2022-01-01 | BWBR0034553 | Wet maatregelen woningmarkt 2014 II

This commit is contained in:
Coornhert 2022-01-01 12:00:00 +00:00
parent a66ceeeb6b
commit 785a0ca4b2

View file

@ -38,7 +38,7 @@ d. *heffingsjaar:* kalenderjaar waarover de verhuurderheffing is verschuldigd;
e. *huurwoning:* in Nederland gelegen voor verhuur bestemde woning die ingevolge artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt en waarvan de huurprijs niet hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, met uitzondering van een woning die wordt verhuurd in het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die in die woning voor een korte periode verblijf houden en van een woning die krachtens artikel 3.1 van de Erfgoedwet als rijksmonument is aangewezen;
f. *investeringskosten:* door de belastingplichtige betaalde investeringskosten die drukken op de belastingplichtige en noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het verrichten van de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 8°;
g. *Onze Minister:* Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
h. *WOZ-waarde:* volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor een kalenderjaar vastgestelde waarde, waarbij voor de toepassing van deze wet een waarde van € 315.000 wordt gehanteerd, indien deze waarde hoger is dan dat bedrag.
h. *WOZ-waarde:* volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor een kalenderjaar vastgestelde waarde, waarbij voor de toepassing van deze wet een waarde van € 345.000 wordt gehanteerd, indien deze waarde hoger is dan dat bedrag.
**2.**
@ -128,7 +128,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 1.4 en 1.6 wordt een huurwoning waarvan het
### Artikel 1.7
De verhuurderheffing bedraagt 0,526% van het belastbare bedrag.
De verhuurderheffing bedraagt 0,332% van het belastbare bedrag.
### Afdeling 5. Wijze van heffing
@ -220,7 +220,7 @@ n. de verduurzaming van huurwoningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel n, te
o. de bouw van huurwoningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel o, ten minste € 62.500 per gebouwde huurwoning bedragen;
p. de bouw van huurwoningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel p, ten minste € 31.250 per gebouwde huurwoning bedragen.
**4.** Indien naar het oordeel van Onze Minister op enig tijdstip onvoldoende evenwicht bestaat of komt te bestaan tussen de heffingsverminderingen en het daarvoor in de rijksbegroting opgenomen bedrag, kunnen bij ministeriële regeling met ingang van 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober van enig jaar de in het eerste lid en derde lid genoemde bedragen worden verhoogd, verlaagd, dan wel op nihil worden gesteld. De nieuwe bedragen gelden voor voorlopige investeringsverklaringen waarvan de voorgenomen investering is aangemeld na het tijdstip waarop de ministeriële regeling in werking treedt.
**4.** Indien naar het oordeel van Onze Minister op enig tijdstip onvoldoende evenwicht bestaat of komt te bestaan tussen de heffingsverminderingen en het daarvoor in de rijksbegroting opgenomen bedrag, kunnen bij ministeriële regeling met ingang van de eerste dag van enige maand de in het eerste lid en derde lid genoemde bedragen worden verhoogd, verlaagd, dan wel op nihil worden gesteld. De nieuwe bedragen gelden voor voorlopige investeringsverklaringen waarvan de voorgenomen investering is aangemeld na het tijdstip waarop de ministeriële regeling in werking treedt.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het toepassingsbereik van de verschillende onderdelen van het eerste lid. Bij ministeriële regeling kan de begrenzing van de gebieden, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, nader worden aangevuld, kunnen de gemeenten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, de gemeenten, genoemd in bijlage 1 bij deze wet, en de gemeenten, genoemd in bijlage 2 bij deze wet, worden gewijzigd indien dit noodzakelijk is ten gevolge van een wijziging van de gemeentelijke indeling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene regels herindeling, en kunnen gemeenten waarmee Onze Minister afspraken heeft gemaakt over de bouw van huurwoningen worden toegevoegd aan bijlage 2.
@ -684,8 +684,6 @@ Baarn
Barneveld
Beemster
Bergeijk
Bergen (Noord-Holland)
@ -702,8 +700,6 @@ Bloemendaal
Boekel
Boxmeer
Boxtel
Bunnik
@ -714,8 +710,6 @@ Buren
Cranendonck
Cuijk
Culemborg
De Bilt
@ -726,6 +720,8 @@ Deurne
Diemen
Dijk en Waard
Edam-Volendam
Ede
@ -748,8 +744,6 @@ Gemert-Bakel
Gooise Meren
Grave
Haarlem
Haarlemmermeer
@ -762,8 +756,6 @@ Heemstede
Heerde
Heerhugowaard
Heeze-Leende
Heiloo
@ -790,12 +782,10 @@ Katwijk
Laarbeek
Landerd
Land van Cuijk
Landsmeer
Langedijk
Laren
Leiden
@ -810,9 +800,9 @@ Lopik
Maasdriel
Meierijstad
Maashorst
Mill en Sint Hubert
Meierijstad
Montfoort
@ -854,8 +844,6 @@ Rhenen
Scherpenzeel
Sint Anthonis
Sint-Michielsgestel
Soest
@ -870,8 +858,6 @@ Teylingen
Tiel
Uden
Uithoorn
Utrecht
@ -948,10 +934,6 @@ Barendrecht
Barneveld
Beemster
Beemster
Berg en Dal
Bergeijk
@ -974,8 +956,6 @@ Bloemendaal
Boekel
Boxmeer
Boxtel
Breda
@ -992,8 +972,6 @@ Capelle aan den IJssel
Cranendonck
Cuijk
Culemborg
De Bilt
@ -1010,6 +988,8 @@ Deventer
Diemen
Dijk en Waard
Doesburg
Dordrecht
@ -1044,8 +1024,6 @@ Gemert-Bakel
Gooise Meren
Grave
Groningen
Haaren
@ -1064,8 +1042,6 @@ Heemstede
Heerde
Heerhugowaard
Heeze-Leende
Heiloo
@ -1100,12 +1076,10 @@ Krimpen aan den IJssel
Laarbeek
Landerd
Land van Cuijk
Landsmeer
Langedijk
Lansingerland
Laren
@ -1130,6 +1104,8 @@ Lopik
Maasdriel
Maashorst
Maassluis
Maasstricht
@ -1138,8 +1114,6 @@ Meierijstad
Midden-Delfland
Mill en Sint Hubert
Montferland
Montfoort
@ -1206,8 +1180,6 @@ Scherpenzeel
Schiedam
Sint Anthonis
Sint-Michielsgestel
Soest
@ -1224,8 +1196,6 @@ Tiel
Tilburg
Uden
Uitgeest
Uithoorn