2012-02-08 | BWBR0025572 | Postwet 2009
This commit is contained in:
parent
ac9f24035b
commit
79f98e529e
1 changed files with 12 additions and 62 deletions
|
|
@ -20,7 +20,7 @@ citeertitel: Postwet 2009
|
|||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken;
|
||||
a. *Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
|
||||
b. *college:* het college, genoemd in artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit;
|
||||
c. *raad van bestuur van de mededingingsautoriteit:* de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Mededingingswet;
|
||||
d. *akten van de Wereldpostunie:* de op 10 juli 1964 te Wenen tot stand gekomen Constitutie van de Wereldpostunie (Trb. 1965, 170) en de daarbij behorende voor Nederland bindende verdragen, reglementen en protocollen (Trb. 1965, 170 en Trb. 2002, 205);
|
||||
|
|
@ -506,9 +506,9 @@ Het college is verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de We
|
|||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** Het college is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, met uitzondering van de verplichtingen bij of krachtens hoofdstuk 11.
|
||||
**1.** Het college is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, met uitzondering van de verplichtingen bij of krachtens hoofdstuk 11.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 11 gestelde verplichtingen.
|
||||
**2.** Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 11 gestelde verplichtingen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7.5. Bestuurlijke boete
|
||||
|
||||
|
|
@ -518,9 +518,7 @@ Het college is verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de We
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister kan in geval van overtreding van een bindende aanwijzing als bedoeld in artikel 47, tweede lid, alsmede overtreding van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 11 de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, 10% van de relevante netto-omzet van de onderneming in Nederland.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de vaststelling van de hoogte van boete houdt het college respectievelijk Onze Minister in ieder geval rekening met de aard, de ernst en de duur van de overtreding.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De berekening van de netto-omzet, bedoeld in het eerste en het tweede lid,
|
||||
|
||||
|
|
@ -530,85 +528,37 @@ c. is beperkt tot de omzet die betrekking heeft op de postvervoerdiensten, bedoe
|
|||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** Het college respectievelijk Onze Minister legt geen bestuurlijke boete op voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien tegen de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar onderscheidenlijk het beroep is beslist.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** Indien het college respectievelijk Onze Minister vaststelt dat een overtreding als bedoeld in artikel 49 is begaan, maakt hij daarvan een rapport op.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het rapport is gedagtekend en vermeldt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de naam van de overtreder,
|
||||
b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift, en
|
||||
c. zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
|
||||
|
||||
**3.** Het college respectievelijk Onze Minister zendt een afschrift van het rapport aan de overtreder.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.** Indien aan een handeling van het college respectievelijk Onze Minister redelijkerwijs de gevolgtrekking kan worden verbonden dat aan de overtreder een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is er geen verplichting meer van de zijde van die overtreder om ten behoeve van deze oplegging een verklaring omtrent de overtreding af te leggen.
|
||||
|
||||
**2.** De overtreder wordt hierop gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd inlichtingen te verstrekken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
**1.** Het college respectievelijk Onze Minister stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de overtreder steeds in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt het college respectievelijk Onze Minister er zo veel mogelijk zorg voor dat de in het eerste lid bedoelde gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
||||
**1.** Het college respectievelijk Onze Minister beslist omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport.
|
||||
|
||||
**2.** Mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete wordt niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport heeft opgemaakt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In de beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete wordt in ieder geval vermeld:
|
||||
|
||||
a. indien een last onder dwangsom wordt opgelegd:
|
||||
|
||||
1°. de naam van de overtreder, en
|
||||
2°. de inhoud van de last en de termijn waarvoor deze geldt;
|
||||
b. indien een bestuurlijke boete wordt opgelegd:
|
||||
|
||||
1°. de naam van de overtreder, en
|
||||
2°. het bedrag van de boete;
|
||||
c. de overtreding ter zake waarvan de last of de bestuurlijke boete wordt opgelegd alsmede het overtreden wettelijk voorschrift.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
**1.** Een beschikking als bedoeld in artikel 54 wordt, nadat zij bekend is gemaakt, ter inzage gelegd bij het college respectievelijk Onze Minister.
|
||||
**1.** Een beschikking waarbij een last onder dwangsom dan wel een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 49 wordt opgelegd wordt, nadat zij bekend is gemaakt, ter inzage gelegd bij het college respectievelijk Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
**1.** Een bestuurlijke boete wordt betaald binnen zes weken nadat de beschikking waarbij de boete is opgelegd, in werking is getreden.
|
||||
|
||||
**2.** De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen zes weken vanaf de datum waarop de beschikking bekend is gemaakt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, wordt degene die de boete is verschuldigd schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de krachtens het tweede lid verschuldigde rente en de kosten van de aanmaning, te betalen.
|
||||
|
||||
**4.** De werking van een beschikking als bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
|
||||
Verzet schorst de tenuitvoerlegging van een dwangbevel dat strekt tot invordering van de bestuurlijke boete.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebreke van betaling binnen de in artikel 56, derde lid, bedoelde termijn van twee weken kan het college respectievelijk Onze Minister de verschuldigde boete, verhoogd met de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
**2.** Het dwangbevel wordt op kosten van degene die de boete is verschuldigd bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van Boek 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
|
||||
|
||||
**3.** Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de staat.
|
||||
|
||||
**4.** Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de staat kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.
|
||||
De te betalen geldsom van de door het college opgelegde bestuurlijke boete, de verbeurde dwangsommen bij een door het college opgelegde last en de als gevolg van die boete en dwangsom verschuldigde wettelijke rente, komen toe aan de Staat.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Geschillenbeslechting
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue