2005-10-28 | BWBR0006155 | Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen
This commit is contained in:
parent
0619d9e9e8
commit
761cd5875e
1 changed files with 31 additions and 25 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen
|
|||
bwb_id: BWBR0006155
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1994-05-15'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2005-06-07'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006155
|
||||
citeertitel: Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -15,7 +15,7 @@ citeertitel: Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen
|
|||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. inrichting: inrichting die behoort tot een categorie, aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
b. BSB-aktie: aktie, gericht op systematische ondersteuning van de vrijwillige sanering van de bodem van in gebruik zijnde bedrijfsterreinen, als bedoeld in artikel 3;
|
||||
b. BSB-aktie: aktie, gericht op systematische ondersteuning van de vrijwillige sanering van de bodem van in gebruik zijnde bedrijfsterreinen, als bedoeld in artikel 4a;
|
||||
c. vooronderzoek: onderzoek ter vaststelling van de kwaliteit van de bodem op een wijze als aangegeven in de Nederlandse voornorm 5725 «Bodem – leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek» (uitgave van de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut, Delft 1999), dan wel in de door Onze Minister aangewezen norm;
|
||||
d. verkennend onderzoek: onderzoek ter vaststelling van de kwaliteit van de bodem op een wijze als aangegeven in de Nederlandse norm 5740 «Bodem – onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond» (uitgave van de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut, Delft 1999), dan wel in de door Onze Minister aangewezen norm;
|
||||
e. werkprogramma tankstations: Werkprogramma milieumaatregelen bij tankstations (uitgave van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, 's-Gravenhage 1991).
|
||||
|
|
@ -24,44 +24,50 @@ e. werkprogramma tankstations: Werkprogramma milieumaatregelen bij tankstations
|
|||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen zijn gedeputeerde staten van de provincie waarin de inrichting geheel of grotendeels is gelegen, het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid zijn met betrekking tot een inrichting die geheel of grotendeels is gelegen in de gemeenten Almelo, Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Breda, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Emmen, Enschede, 's-Gravenhage, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, 's-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo of Zaanstad, burgemeester en wethouders van die gemeente het bevoegd gezag.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid zijn met betrekking tot een inrichting die geheel of grotendeels is gelegen in de gemeenten Almelo, Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Breda, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Emmen, Enschede, 's-Gravenhage, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, 's-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad of Zwolle, burgemeester en wethouders van die gemeente het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst in iedere provincie een of meer instanties aan, die belast zijn met het uitvoeren van een BSB-aktie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een BSB-aktie omvat ten minste:
|
||||
|
||||
a. het inventariseren van in gebruik zijnde bedrijfsterreinen waar aktiviteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden waardoor de bodem kan worden of zijn verontreinigd of aangetast;
|
||||
b. het per bedrijfsterrein aangeven met welke prioriteit een onderzoek naar de kwaliteit van de bodem noodzakelijk is, en het uitnodigen van de betreffende bedrijven tot het verrichten van dit onderzoek, en
|
||||
c. het registreren van de resultaten van de onder *b* bedoelde bodemonderzoeken.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde instantie meldt het bevoegd gezag eenmaal per kwartaal de prioriteiten, bedoeld in het tweede lid, onder *b*, in het eerstvolgende kwartaal, alsmede welke van de in het tweede lid, onder *b*, bedoelde onderzoeken in het daaraan voorafgaande kwartaal hebben plaatsgevonden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Degene die een inrichting drijft, op een locatie waar op 31 december 1989 een inrichting was gevestigd:
|
||||
Degene die een inrichting drijft, op een locatie waar op 31 december 1989 een inrichting was gevestigd:
|
||||
|
||||
a. die blijkens het register van de Kamer van Koophandel op dat tijdstip wat betreft de hoofd- of nevenactiviteit behoorde tot een in de bijlage bedoelde bedrijfsgroep, en
|
||||
b. waarvoor sinds dat tijdstip niet een krachtens artikel 8.40 of 8.44 van de Wet milieubeheer vastgestelde algemene maatregel van bestuur van toepassing was, verricht op aanwijzing van het bevoegd gezag in de inrichting een vooronderzoek en een verkennend onderzoek en legt de onderzoeksresultaten binnen zes maanden na ontvangst van de aanwijzing aan het bevoegde gezag over.
|
||||
b. waarvoor sinds dat tijdstip niet een krachtens artikel 8.40 of 8.44 van de Wet milieubeheer vastgestelde algemene maatregel van bestuur van toepassing was, verricht op aanwijzing van het bevoegd gezag in de inrichting een vooronderzoek en een verkennend onderzoek en legt de onderzoeksresultaten binnen zes maanden na ontvangst van de aanwijzing aan het bevoegde gezag over.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid, onder b, geldt de in het eerste lid bedoelde verplichting in ieder geval ten aanzien van een inrichting waarop het Besluit herstelinrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer of het Besluit chemische wasserijen milieubeheer van toepassing was.
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet:
|
||||
|
||||
a. indien de resultaten van een verkennend onderzoek, oriënterend onderzoek of nader onderzoek aan de in artikel 3 bedoelde instantie zijn overgelegd;
|
||||
b. indien in het kader van de Interimwet bodemsanering of van § 3 van hoofdstuk IV van de Wet bodembescherming bodemonderzoek is verricht, of
|
||||
c. indien in het kader van het werkprogramma tankstations een bodemonderzoek als omschreven in de handleiding bodemsanering tankstations (bijlage VI van dat werkprogramma) is verricht.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag doet de in het eerste lid genoemde aanwijzing slechts, indien binnen een jaar na verzending van een uitnodiging als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder *b*, geen resultaten van het in dat artikel bedoelde onderzoek zijn ontvangen.
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag doet de in het eerste lid genoemde aanwijzing slechts, indien binnen een jaar na verzending van een uitnodiging als bedoeld in artikel 4a, derde lid, onder b, geen resultaten van het in dat artikel bedoelde onderzoek zijn ontvangen.
|
||||
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten informeren burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inrichting geheel of grotendeels is gelegen, over de in het eerste lid genoemde aanwijzing en over de resultaten van het verrichte onderzoek.
|
||||
|
||||
**5.** Voorzover nodig in afwijking van het eerste lid, onder b, geldt de in het eerste lid bedoelde verplichting in ieder geval ten aanzien van een inrichting waarop het Besluit herstelinrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer of het Besluit chemische wasserijen milieubeheer van toepassing was. Het tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. in het kader van een BSB-aktie een verkennend onderzoek, oriënterend onderzoek of nader onderzoek is verricht en de resultaten daarvan zijn overgelegd aan de in artikel 4a bedoelde instantie of aan het bevoegd gezag indien geen aanwijzing als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, is gedaan;
|
||||
b. in het kader van de Interimwet bodemsanering of van § 3 van hoofdstuk IV van de Wet bodembescherming bodemonderzoek is verricht, of
|
||||
c. in het kader van het werkprogramma tankstations een bodemonderzoek als omschreven in de handleiding bodemsanering tankstations (bijlage VI van dat werkprogramma) is verricht.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan een of meer instanties aanwijzen, die belast zijn met het uitvoeren van een BSB-aktie met het oog op een onderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bevoegd gezag geen aanwijzing heeft gedaan als bedoeld in het eerste lid, is het bevoegd gezag zelf belast met het uitvoeren van een BSB-aktie.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een BSB-aktie omvat ten minste:
|
||||
|
||||
a. het inventariseren van in gebruik zijnde bedrijfsterreinen waar activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden waardoor de bodem kan worden of zijn verontreinigd of aangetast;
|
||||
b. het per bedrijfsterrein aangeven met welke prioriteit een onderzoek naar de kwaliteit van de bodem noodzakelijk is, en het uitnodigen van de betreffende bedrijven tot het verrichten van dit onderzoek, en
|
||||
c. het registreren van de resultaten van de onder b bedoelde bodemonderzoeken.
|
||||
|
||||
**4.** De in het eerste lid bedoelde instantie meldt het bevoegd gezag eenmaal per kwartaal de prioriteiten, bedoeld in het derde lid, onder b, in het eerstvolgende kwartaal, alsmede welke van de in het derde lid, onder b, bedoelde onderzoeken in het daaraan voorafgaande kwartaal hebben plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue