2021-02-13 | BWBR0037940 | Netcode elektriciteit

This commit is contained in:
Coornhert 2021-02-13 12:00:00 +00:00
parent e3a4b53c91
commit 7722407537

View file

@ -674,15 +674,14 @@ d. een frequentiebeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 47,5 e
**4.** De beveiligingen van de elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, zijn selectief ten opzichte van de beveiligingen in het net van de netbeheerder. De aangeslotene draagt zorg en is verantwoordelijk voor adequate beveiligingen van de elektriciteitsproductie-eenheid tegen zowel storingen die ontstaan in het net als extreme afwijkingen van spanning en frequentie. De netbeheerder kan verlangen dat hiervan een berekening wordt gemaakt.
**5.** De elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, is voorzien van en wordt bedreven met een automatische spanningsregeling waarvan de helling instelbaar is tussen 0% en 10%. De netbeheerder kan op basis van de lokale situatie voor een elektriciteitsproductie-eenheid een arbeidsfactor-regeling eisen of toestaan.
**5.** De elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, is voorzien van en wordt bedreven met een instelbare automatische spanningsregeling. De netbeheerder kan op basis van de lokale situatie voor een elektriciteitsproductie-eenheid een arbeidsfactor-regeling eisen of toestaan.
**6.**
De elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningsnet of op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV, dient bij verlaagde netspanning de maximaal beschikbare hoeveelheid blindvermogen te kunnen leveren, gedurende de volgende tijdsperioden:
a. onbeperkt bij een verlaagde netspanning kleiner dan of gelijk aan U_n en groter dan of gelijk aan 0,95 U_n;
b. 15 minuten bij een verlaagde netspanning kleiner dan 0,95 U_n en groter dan of gelijk aan 0,85 U_n;
c. 10 seconden bij een verlaagde netspanning kleiner dan 0,85 U_n en groter dan of gelijk aan 0,8 U_n.
b. 15 minuten bij een verlaagde netspanning kleiner dan 0,95 U_n en groter dan of gelijk aan 0,85 U_n.
**7.** De behandeling van het sterpunt van de elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, wordt bepaald door de netbeheerder in overleg met de beheerder van de elektriciteitsproductie-eenheid.
@ -757,7 +756,13 @@ De condities voor de berekening van het minimum kortsluitvermogen op het overdra
a. dat van het minimum kortsluitvermogen wordt verondersteld dat het de helft van het maximum kortsluitvermogen bedraagt;
b. dat het maximum kortsluitvermogen wordt berekend op basis van de netconfiguratie, waarbij rekening wordt gehouden met de kortsluitbijdrage van alle op het desbetreffende net aangesloten elektriciteitsproductie-eenheden en met de kortsluitbijdrage van aangrenzende netten.
**5.** Het bedrijfspunt van de elektriciteitsproductie-eenheid voor het bepalen van de fault-ride-through, als bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, subonderdeel iv, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is het punt met nominaal werkzaam vermogen en een blindvermogensuitwisseling van 0 Mvar op het overdrachtspunt van de aansluiting.
**5.**
Het bedrijfspunt van de elektriciteitsproductie-eenheid voor het bepalen van de fault-ride-through, als bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, subonderdeel iv, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is het punt dat wordt gekarakteriseerd door:
a. nominaal werkzaam vermogen;
b. blindvermogensuitwisseling van 0 Mvar; en
c. nominale spanning op het overdrachtspunt van de aansluiting.
**6.** Voor het minimum kortsluitvermogen op het overdrachtspunt van de aansluiting na de storing, als bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, subonderdeel iv, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), wordt dezelfde waarde genomen als bepaald in het vierde lid voor de situatie voorafgaand aan de storing.
@ -825,13 +830,16 @@ b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,0 en 0,3
**10.**
De power park module is in staat snelle foutstroom te leveren in het geval van symmetrische (driefasen) storingen onder de volgende voorwaarden:
De power park module is in staat snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting te leveren in het geval van symmetrische (driefasen) storingen als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), onder de volgende voorwaarden:
a. ingeval van een spanningsafwijking van meer dan 10% van de effectieve waarde op de aansluitklemmen van de afzonderlijke elektriciteitsproductie-eenheden van de power park module wordt additionele blindstroominjectie geactiveerd;
b. de spanningsregeling zorgt ervoor dat de aanvoer van additionele blindstroom, afkomstig van de aansluitklemmen van de afzonderlijke elektriciteitsproductie-eenheden de power park module, met minimaal 2% en maximaal 10% van de nominale stroom (gebaseerd op het nominale schijnbare vermogen S_max = √(P_max^2 + Q_max^2)) per procent spanningsafwijking verzekerd is;
c. de vereiste blindstroom is volledig beschikbaar na 40 ms (tijd tot eerste piek bij het in-slingereffect) na de storingsaanvang in het net, met een stijgtijd van minder dan 30 ms tussen 10 en 90% van de stabiele eindwaarde;
d. additionele blindstroominjectie wordt geleverd met een spanningslimiet van ten minste 120% van de nominale spanning op de aansluitklemmen van de afzonderlijke elektriciteitsproductie-eenheden van de power park module;
e. de te injecteren additionele blindstroom ΔI_B is het verschil van de blindstroom tijdens de storing (I_B) en de blindstroom voor de storing (I_B0) en deze is evenredig aan de spanningsafwijking als volgt: ΔI_B = ((U-U_0) / U_N) I_N k
a. additionele blindstroominjectie wordt geactiveerd indien op de aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheden van de power park module één van de volgende verschijnselen plaatsvindt:
1°. een afwijking van meer dan 10% van de effectieve waarde van de nominale spanning; of
2°. een sprongsgewijze verandering van de momentane sinusvormige spanning vóór het optreden van de fout ter grootte van tenminste 5% van de piekwaarde van de nominale spanning;
b. de spanningsregeling zorgt ervoor dat de aanvoer van additionele blindstroom, afkomstig van de aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheden van de power park module, met minimaal 2% en maximaal 6% van de nominale stroom per procent spanningsafwijking verzekerd is;
c. de stijgtijd (de tijd vanaf de storingsaanvang die ervoor nodig is dat de te injecteren additionele blindstroom voor het eerst een waarde van 90% van de stabiele eindwaarde bereikt) is maximaal 30 ms; de inslingertijd (de tijd vanaf de storingsaanvang die ervoor nodig is dat de te injecteren additionele blindstroom blijvend tussen 90% en 110% van de stabiele eindwaarde is) is maximaal 60 ms;
d. additionele blindstroominjectie wordt geleverd met een spanningslimiet van ten minste 120% van de nominale spanning op de aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheden van de power park module;
e. de te injecteren additionele blindstroom ΔI_B (gedefinieerd als het verschil van de blindstroom tijdens de storing (I_B) en de blindstroom voor de storing (I_B0)) is evenredig aan de spanningsafwijking als volgt: ΔI_B = ((U-U_0) / U_N) * I_N * k
waarbij: ΔI_B: additionele blindstroominjectie;
@ -846,16 +854,35 @@ U_N: nominale spanning;
I_N: nominale stroom;
k: helling voor de additionele blindstroominjectie;
f. het aanpassingsbereik van k is: 2 ≤ k ≤ 10;
g. de aanpassingsstap van k is kleiner dan of gelijk aan 0,01 pu;
h. de standaardwaarde van k is: 2;
f. het aanpassingsbereik van k is: 2 ≤ k ≤ 6;
g. de aanpassingsstap van k is kleiner dan of gelijk aan 0,5 pu;
h. de standaardwaarde van k is: 2 voor een power park module aangesloten op een net met een nominale spanning lager dan 66 kV en de standaardwaarde van k is 5 voor een power park module aangesloten op een net met een nominale spanning van 66 kV en hoger; indien een andere waarde dan de standaardwaarde wordt overeengekomen, wordt deze vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst;
i. in geval van wijziging van het instelpunt geeft de netbeheerder twee weken van tevoren een kennisgeving aan de aangeslotene;
j. nadat de storing voorbij is, wordt gestreefd naar een stabiele werking;
k. de te injecteren blindstroom bedraagt minimaal I_N bij maximale spanningsdaling.
j. de additionele blindstroominjectie mag worden beëindigd bij terugkeer van de spanningsafwijking (van een waarde van meer dan 10%) naar een waarde van minder dan 10% van de effectieve nominale waarde op de aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheden van de power park module of na een tijdsbestek van vijf seconden na het begin van de fout; een herhaald activeren van de additionele blindstroominjectie nadat deze vanwege het bereiken van het einde van de fout is beëindigd, moet conceptueel worden vermeden;
k. de te injecteren blindstroom bedraagt minimaal I_N bij maximale spanningsdaling; een hogere waarde van de blindstroom dan I_N wordt niet geëist;
l. de tolerantie voor de grootte van de blindstroominjectie bij een spanningsverlaging is bepaald door lijnen boven en onder de karakteristiek die de grootte van de additionele blindstroominjectie als functie van de spanningsverandering beschrijft, met als parameters:
**11.** Indien in overleg tussen relevante netbeheerder en de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeengekomen, wordt de eis tot het leveren van snelle foutstroom door een power park module in geval van symmetrische storingen vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
1°. de bovengrens voor de tolerantie is bepaald door een lijn met een hellingshoek van constante k gelijk aan de ingestelde waarde en met een verhoging van 10% ten opzichte van de lijn door de oorsprong met dezelfde hellingshoek;
2°. de ondergrens voor de tolerantie is bepaald door een lijn met een hellingshoek van constante k gelijk aan de ingestelde waarde en met een verlaging van 20% ten opzichte van de lijn door de oorsprong met dezelfde hellingshoek;
m. bij een spanning lager dan 15% Uc is het leveren van stroom niet verplicht.
**12.** De power park module is in staat in het geval van asymmetrische storingen de snelle foutstroom op identieke wijze te leveren als bij symmetrische storingen.
**11.**
De power park module is in staat in het geval van asymmetrische storingen de snelle foutstroom als volgt te leveren:
a. de eisen zoals geformuleerd in het tiende lid zijn van overeenkomstige toepassing op de normale en de inverse componenten van de spanning en op de normale en de inverse componenten van de additionele blindstroominjectie;
b. het aanpassingsbereik van k_2 voor de inverse component van de additionele blindstroominjectie is: 2 ≤ k_2 ≤ 6;
c. de aanpassingsstap van k_2 is kleiner dan of gelijk aan 0,5 pu;
d. de standaardwaarde van k_2 is gelijk aan k;
e. voor opwekkingseenheden die gebaseerd zijn op een dubbelgevoede inductiemachine wordt een specifieke instelling van k_2 niet geëist;
f. voor de inverse component van de spanningsverandering is de additionele inverse component van de stroominjectie alleen vereist als de inverse component van de spanning voldoende groot is voor een betrouwbare fasehoekdetectie;
g. indien de maximale waarde van de blindstroom is bereikt, is deze naar rato van de instellingen van k en k_2 verdeeld over de normale en inverse componenten van de additionele blindstroominjectie;
h. de tolerantie voor de grootte van de inverse component van de blindstroominjectie bij een spanningsverhoging van de inverse component is bepaald door lijnen boven en onder de karakteristiek die de grootte van de additionele blindstroominjectie als functie van de spanningsverandering beschrijft, met als parameters:
1°. de bovengrens voor de tolerantie is bepaald door een lijn met een hellingshoek van constante k_2 gelijk aan 6 en met een verhoging van 20% ten opzichte van de lijn door de oorsprong met de zelfde hellingshoek;
2°. de ondergrens voor de tolerantie is bepaald door een lijn met een hellingshoek van constante k_2 gelijk aan de ingestelde waarde en met een verlaging van 10% ten opzichte van de lijn door de oorsprong met de zelfde hellingshoek.
**12.** Indien in overleg tussen de relevante netbeheerder en de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeengekomen, wordt de eis tot het leveren van snelle foutstroom door een power park module in geval van symmetrische storingen vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
**13.**
@ -970,9 +997,9 @@ De responstijd voor de synchrone elektriciteitsproductie-eenheid om over te gaan
### Artikel 3.26
**1.** Het U-Q/Pmax-profiel, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel l, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), waarbinnen een power park module blindvermogen moet kunnen leveren en opnemen, is gelijk aan het U-Q/Pmax-profiel zoals bedoeld in artikel 3.19, eerste tot en met vierde lid.
**1.** Het U-Q/Pmax-profiel, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), waarbinnen een power park module blindvermogen moet kunnen leveren en opnemen, is gelijk aan het U-Q/Pmax-profiel als bedoeld in artikel 3.19, eerste tot en met vierde lid.
**2.** Het P-Q/Pmax-profiel, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel c, subonderdeel l, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), waarbinnen een power park module blindvermogen moet kunnen leveren en opnemen, is gelijk aan het P-Q/P-max-profiel zoals bedoeld in artikel 3.19, vijfde tot en met negende lid.
**2.** Het P-Q/Pmax-profiel, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel c, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), waarbinnen een power park module blindvermogen moet kunnen leveren en opnemen, is gelijk aan het P-Q/P-max-profiel als bedoeld in artikel 3.19, vijfde tot en met negende lid.
**3.** De tijdsperiodes voor een power park module om over te gaan tot elk bedrijfspunt binnen zijn P-Q/P_max-profiel worden overeengekomen tussen de aangeslotene en de netbeheerder, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. De overeengekomen tijdsperiodes worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
@ -995,9 +1022,9 @@ b. spannings-regelmodus (sub mode 2) zonder eis ten aanzien van het uitgewisseld
c. blindvermogen-regelmodus; of
d. arbeidsfactor-regelmodus.
**7.** Welke aanvullende apparatuur vereist is om de aanpassing van de overeenkomstig het negende lid van toepassing zijnde referentiewaarden op afstand te kunnen uitvoeren, wordt overeengekomen en vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
**7.** Welke aanvullende apparatuur vereist is om de aanpassing van de overeenkomstig het zesde lid van toepassing zijnde referentiewaarden op afstand te kunnen uitvoeren, wordt overeengekomen en vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
**8.** De overeenkomstig het negende lid van toepassing zijnde referentiewaarden of gewenste waarden worden door de netbeheerder gespecificeerd en wordt via telefonisch contact of digitaal bericht ingesteld.
**8.** De overeenkomstig het zesde lid van toepassing zijnde referentiewaarden of gewenste waarden worden door de netbeheerder gespecificeerd en wordt via telefonisch contact of digitaal bericht ingesteld.
**9.** Voor de power park module is de prioriteit van de bijdrage van het werkzaam vermogen dan wel het blindvermogen gedurende storingen waarbij fault-ride-through capaciteit vereist is, locatie-specifiek. Deze optie wordt overeengekomen tussen de netbeheerder en de aangeslotene, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, en wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
@ -1071,21 +1098,21 @@ b. de tijdsparameters:
**1.**
De power park module aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij varierende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel l, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG):
De power park module aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij varierende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG):
a. gelijk aan 0,33 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu; en
b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,33 en 0,0 bij een spanning tussen 1 pu en 1,05 pu.
**2.**
De power park module aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt een verhouding tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel l, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG):
De power park module aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG):
a. gelijk aan 0,33 bij een spanning van 0,95 pu tot 1,05 pu; en
b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,33 en 0,0 bij een spanning tussen 0,95 pu en 0,9 pu.
**3.** In aanvulling op het eerste lid is het toegestaan het werkzame vermogen, zoveel als met het oog op de begrenzing door de maximale stroom technisch nodig is, te verminderen ten gunste van het leveren van blindvermogen binnen het deel van het U-Q/Pmax-profiel dat begrensd wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,2 en 0,33 bij een spanning tussen 0,90 pu en 0,95 pu en het profiel overeenkomstig het eerste lid.
**4.** De power park module aangesloten op het hoogspanningsniveau met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is op grond van het eerste tot en met het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde U-Q/Pmax-profiel in onderstaand diagram:
**4.** De power park module aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is op grond van het eerste tot en met het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde U-Q/Pmax-profiel in onderstaand diagram:
**5.** Indien de power park module via een transformator met een onder belasting verstelbare trappenschakelaar (on-line step changer) is aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau van 110 kV of hoger is de afwijking bedoeld in het derde lid en in artikel 3.19, derde en zevende lid, uitsluitend toegestaan gedurende de regelactie van de trappenschakelaar van de transformator.
@ -1103,11 +1130,11 @@ b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,33 en 0,
**2.** Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in artikel 3.13, eerste tot en met vijfde lid, en artikel 3.15, achtste lid, gestelde voorwaarden.
**3.** Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in artikel 3.17, met uitzondering van het eerste en zevende lid, artikel 3.19, vijfde, zesde en zevende lid, en artikel 3.20, eerste en tweede lid, gestelde voorwaarden.
**3.** Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in artikel 3.17, met uitzondering van het eerste en zevende lid, artikel 3.19, tiende tot en met dertiende lid, en artikel 3.20, eerste en tweede lid, gestelde voorwaarden.
**4.** Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in artikel 3.24, met uitzondering van het zevende lid, en artikel 3.26 gestelde voorwaarden.
**5.** Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in artikel 3.28, tweede, derde en zesde lid, en artikel 3.29, eerste, tweede, derde en vierde lid, gestelde voorwaarden.
**5.** Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in artikel 3.28, tweede, derde en zesde lid, en artikel 3.30, eerste, derde en vierde lid, gestelde voorwaarden.
### Artikel 3.33
@ -1137,35 +1164,7 @@ c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,4
**4.** De offshore-power park module, aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau lager dan 300 kV is op grond van het tweede en het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Pmax-diagram:
**5.**
De offshore-power park module is in staat snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting te leveren in het geval van symmetrische (driefasen) storingen, als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), onder de volgende voorwaarden:
a. ingeval van een spanningsafwijking van meer dan 10% van de effectieve waarde op de aansluitklemmen van de afzonderlijke elektriciteitsproductie-eenheden van de offshore-power park module wordt additionele blindstroominjectie geactiveerd. De 10% afwijkingsspanning wordt de dode band genoemd;
b. de spanningsregeling zorgt ervoor dat de aanvoer van additionele blindstroom, afkomstig van de aansluitklemmen van de afzonderlijke elektriciteitsproductie-eenheden van de offshore-power park module, met minimaal 2% en maximaal 10% van de nominale stroom (gebaseerd op het nominale schijnbare vermogen S_max = √(P_max^2 + Q_max^2)) per procent spanningsafwijking verzekerd is;
c. de vereiste blindstroom is volledig beschikbaar na 40 ms (tijd tot eerste piek bij het in-slingereffect) na de storingsaanvang in het net, met een stijgtijd van minder dan 30 ms tussen 10 en 90% van de stabiele eindwaarde;
d. additionele blindstroominjectie wordt geleverd met een spanningslimiet van ten minste 120% van de nominale spanning op de aansluitklemmen van de afzonderlijke elektriciteitsproductie-eenheden van de power park module;
e. de te injecteren additionele blindstroom ΔI_B is het verschil van de reactieve stroom tijdens de storing (I_B) en de reactieve stroom voor de storing (I_B0) en deze is evenredig aan de spanningsafwijking als volgt: ΔI_B = ((U-U_0) / U_N) * I_N * k
waarbij: Δ I_B: additionele blindstroominjectie;
(U-U_0) / U_N: relatieve spanningsafwijking in pu;
U: spanning tijdens de storing;
U_0: spanning vóór de storing;
U_N: nominale spanning;
I_N: nominale stroom;
k: helling voor de additionele blindstroominjectie;
f. het aanpassingsbereik van k is: 2 ≤ k ≤ 10;
g. de aanpassingsstap van k is kleiner dan of gelijk aan 0,01 pu;
h. de standaardwaarde van k is: 2;
i. in geval van wijziging van het instelpunt geeft de netbeheerder twee weken van tevoren een kennisgeving aan de aangeslotene;
j. nadat de storing voorbij is, wordt weer gestreefd naar een stabiele werking.
k. de te injecteren blindstroom bedraagt minimaal I_N bij maximale spanningsdaling.
**5.** Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting, is artikel 3.19, tiende tot en met dertiende lid, van overeenkomstige toepassing op offshore-power park modules.
### Artikel 3.34
@ -1235,11 +1234,11 @@ De tijdsduur van de bedrijfsperiode voor frequenties in de band van 47,5 Hz tot
### Artikel 4.3
**1.** In afwijking van artikel 2.13 wordt de maximale kortsluitstroom, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd.
**1.** De maximale kortsluitstroom, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), wordt in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd.
**2.**
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet informeert de aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie en overlegt met hem voor zover van toepassing bij eerste aansluiting en bij latere wijzigingen van het net omtrent:
In afwijking van artikel 2.13, derde lid, informeert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie en overlegt met hem voor zover van toepassing bij eerste aansluiting en bij latere wijzigingen van het net omtrent:
a. de minimum en maximum waarde van de kortsluitstroom, als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), tijdens de normale bedrijfstoestand;
b. de wijze van sterpuntsbehandeling;
@ -1255,7 +1254,7 @@ e. de bedrijfsvoering.
**1.**
Indien de aangeslotene geen nadere contractuele afspraken heeft gemaakt met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet over het uitwisselen van blindvermogen met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, varieert de arbeidsfactor, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), in afwijking van artikel 2.27, in het overdrachtspunt van de aansluiting van een verbruiksinstallatie:
Indien de aangeslotene geen nadere contractuele afspraken heeft gemaakt over het uitwisselen van blindvermogen met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, varieert de arbeidsfactor, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), in afwijking van artikel 2.27, in het overdrachtspunt van de aansluiting van een verbruiksinstallatie:
a. zonder lokale elektriciteitsproductie tussen 0,9 (inductief) en 1.0;
b. met lokale elektriciteitsproductie tussen 0,9 (capacitief) en 0,9 (inductief).
@ -1496,37 +1495,7 @@ De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet specificeert het maximumverli
**1.** Tenzij anders overeengekomen beschikt het HVDC-systeem over de capaciteit om snelle foutstroom op het overdrachtspunt te leveren in het geval van symmetrische fouten, als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC).
**2.**
Voor het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt geldt, in overeenstemming met artikel 19, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), dat:
a. ingeval van een spanningsafwijking van meer dan 10% van de effectieve waarde op het overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-convertorstation additionele blindstroominjectie wordt geactiveerd;
b. de spanningsregeling ervoor zorgt dat de aanvoer van additionele blindstroom, afkomstig van het HVDC-convertorstation, met minimaal 2% en maximaal 10% van de nominale stroom (gebaseerd op het nominale schijnbare vermogen S_max = √(P_max^2 + Q_max^2)) per procent spanningsafwijking vanaf de dode band verzekerd is;
c. de vereiste blindstroom volledig beschikbaar is na 40 ms (tijd tot eerste piek bij het in-slingereffect) na de storingsaanvang in het net, met een stijgtijd van minder dan 30 ms tussen 10 en 90% van de stabiele eindwaarde;
d. additionele blindstroominjectie wordt geleverd met een spanningslimiet van ten minste 120% van de nominale spanning op het overdrachtspunt van het HVDC-convertorstation;
e. de te injecteren additionele blindstroom ΔI_B (gedefinieerd als het verschil van de blindstroom tijdens de storing (I_B) en de blindstroom voor de storing (I_B0)) evenredig is aan de spanningsafwijking als volgt: ΔI_B = ((U-U_0) / U_N) ⋅ I_N ⋅ k
waarbij:
ΔI_B: additionele blindstroominjectie;
(U- U_0) / U_N: relatieve spanningsafwijking in pu;
U: spanning tijdens de storing;
U_0: spanning vóór de storing;
U_N: nominale spanning;
I_N: nominale stroom;
k: helling voor de additionele blindstroominjectie;
f. het aanpassingsbereik van k is: 2 ≤ k ≤ 10;
g. de aanpassingsstap van k kleiner is dan of gelijk aan 0,01 pu;
h. de standaardwaarde van k is: 2;
i. in geval van wijziging van het instelpunt de netbeheerder vier weken van tevoren een kennisgeving aan de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem geeft;
j. nadat de storing voorbij is, wordt gestreefd naar een stabiele werking;
k. de te injecteren blindstroom minimaal I_N bedraagt bij maximale spanningsdaling.
**2.** Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting als bedoeld in het eerste lid, is artikel 3.19, tiende lid tot en met dertiende lid, van overeenkomstige toepassing op HVDC-converterstations, waarbij “overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-converterstation” gelezen dient te worden in plaats van “aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheid van de power park module”.
**3.** De netbeheerder specificeert, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, voor asymmetrische stroominjectie, als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), de parameters voor het normale systeem en het inverse systeem en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
@ -1584,7 +1553,7 @@ c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,4
**1.** Tenzij om technologie-specifieke beperkingen anders overeengekomen, is het HVDC-convertorstation in staat om in bedrijf te zijn in de drie regelmodi, als bedoeld in artikel 22 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), waarbij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de gewenste regelmodus vaststelt.
**2.** Tenzij om technologie-specifieke beperkingen anders overeengekomen, is, in aanvulling op de regelmodi, genoemd in het eerste lid, een HVDC-convertorstation in staat om in bedrijf te zijn in de spanningsregelmodus, waarbij het blindvermogen zich bevindt binnen een door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet gespecificeerde bandbreedte en waarbij de referentiewaarde voor de spanning wordt afgestemd op het uitgewisselde blindvermogen, als bedoeld in artikel 3.26, zevende lid, en artikel 9.14, tweede lid.
**2.** Tenzij om technologie-specifieke beperkingen anders overeengekomen, is, in aanvulling op de regelmodi, genoemd in het eerste lid, een HVDC-convertorstation in staat om in bedrijf te zijn in de spanningsregelmodus, waarbij het blindvermogen zich bevindt binnen een door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet gespecificeerde bandbreedte en waarbij de referentiewaarde voor de spanning wordt afgestemd op het uitgewisselde blindvermogen, als bedoeld in artikel 3.26, zesde lid, en artikel 9.14, tweede lid.
**3.** De dode band van de spanningsregeling, als bedoeld in artikel 22, derde lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), kan worden aangepast in stappen van 0,5% van de 1 pu-referentiespanning.
@ -1635,7 +1604,7 @@ b. de tijdsparameters:
**1.**
De eisen voor de grootte en het tijdsprofiel voor herstel van het werkzaam vermogen van het HVDC-systeem na een storing in het wisselstroomnet, als bedoeld in artikel 26 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC zijn:
De eisen voor de grootte en het tijdsprofiel voor herstel van het werkzaam vermogen van het HVDC-systeem na een storing in het wisselstroomnet, als bedoeld in artikel 26 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) zijn:
a. het herstel van het werkzame vermogen begint op een spanningsniveau van 90% van de spanning direct voorafgaande aan de storing;
b. de maximale toegestane tijd voor het herstel van het werkzame vermogen is 0,2 seconden, tenzij anders overeengekomen vanwege technologiespecifieke beperkingen of beperkingen aangaande operationele netwerkveiligheid van het landelijk hoogspanningsnet;
@ -1719,7 +1688,7 @@ De netbeheerder specificeert, in overleg met de netbeheerder van het landelijk h
### Artikel 6.25
**1.** De relevante netbeheerder komt met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-convertoreenheid de hiërarchie van de automatische regeleenheden overeen, als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst
**1.** De relevante netbeheerder komt met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-convertoreenheid de hiërarchie van de automatische regeleenheden overeen, als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
**2.** De relevante netbeheerder komt met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-convertoreenheid de eisen voor de kwaliteit van de signalen die de HVDC-convertoreenheid levert overeen, als bedoeld in artikel 51, vierde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en legt dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
@ -1746,9 +1715,9 @@ d. elektromagnetische transiënten;
e. stationaire harmonischen;
f. stabiliteit bij harmonischen en resonanties.
**2.** Naast deze modellen verstrekt de aangeslotene ook een generiek RMS model voor bestudering van dynamische verschijnselen in het gehele gekoppelde transmissiesysteem. Dit model is geschikt voor uitwisseling binnen ENTSO-E verband.
**2.** Naast deze modellen verstrekt de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem ook een generiek RMS model voor bestudering van dynamische verschijnselen in het gehele gekoppelde transmissiesysteem. Dit model is geschikt voor uitwisseling binnen ENTSO-E verband.
**3.** De inhoud en de opmaak van de modellen, als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), zijn zodanig dat de analyses uit het eerste lid kunnen worden uitgevoerd met de simulatieprogramma's die bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in gebruik zijn. In de ontwerpfase van het HVDC-systeem specificeert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de inhoud, de opmaak en de daarbij behorende documentatievan de modellen.
**3.** De inhoud en de opmaak van de modellen, als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), zijn zodanig dat de analyses uit het eerste lid kunnen worden uitgevoerd met de simulatieprogramma's die bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in gebruik zijn. In de ontwerpfase van het HVDC-systeem specificeert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de inhoud, de opmaak en de daarbij behorende documentatie van de modellen.
**4.** Alleen die delen van de modellen die informatie bevatten aangaande intellectueel eigendom mogen worden versleuteld. Deze versleuteling mag niet belemmeren dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in staat is de analyses uit het eerste lid met de modellen uit te voeren.
@ -1770,11 +1739,11 @@ f. stabiliteit bij harmonischen en resonanties.
**4.** De DC-aangesloten power park module is in staat zich automatisch te ontkoppelen, als bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), bij lage frequenties en bij hoge frequenties. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet komt de voorwaarden en instellingen voor automatische ontkoppeling overeen met de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module en neemt deze op in de aansluit- en transportovereenkomst.
**5.** Op de DC-aangesloten power park module is artikel 3.13, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
**5.** Op de DC-aangesloten power park module is artikel 3.13, vierde lid, artikel 3.17, derde en achtste tot en met elfde lid, artikel 3.19, tiende tot en met dertiende lid, artikel 3.20 en artikel 3.28, derde tot en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing.
**6.** Het uitgangsvermogen van een DC-aangesloten power park module wijzigt, als bedoeld in artikel 39, vijde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), niet als gevolg van een wijziging van de frequentie, behalve wanneer het werkzame vermogen wordt gemoduleerd als gevolg van de frequentierespons van de LFSM-O.
**6.** Het uitgangsvermogen van een DC-aangesloten power park module wijzigt, als bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), niet als gevolg van een wijziging van de frequentie, behalve wanneer het werkzame vermogen wordt gemoduleerd als gevolg van de frequentierespons van de LFSM-O.
**7.** Op de DC-aangesloten power park module is artikel 3.24, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
**7.** Op de DC-aangesloten power park module is artikel 3.24, met uitzondering van het zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 6.29
@ -1852,7 +1821,7 @@ Remote-end HVDC-convertorstations, overeenkomstig artikel 46 van de Verordening
### Artikel 6.37
De netbeheerder van het net op zee verstrekt de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module de netwerkkenmerken, als bedoeld in artikel 49 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), berekend overeenkomstig in artikel 6.20.
De netbeheerder van het net op zee verstrekt de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module de netwerkkenmerken, als bedoeld in artikel 49 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), berekend overeenkomstig artikel 6.20.
### Artikel 6.38
@ -2136,7 +2105,7 @@ f. de aangeslotene tenminste drie werkdagen van tevoren op de hoogte stelt van d
Voor aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A, geldt dat de netbeheerder:
a. de aangeslotene op een laagspanningsnet tenminste drie werkdagen van tevoren op de hoogte stelt van door de netbeheerder geplande werkzaamheden waarbij de transportdienst aan de aangeslotene wordt onderbroken;
b. de aangeslotene op een hoogspanningsnet tenminste tien werkdagen van te voren op de hoogte stelt van door de netbeheerder geplande werkzaamheden indien de transportdienst aan de aangeslotene wordt onderbroken en de datum van de genoemde werkzaamheden pas vaststelt na overleg met de daardoor getroffen aangeslotene, waarbij de netbeheerder in redelijkheid belangen van de aangeslotenen weegt.
b. de aangeslotene op midden- of hoogspanningsnet tenminste tien werkdagen van te voren op de hoogte stelt van door de netbeheerder geplande werkzaamheden indien de transportdienst aan de aangeslotene wordt onderbroken en de datum van de genoemde werkzaamheden pas vaststelt na overleg met de daardoor getroffen aangeslotene, waarbij de netbeheerder in redelijkheid belangen van de aangeslotenen weegt.
c. correspondentie van een aangeslotene binnen tien werkdagen afhandelt. Indien een oplossing in deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een adequate reactie kan worden verwacht;
d. offertes voor aansluitingen met een aansluitcapaciteit tot en met 10 MVA verzendt binnen tien werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag daarvoor.
e. binnen tien werkdagen na ontvangst van een aanvraag daarvoor de aangeslotene bericht binnen welke termijn deze een offerte voor een aansluiting met een aansluitcapaciteit groter dan 10 MVA kan verwachten.
@ -3899,7 +3868,7 @@ b. het spanningsniveau van het overdrachtspunt van de aansluiting, waarachter de
c. de primaire energiebron;
d. de maximumcapaciteit;
e. het minimale en maximale af te geven werkzaam vermogen en blindvermogen;
f. welk type spanningsregeling, als bedoeld in artikel 3.26, zevende lid, van toepassing is alsmede de plaats in het net waarop de regeling werkzaam is;
f. welk type spanningsregeling, als bedoeld in artikel 3.26, zesde lid, van toepassing is alsmede de plaats in het net waarop de regeling werkzaam is;
g. de regelcapaciteit voor spanning en blindvermogen;
h. de belasting ten behoeve van het eigen bedrijf;
i. de gegevens en modellen van elke opwekkingseenheid die deel uitmaakt van de elektriciteitsproductie-eenheid, die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie, te weten:
@ -3969,7 +3938,7 @@ e. in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid bestaande uit meerdere zonne
In aanvulling op het eerste lid verstrekt een aangeslotene, die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type B, C of D de structurele gegevens van die elektriciteitsproductie-eenheid, te weten:
a. het minimale en maximale af te geven werkzaam vermogen en blindvermogen;
b. welk type spanningsregeling, als bedoeld in artikel 3.26, zevende lid, van toepassing is alsmede de plaats in het net waarop de regeling werkzaam is;
b. welk type spanningsregeling, als bedoeld in artikel 3.26, zesde lid, van toepassing is alsmede de plaats in het net waarop de regeling werkzaam is;
c. de regelcapaciteit voor spanning en blindvermogen;
d. de belasting ten behoeve van het eigen bedrijf;
e. de gegevens en modellen van elke opwekkingseenheid die deel uitmaakt van de elektriciteitsproductie-eenheid, die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie, te weten:
@ -4670,7 +4639,7 @@ f. de eventuele beperkingen in de regelcapaciteit voor blindvermogen.
De plannings- en prognosegegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt;
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid,
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid.
**3.**
@ -5066,20 +5035,15 @@ c. na activering gedurende ten minste 15 minuten gehandhaafd te blijven.
**13.** De in het achtste tot en met twaalfde lid bedoelde beproevingen worden uitgevoerd door en op kosten van de aangeslotene.
**14.**
Tenzij sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), zijn de artikelen 3.19, 3.26 en 3.30, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
a. die voor 16 juli 2020 op het net zijn aangesloten, of
b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie voor 1 juli 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de productie-installatie. De eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet binnen een termijn van 6 maanden na het afsluiten van het contract uit de eerste volzin op hoogte van het afsluiten van dat contract.
**14.** Tenzij sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), zijn de artikelen 3.19, 3.26 en 3.30, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden die voor 1 juli 2021 zijn op het net zijn aangesloten.
### Paragraaf 14.2. Bestaande verbruiksinstallaties en gesloten distributiesystemen
### Artikel 14.6
**1.** Op verbruiksinstallaties waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) deze NC DCC niet van toepassing is, is hoofdstuk 4 niet van toepassing.
**1.** Op verbruiksinstallaties waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) niet van toepassing is, is hoofdstuk 4 niet van toepassing.
**2.** Op gesloten distributiesystemen waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) deze NC DCC niet van toepassing is, zijn artikel 5.1, tweede lid, en artikel 5.7, tweede lid, niet van toepassing.
**2.** Op gesloten distributiesystemen waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) niet van toepassing is, zijn artikel 5.1, tweede lid, en artikel 5.7, tweede lid, niet van toepassing.
### Paragraaf 14.3. Bestaande HVDC-systemen
@ -5087,7 +5051,7 @@ b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie voor 1 juli 2
**1.** Op HVDC-systemen waarop, overeenkomstig artikel 4, eerste lid van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), uitsluitend de artikelen 26, 31, 33 en 50 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) van toepassing zijn, zijn van hoofdstuk 6 uitsluitend de artikelen 6.15, 6.19, 6.21 en 6.38 van toepassing.
**2.** In afwijking van artikel 6.16, eerste lid, is de maximale toegestane tijd voor het herstel van het werkzame vermogen gelijk aan 0,3 seconden voor de verbinding Eemshaven-Denemarken, 0,35 seconden voor de verbinding Maasvlakte-Groot-Brittannië, en 0,6 seconden voor de verbinding Eemshaven-Noorwegen.
**2.** In afwijking van artikel 6.15, eerste lid, is de maximale toegestane tijd voor het herstel van het werkzame vermogen gelijk aan 0,3 seconden voor de verbinding Eemshaven-Denemarken, 0,35 seconden voor de verbinding Maasvlakte-Groot-Brittannië, en 0,6 seconden voor de verbinding Eemshaven-Noorwegen.
## Hoofdstuk 15. Overgangs- en slotbepalingen