2018-07-01 | BWBR0008765 | Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden

This commit is contained in:
Coornhert 2018-07-01 12:00:00 +00:00
parent bc57b46659
commit 7a0bec3339

View file

@ -226,7 +226,7 @@ b. de eisen die de behandeling van de ter beschikking gestelde gezien de aard va
### Artikel 13
**1.** Onze Minister kan bepalen dat een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde tijdelijk voor een periode van ten hoogste zeven weken ter observatie wordt geplaatst in een andere inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden dan wel een psychiatrisch ziekenhuis of een inrichting tot klinische observatie bestemd, door Onze Minister overeenkomstig artikel 198, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering aangewezen. Indien de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde niet naar een andere inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden wordt overgeplaatst, keert hij na het verstrijken van deze termijn naar de inrichting waarin hij was opgenomen terug.
**1.** Onze Minister kan bepalen dat een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde tijdelijk voor een periode van ten hoogste zeven weken ter observatie wordt geplaatst in een andere inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden dan wel een psychiatrisch ziekenhuis of een inrichting tot klinische observatie bestemd, door Onze Minister overeenkomstig artikel 198, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering aangewezen. Indien de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde niet naar een andere inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden wordt overgeplaatst, keert hij na het verstrijken van deze termijn naar de inrichting waarin hij was opgenomen terug.
**2.** Onze Minister kan, indien dit met het oog op de voorbereiding van de terugkeer van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde naar de inrichting waarin hij was opgenomen noodzakelijk is, de termijn, bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste vier weken verlengen.
@ -980,7 +980,7 @@ De voorzitter van de beklagcommissie kan de behandeling van het klaagschrift voo
**4.** Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende beheerst en in de inrichting niet op andere wijze in een vertaling kan worden voorzien, draagt de voorzitter van de beklagcommissie zorg voor een vertaling van de uitspraak en de mededeling als bedoeld in het tweede, onderscheidenlijk derde lid. De vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten geschieden volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur.
**5.** De voorzitter van de beklagcommissie kan de uitspraak ook mondeling mededelen aan de klager en het hoofd van de inrichting. Deze worden daarbij gewezen op de mogelijkheid tot het instellen van beroep bij de beroepscommissie, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan, alsmede op de mogelijkheid tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de uitspraak als bedoeld in artikel 67, vierde lid. Als dag van de uitspraak geldt de dag van het doen van deze mededeling. Indien mondeling uitspraak wordt gedaan, wordt de uitspraak op het klaagschrift aangetekend.
**5.** De voorzitter van de beklagcommissie kan de uitspraak ook mondeling mededelen aan de klager en het hoofd van de inrichting. Deze worden daarbij gewezen op de mogelijkheid tot het instellen van beroep bij de beroepscommissie, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan, alsmede op de mogelijkheid tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de uitspraak als bedoeld in artikel 67, zesde lid. Als dag van de uitspraak geldt de dag van het doen van deze mededeling. Indien mondeling uitspraak wordt gedaan, wordt de uitspraak op het klaagschrift aangetekend.
**6.** Indien het vijfde lid toepassing heeft gevonden en beroep wordt ingesteld als voorzien in artikel 67, eerste lid, vindt uitwerking van de uitspraak van de beklagcommissie plaats op de wijze als bedoeld in het tweede lid. De secretaris van de beklagcommissie zendt een afschrift van deze uitspraak toe aan het hoofd van de inrichting, de klager en de beroepscommissie.
@ -1027,7 +1027,11 @@ c. volstaan met de gehele of gedeeltelijke vernietiging.
**2.** Het beroepschrift wordt behandeld door een door de Raad benoemde commissie van tenminste drie leden of buitengewone leden, die wordt bijgestaan door een secretaris.
**3.**
**3.** De voorzitter dan wel een door hem aangewezen lid van de beroepscommissie die een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht is, kan het beroepschrift enkelvoudig afdoen indien hij het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht, met dien verstande dat hij tevens de bevoegdheden bezit die aan de voorzitter van de voltallige beroepscommissie toekomen.
**4.** De voorzitter, dan wel het door hem aangewezen lid, bedoeld in het derde lid, kan de behandeling te allen tijde verwijzen naar de voltallige beroepscommissie.
**5.**
Ten aanzien van de behandeling van het beroepschrift zijn de artikelen 56, vijfde lid, 58, tweede, vierde en vijfde lid, tweede en derde volzin, 59, vijfde lid, 60, eerste lid, 61 en 62, eerste, tweede, derde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beroepscommissie kan bepalen dat:
@ -1035,7 +1039,7 @@ a. het hoofd van de inrichting en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden
b. de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de beroepscommissie worden gemaakt;
c. ingeval bij een ander persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, het hoofd van de inrichting en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien.
**4.** De indiening van het beroepschrift schorst de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie niet, behalve voor zover deze de vaststelling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 66, zevende lid, inhoudt. Hangende de uitspraak op het beroepschrift kan de voorzitter van de beroepscommissie op verzoek van degene die beroep heeft ingesteld en gehoord de andere betrokkene in de procedure de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie schorsen. Hij doet hiervan onverwijld mededeling aan het hoofd van de inrichting en de klager.
**6.** De indiening van het beroepschrift schorst de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie niet, behalve voor zover deze de vaststelling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 66, zevende lid, inhoudt. Hangende de uitspraak op het beroepschrift kan de voorzitter van de beroepscommissie op verzoek van degene die beroep heeft ingesteld en gehoord de andere betrokkene in de procedure de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie schorsen. Hij doet hiervan onverwijld mededeling aan het hoofd van de inrichting en de klager.
### Artikel 68