From 796c8acbb4cbede51e8411beb78bdec491b4d91b Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Mar 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-03-01 | BWBR0008365 | Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren --- .../BWBR0008365/README.md | 2 +- 1 file changed, 1 insertion(+), 1 deletion(-) diff --git a/wet/wet-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0008365/README.md b/wet/wet-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0008365/README.md index fe578d0cce3..1b6922ea47d 100644 --- a/wet/wet-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0008365/README.md +++ b/wet/wet-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0008365/README.md @@ -76,7 +76,7 @@ Tot rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding kan worden benoe a. aan wie op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs op het gebied van het recht door een universiteit dan wel de Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad van Master op het gebied van het recht is verleend; b. die op grond van het goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, het recht om de titel meester te voeren heeft verkregen. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het eerste lid, onderdeel a, gelijk worden gesteld aan de in dat lid bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht. +**2.** Vervallen. **3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten voor de rechterlijke ambtenaren, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1° tot en met 6° en 8°, van de Wet op de rechterlijke organisatie, en de rechterlijke ambtenaren in opleiding.