2017-09-01 | BWBR0001875 | Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905

This commit is contained in:
Coornhert 2017-09-01 12:00:00 +00:00
parent bfb63146b2
commit 789fa3a46c

View file

@ -61,6 +61,12 @@ De officier van justitie kan weigeren het ontvangbewijs of de verklaring, bedoel
### Artikel 8
Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
Verschijnt de verweerder niet uiterlijk op de in de procesinleiding vermelde dag en heeft de eiser het ontvangstbewijs of de verklaring, bedoeld in artikel 5 van het verdrag, nog niet ontvangen, dan zal de rechter op verzoek van de eiser het verlenen van verstek en de behandeling van de zaak aanhouden.
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
Verschijnt de gedaagde ten beteekenden rechtsdage niet, dan zal, indien de eischer het ontvangbewijs of de verklaring, bedoeld in artikel 5 van het verdrag, nog niet heeft ontvangen, de rechter op verzoek van den eischer het verleenen van verstek en de behandeling der zaak tot eene volgende zitting aanhouden.
### Artikel 9
@ -138,10 +144,16 @@ Een afwijzende beslissing op grond van artikel 15, tweede lid, en op grond van a
**1.** Omtrent de vergoedingen en kosten waarvan door de betrokken aangezochte Staat terugbetaling wordt verzocht, wordt door de rechter overeenkomstig de artikelen 237 en 289 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering uitspraak gedaan, voorzover deze artikelen daarvoor een vergoeding plegen in te sluiten.
**2.** De griffier betaalt de in het voorgaande lid bedoelde kosten en vergoedingen aan de aangezochte Staat en brengt deze, voorzover zij in een veroordeling in de proceskosten plegen te worden begrepen, in rekening bij de eiser of verzoeker, tenzij de rechter daartoe in verband met de omstandigheden van het geding de gedaagde, de eiser en gedaagde gezamenlijk, een of meer andere belanghebbenden of dezen met de verzoeker gezamenlijk heeft aangewezen. Met betrekking tot de terugbetaling van de vergoeding voor deskundigen zijn de derde tot en met vijfde volzin van artikel 195 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. In de in deze zinnen bedoelde gevallen zijn de artikelen 199, derde lid, en 244, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.
**2.** De griffier betaalt de in het voorgaande lid bedoelde kosten en vergoedingen aan de aangezochte Staat en brengt deze, voorzover zij in een veroordeling in de proceskosten plegen te worden begrepen, in rekening bij de eiser of verzoeker, tenzij de rechter daartoe in verband met de omstandigheden van het geding de verweerder, de eiser en verweerder gezamenlijk, een of meer andere belanghebbenden of dezen met de verzoeker gezamenlijk heeft aangewezen. Met betrekking tot de terugbetaling van de vergoeding voor deskundigen zijn de derde tot en met vijfde volzin van artikel 195 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. In de in deze zinnen bedoelde gevallen zijn de artikelen 199, derde lid, en 244, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 21
Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
De rechter stelt bij vonnis de dag van de volgende proceshandeling vast.
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
De rechter stelt bij zijn vonnis den dag vast, waarop de zaak weder ter rolle zal worden opgeroepen.
### Artikel 22
@ -212,7 +224,7 @@ De uitvoerbaarverklaring van uitspraken overeenkomstig de voorschriften van het
### Artikel 31
Voor verzoekschriften tot uitvoerbaarverklaring van uitspraken overeenkomstig de voorschriften van het verdrag, alsmede voor verzoekschriften, ingevolge het voorgaande artikel tot een gerechtshof of tot den Hoogen Raad te richten, wordt de medewerking van een advocaat niet vereischt.
Voor verzoeken tot uitvoerbaarverklaring van uitspraken overeenkomstig de voorschriften van het verdrag, alsmede voor verzoeken, ingevolge het voorgaande artikel tot een gerechtshof of tot den Hoogen Raad te richten, wordt de medewerking van een advocaat niet vereischt.
### Artikel 32