2020-07-01 | BWBR0013798 | Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
This commit is contained in:
parent
e2df0245d5
commit
7794be68e4
1 changed files with 16 additions and 8 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
|
|||
bwb_id: BWBR0013798
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2002-10-18'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2020-07-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013798
|
||||
citeertitel: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -22,7 +22,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. rechtspersoon met een overheidstaak: de Staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de politie, een openbaar lichaam voor beroep en bedrijf dan wel een ander openbaar lichaam als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet, of een zelfstandig bestuursorgaan als bedoeld in het tweede lid;
|
||||
b. advies: het advies, bedoeld in artikel 9;
|
||||
c. beschikking: een beschikking terzake van een subsidie, alsmede een beschikking terzake van een vergunning, toekenning, goedkeuring, erkenning, registratie of ontheffing als bedoeld in:
|
||||
c. beschikking: een beschikking terzake van een subsidie, alsmede een beschikking terzake van een vergunning, toekenning, goedkeuring, erkenning, registratie, aanwijzing of ontheffing als bedoeld in:
|
||||
|
||||
1°. artikel 7;
|
||||
2°. de artikelen 3 en 30a van de Drank- en Horecawet;
|
||||
|
|
@ -38,7 +38,8 @@ c. beschikking: een beschikking terzake van een subsidie, alsmede een beschikkin
|
|||
12°. artikel 3:1 van de Algemene douanewet, voor zover dat artikel betrekking heeft op een handeling onderscheidenlijk werkzaamheid waarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 3:1 van de Algemene douanewet is bepaald dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, kan worden geweigerd, dan wel ingetrokken;
|
||||
13°. artikel 14, eerste lid, van de Wet strategische diensten;
|
||||
14°. de artikelen 8, eerste lid, 21 en 22 van de Huisvestingswet 2014;
|
||||
15°. artikel 15 van de Meststoffenwet.
|
||||
15°. artikel 15 van de Meststoffenwet;
|
||||
16°. artikel 5 van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen.
|
||||
d. bestand: elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4, aanhef en onder 6, van de Algemene verordening gegevensbescherming;
|
||||
e. betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de subsidie-ontvanger, de vergunninghouder, de gegadigde, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de onderaannemer, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan;
|
||||
f. Bureau: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8;
|
||||
|
|
@ -121,6 +122,10 @@ b. voorzover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betr
|
|||
|
||||
**8.** In dit artikel wordt mede verstaan onder strafbaar feit een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 30, derde lid, wordt de weigering van de betrokkene, niet zijnde de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is gegund, de onderaannemer of de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is aangegaan, om een formulier als bedoeld in artikel 30, vijfde lid, volledig in te vullen, aangemerkt als ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
|
||||
|
|
@ -164,6 +169,8 @@ b. in het geval dat bij een vastgoedtransactie is bedongen dat de overeenkomst k
|
|||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een gemeentelijke ontheffing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2a. Eigen onderzoek van het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.1. Instelling en taak van het Bureau
|
||||
|
|
@ -180,8 +187,8 @@ Er is een Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
|
|||
|
||||
Voorzover het gaat om een overheidsopdracht binnen een sector die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, heeft het Bureau voorts tot taak rechtspersonen met een overheidstaak desgevraagd advies uit te brengen over:
|
||||
|
||||
a. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de toepassing ten aanzien van een gegadigde of, voor zover het gaat om diens acceptatie als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, een onderaannemer van artikel 57 van richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PbEU 2014, L 94);
|
||||
b. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de overeenkomstige toepassing ten aanzien van een gegadigde of, voorzover het gaat om diens acceptatie als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, een onderaannemer van de in onderdeel a genoemde bepalingen, indien richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PbEU 2014, L 94) op de aanbesteding van toepassing is;
|
||||
a. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de toepassing ten aanzien van een gegadigde of, voor zover het gaat om diens acceptatie als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, een onderaannemer van artikel 57 van richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PbEU 2014, L 94);
|
||||
b. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de overeenkomstige toepassing ten aanzien van een gegadigde of, voorzover het gaat om diens acceptatie als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, een onderaannemer van de in onderdeel a genoemde bepalingen, indien richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PbEU 2014, L 94) op de aanbesteding van toepassing is;
|
||||
c. de mogelijkheid dat een gegadigde of onderaannemer wordt gefinancierd met uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen;
|
||||
d. de mate van gevaar dat een gegadigde, indien de overheidsopdracht aan hem zou worden gegund, of de onderaannemer bij de uitvoering van die opdracht strafbare feiten zal plegen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -223,7 +230,7 @@ Het verzamelen van persoonsgegevens wordt beperkt tot:
|
|||
|
||||
a. persoonsgegevens uit openbare registers,
|
||||
b. persoonsgegevens die overeenkomstig artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, van de Algemene verordening gegevensbescherming zijn verkregen, en
|
||||
c. persoonsgegevens die op grond van de artikelen 13, 27 of 27a zijn verstrekt.
|
||||
c. persoonsgegevens die op grond van de artikelen 13, 27 of 27a zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Het Bureau kan bij het verzamelen van gegevens als bedoeld in het tweede lid, gebruik maken van het burgerservicenummer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -241,7 +248,7 @@ e. de wijze van financiering.
|
|||
|
||||
**1.** Het Bureau kan ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 9, de terzake bevoegde autoriteiten in het buitenland verzoeken na te gaan of aldaar strafrechtelijke gegevens bekend zijn van personen tot wie het onderzoek naar feiten en omstandigheden als bedoeld in de artikelen 3, tweede, derde en zesde lid, en 9, tweede en derde lid zich uitstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend door tussenkomst van de officier van justitie tot de bevoegde autoriteit gericht, met uitzondering van een verzoek dat is gebaseerd op het Kaderbesluit nr. 2009/315/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten (Pb EU L93/23), dat door tussenkomst van Onze Minister geschiedt.
|
||||
**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend door tussenkomst van de officier van justitie tot de bevoegde autoriteit gericht, met uitzondering van een verzoek dat is gebaseerd op het Kaderbesluit nr. 2009/315/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten (Pb EU L93/23), dat door tussenkomst van Onze Minister geschiedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -367,7 +374,8 @@ e. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, voorzover het bestanden betreft w
|
|||
f. de in artikel 1, onderdeel f, van de Wet politiegegevens bedoelde bestuursorganen, voorzover het een politieregister betreft;
|
||||
g. het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, voor zover het de verwerking van gegevens betreft voor de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
|
||||
h. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;
|
||||
i. op voordracht van Onze Minister, gedaan in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
i. op voordracht van Onze Minister, gedaan in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd;
|
||||
j. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor zover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue