2012-07-01 | BWBR0023086 | Besluit politiegegevens

This commit is contained in:
Coornhert 2012-07-01 12:00:00 +00:00
parent 3e0b944106
commit 78ceb0bbeb

View file

@ -225,7 +225,7 @@ a. Onze Minister van Justitie, ten behoeve van:
de uitvoering van artikel 5, eerste lid, van de Gratiewet;
de beoordeling van de benoeming, de herbenoeming of het ontslag van de leden van de commissies van toezicht bij de inrichtingen, bedoeld in onderdeel d;
het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
de taakuitvoering van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties;
de taakuitvoering van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, bedoeld in artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en artikel 3.2 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES;
de tenuitvoerlegging van een maatregel als bedoeld in artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, door het Centraal Justitieel Incassobureau.
b. de burgemeester ten behoeve van de beoordeling van een verzoek tot het verkrijgen van het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap;
c. de directeuren van inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Penitentiaire beginselenwet, van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, en functionarissen van de Dienst Justitiële inrichtingen van het Ministerie van Justitie, ten behoeve van:
@ -307,7 +307,7 @@ Aan de volgende daartoe bepaald aangewezen personen kunnen op grond van artikel
a. de ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, onderdeel a;
b. de ambtenaren van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, onderdeel c;
c. de personen, werkzaam bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, ten behoeve van de taak van het meldpunt, bedoeld in artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
c. de personen, werkzaam bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, ten behoeve van de taak van het meldpunt, bedoeld in artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en artikel 3.2 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES;
d. de ambtenaren die werkzaam zijn bij de nationale politiële contactpunten, bedoeld in artikel 5:3, vierde lid.
### Artikel 4:7
@ -608,7 +608,7 @@ Bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties worden persoonsgegevens verwerkt ov
a. personen ten aanzien van wie een melding heeft plaatsgevonden van een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie;
b. personen die als opdrachtgever, begeleider, tussenpersoon, begunstigde of lastgever betrokken zijn bij een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie;
c. personen, ten aanzien van wie een redelijk vermoeden bestaat van het plegen van een misdrijf en personen die zijn veroordeeld terzake van het plegen van een misdrijf, indien noodzakelijk voor het doel van het meldpunt ongebruikelijke transacties;
d. personen, die betrokken zijn bij een verrichte of voorgenomen financiële transactie, ten aanzien waarvan een melding heeft plaatsgevonden op grond van de Wet melding ongebruikelijke transacties BES of bij een meldpunt in een land binnen het Koninkrijk of in een ander land;
d. personen, die betrokken zijn bij een verrichte of voorgenomen financiële transactie, ten aanzien waarvan een melding heeft plaatsgevonden op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES of bij een meldpunt in een land binnen het Koninkrijk of in een ander land;
e. personen, die betrokken zijn bij een verdachte transactie;
f. personen, die werkzaam zijn bij het meldpunt ongebruikelijke transacties, bij de politie, bij justitie, bij een instantie belast met het toezicht op de personen en instellingen die onder de wettelijke meldplicht vallen dan wel met enige publiekrechtelijke taak, bij een instelling of bij een buitenlands meldpunt, die als contactpersoon optreden voor wat betreft de verstrekking van gegevens door of aan het meldpunt;
g. personen, ten aanzien van wie een voor het doel van het meldpunt relevante relatie met een gemelde ongebruikelijke transactie bekend is geworden of vermoedelijk bekend zal worden, en deze relatie een andere is dan die bedoeld in de voorgaande onderdelen.
@ -630,15 +630,15 @@ Voor de toepassing van:
a. artikel 2:4, eerste lid, wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een daartoe ingerichte eenheid die specifiek is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet» gelezen: de daartoe door de verantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie;
b. artikel 2:5, eerste lid, wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet» gelezen: de daartoe door de verantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie;
c. artikel 2:5, tweede lid, wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet» gelezen: de daartoe door de verantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie;
d. artikel 2:7, eerste lid, wordt in plaats van «artikel 14, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme» gelezen: artikel 3, eerste lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties BES;
d. artikel 2:7, eerste lid, wordt in plaats van «artikel 14, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme» gelezen: artikel 3:3, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES;
e. artikel 2:8 wordt in plaats van «kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een eenheid die met de uitvoering van deze taak is belast» gelezen: kunnen daartoe door de verantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie worden belast;
f. artikel 2:10, tweede lid, wordt in plaats van «het hoofd van de betreffende eenheid die is belast met de verwerking van politiegegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de wet, dan wel het hoofd van een eenheid met een vergelijkbare taak of hun plaatsvervanger» gelezen: de ambtenaren van politie die daartoe door de verantwoordelijke zijn aangewezen.
g. artikel 2:13, eerste lid, onder d, wordt in plaats van «rijksrecherche» gelezen «recherche» en in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal;
h. artikel 2:13, eerste lid, onder f, wordt in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal;
i. artikel 2:13, tweede lid, wordt in plaats van «De terbeschikkingstelling van persoonsgegevens, die worden verwerkt door het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, kan worden geweigerd» gelezen: Onverminderd artikel 6 van de Wet melding ongebruikelijke transacties BES, kan de terbeschikkingstelling van persoonsgegevens, die worden verwerkt door het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, worden geweigerd;
i. vervallen;
j. artikel 2:13, tweede lid, onderdeel c, wordt in plaats van «artikel 16, eerste lid, onderdeel c» gelezen «artikel 36d, eerste lid, onderdeel a» en in plaats van «artikel 3:1» gelezen: artikel 6a:3.;
k. artikel 4:1, eerste lid, onderdeel b, wordt in plaats van «artikel 1, onderdeel h, van de Luchtvaartwet» gelezen «artikel 1, eerste lid, onderdeel i van de Luchtvaartwet BES» en wordt in plaats van «Opiumwet» gelezen: Opiumwet 1960 BES;
l. artikel 4:6, onder c, wordt in plaats van «bedoeld in artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme» gelezen: bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties BES;
l. vervallen;
m. artikel 4:7, eerste lid, onder b, wordt in plaats van «de burgemeester» telkens gelezen: de gezaghebber;
n. artikel 5:1, eerste lid, aanhef, wordt in plaats van «in een land binnen het Koninkrijk, in een ander land of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» gelezen «in een land binnen het Koninkrijk of in een ander land' en wordt in plaats van «het Europese deel van Nederland» gelezen «de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt in plaats van «land dan wel het openbare lichaam» gelezen: land;
o. artikel 5:1, eerste lid, onder c, wordt in plaats van «artikel 1, onderdeel g, van de Politiewet 1993» gelezen: artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
@ -650,7 +650,7 @@ t. artikel 5:1, achtste lid, wordt in plaats van «in de openbare lichamen Bonai
u. artikel 6:3, eerste lid, wordt in plaats van «€ 4,50» gelezen: USD 5;
v. artikel 6:4, vierde en vijfde lid, wordt telkens na «paragraaf 3» ingevoegd: en artikel 36d.
w. artikel 6:4, zesde lid, wordt in plaats van «artikel 16, eerste lid, onderdeel c,» gelezen: artikel 36d, eerste lid, onderdeel a,;
x. artikel 6:6, eerste lid, onderdeel d, wordt in plaats van «op grond van de Wet melding ongebruikelijke transacties BES» gelezen: op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
x. artikel 6:6, eerste lid, onderdeel d, wordt in plaats van «op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES» gelezen: op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
**2.** De artikelen 2:3, derde lid, 2:4, tweede lid, 4:2, derde en vierde lid, 4:3, derde tot en met zesde lid, 4:3a, 4:4, tweede gedachtestreepje, 4:6, onderdeel d, 4:7, eerste lid, onderdeel b, 5:1, vierde lid, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5 en 6:1, eerste lid, onder b, en derde lid zijn niet van toepassing
@ -722,18 +722,11 @@ g. gedragsdeskundigen, voor zover het betreft auditieve of audiovisuele registra
In afwijking van artikel 4:2, tweede lid, kunnen politiegegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie ten behoeve van de adviserende taak in het kader van de uitvoering van de hierna te noemen wetten en door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan:
a. de Nederlandsche Bank, ten behoeve van
a. de Nederlandsche Bank, ten behoeve van:
het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in de Regeling integriteit financiële markten BES, ter onderzoek of voldaan is aan de eisen of voorwaarden bedoeld in:
1°. de artikelen 4, eerste lid, onderdelen e, f en l, 9, eerste lid, onderdeel a, juncto artikel 4, eerste lid, onderdelen e en f, en 46, tweede lid, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES;
2°. de artikelen 17, tweede lid, 55, onderdeel c, juncto artikel 17, tweede lid, en 81, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES;
3°. de artikelen 3, tweede lid, onderdeel a, 5, eerste lid, onderdeel f en 8, tweede lid, en 11, eerste lid, van de Wet toezicht trustwezen BES;
het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit Pensioenwet BES, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in artikel 5a, vijfde lid, Pensioenwet BES.
b. de Autoriteit Financiële Markten, ten behoeve van het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in de Regeling integriteit financiële markten BES, ter onderzoek of voldaan is aan de eisen of voorwaarden bedoeld in:
1°. de artikelen 4, eerste lid, onderdeel a, 11, onderdeel e, juncto artikel 4, eerste lid, onderdeel a, 15, eerste lid, onderdeel a en 22, eerste lid, onderdeel a, juncto artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES;
2°. de artikelen 6, eerste lid, onderdeel f en 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES.
het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 3:1 van het Besluit financiële markten BES, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de Wet financiële markten BES;
het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit Pensioenwet BES, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in artikel 5a, vijfde lid, Pensioenwet BES;
b. de Autoriteit Financiële Markten, ten behoeve van het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 3:1 van het Besluit financiële markten BES, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de Wet financiële markten BES.
**3.** Aan de verdere verstrekking van de op grond van het tweede lid verstrekte politiegegevens kunnen door het openbaar ministerie nadere voorwaarden worden gesteld. Die voorwaarden kunnen onder meer betreffen het ter beschikking stellen of doorgeven van die gegevens of inlichtingen daarover aan derden.