From 76e6b17914a091152bb307eef6456ca509c7265f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 16 Sep 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-09-16 | BWBR0022762 | Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer --- .../BWBR0022762/README.md | 40 ++++++++++--------- 1 file changed, 22 insertions(+), 18 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md b/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md index c36de5a23de..e0437cab7bb 100644 --- a/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md +++ b/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md @@ -673,7 +673,7 @@ Indien uit het rapport, bedoeld in het derde lid, blijkt dat de bodem als gevolg a. de situatie bij oprichting of verandering van de inrichting voor zover die situatie is vastgelegd in een rapport; b. de achtergrondwaarden als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit indien er geen rapport als bedoeld in onderdeel a beschikbaar is. -Herstel vindt plaats zover dat met de best beschikbare technieken redelijkerwijs haalbaar is. +Herstel vindt plaats voor zover dat met de best beschikbare technieken redelijkerwijs haalbaar is. **6.** Het herstel van de bodemkwaliteit als bedoeld in het vijfde lid geschiedt door een persoon of een instelling die beschikt over een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit. @@ -709,7 +709,7 @@ Indien binnen een inrichting een afvalstof zijnde metaal, hout, kunststof of tex **3.** Indien uit het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat niet wordt voldaan aan het eerste lid, neemt degene die de inrichting drijft de in het eerste lid bedoelde maatregelen binnen een door het bevoegd gezag te bepalen redelijke termijn. -**4.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het energiegebruik in de inrichting in enig kalenderjaar kleiner is dan 50.000 kilowatt uur aan elektriciteit of kleiner is dan 25.000 kubieke meter aardgasequivalenten aan brandstoffen. +**4.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het energiegebruik in de inrichting in enig kalenderjaar kleiner is dan 50.000 kilowatt uur aan elektriciteit en kleiner is dan 25.000 kubieke meter aardgasequivalenten aan brandstoffen. ### Afdeling 2.7. Verkeer en vervoer @@ -1302,11 +1302,11 @@ b. alle bewijzen van gecertificeerde of geaccrediteerde aanleg en inspectie die **4.** Het te lozen afvalwater kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd. -#### Paragraaf 3.3.2. Het wassen van motorvoertuigen +#### Paragraaf 3.3.2. Het wassen van motorvoertuigen of onderdelen van motorvoertuigen ### Artikel 3.24 -**1.** Bij het wassen van motorvoertuigen wordt ten behoeve van het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico voldaan aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen. +**1.** Bij het wassen van motorvoertuigen of onderdelen van motorvoertuigen wordt ten behoeve van het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico voldaan aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op landbouwinrichtingen, glastuinbouwbedrijven en op inrichtingen type C die zijn bestemd voor het kweken, fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van landbouwhuisdieren. @@ -1737,6 +1737,8 @@ de bij ministeriële regeling te bepalen maatregelen toegepast. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het niet mogelijk is om in het inpandig deel van de inrichting spaanloze, verspanende en thermische bewerking en mechanische eindafwerking van metalen uit te voeren vanwege de omvang van het te bewerken object. +**3.** Bij het uitvoeren van fijnverspanende bewerkingen aan metalen in de buitenlucht wordt ten behoeve van het voorkomen van stofhinder voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen eisen. + ### Artikel 4.33 **1.** @@ -1861,6 +1863,8 @@ Bij het solderen van metalen worden ten behoeve van het voorkomen dan wel beperk **2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het niet mogelijk is om in het inpandige deel van de inrichting te stralen vanwege de omvang van het te stralen object. +**3.** Bij het stralen in de buitenlucht wordt ten behoeve van het voorkomen van stofhinder voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen eisen. + ### Artikel 4.50 **1.** @@ -1886,7 +1890,7 @@ Bij het stralen van metalen wordt ten behoeve van het realiseren van een verwaar ### Artikel 4.52 -In deze paragraaf wordt onder het reinigen van metalen niet verstaan het wassen van motorvoertuigen als bedoeld in paragraaf 3.3.2 en het afspuiten van pleziervaartuigen als bedoeld in pararagraaf 4.6.6. +In deze paragraaf wordt onder het reinigen van metalen niet verstaan het wassen van motorvoertuigen of onderdelen van motorvoertuigen als bedoeld in paragraaf 3.3.2 en het afspuiten van pleziervaartuigen als bedoeld in paragraaf 4.6.6. ### Artikel 4.53 @@ -2323,7 +2327,7 @@ Bij het onderhouden, repareren en afspuiten van pleziervaartuigen wordt ten beho **1.** Bij het in het vuilwaterriool lozen van afvalwater afkomstig van zeefdruk wordt ten minste voldaan aan het tweede en derde lid en artikel 4.92. -**2.** Bij het reinigen van zeefdrukramen wordt het lozen van oplosmiddelen en inkten zoveel mogelijk voorkomen door het verwijderen van inkt en het strippen van de sjabloon procesmatig te scheiden. Het lozen mag uitsluitend bestaan uit het lozen van spoelwater afkomstig van het polijsten, ontvetten of ontwikkelen van het zeefdrukgaas, sojaboonverwijdering of schaduwbeeldverwijdering. +**2.** Bij het reinigen van zeefdrukramen wordt het lozen van oplosmiddelen en inkten zoveel mogelijk voorkomen door het verwijderen van inkt en het strippen van de sjabloon procesmatig te scheiden. Het lozen mag uitsluitend bestaan uit het lozen van spoelwater afkomstig van het polijsten, ontvetten of ontwikkelen van het zeefdrukgaas, sjabloonverwijdering of schaduwbeeldverwijdering. **3.** Het te lozen afvalwater kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd. @@ -2494,7 +2498,7 @@ d. vanaf 25 meter. ### Artikel 4.100 -**1.** Bij het meten van de immissieconcentratie van PER in de buitenlucht, bedoeld in artikel 4.96, vierde lid, door middel van de methode met continu registrerende meetapparatuur zijn het tweede tot en met lid van toepassing. +**1.** Bij het meten van de immissieconcentratie van PER in de buitenlucht, bedoeld in artikel 4.96, vierde lid, door middel van de methode met continu registrerende meetapparatuur zijn het tweede tot en met eenentwintigste lid van toepassing. **2.** Er wordt gebruik gemaakt van continu registrerende meetapparatuur dat een detectielimiet heeft van 0,1 milligram per normaal kubieke meter of lager. @@ -2685,7 +2689,7 @@ a. de viering van festiviteiten die bij of krachtens een gemeentelijke verordeni b. de viering van andere festiviteiten die plaatsvinden in de inrichting, waarbij het aantal bij of krachtens een gemeentelijke verordening aan te wijzen dagen of dagdelen niet meer mag bedragen dan twaalf per kalenderjaar; c. door het bevoegd gezag aangewezen activiteiten in een inrichting, anders dan festiviteiten als bedoeld in onderdeel b, waarbij het aantal aan te wijzen dagen of dagdelen gebaseerd op dit artikel tezamen niet meer bedraagt dan twaalf dagen per kalenderjaar. -**3.** Een festiviteit of activiteit als bedoeld het tweede lid die maximaal een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt hierbij beschouwd als plaatshebbende op één dag. +**3.** Een festiviteit of activiteit als bedoeld in het tweede lid die maximaal een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt hierbij beschouwd als plaatshebbende op één dag. #### Paragraaf 4.8.6. In werking hebben acculader @@ -2784,7 +2788,7 @@ b. indien het lozen in het oppervlaktewater plaatsvindt: paragraaf 4.1.5. **2.** Degene die de inrichting drijft doet de melding, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na het tijdstip waarop artikel 1.10 in werking is getreden. Afdeling 1.2 is van overeenkomstige toepassing. -**3.** Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 1.10 ten aanzien van een inrichting type B nog niet is beslist op een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 8.1, eerste lid, onderdeel a, van de wet zoals luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet van 22 november 2006 tot wijziging van de Wet milieubeheer en enige andere daarmee verband houdende wetten (modernisering van de algemene milieuregels voor inrichtingen, Stb. 606) zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing en wordt de aanvraag om de vergunning aangemerkt als een melding overeenkomstig artikel 1.10. +**3.** Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 1.10 ten aanzien van een inrichting type B nog niet is beslist op een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 8.1, eerste lid, onderdeel a, van de wet zoals deze luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet van 22 november 2006 tot wijziging van de Wet milieubeheer en enige andere daarmee verband houdende wetten (modernisering van de algemene milieuregels voor inrichtingen, Stb. 606) zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing en wordt de aanvraag om de vergunning aangemerkt als een melding overeenkomstig artikel 1.10. ### Artikel 6.5 @@ -2800,15 +2804,15 @@ Voor de toepassing van dit besluit wordt als eerste dag van de termijn waarbinne ### Artikel 6.7 -**1.** Op een inrichting als bedoeld in artikel 3.7 waartoe een gpbv-installatie behoort en waarop voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat artikel het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer van toepassing was, zijn de artikelen 3.8, 3.9, 3.10 en 6.20 tot 1 januari 2011 van toepassing. +**1.** Op een inrichting als bedoeld in artikel 3.7 waartoe een gpbv-installatie behoort en waarop voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat artikel het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer van toepassing was, zijn de artikelen 3.8, 3.9, 3.10 en 6.20 tot 1 januari 2013 van toepassing. -**2.** Op een inrichting als bedoeld in artikel 3.11 waartoe een gpbv-installatie behoort en waarop voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat artikel het Besluit voorzieningen en installatie milieubeheer van toepassing was, zijn de artikelen 3.12 en 6.21 tot 1 januari 2011 van toepassing. +**2.** Op een inrichting als bedoeld in artikel 3.11 waartoe een gpbv-installatie behoort en waarop voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat artikel het Besluit voorzieningen en installatie milieubeheer van toepassing was, zijn de artikelen 3.12 en 6.21 tot 1 januari 2013 van toepassing. -**3.** Op een inrichting als bedoeld in artikel 3.13 waartoe een gpbv-installatie behoort en waarop voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat artikel het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer van toepassing was, is artikel 3.15 tot 1 januari 2011 van toepassing. +**3.** Op een inrichting als bedoeld in artikel 3.13 waartoe een gpbv-installatie behoort en waarop voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat artikel het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer van toepassing was, is artikel 3.15 tot 1 januari 2013 van toepassing. -**4.** Op een inrichting als bedoeld in artikel 3.27 waartoe een gpbv-installatie behoort en waarop voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat artikel het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer van toepassing was, is artikel 3.28 tot 1 januari 2011 van toepassing. +**4.** Op een inrichting als bedoeld in artikel 3.27 waartoe een gpbv-installatie behoort en waarop voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat artikel het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer van toepassing was, is artikel 3.28 tot 1 januari 2013 van toepassing. -**5.** Op een inrichting als bedoeld in artikel 3.30 waartoe een gpbv-installatie behoort en waarop voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat artikel het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 van toepassing was, is dat artikel tot 1 januari 2011 van toepassing. +**5.** Op een inrichting als bedoeld in artikel 3.30 waartoe een gpbv-installatie behoort en waarop voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat artikel het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 van toepassing was, is dat artikel tot 1 januari 2013 van toepassing. ### Paragraaf 6.2. Overgangsrecht energiebesparing @@ -2855,9 +2859,9 @@ Wijzigt deze wet. **1.** De waarden genoemd in tabel 2.17a worden met 5 dB(A) verhoogd indien onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 2.17 op grond van een in het derde lid genoemd voorschrift hogere waarden golden. -**2.** Indien in een milieuvergunning die inwerking en onherroepelijk was op het tijdstip genoemd in het op de inrichting van toepassing geweest zijnde voorschrift, genoemd in het derde lid, lagere waarden dan de waarden, bedoeld het eerste lid, waren vastgesteld, zijn die lagere waarden van toepassing. +**2.** Indien in een milieuvergunning die inwerking en onherroepelijk was op het tijdstip genoemd in het op de inrichting van toepassing geweest zijnde voorschrift, genoemd in het derde lid, lagere waarden dan de waarden, bedoeld in het eerste lid, waren vastgesteld, zijn die lagere waarden van toepassing. -**3.** De voorschriften, bedoeld in het tweede en derde lid zijn: voorschrift 1.1.3 van de bijlage van het Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer, voorschrift 1.1.5 van bijlage 2 van het Besluit detailhandel- en ambachtsbedrijven milieubeheer, voorschrift 1.1.7 van de bijlage van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, voorschrift 1.1.3 van de bijlage van het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer, voorschrift 1.1.5 van de bijlage van het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer, voorschrift 1.1.3 van bijlage 2 van het Besluit voorzieningen- en installaties milieubeheer, voorschrift 1.1.3 van bijlage 1 van het Besluit textielreinigingsbedrijven milieubeheer, voorschrift 1.1.3 van de bijlage van het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, voorschrift 3.2 van bijlage 2 van het Besluit tankstations milieubeheer en voorschrift 4.2.1 van bijlage 1 van het Besluit tandartspraktijken milieubeheer. +**3.** De voorschriften, bedoeld in het eerste en tweede lid zijn: voorschrift 1.1.3 van de bijlage van het Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer, voorschrift 1.1.5 van bijlage 2 van het Besluit detailhandel- en ambachtsbedrijven milieubeheer, voorschrift 1.1.7 van de bijlage van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, voorschrift 1.1.3 van de bijlage van het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer, voorschrift 1.1.5 van de bijlage van het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer, voorschrift 1.1.3 van bijlage 2 van het Besluit voorzieningen- en installaties milieubeheer, voorschrift 1.1.3 van bijlage 1 van het Besluit textielreinigingsbedrijven milieubeheer, voorschrift 1.1.3 van de bijlage van het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, voorschrift 3.2 van bijlage 2 van het Besluit tankstations milieubeheer en voorschrift 4.2.1 van bijlage 1 van het Besluit tandartspraktijken milieubeheer. ### Artikel 6.13 @@ -2872,7 +2876,7 @@ b. die voor de inwerkingtreding van het betreffende in onderdeel a genoemde besl ### Artikel 6.14 -Voor inrichtingen waarop onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 2.17, voorschrift 1.1.8 van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer van toepassing was, kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift bepalen dat artikel 2.17, tweede lid, niet van toepassing is voor de toetsing van geluidsniveaus tussen 23.00 en 07.00 uur. Indien op grond van het maatwerkvoorschrift een bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast, is het door de inrichting veroorzaakte geluidsniveau gedurende de bedrijfstijd tussen 23.00 en 07.00 uur niet hoger dan op grond van artikel 2.17 is toegestaan tussen 19.00 en 23.00 uur. +Voor inrichtingen waarop onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 2.17, voorschrift 1.1.8 van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer van toepassing was, kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift bepalen dat artikel 2.18, tweede lid, niet van toepassing is voor de toetsing van geluidsniveaus tussen 23.00 en 07.00 uur. Indien op grond van het maatwerkvoorschrift een bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast, is het door de inrichting veroorzaakte geluidsniveau gedurende de bedrijfstijd tussen 23.00 en 07.00 uur niet hoger dan op grond van artikel 2.17 is toegestaan tussen 19.00 en 23.00 uur. ### Artikel 6.15 @@ -2909,7 +2913,7 @@ b. het optredende equivalente geluidsniveau (L_Aeq), veroorzaakt door wegverkeer **1.** -Artikel 3.23, tweede lid, is niet van toepassing indien: +De artikelen 3.23, tweede lid, en 4.82, tweede lid, zijn niet van toepassing indien: a. voor de inwerkingtreding van dat lid een slibvangput en een olieafscheider zijn geplaatst die voldoen aan en gebruikt worden conform NEN 7089; of b. voor 1 maart 1997 een slibvangput of een olieafscheider zijn geplaatst, die op de hoeveelheid afvalwater zijn afgestemd.