2009-07-01 | BWBR0008973 | Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
This commit is contained in:
parent
41b5648bbf
commit
75fc3d1982
1 changed files with 3 additions and 30 deletions
|
|
@ -203,7 +203,7 @@ j. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
|
|||
|
||||
**2.** Voordat een beveiligingsorganisatie, of zodra een particuliere alarmcentrale als bedoeld in artikel 3, onderdeel *b*, aan welke een vergunning is verleend in een gemeente een begin maakt met nieuwe beveiligingswerkzaamheden informeert zij hierover de korpschef van het politiekorps in de regio waarin deze gemeente gelegen is. Indien een beveiligingsorganisatie aan welke een vergunning is verleend, een begin maakt met nieuwe beveiligingswerkzaamheden op een luchtvaartterrein, informeert zij hierover de commandant van de Koninklijke marechaussee.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan aan de korpschef onderscheidenlijk de commandant van de Koninklijke marechaussee algemene en bijzondere aanwijzingen geven ter uitvoering van deze wet. Algemene aanwijzingen aan de korpschef worden verstrekt door tussenkomst van de korpsbeheerder.
|
||||
**3.** Onze Minister kan aan de korpschef onderscheidenlijk de commandant van de Koninklijke marechaussee algemene en bijzondere aanwijzingen geven ter uitvoering van deze wet. Algemene aanwijzingen aan de korpschef worden verstrekt door tussenkomst van de korpsbeheerder. Artikel 10:22, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -226,20 +226,7 @@ f. een beveiligingsorganisatie of recherchebureau gedurende een jaar geen beveil
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Indien wordt gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 4, vijfde of zesde lid, 6, 7, eerste, tweede of vijfde lid, 8, tweede lid, 9, 10, eerste, derde of vierde lid, 11, tweede lid, of 12, eerste of tweede lid, kan Onze Minister ter zake van de overtreding aan de houder van de vergunning bij beschikking een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 11 250.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de overtreding en de omstandigheden waarin de vergunninghouder verkeert. Onze Minister legt geen boete op indien de vergunninghouder aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De beschikking vermeldt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de hoogte van de boete,
|
||||
b. de termijn waarbinnen de boete moet worden betaald,
|
||||
c. het feit ter zake waarvan de boete wordt opgelegd alsmede het overtreden wettelijk voorschrift onderscheidenlijk de overtreding bepaling en
|
||||
d. een aanduiding van de plaats waar en van het tijdstip waarop de overtreding is begaan.
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt twee jaar nadat de overtreding is begaan.
|
||||
Onze Minister kan aan de houder van de vergunning een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste EUR 11 250 ter zake van overtreding van artikel 4, vijfde of zesde lid, 6, 7, eerste, tweede of vijfde lid, 8, tweede lid, 9, 10, eerste, derde of vierde lid, 11, tweede lid, of 12, eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -247,23 +234,9 @@ d. een aanduiding van de plaats waar en van het tijdstip waarop de overtreding i
|
|||
|
||||
**2.** Ten dienste van het onderzoek beschikken zij over de in artikel 11, tweede en derde lid, bedoelde bevoegdheden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister of een ambtenaar als bedoeld in het eerste lid jegens de vergunninghouder een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaald feit een boete zal worden opgelegd, is de vergunninghouder niet langer verplicht terzake van dat feit enige verklaring af te leggen. De vergunninghouder wordt hiervan in kennis gesteld voordat hem mondeling terzake om informatie wordt gevraagd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien Onze Minister voornemens is een boete op te leggen, geeft hij de vergunninghouder daarvan kennis onder vermelding van het feit terzake waarvan het voornemen bestaat en van de gronden waarop het voornemen berust. De vergunninghouder wordt in de gelegenheid gesteld daarover naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** De werking van de beschikking waarbij een boete wordt opgelegd, wordt opgeschort totdat de bezwaartermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, op het bezwaar is beslist.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de boete niet is betaald binnen de overeenkomstig artikel 15, derde lid, onderdeel b, bepaalde termijn, wordt de vergunninghouder schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, te betalen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij gebreke van betaling kan Onze Minister de boete, verhoogd met de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, bij dwangbevel invorderen.
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegdheid tot invordering vervalt binnen twee jaar nadat de beschikking inzake oplegging van de boete onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**5.** Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
|
||||
|
||||
**6.** Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de Staat. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de Staat kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.
|
||||
De werking van de beschikking waarbij een bestuurlijke boete wordt opgelegd, wordt opgeschort totdat de bezwaartermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, op het bezwaar is beslist.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue