From 770e86ff5cbf6150edf58c51178a9aa9220858fa Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 3 Jul 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-07-03 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008 --- .../BWBR0024096/README.md | 35 ++++++++++++------- 1 file changed, 22 insertions(+), 13 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md b/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md index 2b3efc4092b..a93db212179 100644 --- a/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md +++ b/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md @@ -370,7 +370,6 @@ Uitbetalingsfouten die het gevolg zijn van een onjuiste aanwijzing door de belas In aansluiting op artikel 8 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: – de verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties; -– de verzending van de aanslagbiljetten via TNT-Post; – de gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet; – het verzenden van een uitnodiging tot betaling aan erfgenamen. @@ -385,7 +384,7 @@ De toezending of uitreiking van het aanslagbiljet gebeurt aan de belastingschuld ### 8.2. Verzending aanslagbiljetten via TNT-Post -Voor de verzending van de aanslagbiljetten en andere bescheiden maakt de ontvanger gebruik van de diensten van TNT-Post. +20121357603-07-201227-06-2012BLKB2012/1062M20121357603-07-201227-06-2012BLKB2012/1062M03-07-201201-07-2012 ### 8.3. Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet @@ -1570,9 +1569,9 @@ Deze bekendmaking kan ook namens de ontvanger door de B/CA worden gedaan. Het ac In artikel 24, eerste lid, van de wet is geregeld dat de ontvanger alle in te vorderen en uit te betalen bedragen van alle onderdelen van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting onderling kan verrekenen. -Verrekening is mogelijk voor zover zowel het uit te betalen bedrag als het in te vorderen bedrag materieel zijn ontstaan gedurende het bestaan van de fiscale eenheid. Dit geldt ook als de daadwerkelijke verrekening pas plaatsvindt na verbreking van de fiscale eenheid. +Verrekening is mogelijk voor zover zowel het uit te betalen bedrag als het in te vorderen bedrag materieel zijn ontstaan gedurende het bestaan van de fiscale eenheid. Dit geldt ook als de daadwerkelijke verrekening pas plaatsvindt na verbreking van de fiscale eenheid. Voor teruggaven als gevolg van verliesverrekening geldt echter het volgende. -Verliezen die zijn ontstaan na verbreking van de fiscale eenheid kunnen worden teruggewenteld naar de bestaansperiode. Teruggaven die daaruit voortvloeien, kunnen worden verrekend met belastingschuld die materieel is ontstaan tijdens de bestaansperiode. +Verliezen die zijn ontstaan na verbreking van de fiscale eenheid kunnen worden teruggewenteld naar de bestaansperiode. Teruggaven die daaruit voortvloeien, kunnen worden verrekend met belastingschuld die materieel is ontstaan tijdens de bestaansperiode. Het voorgaande geldt mutatis mutandis ook, als er geen sprake is van een verbreking van de fiscale eenheid maar van een wijziging van de samenstelling daarvan. Als verliezen die zijn ontstaan tijdens het bestaan van de fiscale eenheid, worden teruggewenteld naar perioden die zijn gelegen vóór het begin van de bestaansperiode, dan vallen de teruggaven buiten de bestaansduur van de fiscale eenheid. Dit neemt niet weg dat verrekening mogelijk is op de voet van artikel 24 van de wet als het om dezelfde belastingschuldige gaat. @@ -2676,7 +2675,7 @@ Rechtstreekse storting van de verschuldigde loonheffingen en omzetbelasting moet De vraag of sprake is van disculpatie – hetgeen de aansprakelijke inlener(s) aannemelijk zal moeten maken – moet de ontvanger steeds op individuele basis beoordelen. -In dit verband geldt dat aan branche-initiatieven die erop zijn gericht eventuele malversaties bij aangesloten uitzendbedrijven tegen te gaan, geen doorslaggevende betekenis wordt toegekend. +De inlener van uitzendondernemingen die voldoen aan de voorwaarden opgenomen in artikel 34.6.1 of 34.6.2 van deze leidraad, heeft automatisch recht op disculpatie van artikel 34, vijfde lid, van de wet. #### 34.6.1. Voorwaarden disculpatie van inlener van SNA-gecertificeerde uitzendondernemingen @@ -3188,8 +3187,18 @@ Niet voorzienbare gebeurtenissen of omstandigheden komen niet voor rekening van #### 36.5.1. Betalingsonmacht en de wijze van melding daarvan +Onder het begrip betalingsonmacht moet worden verstaan de omstandigheid dat het lichaam voor zijn belastingen als bedoeld in artikel 36, tweede lid van de wet: + +• onvoldoende liquide middelen heeft om die te voldoen; +• tijdelijk te weinig liquide middelen heeft die te voldoen en hij de redelijke verwachting heeft dat hij die verplichting alsnog zal nakomen; +• wel voldoende liquide middelen heeft om die te voldoen, maar hij deze daarvoor niet aanwendt in verband met zijn overige opeisbare betalingsverplichtingen. + +Voor de toepassing van artikel 36, tweede lid, van de wet worden onder liquide middelen verstaan de kasmiddelen, waaronder de banktegoeden, en de direct opneembare kredietruimte van het lichaam. In deze omstandigheden moet de belastingschuldige de betalingsonmacht melden aan de ontvanger. + Bij de beoordeling of sprake is van betalingsonmacht speelt het begrip ‘liquide middelen’ een rol. Voor de toepassing van artikel 36, tweede lid, van de wet worden onder liquide middelen verstaan de kasmiddelen, waaronder de bank- en girotegoeden, en de direct opneembare kredietruimte van het lichaam. De melding van betalingsonmacht dient schriftelijk te geschieden door de bestuurder of de gemachtigde van de belastingschuldige. De wijze waarop de schriftelijke melding moet plaatsvinden, is vormvrij. Artikel 7, derde lid, van het besluit is echter onverminderd van toepassing. Voor de melding kan gebruik worden gemaakt van het formulier dat de Belastingdienst in het zogenoemde Persoonlijk Domein van de belastingschuldige beschikbaar stelt. +De melding van betalingsonmacht kan niet worden gedaan voor zover het betreft een naheffingsaanslag die is opgelegd vanwege de omstandigheid dat de verschuldigde belasting meer beloopt dan die welke overeenkomstig de aangifte is dan wel had moeten worden afgedragen of voldaan, waarbij die omstandigheid is te wijten aan opzet of grove schuld van het lichaam. + #### 36.5.2. Verzoek waaruit betalingsproblemen blijken en melding betalingsonmacht Een schriftelijk verzoek om uitstel van betaling dan wel een schriftelijk verzoek of brief – niet zijnde de melding van betalingsonmacht als bedoeld in artikel 36.5.1 – waaruit betalingsproblemen blijken, merkt de ontvanger in beginsel aan als een schriftelijke melding van betalingsonmacht. Daarbij geldt dat in het verzoek of de brief inzicht gegeven moet worden in de oorzaak van de betalingsproblemen. Wanneer in het schriftelijke verzoek of de brief geen inzicht wordt gegeven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de verschuldigde belasting niet op aangifte is afgedragen of voldaan of niet is betaald, gelden het verzoek en de brief niet als melding van betalingsonmacht. @@ -3214,6 +3223,8 @@ De ontvanger laat altijd weten dat hij de melding in twee fasen kan beoordelen e Hoofdstuk III van het besluit regelt binnen welke termijn de belastingschuldige de betalingsonmacht aan de ontvanger moet melden. Voor de beantwoording van de vraag of de per post verzonden schriftelijke melding de ontvanger tijdig heeft bereikt, wordt aangesloten bij artikel 6:9 van de Awb. Als de belastingschuldige over een bepaald tijdvak geen aangifte heeft gedaan, mag een bestuurder de betalingsonmacht voor dat tijdvak wel melden, mits hij dit doet binnen de termijn die is genoemd in artikel 7, eerste en tweede lid, van het besluit. +Als de betalingsonmacht ontstaat buiten de termijn van artikel 7 van het besluit, moet de belastingschuldige daarvan onverwijld mededeling doen aan de ontvanger. Onverwijld houdt in dat de belastingschuldige de mededeling aan de ontvanger moet doen binnen twee weken na het ontstaan van de betalingsonmacht. + #### 36.5.5. Uitstel van betaling in verband met bezwaar en (hoger) beroep en melding betalingsonmacht Een verzoek om uitstel van betaling in verband met bezwaar, beroep of hoger beroep merkt de ontvanger niet aan als een melding van betalingsonmacht. @@ -3783,11 +3794,9 @@ In aansluiting op artikel 67 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: – bekendmaking gegevens op verzoek van de belastingschuldige zelf; – informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen. -### 67.1. Bekendmaking gegevens op verzoek van de belastingschuldige zelf +### 67.1. Bekendmaking aan de belastingschuldige -Als de belastingschuldige zelf verzoekt informatie te geven over de belastingschulden die hij heeft, zal de ontvanger die informatie ook kunnen verstrekken zonder de geheimhoudingsplicht te schenden. Ontheffing door de minister is in dat geval niet nodig. - -Overigens kunnen er situaties zijn die het verstrekken van informatie op verzoek van de belastingschuldige zelf om andere reden onwenselijk maken (bijvoorbeeld in strafzaken). +De geheimhoudingsplicht geldt niet voor de bekendmaking van gegevens aan degene op wie zij betrekking hebben (de belastingschuldige) voor zover deze gegevens door of namens hem zijn verstrekt. Ook het verstrekken van informatie over belastingschulden aan de belastingschuldige zelf valt niet onder de geheimhoudingsplicht. Onder belastingschuldige moet hier mede worden verstaan: diens vertegenwoordiger, curator, bewindvoerder of erfgenaam. ### 67.2. Bekendmaking aan derden in het belang van de invordering @@ -3908,7 +3917,7 @@ Belastingvorderingen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing Met betrekking tot te betalen belastingaanslagen en terugvorderingen (ter zake van toeslagen) die betrekking hebben op de periode waarin de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing was en die zijn vastgesteld na beëindiging (met schone lei) van die regeling, zal de ontvanger in beginsel afzien van invordering. Daarbij geldt dat aannemelijk moet zijn dat: -– de bewindvoerder de aan de betreffende aanslag of terugvordering voorafgaande voorlopige aanslagen / teruggaven of voorschotten voldoende op juistheid heeft getoetst; en +– de bewindvoerder de aan de betreffende aanslag of terugvordering voorafgaande voorlopige aanslagen / teruggaven of voorschotten dan wel het ontbreken daarvan voldoende op juistheid heeft getoetst; en – over de resultaten van die toetsing in voorkomend geval tijdig contact heeft opgenomen met de Belastingdienst. Belastingteruggaven die zijn vastgesteld nadat de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is geëindigd en die betrekking hebben op een periode vóór de uitspraak van de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan de ontvanger verrekenen met de vorderingen die tot een natuurlijke verbintenis zijn getransformeerd. @@ -4092,7 +4101,7 @@ De ontvanger trekt het uitstel in als: – de schuldenaar zijn schuldeisers tracht te benadelen; – de schuldregelingsovereenkomst wordt beëindigd, anders dan in de zin van art. 73.5.6. -De ontvanger trekt in de situaties genoemd bij het tweede, derde en vierde gedachtestreepje het uitstel niet eerder in, dan nadat hij de schuldhulpverlener een brief heeft gestuurd over zijn voornemen het uitstel in te trekken als belastingschuldige niet binnen veertien dagen zijn verplichtingen correct nakomt. +De ontvanger trekt in de situaties genoemd bij het eerste, tweede, derde en vierde gedachtestreepje het uitstel niet eerder in, dan nadat hij de schuldhulpverlener een brief heeft gestuurd over zijn voornemen het uitstel in te trekken als belastingschuldige niet binnen veertien dagen zijn verplichtingen correct nakomt. #### 73.5.6. De schuldenaar voldoet aan zijn verplichtingen MSNP @@ -4104,7 +4113,7 @@ In de kennisgeving moet zijn gesteld dat de overeenkomst na eindcontrole is beë Met betrekking tot te betalen belastingaanslagen en terugvorderingen (ter zake van toeslagen) die betrekking hebben op de periode waarin de minnelijke schuldsaneringsregeling van toepassing was en die zijn vastgesteld na beëindiging van die regeling, zal de ontvanger in beginsel, als de schuldenaar aan zijn verplichtingen uit die regeling heeft voldaan, afzien van invordering. Daarbij geldt dat aannemelijk moet zijn dat: -– de schuldhulpverlener de aan de betreffende aanslag of terugvordering voorafgaande voorlopige aanslagen/teruggaven of voorschotten op voldoende juistheid heeft getoetst; en +– de bewindvoerder de aan de betreffende aanslag of terugvordering voorafgaande voorlopige aanslagen / teruggaven of voorschotten dan wel het ontbreken daarvan voldoende op juistheid heeft getoetst; en – hij over de resultaten van die toetsing in voorkomend geval tijdig contact heeft opgenomen met de Belastingdienst. ### 73.5a. Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten @@ -4123,7 +4132,7 @@ Bij die belangenafweging zullen de volgende omstandigheden een rol kunnen spelen 8. staat de weigerende ontvanger alleen naast de overige met de schuldregeling instemmende schuldeisers; 9. is er eerder een minnelijke of een gedwongen schuldregeling geweest die niet naar behoren is nagekomen. -Als uit de belangenafweging volgt dat kan worden ingestemd met een dergelijk verzoek dan verleent de ontvanger op het moment van het ingaan van de schuldregeling voor 36 maanden uitstel van betaling. Artikel 73.5 is zoveel als mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat niet van toepassing zijn de faciliteiten zoals die gelden in de aanloop voor verzoeken als bedoeld in artikel 73.5. +Als uit de belangenafweging volgt dat kan worden ingestemd met een dergelijk verzoek dan verleent de ontvanger op het moment van het ingaan van de schuldregeling voor 36 maanden uitstel van betaling. Artikel 73.5 is zoveel als mogelijk van overeenkomstige toepassing. ### 73.6. Insolventieprocedure – akkoorden