diff --git a/wet/algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018472/README.md b/wet/algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018472/README.md index a9d24165e1d..fca1106702e 100644 --- a/wet/algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018472/README.md +++ b/wet/algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018472/README.md @@ -32,25 +32,24 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede in inkomensafhankelijke a. belastbaar loon: het belastbare loon bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, met uitzondering van loon dat als een eindheffingsbestanddeel in de zin van die wet is belast; b. berekeningsjaar: het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; -c. bestuurlijke boete: de bestuurlijke sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom, die is gericht op bestraffing van de overtreder; -d. kind: de persoon bedoeld in artikel 4; -e. lidstaat: een Staat die lid is van de Europese Unie of een andere Staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; -f. medebewoner: de persoon die op hetzelfde woonadres als de belanghebbende staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, met dien verstande dat als medebewoner niet wordt aangemerkt: +c. kind: de persoon bedoeld in artikel 4; +d. lidstaat: een Staat die lid is van de Europese Unie of een andere Staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; +e. medebewoner: de persoon die op hetzelfde woonadres als de belanghebbende staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, met dien verstande dat als medebewoner niet wordt aangemerkt: 1°. de partner van de belanghebbende, 2°. de persoon die op basis van een schriftelijke overeenkomst met de belanghebbende een deel van de woning huurt, tenzij deze een bloed- of aanverwant in de eerste graad is van de belanghebbende of van diens partner, 3°. degene die tot het huishouden van de onder 2° bedoelde persoon behoort; -g. partner: de persoon bedoeld in artikel 3; -h. sociaal-fiscaalnummer: het nummer bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel k, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; -i. tegemoetkoming: een financiële bijdrage van het Rijk op grond van een inkomensafhankelijke regeling; -j. toetsingsinkomen: het inkomen bedoeld in artikel 8; -k. verzamelinkomen: het verzamelinkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001; -l. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000; -m. inspecteur: de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; -n. niet in Nederland belastbaar inkomen: inkomen dat niet in het verzamelinkomen of het belastbare loon is begrepen omdat het niet behoort tot het Nederlandse inkomen, bedoeld in artikel 7.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of omdat het is vrijgesteld op grond van bepalingen van interregionaal of internationaal recht; -o. ontvanger: de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990; -p. inkomensgegeven: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; -q. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer. +f. partner: de persoon bedoeld in artikel 3; +g. sociaal-fiscaalnummer: het nummer bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel k, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; +h. tegemoetkoming: een financiële bijdrage van het Rijk op grond van een inkomensafhankelijke regeling; +i. toetsingsinkomen: het inkomen bedoeld in artikel 8; +j. verzamelinkomen: het verzamelinkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001; +k. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000; +l. inspecteur: de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; +m. niet in Nederland belastbaar inkomen: inkomen dat niet in het verzamelinkomen of het belastbare loon is begrepen omdat het niet behoort tot het Nederlandse inkomen, bedoeld in artikel 7.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of omdat het is vrijgesteld op grond van bepalingen van interregionaal of internationaal recht; +n. ontvanger: de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990; +o. inkomensgegeven: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; +p. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer. **2.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Financiën. @@ -190,7 +189,7 @@ c. ten aanzien degene die geen belastingplichtige is voor de inkomstenbelasting: ### Artikel 12 -Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijft titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing en zijn artikel 3:40 en de hoofdstukken 4, 6 en 7 van die wet niet van toepassing op de verrekeningsbeschikking als bedoeld in artikel 30, en de aanmaning en het dwangbevel als bedoeld in artikel 32. +Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijven titel 4.2 en artikel 4:125 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing en zijn artikel 3:40, titel 4.1 en de hoofdstukken 6 en 7 van die wet niet van toepassing op de verrekeningsbeschikking, bedoeld in artikel 30. ### Artikel 13 @@ -328,9 +327,9 @@ De Belastingdienst/Toeslagen kan de uitbetaling van een voorschot geheel of gede ### Artikel 25 -**1.** Uitbetaling van een voorschot of een tegemoetkoming geschiedt door de Belastingdienst/Toeslagen door middel van een bijschrijving op een ten name van de belanghebbende of diens partner bestaande bankrekening, bestemd voor girale betaling, tenzij daartoe door de belanghebbende een andere rekening is aangewezen. +**1.** Uitbetaling van een voorschot of een tegemoetkoming geschiedt door de Belastingdienst/Toeslagen door middel van een bijschrijving op een ten name van de belanghebbende of diens partner bestaande bankrekening, tenzij daartoe door de belanghebbende een andere rekening is aangewezen. -**2.** Indien daartoe gegronde redenen aanwezig zijn, kan de Belastingdienst/Toeslagen in afwijking van de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, een voorschot of een tegemoetkoming bijschrijven op een ten name van de belanghebbende of diens partner bestaande bankrekening, bestemd voor girale betaling. +**2.** Indien daartoe gegronde redenen aanwezig zijn, kan de Belastingdienst/Toeslagen in afwijking van de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, een voorschot of een tegemoetkoming bijschrijven op een ten name van de belanghebbende of diens partner bestaande bankrekening. **3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing van een andere rekening als bedoeld in het eerste lid. @@ -348,9 +347,9 @@ Indien een herziening van een tegemoetkoming of een herziening van een voorschot ### Artikel 28 -**1.** De belanghebbende heeft de verplichting om het bedrag van een terugvordering alsmede de op de voet van artikel 27 verschuldigde rente binnen twee maanden na de dagtekening van de beschikking tot terugvordering te betalen aan de Belastingdienst/Toeslagen. +**1.** De belanghebbende heeft de verplichting om het bedrag van een terugvordering alsmede de op de voet van artikel 27 verschuldigde rente binnen zes weken na de dagtekening van de beschikking tot terugvordering te betalen aan de Belastingdienst/Toeslagen. -**2.** Het bedrag van een bestuurlijke boete moet worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van de boetebeschikking. +**2.** Het bedrag van een bestuurlijke boete moet worden betaald binnen zes weken na de dagtekening van de boetebeschikking. **3.** De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen. @@ -360,51 +359,49 @@ Bij overschrijding van de in artikel 28 bedoelde betalingstermijn is rente versc ### Artikel 30 -**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kan een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering verrekenen met een aan hem uit te betalen tegemoetkoming of voorschot daarop, een en ander ongeacht de inkomensafhankelijke regeling die het betreft en ongeacht het berekeningsjaar. +**1.** De Belastingdienst/Toeslagen is bevoegd tot verrekening van een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering met een aan hem uit te betalen tegemoetkoming of voorschot daarop, een en ander ongeacht de inkomensafhankelijke regeling die het betreft en ongeacht het berekeningsjaar. -**2.** De Belastingdienst/Toeslagen is tevens bevoegd, in afwijking van artikel 3 van de Invorderingswet 1990, een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering te verrekenen met aan hem uit te betalen bedragen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, en heffingsrente begrepen in een aanslag of voorlopige aanslag inkomstenbelasting. +**2.** De Belastingdienst/Toeslagen is tevens bevoegd, in afwijking van artikel 3 van de Invorderingswet 1990, tot verrekening van een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering met aan hem uit te betalen bedragen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, en heffingsrente begrepen in een aanslag of voorlopige aanslag inkomstenbelasting. **3.** Een verrekening vindt niet eerder plaats dan nadat de termijn bedoeld in artikel 28 is verstreken. De in de artikelen 27 en 29 bedoelde rente alsmede bestuurlijke boeten kunnen in de verrekening worden betrokken. ### Artikel 31 -**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kan onder voorwaarden aan de belanghebbende voor een bepaalde tijd bij beschikking uitstel van betaling verlenen. Gedurende het uitstel vangt de in artikel 32 bedoelde dwanginvordering niet aan, of wordt deze geschorst. Het uitstel kan tussentijds bij beschikking worden beëindigd. - -**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het verlenen van uitstel van betaling. +Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het verlenen van uitstel van betaling. ### Artikel 32 -**1.** Indien de belanghebbende het bedrag van de terugvordering, daaronder begrepen de in artikel 27 bedoelde rente alsmede bestuurlijke boeten, niet binnen de gestelde termijn betaalt, maant de Belastingdienst/Toeslagen hem schriftelijk aan om alsnog binnen tien dagen na de dagtekening van de aanmaning te betalen, onder kennisgeving dat hij anders door middelen bij de wet bepaald tot betaling zal worden gedwongen. De aanmaning kan betrekking hebben op meerdere terugvorderingsbeschikkingen. +**1.** Indien de belanghebbende het bedrag van de terugvordering, daaronder begrepen de in artikel 27 bedoelde rente alsmede bestuurlijke boeten, niet binnen de gestelde termijn betaalt, maant de Belastingdienst/Toeslagen hem schriftelijk aan om alsnog binnen twee weken na de dagtekening van de aanmaning te betalen. -**2.** Indien de belanghebbende na de aanmaning in gebreke blijft, kan de invordering van het verschuldigde bedrag geschieden bij een door de Belastingdienst/Toeslagen uit te vaardigen dwangbevel. Bij het dwangbevel kunnen tevens de kosten van de aanmaning, de kosten van het dwangbevel en de verschuldigde renten of boete worden ingevorderd. Het dwangbevel kan betrekking hebben op meer terugvorderingsbeschikkingen. +**2.** De invordering van het bedrag van de terugvordering kan geschieden bij een door de Belastingdienst/Toeslagen uit te vaardigen dwangbevel. In afwijking van artikel 4:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kunnen bij het dwangbevel tevens de kosten van de aanmaning, de kosten van het dwangbevel en de verschuldigde renten worden ingevorderd. **3.** De betekening van het dwangbevel geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 13 van de Invorderingswet 1990. -**4.** Het dwangbevel levert een executoriale titel op, die met overeenkomstige toepassing van artikel 14 van de Invorderingswet 1990 kan worden tenuitvoergelegd. +**4.** Artikel 14 van de Invorderingswet 1990 is van overeenkomstige toepassing. **5.** De belanghebbende kan met overeenkomstige toepassing van artikel 17 van de Invorderingswet 1990, tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel in verzet komen. **6.** Een derde die aan de belanghebbende loon, pensioen, lijfrente of uitkeringen, een en ander als bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990, verschuldigd is, kan met overeenkomstige toepassing van dat artikel op vordering van de Belastingdienst/Toeslagen worden verplicht het door de belanghebbende verschuldigde bedrag aan terugvordering te betalen. -**7.** Het recht tot dwanginvordering alsmede het recht tot verrekening verjaren met overeenkomstige toepassing van artikel 27 van de Invorderingswet 1990. +**7.** Artikel 27, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 33 -**1.** De partner van de belanghebbende is hoofdelijk aansprakelijk voor een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering, daaronder begrepen de in de artikelen 27 en 29 bedoelde rente alsmede de kosten van dwanginvordering. De partner is niet aansprakelijk voor een aan de belanghebbende opgelegde boete, tenzij het belopen daarvan mede aan hem is te wijten. +**1.** De partner van de belanghebbende is hoofdelijk aansprakelijk voor een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering, daaronder begrepen de in de artikelen 27 en 29 bedoelde rente alsmede de kosten van aanmaning en de kosten van invordering bij dwangbevel. De partner is niet aansprakelijk voor een aan de belanghebbende opgelegde bestuurlijke boete, tenzij het belopen daarvan mede aan hem is te wijten. -**2.** Aansprakelijkstelling geschiedt bij beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen. Het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid bestaat, is invorderbaar twee maanden na de dagtekening van de beschikking. De artikelen 28, derde lid, 30, 31 en 32 zijn van overeenkomstige toepassing. +**2.** Aansprakelijkstelling geschiedt bij beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen. Het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid bestaat, is invorderbaar zes weken na de dagtekening van de beschikking. De artikelen 28, vierde lid, 30, 31 en 32 zijn van overeenkomstige toepassing. + +**3.** Op de beschikking, bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 4:97 tot en met 4:102 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing ### Artikel 34 -**1.** De Belastingdienst/Toeslagen beschikt ten behoeve van de invordering naast de bevoegdheden ingevolge deze wet, ook over de bevoegdheden die een schuldeiser heeft op grond van enige andere wettelijke bepaling. +**1.** Tot het verrichten van de bij of krachtens een wet aan een deurwaarder opgedragen werkzaamheden is, voor zover die werkzaamheden geschieden in opdracht van de Belastingdienst/Toeslagen en betrekking hebben op een terugvordering ingevolge deze wet, uitsluitend een belastingdeurwaarder als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van de Invorderingswet 1990, bevoegd. -**2.** Tot het verrichten van de bij of krachtens een wet aan een deurwaarder opgedragen werkzaamheden is, voor zover die werkzaamheden geschieden in opdracht van de Belastingdienst/Toeslagen en betrekking hebben op een terugvordering ingevolge deze wet, uitsluitend een belastingdeurwaarder als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van de Invorderingswet 1990, bevoegd. +**2.** De Kostenwet invordering rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing. -**3.** De Kostenwet invordering rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing. +**3.** -**4.** - -De toerekening van de betalingen geschiedt achtereenvolgens aan: +In afwijking van artikel 4:92, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geschiedt de toerekening van de betalingen achtereenvolgens aan: a. de kosten van invordering; b. de rente bij te late betaling; @@ -462,11 +459,13 @@ De Belastingdienst/Toeslagen kan onder bij of krachtens algemene maatregel van b **2.** Indien het aan opzet of grove schuld van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner is te wijten dat geen, dan wel onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt tengevolge waarvan een of meer tegemoetkomingen tot een te hoog bedrag is of zijn toegekend, kan de Belastingdienst/Toeslagen de belanghebbende, zijn partner of de medebewoner een bestuurlijke boete opleggen van 25 procent van het bedrag dat van de belanghebbende in verband daarmee wordt teruggevorderd bij een herziening. De boete bedraagt niet meer dan € 5000. -**3.** Bij het opleggen van een bestuurlijke boete zijn de artikelen 67g, 67i, 67j, 67l, 67m en 67o van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing. +**3.** Bij het opleggen van een bestuurlijke boete is artikel 67g, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing. -**4.** De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerst lid vervalt vijf jaren na de dag waarop de in artikel 18, derde lid, gestelde termijn is verstreken. De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid vervalt vijf jaren na het einde van het berekeningsjaar waarop de te hoog toegekende tegemoetkoming betrekking heeft. +**4.** Bij het opleggen van de in het eerste lid bedoelde bestuurlijke boete vindt artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht geen toepassing. -**5.** +**5.** In afwijking in zoverre van artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid, vijf jaren na de dag waarop de in artikel 18, derde lid, gestelde termijn is verstreken en een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid, vijf jaren na het einde van het berekeningsjaar waarop de te hoog toegekende tegemoetkoming betrekking heeft. + +**6.** Indien de tegemoetkoming wordt herzien als gevolg van: @@ -481,13 +480,15 @@ worden onder de in het tweede lid bedoelde gegevens of inlichtingen mede verstaa **2.** Indien het aan opzet of grove schuld van degene die op grond van artikel 38, eerste lid, bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen en op grond van artikel 38 gehouden is tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen, is te wijten dat geen, dan wel onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt kan de Belastingdienst/Toeslagen hem of haar een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 5000. -**3.** Bij het opleggen van een bestuurlijke boete zijn de artikelen 67g, eerste tot en met derde lid, 67i, 67j, 67l, 67m, 67o en 67p van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing. +**3.** Bij het opleggen van een bestuurlijke boete zijn de artikelen 67g, tweede lid, en 67p van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing. -**4.** De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt vijf jaren na de dag waarop de in artikel 38, derde lid, gestelde termijn is verstreken. +**4.** Bij het opleggen van de in het eerste lid bedoelde bestuurlijke boete vindt artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht geen toepassing. + +**5.** In afwijking in zoverre van 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vijf jaren na de dag waarop de in artikel 38, derde lid, gestelde termijn is verstreken. ### Artikel 42 -Indien de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner de Belastingdienst/Toeslagen alsnog de juiste en volledige gegevens en inlichtingen verstrekt voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de Belastingdienst/Toeslagen met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden, wordt aan hem niet de boete, bedoeld in artikel 40, opgelegd. +Indien de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner de Belastingdienst/Toeslagen alsnog de juiste en volledige gegevens en inlichtingen verstrekt voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de Belastingdienst/Toeslagen met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden, wordt aan hem niet de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 40, opgelegd. ## Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing