diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index 833402cc2bf..befab35b53b 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -210,13 +210,13 @@ De ambtenaren van de KMar zijn belast: • met de grensbewaking bij alle grensdoorlaatposten in Nederland behalve Rotterdam-Havens, inclusief de grensdoorlaatpost Hoek van Holland/Europoort in de regio Rotterdam; • met het uitoefenen van grensbewakingstaken in de rest van Nederland. -De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd. +De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal Gent-Terneuzen, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd. Tijdelijke grensdoorlaatposten worden ingesteld met het oog op bijzondere omstandigheden en zijn gedurende de tijd dat zij zijn opengesteld te beschouwen als gewone grensdoorlaatposten (artikel 2, achtste lid, SGC). De ambtenaren van de KMar zijn belast met de grensbewaking bij de tijdelijke grensdoorlaatposten. -In Nederland zijn de ambtenaren van politie de KMar en de ZHP bevoegd om visa, daaronder begrepen een mvv, nietig te verklaren en in te trekken. De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP moeten tijdens kantooruren contact opnemen met de IND voordat zij een visum intrekken of nietig verklaren. +In Nederland zijn de ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP bevoegd om visa, daaronder begrepen een mvv, nietig te verklaren en in te trekken. -De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode). De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot annulering (nietigverklaring) of intrekking van een mvv bekend door middel van Model M8. +De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode). De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot annulering (nietigverklaring) of intrekking van een mvv bekend door middel van Model M8. De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP stellen de IND in kennis van de intrekking of nietig verklaren van het visum. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd de bepalingen van de Vw toe te passen op vreemdelingen die niet tot een van de hieronder genoemde categorieën behoren: @@ -224,7 +224,7 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is • diplomatieke en consulaire koeriers; • leden van internationale organisaties waarmee Nederland een zetelovereenkomst heeft gesloten. -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt onmiddellijk contact op met het ministerie van BuZa, dat hiertoe ook gedurende het weekeinde en feestdagen telefonisch bereikbaar is in de hierna genoemde situaties: +De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt onmiddellijk contact op met het Ministerie van BuZa, dat hiertoe ook gedurende het weekeinde en feestdagen telefonisch bereikbaar is in de hierna genoemde situaties: • een vreemdeling die op grond van artikel 50, eerste lid, Vw is staande gehouden ter vaststelling van zijn identiteit beroept zich er op dat hij tot een bijzondere categorie behoort, maar de vreemdeling kan op het moment van staande niet door het tonen van een legitimatiebewijs of ander document aannemelijk maken dat hij inderdaad tot een bijzondere categorie behoort; • de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen twijfelt op andere gronden of de vreemdeling tot een bijzondere categorie behoort. @@ -1379,16 +1379,22 @@ Het Bureau SIRENE verricht alle volgende handelingen: #### 12.2. Opneming van signaleringen -In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van een vreemdeling in het (N)SIS; +In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de gegevens van een vreemdeling in het (N)SIS: • als een niet EU-onderdaan die niet heeft aangetoond over een verblijfsvergunning in een ander Schengenland te beschikken ongewenst is verklaard op grond van artikel 67 Vw; • als een vreemdeling een zwaar inreisverbod is opgelegd op grond van 66a lid 7 Vw; • als een vreemdeling een licht inreisverbod is opgelegd; • een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd in verband met het gebruik van een vals document voor grensoverschrijding of identiteitspapieren. De signaleringsduur is 5 jaar; • een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd in verband met van een aan drugssmokkel gerelateerd misdrijf. De signaleringsduur is 5 jaar; -• een vreemdeling bij wie concrete aanwijzing zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De signaleringsduur is 10 jaar. +• een vreemdeling bij wie concrete aanwijzing zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De signaleringsduur is 10 jaar; • een vreemdeling bij wie concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De signaleringsduur is 2 jaar. +In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de kenmerken van een verblijfsdocument in het (N)SIS: + +• De vreemdeling heeft zich uitgeschreven uit de BRP op grond van emigratie of de vreemdeling is met onbekende bestemming vertrokken en de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning is nog niet verlopen. + +De duur van de signalering is gelijk aan de nog geldende duur van de verblijfsvergunning. + In ieder geval de volgende categorieën vreemdelingen worden opgenomen in het OPS: • een vreemdeling met verblijfsrecht in een Schengen-lidstaat die zich niet gehouden heeft aan de voorwaarden van artikel 12 Vw. De termijn van signalering is maximaal zes maanden; @@ -1401,23 +1407,23 @@ De IND neemt signaleringen op in het OPS of het (N)SIS: • naar aanleiding van een melding in de BVV van een door de politie of KMar opgelegd licht inreisverbod; • naar aanleiding van een bekendmaking van een door de IND opgelegd licht of zwaar inreisverbod of een beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw; -• naar aanleiding van een door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen ingediend model M93. -• naar aanleiding van een beschikking tot intrekking van een mvv. +• naar aanleiding van een door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen ingediend model M93; +• naar aanleiding van een beschikking tot intrekking van een mvv; • naar aanleiding van een concrete aanwijzing. -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het model M93 verzenden aan de IND, samen met: +De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het model M93 verzenden aan de IND samen met: • een formulier met vingerafdrukken van de vreemdeling; • wanneer aanwezig kopieën van identiteitsdocumenten van de vreemdeling; -• het opgemaakte proces-verbaal van het misdrijf dat aanleiding is voor het voorstel tot signalering. +• het opgemaakte proces-verbaal van het misdrijf dat aanleiding is voor het voorstel tot signalering; • het nummer van het proces-verbaal; • als er geen sprake is van een proces-verbaal moeten andere bewijsmiddelen die het voorstel tot signalering ondersteunen, worden meegezonden. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het voorstel tot signalering doet aan de IND, moet de vreemdeling in ieder geval informeren over: -• het feit dat de vreemdeling gesignaleerd wordt -• de duur van de signalering -• dat de signalering voor het gehele Schengengebied geldt +• het feit dat de vreemdeling gesignaleerd wordt; +• de duur van de signalering; +• het gebied waarvoor de signalering geldt; • de wijze waarop de vreemdeling: • kan kennisnemen van de signalering; @@ -2436,14 +2442,14 @@ De IND maakt gebruik van de in artikel 6.5, vierde lid, Vb geboden mogelijkheid De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als: a. de IND een ander land dat partij is bij Verordening (EU) nr. 604/2013 heeft verzocht de vreemdeling op grond van deze verordening terug te nemen of over te nemen; -b. de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning, verleend door een andere lidstaat van de EU of van de EER of door Zwitserland; +b. de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning, verleend door een andere lidstaat van de EU of van de EER of door Zwitserland, tenzij de vreemdeling in aanmerking komt voor een zwaar inreisverbod; c. het uitvaardigen van een inreisverbod aan de vreemdeling een schending van artikel 8 EVRM betekent. -Uitsluitend als de andere lidstaat van de EU (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland) of van de EER of Zwitserland die de verblijfsvergunning aan de vreemdeling heeft verleend na consultatie via SIRENE instemt de verblijfsvergunning in te trekken, vaardigt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling een inreisverbod uit. +De andere lidstaat van de EU (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland) of van de EER of Zwitserland die de verblijfsvergunning aan de vreemdeling heeft verleend, wordt geconsulteerd met de vraag of het betreffende land aanleiding ziet om het verblijfsrecht in te trekken. Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B7/3.8 Vc. -Een opgelegd inreisverbod staat niet in de weg aan inhoudelijke beoordeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Beoordeling van asielgerelateerde aspecten, waaronder artikel 3 EVRM, vindt dan ook niet plaats in het kader van het inreisverbod. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering indien de openbare orde aspecten die aan de vreemdeling worden tegengeworpen, leiden tot weigering van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie C2/6.2.7). In dat geval kan inhoudelijke beoordeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd immers niet leiden tot verlening van de verblijfsvergunning, zodat het in de rede ligt de aanspraken op vluchtelingschap of artikel 3 EVRM bij de beoordeling van het inreisverbod te betrekken. Toetsing vindt plaats overeenkomstig A4/3.6. +De IND toetst in het kader van een inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw of artikel 3 EVRM zich tegen het opleggen van dat inreisverbod verzet. #### 2.3. Duur van het inreisverbod @@ -2524,14 +2530,44 @@ De IND merkt een aanvraag tot opheffing van het inreisverbod aan als (grond van ##### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod -De IND wijst de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod in ieder geval af als: +De IND gaat over tot opheffing van het inreisverbod indien dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.5 en A4/3.6 Vc zijn van overeenkomstige toepassing. -• de vreemdeling de gegevens bedoeld in artikel 6.5b Vb niet heeft aangeleverd; of -• de vreemdeling niet voldoet aan alle voorwaarden genoemd in artikel 6.5b Vb. +De IND gaat niet over tot opheffing van het inreisverbod op grond van omstandigheden die reeds bij het opleggen van het inreisverbod zijn betrokken of betrokken hadden kunnen worden. -De IND heft het inreisverbod – in afwijking van artikel 6.5 lid 1 tot en met lid 3 Vb – niet op als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. +Overeenkomstig artikel 6.5, vierde lid, Vb heft de IND het inreisverbod – in afwijking van artikel 6.5, tweede en derde lid, Vb – niet op als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. -De paragrafen A4/3.5 en A4/3.6 Vc zijn van overeenkomstige toepassing. +In paragraaf A4/2.1 staat opgesomd in welke vier situaties een inreisverbod op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw wordt uitgevaardigd. + +Artikel 6.5b, eerste lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd op basis van artikel 66a, tweede lid, Vw op te heffen, indien de vreemdeling aantoont de Europese Unie geheel in overeenstemming met de op hem rustende verplichting, bedoeld in artikel 61, eerste lid, van de Wet, uit eigen beweging en binnen de aan hem verleende vertrektermijn te hebben verlaten. + +Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt, indien de vreemdeling aantoont sinds zijn vertrek uit de Europese Unie een ononderbroken periode van ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten de EU te hebben verbleven, tenzij: + +– er sprake is van een beletsel uit hoofde van openbare orde of nationale veiligheid als bedoeld in paragraaf B1/4.4; +– hij aan strafvervolging is onderworpen, of +– een inreisverbod is opgelegd met toepassing van art. 66a, zevende lid, Vw, dan wel aanleiding bestaat dit inreisverbod op te leggen. + +Het inreisverbod waarop artikel 6.5b, tweede lid, Vb betrekking heeft, betreft de situatie waarin: + +– de vreemdeling niet binnen de vertrektermijn aan zijn terugkeerverplichting uit hoofde van het terugkeerbesluit heeft voldaan, dan wel +– de vreemdeling een vertrektermijn is onthouden. + +Artikel 6.5b, tweede lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, op te heffen, indien de vreemdeling aantoont: + +– dat hij sinds zijn vertrek uit Nederland na het inreisverbod een ononderbroken periode van ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten de Europese Unie heeft verbleven; en +– dat hij zich in die periode niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven en dat hij niet aan strafvervolging onderworpen is. + +Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt, indien de vreemdeling: + +– aantoont de Europese Unie uit eigen beweging en zelfstandig te hebben verlaten; en +– aantoont dat hij sinds zijn vertrek uit de Europese Unie na het inreisverbod een ononderbroken periode van tenminste een jaar buiten de Europese Unie heeft verbleven; + +tenzij, + +– de gegevens, bedoeld in artikel 6.5b, derde lid, Vb, niet zijn verstrekt; +– hij aan strafvervolging is onderworpen; +– er sprake is van een beletsel uit hoofde van openbare orde of nationale veiligheid als bedoeld in paragraaf B1/4.4; +– hij voorafgaand aan het opgelegde inreisverbod reeds eerder onderwerp was van een terugkeerprocedure die leidde tot zijn vertrek; of +– een inreisverbod is opgelegd met toepassing van art. 66a, zevende lid, Vw, dan wel aanleiding bestaat dit inreisverbod op te leggen. ##### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid