From 7996ab71cae76c78fe9a6149d7afba59415fb9a5 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-01-01 | BWBR0011470 | Wet personenvervoer 2000 --- .../BWBR0011470/README.md | 323 +++++++++++------- 1 file changed, 202 insertions(+), 121 deletions(-) diff --git a/wet/wet-personenvervoer-2000/BWBR0011470/README.md b/wet/wet-personenvervoer-2000/BWBR0011470/README.md index 74a8b72a02b..46e08af7c6e 100644 --- a/wet/wet-personenvervoer-2000/BWBR0011470/README.md +++ b/wet/wet-personenvervoer-2000/BWBR0011470/README.md @@ -18,7 +18,7 @@ citeertitel: Wet personenvervoer 2000 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; +a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; b. regionaal openbaar lichaam: een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen die de gemeente of gemeenten Amsterdam, Arnhem en Nijmegen, Eindhoven en Helmond, Enschede en Hengelo, ’s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat; c. Nederlandse Mededingingsautoriteit: de Nederlandse Mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Mededingingswet; d. raad van bestuur van de mededingingsautoriteit: de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, genoemd in artikel 2 van de Mededingingswet; @@ -33,7 +33,8 @@ l. concessie: recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichte m. concessieverlener: het tot verlening van een concessie bevoegde gezag, bedoeld in artikel 20; n. concessiehouder: vergunninghoudende vervoerder aan wie een concessie is verleend; o. Communautaire vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 3bis van verordening (EEG) nr. 684/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 maart 1992 houdende gemeenschappelijke regels voor het internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen (PbEG 1992 L74); -p. verordening 1371/2007/EG: verordening nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PbEU L 315). +p. verordening 1371/2007/EG: verordening nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PbEU L 315); +q. verordening (EG) 1370/2007: verordening nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad (PbEU 2007, L 315). ### Paragraaf 2. Werkingssfeer @@ -51,7 +52,9 @@ c. openbaar vervoer langs geleidesystemen. **3.** Deze wet is in afwijking van het eerste lid voor wat betreft de onderdelen betreffende de uitvoering van verordening 1371/2007/EG ook van toepassing op ander vervoer van personen langs railwegen dan openbaar vervoer. -**4.** De wet is niet van toepassing op vervoer van personen per auto, anders dan openbaar vervoer, indien de som van de betalingen voor dat vervoer de kosten van de auto en eventuele bijkomende kosten voor dat vervoer niet te boven gaat, tenzij vorenstaande wordt verricht in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de kosten van de auto en eventuele bijkomende kosten. +**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat verordening (EG) 1370/2007 of artikelen daarvan van toepassing zijn op vervoer dat overeenkomst vertoont met het in het eerste lid bedoelde vervoer. + +**5.** De wet is niet van toepassing op vervoer van personen per auto, anders dan openbaar vervoer, indien de som van de betalingen voor dat vervoer de kosten van de auto en eventuele bijkomende kosten voor dat vervoer niet te boven gaat, tenzij vorenstaande wordt verricht in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de kosten van de auto en eventuele bijkomende kosten. ### Artikel 3 @@ -73,6 +76,14 @@ Deze paragraaf is van toepassing op openbaar vervoer, anders dan per trein, en b **3.** Voor de toepassing van het eerste wordt met het verrichten van besloten busvervoer gelijkgesteld het aanbieden van dat vervoer, tenzij dit aanbieden geschiedt door tussenpersonen die bemiddelen in dat vervoer bij wijze van dienstverlening of in de uitoefening van hun beroep of bedrijf. +### Artikel 4a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 4b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 5 Onze Minister beslist op een aanvraag voor een vergunning. @@ -83,6 +94,14 @@ Onze Minister beslist op een aanvraag voor een vergunning. **2.** Vergunningbewijzen kunnen op aanvraag door Onze Minister worden verstrekt aan de vergunninghouder. +### Artikel 5b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 5c + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 6 **1.** Een vergunning als bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt verleend voor een periode van vijf jaar. @@ -194,6 +213,16 @@ b. de beperkingen waaronder een ontheffing is verleend en de aan een ontheffing **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de aard van gegevens als bedoeld in het eerste lid, de gevallen waarin Onze Minister een exploitant aanwijst, en over de wijze waarop aan het tweede lid toepassing wordt gegeven. +### Artikel 14a + +**1.** Het jaarlijks te publiceren overzichtsverslag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EG) 1370/2007 is voor eenieder elektronisch toegankelijk. + +**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde overzichtsverslag. + +### Artikel 14b + +De concessieverleners, bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid, verstrekken desgevraagd aan Onze Minister gegevens voor zover hij die nodig heeft om te kunnen voldoen aan een verzoek van de Commissie van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening (EG) 1370/2007. + ### Paragraaf 5. Taken van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit ### Artikel 15 @@ -220,7 +249,7 @@ Gegevens of inlichtingen omtrent een onderneming, die in verband met enige werkz **1.** Het is verboden openbaar vervoer te verrichten zonder daartoe verleende concessie. -**2.** Indien op grond van artikel 42 of 43 een concessie is opgehouden te bestaan, kan maximaal één jaar openbaar vervoer worden verricht zonder concessie volgens bij ministeriële regeling nader te stellen regels. +**2.** In afwijking van het eerste lid kan, indien het openbaar vervoer uitvalt of dreigt uit te vallen, voor die situatie openbaar vervoer worden verricht zonder concessie overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, vijfde lid, van verordening (EG) 1370/2007. **3.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor grensoverschrijdend personenvervoer per trein waarbij slechts een station in Nederland wordt aangedaan. @@ -305,7 +334,9 @@ Gedeputeerde staten dragen zorg voor de coördinatie en afstemming van het openb ### Artikel 22 -De concessieverleners, bedoeld in artikel 20, zijn bevoegd subsidies te verstrekken voor het in een concessie omschreven openbaar vervoer. +**1.** De concessieverleners, bedoeld in artikel 20, zijn bevoegd subsidies te verstrekken voor het in een concessie omschreven openbaar vervoer. + +**2.** Een concessiehouder verstrekt desgevraagd binnen een door de concessieverlener te bepalen termijn aan hem de gegevens voor zover die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de artikelen 6 en 7 van verordening (EG) 1370/2007. ### Artikel 23 @@ -318,33 +349,17 @@ b. voor wie een vertegenwoordiger of adviseur werkzaam is die betrokken is bij h **2.** Het eerste lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester en de commissaris van de Koning. -**3.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing ten aanzien van een bestuurder of commissaris bij een vervoerder als bedoeld in artikel 69, eerste of zevende lid bij verlening van concessies waaraan geen procedure van aanbesteding vooraf is gegaan. +**3.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing ten aanzien van een bestuurder of commissaris bij een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend bij verlening van concessies waaraan geen procedure van aanbesteding vooraf is gegaan. **4.** Het eerste lid geldt niet ten aanzien van het verlenen van concessies voor openbaar vervoer per trein op grond van artikel 20, eerste lid. ### Artikel 24 -**1.** De concessieverlener verleent een concessie voor een in de concessie vastgestelde duur van ten hoogste acht jaar. - -**2.** - -Onze Minister kan op aanvraag van een concessieverlener ontheffing verlenen van de maximale duur van acht jaar, bedoeld in het eerste lid, indien: - -a. de concessie gepaard gaat met noodzakelijke en aanzienlijke investeringen door de concessiehouder in onlosmakelijk met de concessie samenhangende infrastructuur; -b. een concessie voor openbaar vervoer per metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig gepaard gaat met aanzienlijke investeringen door de concessiehouder in voor de uitvoering van de concessie noodzakelijk materieel; -c. de concessie zowel openbaar vervoer per trein als ander openbaar vervoer omvat en ten aanzien van het openbaar vervoer per trein met inachtneming van het vierde tot en met zesde lid een langere concessieduur kan worden vastgesteld. - -**3.** Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid kan onder beperkingen worden verleend en aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. - -**4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid vervalt een concessie voor openbaar vervoer per trein op een in de concessie te bepalen tijdstip. Dit tijdstip wordt zodanig vastgesteld dat daarmee naar het oordeel van de concessieverlener evenwicht bestaat tussen de op het stimuleren van de kwaliteit van het openbaar vervoer gerichte duur van de concessie en de stabiliteit en continuïteit van het openbaar vervoer. - -**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de duur van concessies voor openbaar vervoer per trein. - -**6.** Een concessie vervalt in elk geval vijftien jaar na de eerste dag waarop de concessiehouder ingevolge de concessie verplicht is openbaar vervoer te verrichten. +De concessieverlener verleent overeenkomstig de artikelen 4, derde en vierde lid, en 5, zesde lid, van verordening (EG) 1370/2007, een concessie voor beperkte duur. ### Artikel 25 -**1.** Een concessie bevat een omschrijving van het openbaar vervoer en van het gebied waarvoor de concessie is verleend alsmede de prijs die de concessiehouder betaalt voor de concessie. +**1.** Een concessie bevat, onverminderd artikel 4 van verordening (EG) 1370/2007, een omschrijving van het openbaar vervoer, van het gebied en de duur waarvoor de concessie is verleend, en, indien van toepassing, de prijs die de concessiehouder betaalt voor de concessie. **2.** Een concessie kan tevens betrekking hebben op het verrichten van openbaar vervoer van en naar het gebied, bedoeld in het eerste lid, indien dit is overeengekomen met de concessieverleners die het betreft. @@ -372,7 +387,7 @@ c. de concessie zowel openbaar vervoer per trein als ander openbaar vervoer omva ### Artikel 27a -**1.** Voordat een concessie voor openbaar vervoer per trein over de hoofdspoorweginfrastructuur wordt verleend, vraagt Onze Minister advies aan de betrokken beheerder, bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet. +**1.** Voordat een concessie voor openbaar vervoer per trein over de hoofdspoorweginfrastructuur wordt verleend, vraagt de concessieverlener advies aan de betrokken beheerder, bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet. **2.** Artikel 27, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -476,7 +491,9 @@ Een ieder die enig recht kan doen gelden op bij algemene maatregel van bestuur t ### Artikel 35a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De concessiehouder van een concessie voor openbaar vervoer per trein als bedoeld in artikel 20, eerste lid, stelt een vervoerplan op conform de in de hem verleende concessie vastgelegde voorschriften. + +**2.** Aan de concessie, bedoeld in het eerste lid, wordt een voorschrift verbonden ten aanzien van de duur van het vervoerplan. ### Paragraaf 4. Overgang, beëindiging en overdracht van een concessie @@ -486,6 +503,12 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden **2.** De artikelen 37 en 38 zijn van toepassing op de overgang van een concessie, tenzij iets anders voortvloeit uit een overeenkomst tussen de voormalige concessiehouder, de nieuwe concessiehouder en de belanghebbende verenigingen van werknemers als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wet melding collectief ontslag, welke overeenkomst is tot stand gekomen binnen een maand na het besluit tot verlening van een concessie als bedoeld in het eerste lid. +### Artikel 36a + +**1.** Bij een overgang van openbaar vervoer met een concessie naar een situatie als bedoeld in artikel 19, tweede lid, in samenhang met artikel 5, vijfde lid, van verordening(EG) 1370/2007, is geen sprake van een overgang van een concessie. + +**2.** Bij een overgang van openbaar vervoer zonder concessie als bedoeld in artikel 19, tweede lid, naar de situatie dat openbaar vervoer wordt verricht met een daartoe verleende concessie, zijn de artikelen 36 en 37 tot en met 40 van overeenkomstige toepassing. + ### Artikel 37 **1.** @@ -507,12 +530,12 @@ b. een indirect ten behoeve van de verrichting van het openbaar vervoer waarvoor **1.** -Indien de voormalige concessiehouder geen vervoerder is als bedoeld in artikel 69, eerste of zevende lid: +Indien de voormalige concessiehouder geen vervoerder is aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend: -a. zijn op de overgang van een concessie de artikelen 14a, eerste, tweede en vierde lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en 2a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten van overeenkomstige toepassing en +a. zijn op de overgang van een concessie de artikelen 14a, eerste en tweede lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en 2a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten van overeenkomstige toepassing en b. gaan door de overgang van de concessie de rechten en verplichtingen welke op het tijdstip van overgang van concessie voor de voormalige concessiehouder ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, voortvloeien uit bedrijfsregelingen, van rechtswege over op de nieuwe concessiehouder. -**2.** Indien de voormalige concessiehouder een vervoerder is als bedoeld in artikel 69, eerste of zevende lid, handhaaft de nieuwe concessiehouder na de overgang van een concessie ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, een samenstel van rechten en verplichtingen gelijkwaardig aan die welke voor het tijdstip van de overgang voor de voormalige concessiehouder uit de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke arbeidsverhouding tussen de voormalige concessiehouder en die persoon voortvloeiden, voor zover deze rechten en verplichtingen voortvloeiden uit collectieve regelingen inzake arbeidsvoorwaarden. +**2.** Indien de voormalige concessiehouder een vervoerder is aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, handhaaft de nieuwe concessiehouder na de overgang van een concessie ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, een samenstel van rechten en verplichtingen gelijkwaardig aan die welke voor het tijdstip van de overgang voor de voormalige concessiehouder uit de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke arbeidsverhouding tussen de voormalige concessiehouder en die persoon voortvloeiden, voor zover deze rechten en verplichtingen voortvloeiden uit collectieve regelingen inzake arbeidsvoorwaarden. **3.** Op het eindigen van de rechten en verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 14a, tweede en vierde lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en 2a, tweede en derde lid, van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten van overeenkomstige toepassing. @@ -548,7 +571,7 @@ Binnen een maand na het besluit tot verlening van een concessie treden de voorma ### Artikel 42 -Onverminderd artikel 61, vijfde lid vervalt een concessie van rechtswege: +Een concessie vervalt van rechtswege: a. op het moment dat de vergunning van de concessiehouder van rechtswege is vervallen; b. zodra een besluit tot intrekking van de vergunning van de concessiehouder onherroepelijk is geworden; @@ -608,11 +631,11 @@ b. ten behoeve van de opvolgende concessiehouder voor de ongestoorde uitoefening ## Hoofdstuk III. Bepalingen inzake de aanbesteding en verlening van concessies -### Paragraaf 1. Algemene bepalingen inzake aanbesteding van concessies +### Paragraaf 1. Algemene bepalingen inzake verlening van concessies ### Artikel 44 -**1.** De concessieverlener stelt ten behoeve van aanbesteding van een concessie een programma van eisen vast. +**1.** De concessieverlener stelt ten behoeve van de verlening van een concessie, met uitzondering van een concessie als bedoeld in artikel 64, eerste lid, een programma van eisen vast. **2.** @@ -626,27 +649,29 @@ e. de te benutten infrastructurele voorzieningen. **3.** Voordat het programma van eisen wordt vastgesteld, vraagt de concessieverlener overeenkomstig artikel 27, tweede tot en met vierde lid, ter zake advies aan consumentenorganisaties die voldoen aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden. Bij de verlening van de desbetreffende concessie is artikel 27 niet van toepassing. +**4.** Een concessieverlener publiceert het programma van eisen dat is opgesteld voor een concessie voor openbaar vervoer die wordt verleend zonder dat daarvoor een aanbesteding wordt gehouden voorafgaand aan de verlening van die concessie. + ### Artikel 45 -Overleg als bedoeld in artikel 26 over het verlenen van een concessie vindt in geval van aanbesteding plaats voordat een concessieverlener het programma van eisen vaststelt. +Overleg als bedoeld in artikel 26 over het verlenen van een concessie vindt plaats voordat een concessieverlener het programma van eisen vaststelt. ### Artikel 46 -**1.** Een concessiehouder verstrekt desgevraagd binnen een door de concessieverlener te bepalen termijn aan de concessieverlener gegevens voor zover deze noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van aanbesteding van een concessie. +**1.** Een concessiehouder verstrekt desgevraagd binnen een door de concessieverlener te bepalen termijn aan de concessieverlener gegevens voor zover deze noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van de verlening van een concessie. **2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de gegevens die worden verstrekt en de wijze waarop controle op die gegevens wordt uitgeoefend. **3.** De gegevens kunnen openbaar worden gemaakt in het programma van eisen, voor zover het belang van openbaarmaking opweegt tegen het belang van het voorkomen van een onevenredige benadeling van de concessiehouder. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is niet van toepassing. -**4.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een vervoerder die openbaar vervoer verricht zonder daartoe verleende concessie, indien de gegevens noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van aanbesteding van een concessie voor dat openbaar vervoer. +**4.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een vervoerder die openbaar vervoer verricht zonder daartoe verleende concessie, indien de gegevens noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van de verlening van een concessie voor dat openbaar vervoer. ### Artikel 47 -Het tijdvak waarvoor een concessie is verleend kan eenmaal door de concessieverlener voor een periode van ten hoogste twaalf maanden worden verlengd, indien aanbesteding van een concessie voor een aansluitend tijdvak niet heeft geleid tot een concessieverlening. +Vervallen ### Artikel 48 -Van deelname aan een aanbesteding van een concessie is uitgesloten een instelling, dienst of bedrijf, waarover het openbaar lichaam waarvan een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid, bevoegd is tot verlening van de concessie, op grond van feitelijke of juridische omstandigheden een beslissende invloed uit kan oefenen op de activiteiten van die vervoerder. +Vervallen ### Artikel 49 @@ -705,33 +730,31 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden -### Paragraaf 4. De aanbestedingsplicht +### Paragraaf 4. Bepalingen inzake de aanbesteding van concessies ### Artikel 61 -**1.** Met ingang van een bij algemene maatregel van bestuur bepaald tijdstip verleent een concessieverlener voor het openbaar vervoer, anders dan per trein, in zijn concessiegebied slechts een concessie nadat daartoe een aanbesteding is gehouden. +**1.** Concessies voor openbaar vervoer worden slechts verleend nadat daartoe een aanbesteding is gehouden, tenzij artikel 63a of artikel 64, eerste lid, van toepassing is. -**2.** +**2.** In bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen kan het eerste lid buiten toepassing worden gelaten voor de verlening van een concessie voor regionaal openbaar vervoer per trein als bedoeld in artikel 20, derde lid. -Onze Minister kan op aanvraag van een concessieverlener een ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde verplichting indien: +**3.** Indien het openbaar vervoer uitvalt of dreigt uit te vallen kan, in afwijking van het eerste lid, een aanbesteding van dat openbaar vervoer achterwege blijven. Artikel 5, vijfde lid, van verordening (EG) 1370/2007 is van toepassing. -a. de concessie een overbrugging vormt voor: - -1°. een wijziging van de indeling van concessiegebieden; -2°. een samenvoeging van meerdere vervoersvormen in één concessie; -b. onverminderd artikel 3, eerste lid, de concessie betrekking heeft op openbaar vervoer dat een vernieuwende technologie of vervoersconcept bevat dat niet tot stand komt indien de concessie zou worden aanbesteed. - -**3.** Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. - -**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en derde lid. - -**5.** Een concessie voor openbaar vervoer, anders dan per trein, die is verleend zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, vervalt op het met toepassing van het eerste lid bepaalde tijdstip. +**4.** In afwijking van het eerste lid kan een concessie voor openbaar vervoer, anders dan per trein, worden verleend zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, indien die concessie voldoet aan een van de kenmerken, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van verordening (EG) 1370/2007. ### Artikel 62 -**1.** Concessies als bedoeld in artikel 20, derde lid, worden slechts verleend nadat daartoe een aanbesteding is gehouden. +**1.** Een concessieverlener sluit een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, of een vervoerder waarop die vervoerder invloed heeft uit van de aanbesteding van een concessie voor openbaar vervoer buiten het grondgebied van de plusregio waar de concessie op grond van artikel 63a verleend is, ook indien die invloed slechts minimaal is. -**2.** In bij of krachtens algemene maatregel van bestuur omschreven gevallen kan het eerste lid buiten toepassing worden gelaten. +**2.** Een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20, sluit een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, of een vervoerder waarop die vervoerder invloed heeft uit van de aanbesteding van vervoer buiten het grondgebied van de plusregio waar de concessie op grond van artikel 63a verleend is, waarop artikel 2, tweede of vierde lid, bij algemene maatregel van bestuur van toepassing is verklaard, ook indien die invloed slechts minimaal is. + +**3.** Een concessieverlener of een bestuursorgaan kan een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, of een vervoerder waarop die vervoerder invloed heeft, uitsluiten van de aanbesteding van vervoer binnen het grondgebied van de plusregio waar de concessie op grond van artikel 63a verleend is, ook indien die invloed slechts minimaal is. + +**4.** Een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, tweede lid, sluit een vervoerder uit van een aanbesteding als bedoeld in het eerste of tweede lid, indien die vervoerder is gevestigd in een andere staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor zover de wederkerigheid van de toegang tot de desbetreffende markt voor personenvervoer voor vervoerders die in Nederland zijn gevestigd niet gewaarborgd is. + +**5.** Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 5, tweede lid, onderdeel c, van verordening (EG) 1370/2007. + +**6.** Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op een gemeentelijk vervoerbedrijf in de zin van artikel 69, eerste of zevende lid, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden. ### Artikel 63 @@ -741,6 +764,81 @@ b. onverminderd artikel 3, eerste lid, de concessie betrekking heeft op openbaar **3.** De rapportage wordt meegezonden met de beslissing op de aanvraag. +### Paragraaf 4a. Uitzonderingen op de aanbesteding van concessies + +### Artikel 63a + +In afwijking van artikel 61, eerste lid, kan een concessieverlener voor openbaar vervoer, anders dan per trein, in een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen die de gemeente Amsterdam, ’s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat, een concessie verlenen zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden indien deze concessie wordt verleend aan een vervoerder waarop de desbetreffende plusregio net als over haar eigen diensten zeggenschap uitoefent. Artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) 1370/2007 is van toepassing. + +### Paragraaf 4b. Bepalingen inzake reciprociteit, gescheiden boekhouding en prestatievergelijking + +### Artikel 63ab + +**1.** De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit voert een prestatievergelijking uit van vervoerders aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, die betrekking heeft op de klantenservice, kostenefficiëntie en doelmatigheid van de vervoerders. + +**2.** Bij ministeriele regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de onderlinge vergelijkbaarheid van de verschillende vervoerders en de frequentie van de prestatievergelijking. + +### Artikel 63b + +**1.** + +Een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, doet niet mee aan de aanbesteding van: + +a. concessies voor openbaar vervoer buiten de plusregio waar de concessie, bedoeld in de aanhef, verleend is; +b. concessies voor openbaar vervoer binnen de plusregio waar de concessie, bedoeld in de aanhef, verleend is indien de concessieverlener dit heeft uitgesloten als bedoeld in artikel 62, derde lid. +c. vervoer buiten het grondgebied van de plusregio waar de concessie verleend is waarop bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, dit artikel van toepassing is verklaard. + +**2.** In afwijking van het eerste lid mag een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, meedoen aan een aanbesteding indien wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 5, tweede lid, onderdeel c, van verordening (EG) 1370/2007. + +### Artikel 63c + +**1.** Een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, waarbij voor die concessie een subsidie als bedoeld in artikel 22 is verstrekt, en die in een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verbonden is met aanbieders van andere activiteiten dan dat openbaar vervoer, voert een gescheiden boekhouding voor het verrichten van het openbaar vervoer waarvoor die concessie is verleend ten opzichte van andere activiteiten die binnen die groep worden verricht. + +**2.** Een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, waarbij voor die concessie een subsidie als bedoeld in artikel 22 is verstrekt, en die niet in een groep als bedoeld in het eerste lid is verbonden, en wel tevens andere activiteiten verricht binnen een organisatie, voert voor het verrichten van openbaar vervoer waarvoor die concessie is verleend, een gescheiden administratie binnen de boekhouding, waarbinnen de kosten en opbrengsten van het verrichten van dat openbaar vervoer afzonderlijk worden geadministreerd. + +**3.** Een vervoerder aan wie anders dan op grond van artikel 63a een concessie voor openbaar vervoer is verleend zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden en waarbij voor die concessie een subsidie als bedoeld in artikel 22 is verstrekt, voert voor het verrichten van openbaar vervoer waarvoor die concessie is verleend, een gescheiden administratie binnen de boekhouding, waarbinnen de kosten en opbrengsten van het verrichten van het openbaar vervoer waarvoor subsidie is verstrekt afzonderlijk worden geadministreerd. + +**4.** + +De boekhouding en de administratie, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, zijn zodanig vorm gegeven dat: + +a. de registratie van de lasten en baten van de verschillende activiteiten gescheiden zijn; +b. alle lasten en baten, op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen inzake kostprijsadministratie, correct worden toegerekend; +c. de beginselen inzake kostprijsadministratie volgens welke de administratie wordt gevoerd, duidelijk zijn vastgelegd. + +**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de boekhouding, de gescheiden administratie en de kostprijsadministratie, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid. + +**6.** Een vervoerder als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, bewaart de in het vierde lid bedoelde gegevens gedurende vijf jaar, te rekenen vanaf het einde van het boekjaar waarop de gegevens betrekking hebben. + +**7.** Indien een vervoerder als bedoeld in het eerste of tweede lid, niet uit hoofde van een andere wettelijke verplichting een jaarrekening opstelt, stelt hij een daarmee overeenkomend financieel overzicht op en legt hij dat overzicht voor eenieder ter inzage op al zijn kantoren op een bij regeling van Onze Minister te bepalen tijdstip. + +**8.** Indien een vervoerder als bedoeld in het eerste of tweede lid, niet reeds uit hoofde van een andere wettelijke verplichting zijn jaarrekening openbaar maakt, legt hij zijn jaarrekening voor eenieder ter inzage op al zijn kantoren op een bij regeling van Onze Minister te bepalen tijdstip. + +**9.** + +Een vervoerder als bedoeld in het eerste en tweede lid laat jaarlijks over het voorgaande boekjaar een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opstellen waaruit blijkt dat de financiële verhouding: + +a. voldoet aan de in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid gestelde eisen, en +b. tussen hem en de aanbieders van andere activiteiten voldoet aan in de in onderdeel 5 van de bijlage bij verordening (EG) 1370/2007 gestelde voorwaarden. + +Deze verklaring ligt tegelijkertijd met de jaarrekening of het financieel overzicht voor eenieder ter inzage op alle kantoren van de vervoerder. + +**10.** + +Een vervoerder als bedoeld in het derde lid laat jaarlijks over het voorgaande boekjaar een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opstellen waaruit blijkt dat de financiële verhouding ten opzichte van een concessie als bedoeld in dat lid: + +a. voldoet aan de in het derde, vierde en vijfde lid gestelde eisen, en +b. voldoet aan de in onderdeel 5 van de bijlage bij verordening (EG) 1370/2007 gestelde voorwaarden. + +Deze verklaring ligt voor eenieder ter inzage op alle kantoren van de vervoerder. + +**11.** + +Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een vervoerder + +a. die op grond van de artikelen 3 of 19, tweede lid, openbaar vervoer verricht op een andere grondslag dan op grond van een concessie; +b. die vervoerder verricht waarop bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, dit artikel of leden daarvan, van toepassing is verklaard, zonder dat voor het in de onderdelen a of b bedoelde vervoer een aanbesteding is gehouden en waarbij voor dat vervoer een subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, is verstrekt. + ### Paragraaf 5. Bijzondere bepalingen inzake door Onze Minister te verlenen concessies ### Artikel 64 @@ -811,56 +909,7 @@ Door vernummering vervallen. ### Artikel 69 -**1.** - -Een vervoerder waarop de gemeente Amsterdam, Den Haag, Rotterdam of Utrecht op basis van feitelijke of juridische omstandigheden beslissende invloed uitoefent, verricht geen andere werkzaamheden dan: - -a. openbaar vervoer; -b. vervoer waarop bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dit artikel van toepassing is verklaard; of, -c. werkzaamheden die rechtstreeks samenhangen met het verrichten van het in onderdeel a en b bedoelde vervoer. - -**2.** - -Een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in het eerste lid mag: - -a. vervoerders - -1°. waarop het op basis van feitelijke of juridische omstandigheden invloed kan uitoefenen, of, -2°. waarop een rechtspersoon op basis van feitelijke of juridische omstandigheden invloed kan uitoefenen die tevens op basis van feitelijke of juridische omstandigheden invloed kan uitoefenen op dit gemeentelijk vervoerbedrijf, die openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer verrichten dan wel werkzaamheden die daarmee rechtstreeks samenhangen, niet bevoordelen boven anderen waarmee die vervoerders in concurrentie treden of anderszins voordelen toekennen die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is; -b. middelen die het aanwendt of verkrijgt voor het verrichten van metro- of tramvervoer, zo lang dit vervoer niet is aanbesteed, niet benutten voor het verrichten van busvervoer of de in de onderdelen b of c van het eerste lid bedoelde werkzaamheden voor zover het gemeentelijk vervoerbedrijf daarmee voordelen verkrijgt die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is. - -**3.** - -Als toekenning van voordelen die verder gaan dan in het normaal handelsverkeer gebruikelijk is als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval aangemerkt: - -a. het leveren van goederen of diensten tegen een vergoeding die lager is dan de redelijkerwijs daaraan toe te rekenen kosten; -b. het ter beschikking stellen van financiële middelen anders dan ten laste van het eigen vermogen dan wel ten laste van het eigen vermogen anders dan tegen een in het handelsverkeer gebruikelijke vergoeding; -c. het verstrekken van gegevens over individuele gebruikers van openbaar vervoer, tenzij deze onder gelijke voorwaarden ook ter beschikking worden gesteld aan derden die met de betrokken onderneming in concurrentie treden; -d. het toestaan van het gebruik van de naam en het beeldmerk van het openbaar vervoerbedrijf op een wijze waardoor verwarring bij het publiek is te duchten over de herkomst van goederen en diensten. - -**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere vormen van toekenning van voordelen dan die, bedoeld in het derde lid, worden aangemerkt als vormen die verder gaan dan in het normaal handelsverkeer gebruikelijk is. - -**5.** - -Een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in het eerste lid: - -a. doet jaarlijks over het voorgaande boekjaar een verklaring van een onafhankelijke deskundige opmaken waaruit blijkt of de financiële verhouding tussen het vervoerbedrijf en de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde vervoerders, voldoet aan de in dat onderdeel gestelde eisen en of het voldoet aan het tweede lid, onderdeel b, gestelde eisen. Deze verklaring ligt voor een ieder ter inzage op alle kantoren van het gemeentelijk vervoerbedrijf; -b. houdt voorzover aan hem zowel een concessie voor het verrichten van busvervoer als een concessie voor het verrichten van metro- of tramvervoer is verleend en zolang één van deze concessies nog niet is aanbesteed, een zodanige administratie bij dat: - -1°. de registratie van de lasten en baten van het busvervoer en het tram- of metrovervoer gescheiden zijn; -2°. alle lasten en baten, op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen inzake kostprijsadministratie, correct worden toegerekend; -3°. de beginselen inzake kostprijsadministratie volgens welke de administratie wordt gevoerd, duidelijk zijn vastgelegd. - -Een gemeentelijk vervoerbedrijf bewaart de in onderdeel b bedoelde gegevens gedurende vijf jaar, te rekenen vanaf het einde van het boekjaar waarop de gegevens betrekking hebben. - -**6.** Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in het eerste lid zodra het openbaar vervoer, bedoeld in artikel 53, tweede lid, onderdeel a, voor ten minste een gedeelte dat naar omzet berekend ten minste twee derde beloopt, wordt verricht krachtens een concessie welke is verleend na een procedure van aanbesteding. - -**7.** - -Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op: - -a. een vervoerder die in de in het eerste lid genoemde gemeenten op grond van een aan hem verleende concessie openbaar vervoer verricht zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden; -b. een vervoerder waarop een gemeente voor 1 januari 2007 beslissende invloed heeft uitgeoefend en die openbaar vervoer verricht op grond van een concessie zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden. +Vervallen ## Hoofdstuk IV. Bepalingen voor de reiziger @@ -1109,7 +1158,7 @@ Vervallen Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast: a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen; -b. de bij besluit van de bestuursorganen, bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid, aangewezen personen, voor zover het de door hen verleende concessies betreft, voor het bepaalde bij of krachtens de artikelen 19 en 30 tot en met 40, en +b. de bij besluit van de bestuursorganen, bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid, aangewezen personen, voor zover het de door hen verleende concessies betreft, voor het bepaalde bij of krachtens de artikelen 19, 29, 30 tot en met 40, 46 en 63c, eerste, tweede en derde lid, met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, en elfde lid voor zover niet de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit is belast met dat toezicht en c. de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeenten aangewezen personen, voor zover het betreft het toezicht op naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 82a en 82b. **2.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn voorts belast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren en de met betrekking tot deze wet krachtens artikel 17, eerste lid, onder 2°, van de Wet op de economische delicten aangewezen ambtenaren. @@ -1118,7 +1167,7 @@ c. de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de desbetre **4.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij verordening 1371/2007/EG zijn de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen belast. -**5.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in artikel 69, eerste, vijfde en zevende lid, zijn belast de bij besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit aangewezen ambtenaren van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. +**5.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 63c, vierde, zesde tot en met tiende lid en elfde lid, onderdeel c, voor zover artikel 87, vierde lid, op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard zijn belast de bij besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit aangewezen ambtenaren van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. **6.** Van een besluit als bedoeld in het eerste, vierde of vijfde lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. @@ -1158,9 +1207,13 @@ De reiziger die de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt, is verplic **3.** De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van artikel 19a, vierde lid. +### Artikel 93a + +Het dagelijks bestuur van een plusregio als bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid, is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de verplichtingen gesteld bij of krachtens de artikelen 19, eerste en tweede lid, 29, 32, 34, 39, 46 en 63c, eerste, tweede en derde lid, met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, en elfde lid, voor zover de bevoegdheid tot handhaving niet op grond van artikel 94, eerste lid, aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit is toegekend. + ### Artikel 94 -**1.** Ingeval van overtreding van artikel 69, eerste, vijfde en zevende lid, kan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de rechtspersoon aan wie het gemeentelijk vervoerbedrijf toebehoort dan wel de desbetreffende concessiehouder, een last onder dwangsom opleggen. +**1.** In geval van overtreding van artikel 63c, vierde, zesde tot en met tiende en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 94 op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, en met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, kan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. **2.** Aan een last kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit. @@ -1178,6 +1231,12 @@ De reiziger die de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt, is verplic **2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, alvorens toepassing te geven aan het eerste lid, belanghebbenden in de gelegenheid mondeling of schriftelijk hun zienswijze kenbaar te maken. +### Artikel 96a + +**1.** In geval van overtreding van artikel 63c, eerste, tweede, vierde, zesde tot en met tiende en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 96a op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, en met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, kan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000,– of indien dat meer is, 1% van de netto-omzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. + +**2.** De berekening van de netto-omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. + ### Artikel 97 Indien naar het oordeel van de in de artikelen 87 of 89 bedoelde ambtenaren en personen in onvoldoende mate medewerking wordt verleend bij de uitvoering van de hun opgedragen taak, treffen zij zo nodig met behulp van de sterke arm de nodige maatregelen. @@ -1244,9 +1303,7 @@ e. de vergoedingen die zijn verschuldigd voor de met de ingevolge de onderdelen ### Artikel 105 -**1.** Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. - -**2.** In afwijking van het eerste lid is voor beroepen tegen besluiten op grond van de artikelen 19a, tweede, vijfde en zevende lid, 56, eerste lid, 59, eerste lid, 94, eerste lid en 96, eerste lid, de rechtbank te Rotterdam bevoegd. +Vervallen ### Artikel 106 @@ -1274,17 +1331,7 @@ De voordracht voor een eerste vaststelling van een algemene maatregel van bestuu ### Artikel 109 -**1.** - -Tot het moment van inwerkingtreding van de artikelen 15 tot en met 18 en 51 tot en met 60 wordt van deelname aan aanbesteding van een concessie voor openbaar vervoer per bus respectievelijk per metro of tram uitgesloten: - -a. een vervoerder als bedoeld in artikel 69, eerste of zevende lid, alsmede een vervoerder waarvan een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 69, eerste lid, een of meer aandelen in het geplaatst kapitaal bezit, voor zolang het openbaar vervoer per bus respectievelijk per metro of tram, dat op de dag van inwerkingtreding van deze wet door het vervoerbedrijf werd verricht, niet of niet in voldoende mate is aanbesteed; -b. een vervoerder die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voorzover de wederkerigheid van de toegang tot de desbetreffende markt voor personenvervoer voor vervoerders die in Nederland zijn gevestigd niet gewaarborgd is; -c. een vervoerder die is gevestigd in een andere staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor zover dit voortvloeit uit een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie dan wel uit een door of vanwege de regering gemaakte internationale afspraak. - -**2.** Het openbaar vervoer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is in voldoende mate aanbesteed indien de omvang van dat aanbestede gedeelte tenminste tweederde van de omvang bedraagt van de concessie als bedoeld in de aanhef van het eerste lid. - -**3.** Met aanbesteding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, wordt gelijkgesteld een kennisgeving tot de opdracht van aanbesteding van een concessie is gepubliceerd mits de in de kennisgeving vermelde ingangsdatum van de concessie is gelegen binnen een redelijke termijn na de datum van die kennisgeving. +Vervallen ### Artikel 110 @@ -1378,6 +1425,40 @@ Keuringsbewijzen, duplicaten van keuringsbewijzen en andere bewijzen die zijn af In afwijking van artikel 123 wordt een bezwaar- of beroepschrift, gericht tegen een besluit omtrent het verrichten van taxivervoer, dat op of na 1 januari 2000 op grond van de Wet personenvervoer is ingediend en voor zover daarop bij de inwerkingtreding van artikel 127 nog niet is beslist, afgehandeld volgens deze wet. +### Artikel 124a + +In de artikelen 124b tot en met 124e wordt verstaan onder: + +- *een gemeentelijk vervoerbedrijf:* een vervoerbedrijf in de zin van artikel 69, eerste of zevende lid, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden. + +### Artikel 124ab + +Een ontheffing die voor de datum van inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden is verleend, op grond van artikel 24, tweede lid, of artikel 61, tweede lid, zoals die artikelen luidden voor de inwerkingtreding van genoemde wet, blijft van kracht voor de duur waarvoor deze ontheffing is verleend, onverminderd mogelijke wijziging, intrekking of het van rechtswege vervallen. + +### Artikel 124b + +Een concessie die voor de inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden aan een gemeentelijk vervoerbedrijf is verleend, blijft na de inwerkingtreding van die wet van kracht tot uiterlijk 31 december 2019, tenzij er reeds sprake is van een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend. + +### Artikel 124c + +Nadat een concessieverlener als bedoeld in artikel 63a besluit dat een aan het desbetreffende gemeentelijk vervoerbedrijf verleende concessie voor het openbaar vervoer per bus wordt verleend nadat daarvoor een aanbesteding is gehouden, mag dat vervoerbedrijf meedingen naar een concessie voor openbaar vervoer die wordt verleend door middel van een aanbesteding en wordt dat vervoerbedrijf om reden van dat besluit niet uitgesloten van deelname aan aanbestedingen. + +### Artikel 124d + +**1.** Op een gemeentelijk vervoerbedrijf is artikel 69, eerste, tweede, derde, en vijfde lid, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden van toepassing. + +**2.** Met het toezicht op de naleving van het eerste lid, zijn belast de bij besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit aangewezen ambtenaren van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. + +**3.** De artikelen 94 tot en met 96a zijn van overeenkomstige toepassing in geval van niet naleving van de in het eerste lid bedoelde eisen. + +### Artikel 124e + +Artikel 38, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing indien een concessie is verleend aan een gemeentelijk vervoerbedrijf en deze concessie geheel of gedeeltelijk eindigt als gevolg van verlening van die concessie aan een andere vervoerder. + +### Artikel 124f + +De artikelen 124a tot en met 124f vervallen met ingang van 31 december 2019. + ### Paragraaf 3. Wijziging van andere wetten ### Artikel 125