelde examencommissie voor een opleiding vavo;
- *examenstof:* de aan de kandidaat te stellen eisen;
- *examinator:* degene die is belast met het afnemen van het examen in een vak;
- *examinator:* degene die is belast met het afnemen van het examen in een vak of de rekentoets;
- *extra vak:* een vak in aanvulling op de vakken die voor een bepaalde kandidaat ten minste samen een eindexamen vormen, welk vak wordt afgesloten met een examen;
- *gecommitteerde:* een gecommitteerde als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de wet en artikel 36 van dit besluit;
- *havo:* hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de wet;
- *herkansing:* het opnieuw deelnemen aan een toets van het centraal examen of het schoolexamen;
- *herkansing:* het opnieuw deelnemen aan een toets van het centraal examen of het schoolexamen, daaronder niet begrepen de gelegenheid om de rekentoets opnieuw af te leggen;
- *inspectie:* de inspectie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht;
- *instelling voor educatie en beroepsonderwijs:* een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft door die instelling verzorgde opleidingen vavo;
- *kandidaat:* ieder die door het bevoegd gezag tot het eindexamen of deeleindexamen wordt toegelaten;
@ -48,11 +51,10 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
- *profielvak:* profielvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, respectievelijk bedoeld in artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO;
- *profielwerkstuk:* het in artikel 4 bedoelde profielwerkstuk;
- *rekentoets:* rekentoets als bedoeld in artikel 29, vijfde lid, van de wet;
- *rekentoets ER:* rekentoets als bedoeld in artikel 46a, eerste lid;
- *school:* een school voor vwo, een school voor havo, een school voor mavo, een school voor vbo of een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, tenzij anders blijkt;
- *schooljaar:* het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar, daaronder mede begrepen het studiejaar, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel r, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- *school voor voortgezet onderwijs:* een school voor vwo, een school voor havo, een school voor mavo, een school voor vbo;
- *toets:* een toets met schriftelijke of mondelinge vragen en opdrachten, of een praktische opdracht;
- *toets:* een toets met schriftelijke of mondelinge vragen en opdrachten, of een praktische opdracht, met uitzondering van de rekentoets, tenzij anders blijkt;
- *vakken:* algemene vakken, profielvakken, beroepsgerichte keuzevakken en andere programmaonderdelen;
- *vakken behorende tot de beeldende vorming:* tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving, fotografie, film, audio-visuele vorming;
- *vbo:* voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a van de wet;
@ -71,7 +73,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
**3.** Het bevoegd gezag kan tot het eindexamen toelaten kandidaten die niet als leerling van de school zijn ingeschreven.
**4.** Het bevoegd gezag van een instelling voor educatie en beroepsonderwijs kan kandidaten als bedoeld in het derde lid eveneens in de gelegenheid stellen een of meer deeleindexamens aan de desbetreffende school af te leggen.
**4.** Het bevoegd gezag van een instelling voor educatie en beroepsonderwijs kan kandidaten als bedoeld in het derde lid eveneens in de gelegenheid stellen een of meer deeleindexamens aan deze instelling af te leggen. Het bevoegd gezag van een school voor vmbo kan een kandidaat als bedoeld in het derde lid eveneens in de gelegenheid stellen deeleindexamen af te leggen in een of meer profielvakken of beroepsgerichte keuzevakken van de basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg die de school verzorgt, indien de kandidaat voor een van deze leerwegen is ingeschreven aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra.
**5.** Kandidaten als bedoeld in het derde lid, die worden toegelaten tot het eindexamen van een school voor voortgezet onderwijs, zijn behoudens het bepaalde in het zesde lid aan het bevoegd gezag een bedrag verschuldigd van € 567 voor een volledig eindexamen.
@ -81,13 +83,13 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
### Artikel 3
**1.** De directeur en de examinatoren van een school voor voortgezet onderwijs nemen onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag het eindexamen af.
**1.** De directeur en de examinatoren van een school voor voortgezet onderwijs nemen onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag het eindexamen of deeleindexamen af.
**2.** De directeur van een school voor voortgezet onderwijs wijst een van de personeelsleden van de school aan tot secretaris van het eindexamen.
**2.** De directeur van een school voor voortgezet onderwijs wijst een van de personeelsleden van de school aan tot secretaris van het eindexamen. De secretaris van het eindexamen is tevens secretaris van de deeleindexamens.
### Artikel 4
**1.** Het eindexamen kan voor ieder vak bestaan uit een schoolexamen, uit een centraal examen dan wel uit beide.
**1.** Het eindexamen of deeleindexamen kan voor ieder vak bestaan uit een schoolexamen, uit een centraal examen dan wel uit beide.
**2.** Het schoolexamen vwo, havo en vmbo kan mede een maatschappelijke stage omvatten.
@ -99,7 +101,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
### Artikel 5
**1.** Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, dan wel zonder geldige reden afwezig is, kan de directeur maatregelen nemen.
**1.** Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen of deeleindexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, dan wel zonder geldige reden afwezig is, kan de directeur maatregelen nemen.
**2.**
@ -116,7 +118,7 @@ Indien het hernieuwd examen bedoeld in de vorige volzin betrekking heeft op een
**4.** De kandidaat kan tegen een beslissing van de directeur van een school voor voortgezet onderwijs in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mag de directeur geen deel uitmaken.
**5.** In overeenstemming met artikel 30a van de wet wordt het beroep binnen vijf dagen nadat de beslissing aan de kandidaat is bekendgemaakt, schriftelijk ingesteld bij de commissie van beroep. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken na ontvangst van het beroepsschrift, tenzij zij deze termijn gemotiveerd heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het eindexamen geheel of gedeeltelijk af te leggen onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het tweede lid. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de kandidaat, aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan de directeur en aan de inspectie.
**5.** In overeenstemming met artikel 30a van de wet wordt het beroep binnen vijf dagen nadat de beslissing aan de kandidaat is bekendgemaakt, schriftelijk ingesteld bij de commissie van beroep. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken na ontvangst van het beroepsschrift, tenzij zij deze termijn gemotiveerd heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het eindexamen of deeleindexamen geheel of gedeeltelijk af te leggen onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het tweede lid. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de kandidaat, aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan de directeur en aan de inspectie.
### Artikel 6
@ -128,7 +130,7 @@ Vervallen
**1.**
Onze Minister stelt, behalve voor door het bevoegd gezag vast te stellen vakken die onderdeel zijn van het eindexamen, voor elk van de onderwijssoorten examenprogrammas vast, waarin zijn opgenomen:
Onze Minister stelt, behalve voor door het bevoegd gezag vast te stellen vakken die onderdeel zijn van het eindexamen, voor elk van de schoolsoorten en leerwegen examenprogrammas vast, waarin zijn opgenomen:
a. een omschrijving van de examenstof voor ieder eindexamenvak, en
b. welk deel van de examenstof centraal zal worden geëxamineerd en over welke examenstof het schoolexamen zich uitstrekt.
@ -139,13 +141,11 @@ b. welk deel van de examenstof centraal zal worden geëxamineerd en over welke e
**1.** De kandidaten kiezen, met inachtneming van dit hoofdstuk, in welke vakken zij examen willen afleggen. Voor leerlingen geldt deze keuze voorzover het bevoegd gezag, al dan niet in samenwerking met het bevoegd gezag van een of meer andere scholen, hen in de gelegenheid heeft gesteld zich op het examen in die vakken voor te bereiden. Indien sprake is van samenwerking tussen scholen, is artikel 2 van het Besluit samenwerking VO-BVE van toepassing.
**2.** De kandidaten kunnen, voor zover het bevoegd gezag hun dat toestaat, in meer vakken examen afleggen dan in de vakken die ten minste tezamen een eindexamen vormen. Een examen als bedoeld in de eerste volzin heeft geen betrekking op vakken die overeenkomen met vakken die onderdeel zijn van dat eindexamen.
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op kandidaten die deeleindexamen afleggen.
**2.** De kandidaten kunnen, voor zover het bevoegd gezag hun dat toestaat, in extra vakken examen afleggen. Een examen als bedoeld in de eerste volzin heeft geen betrekking op vakken die overeenkomen met vakken die onderdeel zijn van het eindexamen waarop deze extra vakken een aanvulling zijn.
### Artikel 8a
Indien het eindexamen één of meer vakken omvat van een andere schoolsoort dan die waarvoor de kandidaat is ingeschreven, behoort ten minste één vak tot de voorgeschreven eindexamenvakken van de schoolsoort van inschrijving.
Indien het eindexamen één of meer vakken omvat van een andere schoolsoort of leerweg dan die waarvoor de kandidaat is ingeschreven, behoort ten minste één vak tot de voorgeschreven eindexamenvakken van de schoolsoort of leerweg van inschrijving.
### Artikel 9
@ -153,10 +153,10 @@ Indien het eindexamen één of meer vakken omvat van een andere schoolsoort dan
Onverminderd vrijstellingen en ontheffingen als bedoeld in de artikelen 11, 12, 13 en 22 is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs:
a. vrijgesteld van de rekentoets of van het examen in een algemeen vak van de theoretische leerweg in het vmbo op grond van het examen vwo, havo of vmbo, indien voor de overeenkomstige rekentoets of het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald in de gemengde leerweg,
a. vrijgesteld van de rekentoets of van het examen in een vak van de theoretische leerweg in het vmbo op grond van een examen vwo, havo, theoretische leerweg of gemengde leerweg vmbo, indien voor de overeenkomstige rekentoets of het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
b. vrijgesteld van de rekentoets of van het examen in een vak in het havo op grond van een examen vwo of havo, indien voor de overeenkomstige rekentoets of het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
c. vrijgesteld van de rekentoets of van het examen in een vak in het vwo op grond van een examen vwo, indien voor de overeenkomstige rekentoets of het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
d. vrijgesteld van het examen in een vak van het vwo of havo op grond van het overeenkomstige examen, afgelegd in Curaçao, Sint Maarten, Aruba, Bonaire, Saba of Sint Eustatius, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
d. vrijgesteld van het examen in een vak van het vwo, havo of vmbo op grond van het overeenkomstige examen, afgelegd in Curaçao, Sint Maarten, Aruba, Bonaire, Saba of Sint Eustatius, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
e. vrijgesteld van het profielwerkstuk vwo of havo, indien reeds eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een of meer vakken van dezelfde schoolsoort, behorende tot het profiel van de kandidaat en waarvoor een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
f. vrijgesteld van het profielwerkstuk vmbo, indien reeds eerder een profielwerkstuk vmbo is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit het profiel van de kandidaat, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».
@ -164,9 +164,9 @@ f. vrijgesteld van het profielwerkstuk vmbo, indien reeds eerder een profielwerk
**3.**
Onverminderd vrijstellingen en ontheffingen als bedoeld in de artikelen 11, 12, 13 en 22 tot en met 25 is een kandidaat vrijgesteld van de rekentoets indien:
Onverminderd vrijstellingen en ontheffingen als bedoeld in de artikelen 11, 12, 13, 14, 22, 23, 24, 25 en 26 is een kandidaat vrijgesteld van de rekentoets indien:
a. hij het examen in het onderdeel rekenen, bedoeld in artikel 1 van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB heeft afgelegd, ten minste gelijk aan het niveau van examineren zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor een school of leerweg waarin hij eindexamen doet;
a. hij het examen in het onderdeel rekenen, bedoeld in artikel 1 van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB heeft afgelegd, ten minste gelijk aan het niveau van examineren dat op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor een school of leerweg waarin hij eindexamen doet;
b. hij voor dit onderdeel rekenen ten minste een cijfer 6 heeft behaald; en
c. er na het studiejaar waarin hij dit onderdeel rekenen heeft afgelegd nog geen twee schooljaren zijn verstreken.
@ -196,14 +196,14 @@ Een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 10 wordt schriftelijk ingediend
**1.**
Het eindexamen vwo (atheneum) omvat:
Het eindexamen vwo (atheneum) omvat in elk geval:
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
b. de vakken van het profieldeel van één van de profielen, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO en voor zover nodig wegens de in onderdeel c genoemde normatieve studielast, vakken van het vrije deel genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
b. de vakken van het profieldeel van één van de profielen, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
c. tenminste één vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uren van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO zoals geldend voor de scholen voor vwo, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, en
d. de rekentoets.
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste tot en met vierde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO. Bij een ontheffing op grond van artikel 26e, vierde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO wordt de taal vervangen door een ander vak als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel.
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste, tweede of vierde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO. Bij een ontheffing op grond van artikel 26e, vierde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO wordt de taal vervangen door een ander vak als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel.
**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die in het bezit is van het diploma havo of het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor het eindexamen havo of van een leerweg in het vmbo de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
@ -229,14 +229,14 @@ c. de leerling volgt onderwijs in het profiel natuur en techniek of het profiel
**1.**
Het eindexamen vwo (gymnasium) omvat:
Het eindexamen vwo (gymnasium) omvat in elk geval:
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO en voor zover nodig wegens de in onderdeel c genoemde normatieve studielast, vakken van het vrije deel genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO zoals geldend voor de scholen voor vwo, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, en
d. de rekentoets.
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste tot en met derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die in het bezit is van het diploma havo of het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor het eindexamen havo of van een leerweg in het vmbo de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
@ -252,16 +252,16 @@ d. de rekentoets.
**1.**
Het eindexamen havo omvat:
Het eindexamen havo omvat in elk geval:
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26c, tweede tot en met vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO en voor zover nodig wegens de in onderdeel c genoemde normatieve studielast, vakken van het vrije deel genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26c, tweede tot en met vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 320 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, en
d. de rekentoets.
**2.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens voor het vwo is vastgesteld.
**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor havo bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor ontheffing of vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste lid, respectievelijk zesde of zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor havo bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor ontheffing of vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**4.** In afwijking van het eerste lid, is de kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor het eindexamen van een leerweg in het vmbo, de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
@ -271,7 +271,7 @@ d. de rekentoets.
### Artikel 14
Vervallen
In afwijking van artikel 11, eerste lid, 12, eerste lid, of 13, eerste lid, is de kandidaat die op grond van artikel 26e, derde of zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO voor een vak als daar bedoeld is vrijgesteld van het volgen van onderwijs, bij het eindexamen eveneens vrijgesteld van dat vak.
### Artikel 15
@ -336,7 +336,7 @@ a. een vak als bedoeld in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet
b. een vak dat behoort tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 10d van de wet, of
c. een vak genoemd in, dan wel aangewezen op grond van, artikel 13 of 14 van de wet.
**9.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26n, vierde of vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**9.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding waarvoor vrijstelling is verleend op grond van artikel 26n, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**10.** In afwijking van het eerste lid is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die de rekentoets heeft afgelegd zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor het eindexamen theoretische leerweg, havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
@ -374,7 +374,7 @@ e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet.
**6.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens voor theoretische of kaderberoepsgerichte leerweg, havo of vwo is vastgesteld.
**7.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling is verleend voor het volgen van onderwijs op grond van artikel 26n, vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**7.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding waarvoor vrijstelling is verleend op grond van artikel 26n, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
### Artikel 24
@ -408,7 +408,7 @@ e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet.
**6.** In afwijking van het eerste lid is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die de rekentoets heeft afgelegd zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor het eindexamen kaderberoepsgerichte of theoretische leerweg, havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
**7.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling is verleend voor het volgen van onderwijs op grond van artikel 26n, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**7.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding waarvoor vrijstelling is verleend op grond van artikel 26n, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
### Artikel 25
@ -435,11 +435,11 @@ e. de rekentoets.
**6.** In afwijking van het eerste lid is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die de rekentoets heeft afgelegd zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor het eindexamen theoretische leerweg, havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
**7.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de gemengde leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling is verleend voor het volgen van onderwijs op grond van artikel 26n, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**7.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de gemengde leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding waarvoor vrijstelling is verleend op grond van artikel 26n, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
### Artikel 26
Vervallen
In afwijking van artikel 22, eerste lid, 23, eerste lid, 24, eerste lid, of 25, eerste lid, is de kandidaat die op grond van artikel 26n, vierde, vijfde, zesde of zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO voor een vak als daar bedoeld is vrijgesteld van het volgen van onderwijs, eveneens vrijgesteld van het afleggen van eindexamen in dat vak.
### Artikel 27
@ -489,13 +489,15 @@ e. de regels voor de wijze waarop het cijfer voor het schoolexamen voor een kand
**3.** Het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting worden door de directeur voor 1 oktober toegezonden aan de inspectie en verstrekt aan de kandidaten.
**4.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op deeleindexamens.
### Afdeling 2. Schoolexamen
### Artikel 32
**1.** Het bevoegd gezag bepaalt het tijdstip waarop het schoolexamen aanvangt.
**2.** Het schoolexamen wordt afgesloten voor de aanvang van het eerste tijdvak, bedoeld in artikel 37.
**2.** Het schoolexamen wordt afgesloten voor de aanvang van het eerste tijdvak, bedoeld in artikel 37. Bij toepassing van artikel 37, zevende lid, wordt het schoolexamen in het vak waarop de toets betrekking heeft, afgesloten tien werkdagen voor de afname van die toets.
**3.** Het bevoegd gezag kan in afwijking van het tweede lid een kandidaat die ten gevolge van ziekte of een andere van zijn wil onafhankelijke omstandigheid het schoolexamen in één of meer vakken niet heeft kunnen afsluiten voor de aanvang van het eerste tijdvak, in de gelegenheid stellen het schoolexamen in dat vak of in die vakken af te sluiten vóór het centraal examen in dat vak of in die vakken, doch na de aanvang van het eerste tijdvak.
@ -519,7 +521,7 @@ Vervallen
**2.** Indien in een vak tevens centraal examen wordt afgelegd, worden de in het eerste lid genoemde cijfers gebruikt met de daartussen liggende cijfers met 1 decimaal.
**3.** In afwijking van het eerste lid, worden het vak culturele en kunstzinnige vorming, de kunstvakken en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elk profiel, beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de desbetreffende vakken, zoals blijkend uit het examendossier.
**3.** In afwijking van het eerste lid, worden de kunstvakken en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elk profiel, beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de desbetreffende vakken, zoals blijkend uit het examendossier.
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt het profielwerkstuk in het vmbo beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling geschiedt op de grondslag van het genoegzaam voltooien van het profielwerkstuk, zoals blijkend uit het examendossier. Het profielwerkstuk in het vmbo wordt beoordeeld door ten minste twee examinatoren.
@ -551,8 +553,6 @@ Het schoolexamen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het geheel
**3.** In afwijking van het eerste lid, worden voor het praktisch gedeelte van het centraal examen vmbo geen gecommitteerden aangewezen.
**4.** De gecommitteerde voegt bij het gecorrigeerde werk een verklaring betreffende de verrichte correctie. Deze verklaring wordt mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde.
### Artikel 37
**1.** Het centraal examen voor de scholen voor voortgezet onderwijs kent een eerste, tweede en derde tijdvak.
@ -573,11 +573,15 @@ c. het College voor toetsen en examens deelt het door de kandidaat behaalde cijf
**6.** Het College voor toetsen en examens kan bepalen dat een toets wordt afgenomen op een tijdstip dat is gelegen voor de aanvang van het eerste tijdvak.
**7.** Het College voor toetsen en examens kan voor een toets een afnameperiode instellen waarbinnen het bevoegd gezag zelf de afnametijdstippen bepaalt. Deze afnameperiode vangt niet eerder aan dan op 1 april van het desbetreffende examenjaar en omvat het eerste en tweede tijdvak van dat examenjaar.
**8.** Het College voor toetsen en examens kan regels stellen voor de uitvoering van een toets van het centraal examen.
### Artikel 37a
**1.** In afwijking van artikel 37, tweede lid, kan het bevoegd gezag een leerling uit het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande leerjaar toelaten tot het centraal examen in één of meer vakken, niet zijnde alle vakken van het eindexamen.
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het schoolexamen in dat vak of die vakken afgesloten voor aanvang van het eerste tijdvak in dat leerjaar.
**2.** Bij toepassing van het eerste lid wordt het schoolexamen in dat vak of die vakken afgesloten voordat in dat leerjaar het centraal examen in dat vak of die vakken aanvangt.
**3.** Artikel 49, zevende lid, en artikel 50, vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
@ -587,11 +591,7 @@ c. het College voor toetsen en examens deelt het door de kandidaat behaalde cijf
### Artikel 38
**1.** De directeur deelt jaarlijks voor 1 november aan Onze Minister mede hoeveel kandidaten in elk vak aan het centraal examen in het eerste tijdvak zullen deelnemen.
**2.** De directeur zendt jaarlijks ten minste drie dagen voor de aanvang van de centrale examens in het eerste tijdvak aan Onze Minister een lijst waarop voor iedere kandidaat vermeld staat in welke vakken hij centraal examen zal afleggen en waarop is aangegeven welke cijfers de kandidaat voor het schoolexamen heeft gehaald. Voor de aanvang van het tweede tijdvak zendt de directeur een lijst met de kandidaten, de in het eerste tijdvak door die kandidaten behaalde cijfers, de voor zover van toepassing, alsnog behaalde cijfers voor het schoolexamen, alsmede een overzicht van het vak of de vakken waarin elke kandidaat centraal examen zal afleggen, aan Onze Minister.
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op een bevoegd gezag dat op grond van artikel 103b, tweede lid, van de wet examengegevens samen met het persoonsgebonden nummer verstrekt aan Onze Minister.
De directeur deelt jaarlijks voor 1 november aan Onze Minister mede hoeveel kandidaten in elk vak aan het centraal examen in het eerste tijdvak zullen deelnemen.
### Artikel 39
@ -613,15 +613,19 @@ Vervallen
**7.** De aan de kandidaten voorgelegde opgaven voor een toets van het centraal examen blijven in het examenlokaal tot het einde van die toets.
**8.** Onder een toets als bedoeld in dit artikel wordt ook de rekentoets begrepen.
### Artikel 41
**1.** De directeur doet het gemaakte werk van het centraal examen met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen en met het proces-verbaal van het examen toekomen aan de examinator in het desbetreffende vak. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens toe. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens. De examinator zendt de score en het beoordeelde werk aan de directeur.
**2.** De directeur doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal en de regels voor het bepalen van de score, bepaald in het eerste lid, onverwijld aan de directeur van de school, bedoeld in artikel 36, tweede lid, toekomen. Deze stelt het ter hand aan de gecommitteerde.
**2.** De directeur doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal en de regels voor het bepalen van de score, bepaald in het eerste lid, onverwijld aan de directeur van de school, bedoeld in artikel 36, tweede lid, toekomen. De directeur stelt deze documenten ter hand aan de gecommitteerde.
**3.** De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij toe de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens. Daarnaast voegt de gecommitteerde bij het gecorrigeerde werk, de in artikel 36, vierde lid, bedoelde verklaring mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde.
**3.** De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij toe de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens. De gecommitteerde voegt bij het gecorrigeerde werk een verklaring betreffende de verrichtte correctie. Deze verklaring is medeondertekend door het bevoegd gezag van de school waarbij de gecommitteerde werkzaam is.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid.
**4.** Bij digitale examinering worden de handelingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, digitaal verricht, uitgezonderd de handelingen die betrekking hebben op het proces-verbaal.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid.
### Artikel 41a
@ -655,6 +659,10 @@ Indien door onvoorziene omstandigheden het centraal examen in één of meer vakk
**4.** Na afloop van het derde tijdvak deelt het College voor toetsen en examens het resultaat mede aan de directeur.
**5.** Indien het bevoegd gezag op grond van artikel 37, zevende lid, zelf de afnametijdstippen bepaalt, kan de directeur een kandidaat de gelegenheid geven om binnen de afnameperiode die het College voor toetsen en examens daarvoor heeft ingesteld, alsnog de toetsen te voltooien waarvoor hij eerder was verhinderd.
**6.** Onder een toets als bedoeld in dit artikel wordt ook de rekentoets begrepen.
### Artikel 46
**1.** Het College voor toetsen en examens stelt regels voor de uitvoering van de rekentoets. Het College voor toetsen en examens stelt in ieder geval een regeling vast voor de uitvoering van de correctie voor zover de rekentoets bestaat uit open vragen.
@ -669,7 +677,7 @@ Indien door onvoorziene omstandigheden het centraal examen in één of meer vakk
**6.** Artikel 43 en artikel 44 zijn van overeenkomstige toepassing.
**7.** Indien de leerling de rekentoets heeft afgelegd in het voorlaatste leerjaar en niet is bevorderd tot het laatste leerjaar, vervallen de met de rekentoets behaalde resultaten. In afwijking hiervan kan de leerling die na het voorlaatste leerjaar van het vwo deelneemt aan het laatste leerjaar van het havo en de leerling die na het voorlaatste leerjaar van het havo deelneemt aan het laatste leerjaar van één van de leerwegen van het vmbo, het op het vwo respectievelijk havo behaalde cijfer voor de rekentoets behouden.
**7.** Indien de leerling de rekentoets heeft afgelegd in het voorlaatste leerjaar en niet is bevorderd tot het laatste leerjaar, vervallen de met de rekentoets behaalde resultaten. In afwijking hiervan kan de leerling die na het voorlaatste leerjaar van het vwo deelneemt aan het laatste leerjaar van het havo en de leerling die na het voorlaatste leerjaar van het havo deelneemt aan het laatste leerjaar van één van de leerwegen van het vmbo, het op het vwo respectievelijk havo behaalde cijfer voor de rekentoets behouden. In afwijking van de eerste volzin kan de leerling die na het voorlaatste leerjaar van een leerweg in het vmbo deelneemt aan het laatste leerjaar van een andere leerweg in het vmbo, het cijfer behouden dat in de eerstbedoelde leerweg is behaald voor de rekentoets.
### Artikel 46a
@ -714,13 +722,13 @@ c. hij desondanks aanhoudend onvoldoende resultaten laat zien.
Indien de kandidaat aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs examen aflegt in één vak of in een aantal vakken die samen geen eindexamen vormen, kan de kandidaat daaraan voorafgaand aan de examencommissie vavo kenbaar maken, het volledig eindexamen te willen afleggen door voor de ontbrekende vakken of de ontbrekende rekentoets in aanvulling op de cijferlijst voor die vakken of deze toets aan deze examencommissie één of meer van de volgende bewijsstukken te overleggen:
a. een of meer in artikel 52, eerste lid, of artikel 52c, bedoelde cijferlijsten van een school voor voortgezet onderwijs, uitgereikt in een eerder jaar;
b. een of meer door een andere instelling voor educatie en beroepsonderwijs afgegeven cijferlijsten als bedoeld in artikel 52, eerste lid, of 53, eerste lid, van dit besluit of op grond van een resultatenlijst als bedoeld in artikel 7.4.6, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
b. een of meer door een andere instelling voor educatie en beroepsonderwijs afgegeven cijferlijsten als bedoeld in artikel 52, eerste lid, of 53, eerste lid, van dit besluit of op grond van een resultatenlijst als bedoeld in artikel 7.4.6, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
c. een of meer cijferlijsten als bedoeld in artikel 30, eerste of tweede lid, of artikel 31, eerste lid, van het Staatsexamenbesluit VO;
d. een of meer bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van dit besluit, of als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van het Staatsexamenbesluit VO.
**5.** Cijferlijsten worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het jaar waarin zij zijn vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
**6.** De kandidaat toont in voorkomend geval ten genoegen van de directeur aan dat hij recht heeft op een vrijstelling of ontheffing ingevolge de artikelen 11, 12, 13, 22, 23, 24 of 25, of ingevolge artikel 9, van dit besluit, dan wel als bedoeld in artikel 10 van het Staatsexamenbesluit VO.
**6.** De kandidaat toont in voorkomend geval ten genoegen van de directeur aan dat hij recht heeft op een vrijstelling of ontheffing ingevolge de artikelen 11, 12, 13, 22, 23, 24 of 25, onverminderd de artikelen 14 en 26, of ingevolge artikel 9, van dit besluit, dan wel als bedoeld in artikel 10 van het Staatsexamenbesluit VO.
**7.** De directeur vergewist zich ervan dat het eindexamen de in de artikelen 11, 12,13, 22, 23, 24 of 25 voorgeschreven vakken en rekentoets omvat.
@ -787,11 +795,11 @@ c. hij onverminderd onderdeel b:
3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; of
4°. voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt;
d. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het tweede lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald; en
e. hij voor de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.
e. hij voor het vak lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.
**2.**
Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer en het profielwerkstuk. Het bevoegd gezag kan daaraan toevoegen:
Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer, culturele en kunstzinnige vorming en het profielwerkstuk. Het bevoegd gezag kan daaraan toevoegen:
a. literatuur, als onderdeel van alle afzonderlijke moderne talen, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, literatuur voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen van de desbetreffende taal en literatuur;
b. algemene natuurwetenschappen in het havo en vwo;
@ -805,7 +813,7 @@ c. bij bijzondere scholen: godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs,
### Artikel 51
**1.** De kandidaat heeft voor één vak van het eindexamen waarin hij reeds centraal examen heeft afgelegd, nadat ingevolge artikel 49, vierde lid, of artikel 50, vijfde lid, de eindcijfers zijn bekendgemaakt, het recht om in het tweede tijdvak of, indien artikel 45, eerste lid, van toepassing is, in het derde tijdvak, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen of aan het cspe, met dien verstande dat indien het betreft het eindexamen van de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg in het vmbo, dit recht eveneens bestaat voor het cspe af te nemen door het bevoegd gezag aansluitend aan het eerste tijdvak of in het tweede tijdvak. De herkansing van het cspe bestaat uit het opnieuw afleggen van deze toets of van één of meer onderdelen daarvan.
**1.** De kandidaat heeft het recht om voor één vak van het eindexamen waarin hij al centraal examen heeft afgelegd, in het tweede of, indien artikel 45, eerste lid, van toepassing is, derde tijdvak, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen of aan het cspe. Bij het eindexamen van de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg heeft de kandidaat het recht, bedoeld in de eerste volzin, ook voor het cspe dat door het bevoegd gezag aansluitend aan het eerste tijdvak of in het tweede tijdvak wordt afgenomen. De herkansing van het cspe bestaat uit het opnieuw afleggen van deze toets of van één of meer onderdelen daarvan. De kandidaat heeft het recht, bedoeld in de eerste volzin, alleen indien op grond van artikel 49, vierde lid, of artikel 50, vijfde lid, de eindcijfers zijn bekendgemaakt.
**2.** De kandidaat stelt de directeur voor een door deze laatste te bepalen dag en tijdstip schriftelijk in kennis van gebruikmaking van het in het eerste lid bedoelde recht.
@ -819,6 +827,10 @@ c. bij bijzondere scholen: godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs,
### Artikel 51a
Indien een kandidaat gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot het afleggen van eindexamen in een vak op hoger niveau dan het niveau van de schoolsoort of leerweg van inschrijving, stelt de directeur de kandidaat in de gelegenheid in dat vak alsnog het eindexamen af te leggen van die schoolsoort of leerweg.
### Artikel 51a1
**1.** De kandidaat wordt binnen de periode waarin de rekentoets wordt afgenomen, bedoeld in artikel 46, vierde lid, viermaal in de gelegenheid gesteld de rekentoets af te leggen, met dien verstande dat de eerste mogelijkheid in het voorlaatste leerjaar wordt geboden.
**2.** Indien de kandidaat in één leerjaar examen doet, wordt in afwijking van het eerste lid een kandidaat driemaal in de gelegenheid gesteld de rekentoets af te leggen.
@ -829,6 +841,8 @@ c. bij bijzondere scholen: godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs,
**5.** Indien een kandidaat gebruik heeft gemaakt van de rekentoets ER of van de mogelijkheid tot het afleggen van de rekentoets op een hoger niveau, bedoeld in de artikelen 13, tweede lid, 22, tweede lid, 23, zesde lid, 24, vijfde lid, of 25, vijfde lid, stelt de directeur de kandidaat in de gelegenheid bij de tweede, derde of vierde gelegenheid, de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor de schoolsoort of leerweg waarin hij eindexamen doet.
**6.** Na afloop van een rekentoets wordt het cijfer van de toets schriftelijk aan de kandidaat bekendgemaakt, in voorkomend geval onder vermelding van het aantal nog resterende gelegenheden om de toets af te leggen.
### Artikel 52
**1.**
@ -946,7 +960,7 @@ c. de kandidaat staat ingeschreven voor atheneum onderwijs.
### Artikel 52c
**1.** Indien de kandidaat de rekentoets, een centraal examen of een afsluitend schoolexamen in één of meer vakken heeft afgelegd in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande leerjaar en vervolgens de school verlaat zonder het eindexamen te voltooien, verstrekt de directeur hem een voorlopige cijferlijst.
**1.** Indien de kandidaat de rekentoets, een centraal examen of een afsluitend schoolexamen in één of meer vakken heeft afgelegd in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande leerjaar en vervolgens de school verlaat zonder het eindexamen te voltooien, verstrekt de directeur hem een voorlopige cijferlijst met de behaalde eindcijfers, voor zover deze niet op grond van artikel 37a, vijfde lid, zijn vervallen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de kandidaat die het gespreid centraal examen, bedoeld in artikel 59, aflegt.
**2.** Op de voorlopige cijferlijst worden de rekentoets, het vak of de vakken waarin de kandidaat centraal examen heeft afgelegd vermeld, alsmede het cijfer van het schoolexamen, het cijfer van het centraal examen en het eindcijfer, met de aantekening of het eindcijfer voor de rekentoets gebaseerd is op een rekentoets ER en of gebruik is gemaakt van de herkansingsmogelijkheid als bedoeld in artikel 51.
@ -954,6 +968,8 @@ c. de kandidaat staat ingeschreven voor atheneum onderwijs.
**4.** Onze Minister stelt het model van de voorlopige cijferlijst vast.
**5.** Aan de voorlopige cijferlijst kunnen geen rechten meer worden ontleend met ingang van het moment waarop aan de kandidaat tevens een cijferlijst als bedoeld in artikel 52, eerste lid, is uitgereikt die ten minste de eindcijfers van de voorlopige cijferlijst omvat.
### Artikel 53
**1.**
@ -982,9 +998,18 @@ a. het vak of de vakken waarvoor de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft beh
b. de rekentoets, indien de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en
c. het thema van het profielwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende».
**4.** Onze Minister stelt het model van het certificaat en de cijferlijst vast.
**4.**
**5.** Indien de rekentoets waarvoor het eindcijfer is vastgesteld een rekentoets ER betreft, wordt op de cijferlijst of het certificaat bij vermelding van de rekentoets de toevoeging «ER» geplaatst.
De directeur reikt aan de kandidaat, bedoeld in artikel 2, vierde lid, tweede volzin, die deeleindexamen vmbo aan een school voor voortgezet onderwijs heeft afgelegd, een cijferlijst uit waarop zijn vermeld, voor zover van toepassing:
a. de leerweg,
b. de cijfers voor het schoolexamen en het centraal examen,
c. het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk, en
d. de eindcijfers voor de examenvakken, met inbegrip van het cijfer dat is bepaald op grond van artikel 49, derde of vierde lid.
**5.** Onze Minister stelt het model van het certificaat en de cijferlijst vast.
**6.** Indien de rekentoets waarvoor het eindcijfer is vastgesteld een rekentoets ER betreft, wordt op de cijferlijst of het certificaat bij vermelding van de rekentoets de toevoeging «ER» geplaatst.
### Artikel 54
@ -992,7 +1017,7 @@ c. het thema van het profielwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «vo
**2.** Een schriftelijke verklaring dat een in het eerste lid bedoeld document is afgegeven, welke verklaring dezelfde waarde heeft als dat document zelf, kan uitsluitend door Onze Minister worden verstrekt.
**3.** Een document ter vervanging van een diploma, certificaat of cijferlijst kan uitsluitend door Onze Minister worden verstrekt indien op grond van artikel 4, vierde lid, artikel 7, eerste lid, of artikel 28b, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek de voornaam onderscheidenlijk de geslachtsnaam van de kandidaat is gewijzigd.
**3.** Een document ter vervanging van een diploma, certificaat of cijferlijst kan uitsluitend door Onze Minister worden verstrekt indien op grond van artikel 4, vierde lid, artikel 7, eerste lid, of artikel 28b, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of ten gevolge van het verkrijgen van het Nederlanderschap op grond van artikel 7, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, de voornaam onderscheidenlijk de geslachtsnaam van de kandidaat is gewijzigd.
## Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
@ -1004,7 +1029,7 @@ c. het thema van het profielwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «vo
Tenzij sprake is van een objectief waarneembare lichamelijke handicap, geldt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde aangepaste wijze van examineren dat:
a. er een deskundigenverklaring is die door een ter zake deskundige psycholoog of orthopedagoog is opgesteld,
a. er een deskundigenverklaring is die door een ter zake kundige psycholoog, orthopedagoog, neuroloog of psychiater is opgesteld,
b. de aanpassing voor zover betrekking hebbend op het centraal examen of de rekentoets in ieder geval kan bestaan uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten, en
c. een andere aanpassing slechts kan worden toegestaan voor zover daartoe in de onder a genoemde deskundigenverklaring ten aanzien van betrokkene een voorstel wordt gedaan dan wel indien de aanpassing aantoonbaar aansluit bij de begeleidingsadviezen, vermeld in die deskundigenverklaring.
@ -1098,26 +1123,19 @@ b. de rekentoets te hebben afgelegd.
### Artikel 64
In afwijking van artikel 52a, tweede en derde lid, wordt voor het judicium cum laude geen rekening gehouden met het behaalde eindcijfer voor de rekentoets, zolang de artikelen 61 of 63 van toepassing zijn op het eindexamen in de betreffende leerweg van het vmbo onderscheidenlijk in het havo.
In afwijking van artikel 52a, tweede tot en met vijfde lid, wordt voor het judicium cum laude geen rekening gehouden met het behaalde eindcijfer voor de rekentoets, zolang de artikelen 61 of 63 van toepassing zijn op het eindexamen in de betreffende leerweg van het vmbo onderscheidenlijk in het havo.
### Artikel 65
In afwijking van artikel 50, eerste lid, onderdeel b, dient de kandidaat die in het schooljaar 20152016 het eindexamen vwo heeft afgelegd:
a. voor één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C, ten minste het eindcijfer 5 te hebben behaald en voor het andere vak dan wel vakken, genoemd in dit onderdeel ten minste het eindcijfer 6 of meer te hebben behaald; en
b. voor de rekentoets ten minste het eindcijfer 5 te hebben behaald.
Vervallen
### Artikel 65a
**1.** Indien de resultaten van de rekentoets dan wel onvoorziene omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan bij koninklijk besluit worden bepaald dat de overgangsperiode, bedoeld in artikel 65, met een schooljaar wordt verlengd, met dien verstande dat dan in het schooljaar 20152016 voor de rekentoets in plaats van het eindcijfer 5 ten minste het eindcijfer 4 is vereist en in het schooljaar 20162017 ten minste het eindcijfer 5.
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid kan onderscheid worden gemaakt naar de omstandigheid dat de rekentoets ER onderdeel uitmaakt van de uitslagregeling.
**3.** Er is in elk geval sprake van een situatie als bedoeld in het eerste lid indien een voldoende representatief beeld bestaat van de landelijk behaalde eindcijfers voor de rekentoets in het eindexamen van het vwo en daaruit naar voren komt dat meer dan 5 procent van de kandidaten in het eindexamen van het vwo geen diploma zou behalen alleen als gevolg van deze rekentoets.
Vervallen
### Artikel 65b
De artikelen in dit hoofdstuk vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
De artikelen 61 tot en met 64 vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
### Artikel 66