From 7950800dd0d3ed3a91414d481a5b3f80a0a0d7ce Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2018 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2018-01-01 | BWBR0032415 | Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang en peuterspeelzalen 2013 --- .../BWBR0032415/README.md | 83 +++++++++---------- 1 file changed, 41 insertions(+), 42 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/beleidsregels-werkwijze-toezichthouder-kinderopvang-en-peuterspeelzalen-2013/BWBR0032415/README.md b/beleidsregel/beleidsregels-werkwijze-toezichthouder-kinderopvang-en-peuterspeelzalen-2013/BWBR0032415/README.md index 019ef37ddb2..49de8644678 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregels-werkwijze-toezichthouder-kinderopvang-en-peuterspeelzalen-2013/BWBR0032415/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregels-werkwijze-toezichthouder-kinderopvang-en-peuterspeelzalen-2013/BWBR0032415/README.md @@ -1,15 +1,14 @@ --- -titel: Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang en peuterspeelzalen 2013 +titel: Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang bwb_id: BWBR0032415 type: beleidsregel status: geldend datum_inwerkingtreding: '2014-07-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0032415 -citeertitel: Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang en peuterspeelzalen - 2013 +citeertitel: Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang --- -# Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang en peuterspeelzalen 2013 +# Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang ### Paragraaf 1. Algemeen @@ -18,50 +17,50 @@ citeertitel: Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang en peuterspeelz In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. *wet:* - Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; -b. *toezichthouder:* toezichthouder, bedoeld in artikel 1. 61 en 2.19 van de wet; -c. *inspectierapport:* inspectierapport, bedoeld in artikel 1.63 en 2.21 van de wet; + Wet kinderopvang; +b. *toezichthouder:* toezichthouder, bedoeld in artikel 1. 61 van de wet; +c. *inspectierapport:* inspectierapport, bedoeld in artikel 1.63 van de wet; d. *risicomodel:* het door GGD Nederland ontwikkelde risicomodel voor toezicht; e. *risicoprofiel:* inschatting van de mate waarin: -1° in het kindercentrum of de peuterspeelzaal op verantwoorde wijze kinderopvang respectievelijk peuterspeelzaalwerk geboden wordt en blijft worden; +1° in het kindercentrum op verantwoorde wijze kinderopvang geboden wordt en blijft worden; 2° door tussenkomst van het gastouderbureau op verantwoorde wijze gastouderopvang geboden wordt en blijft worden; -f. *vestiging:* een vestiging als bedoeld in artikel 1, onder j, van de Handelsregisterwet 2007, van een gastouderbureau of waar buitenschoolse opvang of dagopvang dan wel peuterspeelzaalwerk plaatsvindt. +f. *vestiging:* een vestiging als bedoeld in artikel 1, onder j, van de Handelsregisterwet 2007, van een gastouderbureau of waar buitenschoolse opvang of dagopvang plaatsvindt. -### Paragraaf 2. Onderzoek toezichthouder kindercentrum, gastouderbureau en peuterspeelzaalwerk +### Paragraaf 2. Onderzoek toezichthouder kindercentrum en gastouderbureau ### Artikel 2 **1.** -De werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, respectievelijk artikel 2.20, eerste lid, van de wet in verband met het kindercentrum, het gastouderbureau of de peuterspeelzaal bestaan in ieder geval uit: +De werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, van de wet in verband met het kindercentrum of het gastouderbureau bestaan in ieder geval uit: -a. een bureauonderzoek van verkregen zakelijke gegevens en bescheiden betreffende dat kindercentrum, dat gastouderbureau of die peuterspeelzaal; of +a. een bureauonderzoek van verkregen zakelijke gegevens en bescheiden betreffende dat kindercentrum of dat gastouderbureau; of b. een locatiebezoek. **2.** -Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, respectievelijk artikel 2.20, eerste lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met: +Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met: -1° degene als bedoeld in de artikel 1.45, eerste lid, of artikel 2.2, eerste lid; of +1° degene, bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de wet; 2° het college. -**3.** De toezichthouder kan bij het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, respectievelijk artikel 2.20, eerste lid, van de wet, alle relevante feiten betrekken, waaronder het niveau van naleving van de bij of krachtens de artikelen 1.45 tot en met 1.59 respectievelijk 2.5 tot en met 2.16 van de wet gestelde regels bij andere vestigingen die de houder met zijn onderneming exploiteert. +**3.** De toezichthouder kan bij het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, van de wet, alle relevante feiten betrekken, waaronder het niveau van naleving van de bij of krachtens de artikelen 1.45 tot en met 1.59 van de wet gestelde regels bij andere vestigingen die de houder met zijn onderneming exploiteert. -**4.** Dit artikel is niet van toepassing op een wijziging van de houder of het adres van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 7, derde of vierde lid, van het Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk of op een wijziging van de houder of het adres van een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 13, derde of vierde lid, van dat besluit. +**4.** Dit artikel is niet van toepassing op een wijziging van de houder of het adres van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 7, derde of vierde lid, van het Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang. ### Artikel 3 **1.** -Binnen drie kalendermaanden na registratie in het register kinderopvang respectievelijk het register peuterspeelzaalwerk voert de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, respectievelijk artikel 2.20, tweede lid, van de wet in ieder geval de volgende werkzaamheden uit bij het kindercentrum, het gastouderbureau of de peuterspeelzaal: +Binnen drie kalendermaanden na registratie in het landelijk register kinderopvang voert de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de wet in ieder geval de volgende werkzaamheden uit bij het kindercentrum of het gastouderbureau: a. een bureauonderzoek van verkregen zakelijke gegevens en bescheiden; of b. een locatiebezoek. **2.** -Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, respectievelijk artikel 2.20, tweede lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met: +Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met: 1° de houder; 2° een of meer van de bij de houder werkzame personen dan wel een of meer gastouders die door tussenkomst van het gastouderbureau gastouderopvang bieden; @@ -70,38 +69,38 @@ Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter ui ### Artikel 4 -**1.** Het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het inspectierapport naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is vastgesteld, voert de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, respectievelijk artikel 2.20, tweede lid, van de wet in ieder geval de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, uit bij het kindercentrum, het gastouderbureau of de peuterspeelzaal. +**1.** Het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het inspectierapport naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is vastgesteld, voert de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de wet in ieder geval de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, uit bij het kindercentrum of het gastouderbureau. **2.** -Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, respectievelijk artikel 2.20, tweede lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met: +Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met: 1° de houder; 2° een of meer van de bij de houder werkzame personen dan wel een of meer gastouders die door tussenkomst van het gastouderbureau gastouderopvang bieden; 3° een of meer leden van de oudercommissie; -4° de klachtenfunctionaris en de vertrouwensfunctionaris voor zover een kindercentrum, gastouderbureau of peuterspeelzaal hierover beschikt; of +4° de klachtenfunctionaris en de vertrouwensfunctionaris voor zover een kindercentrum of een gastouderbureau hierover beschikt; of 5° het college. -**3.** De toezichthouder stelt op basis van de resultaten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, het risicoprofiel van het kindercentrum, het gastouderbureau of de peuterspeelzaal op. Hierbij worden ook de resultaten van het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, betrokken. +**3.** De toezichthouder stelt op basis van de resultaten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, het risicoprofiel van het kindercentrum of het gastouderbureau op. Hierbij worden ook de resultaten van het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, betrokken. -**4.** Op basis van het risicomodel adviseert de toezichthouder het college over de inspectieactiviteiten bij het kindercentrum, het gastouderbureau of de peuterspeelzaal. +**4.** Op basis van het risicomodel adviseert de toezichthouder het college over de inspectieactiviteiten bij het kindercentrum of het gastouderbureau. ### Artikel 4a -**1.** De werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in de artikel 1.62, tweede lid, respectievelijk artikel 2.20, tweede lid, van de wet bij het kindercentrum, het gastouderbureau of de peuterspeelzaal ten behoeve waarvan een risicoprofiel is opgemaakt, bestaan uit de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3, eerste lid. +**1.** De werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de wet bij het kindercentrum of het gastouderbureau ten behoeve waarvan een risicoprofiel is opgemaakt, bestaan uit de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3, eerste lid. -**2.** Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, respectievelijk artikel 2.20, tweede lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met degenen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder 1° tot en met 5°. +**2.** Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met degenen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder 1° tot en met 5°. **3.** -Tijdens het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, bij het kindercentrum of de peuterspeelzaal worden in ieder geval de volgende onderwerpen beoordeeld: +Tijdens het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, bij het kindercentrum worden in ieder geval de volgende onderwerpen beoordeeld: a. de pedagogische praktijk; b. de beroepskracht-kindratio; c. de groepsgrootte; d. de beroepskwalificaties; e. de verklaringen omtrent het gedrag; -f. onderwerpen die door leden van de oudercommissie zijn aangedragen en betrekking hebben op de wettelijke kwaliteitseisen voor kinderopvang respectievelijk peuterspeelzaalwerk; en +f. onderwerpen die door leden van de oudercommissie zijn aangedragen en betrekking hebben op de wettelijke kwaliteitseisen voor kinderopvang; en g. de voorschoolse educatie, voor zover daar sprake van is. **4.** @@ -116,7 +115,7 @@ e. de risico-inventarisaties veiligheid en gezondheid; f. de verklaringen omtrent het gedrag; en g. onderwerpen die door leden van de oudercommissie zijn aangedragen en betrekking hebben op de wettelijke kwaliteitseisen voor gastouderopvang. -**5.** De toezichthouder actualiseert het risicoprofiel van het kindercentrum, het gastouderbureau of de peuterspeelzaal naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. +**5.** De toezichthouder actualiseert het risicoprofiel van het kindercentrum of het gastouderbureau naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 4aa @@ -124,21 +123,21 @@ Gedurende de looptijd van de door GGD GHOR Nederland uit te voeren Pilot groene ### Artikel 4b -**1.** De werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, vierde lid, respectievelijk artikel 2.20, derde lid, van de wet bij het kindercentrum, het gastouderbureau of de peuterspeelzaal bestaan in ieder geval uit de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3, eerste lid. +**1.** De werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, vierde lid, van de wet bij het kindercentrum of het gastouderbureau bestaan in ieder geval uit de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3, eerste lid. -**2.** Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, vierde lid, respectievelijk artikel 2.20, derde lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met degenen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder 1° tot en met 5°. +**2.** Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, vierde lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met degenen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder 1° tot en met 5°. -**3.** De toezichthouder actualiseert het risicoprofiel van het kindercentrum, het gastouderbureau of de peuterspeelzaal naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. +**3.** De toezichthouder actualiseert het risicoprofiel van het kindercentrum of het gastouderbureau naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. -**4.** Dit artikel is ook van toepassing op een wijziging van de houder of het adres van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 7, derde of vierde lid, van het Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk of op een wijziging van de houder of het adres van een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 13, derde of vierde lid, van dat besluit. +**4.** Dit artikel is ook van toepassing op een wijziging van de houder of het adres van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 7, derde of vierde lid, van het Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang. ### Artikel 4c -**1.** De werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in de artikel 1.62, vijfde lid, respectievelijk artikel 2.20, vierde lid, van de wet bij het kindercentrum, het gastouderbureau of de peuterspeelzaal bestaan uit de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3, eerste lid. +**1.** De werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in de artikel 1.62, vijfde lid, van de wet bij het kindercentrum of het gastouderbureau bestaan uit de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3, eerste lid. -**2.** Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, vijfde lid, respectievelijk artikel 2.20, vierde lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met degenen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder 1° tot en met 3° en 5°. +**2.** Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, vijfde lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met degenen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder 1° tot en met 3° en 5°. -**3.** De toezichthouder actualiseert het risicoprofiel van het kindercentrum, het gastouderbureau of de peuterspeelzaal naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. +**3.** De toezichthouder actualiseert het risicoprofiel van het kindercentrum of het gastouderbureau naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. ### Paragraaf 3. Onderzoek voorziening voor gastouderopvang @@ -155,7 +154,7 @@ b. een locatiebezoek. Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met: -1° degene die de aanvraag, bedoeld in de artikel 1.45, tweede lid, heeft ingediend; +1° degene die de aanvraag, bedoeld in de artikel 1.45, tweede lid, van de wet heeft ingediend; 2° de gastouder; of 3° het college. @@ -191,13 +190,13 @@ Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter ui ### Artikel 5 -Indien naar het oordeel van de toezichthouder sprake is van niet-geregistreerde kinderopvang in een kindercentrum, niet-geregistreerde activiteiten van een gastouderbureau of niet-geregistreerde gastouderopvang die door tussenkomst van een gastouderbureau plaatsvindt, dan informeert de toezichthouder het college waar de niet-geregistreerde kinderopvang of de niet-geregistreerde gastouderopvang voorkomt dan wel het niet-geregistreerde gastouderbureau opereert. Dit geldt eveneens voor activiteiten in een niet-geregistreerde peuterspeelzaal. +Indien naar het oordeel van de toezichthouder sprake is van niet-geregistreerde kinderopvang in een kindercentrum, niet-geregistreerde activiteiten van een gastouderbureau of niet-geregistreerde gastouderopvang die door tussenkomst van een gastouderbureau plaatsvindt, dan informeert de toezichthouder het college waar de niet-geregistreerde kinderopvang of de niet-geregistreerde gastouderopvang voorkomt dan wel het niet-geregistreerde gastouderbureau opereert. ### Artikel 6 **1.** De toezichthouder stuurt het ontwerp van het inspectierapport binnen zes weken na afronding van de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 3, 4, 4a, 4b, 4e voor zover sprake is van een steekproefsgewijs onderzoek of 4f, aan de houder bij wiens vestiging het onderzoek is uitgevoerd. -**2.** Binnen twee weken na de verzending van het ontwerp van het inspectierapport, bedoeld in het eerste lid, voert de toezichthouder overleg met de houder en is de houder in de gelegenheid zijn zienswijze, bedoeld in artikel 1.63, derde lid, respectievelijk artikel 2.21, derde lid, van de wet, kenbaar te maken. +**2.** Binnen twee weken na de verzending van het ontwerp van het inspectierapport, bedoeld in het eerste lid, voert de toezichthouder overleg met de houder en is de houder in de gelegenheid zijn zienswijze, bedoeld in artikel 1.63, derde lid, van de wet, kenbaar te maken. **3.** De toezichthouder stelt het inspectierapport binnen een week na afloop van de twee weken, bedoeld in het tweede lid, vast. @@ -209,7 +208,7 @@ Indien naar het oordeel van de toezichthouder sprake is van niet-geregistreerde ### Artikel 7 -**1.** Het inspectierapport met betrekking tot kindercentra, gastouderbureaus, gastouders en peuterspeelzalen wordt opgesteld volgens het door GGD Nederland ontwikkelde modelrapport en vermeldt de datum van vaststelling. +**1.** Het inspectierapport met betrekking tot kindercentra, gastouderbureaus en gastouders wordt opgesteld volgens het door GGD Nederland ontwikkelde modelrapport en vermeldt de datum van vaststelling. **2.** @@ -218,7 +217,7 @@ Een inspectierapport bevat: a. de naam, het adres, de postcode en de plaats van de onderzochte vestiging en indien de houder formeel op een ander adres dan deze vestiging gevestigd is ook de naam, het adres, de postcode en de plaats van die andere vestiging van de houder; b. de soort voorziening die is onderzocht; c. naam en adres van de gemeente namens wie de GGD-ambtenaar het onderzoek heeft uitgevoerd; -d. naam en adres van de toezichthouder die het onderzoek, bedoeld in artikelen 1.62, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 2.20 van de wet, heeft uitgevoerd; +d. naam en adres van de toezichthouder die het onderzoek, bedoeld in artikelen 1.62, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van de wet, heeft uitgevoerd; e. de aanleiding voor het onderzoek; f. de datum van het onderzoek; g. de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd; @@ -226,7 +225,7 @@ h. een inhoudelijke beschouwing, waarin de conclusies logisch volgen uit de onde i. een advies aan het college; j. de naam van de GGD-medewerker of GGD-medewerkers die het onderzoek heeft of hebben uitgevoerd. -**3.** Indien de toezichthouder tot het oordeel, bedoeld in de artikelen 1.63, tweede lid, of 2.21, tweede lid, van de wet, komt geeft hij in het inspectierapport aan waarom sprake is van overtreding van een of meer onderdelen van de wet. +**3.** Indien de toezichthouder tot het oordeel, bedoeld in de artikelen 1.63, tweede lid, van de wet, komt geeft hij in het inspectierapport aan waarom sprake is van overtreding van een of meer onderdelen van de wet. ### Artikel 8 @@ -242,4 +241,4 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. ### Artikel 11 -Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang en peuterspeelzalen 2013. +Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang.