2003-07-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
94a28710f0
commit
789d9d227d
1 changed files with 24 additions and 16 deletions
|
|
@ -29,8 +29,8 @@ h. beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid;
|
|||
i. beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 7.2.4, eindtermen zijn vastgesteld;
|
||||
j. beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid;
|
||||
k. leerweg: een leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid;
|
||||
l. beroepsopleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder *a*;
|
||||
m. beroepsbegeleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder *b*;
|
||||
l. beroepsopleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder a;
|
||||
m. beroepsbegeleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder b;
|
||||
n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid;
|
||||
o. externe legitimering: de externe legitimering, bedoeld in artikel 7.4.4;
|
||||
p. deelkwalificatie: een deelkwalificatie als bedoeld in artikel 7.2.3;
|
||||
|
|
@ -48,6 +48,10 @@ w. bevoegd gezag:
|
|||
4. wat een exameninstelling als bedoeld in artikel 1.6.1 betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
|
||||
5. wat een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum als bedoeld in artikel 1.3.4 betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan dat centrum uitgaat;
|
||||
x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in artikel 2.8.1;
|
||||
y. personeel:
|
||||
|
||||
a. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het landelijk orgaan;
|
||||
b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het landelijk orgaan, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 3.1.2, 3.2.1, 3.3.1, 4.1.1, 4.1.2 tot en met 4.1.6, 4.3.1 tot en met 4.3.5, en de toepassing daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
|
||||
y. Informatie Beheer Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank;
|
||||
z. persoonsgebonden nummer: het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel het door de Informatie Beheer Groep uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 8.1.1a, vierde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -870,13 +874,15 @@ d. de wijze waarop in het secretariaat wordt voorzien.
|
|||
|
||||
Het bevoegd gezag en het personeel van de instelling verstrekken aan de commissie van beroep de inlichtingen die zij voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt.
|
||||
|
||||
### Titel 2. Benoembaarheidvereisten voor docenten van instellingen
|
||||
### Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling voor docenten van instellingen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Docenten worden door het bevoegd gezag benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming.
|
||||
|
||||
Tot docent aan een instelling kan slechts worden benoemd degene die:
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Tot docent aan een instelling kan slechts worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming degene die:
|
||||
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden en
|
||||
b. 1°. in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in artikel 4.2.2, eerste lid,
|
||||
|
|
@ -884,38 +890,38 @@ b. 1°. in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in artikel 4.
|
|||
3°. in het bezit is van een ten aanzien van het door hem te geven onderwijs afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s dan wel in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen, of
|
||||
c. 1°. ten minste drie jaren ervaring heeft in de praktijk van het beroep waarop het desbetreffende onderwijs is gericht,
|
||||
2°. door een combinatie van opleiding en ervaring geacht moet worden te beschikken over een kwalificatieniveau dat vergelijkbaar is met een kwalificatieniveau op basis van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in artikel 4.2.2, en
|
||||
3°. in het bezit is van een in onderdeel *b* onder 2° bedoeld bewijs van voldoende didactische bekwaamheid, en
|
||||
3°. in het bezit is van een in onderdeel b onder 2° bedoeld bewijs van voldoende didactische bekwaamheid, en
|
||||
d. niet krachtens rechterlijke uitspraak van het geven van onderwijs is uitgesloten.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onder *b* en *c*, is niet van toepassing op een docent voor zover deze is belast met het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.
|
||||
**3.** Het tweede lid, onder b en c, is niet van toepassing op een docent voor zover deze is belast met het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het eerste lid, in een vacature voorzien door de benoeming van een docent die niet voldoet aan de benoembaarheidseisen, bedoeld in het eerste lid onder *b* en *c*:
|
||||
Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het tweede lid, in een vacature voorzien door de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van een docent die niet voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid onder b en c:
|
||||
|
||||
a. voor een periode van ten hoogste twee jaren, of
|
||||
b. voor een periode, langer dan twee jaren, door benoeming in tijdelijke dienst, indien bij de akte van aanstelling onderscheidenlijk benoeming is aangegeven op welke wijze binnen die periode aan de eisen van benoembaarheid zal worden voldaan.
|
||||
b. voor een periode, langer dan twee jaren, door benoeming of tewerkstelling zonder benoeming in tijdelijke dienst, indien bij de akte van aanstelling onderscheidenlijk benoeming of tewerkstelling zonder benoeming is aangegeven op welke wijze binnen die periode aan de in de aanhef bedoelde eisen zal worden voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.2.1, eerste lid, onder *b* ten eerste, zijn:
|
||||
De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onder b ten eerste, zijn:
|
||||
|
||||
a. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs,
|
||||
b. een getuigschrift als bedoeld in artikel 175 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs van een met goed gevolg afgelegd staatsexamen, voor zover overeenkomend met een getuigschrift als bedoeld in onderdeel *a*,
|
||||
b. een getuigschrift als bedoeld in artikel 175 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs van een met goed gevolg afgelegd staatsexamen, voor zover overeenkomend met een getuigschrift als bedoeld in onderdeel a,
|
||||
c. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een universitaire eerstegraads lerarenopleiding, en
|
||||
d. een getuigschrift of diploma van een opleiding die vóór 1 augustus 1991 was gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.2.1, eerste lid, onder *b* ten tweede, zijn:
|
||||
De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onder b ten tweede, zijn:
|
||||
|
||||
a. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding, anders dan bedoeld in het eerste lid, onder *a*,
|
||||
b. een getuigschrift als bedoeld in artikel 175 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs van een met goed gevolg afgelegd staatsexamen, anders dan bedoeld in het eerste lid, onder *b*,
|
||||
a. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding, anders dan bedoeld in het eerste lid, onder a,
|
||||
b. een getuigschrift als bedoeld in artikel 175 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs van een met goed gevolg afgelegd staatsexamen, anders dan bedoeld in het eerste lid, onder b,
|
||||
c. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een universiteit verbonden opleiding,
|
||||
d. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het wetenschappelijk onderwijs, verbonden aan de Open Universiteit, en
|
||||
e. een buitenlands getuigschrift of diploma, behaald in een land dat niet behoort tot de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen dan wel een Nederlands-Antilliaans of Arubaans getuigschrift of diploma dat gelijkwaardig is aan een getuigschrift als bedoeld in de onderdelen *a* tot en met *d*.
|
||||
e. een buitenlands getuigschrift of diploma, behaald in een land dat niet behoort tot de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen dan wel een Nederlands-Antilliaans of Arubaans getuigschrift of diploma dat gelijkwaardig is aan een getuigschrift als bedoeld in de onderdelen a tot en met d.
|
||||
|
||||
### Titel 2a. Benoembaarheidsvereiste voor overig personeel van instellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1900,6 +1906,8 @@ c. organiseren en coördineren zij de in het eerste lid bedoelde melding, regist
|
|||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent het tijdstip van indiening en de inrichting van de effectrapportage en inzake de wijze van beschikbaarstelling van de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Het bestuur
|
||||
|
||||
### Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue