diff --git a/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md b/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md index d3b69b46e8f..9aa66ee8000 100644 --- a/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md +++ b/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md @@ -52,7 +52,7 @@ d. degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn e. degene, die werkzaam is om vakbekwaamheid te verwerven, onder wie mede wordt begrepen degene, die als leerling van een instelling van onderwijs praktisch werkzaam is, alsmede degene, die aan een bedrijfsschool opleiding ontvangt, een en ander indien een beloning wordt genoten, die niet uitsluitend bestaat in het ontvangen van onderricht; f. het kind van 15 jaar of ouder dat werkzaam is in de onderneming van zijn ouder, tenzij die onderneming deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met het kind en het kind daaruit als ondernemer als bedoeld in artikel 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 winst uit onderneming geniet; g. degene, die in de zin van artikel 4 van de Ziektewet (Stb. 1987, 88) als bestuurder werkzaam is ten behoeve van een coöperatie; -h. de bestuurder van een vennootschap als bedoeld in artikel 132, derde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. +h. de bestuurder van een vennootschap als bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, mits hij geen niet uitvoerende bestuurder als bedoeld in artikel 129a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is. **2.** Het eerste lid, onderdelen a en b, vindt geen toepassing indien de in onderdeel a bedoelde overeenkomst rechtstreeks is aangegaan met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden. @@ -234,6 +234,17 @@ c. een vennootschap waarin een derde voor ten minste een derde gedeelte belang h **8.** Voor de toepassing van dit artikel wordt, indien een inhoudingsplichtige vennootschap of een met de inhoudingsplichtige vennootschap verbonden vennootschap is betrokken bij een splitsing of een fusie op de voet van artikel 334a onderscheidenlijk artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, onder die vennootschap mede verstaan de verkrijgende vennootschap in de zin van die artikelen alsmede de vennootschap die vóór de splitsing onderscheidenlijk fusie werd aangemerkt als een met de inhoudingsplichtige vennootschap verbonden vennootschap. +**9.** + +Voor zover het ingevolge het eerste lid in het kalenderjaar tot het loon behorende bedrag niet meer bedraagt dan € 50.000, wordt van het ingevolge het eerste lid tot het loon behorende bedrag slechts 75% in aanmerking genomen, indien: + +a. de inhoudingsplichtige in het kalenderjaar waarin het aandelenoptierecht, bedoeld in het eerste lid, is toegekend, beschikte over een S&O-verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen die is afgegeven voor in dat kalenderjaar verricht speur- en ontwikkelingswerk waarop in dat kalenderjaar het percentage, bedoeld in artikel 23, zevende lid, eerste volzin, van die wet, van toepassing was; en +b. ten minste twaalf maanden en maximaal vijf kalenderjaren zijn verstreken sinds de toekenning van het aandelenoptierecht. + +**10.** Het negende lid is slechts van toepassing indien de in het negende lid opgenomen afwijking van het eerste lid voor de onderneming, bedoeld in Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352), waar de inhoudingsplichtige toe behoort, niet tot gevolg heeft dat het de-minimisplafond, bedoeld in die verordening, wordt overschreden. Het bedrag aan steun dat het gevolg is van de in het negende lid opgenomen afwijking van het eerste lid wordt voor de toepassing van de eerste volzin per bij de onderneming, bedoeld in de eerste volzin, werkzame werknemer in de zin van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering per kalenderjaar vastgesteld op de uitkomst van de vermenigvuldiging van € 12.500 met het totaal van de percentages, bedoeld in de artikelen 27, 28, tweede lid, 36 en 38, tweede lid, onderdeel b, van de Wet financiering sociale verzekeringen, artikel 1.10, derde lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en artikel 45, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet. + +**11.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop voor de toepassing van het negende en tiende lid wordt vastgesteld of de in het negende lid opgenomen afwijking van het eerste lid tot gevolg heeft dat het de-minimisplafond, bedoeld in het tiende lid, wordt overschreden. + ### Artikel 11 **1.** @@ -533,7 +544,7 @@ c. waarvan als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eers Onder pensioenregeling wordt mede verstaan een regeling die: -a. het ouderdomspensioen na het bereiken van 40 ^3/_4 deelnemingsjaren aanvult (deelnemingsjarenpensioen); +a. het ouderdomspensioen na het bereiken van 41 deelnemingsjaren aanvult (deelnemingsjarenpensioen); b. het partnerpensioen dan wel het wezenpensioen aanvult in verband met het ontbreken van uitkeringen ingevolge de Algemene nabestaandenwet en het verschil in verschuldigde premie voor de volksverzekeringen over het pensioen voor en na de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet (nabestaandenoverbruggingspensioen). **3.** Ingeval een regeling voldoet aan de in het eerste lid opgenomen voorwaarden doch niet blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk opgenomen begrenzingen, is de regeling een pensioenregeling voorzover blijkt dat zij blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk opgenomen begrenzingen. De inhoudingsplichtige verzoekt de inspecteur uiterlijk op het eerste moment van overschrijding van de bedoelde begrenzingen vast te stellen welk deel van de desbetreffende aanspraak blijft binnen die begrenzingen. Bij toepassing van de eerste volzin geeft de inhoudingsplichtige bij elke te zijner tijd op basis van de regeling te verstrekken pensioenuitkering overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels aan welk deel daarvan tot het loon van de werknemer behoort. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. @@ -558,7 +569,7 @@ c. bij de berekening wordt een rekenrente in aanmerking genomen van ten minste v **5.** Ingeval het ouderdomspensioen later ingaat dan op de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum mag het pensioen na die ingangsdatum worden verhoogd overeenkomstig het tot die datum gevolgde stelsel, met inbegrip van herrekening met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. -**6.** Indien het ouderdomspensioen eerder ingaat dan op de eerste dag van de maand waarin de 67-jarige leeftijd (pensioenrichtleeftijd) wordt bereikt, wordt het herrekend ten opzichte van die datum of van de in de pensioenregeling vastgestelde latere ingangsdatum met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. +**6.** Indien het ouderdomspensioen eerder ingaat dan op de eerste dag van de maand waarin de 68-jarige leeftijd (pensioenrichtleeftijd) wordt bereikt, wordt het herrekend ten opzichte van die datum of van de in de pensioenregeling vastgestelde latere ingangsdatum met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. **7.** a. De in deze wet met betrekking tot het desbetreffende pensioen opgenomen maxima worden voor het ouderdomspensioen opgevat met inbegrip van een bedrag dat ten minste wordt gesteld op per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar een evenredig gedeelte van de voor dat jaar geldende uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een lager bedrag in aanmerking kan worden genomen dan het in de eerste volzin bedoelde bedrag indien een lager percentage per dienstjaar wordt toegepast dan de in het eerste tot en met derde lid bedoelde percentages. b. Voor het partnerpensioen kan het in onderdeel a bedoelde bedrag voor 70% in aanmerking worden genomen. @@ -640,16 +651,16 @@ e. aanpassing van de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum van het ou Een deelnemingsjarenpensioen is een levenslang pensioen dat: a. ingaat op hetzelfde tijdstip als het ouderdomspensioen; -b. met inbegrip van het ouderdomspensioen niet meer bedraagt dan 75% van het gemiddelde pensioengevend loon tot dat tijdstip ingeval het ouderdomspensioen ingaat op de eerste dag van de maand waarin de 63¾-jarige leeftijd wordt bereikt; -c. niet eerder wordt opgebouwd dan vanaf het tijdstip waarop de werknemer 40 ^3/_4 deelnemingsjaren heeft bereikt. +b. met inbegrip van het ouderdomspensioen niet meer bedraagt dan 75% van het gemiddelde pensioengevend loon tot dat tijdstip ingeval het ouderdomspensioen ingaat op de eerste dag van de maand waarin de 64-jarige leeftijd wordt bereikt; +c. niet eerder wordt opgebouwd dan vanaf het tijdstip waarop de werknemer 41 deelnemingsjaren heeft bereikt. -**2.** Ingeval het deelnemingsjarenpensioen later ingaat dan bij het bereiken van de 63 ^3/_4-jarige leeftijd mag het deelnemingsjarenpensioen na het bereiken van die leeftijd met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden verhoogd. +**2.** Ingeval het deelnemingsjarenpensioen later ingaat dan bij het bereiken van de 64-jarige leeftijd mag het deelnemingsjarenpensioen na het bereiken van die leeftijd met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden verhoogd. -**3.** Indien het deelnemingsjarenpensioen eerder ingaat dan op de eerste dag van de maand waarin de 63¾-jarige leeftijd wordt bereikt, wordt het herrekend ten opzichte van die datum met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. +**3.** Indien het deelnemingsjarenpensioen eerder ingaat dan op de eerste dag van de maand waarin de 64-jarige leeftijd wordt bereikt, wordt het herrekend ten opzichte van die datum met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. **4.** Artikel 18d is van overeenkomstige toepassing. -**5.** Het in het eerste lid opgenomen maximum wordt voor de periode vanaf het bereiken van de 65 ^3/_4-jarige leeftijd opgevat met inbegrip van een bedrag dat ten minste wordt gesteld op de uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag. +**5.** Het in het eerste lid opgenomen maximum wordt voor de periode vanaf het bereiken van de 66-jarige leeftijd opgevat met inbegrip van een bedrag dat ten minste wordt gesteld op de uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag. ### Artikel 18f @@ -680,7 +691,7 @@ e. de situatie waarin het loon wordt verlaagd in verband met ziekte of arbeidson ### Artikel 18ga -**1.** Als pensioengevend loon als bedoeld in de artikelen 18a, 18b, 18c, 18d en 18e wordt ten hoogste een bedrag van € 103.317 in aanmerking genomen. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. +**1.** Als pensioengevend loon als bedoeld in de artikelen 18a, 18b, 18c, 18d en 18e wordt ten hoogste een bedrag van € 105.075 in aanmerking genomen. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. **2.** Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de contractloonontwikkelingsfactor, bedoeld in artikel 10.2b, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag. @@ -791,10 +802,10 @@ De belasting over een loontijdvak van een jaar wordt bepaald aan de hand van de | Bij een belastbaar loon van meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | | | --- | --- | --- | --- | | I | II | III | IV | -| – | € 19.982 | – | 8,90% | -| € 19.982 | € 33.791 | € 1.778 | 13,15% | -| € 33.791 | € 67.072 | € 3.593 | 40,80% | -| € 67.072 | – | € 17.171 | 52,00% | +| – | € 20.142 | – | 8,90% | +| € 20.142 | € 33.994 | € 1.792 | 13,20% | +| € 33.994 | € 68.507 | € 3.620 | 40,85% | +| € 68 507 | – | € 17 718 | 51,95% | @@ -809,10 +820,10 @@ In afwijking van artikel 20a, eerste lid, wordt indien de werknemer vóór 1 ja | Bij een belastbaar loon van meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | | | --- | --- | --- | --- | | I | II | III | IV | -| – | € 19.982 | – | 8,90% | -| € 19.982 | € 34.130 | € 1.778 | 13,15% | -| € 34.130 | € 67.072 | € 3.638 | 40,80% | -| € 67.072 | – | € 17.078 | 52,00% | +| – | € 20.142 | – | 8,90% | +| € 20.142 | € 34.404 | € 1.792 | 13,20% | +| € 34.404 | € 68.507 | € 3.674 | 40,85% | +| € 68.507 | – | € 17.605 | 51,95% | **2.** De in het eerste lid vermelde bedragen worden bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door de bedragen die krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden vastgesteld ter vervanging van de in artikel 2.10a, eerste lid, van die wet vermelde bedragen. @@ -837,16 +848,15 @@ De standaardloonheffingskorting is het gezamenlijke bedrag van: a. de algemene heffingskorting (artikel 22); b. de arbeidskorting (artikel 22a); -c. de werkbonus (artikel 22abis); -d. de jonggehandicaptenkorting (artikel 22aa); -e. de ouderenkorting (artikel 22b), en -f. de alleenstaande ouderenkorting (artikel 22c). +c. de jonggehandicaptenkorting (artikel 22aa); +d. de ouderenkorting (artikel 22b), en +e. de alleenstaande ouderenkorting (artikel 22c). ### Artikel 22 **1.** Voor de werknemer is de algemene heffingskorting van toepassing. -**2.** De algemene heffingskorting bedraagt € 2.254, verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met 4,787% van het gedeelte van het belastbare loon dat meer bedraagt dan het in de tabel van artikel 20a, eerste lid, in de tweede kolom als eerste vermelde bedrag. +**2.** De algemene heffingskorting bedraagt € 2.265, verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met 4,683% van het gedeelte van het belastbare loon dat meer bedraagt dan het in de tabel van artikel 20a, eerste lid, in de tweede kolom als eerste vermelde bedrag. ### Artikel 22a @@ -856,9 +866,9 @@ f. de alleenstaande ouderenkorting (artikel 22c). De arbeidskorting wordt berekend over het loon uit tegenwoordige arbeid en bedraagt: -a. 1,772% van dat loon met een maximum van € 165, vermeerderd met: -b. 28,317% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 9.309, waarbij de som van de bedragen berekend op de voet van de onderdelen a en b niet meer bedraagt dan € 3.223, en verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met: -c. 3,60% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 32.444. +a. 1,764% van dat loon met een maximum van € 167, vermeerderd met: +b. 28,064% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 9.468, waarbij de som van de bedragen berekend op de voet van de onderdelen a en b niet meer bedraagt dan € 3.249, en verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met: +c. 3,60% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 33.112. **3.** @@ -871,32 +881,25 @@ d. uitkeringen op grond van de Wet arbeid en zorg en aanvullingen daarop door de ### Artikel 22abis -**1.** Voor de werknemer die loon uit tegenwoordige arbeid geniet en die bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 63 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 64 jaar, is de werkbonus van toepassing. - -**2.** - -De werkbonus bedraagt: - -a. 58,100% van het loon uit tegenwoordige arbeid voor zover dat meer bedraagt dan € 17.327, met een maximum van € 1.119, verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met: -b. 10,567% van het loon uit tegenwoordige arbeid voor zover dat meer bedraagt dan € 23.104. +Vervallen ### Artikel 22aa **1.** Voor de werknemer die een uitkering geniet op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van die wet, is de jonggehandicaptenkorting van toepassing. De korting kan tevens worden toegepast ten aanzien van de werknemer die ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, doch welke uitkering ingevolge artikel 3:48, 3:50 of 3:51 van die wet niet wordt betaald. -**2.** De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 722. +**2.** De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 728. ### Artikel 22b **1.** Voor de werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, is de ouderenkorting van toepassing. -**2.** De ouderenkorting bedraagt € 1.292 indien de werknemer een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 36.057. De ouderenkorting bedraagt € 71 indien de werknemer een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis meer bedraagt dan € 36.057. +**2.** De ouderenkorting bedraagt € 1.418 indien de werknemer een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 36.346. De ouderenkorting bedraagt € 72 indien de werknemer een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis meer bedraagt dan € 36.346. ### Artikel 22c -**1.** Voor de werknemer die een uitkering als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet geniet, is de alleenstaande ouderenkorting van toepassing. +**1.** Voor de werknemer die een uitkering als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet geniet, of deze zou genieten indien hij zou voldoen aan de voorwaarde van artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Ouderdomswet, is de alleenstaande ouderenkorting van toepassing. -**2.** De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 438. +**2.** De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 423. ### Artikel 22ca @@ -1347,7 +1350,7 @@ Ter bevordering van een goede uitvoering van deze afdeling kunnen bij ministeri **1.** In afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde, wordt een door een inhoudingsplichtige aan een werknemer toegekende vertrekvergoeding als bedoeld in het vierde lid voor zover die vergoeding meer bedraagt dan het toetsloon, bedoeld in het derde lid, van de werknemer, aangemerkt als loon dat als een eindheffingsbestanddeel wordt belast naar een tarief van 75%. -**2.** Dit artikel is niet van toepassing ingeval het toetsloon van de werknemer niet meer bedraagt dan € 540.000. +**2.** Dit artikel is niet van toepassing ingeval het toetsloon van de werknemer niet meer bedraagt dan € 544.000. **3.** @@ -1374,7 +1377,7 @@ d. ingeval de dienstbetrekking is aangevangen in het kalenderjaar waarin de dien **5.** Ingeval de inhoudingsplichtige in het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking is beëindigd onderscheidenlijk in het daaraan voorafgaande kalenderjaar met de werknemer een aandelenoptierecht is overeengekomen en dat recht niet uiterlijk bij de beëindiging van de dienstbetrekking is uitgeoefend of vervreemd, wordt bij de vaststelling van A, bedoeld in het vierde lid, onderscheidenlijk B, bedoeld in het vierde lid, de waarde van dat recht mede in aanmerking genomen, waarbij die waarde wordt gesteld op hetgeen door de werknemer zou zijn genoten indien hij dat recht op het tijdstip van beëindiging van de dienstbetrekking zou hebben vervreemd of uitgeoefend. -**6.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat de som van de verschillen, bedoeld in het vierde lid, verband houdt met loon dat de werknemer heeft genoten ter zake van de uitoefening of vervreemding van een aandelenoptierecht als bedoeld in artikel 10a, dat is toegekend in een eerder jaar dan het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking met die werknemer is beëindigd. +**6.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat de som van de verschillen, bedoeld in het vierde lid, verband houdt met loon dat de werknemer heeft genoten ter zake van de uitoefening of vervreemding van een aandelenoptierecht als bedoeld in artikel 10a, dat onvoorwaardelijk is toegekend of geworden in een eerder jaar dan het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking met die werknemer is beëindigd. **7.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt een vertrekvergoeding beschouwd te zijn toegekend op het tijdstip waarop de dienstbetrekking is beëindigd, of, voor zover de vertrekvergoeding pas daarna als loon wordt genoten, op dat latere tijdstip. Ingeval een vertrekvergoeding ingevolge de eerste volzin wordt beschouwd te zijn toegekend op meer dan een tijdstip, wordt de berekening ingevolge het vierde lid op elk tijdstip toegepast onder verrekening van hetgeen eerder is berekend. @@ -1655,7 +1658,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor buitenlandse gezelsc **1.** Artikel 13bis, tweede lid, vervalt met ingang van 1 januari 2021. -**2.** De artikelen 12a, derde, vierde en tiende lid, en 10a, negende, tiende en elfde lid, vervallen met ingang van 1 januari 2022. +**2.** De artikelen 10a, negende, tiende en elfde lid, en 12a, derde, vierde en tiende lid, vervallen met ingang van 1 januari 2022. ## Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen @@ -1789,7 +1792,7 @@ Vervallen ### Artikel 38k -Artikel 19b, eerste lid, is niet van toepassing op een bij artikel 66 van de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet toegestane afkoop van aanspraken. +Vervallen ### Artikel 38l @@ -1818,7 +1821,7 @@ b. geruisloos wordt omgezet in een niet tot het loon behorende aanspraak ingevol ### Artikel 38o -**1.** Bij een afkoop van een aanspraak ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in artikel 38n, tweede lid, onderdeel a, wordt in afwijking in zoverre van artikel 19b, eerste lid, als loon uit vroegere dienstbetrekking in aanmerking genomen: de afkoopwaarde van deze aanspraak verminderd met 34,5% van de fiscale balanswaarde, bedoeld in artikel 38n, derde lid, van de tegenover de afgekochte aanspraak staande verplichting bij het lichaam, bedoeld in artikel 38n, eerste lid, op het moment van afkoop, doch ten hoogste met 34,5% van de fiscale balanswaarde, bedoeld in artikel 38n, derde lid, van de tegenover de afgekochte aanspraak staande verplichting op de eindbalans van het in 2015 geëindigde boekjaar van dat lichaam. +**1.** Bij een afkoop van een aanspraak ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in artikel 38n, tweede lid, onderdeel a, wordt in afwijking in zoverre van artikel 19b, eerste lid, als loon uit vroegere dienstbetrekking in aanmerking genomen: de afkoopwaarde van deze aanspraak verminderd met 25% van de fiscale balanswaarde, bedoeld in artikel 38n, derde lid, van de tegenover de afgekochte aanspraak staande verplichting bij het lichaam, bedoeld in artikel 38n, eerste lid, op het moment van afkoop, doch ten hoogste met 25% van de fiscale balanswaarde, bedoeld in artikel 38n, derde lid, van de tegenover de afgekochte aanspraak staande verplichting op de eindbalans van het in 2015 geëindigde boekjaar van dat lichaam. **2.** De afkoopwaarde, bedoeld in het eerste lid, is de fiscale balanswaarde, bedoeld in artikel 38n, derde lid, van de tegenover de afgekochte aanspraak staande verplichting op het moment van prijsgeven, bedoeld in artikel 38n, tweede lid. @@ -1844,7 +1847,7 @@ b. bij overlijden van de werknemer of gewezen werknemer terwijl ingevolge onderd **3.** Indien ingevolge het tweede lid, onderdelen a of b, termijnen zijn ingegaan en de genieter van de termijnen overlijdt, gaat het recht op de nog niet uitgekeerde termijnen over op zijn erfgenamen, voor zover dit natuurlijke personen zijn. -**4.** De artikelen 19a en 19b, zoals die artikelen luidden op 31 december 2016, de artikelen 3.83 en 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals die artikelen luidden op 31 december 2016, de artikelen 2.8, tweede lid, 2.9 en 3.136 van de Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 30i van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 25, vijfde lid, en 26, derde lid, van de Invorderingswet 1990 en artikel 32, derde lid, van de Successiewet 1956 zijn van overeenkomstige toepassing op aanspraken ingevolge een oudedagsverplichting als bedoeld in het eerste lid. +**4.** De artikelen 19a en 19b, zoals die artikelen luidden op 31 december 2016, de artikelen 3.83 en 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals die artikelen luidden op 31 december 2016, de artikelen 2.8, tweede lid, 2.9 en 3.136 van de Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 30i van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 25, vijfde lid, en 26, derde lid, van de Invorderingswet 1990 en de artikelen 6, derde lid, onderdeel c, en 32, derde lid, van de Successiewet 1956 zijn van overeenkomstige toepassing op aanspraken ingevolge een oudedagsverplichting als bedoeld in het eerste lid. **5.** Artikel 38o is van overeenkomstige toepassing bij een gehele afkoop van een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting als bedoeld in het eerste lid.