2012-01-01 | BWBR0001827 | Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent 7dbcc7294f
commit 773fe0cfa3

View file

@ -869,7 +869,7 @@ Wijzen de artikelen 99 tot en met 108 of een krachtens artikel 108a vastgestelde
**2.**
Naast de gegevens bedoeld in artikel 45, tweede lid, vermeldt het exploot van dagvaarding:
Naast de gegevens bedoeld in artikel 45, derde lid, vermeldt het exploot van dagvaarding:
a. de door eiser gekozen woonplaats in Nederland;
b. in zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen, indien de eiser bij gemachtigde procedeert, de naam en het adres van de gemachtigde;
@ -3223,7 +3223,7 @@ Voor zover de executie andere handelingen vergt dan het doen van een exploot, is
### Artikel 438c
Wanneer voor de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing een financiële waarborg is vereist, wordt een gelijkwaardige bij een in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde kredietinstelling of verzekeraar gestelde waarborg erkend. Die kredietinstellingen moeten in een lidstaat van de Europese Unie erkend zijn overeenkomstig Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU 2006, L 177), en die verzekeraars overeenkomstig de Eerste Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan (PbEG 1973, L 228) dan wel Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de levensverzekering (PbEG 2002, L 345).
Wanneer voor de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing een financiële waarborg is vereist, wordt een gelijkwaardige bij een in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde bank of verzekeraar gestelde waarborg erkend. Die banken moeten in een lidstaat van de Europese Unie erkend zijn overeenkomstig Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU 2006, L 177), en die verzekeraars overeenkomstig de Eerste Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan (PbEG 1973, L 228) dan wel Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de levensverzekering (PbEG 2002, L 345).
### Titel Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn
@ -3638,27 +3638,33 @@ i. bezoldiging als bedoeld in artikel 115 van de Ambtenarenwet met uitzondering
**1.**
De beslagvrije voet bedraagt voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:
De beslagvrije voet bedraagt
a. echtgenoten of geregistreerde partners als bedoeld in artikel 3 van Wet werk en bijstand die beiden 21 jaar of ouder zijn: negentig procent van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel c, respectievelijk artikel 22, onderdeel c en d, van die wet;
b. een alleenstaande en een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand die 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar zijn:
a. voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:
1°. indien het periodieke inkomen bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van dat inkomen inclusief de vakantie-aanspraak, doch ten minste 90 procent van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand en ten hoogste 90 procent van die norm nadat deze eerst is verhoogd met het bedrag genoemd in artikel 25, tweede lid, van die wet;
2°. indien het periodieke inkomen niet bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand;
c. een alleenstaande van 65 jaar of ouder en een alleenstaande ouder van 65 jaar of ouder: negentig procent van de norm genoemd in artikel 22, onderdeel a en b, van die wet.
1°. een alleenstaande als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, die jonger is dan 21 jaar: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
2°. een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand, die jonger is dan 21 jaar: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
b. voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als een alleenstaande en een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand die 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar zijn:
1°. indien het periodieke inkomen bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van dat inkomen inclusief de vakantie-aanspraak, doch ten minste 90 procent van de norm, genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand en ten hoogste 90 procent van die norm nadat deze eerst is verhoogd met het bedrag genoemd in artikel 25, tweede lid, van die wet;
2°. indien het periodieke inkomen niet bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand;
c. een alleenstaande van 65 jaar of ouder en een alleenstaande ouder van 65 jaar of ouder: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 22, onderdeel a en b, van die wet.
**2.**
De beslagvrije voet bedraagt voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:
De beslagvrije voet bedraagt:
a. echtgenoten of geregistreerde partners zonder ten laste komende kinderen waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevinden: 90 procent van de norm genoemd in artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Wet investeren in jongeren;
b. echtgenoten of geregistreerde partners zonder ten laste komende kinderen waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt en de andere 21 jaar of ouder is: 90 procent van de norm genoemd in artikel 28, eerste lid, onderdeel b, van de Wet investeren in jongeren;
c. echtgenoten of geregistreerde partners met een of meer ten laste komende kinderen waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevinden: 90 procent van de norm genoemd in artikel 28, tweede lid, onderdeel a, van de Wet investeren in jongeren;
d. echtgenoten of geregistreerde partners met een of meer ten laste komende kinderen waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt en de andere 21 jaar of ouder is: 90 procent van de norm genoemd in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van de Wet investeren in jongeren;
e. een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 27, onderdeel a, van de Wet investeren in jongeren;
f. een alleenstaande die jonger is dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 26, onderdeel a, van de Wet investeren in jongeren.
a. voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als behorend tot een gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van Wet werk en bijstand waarvan alle meerderjarige gezinsleden 18 jaar of ouder zijn doch jonger dan 65 jaar: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 21, eerste lid, van die wet.
b. in afwijking van het bepaalde onder a voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als behorende tot:
**3.** Voor zover het echtgenoten of geregistreerde partners betreft, wordt de beslagvrije voet voor ten hoogste de helft verminderd met het eigen, niet onder beslag liggende periodieke inkomen inclusief vakantie-aanspraak van degene aan wie de bijstand samen met de schuldenaar zou kunnen toekomen.
1°. een gezin dat bestaat uit twee meerderjarige personen van 18 tot en met 20 jaar en waarbij er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, onder 1, van de Wet werk en bijstand;
2°. een gezin dat uit twee meerderjarige personen bestaat, waarvan een persoon 18, 19 of 20 jaar is en waarvan de andere persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is en waarbij er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, onder 1, van de Wet werk en bijstand;
3°. een gezin dat bestaat uit twee meerderjarige personen van 18, 19 of 20 jaar en waarbij er een of meer ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, onder 2, van de Wet werk en bijstand;
4°. een gezin dat uit twee meerderjarige personen bestaat, waarvan een persoon 18, 19 of 20 jaar is en waarvan de andere persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is en waarbij er ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, onder 2, van de Wet werk en bijstand;
5°. een gezin dat uit drie meerderjarige personen bestaat, waarvan twee personen, 18, 19 of 20 jaar zijn en waarvan een persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is en er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 21, tweede lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand;
c. voor schuldenaren die behoren tot een gezin waarvan een of meer gezinsleden 65 jaar of ouder zijn: 90 procent van de norm, genoemd in artikel 22, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand.
**3.** Voor zover het een gezin betreft, wordt de beslagvrije voet voor ten hoogste de helft verminderd met het eigen, niet onder beslag liggende periodieke inkomen inclusief vakantie-aanspraak van de meerderjarige gezinsleden aan wie de bijstand samen met de schuldenaar zou kunnen toekomen.
**4.** Indien de schuldenaar ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen bedraagt de beslagvrije voet de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging. De beslagvrije voet wordt verhoogd met twee derden van de bijstandsnorm genoemd in artikel 23 van de Wet werk en bijstand.
@ -8476,6 +8482,20 @@ In de procedure ten principale kan van de beschikking, voor zover zij beslissing
a. binnen drie maanden, te rekenen van de eerste roldatum, dan wel, indien de beschikking nadien is gegeven, binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak van de beschikking, met dien verstande dat de appellant, binnen de grenzen van artikel 332, in het hoger beroep slechts ontvankelijk zal zijn, indien de rechter in eerste aanleg deze mogelijkheid heeft geopend op een daartoe binnen dezelfde termijn door een der partijen gedaan verzoek, waarover de wederpartij is gehoord;
b. tegelijk met het hoger beroep van het eindvonnis.
### Titel 18. Van rechtspleging in zaken betreffende een arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat
### Artikel 1019dd
**1.** De kantonrechter van de rechtbank te Alkmaar is mede bevoegd kennis te nemen van zaken betreffende een arbeidsovereenkomst, op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat.
**2.** De grossen als bedoeld in artikel 430, eerste lid, betreffende zaken als bedoeld in het eerste lid van dit artikel kunnen mede op het continentaal plat worden ten uitvoer gelegd.
**3.** Geschillen die in verband met de executie betreffende zaken als bedoeld in het eerste lid van dit artikel rijzen, kunnen mede worden gebracht voor de rechtbank te Alkmaar.
**4.** Het verlof vereist voor het leggen van conservatoir beslag op zaken die zich op het continentaal plat bevinden kan mede worden verzocht aan de voorzieningenrechter van de rechtbank te Alkmaar.
**5.** Onder continentaal plat als bedoeld in deze titel wordt verstaan: de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland.
## Boek Vierde. Arbitrage
### Titel Eerste. Arbitrage in Nederland