From 77370516e9d80eaa1654bf653764d04e07831692 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 22 Feb 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2006-02-22=20|=20BWBR0019551=20|=20Nadere=20Reg?= =?UTF-8?q?eling=20financi=C3=ABle=20dienstverlening?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0019551/README.md | 215 ++++++------------ 1 file changed, 68 insertions(+), 147 deletions(-) diff --git a/zbo/nadere-regeling-financiële-dienstverlening/BWBR0019551/README.md b/zbo/nadere-regeling-financiële-dienstverlening/BWBR0019551/README.md index bcf21f9fd32..73d15352c24 100644 --- a/zbo/nadere-regeling-financiële-dienstverlening/BWBR0019551/README.md +++ b/zbo/nadere-regeling-financiële-dienstverlening/BWBR0019551/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Nadere Regeling financiële dienstverlening bwb_id: BWBR0019551 type: zbo status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2006-03-10' +datum_inwerkingtreding: '2006-02-22' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0019551 citeertitel: Nadere Regeling financiële dienstverlening --- @@ -16,33 +16,22 @@ citeertitel: Nadere Regeling financiële dienstverlening In deze regeling wordt verstaan onder: -a. administratieve kosten: de kosten die zijn gemaakt in het kader van het administreren van het beleggingsobject; -b. andere voordelen: andere posten dan opbrengsten die aan de definitie van baten voldoen; -c. baten: vermeerderingen van het economisch potentieel gedurende de verslagperiode in de vorm van instroom van nieuwe of verhoging van bestaande activa, dan wel vermindering van vreemd vermogen, een en ander uitmondend in een toename van het eigen vermogen; -d. beheerskosten: de kosten die zijn gemaakt om het beleggingsobject in stand te houden (onderhoud); -e. beleggingsobjectkosten: geprognosticeerde en/of eventuele reeds gemaakte administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten, alsmede de geprognosticeerde en/of reeds voldane rentelasten; -f. besluit: Besluit financiële dienstverlening; -g. contractuele looptijd: de duur van de overeenkomst inzake het complex product; -h. guise: gemiddelde uitkering in de slechtste 10 procent van de gevallen, te berekenen als toegelicht in bijlage 4; -i. ingelegde gelden: het totaal van gelden belegd door consumenten voor het verkrijgen van beleggingsobjecten; -j. kapitaaltoereikendheidstoezicht: wettelijk bedrijfseconomisch toezicht uit hoofde van Richtlijn 93/6/EEG van de Raad van 15 maart 1993 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen, van Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering, van Richtlijn 2002/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 maart 2002 tot wijziging van Richtlijn 73/239/EEG van de Raad op het gebied van de solvabiliteitsmargevereisten voor schadeverzekeringsondernemingen, van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad of van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad of ander vergelijkbaar adequaat bedrijfseconomisch toezicht; -k. netto-rendementspercentage: het percentage dat bij de bepaalde looptijd, gegeven de omvang en frequentie van de inleg, leidt tot de uitkering van het complex product; -l. onderliggende waarden: effecten waarin de consument direct of indirect met het complex product belegt of doet beleggen; -m. opbouwproduct: een complex product, dat wordt aangewend om kapitaal te doen groeien, niet zijnde een recht van deelneming als bedoeld in artikel 1, onder d, ten tweede van het Besluit financiële dienstverlening; -n. opbrengsten: baten die ontstaan bij uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming; -o. opbrengstscenario: voorspelling van de uitkering aan de consument op basis van een bepaald rendement; -p. overwaardeconstructie: een schuldproduct waarbij een deel van het krediet wordt aangewend ter belegging, niet zijnde aflossing van het krediet of een combinatie van een schuldproduct en een onttrekkingsdepot dat dient ter financiering van inkomensaanvulling; -q. productiekosten: de kosten die zijn gemaakt in het kader van het verhogen van het economisch potentieel dan wel de waarde van het beleggingsobject; -r. rentedervingskosten: dat deel van de kosten dat de aanbieder van het complex product in rekening brengt bij of ten laste laat komen van de consument in geval van vervroegde beëindiging en dat verband houdt met gederfde rente-inkomsten; -s. restschuld: de overblijvende financiële verplichting van de consument jegens de aanbieder van het complex product uit hoofde van een opbouwproduct; -t. retourprovisie: het gedeelte van de door of ten laste van een beleggingsinstelling voor een dienst van een derde te betalen of betaalde vergoeding dat direct of indirect de ontvanger terugbetaalt; -u. schuldproduct: een complex product, bestaande uit een combinatie van krediet, met uitzondering van krediet dat wordt aangewend voor het verschaffen van het genot van een complex product dat overwegend tot doel heeft kapitaal te doen groeien, en een bestanddeel, dat wordt aangewend om te voorzien in de gehele of gedeeltelijke aflossing van het krediet; -v. spaarbeleggingsproduct: een opbouwproduct dat bestaat uit een combinatie van een spaar- en een beleggingsrekening; -w. spaarhypotheek: een complex product dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een levensverzekering met een garantiekapitaal dat in hoogte overeenkomt met de omvang van het krediet; -x. uitkering: uitbetaling door de aanbieder van het complex product aan de consument van de waarde van het complex product onder aftrek van kosten bij beëindiging door de consument aangevuld met voor zover van toepassing de onttrekkingen gedaan door de consument vóór beëindiging; -y. verkoopkosten: de kosten die direct kunnen worden gerelateerd aan de verkoop van het beleggingsobject aan de consument; -z. voorbeeldwaarde: de waarde van de opbrengst bij verkoop van het recht van deelneming in de beleggingsinstelling, waarbij verkoopkosten al zijn afgetrokken; -aa. waarde: de som van alle door de consument verrichte betalingen voor het complex product aan de aanbieder plus een bepaald jaarlijks rendement over het deel van die betalingen dat wordt aangewend ten einde rendement te genereren ten behoeve van de consument. +a. contractuele looptijd: de duur van de overeenkomst inzake het complex product; +b. guise: gemiddelde uitkering in de slechtste 10 procent van de gevallen, te berekenen als toegelicht in bijlage 4; +c. kapitaaltoereikendheidstoezicht: wettelijk bedrijfseconomisch toezicht uit hoofde van Richtlijn 93/6/EEG van de Raad van 15 maart 1993 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen, van Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering, van Richtlijn 2002/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 maart 2002 tot wijziging van Richtlijn 73/239/EEG van de Raad op het gebied van de solvabiliteitsmargevereisten voor schadeverzekeringsondernemingen, van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad of van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad of ander vergelijkbaar adequaat bedrijfseconomisch toezicht; +d. netto-rendementspercentage: het percentage dat bij de bepaalde looptijd, gegeven de omvang en frequentie van de inleg, leidt tot de uitkering van het complex product; +e. onderliggende waarden: effecten waarin de consument direct of indirect met het complex product belegt of doet beleggen; +f. opbouwproduct: een complex product, dat wordt aangewend om kapitaal te doen groeien, niet zijnde een recht van deelneming als bedoeld in artikel 1, onder d, ten tweede van het Besluit financiële dienstverlening; +g. opbrengstscenario: voorspelling van de uitkering aan de consument op basis van een bepaald rendement; +h. overwaardeconstructie: een schuldproduct waarbij een deel van het krediet wordt aangewend ter belegging, niet zijnde aflossing van het krediet; +i. rentedervingskosten: dat deel van de kosten dat de aanbieder van het complex product in rekening brengt bij of ten laste laat komen van de consument in geval van vervroegde beëindiging en dat verband houdt met gederfde rente-inkomsten; +j. restschuld: de overblijvende financiële verplichting van de consument jegens de aanbieder van het complex product uit hoofde van een opbouwproduct; +k. retourprovisie: het gedeelte van de door of ten laste van een beleggingsinstelling voor een dienst van een derde te betalen of betaalde vergoeding dat direct of indirect de ontvanger terugbetaalt; +l. schuldproduct: een complex product, bestaande uit een combinatie van krediet, met uitzondering van krediet dat wordt aangewend voor het verschaffen van het genot van een complex product dat overwegend tot doel heeft kapitaal te doen groeien, en een bestanddeel, dat wordt aangewend om te voorzien in de gehele of gedeeltelijke aflossing van het krediet; +m. spaarhypotheek: een complex product dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een levensverzekering met een garantiekapitaal dat in hoogte overeenkomt met de omvang van het krediet; +n. uitkering: uitbetaling door de aanbieder van het complex product aan de consument van de waarde van het complex product onder aftrek van kosten bij beëindiging door de consument aangevuld met voor zover van toepassing de onttrekkingen gedaan door de consument vóór beëindiging; +o. voorbeeldwaarde: de waarde van de opbrengst bij verkoop van het recht van deelneming in de beleggingsinstelling, waarbij verkoopkosten al zijn afgetrokken; +p. waarde: de som van alle door de consument verrichte betalingen voor het complex product aan de aanbieder plus een bepaald jaarlijks rendement over het deel van die betalingen dat wordt aangewend ten einde rendement te genereren ten behoeve van de consument. ### Paragraaf 2. Onverplichte precontractuele informatie bij complexe producten @@ -58,13 +47,11 @@ aa. waarde: de som van alle door de consument verrichte betalingen voor het comp **5.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s in een reclame-uiting, bedoeld in artikel 27, derde lid, van het Besluit financiële dienstverlening, via radio wordt weergegeven aan het einde van de reclame-uiting door overneming van het geluidsbestand, te downloaden van www.afm.nl/ reclameteksten. -**6.** Autoriteit Financiële Markten kan de risico-indicator als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid of, een geluidsbestand als bedoeld in het vorige lid geheel of gedeeltelijk wijzigen. Een aanbieder van het complex product verwerkt een wijziging bedoeld in de vorige zin uiterlijk de eerste dag van de vierde kalendermaand na bekendmaking daarvan. +**6.** Autoriteit Financiële Markten kan de risico-indicator als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid een geluidsbestand als bedoeld in het vorige lid geheel of gedeeltelijk wijzigen. Een aanbieder van het complex product verwerkt een wijziging bedoeld in de vorige zin uiterlijk de eerste dag van vierde kalendermaand na bekendmaking daarvan. -**7.** De risico-indicator als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1, onder 1, met dien verstande dat de risico-indicator bedoeld in het tweede lid de consument door middel van een hyperlink verwijst naar www.afm.nl/risicometer. De risico-indicator als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1, onder 2. +**7.** De risico-indicator als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1, onder 1. De risico-indicator als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1, onder 2. -**8.** De informatie bedoeld in het eerste en tweede lid wordt weergegeven in een grootte van tien procent van de grootte van de reclame-uiting en een minimale diameter van 4 centimeter, in de kleur zwart of rood, met dien verstande dat voor de bepaling van de minimale diameter van 4 centimeter in een reclame-uiting via internet een beeldscherm van 17 inch als uitgangspunt dient te worden genomen. - -**9.** De informatie als bedoeld in het derde lid wordt weergegeven in een grootte van tien procent van de grootte van de reclame-uiting. +**8.** De informatie bedoeld in het eerste tot en met derde lid wordt weergegeven in een grootte van tien procent van de grootte van de reclame-uiting en een minimale diameter van 4 centimeter, in de kleur zwart of rood. ### Artikel 3 @@ -74,7 +61,7 @@ aa. waarde: de som van alle door de consument verrichte betalingen voor het comp **3.** Informatie over de kosten, bedoeld in artikel 27, vijfde of zesde lid van het Besluit financiële dienstverlening, wordt verstrekt in absolute getallen indien de aanbieder van het complex product de rendementen bedoeld in het eerste of tweede lid in absolute getallen weergeeft dan wel in percentages indien de dienstverlener de rendementen in percentages weergeeft. De informatie over de kosten wordt verstrekt in cumulatieve vorm. -**4.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s, bedoeld in artikel 27, vijfde lid van het Besluit financiële dienstverlening, wordt weergegeven door middel van vermelding van, voor zover het een schuldproduct betreft: ‘Het risico dat u met een schuld blijft zitten zoals opgenomen in de Financiële Bijsluiter is […].’ of voor zover het een opbouwproduct betreft: ‘Het risico dat u uw inleg niet terugkrijgt zoals opgenomen in de Financiële Bijsluiter is […].’, onder invulling van de risicocategorie behorende bij de contractuele looptijd als bedoeld in artikel 8, tweede en derde lid, gevolgd door de teksten: ‘Dit risico kan hoger of lager worden afhankelijk van bijvoorbeeld uw beleggingskeuze. Bespreek uw risico met een adviseur.’. +**4.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s, bedoeld in artikel 27, vijfde lid van het Besluit financiële dienstverlening, wordt weergegeven door middel van vermelding van, voor zover het een schuldproduct betreft: ‘Het risico dat u met een schuld blijft zitten zoals opgenomen in de Financiële Bijsluiter is […].’ of voor zover het een opbouwproduct betreft: ‘Het risico dat u uw inleg terugkrijgt zoals opgenomen in de Financiële Bijsluiter is […].’, onder invulling van de risicocategorie behorende bij de contractuele looptijd als bedoeld in artikel 8, tweede en derde lid, gevolgd door de teksten: ‘Dit risico kan hoger of lager worden afhankelijk van bijvoorbeeld uw beleggingskeuze. Bespreek uw risico met een adviseur.’. **5.** Informatie als bedoeld in het vorige lid kan worden vervangen door een risico-indicator, die is berekend op basis van gegevens van de consument. @@ -84,7 +71,7 @@ aa. waarde: de som van alle door de consument verrichte betalingen voor het comp ### Artikel 4 -**1.** Een financiële bijsluiter wordt opgesteld voor zover het een schuldproduct betreft conform de vormgeving van bijlage 2, onderdeel 1, voor zover het betreft een overwaardeconstructie conform de vormgeving van bijlage 2, onderdeel 2, voor zover het een opbouwproduct betreft conform de vormgeving van bijlage 3, onderdeel 1 of voor zover het betreft een direct ingaande lijfrente conform de vormgeving van bijlage 3, onderdeel 2. +**1.** Een financiële bijsluiter wordt opgesteld een schuldproduct betreft conform de vormgeving van bijlage 2, onderdeel 1, voor zover het een overwaardeconstructie conform de vormgeving van bijlage 2, onderdeel 2, voor het een opbouwproduct betreft conform de vormgeving van bijlage 3, onderdeel 1 of voor zover het betreft een direct ingaande lijfrente conform de vormgeving van bijlage 3, onderdeel 2. **2.** @@ -103,22 +90,21 @@ f. onderaan op de tweede pagina een beschrijving van de financiële gevolgen van Een financiële bijsluiter bevat onder de titel ‘Financiële bijsluiter’ links bovenaan een overzicht van de symbolen. Vlak daaronder bevat de financiële bijsluiter: -a. voor zover het een schuldproduct betreft de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een hypotheek of een lening, onder invulling van hetgeen toepasselijk is, van € (…)’, onder invulling van het toepasselijke bedrag bedoeld in artikel 7, vijfde lid, onder a of b, aangevuld met de zin die staat vermeld in bijlage 5, tabel 1 en die behoort bij de toepasselijke beleggingsklasse, tenzij het een complex product betreft dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een spaarrekening, waarvan de tegoeden dienen ter aflossing van het krediet; -b. voor zover het een opbouwproduct betreft voor zover van toepassing de zin ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar’ of de zin ’Let op! Er wordt gerekend met een eenmalige inleg van € (…)’, onder invulling van het toepasselijke bedrag bedoeld in artikel 7, tweede en vierde lid, aangevuld met de zin die staat vermeld in bijlage 5, tabel 1, en die hoort bij de toepasselijke beleggingsklasse, tenzij het complex product een traditionele levensverzekering betreft als bedoeld in artikel 1, onder d ten derde van het Besluit financiële dienstverlening. -c. voor zover het een spaarbeleggingsproduct betreft de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar, met 50% sparen en 50% beleggen’. +a. voor zover het een schuldproduct betreft de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een hypotheek van € (…)’, onder invulling van het toepasselijke bedrag bedoeld in artikel 7, vijfde lid, onder a of b, aangevuld met de zin die staat vermeld in bijlage 5, tabel 1 en die behoort bij de toepasselijke beleggingsklasse; +b. voor zover het een opbouwproduct betreft de zin ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar’ of +c. voor zover er wordt gerekend met een eenmalige inleg de zin ‘Let op! Er wordt gerekende met een eenmalige inleg van € (…)’, onder invulling van het toepasselijke bedrag bedoeld in artikel 7, tweede en vierde lid, aangevuld met de zin die staat vermeld in bijlage 5, tabel 1 en die behoort bij de toepasselijke beleggingsklasse, tenzij het complex product een traditionele levensverzekering betreft als bedoeld in artikel 1, onder d, ten derde van het Besluit financiële dienstverlening. **2.** De financiële bijsluiter bevat rechts bovenaan de naam van het product met daaronder de naam van de aanbieder van het complex product. -**3.** Een financiële bijsluiter bevat in de eerste alinea van de inleiding de volgende zinnen: ‘Gebruik de Financiële Bijsluiter vóór u overgaat tot het afsluiten van de [productsoort] [productnaam]’, onder invulling van de omschrijving in enkelvoud van het soort producten waartoe het aangeboden complex product behoort en van de naam van het aangeboden complex product, gevolgd door de zin: ‘Vergelijk deze Financiële Bijsluiter ook met de bijsluiter van andere [productsoorten]’, onder invulling van de omschrijving in meervoud van het soort producten waartoe het aangeboden complex product behoort en de zin: ‘Lees ook de offerte en/of de algemene voorwaarden.’ of, voor zover het een beleggingsobject betreft, de zin: ‘Lees ook het prospectus, de offerte en de algemene voorwaarden.’ +**3.** Een financiële bijsluiter bevat in de eerste alinea van de inleiding de volgende zinnen: ‘Gebruik de Financiële Bijsluiter vóór u overgaat tot het afsluiten van de [productsoort] [productnaam]’, onder invulling van de omschrijving in enkelvoud van het soort producten waartoe het aangeboden complex product behoort en van de naam van het aangeboden complex product, gevolgd door de zin: ‘Vergelijk deze Financiële Bijsluiter ook met de bijsluiter van andere [productsoorten]’, onder invulling van de omschrijving in meervoud van het soort producten waartoe het aangeboden complex product behoort en de zin: ‘Lees ook de offerte en de algemene voorwaarden.’ of, voor zover het een beleggingsobject betreft, de zin: ‘Lees ook het prospectus, de offerte en de algemene voorwaarden.’ **4.** Een financiële bijsluiter bevat in de tweede alinea van de inleiding ten aanzien van: -a. een schuldproduct de volgende zin: ‘In deze bijsluiter wordt gerekend met een hypotheek of een lening, onder invulling van hetgeen toepasselijk is, van € (…)’, onder invulling van het toepasselijke bedrag bedoeld in artikel 7, vijfde lid, onder a of b, en vervolgens naar gelang de beleggingsklasse de zin die staat vermeld in bijlage 5, tabel 2, tenzij het een complex product betreft dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een spaarrekening, waarvan de tegoeden dienen ter aflossing van het krediet, -b. een opbouwproduct de volgende zin ‘In deze bijsluiter wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar’ of de zin ’Let op! Er wordt gerekend met een eenmalige inleg van € (…)’, onder invulling van het toepasselijke bedrag bedoeld in artikel 7, tweede en vierde lid, aangevuld met de zin die staat vermeld in bijlage 5, tabel 2, en die hoort bij de toepasselijke beleggingsklasse, tenzij het complex product een traditionele levensverzekering betreft als bedoeld in artikel 1, onder d, ten derde van het Besluit financiële dienstverlening. -c. voor zover het een spaarbeleggingsproduct betreft de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een inleg van € 1.200 per jaar en met 50% sparen en 50% beleggen’ en -d. voor zowel een schuld- als een opbouwproduct verder aan te vullen met de teksten: ‘Uw persoonlijke keuzes en situatie kunnen van invloed zijn op de resultaten die in deze bijsluiter vermeld worden. Meer informatie: www.definancielebijsluiter.nl of vraag een adviseur.’ +a. een schuldproduct de volgende zin: ‘In deze bijsluiter wordt gerekend met een hypotheek van € (…)’, onder invulling van het toepasselijke bedrag bedoeld in artikel 7, vijfde lid, onder a of b, en vervolgens naar gelang de beleggingsklasse de zin die staat vermeld in bijlage 5, tabel 2, +b. een opbouwproduct de volgende zin: ‘In deze bijsluiter wordt gerekend met een inleg van € 1.200’, aangevuld met de zin die staat vermeld in bijlage 5, tabel 2 en die behoort bij de toepasselijke beleggingsklasse, tenzij het complex product een traditionele levensverzekering betreft als bedoeld in artikel 1, onder d, ten derde van het Besluit financiële dienstverlening, of +c. voor zover er wordt gerekend met een eenmalige inleg de zin: ‘Let op! Er wordt gerekend met een eenmalige inleg van € (…)’, onder invulling van het toepasselijke bedrag bedoeld in artikel 7, tweede en vierde lid, voor zowel een schuldproduct als een opbouwproduct verder aan te vullen met de teksten: ‘Uw persoonlijke keuzes en situatie kunnen van invloed zijn op de resultaten die in deze bijsluiter vermeld worden. Meer informatie: www.definancielebijsluiter.nl of vraag een adviseur.’ **5.** Een financiële bijsluiter bevat in de derde alinea de volgende zin: ‘Heeft u vragen?’, gevolgd door naam, adres en telefoonnummer van de aanbieder van het complex product en aangevuld met de tekst: ‘of neem contact op met een adviseur’. @@ -167,17 +153,17 @@ Een financiële bijsluiter is voor zover van toepassing voor de berekening van h a. de vaste looptijd indien het product een vaste looptijd kent die niet afwijkt voor verschillende consumenten of b. indien het complex product geen vaste looptijd kent voor: -i. een schuldproduct: een looptijd van 30 jaren voor zover het product een onderdeel hypothecair krediet kent, een looptijd van 15 jaren voor zover het een krediet zonder hypothecaire zekerheid betreft of een looptijd te bepalen door de Autoriteit Financiële Markten voor zover het product een onderdeel krediet kent waarmee de consument andere dan financiële producten of effecten aanschaft; +i. een schuldproduct: een looptijd van 30 jaren voor zover het product een onderdeel hypothecair krediet kent of een looptijd te bepalen door de Autoriteit Financiële Markten voor zover het product een onderdeel krediet kent waarmee de consument andere dan financiële producten of effecten aanschaft; ii. een opbouwproduct: een looptijd van 20 jaren of -iii. een recht van deelneming of een spaarbeleggingsproduct zonder verzekering en zonder contractuele looptijd: een looptijd van 1 jaar. +iii. een recht van deelneming: een looptijd van 1 jaar. **2.** Indien het complex product een onderdeel verzekeren kent, is de berekening van het financiële risico, de kosten en opbrengsten, in aanvulling op de contractuele looptijd bedoeld in het eerste lid, gebaseerd op de volgende parameters: -a. één niet-rokende mannelijke verzekerde met een leeftijd van 35 jaren en voor zover het een direct ingaande lijfrente betreft van 60 jaren; +a. één niet-rokende mannelijke verzekerde met een leeftijd van 35 jaren en voor zover het een direct ingaande lijfrente betreft van 55 jaren; b. in geval van een spaarhypotheek een jaarlijkse netto renderende spaarpremie van € 3.428,87; -c. in geval van overige variabelen die van invloed zijn op de hoogte van de premie of kosten de meest representatieve keuze uit variabelen dan wel die variabelen die leiden tot de hoogst mogelijke premie of kosten. +c. in geval van overige variabelen die van invloed zijn op de hoogte van de premie de meest representatieve keuze uit variabelen dan wel die variabelen die leiden tot de hoogst mogelijke premie. **3.** @@ -193,9 +179,9 @@ Een opbouwproduct is, in aanvulling op het bepaalde in het eerste tot en met het a. een eenmalige inleg van € 1.000; b. een maandelijkse inleg van € 100 indien de periodieke betalingen van de consument aan de aanbieder zijn overeengekomen; -c. een eenmalige premiestorting van € 5.000 in geval van een niet-direct uitkerende lijfrenteverzekering; +c. een eenmalige premiestorting van € 5.000 in geval van een niet-direct uitkerende lijfrenteverzekering of d. een storting van € 20.000 in geval van een direct ingaande lijfrenteverzekering op beleggingsbasis en een onttrekking waarvan de hoogte wordt bepaald door het te hanteren rendement en een periode van onttrekking van 20 jaar; -e. een storting van € 20.000 in geval van een traditionele direct ingaande lijfrenteverzekering en een onttrekking waarvan de hoogte wordt bepaald door een levenslange uitbetaling voor verzekerde vanaf 60 jaren en een levenslange nabestaande-uitbetaling van 70% van vorendebedoelde uitbetaling uitgaande van een nabestaande vrouw van 60 jaren; +e. een storting van € 20.000 in geval van een traditionele direct ingaande lijfrenteverzekering en een onttrekking waarvan de hoogte wordt bepaald door een levenslange uitbetaling voor verzekerde vanaf 55 jaren en een levenslange nabestaande-uitbetaling van 70% van vorendebedoelde uitbetaling uitgaande van een nabestaande vrouw van 55 jaren; f. een verzekerd bedrag uitgekeerd uit hoofde van een gemengde verzekering met overlijdensrisicodekking of een overlijdensrisicoverzekering ter hoogte van de totale inleg over de gehele contractuele looptijd of g. voor zover het een levensverzekering met winstdeling betreft wordt voor de berekening van de guise uitgegaan van de laagst mogelijke winstdeling. @@ -206,9 +192,8 @@ Een schuldproduct is, in aanvulling op het bepaalde in het eerste en het tweede a. in geval van een schuldproduct, niet zijnde een overwaardeconstructie: een hypothecair krediet van € 200.000 of een door de Autoriteit Financiële Markten te bepalen omvang van het krediet in geval van een niet-hypothecair krediet; b. in geval van een overwaardeconstructie: een hypothecair krediet van € 225.000, waarvan € 25.000 wordt gestort in een beleggingsdepot en een jaarlijkse onttrekking uit het depot van € 1.630; c. een inleg gebaseerd op de gehanteerde rekenrendementen en een aflossingsdoel dat gelijk is aan het krediet; -d. een verzekerd bedrag uitgekeerd uit hoofde van een gemengde verzekering met een overlijdensrisicodekking waarvan de omvang gelijk is aan het krediet of een overlijdensrisicoverzekering waarvan de omvang gelijk is aan het krediet; -e. in geval van een hypothecair krediet af te lossen door middel van sparen en beleggen een verdeling van de helft aan spaar- en de andere helft aan beleggingsopbrengsten of -f. een krediet van € 15.000 in geval het complex product bestaat uit een combinatie van een krediet zonder een hypothecaire zekerheid en een levensverzekering, die dient ter aflossing van voornoemd krediet. +d. een verzekerd bedrag uitgekeerd uit hoofde van een gemengde verzekering met een overlijdensrisicodekking waarvan de omvang gelijk is aan het krediet of een overlijdensrisicoverzekering waarvan de omvang gelijk is aan het krediet of +e. in geval van een hypothecair krediet af te lossen door middel van sparen en beleggen een verdeling van de helft aan spaar- en de andere helft aan beleggingsopbrengsten. **6.** @@ -216,10 +201,10 @@ Een complex product is, in aanvulling op het bepaalde in het eerste tot en met h a. hetgeen inherent is aan het product; b. categorie 4 indien de consument de beleggingen kan kiezen, een mixfonds tot de keuzemogelijkheden behoort en mixfonds niet de minst risicovolle keuze is; -c. categorie 5 indien de consument de beleggingen kan kiezen, het bepaalde onder b niet van toepassing is, en categorie 5 tot de keuzemogelijkheden behoort; +c. categorie 5 indien de consument de beleggingen kan kiezen het bepaalde onder ii niet van toepassing is, en categorie 5 tot de keuzemogelijkheden behoort; d. categorie 6 indien a, b, en c niet van toepassing zijn. -**7.** Indien de aanbieder van het complex product transactiekosten berekent, waarvan de hoogte afhankelijk is van te maken keuzes van de consument, wordt voor de berekening van deze kosten uitgegaan van de meest representatieve keuzes. +**7.** Indien de aanbieder van het complex product transactiekosten berekent, waarvan de hoogte afhankelijk is van te maken keuzes van de consument, wordt voor de berekening van deze kosten uitgegaan van de meest representatieve keuzes, met een minimum van een maal wisselen van beleggingen per 12 kalendermaanden. ### Artikel 8 @@ -238,7 +223,7 @@ f. ‘zeer groot’ indien het een overwaardeconstructie betreft. **3.** -In een financiële bijsluiter wordt het financiële risico van een opbouwproduct, een recht van deelneming of een spaarbeleggingsproduct, voor het einde van de contractuele looptijd bedoeld in artikel 7, eerste lid en de tussenliggende looptijd, bedoeld in artikel 7, derde lid onder voor zover van toepassing het kopje ‘Risico dat u uw inleg niet terug krijgt’ of ‘Risico dat u uw inleg niet terug krijgt en met een restschuld blijft zitten’ boven de streep en onder het kopje ‘bij tussentijdse beëindiging (… jaar)’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, derde lid, links onder de streep en ‘bij gehele looptijd (… jaar)’ onder de streep, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aangegeven als: +In een financiële bijsluiter wordt het financiële risico van een opbouwproduct of een recht van deelneming, voor het einde van de contractuele looptijd bedoeld in artikel 7, eerste lid en de tussenliggende looptijd, bedoeld in artikel 7, derde lid onder voor zover van toepassing het kopje ‘Risico dat u uw inleg niet terug krijgt’ of ‘Risico dat u uw inleg niet terug krijgt en met een restschuld blijft zitten’ boven de streep en onder het kopje ‘bij tussentijdse beëindiging (… jaar)’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, derde lid, links onder de streep en ‘bij gehele looptijd (… jaar)’ onder de streep, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aangegeven als: a. ‘zeer klein’ indien de uitbetaling van de inleg volledig is gegarandeerd aan de consument en de garantie op het complexe product wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat; b. ‘klein’ indien de uitbetaling van 80 procent of meer van de inleg is gegarandeerd aan de consument, de guise 95 procent of meer bedraagt van de totale inleg en de garantie op het complexe product wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat; @@ -256,21 +241,20 @@ g. ‘zeer groot’ indien het een beleggingsobject betreft. Een financiële bijsluiter voor een schuldproduct bevat onder het kopje ‘Wat kan er gebeuren in het ergste geval?’ een beschrijving van het meest negatieve financiële resultaat van het product voor de contractuele looptijd door vermelding van: -a. ‘bij de gehele looptijd ([…]jaar) wordt uw schuld volledig afgelost’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien de aanbieder van het schuldproduct de aflossing volledig heeft gegarandeerd en de instelling die de garantie heeft verstrekt onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat; -b. ‘bij de gehele looptijd ([…]jaar) kunt u met […]% van uw schuld blijven zitten’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, en het betreffende percentage in vorenbedoelde vermelding indien de aanbieder een gedeelte van de aflossing van de schuld heeft gegarandeerd en de instelling die de garantie heeft verstrekt onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat; -c. ‘bij de gehele looptijd ([…]jaar) kunt u met de volledige schuld blijven zitten’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien de consument een volledige schuld kan overhouden, maar het schuldproduct geen overwaardeconstructie of inkomensaanvulling betreft en de onderdelen a of b niet van toepassing zijn of -d. ‘bij de gehele looptijd ([…]jaar) kunt u met een volledige schuld blijven zitten en uw inkomensaanvulling kan voor het einde van de looptijd wegvallen’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien er sprake is van een onttrekking aan een beleggingsdepot of een overwaardeconstructie en de onderdelen a of b niet van toepassing zijn. +a. ‘bij de gehele looptijd (…) jaar wordt uw schuld volledig afgelost’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien de aanbieder van het schuldproduct de aflossing volledig heeft gegarandeerd en de instelling die de garantie heeft verstrekt onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat; +b. ‘bij de gehele looptijd (…) jaar kunt u met […]% van uw schuld blijven zitten’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, en het betreffende percentage in vorenbedoelde vermelding indien de aanbieder een gedeelte van de aflossing van de schuld heeft gegarandeerd en de instelling die de garantie heeft verstrekt onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat; +c. ‘bij de gehele looptijd (…) jaar kunt u met de volledige schuld blijven zitten’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien de consument een volledige schuld kan overhouden, maar het schuldproduct geen overwaardeconstructie of inkomensaanvulling betreft en de onderdelen a of b niet van toepassing zijn of +d. ‘bij de gehele looptijd (…) jaar kunt u met een volledige schuld blijven zitten en uw inkomensaanvulling kan voor het einde van de looptijd wegvallen’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien er sprake is van een onttrekking aan een beleggingsdepot of een overwaardeconstructie en de onderdelen a of b niet van toepassing zijn. **3.** -Een financiële bijsluiter voor een opbouwproduct, een recht van deelneming of een spaarbeleggingsproduct bevat onder het kopje ‘Wat kan er gebeuren in het ergste geval?’ een beschrijving van het meest negatieve financiële resultaat van het product voor de contractuele looptijd door vermelding van: +Een financiële bijsluiter voor een opbouwproduct of een recht van deelneming bevat onder het kopje ‘Wat kan er gebeuren in het ergste geval?’ een beschrijving van het meest negatieve financiële resultaat van het product voor de contractuele looptijd door vermelding van: -a. ‘bij een gehele looptijd ([…]jaar) ontvangt u uw inleg terug’, onder invulling van respectievelijk de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien de aanbieder van het complex product de terugbetaling van de inleg aan de consument heeft gegarandeerd en de instelling die de garantie heeft verstrekt onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat; -b. ‘bij een gehele looptijd ([…]jaar) ontvangt u (…)% van uw inleg terug’, onder invulling van respectievelijk de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien de aanbieder van het complex product meer dan de terugbetaling van de inleg aan de consument heeft gegarandeerd en de instelling die de garantie heeft verstrekt onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat, onder invulling van het toepasselijke percentage voor zover bedoelde teruggave de som van alle ingelegde premies overstijgt; -c. ‘bij een gehele looptijd ([…]jaar) kunt u […]% van uw inleg kwijtraken’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, en het betreffende percentage in vorenbedoelde vermelding indien de aanbieder van het complex product uitbetaling van het resterende deel heeft gegarandeerd aan de consument en de instelling die de garantie heeft verstrekt onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat; -d. ‘bij een gehele looptijd ([…]jaar) kunt u uw inleg kwijtraken’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien de consument zijn volledige inleg kan verliezen en de onderdelen a en b niet van toepassing zijn of -e. bij een gehele looptijd ([…]jaar) kunt u uw inleg kwijtraken en kunt u een schuld overhouden’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien de consument zijn inleg kan verliezen en de consument een restschuld kan overhouden. -f. ‘bij een gehele looptijd ([…] jaar) kunt u 50% van uw inleg (uw beleggingsdeel) kwijtraken’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, voor zover het opbouwproduct een spaarbeleggingsproduct betreft. +a. ‘bij een gehele looptijd (…) jaar ontvangt u uw inleg terug’, onder invulling van respectievelijk de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien de aanbieder van het complex product de terugbetaling van de inleg aan de consument heeft gegarandeerd en de instelling die de garantie heeft verstrekt onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat; +b. ‘bij een gehele looptijd (…) jaar ontvangt u (…)% van uw inleg terug’, onder invulling van respectievelijk de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien de aanbieder van het complex product meer dan de terugbetaling van de inleg aan de consument heeft gegarandeerd en de instelling die de garantie heeft verstrekt onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat, onder invulling van het toepasselijke percentage voor zover bedoelde teruggave de som van alle ingelegde premies overstijgt; +c. ‘bij een gehele looptijd (…) jaar kunt u […]% van uw inleg kwijtraken’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, en het betreffende percentage in vorenbedoelde vermelding indien de aanbieder van het complex product uitbetaling van het resterende deel heeft gegarandeerd aan de consument en de instelling die de garantie heeft verstrekt onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat; +d. ‘bij een gehele looptijd (…) jaar kunt u uw inleg kwijtraken’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien de consument zijn volledige inleg kan verliezen en de onderdelen a en b niet van toepassing zijn of +e. bij een gehele looptijd (…) jaar kunt u uw inleg kwijtraken en kunt u een schuld overhouden’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien de consument zijn inleg kan verliezen en de consument een restschuld kan overhouden. **4.** @@ -281,17 +265,15 @@ b. ‘bij tussentijdse beëindiging kunt u […]% van uw inleg kwijtraken’ ond c. ‘bij tussentijdse beëindiging kunt u uw volledige inleg kwijtraken’ indien de consument zijn volledige inleg kan verliezen en de onderdelen a en b niet van toepassing zijn of d. ‘bij tussentijdse beëindiging kunt u uw inleg kwijtraken en kunt u een schuld overhouden’ indien de consument zijn inleg kan verliezen en de consument een restschuld kan overhouden. -**5.** Een financiële bijsluiter voor een opbouwproduct zijnde een beleggingsobject bevat direct onder de risico-indicator een verwijzing naar het hoofdstuk van het betreffende beleggingsobjectprospectus waarin alle belangrijke risico’s van het beleggingsobject zijn opgenomen, als bedoeld in artikel 35 van het besluit. De tekst die dient te worden ingevoegd luidt: ‘voor alle risico’s van het beleggingsobject wordt verwezen naar hoofdstuk [x] van het beleggingsobjectprospectus’. - ### Artikel 10 -**1.** Een financiële bijsluiter bevat onder de subtitel ‘Wat zijn de kosten?’ informatie over inleg, rendement, kosten en uitkering van het complex product alsmede de volgende tekst: ‘De kosten bij een voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging/het kapitaal van 4%’, onder invulling van hetgeen toepasselijk is. +**1.** Een financiële bijsluiter bevat onder de subtitel ‘Wat zijn de kosten?’ informatie over inleg, rendement, kosten en uitkering van het complex product alsmede de volgende tekst: ‘De kosten bij een voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging van 4%’. -**2.** De financiële bijsluiter geeft onder het kopje ‘Inleg’ voor zover het opbouwproduct betreft de som weer van alle betalingen van de consument aan de financiële dienstverlener van het complex product en voor zover het een schuldproduct betreft de som weer van alle betalingen van de consument aan de financiële dienstverlener van het complex product exclusief rentebetalingen. +**2.** De financiële bijsluiter geeft onder het kopje ‘Inleg’ de som weer van alle betalingen van de consument aan de aanbieder van het complex product. **3.** De financiële bijsluiter geeft voor zover het een overwaardeconstructie betreft onder het kopje ‘Inleg’ de som weer van € 25.000 en alle betalingen van de consument aan de aanbieder van het complex product onder aftrek van de cumulatieve onttrekkingen uit het beleggingsdepot. -**4.** De financiële bijsluiter geeft onder het kopje ‘Rendement’ de waarde van het complex product weer uitgaande van een bruto rendement van 4 procent minus de inleg als bedoeld in het tweede en derde lid. +**4.** De financiële bijsluiter geeft onder het kopje ‘Rendement’ de waarde van het complex product weer uitgaande van een rendement van 4 procent minus de inleg als bedoeld in het tweede en derde lid. **5.** @@ -337,12 +319,10 @@ a. een historisch opbrengstscenario, onder het kopje ‘De opbrengst bij een voo i. het gemiddelde rendement over de afgelopen 20 jaren indien een historie van rendementen voor het complex product beschikbaar is van 20 jaren of langer; ii. het gemiddelde rendement over 20 jaren waarbij de eigen historie wordt aangevuld met de van toepassing zijnde parameter onder ‘verwacht rendement’, bedoeld in bijlage 5, tabel 0, voor de ontbrekende periode indien een historie beschikbaar is van tussen de 20 en 4 jaren; of iii. de toepasselijke parameter als bedoeld onder ‘verwacht rendement’ in bijlage 5, tabel 0 indien een historie beschikbaar is van korter dan 4 jaren. -b. 4 procent rendement op jaarbasis onder het kopje ‘De opbrengst bij een voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging/het kapitaal van 4%’, onder invulling van hetgeen toepasselijk is, boven de streep en onder het kopje ‘De opbrengst is [hoger dan/gelijk aan/lager dan] de schuld’ voor zover het een schuldproduct betreft of ‘De opbrengst is [hoger dan/gelijk aan/lager dan] de inleg’ voor zover het een opbouwproduct betreft onder invulling van hetgeen toepasselijk is onder de streep, en +b. 4 procent rendement op jaarbasis onder het kopje ‘De opbrengst bij een voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging van 4%’ boven de streep en onder het kopje ‘De opbrengst is [hoger dan/gelijk aan/lager dan] de schuld’ voor zover het een schuldproduct betreft of ‘De opbrengst is [hoger dan/gelijk aan/lager dan] de inleg’ voor zover het een opbouwproduct betreft onder invulling van hetgeen toepasselijk is onder de streep, en c. een pessimistisch opbrengstscenario door middel van de guise onder het kopje ‘De opbrengst bij een pessimistische voorspelling’ boven de streep en onder de streep onder het kopje ‘De opbrengst is [hoger dan/gelijk aan/lager dan] de schuld’ voor zover het een schuldproduct betreft of ‘De opbrengst is [hoger dan/gelijk aan/lager dan] de inleg’ voor zover het een opbouwproduct betreft, onder invulling van hetgeen toepasselijk is onder de streep. -**2.** Een financiële bijsluiter geeft, in afwijking van het vorige lid, voor zover het een levensverzekering betreft met een vaste gegarandeerde uitkering, de betreffende uitkering weer onder elk van de drie opbrengstscenario’s bedoeld in de onderdelen a tot en met c van het vorige lid. - -**3.** +**2.** De financiële bijsluiter geeft de uitkering weer voor de volgende looptijden: @@ -352,21 +332,21 @@ c. 1 en 3 jaren en het einde van de contractuele looptijd indien de contractuele d. 1, 3 en 5 jaren en het einde van de contractuele looptijd indien de contractuele looptijd langer is dan 5 en korter dan of gelijk aan 12 jaren of e. 1, 5 en 10 jaren en het einde van de contractuele looptijd indien de contractuele looptijd langer is dan 12 jaren. -**4.