2001-01-01 | BWBR0002326 | Rijkswachtgeldbesluit 1959
This commit is contained in:
parent
0ccc3ae06c
commit
7844b34f1a
1 changed files with 32 additions and 28 deletions
|
|
@ -16,13 +16,13 @@ citeertitel: Rijkswachtgeldbesluit 1959
|
|||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
|
||||
b. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
|
||||
c. pensioenreglement: het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
d. pensioen: een pensioen krachtens het pensioenreglement;
|
||||
e. arbeidsongeschiktheidspensioen: invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement zoals dat luidde op 31 december 2006 dan wel ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen krachtens het pensioenreglement;
|
||||
f. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of in de zin van artikel 4, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid in de zin van artikel 5 van laatstgenoemde wet;
|
||||
g. arbeidsongeschiktheidsuitkering: uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringdan wel arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen respectievelijk werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van laatstgenoemde wet;
|
||||
e. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement;
|
||||
f. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
g. WAO-uitkering: uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
h. suppletie: een suppletie krachtens de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector rijk;
|
||||
i. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtpersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -48,7 +48,7 @@ Geen betrokkene in de zin van dit besluit is:
|
|||
|
||||
a. hij te wiens aanzien de toekenning van wachtgeld bij de wet is geregeld;
|
||||
b. hij die laatstelijk een betrekking bekleedde waarin hij geen deelnemer was in de zin van het pensioenreglement;
|
||||
c. hij aan wie eervol ontslag is verleend in de zin van het eerste lid, onderdelen a tot en met i, en die deswege recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 6 of 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
|
||||
c. hij aan wie eervol ontslag is verleend in de zin van het eerste lid, onderdelen a tot en met i, en deswege recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -70,21 +70,23 @@ e. in een aangehouden betrekking.
|
|||
|
||||
**1.** Dit besluit verstaat onder dienstbetrekking iedere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke arbeidsverhouding waarbij in dienst van een natuurlijke persoon of een lichaam werkzaamheden tegen bezoldiging of loon worden verricht.
|
||||
|
||||
**2.** Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5 en 6 van de Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5 en 6 van de Werkloosheidswet (*Stb.* 1987, 93) is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Dit besluit verstaat onder bezoldiging: de bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, berekend over een maand, waarop de betrokkene op de dag voorafgaande aan zijn ontslag aanspraak had of bij waarneming van zijn functie zou hebben gehad.
|
||||
**1.** Dit besluit verstaat onder bezoldiging: de bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (*Stb.* 1983, 571) vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, berekend over een maand, waarop de betrokkene op de dag voorafgaande aan zijn ontslag aanspraak had of bij waarneming van zijn functie zou hebben gehad.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het in het eerste lid bepaalde gelden de toelagen, bedoeld in de artikelen 14 en 18, eerste lid, van voornoemd besluit en de over die toelagen berekende vakantie-uitkering niet als deel van de bezoldiging.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de betrokkene geen ambtenaar is in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt als bezoldiging hetgeen overeenkomt met het eerste en tweede lid.
|
||||
**3.** Als bezoldiging gelden mede de aanspraken die de betrokkene op de dag voorafgaande aan zijn ontslag ontleende aan de Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (*Stb.* 1983, 572), indien en voor zover de betrokkene die aanspraken eveneens zou hebben ontleend aan het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 (*Stb.* J 261) indien dat besluit, zoals dat laatstelijk luidde, op dat tijdstip nog zou hebben gegolden.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de door een betrokkene over de laatste aan het ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden genoten bezoldiging in de zin van het in het eerste lid genoemde besluit, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt, alsmede de over die maanden genoten vakantie-uitkering dan wel verkregen aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten waaronder begrepen de evengenoemde aanspraken bestonden, geldt in zoverre in afwijking van het eerste lid als bezoldiging, met inachtneming van het tweede en derde lid, het gemiddelde van die inkomsten.
|
||||
**4.** Indien de betrokkene geen ambtenaar is in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt als bezoldiging hetgeen met het in het eerste tot en met het derde lid daaromtrent bepaalde overeenkomt.
|
||||
|
||||
**5.** De bezoldiging, omschreven in het eerste tot en met vierde lid, wordt aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris, van de vakantie-uitkering en van de eindejaarsuitkering van het burgerlijk rijkspersoneel, met ingang van de dag waarop die wijziging van het salaris, de vakantie-uitkering respectievelijk de eindejaarsuitkering van kracht wordt.
|
||||
**5.** Indien de door een betrokkene over de laatste aan het ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden genoten bezoldiging in de zin van het in het eerste lid genoemde besluit, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt, alsmede de over die maanden genoten vakantie-uitkering dan wel verkregen aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten waaronder begrepen de evengenoemde aanspraken bestonden, geldt in zoverre in afwijking van het eerste lid als bezoldiging, met inachtneming van het in het tweede, derde en vierde lid bepaalde, het gemiddelde van die inkomsten.
|
||||
|
||||
**6.** Voor betrekkingen die geleidelijk worden opgeheven, alsmede in bijzondere gevallen, kan Onze Minister van het hiervoren bepaalde ten gunste van de betrokkene afwijken.
|
||||
**6.** De bezoldiging, omschreven in het eerste tot en met vijfde lid, wordt aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris en van de vakantie-uitkering van het burgerlijk rijkspersoneel, met ingang van de dag waarop de salariswijziging, respectievelijk de wijziging van de vakantie-uitkering van kracht wordt.
|
||||
|
||||
**7.** Voor betrekkingen die geleidelijk worden opgeheven, alsmede in bijzondere gevallen, kan Onze Minister van het hiervoren bepaalde ten gunste van de betrokkene afwijken.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
|
|
@ -103,14 +105,14 @@ e. in een aangehouden betrekking.
|
|||
De betrokkene, bedoeld in artikel 2, eerste lid, de onderdelen *a* tot en met *i*, heeft recht op wachtgeld met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat, tenzij de betrokkene:
|
||||
|
||||
a. ter zake van dat ontslag recht heeft op een pensioen wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd;
|
||||
b. op dat moment recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer;
|
||||
b. op dat moment recht heeft op een WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer;
|
||||
c. ter zake van dat ontslag recht heeft op een suppletie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, heeft recht op wachtgeld met ingang van de dag waarop de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage is vastgesteld dan 80%. De hoogte van dit wachtgeld wordt vastgesteld te rekenen van de datum van ontslag wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Ter bepaling van de duur van het wachtgeld wordt:
|
||||
|
||||
a. voor de toepassing van artikel 6 als ingangsdatum uitgegaan van de datum met ingang waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld, waarbij voor de toepassing van artikel 6, vierde lid, tevens een arbeidsongeschiktheidsuitkering, eventueel vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidspensioen vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer mede in aanmerking wordt genomen;
|
||||
a. voor de toepassing van artikel 6 als ingangsdatum uitgegaan van de datum met ingang waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld, waarbij voor de toepassing van artikel 6, vierde lid, tevens een WAO-uitkering, eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer mede in aanmerking wordt genomen;
|
||||
b. voor de toepassing van artikel 6*a* als ingangsdatum uitgegaan van de datum met ingang waarvan betrokkene ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -166,11 +168,11 @@ b. de periode gelegen tussen de 18e verjaardag van de betrokkene en de dag, gele
|
|||
|
||||
Perioden, waarin een betrokkene:
|
||||
|
||||
a. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt op grond van artikel 58, eerste of derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, die al dan niet vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
|
||||
b. ter zake van een dienstbetrekking op grond waarvan hem door het Rijk arbeidsongeschiktheidspensioen was verzekerd, recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een toelage als bedoeld onder a, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 73% of meer bedraagt van het dagloon in de zin van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector rijk, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
|
||||
c. een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
|
||||
d. na beëindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering ontvangt op grond van de Ziektewet over de maximale duur bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet;
|
||||
e. een uitkering ontvangt, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering bedoeld onder a of d;
|
||||
a. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (*Stb.* 1987, 89), berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt op grond van artikel 58, eerste of derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, die al dan niet vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
|
||||
b. ter zake van een dienstbetrekking op grond waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen was verzekerd, recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een toelage als bedoeld onder *a*, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 73% of meer bedraagt van het dagloon in de zin van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector rijk, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
|
||||
c. een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (*Stb.* 1972, 313), berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
|
||||
d. na beëindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering ontvangt op grond van de Ziektewet (*Stb.* 1987, 88) over de maximale duur bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet;
|
||||
e. een uitkering ontvangt, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering bedoeld onder *a* of *d*;
|
||||
|
||||
worden, indien deze uitkeringen worden ontvangen in verband met een gewezen dienstbetrekking van 8 of meer uren per week, in aanmerking genomen voor de periode van drie jaar, bedoeld in het tweede lid, en voor de perioden gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -197,7 +199,7 @@ Voor de toepassing van het vijfde en zevende lid wordt onder:
|
|||
a. een kind verstaan een eigen, aangehuwd of pleegkind;
|
||||
b. een pleegkind verstaan een kind dat als eigen kind wordt onderhouden en opgevoed.
|
||||
|
||||
**9.** De regels die gesteld zijn krachtens artikel 17b, zevende lid, van de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**9.** De regels die gesteld zijn krachtens artikel 17*b*, zevende lid, van de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**10.** In bijzondere gevallen kan Onze Minister na afloop van de in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen de duur van het wachtgeld verlengen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -258,7 +260,7 @@ b. voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel *a* of
|
|||
|
||||
**1.** Het bedrag van het vervolgwachtgeld is gelijk aan het minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit meer kan bedragen dan 70% van de bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of, indien het een betrokkene jonger dan 21 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarvoor berekende vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (*Stb.* 1968, 657), of, indien het een betrokkene jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarvoor berekende vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf
|
||||
|
||||
|
|
@ -266,7 +268,7 @@ b. voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel *a* of
|
|||
|
||||
**1.** De inkomsten die de betrokkene geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de dag waarop het ontslag, ter zake waarvan het wachtgeld is toegekend, hem is aangezegd of door hem is aangevraagd, worden met het wachtgeld verrekend over de maand waarop deze inkomsten betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben. Deze verrekening geschiedt aldus dat het wachtgeld wordt verminderd met het bedrag waarmede het wachtgeld, vermeerderd met die inkomsten, de bezoldiging overschrijdt. Voor de bepaling van het bedrag waarmede het wachtgeld vermeerderd met inkomsten zoals bedoeld in de eerste volzin de bezoldiging overschrijdt, wordt een vermindering van het wachtgeld ingevolge het bepaalde in artikel 17, eerste lid, niet in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de betrokkene aan wie een wachtgeld is toegekend en die wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte ontslag is verleend uit de betrekking die hij gedurende de met recht op wachtgeld doorgebrachte tijd bekleedde en waarin hij deelnemer was in de zin van het pensioenreglement, worden inkomsten, bedoeld in het eerste lid als volgt verrekend. De inkomsten die betrokkene geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de dag waarop het ontslag plaatsvond uit de betrekking die door betrokkene als wachtgelder werd vervuld, worden verrekend over de maand waarop zij betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, geschiedt deze verrekening op zodanige wijze dat het oorspronkelijk toegekende wachtgeld wordt verminderd met het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering, eventueel vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidspensioen al dan niet aangevuld met een wachtgeld of uitkering, vermeerderd met de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf met inbegrip van de oorspronkelijk toegekende uitkering de oorspronkelijke bezoldiging overschrijdt. Indien na die vermindering een bedrag aan overschrijding van de bezoldiging resteert, wordt het aanvullende wachtgeld of de aanvullende uitkering verminderd met het resterende bedrag aan overschrijding.
|
||||
**2.** Ten aanzien van de betrokkene aan wie een wachtgeld is toegekend en die wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte ontslag is verleend uit de betrekking die hij gedurende de met recht op wachtgeld doorgebrachte tijd bekleedde en waarin hij deelnemer was in de zin van het pensioenreglement, worden inkomsten, bedoeld in het eerste lid als volgt verrekend. De inkomsten die betrokkene geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de dag waarop het ontslag plaatsvond uit de betrekking die door betrokkene als wachtgelder werd vervuld, worden verrekend over de maand waarop zij betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, geschiedt deze verrekening op zodanige wijze dat het oorspronkelijk toegekende wachtgeld wordt verminderd met het bedrag waarmee de WAO-uitkering, eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen al dan niet aangevuld met een wachtgeld of uitkering, vermeerderd met de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf met inbegrip van de oorspronkelijk toegekende uitkering de oorspronkelijke bezoldiging overschrijdt. Indien na die vermindering een bedrag aan overschrijding van de bezoldiging resteert, wordt het aanvullende wachtgeld of de aanvullende uitkering verminderd met het resterende bedrag aan overschrijding.
|
||||
|
||||
**3.** Het in het eerste lid bepaalde vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf ter hand genomen gedurende non-activiteit, vakantie of verlof onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, terzake waarvan het wachtgeld is toegekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -316,12 +318,12 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Het recht op wachtgeld eindigt:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de dag waarop betrokkene de leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bereikt,
|
||||
a. met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgende op die waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt;
|
||||
b. met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene is overleden;
|
||||
c. indien het recht op wachtgeld geheel wordt afgekocht;
|
||||
e. op aanvraag van betrokkene.
|
||||
|
||||
**2.** Het recht op wachtgeld eindigt met ingang van de dag waarop betrokkene recht verkrijgt op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Artikel 5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat van dit herleefde wachtgeld de duur, voor zover deze wordt bepaald aan de hand van artikel 6a, en de hoogte worden vastgesteld te rekenen vanaf de datum van ontslag.
