From 77d81665f6204c26eaad21aeefa4521fee3474fd Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Aug 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-08-01 | BWBR0004593 | Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. --- .../BWBR0004593/README.md | 248 +++++++++++------- 1 file changed, 153 insertions(+), 95 deletions(-) diff --git a/amvb/eindexamenbesluit-vwo-havo-mavo-vbo/BWBR0004593/README.md b/amvb/eindexamenbesluit-vwo-havo-mavo-vbo/BWBR0004593/README.md index d7661c13a4a..79ca5299b49 100644 --- a/amvb/eindexamenbesluit-vwo-havo-mavo-vbo/BWBR0004593/README.md +++ b/amvb/eindexamenbesluit-vwo-havo-mavo-vbo/BWBR0004593/README.md @@ -43,6 +43,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: - *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor wat het landbouwonderwijs betreft, Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; - *opleiding vavo:* een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; - *profielwerkstuk:* het in artikel 4 bedoelde profielwerkstuk; +- *rekentoets:* rekentoets als bedoeld in artikel 29, vijfde lid, van de wet; - *sector:* een in artikel 10, derde lid, artikel 10b, derde lid, of artikel 10d, derde lid, van de wet bedoelde sector; - *school:* een school voor vwo, een school voor havo, een school voor mavo, een school voor vbo of een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, tenzij anders blijkt; - *schooljaar:* het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar, daaronder mede begrepen het studiejaar, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel r, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; @@ -101,9 +102,9 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, zijn: -a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen of het centraal examen, -b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen van het schoolexamen of het centraal examen, -c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het schoolexamen of het centraal examen, +a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen, de rekentoets of het centraal examen, +b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen van het schoolexamen, de rekentoets of het centraal examen, +c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het schoolexamen, de rekentoets of het centraal examen, d. het bepalen dat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in door de directeur aan te wijzen onderdelen. Indien het hernieuwd examen bedoeld in de vorige volzin betrekking heeft op een of meer onderdelen van het centraal examen legt de kandidaat dat examen af in een volgend tijdvak van het centraal examen. @@ -149,16 +150,16 @@ b. welk deel van de examenstof centraal zal worden geëxamineerd en over welke e Onverminderd vrijstellingen en ontheffingen als bedoeld in de artikelen 11, 12, 13 en 22 is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs: -a. vrijgesteld van het examen in een algemeen vak van de theoretische leerweg in het vmbo op grond van het examen vwo, havo of vmbo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald in de gemengde leerweg, -b. vrijgesteld van het examen in een vak in het havo op grond van een examen vwo of havo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald; -c. vrijgesteld van het examen in een vak in het vwo op grond van een examen vwo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald; +a. vrijgesteld van de rekentoets of van het examen in een algemeen vak van de theoretische leerweg in het vmbo op grond van het examen vwo, havo of vmbo, indien voor de overeenkomstige rekentoets of het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald in de gemengde leerweg, +b. vrijgesteld van de rekentoets of van het examen in een vak in het havo op grond van een examen vwo of havo, indien voor de overeenkomstige rekentoets of het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald; +c. vrijgesteld van de rekentoets of van het examen in een vak in het vwo op grond van een examen vwo, indien voor de overeenkomstige rekentoets of het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald; d. vrijgesteld van het examen in een vak van het vwo of havo op grond van het overeenkomstige examen, afgelegd in de Nederlandse Antillen of in Aruba, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald; e. vrijgesteld van het profielwerkstuk, indien reeds eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een of meer vakken van dezelfde schoolsoort, behorende tot het profiel van de kandidaat en waarvoor een eindcijfer 6 of hoger is behaald, f. vrijgesteld van het sectorwerkstuk, indien reeds eerder een sectorwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit die sector, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed». **2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het eindcijfer of de beoordeling is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. -**3.** In aanvulling op het eerste lid, onder a tot en met d, is de daar bedoelde kandidaat eveneens vrijgesteld indien het eindcijfer 5 of 4 is behaald, mits de kandidaat voldoet aan de voorwaarden van artikel 49 om te slagen voor het eindexamen. +**3.** In aanvulling op het eerste lid, onder a tot en met d, is de daar bedoelde kandidaat eveneens vrijgesteld indien het eindcijfer 5 of 4 is behaald, mits de kandidaat voldoet aan de voorwaarden van artikel 49 of artikel 50 om te slagen voor het eindexamen. **4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van het eerste lid. @@ -166,7 +167,7 @@ f. vrijgesteld van het sectorwerkstuk, indien reeds eerder een sectorwerkstuk is ### Artikel 10 -**1.** Onverminderd artikel 9 kan het College voor examens op verzoek van de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, ontheffing verlenen voor een examenvak, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak. De ontheffing kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk, al of niet behaald in Nederland, dat door het College voor examens wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien het College voor examens dit nodig oordeelt, onderzoekt het college of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden. +**1.** Onverminderd artikel 9 kan het College voor examens op verzoek van de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, ontheffing verlenen voor een examenvak of de rekentoets, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak respectievelijk de rekentoets. De ontheffing kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk, al of niet behaald in Nederland, dat door het College voor examens wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien het College voor examens dit nodig oordeelt, onderzoekt het college of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden. **2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het in dat lid bedoelde diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. @@ -190,18 +191,21 @@ Het eindexamen vwo (atheneum) omvat: a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk, b. de vakken van het profieldeel van één van de profielen, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. en voor zover nodig wegens de in onderdeel c genoemde normatieve studielast, vakken van het vrije deel genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., -c. tenminste één vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uren van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. zoals geldend voor de scholen voor vwo, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, en -d. de maatschappelijke stage. +c. tenminste één vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uren van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. zoals geldend voor de scholen voor vwo, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, +d. de maatschappelijke stage, en +e. de rekentoets. **2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste tot en met vierde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. Bij een ontheffing op grond van artikel 26e, vierde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. wordt de taal vervangen door een ander vak als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel. -**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel en van de maatschappelijke stage. +**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die in het bezit is van het diploma havo of het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen havo of van een leerweg in het vmbo de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen vwo, vrijgesteld van de rekentoets. -**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, en in het bezit is van het diploma havo, bij het eindexamen vrijgesteld van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer. +**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel en van de maatschappelijke stage. -**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs en in het bezit is van het diploma havo, en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 26c van het Inrichtingsbesluit W.V.O. examen heeft afgelegd in een of meer overeenkomstige vakken van artikel 26b van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van dit vak of deze vakken. +**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, en in het bezit is van het diploma havo, bij het eindexamen vrijgesteld van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer. -**6.** +**6.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs en in het bezit is van het diploma havo, en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 26c van het Inrichtingsbesluit W.V.O. examen heeft afgelegd in een of meer overeenkomstige vakken van artikel 26b van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van dit vak of deze vakken. + +**7.** In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs bij het eindexamen ontheffing worden verleend van de taal, genoemd in artikel 26b, eerste lid onder c, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., in de volgende gevallen: @@ -209,7 +213,7 @@ a. de leerling heeft een stoornis die specifiek betrekking heeft op taal of een b. de leerling heeft een andere moedertaal dan de Nederlandse taal, of c. de leerling volgt onderwijs in het profiel natuur en techniek of het profiel natuur en gezondheid en de taal verhindert naar verwachting een succesvolle afronding van de opleiding. -**7.** Bij ontheffing op grond van het zesde lid wordt de taal vervangen door een van de vakken, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, of in het zevende lid, onder c of d, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. met een normatieve studielast van tenminste 440 uren, naar keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze als zodanig aanbiedt. +**8.** Bij ontheffing op grond van het zevende lid wordt de taal vervangen door een van de vakken, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, of in het zevende lid, onder c of d, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. met een normatieve studielast van tenminste 440 uren, naar keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze als zodanig aanbiedt. ### Artikel 12 @@ -219,16 +223,19 @@ Het eindexamen vwo (gymnasium) omvat: a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk, b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. en voor zover nodig wegens de in onderdeel c genoemde normatieve studielast, vakken van het vrije deel genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., -c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. zoals geldend voor de scholen voor vwo, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, en -d. de maatschappelijke stage. +c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. zoals geldend voor de scholen voor vwo, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, +d. de maatschappelijke stage, en +e. de rekentoets. **2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste tot en met derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. -**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel en van de maatschappelijke stage. +**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die in het bezit is van het diploma havo of het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen havo of van een leerweg in het vmbo de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen vwo, vrijgesteld van de rekentoets. -**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, en die in het bezit is van het diploma havo, bij het eindexamen vrijgesteld van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer. +**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel en van de maatschappelijke stage. -**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs en in het bezit is van het diploma havo, en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 26c van het Inrichtingsbesluit W.V.O. examen heeft afgelegd in een of meer overeenkomstige vakken van artikel 26b van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van dit vak of deze vakken. +**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, en die in het bezit is van het diploma havo, bij het eindexamen vrijgesteld van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer. + +**6.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs en in het bezit is van het diploma havo, en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 26c van het Inrichtingsbesluit W.V.O. examen heeft afgelegd in een of meer overeenkomstige vakken van artikel 26b van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van dit vak of deze vakken. ### Artikel 13 @@ -238,14 +245,17 @@ Het eindexamen havo omvat: a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk, b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26c, tweede tot en met vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. en voor zover nodig wegens de in onderdeel c genoemde normatieve studielast, vakken van het vrije deel genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., -c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 320 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, en -d. de maatschappelijke stage. +c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 320 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, +d. de maatschappelijke stage, en +e. de rekentoets. -**2.** Ingeval van toepassing van artikel 14, achtste lid, van de wet is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. +**2.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor het vwo is vastgesteld. **3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor havo bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor ontheffing of vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste lid, respectievelijk zesde of zevende lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. -**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel en van de maatschappelijke stage. +**4.** In afwijking van het eerste lid, is de kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen van een leerweg in het vmbo, de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets. + +**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel en van de maatschappelijke stage. ### Artikel 14 @@ -291,20 +301,23 @@ Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg, genoemd in a a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge artikel 10, vijfde lid, van de wet, omvat, b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10, zesde lid, van de wet omvat, waaronder tevens begrepen een sectorwerkstuk, -c. in het vrije deel twee nog niet in het sectordeel gekozen vakken, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet, met dien verstande dat het sectordeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn, en -d. de maatschappelijke stage. +c. in het vrije deel twee nog niet in het sectordeel gekozen vakken, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet, met dien verstande dat het sectordeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn, +d. de maatschappelijke stage, en +e. de rekentoets. -**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie of leerwegondersteunend onderwijs ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal, genoemd artikel 26n, tweede lid. In plaats van het vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in het vak Arabisch, het vak Turks, het vak Spaans, het vak maatschappijleer II, het vak aardrijkskunde of het vak geschiedenis en staatsinrichting. +**2.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor havo of vwo is vastgesteld. -**3.** Indien de kandidaat in het vrije deel twee kunstvakken kiest, wordt één kunstvak gekozen uit de vakken behorende tot de beeldende vorming en één kunstvak uit de vakken muziek, dans en drama. +**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie of leerwegondersteunend onderwijs ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal, genoemd artikel 26n, tweede lid. In plaats van het vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in het vak Arabisch, het vak Turks, het vak Spaans, het vak maatschappijleer II, het vak aardrijkskunde of het vak geschiedenis en staatsinrichting. -**4.** In geval van toepassing van artikel 10, negende lid, van de wet, zijn het eerste tot en met het derde lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het zevende lid, gekozen kan worden. +**4.** Indien de kandidaat in het vrije deel twee kunstvakken kiest, wordt één kunstvak gekozen uit de vakken behorende tot de beeldende vorming en één kunstvak uit de vakken muziek, dans en drama. -**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs vrijgesteld van de vakken lichamelijke opvoeding en de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama van het gemeenschappelijk deel en van de maatschappelijke stage. +**5.** In geval van toepassing van artikel 10, negende lid, van de wet, zijn het eerste tot en met het derde lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het achtste lid, gekozen kan worden. -**6.** In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, op zijn verzoek bij het eindexamen ontheffing worden verleend van de vakken Franse taal of Duitse taal van het sectordeel of van beide. Artikel 11, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. +**6.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs vrijgesteld van de vakken lichamelijke opvoeding en de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama van het gemeenschappelijk deel en van de maatschappelijke stage. -**7.** +**7.** In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, op zijn verzoek bij het eindexamen ontheffing worden verleend van de vakken Franse taal of Duitse taal van het sectordeel of van beide. Artikel 11, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**8.** In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen: @@ -312,7 +325,9 @@ a. een vak als bedoeld in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet b. een vak dat behoort tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 10d van de wet, of c. een vak genoemd in, dan wel aangewezen op grond van, artikel 13 of 14 van de wet. -**8.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26n, vierde of vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. +**9.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26n, vierde of vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. + +**10.** In afwijking van het eerste lid, is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen basisberoepsgerichte leerweg of kaderberoepsgerichte leerweg de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen theoretische leerweg, havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets. ### Artikel 23 @@ -322,12 +337,13 @@ Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, geno a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge in artikel 10b, vijfde lid, van de wet, omvat, b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, -c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., en -d. de maatschappelijke stage. +c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., +d. de maatschappelijke stage, en +e. de rekentoets. **2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede en derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal. In plaats hiervan omvat het eindexamen één van de vakken gekozen op grond van artikel 26n, derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. -**3.** Voor zover het betreft een leer-werktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, omvat het eindexamen voor de leerling die dat traject heeft gevolgd, het vak Nederlandse taal, de maatschappelijke stage en het beroepsgerichte programma dat onderdeel is van het leerwerktraject. Bovendien kan de leerling eindexamen afleggen in de andere vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 10b1, derde lid, van de wet in voorkomend geval heeft beslist dat zij behoren tot het leer-werktraject van de leerling. +**3.** Voor zover het betreft een leer-werktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, omvat het eindexamen voor de leerling die dat traject heeft gevolgd, de rekentoets, het vak Nederlandse taal, de maatschappelijke stage en het beroepsgerichte programma dat onderdeel is van het leerwerktraject. Bovendien kan de leerling eindexamen afleggen in de andere vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 10b1, derde lid, van de wet in voorkomend geval heeft beslist dat zij behoren tot het leer-werktraject van de leerling. **4.** In geval van toepassing van artikel 10b, negende lid, onderdelen a en c, van de wet, dan wel artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet juncto artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., zijn het eerste tot en met het derde lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vijfde lid, kan dienen. @@ -341,7 +357,9 @@ c. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de basisberoep d. een algemeen vak dat behoort tot het eindexamen van de theoretische leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg, genoemd in respectievelijk de artikelen 10, 10b of 10d van de wet, of e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet. -**6.** Artikel 22, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. +**6.** Artikel 22, derde lid, is van toepassing. + +**7.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor theoretische of kaderberoepsgerichte leerweg, havo of vwo is vastgesteld. ### Artikel 24 @@ -351,10 +369,11 @@ Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, geno a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge in artikel 10b, vijfde lid, van de wet, omvat, b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, -c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., en -d. de maatschappelijke stage. +c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., +d. de maatschappelijke stage, en +e. de rekentoets. -**2.** Artikel 22, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. +**2.** Artikel 22, derde lid, is van toepassing. **3.** In geval van toepassing van artikel 10b, negende lid, onderdeel b, van de wet dan wel artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet juncto artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vierde lid, kan dienen. @@ -370,6 +389,10 @@ e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet. **5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de maatschappelijke stage op grond van artikel 26n, vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO. +**6.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor theoretische leerweg, havo of vwo is vastgesteld. + +**7.** In afwijking van het eerste lid, is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen basisberoepsgerichte leerweg de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen kaderberoepsgerichte of theoretische leerweg, havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets. + ### Artikel 25 **1.** @@ -379,10 +402,11 @@ Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de gemengde leerweg, genoemd in artik a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge artikel 10d, vijfde lid, van de wet, omvat, b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10d, zesde lid, van de wet, omvat waaronder tevens begrepen een sectorwerkstuk, c. in het vrije deel een nog niet in het sectordeel gekozen algemeen vak, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10d, zevende lid, onderdelen a en c, van de wet, -d. een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., en -e. de maatschappelijke stage. +d. een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., +e. de maatschappelijke stage, en +f. de rekentoets. -**2.** Artikel 22, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. +**2.** Artikel 22, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. **3.** In geval van toepassing van artikel 10d, negende lid, van de wet, zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vierde lid, kan dienen. @@ -390,6 +414,10 @@ e. de maatschappelijke stage. **5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de gemengde leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de maatschappelijke stage op grond van artikel 26n, vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO. +**5.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor havo of vwo is vastgesteld. + +**6.** In afwijking van het eerste lid, is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen basisberoepsgerichte leerweg of kaderberoepsgerichte leerweg de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen theoretische leerweg, havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets. + ### Artikel 26 In afwijking van de artikelen 11, eerste lid, 12, eerste lid, 13, eerste lid, 22, eerste lid, 23, eerste lid, 24, eerste lid, en 25, eerste lid, is de kandidaat ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan: @@ -500,7 +528,7 @@ Vervallen Het schoolexamen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het geheel van de onderdelen van het schoolexamen zoals gedocumenteerd in een door het bevoegd gezag gekozen vorm. Het examendossier voor het vmbo omvat tevens de resultaten die de leerling heeft behaald voor de vakken, bedoeld in artikel 26g, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. of artikel 26i, tweede lid, van dat besluit, voor zover in die vakken geen eindexamen is afgelegd. -## Hoofdstuk IV. Centraal examen +## Hoofdstuk IV. Centraal examen en rekentoets ### Artikel 36 @@ -538,7 +566,7 @@ c. het College voor examens deelt het door de kandidaat behaalde cijfer voor het **2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het schoolexamen in dat vak of die vakken afgesloten voor aanvang van het eerste tijdvak in dat leerjaar. -**3.** Artikel 49, negende lid, is van overeenkomstige toepassing. +**3.** Artikel 49, vierde lid, en artikel 50, vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. **4.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het derde tijdvak aansluitend aan het voorlaatste leerjaar afgenomen door het College voor examens. @@ -616,21 +644,35 @@ Indien door onvoorziene omstandigheden het centraal examen in één of meer vakk ### Artikel 46 -Vervallen +**1.** Het College voor examens stelt regels voor de uitvoering van de rekentoets. Het College voor examens stelt in ieder geval een regeling vast voor de uitvoering van de correctie voor zover de rekentoets bestaat uit open vragen. + +**2.** De regeling, bedoeld in het eerste lid, treedt slechts in werking na goedkeuring door Onze Minister. Onze Minister kan zijn goedkeuring onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. + +**3.** Met inachtneming van de artikelen 23, zevende lid, 24, zevende lid, en 25, vijfde lid, worden de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens bij de beoordeling van de rekentoets toegepast. + +**4.** De rekentoets wordt afgenomen in het laatste leerjaar. + +**5.** In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een leerling uit het voorlaatste leerjaar toelaten tot de rekentoets. + +**6.** Het College voor examens kan bij regeling bepalen dat de rekentoets niet onder toezicht van een of meer gecommitteerden staat. + +**7.** Artikel 43 en artikel 44 zijn van overeenkomstige toepassing. ## Hoofdstuk V. Uitslag, herkansing en diplomering ### Artikel 47 -**1.** Het eindcijfer voor alle vakken van het eindexamen wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks 1 tot en met 10. +**1.** Het eindcijfer voor de rekentoets en alle vakken van het eindexamen wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks 1 tot en met 10. **2.** De directeur bepaalt het eindcijfer op het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het centraal examen. Indien de uitkomst van de berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond. **3.** Indien in een vak alleen een schoolexamen is gehouden is het cijfer voor het schoolexamen tevens het eindcijfer. +**4.** Het cijfer voor de rekentoets is tevens het eindcijfer. + ### Artikel 48 -**1.** De directeur en de secretaris van het eindexamen stellen in geval van een eindexamen de uitslag vast met inachtneming van artikel 49, en voor zover van toepassing artikel 52a. +**1.** De directeur en de secretaris van het eindexamen stellen in geval van een eindexamen de uitslag vast met inachtneming van artikel 49 of artikel 50, en voor zover van toepassing artikel 52a. **2.** De uitslag luidt «geslaagd» of «afgewezen». @@ -638,7 +680,7 @@ Vervallen **4.** -Met het afleggen van het eindexamen in enig jaar aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs wordt gelijkgesteld het in dat jaar afleggen van examen in een of meer vakken aan die instelling met het oogmerk, in dat jaar het diploma te behalen door de combinatie met het overleggen door de desbetreffende kandidaat aan de examencommissie vavo van: +Met het afleggen van het eindexamen in enig jaar aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs wordt gelijkgesteld het in dat jaar afleggen van de rekentoets of examen in een of meer vakken, aan die instelling met het oogmerk, in dat jaar het diploma te behalen door de combinatie met het overleggen door de desbetreffende kandidaat aan de examencommissie vavo van: a. één in artikel 52, eerste lid, of artikel 52a, bedoelde cijferlijst van een school die is uitgereikt in een eerder jaar; b. één in artikel 52, eerste lid, bedoelde cijferlijst, of een in artikel 53, tweede lid, bedoeld certificaat, afgegeven door een andere instelling voor educatie en beroepsonderwijs; @@ -649,7 +691,7 @@ d. een of meer bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 10, vierde lid, va **6.** De kandidaat toont in voorkomend geval ten genoegen van de directeur aan dat hij recht heeft op een vrijstelling of ontheffing ingevolge de artikelen 11, 12, 13, 22, 23, 24 of 25, of ingevolge artikel 9, van dit besluit, dan wel als bedoeld in artikel 10 van het Staatsexamenbesluit VO. -**7.** De directeur vergewist zich ervan dat het eindexamen de in de artikelen 11, 12,13, 22, 23, 24 of 25 voorgeschreven vakken omvat. +**7.** De directeur vergewist zich ervan dat het eindexamen de in de artikelen 11, 12,13, 22, 23, 24 of 25 voorgeschreven vakken en rekentoets omvat. **8.** Indien de kandidaat eindexamen heeft afgelegd en in datzelfde jaar deelstaatsexamen heeft afgelegd of deeleindexamen aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, worden de met het deelstaatsexamen respectievelijk deeleindexamen behaalde cijfers, indien de kandidaat daarom tijdig en schriftelijk heeft verzocht, betrokken bij de uitslagbepaling. @@ -657,54 +699,65 @@ d. een of meer bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 10, vierde lid, va **1.** -De kandidaat die eindexamen vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is, en hij tevens: +De kandidaat die het eindexamen van een leerweg in het vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien: -a. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, of -b. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger, of -c. voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger. +a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is; +b. hij voor: -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a, b en c, wordt het eindcijfer van het afdelingsvak of het intrasectorale of intersectorale programma in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg meegerekend als twee eindcijfers. +1°. de rekentoets als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; of voor +2°. de rekentoets als eindcijfer 6 of meer heeft behaald en voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer heeft behaald; +c. hij onverminderd onderdeel b: -**3.** In aanvulling op het eerste lid geldt tevens dat voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel, voor de maatschappelijke stage en in de gemengde en de theoretische leerweg voor het sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» is behaald. +1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; +2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; of +3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; +d. hij voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel alsmede voor de maatschappelijke stage de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald; en +e. als het een eindexamen gemengde of theoretische leerweg betreft: hij voor het sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald. -**4.** In afwijking van het eerste en derde lid, is de kandidaat die eindexamen vmbo heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, geslaagd indien hij zowel voor het vak Nederlandse taal als voor het beroepsgerichte programma het eindcijfer 6 of hoger en voor de maatschappelijke stage de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald. Indien de vakken waarin examen is afgelegd, tezamen een eindexamen vormen van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, zijn het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt het eindcijfer van het afdelingsvak of het intrasectorale of intersectorale programma in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg meegerekend als twee eindcijfers. -**5.** +**3.** In afwijking van het eerste lid, is de kandidaat die eindexamen van een leerweg in het vmbo heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet geslaagd indien hij voor het beroepsgerichte programma ten minste het eindcijfer 6 en voor de rekentoets en voor het vak Nederlandse taal ten minste het eindcijfer 5 en het eindcijfer 6 heeft behaald. Indien de vakken waarin examen is afgelegd, tezamen een eindexamen vormen van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing. -De kandidaat die eindexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd: - -a. indien het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is, -b. indien hij: - -1°. voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, -2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, -3°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld met uitzondering van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, dan wel -4°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, met dien verstande dat hij daarbij voor één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en in voorkomende gevallen wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C als eindcijfer 5 heeft behaald en voor het andere genoemde vak dan wel de andere twee genoemde vakken als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, -c. indien geen van de eindcijfers van onderdelen, genoemd in het zesde lid, lager is dan 4, en -d. indien de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel alsmede de maatschappelijke stage, zijn beoordeeld als «voldoende» of «goed». - -**6.** - -Bij de uitslagbepaling volgens het vijfde lid wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer en het profielwerkstuk en voor vwo ook algemene natuurwetenschappen. Het bevoegd gezag kan daaraan toevoegen: - -a. literatuur, als onderdeel van alle afzonderlijke moderne talen, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, literatuur voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen van de desbetreffende taal en literatuur, -b. klassieke culturele vorming, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, klassieke culturele vorming voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen van Latijnse taal en literatuur en Griekse taal en literatuur, -c. algemene natuurwetenschappen in het havo, -d. bij bijzondere scholen: godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs geen onderdeel is van het eindexamen, tenzij Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend met toepassing van artikel 11, eerste lid, onder c, artikel 12, eerste lid, onder c, of artikel 13, eerste lid, onder c. - -**7.** Indien het bevoegd gezag toepassing geeft aan de tweede volzin van het zesde lid, wordt in het examenreglement, bedoeld in artikel 31, vermeld welk onderdeel of welke onderdelen worden toegevoegd. - -**8.** De directeur bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het zesde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond. - -**9.** Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag is vastgesteld, maakt de directeur deze schriftelijk aan iedere kandidaat bekend, onder mededeling van het in artikel 51 bepaalde. De uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 51, eerste lid, geen toepassing vindt. +**4.** Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag zijn vastgesteld, maakt de directeur deze schriftelijk aan de kandidaat bekend, onder mededeling van het in artikel 51 bepaalde. De uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 51, eerste lid, geen toepassing vindt. ### Artikel 50 -Vervallen +**1.** + +De kandidaat die eindexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd indien: + +a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is; +b. hij voor: + +1°. één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en hij voor de rekentoets en het andere vak dan wel vakken, genoemd in dit subonderdeel als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; of voor +2°. de rekentoets als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; +c. hij onverminderd onderdeel b: + +1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; +2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; +3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; of +4°. voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; +d. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het tweede lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald; en +e. hij voor de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel alsmede voor de maatschappelijke stage, de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald. + +**2.** + +Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer en het profielwerkstuk en voor vwo ook algemene natuurwetenschappen. Het bevoegd gezag kan daaraan toevoegen: + +a. literatuur, als onderdeel van alle afzonderlijke moderne talen, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, literatuur voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen van de desbetreffende taal en literatuur; +b. klassieke culturele vorming, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, klassieke culturele vorming voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen van Latijnse taal en literatuur en Griekse taal en literatuur; +c. algemene natuurwetenschappen in het havo; +d. bij bijzondere scholen: godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs geen onderdeel is van het eindexamen, tenzij Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend met toepassing van artikel 11, eerste lid, onder c, artikel 12, eerste lid, onder c, of artikel 13, eerste lid, onder c. + +**3.** Indien het bevoegd gezag toepassing geeft aan de tweede volzin van het tweede lid, wordt in het examenreglement, bedoeld in artikel 31, vermeld welk onderdeel of welke onderdelen worden toegevoegd. + +**4.** De directeur bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het tweede lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond. + +**5.** Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag zijn vastgesteld, maakt de directeur deze schriftelijk aan de kandidaat bekend, onder mededeling van het in artikel 51 bepaalde. De uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 51, eerste lid, geen toepassing vindt. ### Artikel 51 -**1.** De kandidaat heeft voor één vak van het eindexamen waarin hij reeds centraal examen heeft afgelegd, nadat ingevolge artikel 49, negende lid, de eindcijfers zijn bekendgemaakt, het recht om in het tweede tijdvak of, indien artikel 45, eerste lid, van toepassing is, in het derde tijdvak, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen of aan het cspe, met dien verstande dat indien het betreft het eindexamen van de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg in het vmbo, dit recht eveneens bestaat voor het cspe af te nemen door het bevoegd gezag aansluitend aan het eerste tijdvak of in het tweede tijdvak. De herkansing van het cspe bestaat uit het opnieuw afleggen van deze toets of van één of meer onderdelen daarvan. +**1.** De kandidaat heeft voor één vak van het eindexamen waarin hij reeds centraal examen heeft afgelegd, nadat ingevolge artikel 49, vierde lid, of artikel 50, vijfde lid, de eindcijfers zijn bekendgemaakt, het recht om in het tweede tijdvak of, indien artikel 45, eerste lid, van toepassing is, in het derde tijdvak, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen of aan het cspe, met dien verstande dat indien het betreft het eindexamen van de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg in het vmbo, dit recht eveneens bestaat voor het cspe af te nemen door het bevoegd gezag aansluitend aan het eerste tijdvak of in het tweede tijdvak. De herkansing van het cspe bestaat uit het opnieuw afleggen van deze toets of van één of meer onderdelen daarvan. **2.** De kandidaat stelt de directeur voor een door deze laatste te bepalen dag en tijdstip schriftelijk in kennis van gebruikmaking van het in het eerste lid bedoelde recht. @@ -718,7 +771,9 @@ Vervallen ### Artikel 51a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De kandidaat heeft recht op één herkansing in de rekentoets binnen de periode waarin de rekentoets wordt afgenomen, bedoeld in artikel 46, vierde en vijfde lid. + +**2.** Artikel 51, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 52 @@ -832,7 +887,7 @@ b. het thema van het sectorwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «vol Tenzij sprake is van een objectief waarneembare lichamelijke handicap, geldt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde aangepaste wijze van examineren dat: a. er een deskundigenverklaring is die door een ter zake deskundige psycholoog of orthopedagoog is opgesteld, -b. de aanpassing voor zover betrekking hebbend op het centraal examen in ieder geval kan bestaan uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten, en +b. de aanpassing voor zover betrekking hebbend op het centraal examen of de rekentoets in ieder geval kan bestaan uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten, en c. een andere aanpassing slechts kan worden toegestaan voor zover daartoe in de onder a genoemde deskundigenverklaring ten aanzien van betrokkene een voorstel wordt gedaan dan wel indien de aanpassing aantoonbaar aansluit bij de begeleidingsadviezen, vermeld in die deskundigenverklaring. **3.** @@ -857,14 +912,15 @@ a. het profiel of de profielen danwel de leerweg waarop het examen betrekking he b. de vakken waarin examen is afgelegd; c. de cijfers van het schoolexamen alsmede in voorkomend geval, het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft en de beoordeling en het thema van het sectorwerkstuk; d. de cijfers van het centraal examen; -e. de eindcijfers; -f. de uitslag van het eindexamen. +e. de rekentoets; +f. de eindcijfers; +g. de uitslag van het eindexamen. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een bevoegd gezag dat op grond van artikel 103b, tweede lid, van de wet of op grond van artikel 2.3.6a, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs examengegevens samen met het persoonsgebonden nummer verstrekt aan Onze Minister. ### Artikel 57 -**1.** Het werk van het centraal examen der kandidaten wordt gedurende ten minste zes maanden na de vaststelling van de uitslag bewaard door de directeur, ter inzage voor belanghebbenden. +**1.** Het werk van het centraal examen en de rekentoets der kandidaten wordt gedurende ten minste zes maanden na de vaststelling van de uitslag bewaard door de directeur, ter inzage voor belanghebbenden. **2.** Een door de directeur en de secretaris van het eindexamen ondertekend exemplaar van de opgave, bedoeld in artikel 56 wordt gedurende ten minste zes maanden na de vaststelling van de uitslag in het archief van de school bewaard. @@ -880,13 +936,15 @@ Ten behoeve van experimenten met een andere inrichting van het eindexamen kan On **1.** Het bevoegd gezag kan, de inspectie gehoord, toestaan dat een kandidaat die in het laatste leerjaar langdurig ziek is, en een kandidaat die lange tijd ten gevolge van een bijzondere, van de wil van de kandidaat onafhankelijke omstandigheid niet in staat is geweest het onderwijs in alle betrokken eindexamenvakken gedurende het laatste leerjaar te volgen, het centraal examen en in voorkomend geval het schoolexamen, voor een deel van de vakken in het ene schooljaar en voor het andere deel in het daarop volgende schooljaar aflegt. In dat geval wordt het eindexamen in een vak in het eerste of in het tweede van deze schooljaren afgesloten. -**2.** Het bevoegd gezag geeft zijn in het eerste lid bedoelde toestemming uiterlijk voor de aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen. In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag afwijken van de eerste volzin ten behoeve van een kandidaat die nog niet in alle betrokken eindexamenvakken centraal examen heeft afgelegd. +**2.** Het eerste lid is van toepassing op de rekentoets, met dien verstande dat de rekentoets in het ene schooljaar of in het daarop volgende schooljaar kan worden afgelegd. -**3.** Artikel 51, eerste tot en met vierde lid, is ten aanzien van de kandidaat van toepassing in het eerste en in het tweede schooljaar van het gespreid centraal examen, met dien verstande dat het in dat artikel bedoelde recht in het eerste schooljaar ontstaat nadat de eindcijfers van de vakken waarvoor in het eerste schooljaar het centraal examen is afgesloten, voor de eerste maal zijn vastgesteld. +**3.** Het bevoegd gezag geeft zijn in het eerste lid bedoelde toestemming uiterlijk voor de aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen. In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag afwijken van de eerste volzin ten behoeve van een kandidaat die nog niet in alle betrokken eindexamenvakken centraal examen heeft afgelegd. -**4.** Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de eindcijfers, behaald tot en met het eerste schooljaar van het gespreid centraal examen, zendt het bevoegd gezag aan de Onze Minister een opgave waarop voor die kandidaat zijn vermeld de gegevens, genoemd in artikel 56, onderdelen a tot en met e. +**4.** Artikel 51, eerste tot en met vierde lid, is ten aanzien van de kandidaat van toepassing in het eerste en in het tweede schooljaar van het gespreid centraal examen, met dien verstande dat het in dat artikel bedoelde recht in het eerste schooljaar ontstaat nadat de eindcijfers van de vakken waarvoor in het eerste schooljaar het centraal examen is afgesloten, voor de eerste maal zijn vastgesteld. -**5.** De directeur en de secretaris stellen op verzoek van de kandidaat de uitslag van het eindexamen reeds vast aan het einde van het eerste schooljaar van het gespreid centraal examen of het gespreid schoolexamen, met overeenkomstige toepassing van artikel 49. +**5.** Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de eindcijfers, behaald tot en met het eerste schooljaar van het gespreid centraal examen, zendt het bevoegd gezag aan de Onze Minister een opgave waarop voor die kandidaat zijn vermeld de gegevens, genoemd in artikel 56, onderdelen a tot en met g. + +**6.** De directeur en de secretaris stellen op verzoek van de kandidaat de uitslag van het eindexamen reeds vast aan het einde van het eerste schooljaar van het gespreid centraal examen of het gespreid schoolexamen, met overeenkomstige toepassing van artikel 49 of artikel 50. ### Artikel 60