** Een financiële bijsluiter geeft de uitkering bedoeld in het tweede lid weer afgezet tegen een schuld, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, onder a voor zover het een schuldproduct betreft. +**3.** Een financiële bijsluiter geeft de uitkering bedoeld in het tweede lid weer afgezet tegen een schuld, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, onder a voor zover het een schuldproduct betreft. -**5.** Een financiële bijsluiter geeft, in afwijking van het vorige lid, voor zover het een spaarhypotheek betreft de uitkering bedoeld in het eerste lid uitsluitend weer met een opbrengstscenario als bedoeld in het eerste lid, onder b. +**4.** Een financiële bijsluiter geeft, in afwijking van het vorige lid, voor zover het een spaarhypotheek betreft de uitkering bedoeld in het eerste lid uitsluitend weer met een opbrengstscenario als bedoeld in het eerste lid, onder b. -**6.** Een financiële bijsluiter geeft, in aanvulling op het derde lid, voor zover het een overwaardeconstructie betreft de uitkering bedoeld in het eerste lid uitsluitend weer aangevuld met een vermelding van het jaar waarin het beleggingsdepot leeg raakt voor zover het beleggingsdepot bij het gehanteerde opbrengstscenario vóór het einde van de contractuele looptijd leeg raakt. +**5.** Een financiële bijsluiter geeft, in aanvulling op het derde lid, voor zover het een overwaardeconstructie betreft de uitkering bedoeld in het eerste lid uitsluitend weer aangevuld met een vermelding van het jaar waarin het beleggingsdepot leeg raakt voor zover het beleggingsdepot bij het gehanteerde opbrengstscenario vóór het einde van de contractuele looptijd leeg raakt. -**7.** Een financiële bijsluiter geeft voor zover het een overwaardeconstructie betreft, in aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, voor zover het beleggingsdepot als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, onder b leeg raakt de volgende tekst weer: ‘Let op! Over (…) jaar stijgen uw lasten jaarlijks met € 1.630, onder invulling van hetgeen toepasselijk is. +**6.** Een financiële bijsluiter geeft voor zover het een overwaardeconstructie betreft, in aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, voor zover het beleggingsdepot als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, onder b leeg raakt de volgende tekst weer: ‘Let op! Over (…) jaar stijgen uw lasten jaarlijks met € 1.630, onder invulling van hetgeen toepasselijk is. -**8.** Een financiële bijsluiter geeft voor zover het een opbouwproduct betreft de uitkering bedoeld in het eerste lid weer afgezet tegen de inleg, als bedoeld in artikel 7, vierde lid, +**7.** Een financiële bijsluiter geeft voor zover het een opbouwproduct betreft de uitkering bedoeld in het eerste lid weer afgezet tegen de inleg, als bedoeld in artikel 7, vierde lid, -**9.** Een financiële bijsluiter geeft voor zover het een direct ingaande lijfrente betreft, in aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, ‘De uitkering per jaar is € (…)’ onder invulling van de onttrekking als bepaald in artikel 7, vierde lid onder d. +**8.** Een financiële bijsluiter geeft voor zover het een direct ingaande lijfrente betreft, in aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, ‘De uitkering per jaar is € (…)’ onder invulling van de onttrekking als bepaald in artikel 7, vierde lid onder d. ### Artikel 12 -**1.** Een financiële bijsluiter vermeldt onder de subtitel ‘Wat gebeurt er bij eerder beëindigen?’ onder het kopje ‘Gevolgen’ en bij het kopje ‘bij overlijden’: ‘uw nabestaande krijgt een [(vast/onzeker) bedrag /periodieke uitkering]’, onder invulling van hetgeen toepasselijk is, indien het complex product de consument aanspraak geeft op een uitkering uit hoofde van een overlijdensrisicoverzekering, ‘het opgebouwde kapitaal vervalt [aan uw nabestaanden] [aan de verzekeraar]’ ‘uw nabestaande kan een schuld overhouden’ of ‘u kunt een schuld overhouden’, onder invulling van hetgeen van toepassing is en ‘Vraag naar de voorwaarden’ en bij opzeggen voor zover het een verzekering betreft: ‘u heeft afkoopkosten’ en voor zover het lenen, sparen of beleggen betreft: ‘u heeft kosten’ indien de aanbieder van het complex product de consument kosten in rekening brengt bij beëindigen van het complex product vóór afloop van de contractuele looptijd anders dan door overlijden en ‘Vraag naar de bedragen’ dan wel: ‘u heeft geen kosten’ indien de aanbieder van het complex product de consument geen kosten in rekening brengt bij beëindigen van het complex product vóór afloop van de contractuele looptijd anders dan door overlijden. +**1.** Een financiële bijsluiter vermeldt onder de subtitel ‘Wat gebeurt er bij eerder beëindigen?’ onder het kopje ‘Gevolgen’ en bij het kopje ‘bij overlijden’: ‘uw nabestaande krijgt een [(vast/onzeker) bedrag /periodieke uitkering]’, onder invulling van hetgeen toepasselijk is, indien het complex product de consument aanspraak geeft op een uitkering uit hoofde van een overlijdensrisicoverzekering, ‘het opgebouwde kapitaal vervalt [ook aan uw nabestaanden] [aan de verzekeraar]’, onder invulling van hetgeen van toepassing is en ‘Vraag naar de voorwaarden’ en bij opzeggen: ‘u heeft afkoopkosten’ indien de aanbieder van het complex product de consument kosten in rekening brengt bij beëindigen van het complex product vóór afloop van de contractuele looptijd anders dan door overlijden en ‘Vraag naar de bedragen’ dan wel: ‘u heeft geen kosten’ indien de aanbieder van het complex product de consument geen kosten in rekening brengt bij beëindigen van het complex product vóór afloop van de contractuele looptijd anders dan door overlijden. **2.** Indien het bepaalde in het eerste lid niet toepasbaar blijkt, kan de aanbieder van het complex product de Autoriteit Financiële Markten verzoeken om aanvullingen. @@ -471,7 +451,7 @@ Een financiële bijsluiter bevat in de directe nabijheid van de informatie over ### Artikel 22 -**1.** De financiële bijsluiter bevat in de vorm van een staafdiagram de beleggingsresultaten van de tien voorafgegane, afgesloten boekjaren. De gerealiseerde rendementen worden uitgedrukt in procenten verandering van de intrinsieke waarde tussen begin en einde van het boekjaar. +**1.** De financiële bijsluiter bevat in de vorm van een staafdiagram de beleggingsresultaten van de tien voorafgegane, afgesloten boekjaren. De gerealiseerde rendementen worden uitgedrukt in procenten verandering van de intrinsieke waarde tussen begin en einde van het kalenderjaar. **2.** Indien de beleggingsinstelling een historie heeft van minder dan tien jaar en minimaal één jaar, wordt het staafdiagram ingevuld met de resultaten over de desbetreffende periode. Indien de beleggingsinstelling korter dan één jaar bestaat, wordt in de financiële bijsluiter de volgende tekst opgenomen: ‘Omdat de beleggingsinstelling korter dan één jaar bestaat, is in de financiële bijsluiter geen staafdiagram met gerealiseerde beleggingsresultaten opgenomen’. @@ -566,70 +546,19 @@ d. de datum waarop de financiële bijsluiter is geactualiseerd. **2.** De financiële bijsluiter bevat de volgende tekst: ‘Voor vragen kunt u de Toezichtslijn van de Autoriteit Financiële Markten bellen: 0900-5400 540 of kijken op de website www.afm.nl’. -### Paragraaf 5. Verplichte precontractuele informatie bij beleggingsobjecten +### Paragraaf 5. Wijzigingen overige regelgeving ### Artikel 30 -**1.** +Wijzigt de Nadere Regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen 2005. -Het beleggingsobjectprospectus bevat een samenvatting van de kerngegevens bestaande uit maximaal 1000 woorden. Deze samenvatting bevat tenminste de volgende gegevens: - -a. gegevens over de aanbieder van een beleggingsobject: - -i. naam, rechtsvorm, datum oprichting, plaats van vestiging hoofdkantoor, -ii. overzicht van de bedrijfsactiviteiten, -iii. beschrijving van de groep waar de aanbieder van een beleggingsobject deel van uitmaakt; -b. gegevens over de serie van beleggingsobjecten: - -i. aard, -ii. bestaansduur, -iii. een overzicht van de voornaamste risico’s en -iv. een overzicht van de voornaamste algemene respectievelijke bijzondere voorwaarden; -c. financiële informatie: informatie over de beleggingsobjectkosten, alsmede over de te verwachten waardeontwikkeling van het beleggingsobject en de overige gegevens als bedoeld in artikel 35, derde lid onder j, van het besluit; -d. indien van toepassing: een overzicht van de belangrijke transacties met gelieerde partijen; -e. ingeval van een aanpassing van het beleggingsobjectprospectus: een korte toelichting op de in de desbetreffende versie van het beleggingsobjectprospectus doorgevoerde wijziging ten opzichte van de voorgaande versie; - -**2.** Indien het beleggingsobjectprospectus uit maximaal 7.500 woorden bestaat, is een samenvatting als bedoeld in het eerste lid facultatief. +### Paragraaf 6. Slotbepalingen ### Artikel 31 -**1.** Een beleggingsobjectprospectus is opgesteld overeenkomstig bijlage 6. - -**2.** De informatie betreffende de beleggingsobjectkosten per serie van beleggingsobjecten zoals bedoeld in artikel 35, derde lid onder i, van het besluit wordt overeenkomstig tabel 1 van bijlage 7 in het beleggingsobjectprospectus opgenomen, waarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject. De beleggingsobjectkosten dienen voor de gehele bestaansduur van de serie van beleggingsobjecten te worden weergegeven. Indien de beleggingsobjectkosten voor een reeks jaren gelijk zijn, kunnen deze jaren en de bijhorende beleggingsobjectkosten op basis van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject samengevoegd worden in een kolom zoals weergegeven in tabel 1 van bijlage 7. - -**3.** De informatie betreffende de gegevens per serie van beleggingsobjecten, zoals bedoeld in artikel 35, derde lid onder j, van het besluit, wordt overeenkomstig tabel 2 van bijlage 7 in het beleggingsobjectprospectus opgenomen. - -**4.** De beleggingsobjectkosten en de gegevens als bedoeld in artikel 35, derde lid onder i en j, van het besluit, worden onderbouwd in het beleggingsobjectprospectus door vermelding van de aannames die daaraan ten grondslag liggen. De tekst waarin de aannames worden vermeld en toegelicht, wordt direct onder de tabellen van bijlage 7 ingevoegd. - -**5.** Het beleggingsobjectprospectus vermeldt een datum en een versienummer. Ingeval van een wijziging in een beleggingsobjectprospectus wordt deze toegelicht in het aangepaste beleggingsobjectprospectus met inbegrip van de consequentie(s) van de desbetreffende wijziging. De toelichting bevat een verwijzing naar het voorgaande beleggingsobjectprospectus dat is gewijzigd. - -### Artikel 32 - -Het is niet geoorloofd bij berekening van de beleggingsobjectkosten, als bedoeld in artikel 31, opbrengsten en andere voordelen op deze kosten in mindering te brengen. - -### Paragraaf 6. Informatieverstrekking gedurende de looptijd van een overeenkomst bij beleggingsobjecten - -### Artikel 33 - -**1.** De administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten worden per serie van beleggingsobjecten per boekjaar in de toelichting op de jaarrekening verantwoord overeenkomstig de kruistabel van bijlage 8. Eventuele valutakoersverschillen dienen in de bedoelde kosten te worden verantwoord. De ingelegde gelden per serie van beleggingsobjecten per boekjaar, als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onder a, van het besluit, worden separaat in de toelichting op de jaarrekening vermeld. - -**2.** Indien het totaal van de in een boekjaar verantwoorde kosten niet gelijk is aan het totaal van de in het eerste lid bedoelde kosten, wordt dit verschil toegelicht in de jaarrekening. - -**3.** Het is niet geoorloofd bij berekening van de kosten bedoeld in het eerste lid opbrengsten en andere voordelen in mindering te brengen. - -### Paragraaf 7. Wijzigingen overige regelgeving - -### Artikel 34 - -Wijzigt de Nadere Regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen 2005. - -### Paragraaf 8. Slotbepalingen - -### Artikel 35 - Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. -### Artikel 36 +### Artikel 32 Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere Regeling financiële dienstverlening. @@ -647,7 +576,7 @@ Voor de daadwerkelijke berekening van de GUISE, is de volgende benadering te geb GUISE ≈ 0.3125 * waarde 1%-kans-scenario + 0.4375 * waarde 5%-kans-scenario + 0.25 * waarde 10%-kans-scenario (1) -De bepaling van de waarde van deze drie scenario’s kan direct via kansrekening. Hieronder wordt aangegeven hoe dit zonder complexe berekeningen kan worden geïmplementeerd. Er worden tabellen beschikbaar gesteld die aangeven voor iedere beleggingsklasse, en iedere looptijd wat het gemiddelde bruto jaarrendement is waarmee moet worden gerekend om op het betreffende scenario (1%, 5% of 10%) uit te komen. Deze zijn uiteraard al gebaseerd op de genoemde parameters μ en σ. +De bepaling van de waarde van deze drie scenario’s kan direct via kansrekening. Hieronder wordt aangegeven hoe dit zonder complexe berekeningen kan worden geïmplementeerd. Er worden tabellen beschikbaar gesteld die aangeven voor iedere beleggingsklasse, en iedere looptijd wat het gemiddelde jaarrendement is waarmee moet worden gerekend om op het betreffende scenario (1%, 5% of 10%) uit te komen. Deze zijn uiteraard al gebaseerd op de genoemde parameters μ en σ. Het betreft de volgende tabellen: @@ -664,11 +593,3 @@ In sommige gevallen kan dit nog aanzienlijk verder vereenvoudigd worden. Dit wor ## Bijlage 5. Bepaling van de beleggingsklasse en parameters Voor de berekening van de ‘guise’ wordt gebruik gemaakt van parameters μ (gemiddelde) en σ (standaarddeviatie, ook wel volatiliteit) van de rendementen van de onderliggende waarden. Bij berekening van de GUISE op basis van de tabellen zijn de parameterwaarden van de verschillende beleggingscategorieën uiteraard al verwerkt. In die gevallen is het van belang om de juiste beleggingsklasse te bepalen (op basis van de onderliggende waarden waarin belegd wordt). Voor beleggingsinstellingen is het toegestaan om gebruik te maken van fondsspecifieke parameters μ en σ indien de instelling over genoeg fondsspecifieke historie beschikt. - -## Bijlage 6. Model voor beleggingsobjectprospectus - -De informatie die een beleggingsobjectprospectus ingevolge artikel 35 van het besluit dient te bevatten,wordt in onderstaande volgorde opgenomen. De onderstaande titels van de hoofdstukken dienen te worden gehanteerd. Hieronder wordt per hoofdstuk aangegeven welke informatie ten minste in het betreffende hoofdstuk dient te worden opgenomen. - -## Bijlage 7. Tabellen overzicht beleggingsobjectkosten, bruto waarde en onttrekkingen betreffende het beleggingsobject - -## Bijlage 8. Kruistabel overzicht kosten per serie van beleggingsobject