From 7835f50998a5b5c397a34a12036fee838fd43293 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Oct 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-10-01 | BWBR0025458 | Waterwet --- wet/waterwet/BWBR0025458/README.md | 41 +++++++++++++++--------------- 1 file changed, 20 insertions(+), 21 deletions(-) diff --git a/wet/waterwet/BWBR0025458/README.md b/wet/waterwet/BWBR0025458/README.md index b932f61adad..b54438ddc77 100644 --- a/wet/waterwet/BWBR0025458/README.md +++ b/wet/waterwet/BWBR0025458/README.md @@ -369,12 +369,7 @@ d. een overzicht van de financiële middelen, die voor de uitvoering van het pro Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of provinciale verordening worden regels gesteld omtrent de voorbereiding en goedkeuring, alsmede de vormgeving en inrichting van beheerplannen betreffende rijkswateren, onderscheidenlijk regionale wateren. Deze regels hebben in elk geval betrekking op: -a. de raadpleging van: - -1°. de in artikel 4.6, eerste lid, bedoelde andere beheerders; -2°. gedeputeerde staten van de betrokken provincies; -3°. voor regionale wateren: burgemeester en wethouders van de gemeenten waarbinnen de watersystemen of onderdelen daarvan zijn gelegen en -4°. de ten aanzien van grensvormende of grensoverschrijdende wateren bevoegde Belgische, Duitse of Britse autoriteiten; +a. de raadpleging van de in artikel 4.6, eerste lid, bedoelde beheerders alsmede gedeputeerde staten van de provincies en de besturen van de veiligheidsregio’s waarbinnen de watersystemen of onderdelen daarvan zijn gelegen, alsmede de ten aanzien van grensvormende of grensoverschrijdende wateren bevoegde Belgische, Duitse of Britse autoriteiten; b. inspraak van belanghebbenden en ingezetenen van het beheersgebied; c. de goedkeuring van een beheerplan betreffende regionale wateren door gedeputeerde staten. @@ -467,7 +462,7 @@ f. gedeputeerde staten beslissen over de toepassing van artikel 3:18, tweede lid ### Artikel 5.10 -Voor zover een bestemmingsplan voor de uitvoering van werken en werkzaamheden een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 3.3 van de Wet ruimtelijke ordening vereist, geldt zodanige eis niet in het gebied dat is begrepen in een vastgesteld projectplan. +Voor zover een bestemmingsplan voor de uitvoering van werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vereist, geldt zodanige eis niet in het gebied dat is begrepen in een vastgesteld projectplan. ### Artikel 5.11 @@ -592,9 +587,9 @@ Rechthebbenden ten aanzien van gronden waarin het grondwater invloed ondergaat d **1.** De beheerder draagt zorg voor het houden van oefeningen in doeltreffend optreden bij gevaar. Tevens stelt hij voor de waterstaatswerken onder zijn beheer een calamiteitenplan vast, dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. -**2.** In het calamiteitenplan wordt de afstemming op provinciale coördinatieplannen, rampenplannen en voor het waterbeheer van belang zijnde rampbestrijdingsplannen, vastgesteld voor het gebied waarin de waterstaatswerken zijn gelegen, gewaarborgd. +**2.** In het calamiteitenplan wordt de afstemming op crisisplannen en voor het waterbeheer van belang zijnde rampbestrijdingsplannen, vastgesteld voor het gebied waarin de waterstaatswerken zijn gelegen, gewaarborgd. -**3.** Het ontwerp van een calamiteitenplan wordt in elk geval voor commentaar gezonden aan het bestuur van de regionale brandweer en aan burgemeester en wethouders van de gemeenten waarbinnen de waterstaatswerken zijn gelegen. +**3.** Het ontwerp van een calamiteitenplan wordt in elk geval voor commentaar gezonden aan de besturen van de veiligheidsregio’s waarbinnen de waterstaatswerken zijn gelegen. ### Artikel 5.30 @@ -604,7 +599,7 @@ Rechthebbenden ten aanzien van gronden waarin het grondwater invloed ondergaat d **3.** De beheerder brengt, zodra de feitelijke omstandigheden op grond waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid, dat toelaten, het waterstaatswerk weer zoveel mogelijk in overeenstemming met de in de legger voorgeschreven staat. -**4.** De beheerder draagt zorg voor een evaluatie van het optreden en verder handelen bij toepassing van het eerste en derde lid. Hij zendt in elk geval een exemplaar van deze evaluatie ter kennisneming aan gedeputeerde staten, alsmede aan burgemeester en wethouders van de gemeenten waarbinnen de waterstaatswerken zijn gelegen. +**4.** De beheerder draagt zorg voor een evaluatie van het optreden en verder handelen bij toepassing van het eerste en derde lid. Hij zendt in elk geval een exemplaar van deze evaluatie ter kennisneming aan gedeputeerde staten, alsmede aan de besturen van de veiligheidsregio’s waarbinnen de waterstaatswerken zijn gelegen. ### Artikel 5.31 @@ -835,33 +830,37 @@ c. indien een voor Nederland verbindend verdrag of besluit van een volkenrechtel ### Artikel 6.26 -**1.** Op vergunningen voor het lozen of storten van stoffen zijn de artikelen 8.8, 8.9, 8.10, tweede lid, 8.11, derde en vierde lid, 8.12 tot en met 8.12b, 8.19, 8.20, eerste lid, 8.21, 8.22 en 8.25, tweede lid, onderdeel a, van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing. +**1.** Op vergunningen voor het lozen of storten van stoffen zijn de artikelen 2.14, eerste, derde, vierde en zesde lid, 2.25, eerste lid, 2.30, 2.31, eerste lid, onder b, 2.33, eerste lid, onder b, en 8.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «omgevingsvergunning» wordt gelezen: vergunning. -**2.** Een vergunning voor het infiltreren van water wordt slechts verleend, indien er geen gevaar is voor verontreiniging van het grondwater. Bij de beoordeling van dat gevaar worden de krachtens artikel 12 van de Wet bodembescherming gestelde regels in acht genomen. +**2.** In afwijking van artikel 6.16, eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag tot wijziging van een vergunning voor het lozen van stoffen, die niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen dan volgens de geldende vergunning zijn toegestaan. De artikelen 3.8 en 3.9, eerste lid, onderdeel a, en tweede tot en met vierde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding, bedoeld in de eerste volzin, met dien verstande dat voor «omgevingsvergunning» wordt gelezen: vergunning. -**3.** Onverminderd artikel 6.20 worden aan een vergunning als bedoeld in het tweede lid voorschriften verbonden volgens de krachtens artikel 12 van de Wet bodembescherming gestelde regels. Aan de vergunning worden in ieder geval voorschriften verbonden ter verzekering van de controle op de kwaliteit van het grondwater. +**3.** Een vergunning voor het infiltreren van water wordt slechts verleend, indien er geen gevaar is voor verontreiniging van het grondwater. Bij de beoordeling van dat gevaar worden de krachtens artikel 12 van de Wet bodembescherming gestelde regels in acht genomen. -**4.** Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aan een vergunning voor het onttrekken van grondwater te verbinden voorschriften, voor zover die voorschriften betrekking hebben op het infiltreren van water. +**4.** Onverminderd artikel 6.20 worden aan een vergunning als bedoeld in het tweede lid voorschriften verbonden volgens de krachtens artikel 12 van de Wet bodembescherming gestelde regels. Aan de vergunning worden in ieder geval voorschriften verbonden ter verzekering van de controle op de kwaliteit van het grondwater. + +**5.** Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aan een vergunning voor het onttrekken van grondwater te verbinden voorschriften, voor zover die voorschriften betrekking hebben op het infiltreren van water. ### Paragraaf 4. Coördinatie met ### Artikel 6.27 -**1.** Een aanvraag tot verlening of wijziging van een vergunning voor het lozen vanuit een inrichting waartoe een gpbv-installatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer behoort, of vanuit een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, wordt gelijktijdig ingediend met een aanvraag tot verlening of wijziging van een vergunning krachtens die wetten. +**1.** Een aanvraag tot verlening of wijziging van een vergunning voor het lozen vanuit een inrichting waartoe een gpbv-installatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht behoort, of vanuit een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, wordt gelijktijdig ingediend met een aanvraag tot verlening of wijziging van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een vergunning krachtens de Kernenergiewet. -**2.** De beslissing op een in het eerste lid bedoelde aanvraag om een watervergunning wordt overeenkomstig hoofdstuk 14 van de Wet milieubeheer gecoördineerd voorbereid met de beslissing op de betrokken aanvraag krachtens die wet of de Kernenergiewet. Daarbij worden in ieder geval de in artikel 14.3, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde handelingen gelijktijdig verricht. +**2.** De beslissing op een in het eerste lid bedoelde aanvraag om een watervergunning wordt overeenkomstig hoofdstuk 14 van de Wet milieubeheer gecoördineerd voorbereid met de beslissing op de betrokken aanvraag krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Kernenergiewet. Daarbij worden in ieder geval de in artikel 14.3, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde handelingen gelijktijdig verricht. -**3.** De in het eerste lid bedoelde aanvraag om een watervergunning wordt in ieder geval buiten behandeling gelaten, indien niet binnen zes weken na het tijdstip van indiening ervan tevens een aanvraag krachtens de Wet milieubeheer of de Kernenergiewet is ingediend, dan wel de aanvraag krachtens die wetten buiten behandeling wordt gelaten. +**3.** De in het eerste lid bedoelde aanvraag om een watervergunning wordt in ieder geval buiten behandeling gelaten, indien niet binnen zes weken na het tijdstip van indiening ervan tevens een aanvraag krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Kernenergiewet is ingediend, dan wel de aanvraag krachtens die wetten buiten behandeling wordt gelaten. **4.** Het orgaan dat krachtens de betrokken wet bevoegd is op de aanvraag om vergunning te beslissen, brengt binnen acht weken na ontvangst van de in het eerste lid eerstbedoelde aanvraag advies uit met het oog op de samenhang tussen de beschikkingen op de onderscheidene aanvragen. Dat orgaan wordt voorts in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag. In een geval als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het bevoegd gezag besluiten de in de eerste volzin bedoelde termijn met een bij zijn besluit te bepalen redelijke termijn te verlengen. Indien artikel 30, vierde lid, van de Dienstenwet op de aanvraag van toepassing is, wordt de verlengingstermijn afgestemd op de duur waarmee ingevolge dat artikellid de termijn voor het geven van de beschikking op de aanvraag kan worden verlengd. -**5.** Wordt in de vergunning krachtens de Wet milieubeheer overeenkomstig artikel 8.17 van die wet een bepaling opgenomen over de termijn waarvoor zij geldt, dan wordt in de watervergunning een gelijke bepaling opgenomen. +**5.** Wordt in de vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een bepaling opgenomen over de termijn waarvoor zij geldt, dan wordt in de watervergunning een gelijke bepaling opgenomen. -**6.** Wordt een betrokken vergunning krachtens de Wet milieubeheer of de Kernenergiewet ingetrokken, dan kan de watervergunning eveneens worden ingetrokken. Artikel 8.25, achtste lid, van de Wet milieubeheer is van overeenkomstige toepassing. +**6.** Wordt een betrokken vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Kernenergiewet ingetrokken, dan kan de watervergunning eveneens worden ingetrokken. **7.** Het tweede, vierde en vijfde lid en de artikelen 6.28 en 6.29 zijn van overeenkomstige toepassing op een ambtshalve wijziging van een in het eerste lid bedoelde vergunning. Voorts dragen gedeputeerde staten er ten minste zorg voor dat de betrokken beschikkingen gezamenlijk worden bekendgemaakt en daarvan gezamenlijk mededeling wordt gedaan. -**8.** Wordt in een geval als bedoeld in artikel 8.28 van de Wet milieubeheer, dan wel in de Kernenergiewet juncto dat artikel, beroep ingesteld tegen een beschikking inzake een vergunning krachtens een van die wetten, dan kan de uitspraak in beroep ook betrekking hebben op een daarmee samenhangende, inzake een watervergunning gegeven beschikking. +**8.** Wordt in een geval als bedoeld in artikel 3.16 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dan wel in de Kernenergiewet juncto dat artikel, beroep ingesteld tegen een beschikking inzake een vergunning krachtens een van die wetten, dan kan de uitspraak in beroep ook betrekking hebben op een daarmee samenhangende, inzake een watervergunning gegeven beschikking. + +**9.** Dit artikel is niet van toepassing indien op de voorbereiding van de vergunning voor het lozen van stoffen, de omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de vergunning krachtens de Kernenergiewetafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is. ### Artikel 6.28 @@ -1186,7 +1185,7 @@ Onze Minister is bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang ter handhaving van ### Artikel 8.6 -Op de handhaving van het bij of krachtens hoofdstuk 6 of krachtens artikel 10.1 bepaalde zijn de artikelen 18.3 tot en met 18.3f en 18.8a en 18.8b van de Wet milieubeheer van toepassing, met dien verstande dat in artikel 18.3e, vijfde lid, onder b, voor «intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van artikel 18.12» wordt gelezen: intrekking van een vergunning op grond van artikel 8.4 van de Waterwet. +Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens de hoofdstukken 5 en 6 of krachtens artikel 10.1 bepaalde zijn de paragrafen 5.2 en 5.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing, met dien verstande dat in artikel 5.8, vijfde lid, onder b, van die wet in plaats van «intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van artikel 5.19» wordt gelezen: intrekking van een vergunning op grond van artikel 8.4 van de Waterwet. ### Artikel 8.7