2019-06-26 | BWBR0008690 | Reglement verpleging ter beschikking gestelden
This commit is contained in:
parent
b09a0cfb4b
commit
7a09e2f1c5
1 changed files with 24 additions and 83 deletions
|
|
@ -23,78 +23,27 @@ b. de reclassering: een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 1, onder
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag tot aanwijzing als particuliere inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, bedoeld in artikel 37*d*, eerste lid, onder *a*, van het Wetboek van Strafrecht, wordt bij Onze Minister ingediend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aanvraag bevat de volgende bescheiden:
|
||||
|
||||
a. de statuten of reglementen van de rechtspersoon die het psychiatrisch ziekenhuis beheert;
|
||||
b. een schriftelijke verklaring inhoudende dat een voorgenomen wijziging van de situatie met betrekking tot een der onderwerpen genoemd onder a en in het derde lid, ten minste een maand voordat de desbetreffende wijziging wordt doorgevoerd ter kennis van Onze Minister wordt gebracht.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De rechtspersoon die het psychiatrisch ziekenhuis beheert legt tevens over:
|
||||
|
||||
a. de door Onze Minister verlangde gegevens over de bouwkundige voorzieningen die van belang zijn voor de beoordeling van de veiligheid binnen de inrichting en de maatschappelijke veiligheid daarbuiten;
|
||||
b. de door Onze Minister verlangde gegevens over de personele en materiële toerusting die van belang zijn voor de beoordeling van de geschiktheid van de inrichting voor de verpleging van ter beschikking gestelden.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister beslist binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De aanwijzing als particuliere inrichting wordt door Onze Minister ingetrokken:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van de rechtspersoon die het psychiatrisch ziekenhuis beheert;
|
||||
b. indien de beveiliging dan wel de personele of materiële toerusting van de inrichting, bedoeld in artikel 2, derde lid, niet meer voldoet aan de eisen die daaraan naar het oordeel van Onze Minister moeten worden gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De aanwijzing als particuliere inrichting kan door Onze Minister worden ingetrokken, indien de rechtspersoon heeft gehandeld in strijd met de toepasselijke regelgeving alsmede hetgeen overeenkomstig artikel 2, tweede lid, onder b, is verklaard.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. RIJKSINRICHTINGEN
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Het hoofd van de rijksinrichting brengt jaarlijks vóór 1 oktober aan Onze Minister een jaarplan voor het volgende jaar uit. Het jaarplan omvat in ieder geval een begroting van de kosten en opbrengsten voor dat jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Het hoofd van de rijksinrichting brengt jaarlijks vóór 1 maart aan Onze Minister verslag over zijn werkzaamheden in het voorgaande jaar uit. Bij dit verslag wordt een jaarrekening gevoegd.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan regels stellen aan de vorm en de inhoud van de in het eerste en tweede lid genoemde stukken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. AANTEKENINGEN
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Omtrent iedere ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde worden door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aantekeningen gehouden omtrent diens lichamelijke en geestelijke gesteldheid, bedoeld in artikel 509*o*, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aantekeningen bevatten in elk geval:
|
||||
|
||||
a. zo volledig mogelijke gegevens betreffende de afkomst en het verleden;
|
||||
b. gegevens omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid bij binnenkomst;
|
||||
c. gegevens omtrent de ontwikkelingen gedurende de verpleging;
|
||||
d. gegevens omtrent belangrijke voorvallen gedurende de verpleging.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan een model voor de aantekeningen vaststellen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Het hoofd van de inrichting houdt in een register aantekening van de beslissingen tot beperking van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam van de verpleegde, genoemd in de artikelen 16b, onder b, 16c, eerste en vijfde lid, 24 tot en met 28 en 30, alsmede de beslissingen tot afzondering of separatie, genoemd in artikel 34, en van elke strafoplegging, genoemd in artikel 49 van de wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aantekening bevat in elk geval:
|
||||
|
||||
a. de personalia van de verpleegde;
|
||||
b. de aard van de genomen beslissing;
|
||||
c. de omstandigheden die aanleiding gaven tot het nemen van de beslissing;
|
||||
d. de diagnose, voor zover de beslissing wordt genomen ter afwending van ernstig gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde;
|
||||
e. indien de verpleegde zich tegen de beslissing heeft verzet, een mededeling daarvan;
|
||||
f. voor zover van toepassing, de duur van de beperkende maatregel.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan een model voor het register vaststellen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. COMMISSIE VAN TOEZICHT EN BEKLAGCOMMISSIE
|
||||
|
||||
|
|
@ -202,37 +151,25 @@ d. wanneer hij naar het oordeel van Onze Minister door handelen of nalaten ernst
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Van een uitspraak waarbij door de rechter ten aanzien van een ter beschikking gestelde met toepassing van artikel 37*b* of 38*c* van het Wetboek van Strafrecht een bevel tot verpleging van overheidswege is gegeven, doet het openbaar ministerie zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister, onder bijvoeging van het dossier van de zaak.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
De beslissing van Onze Minister omtrent de plaatsing in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden die strekt tot tenuitvoerlegging van het bevel tot verpleging van overheidswege wordt door hem zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de betreffende inrichting en aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in de eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, alsmede het openbaar ministerie binnen wiens arrondissement de betrokkene wordt geplaatst.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Met inachtneming van artikel 11, tweede lid, van de wet kan, indien de omstandigheden zulks wenselijk maken, Onze Minister ambtshalve of op schriftelijk verzoek van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft, beslissen dat de ter beschikking gestelde naar een andere inrichting zal worden overgeplaatst.
|
||||
|
||||
**2.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt in dit geval een eindverslag op van de verpleging in diens inrichting. Hij voegt dit toe aan het verpleegdedossier.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De beslissing van Onze Minister tot overplaatsing, bedoeld in artikel 20, wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft en aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarheen de ter beschikking gestelde zal worden overgeplaatst. De beslissing van Onze Minister, bedoeld in artikel 13 en 14, eerste lid, van de wet wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft en aan de inrichting tot klinische observatie bestemd onderscheidenlijk aan het psychiatrisch ziekenhuis waarheen de ter beschikking gestelde zal worden overgeplaatst. De voorgaande beslissingen worden tevens gemeld aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de verpleging geschiedt, en het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de verpleging zal worden voortgezet.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden met toepassing van artikel 14, tweede lid, van de wet voorlopig beslist tot overplaatsing naar een psychiatrisch ziekenhuis deelt hij dit onverwijld mede aan Onze Minister. Indien Onze Minister de beslissing bekrachtigt is het eerste lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Overbrenging van een ter beschikking gestelde met het oog op de aanvang van de tenuitvoerlegging van het bevel tot verpleging van overheidswege geschiedt op last van het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
**2.** Overbrenging van een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde naar een psychiatrisch ziekenhuis met machtiging van de rechter geschiedt op last van het openbaar ministerie bij het gerecht dat de machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen heeft verleend.
|
||||
|
||||
**3.** Indien artikel 14, tweede lid, van de wet is toegepast, indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden het proefverlof heeft beëindigd of in geval van ongeoorloofde afwezigheid, geschiedt de overbrenging krachtens beslissing van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. Deze kan ter uitvoering van zijn beslissing de hulp inroepen van het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde verblijft.
|
||||
|
||||
**4.** In de andere gevallen geschiedt de overbrenging bij beslissing van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan omtrent overbrenging, bedoeld in dit artikel, nadere regels stellen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. ONGEOORLOOFDE AFWEZIGHEID EN ANDERE BIJZONDERE VOORVALLEN
|
||||
## Hoofdstuk 7. Ongeoorloofde afwezigheid, bijzondere voorvallen en toelating bezoek en personeel
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -250,6 +187,13 @@ De beslissing van Onze Minister omtrent de plaatsing in een inrichting voor verp
|
|||
|
||||
Het hoofd van de inrichting meldt onverwijld andere bijzondere voorvallen aan Onze Minister. Hij verstrekt Onze Minister te allen tijde alle verlangde inlichtingen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud en de wijze van melding.
|
||||
|
||||
### Artikel 24a
|
||||
|
||||
Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen aan instellingen, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wet. Deze regels hebben met het oog op de veiligheid in de instelling en de naleving van de bij of krachtens de wet gegeven regels, betrekking op:
|
||||
|
||||
a. de toelating en de weigering van bezoek aan die instellingen, en
|
||||
b. de toegang van personeel werkzaam bij die instellingen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. VERPLEGINGS- EN BEHANDELINGSPLAN EN EVALUATIE
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
|
@ -339,7 +283,7 @@ g. overige gegevens omtrent de gezondheid van de verpleegde en te diens aanzien
|
|||
|
||||
**1.** Het hoofd van de inrichting bewaart het verpleegdedossier gedurende een termijn van tien jaren, te rekenen vanaf het tijdstip dat de terbeschikkingstelling eindigde.
|
||||
|
||||
**2.** Na de in het eerste lid genoemde termijn worden de bescheiden, opgenomen in het verpleegdedossier, vernietigd, ofwel zodanig bewerkt dat deze niet meer tot de verpleegde kunnen worden herleid, tenzij dit in strijd is met een aanmerkelijk belang van een ander dan de verpleegde.
|
||||
**2.** Na de in het eerste lid genoemde termijn worden de bescheiden, opgenomen in het verpleegdedossier, met uitzondering van de vingerafdrukken die overeenkomstig artikel 22, tweede lid, van de wet zijn genomen, overeenkomstig de Archiefwet 1995 overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats of naar de algemene rijksarchiefbewaarplaats.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de verpleegde vóór de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn opnieuw ter beschikking wordt gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege vervalt de bewaartermijn en vangt deze aan op het tijdstip dat de nieuwe terbeschikkingstelling eindigt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -438,7 +382,7 @@ De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van een a
|
|||
|
||||
### Artikel 35a
|
||||
|
||||
**1.** Telefoongesprekken die in verband met het toezicht, bedoeld in artikel 38, tweede lid, van de wet worden opgenomen, worden bewaard voor een periode van ten hoogste acht maanden.
|
||||
**1.** Telefoongesprekken die in verband met het toezicht, bedoeld in artikel 38, tweede lid, van de wet worden opgenomen, worden bewaard voor een periode van ten hoogste acht maanden.
|
||||
|
||||
**2.** Na het verstrijken van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt een opgenomen telefoongesprek gewist.
|
||||
|
||||
|
|
@ -766,22 +710,19 @@ De reclassering kan een voorstel doen aan het openbaar ministerie tot wijziging,
|
|||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
|
||||
Van een inrichting als bedoeld in artikel 38*a*, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt vereist dat deze:
|
||||
|
||||
a. een instelling is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen die is toegelaten voor het verlenen van zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de Wet langdurige zorg, of
|
||||
b. is aangemerkt als psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1, onder *h*, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
De directeur van een inrichting als bedoeld in artikel 38*a*, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, verleent de door Onze Minister aangewezen ambtenaren te allen tijde toegang tot de plaatsen waar ter beschikking gestelden verblijven. De ambtenaren zijn, voor zover dit voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd de op deze personen betrekking hebbende stukken in te zien.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
De directeur van een inrichting als bedoeld in artikel 38*a*, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, houdt van de in deze inrichting opgenomen ter beschikking gestelden aantekeningen als bedoeld in artikel 5. Het tweede en derde lid van artikel 5 zijn van toepassing. Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de melding tevens wordt gedaan aan het openbaar ministerie dat op grond van artikel 67, eerste lid, het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent alsmede aan de reclassering, bedoeld in artikel 62.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
De directeur van een inrichting als bedoeld in artikel 38*a*, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, verschaft de reclassering die is belast met de hulp en steun van een ter beschikking gestelde die in zijn inrichting verblijft de informatie die nodig is met het oog op de verlening van hulp en steun en de opstelling van de adviezen die de reclassering opstelt met betrekking tot de ter beschikking gestelde.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 19. BELONING EN VERGOEDING TOLK EN PERSONEN IN HET KADER VAN EEN BEKLAG- OF BEROEPSZAAK
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue