2023-06-20 | BWBR0017017 | Wet kinderopvang
This commit is contained in:
parent
17a29ce09c
commit
761dd6d6bf
1 changed files with 4 additions and 25 deletions
|
|
@ -137,10 +137,6 @@ b. gastouderopvang in een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang.
|
|||
|
||||
**3.** Een ouder en diens partner die tevens ouder is worden voor de toepassing van deze wet geacht gezamenlijk één aanspraak te hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.5a
|
||||
|
||||
Onverminderd de artikelen 1.5 en 1.6 heeft een ouder die tijdelijk bescherming geniet als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij onder de reikwijdte valt van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 71/1) of een verlenging van dat besluit, aanspraak op kinderopvangtoeslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -280,22 +276,7 @@ De kinderopvangtoeslag blijft buiten beschouwing bij de verlening van andere op
|
|||
|
||||
### Artikel 1.12
|
||||
|
||||
**1.** Het college stelt op aanvraag van de ouder vast of hij of zijn partner dan wel het kind van de ouder een geïndiceerde persoon is als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel k of l, en in welke mate uit dien hoofde, voor zover andere voorzieningen geen passender oplossing kunnen bieden, kinderopvang in de zin van deze wet noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend bij het college van de gemeente waar de ouder zijn woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**3.** Alvorens te besluiten, wint het college ten behoeve van de vaststelling van de noodzakelijkheid van kinderopvang als bedoeld in het eerste lid advies in van een onafhankelijke organisatie die beschikt over adequate deskundigheid.
|
||||
|
||||
**4.** Het besluit van het college vermeldt de geldigheidsduur van de indicatie.
|
||||
|
||||
**5.** Het college kan periodiek herindicatie verrichten van personen als bedoeld in het eerste lid. De herindicatie vindt plaats overeenkomstig het derde lid.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen:
|
||||
|
||||
a. nadere regels worden gesteld met betrekking tot de krachtens dit artikel aan de gemeente opgedragen taken en de wijze van uitoefening daarvan;
|
||||
b. organisaties als bedoeld in het derde lid worden aangewezen, waarbij tevens regels kunnen worden gesteld omtrent de door die organisaties te hanteren werkwijze.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 1.13
|
||||
|
||||
|
|
@ -920,7 +901,9 @@ Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van de artikelen 1.57b en 1.57c en
|
|||
|
||||
### Artikel 1.57e
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen kindercentra, gastouderbureaus en voorzieningen voor gastouderopvang tijdelijk worden vrijgesteld van een of meer artikelen van deze paragraaf, indien naleving van die artikelen redelijkerwijs niet gevergd kan worden vanwege bijzondere omstandigheden die verband houden met de bestrijding van de epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of een directe dreiging daarvan als bedoeld in de Wet publieke gezondheid. Aan de vrijstelling kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
|
||||
|
||||
**2.** Een vrijstelling geldt voor de duur van ten hoogste drie maanden en kan telkens voor ten hoogste drie maanden bij regeling van Onze Minister worden verlengd.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Oudercommissie
|
||||
|
||||
|
|
@ -1515,10 +1498,6 @@ Artikel 1.6, tweede en derde lid, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerki
|
|||
a. op de dag voor dat tijdstip aanspraak had op kinderopvangtoeslag, en
|
||||
b. hij of zijn partner op dat tijdstip arbeid verrichtte, niet zijnde tegenwoordige arbeid waaruit inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten dan wel inkomen dat hiermee gelijkgesteld wordt op grond van artikel 1.6, vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2c
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.3, tweede lid, aanhef en onderdeel b, heeft een ouder die als gevolg van de Wet van 20 november 2024 tot wijziging van de Wet kinderopvang om aanspraak op kinderopvangtoeslag mogelijk te maken voor Oekraïense ontheemden gelet op het Uitvoeringsbesluit van de Raad tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001, en ouders met een partner buiten de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland ook aanspraak op kinderopvangtoeslag te geven (Stb. 2024, 390) aanspraak op kinderopvangtoeslag, over de periode van 4 maart 2022 tot en met de inwerkingtredingsdatum van die wet aanspraak op kinderopvangtoeslag, indien de aanvraag om kinderopvangtoeslag uiterlijk op de laatste dag van de kalendermaand die drie kalendermaanden is gelegen na de inwerkingtredingsdatum van die wet is ingediend.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue