2023-10-01 | BWBR0040634 | Wet forensische zorg
This commit is contained in:
parent
f7377d81de
commit
77fd9f34b1
1 changed files with 74 additions and 54 deletions
|
|
@ -23,18 +23,19 @@ b. *forensische patiënt:* een persoon met een aanspraak op forensische zorg;
|
|||
c. *forensische zorg:* zorg als omschreven in het tweede lid;
|
||||
d. *gedetineerde:* een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in een penitentiaire inrichting plaatsvindt;
|
||||
e. *indicatiestelling:* een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van deskundigen, opgesteld op basis van onderzoek van de verdachte, veroordeelde of gedetineerde, waarin de forensische zorgbehoefte en het noodzakelijke beveiligingsniveau is opgenomen;
|
||||
f. *instelling:* een door Onze Minister aangewezen instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, die strekt tot de verlening van forensische zorg;
|
||||
g. *Onze Minister:* de Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
h. *Onze Ministers:* de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
|
||||
i. *private instelling:* een door Onze Minister aangewezen instelling bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, waarvan de verpleeg- en behandelkosten worden vergoed op basis van een contract dat de zorgaanbieder met Onze Minister heeft gesloten;
|
||||
j. *rijksinstelling:* een door Onze Minister aangewezen instelling, onder beheer van Onze Minister;
|
||||
k. *strafrechtelijke titel:* een beslissing van een rechter, officier van justitie of Onze Minister die het verlenen van geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg omvat;
|
||||
l. *sepot:* een beslissing van het openbaar ministerie tot het afzien van verdere vervolging, bedoeld in artikel 167, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
m. *ter beschikking gestelde:* een forensische patiënt ten aanzien van wie een bevel tot verpleging van overheidswege, bedoeld in artikel 37b of 38c van het Wetboek van Strafrecht, is gegeven;
|
||||
n. *voorwaarde:* een beperkende bepaling bij een straf, maatregel, sepot of gratie, of de tenuitvoerlegging daarvan, die inhoudt dat een persoon zich laat opnemen in een instelling dan wel zich onder behandeling stelt van een zorgverlener of door een zorgverlener voorgeschreven of aangeboden geneesmiddelen gebruikt dan wel gedoogt dat hij zich geneesmiddelen laat toedienen;
|
||||
o. *zorgaanbieder:* een rechtspersoon die bedrijfsmatig of beroepsmatig forensische zorg als bedoeld bij of krachtens artikel 1, tweede lid, verleent, een organisatorisch verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig of beroepsmatig forensische zorg als bedoeld bij of krachtens artikel 1, tweede lid, verlenen of doen verlenen, of een natuurlijk persoon die bedrijfsmatig of beroepsmatig forensische zorg als bedoeld bij of krachtens artikel 1, tweede lid, doet verlenen.
|
||||
f. *instelling:* een rijksinstelling of een private instelling;
|
||||
g. *instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden:* een rijksinstelling of een private instelling met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid;
|
||||
h. *Onze Minister:* de Minister voor Rechtsbescherming;
|
||||
i. *Onze Ministers:* de Minister voor Rechtsbescherming en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
|
||||
j. *private instelling:* een door Onze Minister aangewezen instelling bedoeld in artikel 3.2, waarvan de verpleeg- en behandelkosten worden vergoed op basis van een schriftelijke overeenkomst die de zorgaanbieder met Onze Minister heeft gesloten;
|
||||
k. *rijksinstelling:* een door Onze Minister aangewezen instelling als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onder beheer van Onze Minister;
|
||||
l. *strafrechtelijke titel:* een beslissing van een rechter, officier van justitie of Onze Minister die het verlenen van geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg omvat;
|
||||
m. *sepot:* een beslissing van het openbaar ministerie tot het afzien van verdere vervolging, bedoeld in artikel 167, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
n. *ter beschikking gestelde:* een forensische patiënt ten aanzien van wie een bevel tot verpleging van overheidswege, bedoeld in artikel 37b of 38c van het Wetboek van Strafrecht, is gegeven;
|
||||
o. *voorwaarde:* een beperkende bepaling bij een straf, maatregel, sepot of gratie, of de tenuitvoerlegging daarvan, die inhoudt dat een persoon zich laat opnemen in een instelling dan wel zich onder behandeling stelt van een zorgverlener of door een zorgverlener voorgeschreven of aangeboden geneesmiddelen gebruikt dan wel gedoogt dat hij zich geneesmiddelen laat toedienen;
|
||||
p. *zorgaanbieder:* een rechtspersoon die bedrijfsmatig of beroepsmatig forensische zorg als bedoeld bij of krachtens artikel 1, tweede lid, verleent, een organisatorisch verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig of beroepsmatig forensische zorg als bedoeld bij of krachtens artikel 1, tweede lid, verlenen of doen verlenen, of een natuurlijk persoon die bedrijfsmatig of beroepsmatig forensische zorg als bedoeld bij of krachtens artikel 1, tweede lid, doet verlenen.
|
||||
|
||||
**2.** Onder forensische zorg wordt verstaan zorg, die wordt verleend aan een justitiabele met een psychiatrische aandoening of beperking, verslaving daaronder begrepen, of een verstandelijke handicap, en die al dan niet als een voorwaarde, onderdeel uitmaakt van een straf of een maatregel, of van de ten uitvoerlegging van een straf of maatregel, of als voorwaarde onderdeel uitmaakt van een sepot, een schorsing van de voorlopige hechtenis, of een gratieverlening op grond van de Gratiewet, dan wel onderdeel uitmaakt van een strafbeschikking waarbij een gedragsmaatregel wordt opgelegd. De eerste volzin is niet van toepassing op zorg die al dan niet als voorwaarde onderdeel uitmaakt van een straf of maatregel bedoeld in het Eerste boek, Titel VIII A, van het Wetboek van Strafrecht. Forensische zorg omvat de zorg als bedoeld in artikel 3:2 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en artikel 1, vierde lid, en artikel 2, eerste lid, van de Wet zorg en dwang. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere vormen van zorg worden aangemerkt als forensische zorg dan wel daarvan worden uitgesloten.
|
||||
**2.** Onder forensische zorg wordt verstaan zorg, die wordt verleend aan een justitiabele met een psychische stoornis, verslaving daaronder begrepen, een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap, en die al dan niet als een voorwaarde, onderdeel uitmaakt van een straf of een maatregel, of van de ten uitvoerlegging van een straf of maatregel, of als voorwaarde onderdeel uitmaakt van een sepot, een schorsing van de voorlopige hechtenis, of een gratieverlening op grond van de Gratiewet, dan wel onderdeel uitmaakt van een strafbeschikking waarbij een gedragsmaatregel wordt opgelegd. De eerste volzin is niet van toepassing op zorg die al dan niet als voorwaarde onderdeel uitmaakt van een straf of maatregel bedoeld in het Eerste boek, Titel VIII A, van het Wetboek van Strafrecht. Forensische zorg omvat de zorg als bedoeld in artikel 3:2 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en artikel 1, vierde lid, en artikel 2, eerste lid, van de Wet zorg en dwang. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere vormen van zorg worden aangemerkt als forensische zorg dan wel daarvan worden uitgesloten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Doelstelling, reikwijdte en zorgcontinuïteit en algemene bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -62,38 +63,24 @@ Indien de rechter van oordeel is, dat voldaan is aan de criteria voor het afgeve
|
|||
2°. bij de rechterlijke uitspraak waarbij overeenkomstig artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt bepaald dat geen straf wordt opgelegd;
|
||||
3°. bij de rechterlijke uitspraak waarbij de verdachte wordt vrijgesproken;
|
||||
4°. bij de rechterlijke uitspraak waarbij de verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging;
|
||||
5°. op vordering van het openbaar ministerie;
|
||||
6°. indien de rechter maatregel van terbeschikkingstelling niet verlengt;
|
||||
7°. indien de rechter de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege niet verlengt;
|
||||
8°. indien de rechter de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen niet verlengt;
|
||||
9°. indien de rechter de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen niet verlengt;
|
||||
10°. bij rechterlijke beslissing op vordering van het openbaar ministerie tot omzetting van de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen in de maatregel van terbeschikkingstelling;
|
||||
11°. indien de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.4 van de Wet forensische zorg, zijn geëxpireerd.
|
||||
5°. bij de rechterlijke beslissing op vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging of tot verlenging van de tenuitvoerlegging van de op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opgelegde maatregel;
|
||||
6°. op vordering van het openbaar ministerie;
|
||||
7°. indien de rechter de maatregel van terbeschikkingstelling niet verlengt;
|
||||
8°. indien de rechter de maatregel van terbeschikkingstelling, waarvan de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd, niet verlengt;
|
||||
9°. indien de rechter de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen niet verlengt;
|
||||
10°. indien de rechter de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen niet verlengt;
|
||||
11°. bij rechterlijke beslissing op vordering van het openbaar ministerie tot omzetting van de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen in de maatregel van terbeschikkingstelling;
|
||||
12°. indien de voorwaarden, bedoeld in artikel 6:3:14 van het Wetboek van Strafvordering, zijn geëxpireerd.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de rechter van oordeel is, dat voldaan is aan de criteria voor het afgeven van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, kan hij, ambtshalve of na een verzoekschrift van de officier van justitie, met toepassing van die wet een rechterlijke machtiging ingevolge die wet afgeven voor de maximale duur van zes maanden. Aan deze bevoegdheid kan in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde bij afzonderlijke beslissing toepassing worden gegeven op een van de in het eerste lid onder 1° tot en met 11° genoemde gronden.
|
||||
**2.** Indien de rechter van oordeel is, dat voldaan is aan de criteria voor het afgeven van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, kan hij, ambtshalve of na een verzoekschrift van de officier van justitie, met toepassing van die wet een rechterlijke machtiging ingevolge die wet afgeven voor de maximale duur van zes maanden. Aan deze bevoegdheid kan in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde bij afzonderlijke beslissing toepassing worden gegeven op een van de in het eerste lid genoemde gronden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het openbaar ministerie is belast met het toezicht op de naleving van de voorwaarden inzake de verlening van forensische zorg, gesteld bij of krachtens:
|
||||
|
||||
a. artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
b. artikel 15a van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
c. artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
d. artikel 38g van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
e. artikel 38p van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
f. artikel 80 van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
g. artikel 167 van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
h. artikel 13 van de Gratiewet.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht kan Onze Minister een reclasseringsinstelling als bedoeld in dat artikel, opdracht geven begeleiding te bieden bij en toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een voorwaarde niet wordt nageleefd, doet de reclasseringsinstelling daarvan onverwijld mededeling aan het openbaar ministerie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
||||
Zes weken voor afloop van de justitiële titel treft de zorgaanbieder voorbereidingen voor aansluitende zorg, indien de zorgverlener of de behandelaar van oordeel is dat na afloop van de strafrechtelijke titel verdere zorg krachtens de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringwet nodig is.
|
||||
Zes weken voor afloop van de justitiële titel treft de zorgaanbieder voorbereidingen voor aansluitende zorg, indien de zorgverlener of de behandelaar van oordeel is dat na afloop van de strafrechtelijke titel verdere zorg als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of artikel 1, derde lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijke gehandicapte cliënten nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -117,8 +104,21 @@ a. tot welke gegevens de verplichting, bedoeld in artikel 2.6, zich in ieder gev
|
|||
b. op welke wijze de gegevens, bedoeld in artikel 2.6, worden verstrekt en verder worden verwerkt;
|
||||
c. volgens welke technische standaarden gegevensverwerking plaatsvindt;
|
||||
d. aan welke beveiligingseisen de gegevensverwerking voldoet;
|
||||
e. de omvang van de gegevensverstrekking, de wijze waarop de reclasseringsinstelling en de zorgaanbieder forensische zorg gegevens van forensische patiënten verwerken en over de gegevensverwerking ten behoeve van statistiek en onderzoek;
|
||||
f. het uit te oefenen toezicht, bedoeld in artikel 2.4, tweede lid.
|
||||
e. de omvang van de gegevensverstrekking, de wijze waarop de reclasseringsinstelling en de zorgaanbieder forensische zorg gegevens van forensische patiënten verwerken en over de gegevensverwerking ten behoeve van statistiek en onderzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister verwerkt gegevens die betrekking hebben op forensische zorg met het oog op het beleid van die forensische zorg.
|
||||
|
||||
**2.** De zorgaanbieder die forensische zorg verleent, het hoofd van de instelling of de directeur van de instelling waar forensische zorg wordt verleend en de reclasseringsinstelling verstrekken desgevraagd en kosteloos gegevens aan Onze Minister ten behoeve van de verwerking, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen persoonsgegevens zijn, inclusief het strafrechtsketennummer, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de taak, bedoeld in het eerste lid. Het strafrechtsketennummer wordt slechts verwerkt bij het verstrekken en ontvangen van deze persoonsgegevens teneinde te waarborgen dat deze persoonsgegevens betrekking hebben op de juiste betrokkene.
|
||||
|
||||
**4.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden niet verwerkt voor andere doeleinden dan aldaar bedoeld en worden daar waar mogelijk verwerkt op een wijze die waarborgt dat zij niet tot een persoon herleidbaar zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de inhoud van de gegevens, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, de wijze waarop de verwerking en de verstrekking plaatsvinden, de tijdvakken waarop de gegevens betrekking hebben en de tijdstippen waarop de gegevens dienen te worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald dat de gegevens in plaats van aan Onze Minister op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen wijze kunnen worden verstrekt aan en kunnen worden verwerkt door een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Instellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -136,19 +136,13 @@ f. het uit te oefenen toezicht, bedoeld in artikel 2.4, tweede lid.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.2
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst de instellingen aan welke bestemd zijn als private instelling voor forensische zorg.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister houdt toezicht op de verlening van forensische zorg aan personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel in een private instelling plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**3.** De door Onze Minister aangewezen ambtenaren worden daartoe alle ter zake dienende inlichtingen verstrekt en hebben te allen tijde toegang tot een private instelling. Zij zijn, onder verplichting van geheimhouding tegenover derden en voor zover dit voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd de op forensische patiënten betrekking hebbende stukken in te zien.
|
||||
|
||||
**4.** Aan leden van het Subcomité ter Preventie als bedoeld in het op 18 december 2002 te New York stand gekomen Facultatief Protocol bij het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Trb. 2005, 243) en het Comité als bedoeld in het op 26 november 1987 te Straatsburg tot stand gekomen Europees Verdrag ter voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (Trb. 1988, nr. 19), zoals gewijzigd door Protocol 1 en Protocol 2 (Trb. 1994, 106 en 107), komen dezelfde bevoegdheden toe als waarover de met het toezicht belaste ambtenaren bedoeld in het derde lid beschikken. Zij maken van deze bevoegdheden slechts gebruik voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor hun uit het desbetreffende verdrag voortvloeiende taak. Artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is hierbij van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Onze Minister wijst de instellingen aan welke bestemd zijn als private instelling voor forensische zorg.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan in de aanwijzing, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, bepalen dat deze instelling in het bijzonder bestemd is als private instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden.
|
||||
**1.** Onze Minister kan in de aanwijzing, bedoeld in artikel 3.2, bepalen dat deze instelling in het bijzonder bestemd is als private instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden.
|
||||
|
||||
**2.** In de private instelling bedoeld in het eerste lid is de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden van toepassing, tenzij de wet anders bepaalt.
|
||||
**2.** In de private instelling bedoeld in het eerste lid is de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden van toepassing, tenzij de wet anders bepaalt. Delen van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden kunnen bij wet van toepassing worden verklaard ten aanzien van ter beschikking gestelden die verblijven in een private instelling, niet zijnde een private instelling met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het beheer van de private instelling, bedoeld in het eerste lid, berust bij het hoofd van de instelling, die als zodanig door de Raad van toezicht wordt benoemd. Van de benoeming wordt schriftelijk bericht gezonden aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
|
|
@ -168,14 +162,40 @@ f. het uit te oefenen toezicht, bedoeld in artikel 2.4, tweede lid.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.4
|
||||
|
||||
**1.** Het hoofd van de private instelling met een aanwijzing, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, stelt huisregels vast voor de instelling of een of meer afdelingen daarvan, met inachtneming van het dienaangaande door Onze Minister vast te stellen model.
|
||||
**1.** Het hoofd van de instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden stelt huisregels vast voor de instelling of voor een of meer afdelingen daarvan, met inachtneming van het bij regeling van Onze Minister vast te stellen model.
|
||||
|
||||
**2.** Het hoofd van de private instelling met een aanwijzing, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, is, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de instellingen of een ongestoord verloop van de verpleging of behandeling, bevoegd aan de forensische patiënten aanwijzingen te geven. De forensische patiënten zijn verplicht deze aanwijzingen op te volgen.
|
||||
**2.** Het hoofd van de instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden is, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de instelling of een ongestoord verloop van de verpleging of behandeling, bevoegd aan de forensische patiënten aanwijzingen te geven. De forensische patiënten zijn verplicht deze aanwijzingen op te volgen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en de Penitentiaire beginselenwet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren voor zover het bepaalde betrekking heeft op:
|
||||
|
||||
a. de toeleiding naar forensische zorg,
|
||||
b. de verlening van forensische zorg aan personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel in een instelling plaatsvindt, en
|
||||
c. de tenuitvoerlegging van deze straf of maatregel.
|
||||
|
||||
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**3.** De met het toezicht belaste ambtenaren hebben te allen tijde toegang tot een instelling.
|
||||
|
||||
**4.** De met het toezicht belaste ambtenaren zijn, voor zover dit voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd tot inzage van de dossiers die betrekking hebben op personen aan wie forensische zorg wordt verleend, het maken van kopieën daarvan en het vorderen van inlichtingen. De inzage, het maken van kopieën en het vorderen van inlichtingen strekken zich ook uit tot de in die dossiers verwerkte persoonsgegevens, met inbegrip van gegevens over gezondheid of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard in de zin van § 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn de met het toezicht belaste ambtenaren bevoegd de in dit lid bedoelde gegevens voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover de desbetreffende beroepsbeoefenaar uit hoofde van ambt, beroep of overeenkomst tot geheimhouding van het dossier en de daarin opgenomen persoonsgegevens verplicht is, kan hij deze verplichting, in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet inroepen tegenover de met het toezicht belaste ambtenaren. Op de met het toezicht belaste ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de desbetreffende beroepsbeoefenaar.
|
||||
|
||||
**6.** De toezichthouder en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd maken in het belang van een doelmatig en doeltreffend toezicht op de naleving afspraken en stellen daartoe gezamenlijk een samenwerkingsprotocol vast. Het samenwerkingsprotocol kan mede betrekking hebben op de verstrekking van persoonsgegevens, van gegevens over gezondheid en van persoonsgegevens van strafrechtelijke aard in de zin van § 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, en de wijze waarop deze verstrekking plaatsvindt tussen deze toezichthouders onderling. Het samenwerkingsprotocol wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**7.** De toezichthouder en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd zijn bevoegd aan elkaar de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak bedoeld in het eerste lid, of de taak, bedoeld in artikel 36 van de Gezondheidswet, voor zover betrekking hebbend op forensische zorg, mits de beoogde ontvangende partij ook zelfstandig bevoegd is om de betreffende gegevens in te zien of op te vragen. De verstrekking kan, voor zover dit noodzakelijk is, ook betrekking hebben tot de in de dossiers, bedoeld in het vierde lid, verwerkte persoonsgegevens, met inbegrip van gegevens over gezondheid of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard in de zin van § 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. In voorkomend geval mogen de gegevens in afwijking van eventuele geheimhoudingsplichten worden verstrekt. De ontvangende partij is ten aanzien van die gegevens verplicht tot geheimhouding, zoals de verzendende partij hiertoe in beginsel verplicht was.
|
||||
|
||||
**8.** Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen ter handhaving van het vierde lid en van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**9.** Aan de leden van het Subcomité ter preventie als bedoeld in het op 18 december 2002 te New York tot stand gekomen Facultatief Protocol bij het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Trb. 2005, 243) en het Comité als bedoeld in het op 26 november 1987 te Straatsburg tot stand gekomen Europees Verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (Trb. 1988, 19), zoals gewijzigd door Protocol 1 en 2 (Trb. 199, 106 en 107), komen dezelfde bevoegdheden toe als waarover de met het toezicht belaste ambtenaren beschikken. Zij maken van deze bevoegdheid slechts gebruik voor zover dit voor hun taak redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
|
||||
|
||||
a. het beheer van Onze Minister van de rijksinstellingen;
|
||||
|
|
@ -189,15 +209,15 @@ b. de aanwijzing als private instelling, de daaraan te verbinden voorwaarden en
|
|||
|
||||
### Artikel 4.1
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister koopt forensische zorg in bij zorgaanbieders, met uitzondering van rijksinstellingen, op basis van contracten.