|
||||
**2.** Het recht op wachtgeld eindigt met ingang van de dag waarop betrokkene recht verkrijgt op een WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Artikel 5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat van dit herleefde wachtgeld de duur, voor zover deze wordt bepaald aan de hand van artikel 6*a*, en de hoogte worden vastgesteld te rekenen vanaf de datum van ontslag.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -355,8 +357,8 @@ Het wachtgeld wordt niet uitbetaald voor de duur dat de betrokkene:
|
|||
|
||||
a. de hem opgelegde verplichtingen niet of niet volledig nakomt;
|
||||
b. metterwoon verblijf gaat houden in het buitenland tenzij Onze Minister, op een door betrokkene daartoe gedane aanvraag, anders beslist;
|
||||
c. geen arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvraagt dan wel weigert mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ter verkrijging van een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
|
||||
d. niet als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie dan wel de buitenlandse instantie van arbeidsbemiddeling staat ingeschreven, tenzij hij aantoont dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest om te voldoen aan de in artikel 4a, eerste en tweede lid, gestelde verplichting.
|
||||
c. geen WAO-uitkering aanvraagt dan wel weigert mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ter verkrijging van een WAO-uitkering;
|
||||
d. niet als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie dan wel de buitenlandse instantie van arbeidsbemiddeling staat ingeschreven, tenzij hij aantoont dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest om te voldoen aan de in artikel 4*a*, eerste en tweede lid, gestelde verplichting.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Afkoop van het recht op wachtgeld
|
||||
|
||||
|
|
@ -370,7 +372,7 @@ Op aanvraag van de betrokkene kan het recht op wachtgeld geheel of ten dele word
|
|||
|
||||
**1.** Ten aanzien van de betrokkene aan wie wachtgeld is toegekend en die uit hoofde van ziekte aanspraak heeft of krijgt op doorbetaling van zijn bezoldiging, wordt de verdere uitvoering van dit besluit opgeschort tot het einde van het tijdvak waarover die aanspraak bestaat.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing in het geval doorbetaling van bezoldiging plaatsvindt op grond van artikel 95, achtste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
|
||||
**2.** Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing in het geval doorbetaling van bezoldiging plaatsvindt op grond van artikel 95, vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de betrokkene aan wie wachtgeld is toegekend en die zich ingevolge wettelijke verplichting als militair of als noodwachter in werkelijke dienst bevindt of moet begeven, wordt op een daartoe strekkende aanvraag de verdere uitvoering van dit besluit voor de duur van die dienst opgeschort.
|
||||
|
||||
|
|
@ -382,7 +384,7 @@ Op aanvraag van de betrokkene kan het recht op wachtgeld geheel of ten dele word
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien de betrokkene ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, eventueel vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidspensioen, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van het wachtgeld met het hierna genoemde percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij een mate van arbeidsongeschiktheid van
|
||||
Indien de betrokkene ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een WAO-uitkering, eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van het wachtgeld met het hierna genoemde percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij een mate van arbeidsongeschiktheid van
|
||||
|
||||
| 65% tot 80%: | 80%; |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
|
|
@ -393,7 +395,7 @@ Indien de betrokkene ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op e
|
|||
| 15% tot 25%: | 20%; |
|
||||
| minder dan 15%: | 0%. |
|
||||
|
||||
**2.** De som van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, eventueel vermeerderd met het arbeidsongeschiktheidspensioen, en het verminderde wachtgeld bedraagt voorts niet meer dan het onverminderde wachtgeld dat wordt genoten indien er geen sprake is van samenloop. Ingeval van overschrijding van bedoeld onverminderd wachtgeld wordt het overschrijdende bedrag op het verminderde wachtgeld in mindering gebracht.
|
||||
**2.** De som van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, eventueel vermeerderd met het invaliditeitspensioen, en het verminderde wachtgeld bedraagt voorts niet meer dan het onverminderde wachtgeld dat wordt genoten indien er geen sprake is van samenloop. Ingeval van overschrijding van bedoeld onverminderd wachtgeld wordt het overschrijdende bedrag op het verminderde wachtgeld in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Tegemoetkoming verhuiskosten
|
||||
|
||||
|
|
@ -446,3 +448,5 @@ De Algemene Termijnenwet (*Stb.* 1964, 314) is niet van toepassing op de termijn
|
|||
**1.** Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die, waarin het in het *Staatsblad* is geplaatst, en kan worden aangehaald als Rijkswachtgeldbesluit 1959.
|
||||
|
||||
**2.** Met ingang van de in het voorgaande lid bedoelde dag vervalt het Koninklijk besluit van de 3e augustus 1922 (*Stb.* 479).
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van degene, aan wie op grond van het in het voorgaande lid bedoeld besluit een wachtgeld is toegekend, hetzij ter zake van het voor de in het voorgaande lid bedoelde dag verleend ontslag wordt toegekend en die na bedoelde dag deswege nog aanspraak op wachtgeld kan maken, zijn de artikelen 1, 4, tweede lid, 6*a*, vierde tot en met zesde lid, 7, met uitzondering van het eerste lid, en 8 tot en met 23 van dit besluit van toepassing met dien verstande, dat de betrokkene aan wachtgeld niet minder zal ontvangen dan in geval het in het tweede lid bedoelde besluit nog van toepassing zou zijn.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue