2016-01-01 | BWBR0002471 | Wet op de loonbelasting 1964

This commit is contained in:
Coornhert 2016-01-01 12:00:00 +00:00
parent 36b223cd87
commit 76a49d53c1

View file

@ -363,14 +363,15 @@ Bij ministeriële regeling kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Soci
a. voorzieningen die geheel of gedeeltelijk gebruikt of verbruikt worden op een bij die ministeriële regeling aan te wijzen werkplek;
b. het genot van een in het kader van de dienstbetrekking ter beschikking gesteld recht op vrij reizen per Nederlands openbaar vervoer dat niet is beperkt tot reizen over een vast traject ten behoeve van woon-werkverkeer (openbaarvervoerkaart) of recht op vermindering tot maximaal 50% van de prijs van vervoerbewijzen voor het reizen per Nederlands openbaar vervoer hoofdzakelijk buiten de ochtendspits (voordeelurenkaart);
c. rente van personeelsleningen;
d. het genot van een in het kader van de dienstbetrekking ter beschikking gestelde woning.
c. het genot van een in het kader van de dienstbetrekking ter beschikking gestelde woning.
**4.** De waarde van regelmatig bij het loon verstrekte vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of daarmee overeenkomende aanspraken uit een publiekrechtelijke regeling of collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesteld op 99% van de nominale waarde van die bonnen of aanspraken.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de waardering van aanspraken.
**5.** De waarde van het rentevoordeel van een door de inhoudingsplichtige dan wel door een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap aan de werknemer verstrekte geldlening ter zake van de aanschaf van een fiets, elektrische fiets of elektrische scooter wordt gesteld op nihil.
**6.** De ingevolge de vorige leden in aanmerking te nemen waarde wordt verminderd met het bedrag dat de werknemer ter zake in rekening wordt gebracht, met dien verstande dat de aldus verminderde waarde ten minste op nihil wordt gesteld.
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de waardering van aanspraken.
**7.** De ingevolge de vorige leden in aanmerking te nemen waarde wordt verminderd met het bedrag dat de werknemer ter zake in rekening wordt gebracht, met dien verstande dat de aldus verminderde waarde ten minste op nihil wordt gesteld.
### Artikel 13bis
@ -385,12 +386,11 @@ De auto wordt in ieder geval geacht ook voor privé-doeleinden ter beschikking t
**2.**
Het voordeel, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, wordt op jaarbasis verlaagd met:
Het voordeel, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, wordt op kalenderjaarbasis verlaagd met:
a. 11% van de waarde van de auto indien de CO_2-uitstoot niet hoger is dan 82 gram per kilometer;
b. 5% van de waarde van de auto indien de CO_2-uitstoot hoger is dan 82 gram per kilometer, maar niet hoger dan 110 gram per kilometer.
In afwijking van de eerste volzin wordt het voordeel, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, tot 1 januari 2016 op kalenderjaarbasis verlaagd met 21% van de waarde van de auto indien de CO_2-uitstoot 0 gram per kilometer is en met 18% van de waarde van de auto indien de CO_2-uitstoot hoger is dan 0 gram per kilometer, maar niet hoger is dan 50 gram per kilometer.
a. 21% van de waarde van de auto indien de CO_2-uitstoot 0 gram per kilometer is;
b. 10% van de waarde van de auto indien de CO_2-uitstoot hoger is dan 0 gram per kilometer, maar niet hoger is dan 50 gram per kilometer, en
c. 4% van de waarde van de auto indien de CO_2-uitstoot hoger is dan 50 gram per kilometer, maar niet hoger is dan 106 gram per kilometer.
**3.** Indien uit een rittenregistratie of anderszins blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt, wordt het voordeel gesteld op nihil.
@ -566,7 +566,7 @@ c. waarvan als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eers
Onder pensioenregeling wordt mede verstaan een regeling die:
a. het ouderdomspensioen na het bereiken van 40^1/_4 deelnemingsjaren aanvult (40^1/_4-deelnemingsjarenpensioen);
a. het ouderdomspensioen na het bereiken van 40^1/_2 deelnemingsjaren aanvult (deelnemingsjarenpensioen);
b. het partnerpensioen dan wel het wezenpensioen aanvult in verband met het ontbreken van uitkeringen ingevolge de Algemene nabestaandenwet en het verschil in verschuldigde premie voor de volksverzekeringen over het pensioen voor en na de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet (nabestaandenoverbruggingspensioen).
**3.** Ingeval een regeling voldoet aan de in het eerste lid opgenomen voorwaarden doch niet blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk opgenomen begrenzingen, is de regeling een pensioenregeling voorzover blijkt dat zij blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk opgenomen begrenzingen. De inhoudingsplichtige verzoekt de inspecteur uiterlijk op het eerste moment van overschrijding van de bedoelde begrenzingen vast te stellen welk deel van de desbetreffende aanspraak blijft binnen die begrenzingen. Bij toepassing van de eerste volzin geeft de inhoudingsplichtige bij elke te zijner tijd op basis van de regeling te verstrekken pensioenuitkering overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels aan welk deel daarvan tot het loon van de werknemer behoort. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
@ -690,19 +690,19 @@ e. aanpassing van de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum van het ou
**1.**
Een 40^1/_4-deelnemingsjarenpensioen is een levenslang pensioen dat:
Een deelnemingsjarenpensioen is een levenslang pensioen dat:
a. ingaat op hetzelfde tijdstip als het ouderdomspensioen;
b. met inbegrip van het ouderdomspensioen niet meer bedraagt dan 75% van het gemiddelde pensioengevend loon tot dat tijdstip ingeval het ouderdomspensioen ingaat bij het bereiken van de 63^1/_4-jarige leeftijd;
c. niet eerder wordt opgebouwd dan vanaf het tijdstip waarop de werknemer 40^1/_4 deelnemingsjaren heeft bereikt.
b. met inbegrip van het ouderdomspensioen niet meer bedraagt dan 75% van het gemiddelde pensioengevend loon tot dat tijdstip ingeval het ouderdomspensioen ingaat bij het bereiken van de 63^1/_2-jarige leeftijd;
c. niet eerder wordt opgebouwd dan vanaf het tijdstip waarop de werknemer 40^1/_2 deelnemingsjaren heeft bereikt.
**2.** Ingeval het 40^1/_4-deelnemingsjarenpensioen later ingaat dan bij het bereiken van de 63^1/_4-jarige leeftijd mag het 40^1/_4-deelnemingsjarenpensioen na het bereiken van die leeftijd met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden verhoogd.
**2.** Ingeval het deelnemingsjarenpensioen later ingaat dan bij het bereiken van de 63^1/_2-jarige leeftijd mag het deelnemingsjarenpensioen na het bereiken van die leeftijd met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden verhoogd.
**3.** Ingeval het 40^1/_4-deelnemingsjarenpensioen eerder ingaat dan bij het bereiken van de 63^1/_4-jarige leeftijd wordt het 40^1/_4-deelnemingsjarenpensioen met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen herrekend ten opzichte van die leeftijd.
**3.** Ingeval het deelnemingsjarenpensioen eerder ingaat dan bij het bereiken van de 63^1/_2-jarige leeftijd wordt het deelnemingsjarenpensioen met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen herrekend ten opzichte van die leeftijd.
**4.** De artikelen 18a, negende lid, en 18d zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat door de overeenkomstige toepassing van artikel 18d, eerste lid, onderdeel d, een 40^1/_4-deelnemingsjarenpensioen met inbegrip van het ouderdomspensioen niet meer bedraagt dan 100% van het laatste pensioengevend loon.
**4.** De artikelen 18a, negende lid, en 18d zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat door de overeenkomstige toepassing van artikel 18d, eerste lid, onderdeel d, een deelnemingsjarenpensioen met inbegrip van het ouderdomspensioen niet meer bedraagt dan 100% van het laatste pensioengevend loon.
**5.** Het in het eerste lid opgenomen maximum wordt voor de periode vanaf het bereiken van de 65^1/_4-jarige leeftijd opgevat met inbegrip van een bedrag dat ten minste wordt gesteld op de uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag.
**5.** Het in het eerste lid opgenomen maximum wordt voor de periode vanaf het bereiken van de 65^1/_2-jarige leeftijd opgevat met inbegrip van een bedrag dat ten minste wordt gesteld op de uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag.
### Artikel 18f
@ -728,7 +728,9 @@ e. de situatie waarin het loon wordt verlaagd in verband met ziekte of arbeidson
### Artikel 18ga
Als pensioengevend loon als bedoeld in de artikelen 18a, 18b, 18c, 18d en 18e wordt ten hoogste een bedrag van € 100.000 in aanmerking genomen. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor.
**1.** Als pensioengevend loon als bedoeld in de artikelen 18a, 18b, 18c, 18d en 18e wordt ten hoogste een bedrag van € 101 519 in aanmerking genomen. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor.
**2.** Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de contractloonontwikkelingsfactor, bedoeld in artikel 10.2b, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.
### Artikel 18h
@ -750,7 +752,7 @@ Met betrekking tot diensttijd waarin het loon nihil is of anderszins aanzienlijk
Als verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 18 kan optreden:
a. een lichaam dat ingevolge artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is vrijgesteld van die belasting;
a. een lichaam dat ingevolge artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is vrijgesteld van die belasting of dat een algemeen pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet is;
b. een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, mits deze de pensioenverplichting voor de heffing van de vennootschapsbelasting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen;
c. een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, mits het pensioen de voortzetting is van een pensioen dat reeds was verzekerd bij die verzekeraar in een periode waarin de werknemer of gewezen werknemer niet in Nederland woonde of niet in Nederland een dienstbetrekking vervulde;
d. een ander lichaam dan bedoeld in de onderdelen *a* , *b* en *c* , dat in Nederland is gevestigd, de pensioenverplichting voor de heffing van de vennootschapsbelasting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen en voldoet aan de in het tweede lid gestelde voorwaarden;
@ -853,10 +855,10 @@ De belasting over een loontijdvak van een jaar wordt bepaald aan de hand van de
| Bij een belastbaar loon van meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | |
| --- | --- | --- | --- |
| I | II | III | IV |
| | € 19.822 | | 8,35% |
| € 19.822 | € 33.589 | € 1.655 | 13,85% |
| € 33.589 | € 57.585 | € 3.561 | 42,00% |
| € 57.585 | | € 13.639 | 52,00% |
| | € 19.922 | | 8,40% |
| € 19.922 | € 33.715 | € 1.673 | 12,25% |
| € 33.715 | € 66.421 | € 3.362 | 40,40% |
| € 66.421 | | € 16.575 | 52,00% |
@ -871,10 +873,10 @@ In afwijking van artikel 20a, eerste lid, wordt indien de werknemer vóór 1 ja
| Bij een belastbaar loon van meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | |
| --- | --- | --- | --- |
| I | II | III | IV |
| | € 19.822 | | 8,35% |
| € 19.822 | € 33.857 | € 1.655 | 13,85% |
| € 33.857 | € 57.585 | € 3.598 | 42,00% |
| € 57.585 | | € 13.563 | 52,00% |
| | € 19.922 | | 8,40% |
| € 19.922 | € 34.027 | € 1.673 | 12,25% |
| € 34.027 | € 66.421 | € 3.400 | 40,40% |
| € 66.421 | | € 16.487 | 52,00% |
**2.** De in het eerste lid vermelde bedragen worden bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door de bedragen die krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden vastgesteld ter vervanging van de in artikel 2.10a, eerste lid, van die wet vermelde bedragen.
@ -908,7 +910,7 @@ f. de alleenstaande ouderenkorting (artikel 22c).
**1.** Voor de werknemer is de algemene heffingskorting van toepassing.
**2.** De algemene heffingskorting bedraagt € 2.203, verminderd met 2,32% van het gedeelte van het belastbare loon dat meer bedraagt dan € 19.822, met dien verstande dat de vermindering ten hoogste € 861 bedraagt.
**2.** De algemene heffingskorting bedraagt € 2.242, verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met 4,796% van het gedeelte van het belastbare loon dat meer bedraagt dan het in de tabel van artikel 20a, eerste lid, in de tweede kolom als eerste vermelde bedrag.
### Artikel 22a
@ -918,9 +920,9 @@ f. de alleenstaande ouderenkorting (artikel 22c).
De arbeidskorting wordt berekend over het loon uit tegenwoordige arbeid en bedraagt:
a. 1,810% van dat loon met een maximum van € 163, vermeerderd met:
b. 19,679% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 9.010, waarbij de som van de bedragen berekend op de voet van de onderdelen a en b niet meer bedraagt dan € 2.220, en verminderd, doch niet verder dan tot € 184, met:
c. 4,00% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 49.770.
a. 1,793% van dat loon met een maximum van € 164, vermeerderd met:
b. 27,698% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 9.147, waarbij de som van de bedragen berekend op de voet van de onderdelen a en b niet meer bedraagt dan € 3.103, en verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met:
c. 4,00% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 49.965.
**3.**
@ -933,7 +935,7 @@ d. uitkeringen op grond van de Wet arbeid en zorg en aanvullingen daarop door de
### Artikel 22abis
**1.** Voor de werknemer die loon uit tegenwoordige arbeid geniet en die bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 64 jaar, is de werkbonus van toepassing.
**1.** Voor de werknemer die loon uit tegenwoordige arbeid geniet en die bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 64 jaar, is de werkbonus van toepassing.
**2.**
@ -946,19 +948,19 @@ b. 10,567% van het loon uit tegenwoordige arbeid voor zover dat meer bedraagt da
**1.** Voor de werknemer die een uitkering geniet op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van die wet, is de jonggehandicaptenkorting van toepassing. De korting kan tevens worden toegepast ten aanzien van de werknemer die ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, doch welke uitkering ingevolge artikel 3:48, 3:50 of 3:51 van die wet niet wordt betaald.
**2.** De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 715.
**2.** De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 719.
### Artikel 22b
**1.** Voor de werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, is de ouderenkorting van toepassing.
**2.** De ouderenkorting bedraagt € 1.042 indien de werknemer een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 35.770. De ouderenkorting bedraagt € 152 indien de werknemer een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis meer bedraagt dan € 35.770.
**2.** De ouderenkorting bedraagt € 1.187 indien de werknemer een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 35.949. De ouderenkorting bedraagt € 70 indien de werknemer een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis meer bedraagt dan € 35.949.
### Artikel 22c
**1.** Voor de werknemer die een uitkering als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet geniet, is de alleenstaande ouderenkorting van toepassing.
**2.** De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 433.
**2.** De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 436.
### Artikel 22ca
@ -966,7 +968,7 @@ Vervallen
### Artikel 22d
De in de artikelen 22, 22a, 22aa, 22b en 22c vermelde bedragen en percentages worden bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door de bedragen en percentages die krachtens de artikelen 10.1 en 10.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden vastgesteld ter vervanging van de in de artikelen 8.10, 8.11, 8.16a, 8.17 en 8.18 van die wet vermelde bedragen en percentages.
De in de artikelen 22, 22a, 22aa, 22b en 22c vermelde bedragen en percentages worden bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door de bedragen en percentages die krachtens de artikelen 10.1, 10.6b en 10.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden vastgesteld ter vervanging van de in de artikelen 8.10, 8.11, 8.16a, 8.17 en 8.18 van die wet vermelde bedragen en percentages.
### Artikel 23
@ -1014,11 +1016,9 @@ Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de toepassing van d
**1.** Tantièmes, gratificaties en andere beloningen die in de regel slechts eenmaal of eenmaal per jaar worden toegekend, worden belast volgens loonbelastingtabellen voor bijzondere beloningen die bij ministeriële regeling worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 25, tweede en derde lid, met dien verstande dat in deze tabellen jaarlonen en belastingpercentages worden opgenomen.
**2.** Indien dit niet tot een hoger belastingbedrag leidt, mogen de in het eerste lid bedoelde beloningen worden beschouwd als een toevoeging aan het loon over het loontijdvak waarin zij worden uitbetaald.
**2.** Overwerkloon mag worden belast naar het percentage dat wordt aangewezen door de loonbelastingtabel voor bijzondere beloningen.
**3.** Overwerkloon mag worden belast naar het percentage dat wordt aangewezen door de loonbelastingtabel voor bijzondere beloningen.
**4.**
**3.**
Als jaarloon geldt voor de toepassing van dit artikel:
@ -1026,9 +1026,9 @@ a. ingeval de werknemer over het gehele voorafgaande kalenderjaar van de inhoudi
b. ingeval de werknemer over een gedeelte van het voorafgaande kalenderjaar van de inhoudingsplichtige loon heeft genoten: het tot een jaarloon herleide bedrag van het in dat jaar genoten loon;
c. in andere gevallen: het in het kalenderjaar te genieten loon, indien over het gehele jaar van de inhoudingsplichtige loon zou worden genoten.
**5.** Als overwerkloon gelden voor de toepassing van dit artikel de beloningen ter zake van arbeid welke wordt verricht gedurende de tijd die uitgaat boven de voor de werknemer geldende normale arbeidsduur.
**4.** Als overwerkloon gelden voor de toepassing van dit artikel de beloningen ter zake van arbeid welke wordt verricht gedurende de tijd die uitgaat boven de voor de werknemer geldende normale arbeidsduur.
**6.** Voor het geval de werknemer binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen in de zin van artikel 27e van inhoudingsplichtige is gewisseld, kunnen voor de toepassing van het vierde lid bij ministeriële regeling aanvullende bepalingen worden gesteld.
**5.** Voor het geval de werknemer binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen in de zin van artikel 27e van inhoudingsplichtige is gewisseld, kunnen voor de toepassing van het derde lid bij ministeriële regeling aanvullende bepalingen worden gesteld.
### Artikel 26a
@ -1125,7 +1125,7 @@ a. van de werknemer opgave te verlangen van gegevens waarvan de kennisneming voo
b. de in onderdeel *a* bedoelde gegevens door te geven aan een andere inhoudingsplichtige;
c. een loonadministratie te voeren en daarbij de gegevens te administreren met betrekking tot de bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en verstrekkingen welke ingevolge artikel 11 niet tot het loon behoren;
d. aan de inspecteur opgave te verstrekken van de bij ministeriële regeling, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en na overleg met het Centraal Bureau voor de Statistiek, te bepalen gegevens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
e. aan de werknemer opgave te verstrekken van het in het voorafgaande kalenderjaar genoten loon, de op dat loon ingehouden belasting en premie voor de volksverzekeringen, de op dat loon ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, de over dat loon door de inhoudingsplichtige verschuldigde premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en de met de loonbelasting en premie volksverzekeringen verrekende arbeidskorting;
e. aan de werknemer opgave te verstrekken van het in het voorafgaande kalenderjaar genoten loon, de op dat loon ingehouden belasting en premie voor de volksverzekeringen, de op dat loon ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, de over dat loon door de inhoudingsplichtige verschuldigde premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en de bij de toepassing van de loonbelastingtabellen, bedoeld in artikel 25, tweede lid, met de loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen verrekende arbeidskorting;
f. van de werknemer die loon uit tegenwoordige dienstbetrekking geniet vast te stellen de identiteit aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht en zo de werknemer een vreemdeling is in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 en niet behoort tot de categorie werknemers die op grond van overeenkomsten van internationaal recht is uitgezonderd van de verplichting tot het hebben van een geldige verblijfsvergunning als bedoeld in die wet en een geldige tewerkstellingsvergunning als bedoeld in de Wet arbeid vreemdelingen tevens de verblijfsrechtelijke status ter zake van het verrichten van arbeid aan de hand van een geldige verblijfsvergunning of aan de hand van een geldige tewerkstellingsvergunning, alsmede van een en ander de aard, het nummer en een afschrift daarvan in de loonadministratie op te nemen;
g. ingeval de inspecteur hem bij voor bezwaar vatbare beschikking daartoe heeft verplicht, voor de datum van aanvang van de werkzaamheden van een werknemer aan de inspecteur opgave te verstrekken van gegevens waarvan kennisneming voor de heffing van de belasting van belang kan zijn (eerstedagsmelding), met dien verstande dat indien de dienstbetrekking is overeengekomen op de datum waarop de werkzaamheden aanvangen, de eerstedagsmelding wordt gedaan voor de aanvang van de werkzaamheden;
h. mededeling aan de inspecteur te doen omtrent het einde van zijn inhoudingsplicht.
@ -1242,7 +1242,7 @@ b. bij voor bezwaar vatbare beschikking door de inspecteur aangewezen bestanddel
c. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen van publiekrechtelijke aard die buiten aanmerking worden gelaten in het kader van de heffing van andere belastingen of in het kader van andere wettelijke regelingen;
d. loon ter zake van een voor privé-doeleinden ter beschikking gestelde bestelauto als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de belasting van personenautos en motorrijwielen 1992, indien in verband met de aard van het werk die bestelauto doorlopend afwisselend gebruikt wordt door twee of meer werknemers en in verband daarmee bezwaarlijk is vast te stellen of en aan wie die bestelauto voor privé-doeleinden ter beschikking is gesteld, met dien verstande dat in afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde, de verschuldigde belasting over dit loon op jaarbasis per bestelauto € 300 bedraagt en bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld met betrekking tot dit loon;
e. vervallen;
f. voorzover sprake is van tegenwoordige arbeid: door de inhoudingsplichtige aan te wijzen vergoedingen en verstrekkingen, daaronder begrepen door de inhoudingsplichtige aan te wijzen gedeelten van vergoedingen en verstrekkingen, voor zover deze vergoedingen en verstrekkingen niet in belangrijke mate hoger zijn dan in voor het overige overeenkomstige omstandigheden gebruikelijk is;
f. voor zover sprake is van tegenwoordige arbeid: door de inhoudingsplichtige aangewezen vergoedingen en verstrekkingen, daaronder begrepen gedeelten van vergoedingen en verstrekkingen, voor zover de omvang van de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet in belangrijke mate groter is dan de omvang van de vergoedingen en verstrekkingen die in voor het overige overeenkomstige omstandigheden in de regel worden aangewezen;
g. voorzover sprake is van vroegere arbeid:
1°. vergoedingen ter zake van de aanschaf bij de inhoudingsplichtige dan wel bij een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap van branche-eigen producten van het bedrijf van de inhoudingsplichtige dan wel van het bedrijf van een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap;
@ -1279,7 +1279,9 @@ c. geldboeten opgelegd door een strafrechter en geldsommen betaald aan een staat
d. misdrijven ter zake waarvan de werknemer door een Nederlandse strafrechter bij onherroepelijke uitspraak is veroordeeld, daaronder begrepen misdrijven die zijn betrokken bij de bepaling van de hoogte van de opgelegde straf en ter zake waarvan het Openbaar Ministerie heeft verklaard te zullen afzien van vervolging;
e. misdrijven ter zake waarvan jegens de werknemer een onherroepelijk geworden strafbeschikking is uitgevaardigd;
f. wapens en munitie, tenzij ter zake een erkenning, consent, vergunning, verlof of ontheffing is verleend krachtens de Wet wapens en munitie;
g. dieren die krachtens een onherroepelijke bestuursrechtelijke of strafrechtelijke maatregel in verband met agressie niet mogen worden gehouden.
g. dieren die krachtens een onherroepelijke bestuursrechtelijke of strafrechtelijke maatregel in verband met agressie niet mogen worden gehouden;
h. het rentevoordeel van een door de inhoudingsplichtige dan wel door een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap aan de werknemer verstrekte geldlening, daaronder begrepen een gedeelte van een geldlening, waarvan de rente als aftrekbare kosten in de zin van de artikelen 3.120 tot en met 3.123 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking genomen kan worden;
i. de aan een geldlening als bedoeld in onderdeel h verbonden kosten.
**5.** Voor de bepaling van de verschuldigde belasting op de voet van het tweede lid, onderdeel c, wordt buiten beschouwing gelaten dat de belasting wordt geheven van de inhoudingsplichtige.
@ -1337,7 +1339,7 @@ b. naar tijdsgelang herrekend bij:
**8.** Het tweede lid, onderdeel g, onder 2°, is niet van toepassing voor zover de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat de voorziening een voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking van de desbetreffende werknemer gebruikelijke voorziening is.
**9.** Bij de toepassing van het tweede lid wordt, in afwijking van artikel 13, zesde lid, de ingevolge artikel 13, eerste tot en met vijfde lid, in aanmerking te nemen waarde van verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, verminderd met het bedrag dat de inhoudingsplichtige ter zake van die verstrekkingen in totaal aan zijn werknemers in rekening heeft gebracht, met dien verstande dat de aldus verminderde waarde ten minste op nihil wordt gesteld.
**9.** Bij de toepassing van het tweede lid wordt, in afwijking van artikel 13, zevende lid, de ingevolge artikel 13, eerste tot en met zesde lid, in aanmerking te nemen waarde van verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, verminderd met het bedrag dat de inhoudingsplichtige ter zake van die verstrekkingen in totaal aan zijn werknemers in rekening heeft gebracht, met dien verstande dat de aldus verminderde waarde ten minste op nihil wordt gesteld.
**10.**
@ -1416,7 +1418,7 @@ Ter bevordering van een goede uitvoering van deze afdeling kunnen bij ministeri
**1.** In afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde, wordt een door een inhoudingsplichtige aan een werknemer toegekende vertrekvergoeding als bedoeld in het vierde lid voor zover die vergoeding meer bedraagt dan het toetsloon, bedoeld in het derde lid, van de werknemer, aangemerkt als loon dat als een eindheffingsbestanddeel wordt belast naar een tarief van 75%.
**2.** Dit artikel is niet van toepassing ingeval het toetsloon van de werknemer niet meer bedraagt dan € 535.000.
**2.** Dit artikel is niet van toepassing ingeval het toetsloon van de werknemer niet meer bedraagt dan € 538.000.
**3.**
@ -1720,12 +1722,6 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor buitenlandse gezelsc
## Hoofdstuk VIIB. Horizonbepaling
### Artikel 35o
**1.** Artikel 13bis, tweede lid, vervalt met ingang van 1 januari 2021.
**2.** De artikelen 12a, derde, vierde en tiende lid, en 10a, negende, tiende en elfde lid, vervallen met ingang van 1 januari 2022.
## Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 36
@ -1809,7 +1805,7 @@ b. aan werknemers die voor 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt
### Artikel 38g
Voor de toepassing van artikel 18e, eerste lid, onderdeel b, en vierde lid, wordt het 40^1/_4-deelnemingsjarenpensioen opgevat met inbegrip van:
Voor de toepassing van artikel 18e, eerste lid, onderdeel b, en vierde lid, wordt het deelnemingsjarenpensioen opgevat met inbegrip van:
a. een overbruggingspensioen als bedoeld in artikel 18e, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde;
b. uitkeringen ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 18i, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde;
@ -1890,9 +1886,12 @@ Bij toepassing van dit artikel wordt artikel 19g, achtste lid, zoals dat luidde
8. De ingevolge de levensloopregeling opgebouwde voorziening wordt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, maar uiterlijk op de dag voorafgaand aan het ingaan van het ouderdomspensioen aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer.
**3.** Het eerste lid is voor de werknemer niet van toepassing ingeval het tweede lid, zoals dat op 31 december 2013 luidde, is toegepast.
**3.**
**4.** In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de werknemer ineens beschikt over de opgebouwde aanspraak, bedoeld in het eerste lid, en voor zover het ingevolge het eerste lid als loon in aanmerking te nemen bedrag niet hoger is dan de waarde in het economisch verkeer van die aanspraak op 31 december 2013, 80 percent van het ingevolge het eerste lid als loon in aanmerking te nemen bedrag in aanmerking genomen. Na toepassing van de eerste volzin, is op de werknemer het eerste lid niet meer van toepassing.
Het eerste lid is voor de werknemer niet van toepassing ingeval:
a. het tweede lid, zoals dat op 31 december 2013 luidde, is toegepast; of
b. het vierde lid, zoals dat op 31 december 2015 luidde, is toegepast.
### Artikel 39e
@ -1910,7 +1909,7 @@ Artikel 10, vijfde lid, zoals dat luidde op 31 december 2014, blijft van toepas
### Artikel 39h
Met betrekking tot autos waarvan het kenteken vóór 1 januari 2014 op naam is gesteld, dient, waar in artikel 13bis, drieëntwintigste lid, onderdeel a, vijfentwintigste lid of achtentwintigste lid, wordt gesproken over de eerste tenaamstelling van de auto in het kentekenregister, te worden uitgegaan van de eerste tenaamstelling van het kenteken van de auto in het kentekenregister.
Met betrekking tot autos waarvan het kenteken vóór 1 januari 2014 op naam is gesteld, dient, waar in artikel 13bis, tweeëntwintigste lid, onderdeel a, vierentwintigste lid of zevenentwintigste lid, wordt gesproken over de eerste tenaamstelling van de auto in het kentekenregister, te worden uitgegaan van de eerste tenaamstelling van het kenteken van de auto in het kentekenregister.
### Artikel 40