|
||||
**1.** Onze Minister koopt forensische zorg in bij zorgaanbieders, met uitzondering van rijksinstellingen, op basis van schriftelijke overeenkomsten.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister koopt tevens de observatieplaatsen in, bedoeld in artikel 196, 317 en 509g van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
**2.** Onze Minister koopt tevens de observatieplaatsen in, bedoeld in de artikelen 196, 317 en 509g van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandse Zorgautoriteit geeft advies aan Onze Minister over de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de inhoud van het contract, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid.
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de inhoud van de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Indicatiestelling
|
||||
|
||||
|
|
@ -290,7 +310,7 @@ c. de beëindiging van de behandeling en het ontslag betrekking hebben op ter be
|
|||
|
||||
**1.** Indien het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist, kan Onze Minister bepalen dat een forensische patiënt tijdelijk voor een periode van ten hoogste zeven weken wordt geplaatst in een andere instelling dan de instelling waar de forensische patiënt is geplaatst, teneinde te bezien of een overplaatsing met het oog op de veiligheid nodig is.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de behandeling van de forensische patiënt gezien de aard van de bij hem geconstateerde psychische stoornis of verstandelijke beperking zulks eist, kan Onze Minister bepalen dat een forensische patiënt tijdelijk voor een periode van ten hoogste zeven weken wordt geplaatst in een andere instelling dan de instelling waar de forensische patiënt is geplaatst, teneinde te bezien of een overplaatsing met het oog op een andere behandeling nodig is.
|
||||
**2.** Indien de behandeling van de forensische patiënt gezien de aard van de bij hem geconstateerde psychische stoornis, verslaving daaronder begrepen, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap zulks eist, kan Onze Minister bepalen dat een forensische patiënt tijdelijk voor een periode van ten hoogste zeven weken wordt geplaatst in een andere instelling dan de instelling waar de forensische patiënt is geplaatst, teneinde te bezien of een overplaatsing met het oog op een andere behandeling nodig is.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de tijdelijke plaatsing, bedoeld in het eerste of tweede lid, niet leidt tot de overplaatsing van de forensische patiënt naar een andere instelling, keert hij na het verstrijken van de termijn van ten hoogste zeven weken terug naar de instelling, waarin hij was geplaatst.
|
||||
|
||||
|
|
@ -302,7 +322,7 @@ Forensische patiënten die hiervoor ingevolge artikel 4, vijfde lid, van de Peni
|
|||
|
||||
### Artikel 6.7
|
||||
|
||||
Indien de aard van de bij de forensische patiënt geconstateerde psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap daartoe aanleiding geeft, kan Onze Minister bepalen dat de forensische patiënt naar een private instelling, niet zijnde een private instelling met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, zal worden overgebracht om daar zolang dat noodzakelijk is, te worden verpleegd. Voor deze overbrenging is een zorgmachtiging vereist op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of een rechterlijke machtiging voor onvrijwillige opname op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten. Een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging als bedoeld in de vorige volzin kan achterwege blijven indien de forensische patiënt schriftelijk en vrijwillig met de overbrenging instemt.
|
||||
Indien de aard van de bij de forensische patiënt geconstateerde psychische stoornis, verslaving daaronder begrepen, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap daartoe aanleiding geeft, kan Onze Minister bepalen dat de forensische patiënt naar een private instelling, niet zijnde een private instelling met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, zal worden overgebracht om daar zolang dat noodzakelijk is, te worden verpleegd. Voor deze overbrenging is een zorgmachtiging vereist op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of een rechterlijke machtiging voor onvrijwillige opname op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten. Een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging als bedoeld in de vorige volzin kan achterwege blijven indien de forensische patiënt schriftelijk en vrijwillig met de overbrenging instemt.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.8
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue