diff --git a/wet/wet-luchtvaart/BWBR0005555/README.md b/wet/wet-luchtvaart/BWBR0005555/README.md index 0dcdb00b235..69dfefd3ae8 100644 --- a/wet/wet-luchtvaart/BWBR0005555/README.md +++ b/wet/wet-luchtvaart/BWBR0005555/README.md @@ -20,6 +20,8 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - algemene luchtverkeersleiding: luchtverkeersleiding voor gecontroleerde vluchten; - AOC: door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan een onderneming of groep van ondernemingen afgegeven document waarin wordt verklaard dat de betrokken luchtvaartexploitant beschikt over beroepsbekwaamheid en organisatie om luchtvaartuigen veilig te exploiteren voor de in dat bewijs gespecificeerde luchtvaartactiviteiten (Air Operator's Certificate); +- burgerexploitant: houder van een vergunning voor burgermedegebruik die is afgegeven voor burgerluchtvaart van commerciële aard onder vaststelling van een grenswaarde voor de geluidbelasting door dat luchthavenluchtverkeer, anders dan in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen; +- burgermedegebruik: gebruik van een militaire luchthaven door andere dan militaire luchtvaart; - communicatiediensten: vaste en mobiele diensten ten behoeve van de luchtvaart voor grond-tot-grond, lucht-tot-grond en lucht-tot-lucht-communicatie voor luchtverkeersleidingsdoeleinden; - EASA: het Europees agentschap, ingesteld bij de Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europese Parlement en de Raad van 15 juli 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (PbEU L 240); - Eurocontrol-organisatie: de Organisatie, ingesteld bij het op 13 december 1960 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart «Eurocontrol» (Trb. 1961, 62), zoals gewijzigd bij Protocol van 12 februari 1981 (Trb. 1981, 182); @@ -43,17 +45,28 @@ indien zij krachtens artikel 6.51 of artikel 10.7, eerste lid, zijn aangewezen. - klaring: machtiging aan de gezagvoerder van een luchtvaartuig om een vlucht aan te vangen of te vervolgen onder door een verlener van luchtverkeersleiding gestelde voorwaarden; - lid van het boordpersoneel: lid van het cockpitpersoneel en ieder, die aan boord van een luchtvaartuig ten behoeve van de inzittenden of de lading werkzaamheden verricht of heeft te verrichten, onder welke werkzaamheden mede wordt verstaan de voorbereidingshandelingen voorafgaande aan de vlucht; - lid van het cockpitpersoneel: ieder, die aan boord van een luchtvaartuig werkzaamheden verricht, welke van direct belang zijn voor de bediening van het luchtvaartuig tijdens de vlucht, onder welke werkzaamheden mede wordt verstaan de voorbereidingshandelingen voorafgaande aan de vlucht; +- luchthaven: een terrein geheel of gedeeltelijk bestemd voor het opstijgen en het landen van luchtvaartuigen met inbegrip van: + +1°. de daarmee verband houdende bewegingen van luchtvaartuigen op de grond, +2°. de afwikkeling van het in de aanhef en onder 1° bedoelde luchtverkeer, of +3°. bedrijfsmatige activiteiten die samenhangen met de afwikkeling van het in de aanhef en onder 1° bedoelde luchtverkeer; +- luchthavenbesluit: het besluit, bedoeld in de artikelen 8.43, eerste en tweede lid, 8.70, eerste lid, of 10.15; +- luchthavengebied: het gebied dat bestemd is voor gebruik als luchthaven; +- luchthavenindelingbesluit: het besluit, bedoeld in artikel 8.4; +- luchthavenluchtverkeer: het onder het begrip luchthaven, in de aanhef en onder 1°, bedoelde luchtverkeer; +- luchthavenregeling: de regeling, bedoeld in de artikelen 8.64, eerste lid, 8.77, eerste lid, of 10.39, eerste lid; +- luchthavenverkeerbesluit: het besluit, bedoeld in artikel 8.15; - luchtruimbeheer: een planningsfunctie met als belangrijkste doel een maximale benutting van beschikbaar luchtruim door dynamische *timesharing* en, bij gelegenheid, scheiding van luchtruim tussen verschillende categorieën luchtruimgebruikers op basis van kortetermijnbehoeften; - luchtruimblok: luchtruim van vastgestelde afmetingen, in ruimte en tijd, waarbinnen luchtvaartnavigatiediensten worden verleend; - luchtruimgebruikers: alle luchtvaartuigen die als luchtverkeer opereren; - luchtruimverordening: verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (PbEU L 96); +- luchtvaartgebied: het deel van de luchthaven dat bestemd is voor luchthavenluchtverkeer; - luchtvaartinlichtingendienst: een binnen het vastgestelde gebied opgerichte dienst die verantwoordelijk is voor het verstrekken van luchtvaartinformatie en gegevens die nodig zijn voor de veiligheid, regelmaat en efficiency van luchtvaartnavigatie; - luchtvaartmaatschappij: onderneming, welke geheel of gedeeltelijk haar bedrijf maakt van het vervoer van personen, dieren of goederen met luchtvaartuigen; - luchtvaartnavigatiediensten: luchtverkeersdiensten, communicatie-, navigatie- en plaatsbepalingsdiensten, meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie, en luchtvaartinlichtingendiensten; - luchtvaartnavigatiedienstenverordening: verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim (PbEU L 96); -- luchtvaartterrein: een terrein, dat is ingericht voor het opstijgen en het landen alsmede de daarmede verband houdende bewegingen van luchtvaartuigen op dat terrein; - luchtvaartuig: toestel, dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten, die de lucht daarop uitoefent, anders dan de krachten van de lucht tegen het aardoppervlak; -- luchtverkeer: het geheel der verplaatsingen van luchtvaartuigen in de lucht of op een luchtvaartterrein, alsmede het gebruik van het luchtruim door toestellen die geen luchtvaartuigen zijn; +- luchtverkeer: het geheel der verplaatsingen van luchtvaartuigen in de lucht of op een luchthaven, alsmede het gebruik van het luchtruim door toestellen die geen luchtvaartuigen zijn; - luchtverkeersbeveiliging: de verzameling van functies in de lucht en functies op de grond, te weten luchtverkeersdiensten, luchtruimbeheer en regeling van luchtverkeersstromen, die nodig zijn om de veiligheid en de doeltreffendheid van de vliegtuigbewegingen in alle fasen te waarborgen; - luchtverkeersdiensten: vluchtinlichtingendiensten, alarmeringsdiensten, adviesdiensten voor het luchtverkeer en luchtverkeersleiding, zijnde algemene luchtverkeersleiding, naderingsluchtverkeersleiding en plaatselijke luchtverkeersleiding; - luchtverkeersleidingsdienst: dienst die wordt verricht teneinde: @@ -63,6 +76,7 @@ indien zij krachtens artikel 6.51 of artikel 10.7, eerste lid, zijn aangewezen. – tussen luchtvaartuigen en – tussen luchtvaartuigen en hindernissen op dat deel van de luchthaven dat is bedoeld voor het opstijgen, landen en taxiën met luchtvaartuigen, en 2.° een geordende luchtverkeersstroom tot stand te brengen en te handhaven; +- luchtverkeerweg: een ten behoeve van geleiding van het luchthavenluchtverkeer afgebakend deel van het luchtruim; - LVNL: de organisatie voor het verlenen van luchtverkeersdiensten, bedoeld in artikel 5.22; - meteorologische diensten: de faciliteiten en diensten die luchtvaartuigen voorzien van weersverwachtingen, instructies en waarnemingen, alsmede andere meteorologische informatie en gegevens voor gebruik in de luchtvaart; - naderingsluchtverkeersleiding: luchtverkeersleiding voor aankomende of vertrekkende gecontroleerde vluchten; @@ -74,6 +88,8 @@ indien zij krachtens artikel 6.51 of artikel 10.7, eerste lid, zijn aangewezen. - regeling van luchtverkeersstromen: functie die tot doel heeft bij te dragen aan een veilige, ordelijke en vlotte doorstroming van het luchtverkeer door ervoor te zorgen dat de luchtverkeersleidingscapaciteit optimaal wordt benut en dat het verkeersvolume verenigbaar is met de door de betrokken luchtverkeersdienstverleners afgegeven capaciteit; - STD: een trainingsinstrument zijnde een vluchtnabootser, een vliegtrainingsinstrument, een trainer voor vlieg- en navigatieprocedures of een ander trainingsinstrument (Synthetic Training Device); - timesharing: de verdeling in de tijd gezien van het beschikbaar luchtruim of een gedeelte daarvan over luchtruimgebruikers of verschillende categorieën luchtruimgebruikers; +- veiligheidscertificaat: verklaring dat de exploitant van de luchthaven met het veiligheidsmanagementsysteem de veiligheidsrisico's op die luchthaven beheerst; +- veiligheidsmanagementsysteem: een systeem voor het management van de orde en de veiligheid op de luchthaven; - verleners van luchtvaartnavigatiediensten: de openbare of particuliere lichamen die luchtvaartnavigatiediensten voor het luchtverkeer verlenen; - vlucht: de verplaatsing van het luchtvaartuig gedurende het tijdsverloop dat het in beweging komt met de bedoeling om op te stijgen, tot het ogenblik dat het weer tot volledige stilstand is gekomen na de landing; - vluchtinformatiegebied Amsterdam: het luchtruim boven het gebied, dat wordt begrensd door de rijksgrenzen en de kortste lijn op de ellipsoïde tussen de posities met de coördinaten 51°22'25" N 003°21'50" O en 51°30'00" N 002°00'00" O, 51°30'00" N 002°00'00" O en 55°00'00" N 005°00'00" O, de loxodroom tussen 55°00'00" N, 005°00'00" O en 55°00'00" N 006°30'00" O en de kortste lijn op de ellipsoïde tussen de posities met de coördinaten 55°00'00" N 006°30'00" O en 53°40'00" N, 006°30'00" O, uitgedrukt in het geografische referentiesysteem WGS 84; @@ -1006,7 +1022,7 @@ Het is verboden op zodanige wijze aan het luchtverkeer deel te nemen dan wel luc Het is verboden boven gebieden met aaneengesloten bebouwing of kunstwerken, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenmenigten, aan het luchtverkeer deel te nemen op een zodanige hoogte dat het niet meer mogelijk is een noodlanding uit te voeren zonder personen of zaken op het aardoppervlak in gevaar te brengen, tenzij zulks noodzakelijk is: -a. om op te stijgen van of te landen op een luchtvaartterrein; +a. om op te stijgen van of te landen op een luchthaven; b. voor de uitvoering van naderings- en vertrekprocedures, alsmede van luchtverkeerspatronen. ### Artikel 5.5 @@ -1022,7 +1038,7 @@ b. de met betrekking tot de uitvoering van vluchten te verstrekken inlichtingen; c. de communicatie tussen deelnemers aan het luchtverkeer onderling en met de instanties en organisaties belast met het verlenen van luchtverkeersdiensten; d. de in en ten behoeve van het luchtverkeer te gebruiken tekens en seinen; e. het gebruik van het luchtruim anders dan door luchtverkeer; en -f. gedrag van het verkeer op een luchtvaartterrein. +f. gedrag van het verkeer op een luchthaven. **3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing of vrijstelling verlenen van het bepaalde bij of krachtens het eerste en tweede lid, mede met inachtneming van het veilige, ordelijke en vlotte verloop van het luchtverkeer. Aan de ontheffing of vrijstelling kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. Het is verboden in strijd met die voorschriften of beperkingen te handelen. @@ -1073,7 +1089,7 @@ b. om andere dringende redenen, waarbij het uitoefenen van de luchtvaart en omst Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur: -a. worden, met inachtneming van het type en de dichtheid van het luchtverkeer, delen van het vluchtinformatiegebied Amsterdam alsmede luchtvaartterreinen aangewezen waar de daarbij bepaalde vormen van luchtverkeersdiensten worden verleend; +a. worden, met inachtneming van het type en de dichtheid van het luchtverkeer, delen van het vluchtinformatiegebied Amsterdam alsmede luchthavens aangewezen waar de daarbij bepaalde vormen van luchtverkeersdiensten worden verleend; b. worden in het vluchtinformatiegebied Amsterdam luchtverkeersroutes en -procedures vastgesteld, waaronder mede zijn begrepen naderings-, vertrek- en wachtprocedures, alsmede luchtverkeerspatronen; c. kunnen delen van het vluchtinformatiegebied Amsterdam worden aangewezen als bijzondere luchtverkeersgebieden, waar daarbij gegeven voorschriften gelden. @@ -1199,7 +1215,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bevordering van een v ### Artikel 5.19 -Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de beheerder van een burgerluchtvaartterrein met inachtneming van de daarbij te stellen regels na overleg met de gebruikers en de betrokken verlener van luchtverkeersleidingsdiensten, de volgorde van het gebruik van het luchtvaartterrein vaststelt. +Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de exploitant van een burgerluchthaven met inachtneming van de daarbij te stellen regels na overleg met de gebruikers en de betrokken verlener van luchtverkeersleidingsdiensten, de volgorde van het gebruik van de luchthaven vaststelt. #### Paragraaf 5.2.2. Vergoedingen @@ -1325,7 +1341,7 @@ Onze Minister van Verkeer en Waterstaat benoemt, schorst en ontslaat de leden, m a. een lid wordt benoemd op voordracht van Onze Minister van Defensie; b. twee leden worden benoemd op voordracht van de raad van toezicht uit verschillende in Nederland werkzame luchtvaartmaatschappijen; -c. een lid wordt benoemd op voordracht van de raad van toezicht uit de kring van de exploitanten van Nederlandse luchtvaartterreinen; en +c. een lid wordt benoemd op voordracht van de raad van toezicht uit de kring van de exploitanten van Nederlandse luchthavens; en d. een lid, tevens voorzitter, wordt benoemd op voordracht van de raad van toezicht. Omtrent de voordracht besluiten de leden van de raad van toezicht met gewone meerderheid, met dien verstande dat de voorzitter niet deelneemt aan de vaststelling van de voordracht. **4.** Zolang in een vacature in de raad van toezicht niet is voorzien, vormen de overblijvende leden de raad van toezicht, met de bevoegdheid van de volledige raad. @@ -1512,7 +1528,7 @@ Deze titel is, met uitzondering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 6 **2.** Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevaarlijke stoffen of categorieën van gevaarlijke stoffen, indien aan de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur terzake gestelde regels is voldaan. -**3.** Onder het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt mede begrepen het laten staan op een luchtvaartterrein van een luchtvaartuig waarin zich dergelijke stoffen bevinden. +**3.** Onder het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt mede begrepen het laten staan op een luchthaven van een luchtvaartuig waarin zich dergelijke stoffen bevinden. ### Artikel 6.52 @@ -1542,11 +1558,11 @@ k. het aanwijzen van luchtroutes waarlangs door Onze Minister van Verkeer en Wat ### Artikel 6.54 -**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kan na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het belang van de openbare veiligheid ten aanzien van luchtvaartuigen die door hem aangewezen gevaarlijke stoffen vervoeren, bepalen dat die luchtvaartuigen uitsluitend van door hem aangewezen luchtvaartterreinen mogen starten of op die luchtvaartterreinen mogen landen. +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kan na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het belang van de openbare veiligheid ten aanzien van luchtvaartuigen die door hem aangewezen gevaarlijke stoffen vervoeren, bepalen dat die luchtvaartuigen uitsluitend van door hem aangewezen luchthavens mogen starten of op die luchthavens mogen landen. -**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kan na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het belang van de openbare veiligheid bepalen, dat de in het eerste lid bedoelde gevaarlijke stoffen op de in het eerste lid bedoelde luchtvaartterreinen slechts mogen worden geladen, gelost of neergelegd op door hem op die luchtvaartterreinen aangewezen plaatsen. +**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kan na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het belang van de openbare veiligheid bepalen, dat de in het eerste lid bedoelde gevaarlijke stoffen op de in het eerste lid bedoelde luchthavens slechts mogen worden geladen, gelost of neergelegd op door hem op die luchthavens aangewezen plaatsen. -**3.** Onze Minister van Defensie kan ten aanzien van militaire helikopters de in het eerste en tweede lid bedoelde beperkingen ook doen gelden voor door hem aangewezen terreinen, niet zijnde luchtvaartterreinen. +**3.** Onze Minister van Defensie kan ten aanzien van militaire helikopters de in het eerste en tweede lid bedoelde beperkingen ook doen gelden voor door hem aangewezen terreinen, niet zijnde luchthavens. **4.** Het is verboden te handelen in strijd met het bepaalde krachtens het eerste of tweede lid. @@ -1683,7 +1699,7 @@ Een luchthavencoördinator als bedoeld in Verordening nr. 95/93 van de Raad van **2.** Met betrekking tot niet-commerciële diensten van luchtvaartuigen met een MTOM van 2700 kg of minder bedraagt de verzekeringsdekking ten minste 100 000 BTR per passagier. -## Hoofdstuk 8. De luchthaven Schiphol +## Hoofdstuk 8. Luchthavens ### Titel 8.1. Algemeen @@ -1691,28 +1707,81 @@ Een luchthavencoördinator als bedoeld in Verordening nr. 95/93 van de Raad van **1.** -In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: +Luchthavens zijn te onderscheiden in: -a. *luchthaven*: een samenstel van in elkaars nabijheid gelegen voorzieningen ten behoeve van: +a. de luchthaven Schiphol, +b. overige burgerluchthavens, en +c. militaire luchthavens. -1°. het opstijgen en het landen van luchtvaartuigen en de daarmee verband houdende bewegingen van luchtvaartuigen op de grond; -2°. de afwikkeling van het in onderdeel 1° bedoelde luchtverkeer; -3°. bedrijfsmatige activiteiten die samenhangen met de afwikkeling van het in onderdeel 1° bedoelde luchtverkeer; -b. *luchthavenluchtverkeer*: het in onderdeel a, onderdeel 1°, bedoelde luchtverkeer; -c. *luchthavenindelingbesluit*: het besluit, bedoeld in artikel 8.4; -d. *luchthavenverkeerbesluit*: het besluit, bedoeld in artikel 8.15; -e. *luchtverkeerweg*: een ten behoeve van geleiding van het luchthavenluchtverkeer afgebakend deel van het luchtruim; -f. *luchthavenexploitatievergunning*: de vergunning, bedoeld in artikel 8.25; -g. *exploitant van de luchthaven*: de N.V. Luchthaven Schiphol, of, indien dit een ander is, de houder van de luchthavenexploitatievergunning; -h. *inspecteur-generaal*: de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat; -i. *gebruiker*: een luchtvaartmaatschappij, alsmede een persoon of rechtspersoon die vluchten uitvoert, niet zijnde een luchtvaartmaatschappij; -j. *raad*: de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet. +**2.** -**2.** In dit hoofdstuk wordt onder bestemmingsplan mede verstaan een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening. +Overige burgerluchthavens zijn van regionale betekenis of van nationale betekenis. Deze luchthavens zijn van nationale betekenis indien: + +a. zij zijn gelegen buiten provinciegrenzen zoals bepaald bij of krachtens de Provinciewet, of +b. dit bij wet is bepaald. + +**3.** + +Luchthavens van nationale betekenis zijn: + +a. de luchthaven Lelystad, +b. de luchthaven Eelde, +c. de luchthaven Maastricht, en +d. de luchthaven Rotterdam. + +**4.** + +Indien het militaire gebruik van een militaire luchthaven, met uitzondering van de militaire luchthaven Twenthe, wordt beëindigd door intrekking van: + +a. de aanwijzing op grond van de Luchtvaartwet van die luchthaven als militaire luchthaven, of +b. het luchthavenbesluit dat op deze luchthaven betrekking heeft, + +en op die plaats een burgerluchthaven wordt gevestigd, dan is deze luchthaven van nationale betekenis. + +**5.** In afwijking van het vierde lid kan bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld dat een luchthaven als bedoeld in dat lid van regionale betekenis is. + +**6.** De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + +**7.** + +Indien het militaire gebruik van de militaire luchthaven Twenthe wordt beëindigd door intrekking van: + +a. de aanwijzing op grond van de Luchtvaartwet van die luchthaven als militaire luchthaven, of +b. het luchthavenbesluit dat op deze luchthaven betrekking heeft, + +en op die plaats een burgerluchthaven wordt gevestigd, dan is deze luchthaven van nationale betekenis. + +### Artikel 8.1a + +**1.** Het is verboden met een luchtvaartuig op te stijgen of te landen, anders dan van of op een luchthaven. + +**2.** Het is verboden de luchthaven Schiphol in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenindelingbesluit en luchthavenverkeerbesluit gelden en indien de exploitant van deze luchthaven niet beschikt over een geldig veiligheidscertificaat. + +**3.** Het is verboden een overige burgerluchthaven in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenbesluit of luchthavenregeling geldt. Vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist indien buiten het luchthavengebied het externe-veiligheidsrisico of de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer zodanig is dat dit gevolgen heeft voor de ruimtelijke indeling van het gebied rond de luchthaven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de mate van externe-veiligheidsrisico of geluidbelasting buiten het luchthavengebied bepaald die vaststelling van gevolgen voor de ruimtelijke indeling van het gebied rond de luchthaven noodzakelijk maakt. De voordracht voor een krachtens de vorige volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + +**4.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +**5.** Voor een militaire luchthaven is een luchthavenbesluit of een luchthavenregeling van kracht. + +**6.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +### Titel 8.2. De luchthaven Schiphol + +#### Afdeling 8.2.1. Algemeen + +### Artikel 8.1b + +In deze titel wordt verstaan onder: + +- *exploitant van de luchthaven:* de N.V. Luchthaven Schiphol, of, indien dit een ander is, de houder van de luchthavenexploitatievergunning; +- *gebruiker:* een luchtvaartmaatschappij, alsmede een persoon of rechtspersoon die vluchten uitvoert, niet zijnde een luchtvaartmaatschappij; +- *inspecteur-generaal:* de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat; +- *luchthavenexploitatievergunning:* de vergunning, bedoeld in artikel 8.25; +- *raad:* de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet. ### Artikel 8.2 -Dit hoofdstuk is van toepassing ten aanzien van de luchthaven Schiphol. +Deze titel is van toepassing ten aanzien van de luchthaven Schiphol. ### Artikel 8.2a @@ -1726,11 +1795,11 @@ Dit hoofdstuk is van toepassing ten aanzien van de luchthaven Schiphol. ### Artikel 8.3 -De uitoefening van de bevoegdheden die voortvloeien uit dit hoofdstuk is gericht op het bevorderen van een optimaal gebruik van de luchthaven als kwalitatief hoogwaardig knooppunt van nationaal en internationaal luchtverkeer, met inachtneming van de grenzen die met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting noodzakelijk zijn. +De uitoefening van de bevoegdheden die voortvloeien uit deze titel is gericht op het bevorderen van een optimaal gebruik van de luchthaven als kwalitatief hoogwaardig knooppunt van nationaal en internationaal luchtverkeer, met inachtneming van de grenzen die met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting noodzakelijk zijn. -### Titel 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven +#### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven -#### Paragraaf 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit +##### Paragraaf 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit ### Artikel 8.4 @@ -1811,7 +1880,7 @@ Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuu **5.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt regels omtrent de vergoeding die de aanvrager van een ontheffing verschuldigd is voor de kosten van het verlenen van de ontheffing. -#### Paragraaf 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit +##### Paragraaf 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit ### Artikel 8.13 @@ -1821,9 +1890,9 @@ De voordracht voor een luchthavenindelingbesluit wordt niet gedaan dan nadat het Artikel 8.13 is van overeenkomstige toepassing op het wijzigen van het luchthavenindelingbesluit. -### Titel 8.3. Het luchthavenluchtverkeer +#### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer -#### Paragraaf 8.3.1. Het luchthavenverkeerbesluit +##### Paragraaf 8.3.1. Het luchthavenverkeerbesluit ### Artikel 8.15 @@ -1940,13 +2009,13 @@ b. het vervangen van een in het luchthavenverkeerbesluit vastgelegde grenswaarde **9.** De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 8.34, danwel een ander per ministeriële regeling aan te wijzen orgaan, kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verzoeken om een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vast te stellen. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, overweegt het verzoek en deelt uiterlijk zes weken na ontvangst van het verzoek zijn overwegingen, met redenen omkleed, aan de commissie en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal mee. -#### Paragraaf 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit +##### Paragraaf 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit ### Artikel 8.24 De artikelen 8.13 en 8.14 zijn van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden en het wijzigen van het luchthavenverkeerbesluit. -### Titel 8.4. De exploitatie van de luchthaven +#### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven ### Artikel 8.24a @@ -2103,15 +2172,15 @@ De raad brengt elk jaar aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verslag uit Een voordracht voor een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 8.25d tot en met 8.25g wordt gedaan door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken. -### Titel 8.5. Informatievoorziening +#### Afdeling 8.5. Informatievoorziening -#### Paragraaf 8.5.1. Algemeen +##### Paragraaf 8.5.1. Algemeen ### Artikel 8.26 Een ministeriële regeling op grond van deze titel wordt vastgesteld door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. -#### Paragraaf 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting +##### Paragraaf 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting ### Artikel 8.27 @@ -2121,7 +2190,7 @@ Een ministeriële regeling op grond van deze titel wordt vastgesteld door Onze M **3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent het registreren en omtrent de metingen en berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn. -#### Paragraaf 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking +##### Paragraaf 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking ### Artikel 8.28 @@ -2161,60 +2230,25 @@ b. de ter uitvoering van artikel 8.22 getroffen maatregelen en van de doelmatigh **2.** De openbaarmaking geschiedt door kennisgeving van de gegevens of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien alleen van de zakelijke inhoud kennis wordt gegeven, worden de gegevens tegelijk ter inzage gelegd. In de kennisgeving wordt vermeld waar en wanneer de gegevens ter inzage liggen. -#### Paragraaf 8.5.4. Gegevensverstrekking, geluidbelastingkaart en actieplan in verband met de richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai +##### Paragraaf 8.5.4. Gegevensverstrekking, geluidbelastingkaart en actieplan in verband met de richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai ### Artikel 8.30a -**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt vóór 30 juni 2007 en vervolgens vóór 30 juni van elk vijfde kalenderjaar een geluidbelastingkaart vast die betrekking heeft op een geluidbelasting L_den en geluidbelasting L_night veroorzaakt door de luchthaven op woningen en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen. - -**2.** Onder geluidbelasting L_den wordt verstaan: geluidbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 07.00 tot 19.00 uur, van 19.00 tot 23.00 uur en van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar. Onder geluidbelasting L_night wordt verstaan: geluidbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 2, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar. - -**3.** - -De geluidbelastingkaart geeft ten minste een weergave van: - -a. de geluidbelasting L_den en de geluidbelasting L_night veroorzaakt door de luchthaven in de periode van een jaar van 1 november van het tweede jaar voorafgaand aan het jaar van vaststelling van de geluidbelastingkaart tot en met 31 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar van vaststelling van de geluidbelastingkaart, en -b. het aantal woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en bewoners van woningen die aan bepaalde waarden van geluidbelasting L_den en geluidbelasting L_night worden blootgesteld. - -**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent deinhoud, vormgeving en inrichting van de geluidbelastingkaart. Ten behoeve van de bepaling van de geluidsbelasting L_den en de geluidsbelasting L_night vanwege de luchthaven kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld. +Vervallen ### Artikel 8.30b -**1.** De exploitant van de luchthaven verschaft ten behoeve van de vaststelling van de geluidbelastingkaart, bedoeld in artikel 8.30a, eerste lid, aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat op zijn verzoek alle noodzakelijke inlichtingen en gegevens. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de te verschaffen inlichtingen en gegevens, waaronder de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze moeten worden verschaft. +Vervallen ### Artikel 8.30c -**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat geeft binnen één maand na vaststelling van de geluidbelastingkaart, bedoeld in artikel 8.30a, eerste lid, mededeling van deze vaststelling in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen dan wel op andere geschikte wijze. Hierbij geeft hij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van de geluidbelastingkaart. - -**2.** - -Onze Minister van Verkeer en Waterstaat: - -a. stelt de geluidsbelastingkaart zo mogelijk elektronisch ter beschikking van eenieder; -b. voegt bij de geluidsbelastingkaart een overzicht van de belangrijkste punten van die kaart. - -**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt de geluidbelastingkaart binnen één maand na vaststelling aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. +Vervallen ### Artikel 8.30d -**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt vóór 18 juli 2008 aan de hand van de geluidbelastingkaart, bedoeld in artikel 8.30a, een actieplan vast met betrekking tot de luchthaven. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling wordt het actieplan opnieuw overwogen, en zo nodig aangepast. +Vervallen -**2.** - -Het actieplan bevat ten minste een beschrijving van: - -a. het te voeren beleid om geluidbelasting L_den en geluidbelasting L_night te beperken, en -b. de voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van in het luchthavenverkeerbesluit vastgestelde waarden van geluidbelasting L_den of geluidbelasting L_night te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen. - -**3.** Een actieplan wordt voorbereid met overeenkomstige toepassing van de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure, met dien verstande dat in afwijking van artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht, eenieder zienswijzen naar voren kan brengen. - -**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud, vormgeving en inrichting van het actieplan. - -**5.** Artikel 8.30c is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van actieplannen. - -### Titel 8.6. Financiële aspecten +#### Afdeling 8.6. Financiële aspecten ### Artikel 8.31 @@ -2232,7 +2266,7 @@ Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan in overeenstemming met Onze Minister Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan regels stellen ten aanzien van het verstrekken van geldelijke steun uit s Rijks kas aan gemeenten ter bestrijding van de kosten ten gevolge van uitvoering van de in overeenstemming met het luchthavenindelingbesluit gebrachte bestemmingsplannen. -### Titel 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven schiphol +#### Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol ### Artikel 8.34 @@ -2276,8 +2310,631 @@ De commissie heeft een secretariaat. De samenstelling en de werkzaamheden van he Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie wordt in het bestuursreglement geregeld. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. +### Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis + +#### Afdeling 8.3.1. Algemeen + +### Artikel 8.41 + +**1.** Deze titel is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, indien bovenprovinciale belangen dit vorderen, regels worden gesteld ten aanzien van de vorm van luchtvaart die in ieder geval toegang heeft tot een luchthaven van regionale betekenis. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan tevens worden bepaald welke grenswaarden voor de geluidbelasting voor dit luchthavenluchtverkeer ter beschikking moeten worden gesteld. + +**3.** De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + +#### Afdeling 8.3.2. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenbesluit + +##### Paragraaf 8.3.2.1. Algemeen + +### Artikel 8.42 + +Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis waarvoor op grond van artikel 8.1a, derde lid, vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist. + +##### Paragraaf 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit + +### Artikel 8.43 + +**1.** Provinciale staten stellen bij verordening voor de luchthaven een luchthavenbesluit vast. Provinciale staten kunnen de bevoegdheid tot het vaststellen van deze verordening niet overdragen als bedoeld in artikel 152 van de Provinciewet. + +**2.** + +Een luchthavenbesluit bevat bepalingen omtrent: + +a. het luchthavenluchtverkeer, en +b. de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven. + +**3.** Artikel 107 van de Provinciewet is niet van toepassing, tenzij op grond van artikel 106 van de Wet gemeenschappelijke regelingen een plusregio is ingesteld. + +### Artikel 8.44 + +**1.** + +Het luchthavenbesluit bevat ten aanzien van het luchthavenluchtverkeer: + +a. grenswaarden en regels voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op de geluidbelasting, en +b. regels voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op de vliegveiligheid. + +**2.** Een luchthavenbesluit kan tevens regels of grenswaarden bevatten die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico of de lokale luchtverontreiniging. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de in luchthavenbesluiten op te nemen grenswaarden en regels. Deze maatregel stelt in ieder geval regels omtrent het opnemen van grenswaarden voor de geluidbelasting. Bij deze maatregel kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en tussen vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens. + +**4.** De artikelen 8.19 tot en met 8.21 zijn van overeenkomstige toepassing. + +**5.** De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + +### Artikel 8.45 + +**1.** Zodra gedeputeerde staten constateren dat een in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarde is overschreden, schrijven zij maatregelen voor die naar hun oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden. + +**2.** Artikel 8.22, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat gedeputeerde staten in de plaats treden van de inspecteur-generaal. Artikel 8.44, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregel. + +### Artikel 8.46 + +**1.** + +Gedeputeerde staten kunnen indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar hun oordeel ernstig wordt belemmerd: + +a. vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenbesluit; +b. een in het luchthavenbesluit vastgelegde grenswaarde voor geluid vervangen door een andere grenswaarde. + +**2.** Aan een vrijstelling of vervanging kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op de geluidbelasting, het externe-veiligheidsrisico, de vliegveiligheid of de lokale luchtverontreiniging. + +**3.** Artikel 8.23, tweede lid, is van toepassing. Artikel 8.44, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beperkingen en voorschriften. + +### Artikel 8.47 + +**1.** In het luchthavenbesluit worden ten behoeve van de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven, het luchthavengebied en het beperkingengebied vastgesteld. + +**2.** De artikelen 8.5, derde tot en met vijfde lid, 8.6, 8.7, eerste en derde lid, 8.8, 8.9, 8.10, 8.11 en 8.12, eerste tot en met vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in artikel 8.9, derde lid, respectievelijk de ontheffing, bedoeld in artikel 8.12, derde lid, wordt verleend door gedeputeerde staten. + +**3.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de in luchthavenbesluiten op te nemen regels omtrent de vaststelling van het luchthavengebied en het beperkingengebied. Deze maatregel stelt ten aanzien van het beperkingengebied in ieder geval regels ten aanzien van: + +a. de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer; +b. de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; +c. de bestemming en het gebruik van de grond waaronder begrepen de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de vliegveiligheid. + +**4.** De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + +### Artikel 8.47a + +Provinciale staten nemen bij de vaststelling van het luchthavenbesluit het beleid in acht dat door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat over luchthavens is vastgelegd. + +### Artikel 8.48 + +Op de voorbereiding van een luchthavenbesluit of op de voorbereiding van een wijziging van een luchthavenbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. + +### Artikel 8.49 + +**1.** Een luchthavenbesluit of een wijziging van dit besluit treedt niet in werking dan nadat Onze Minister van Verkeer en Waterstaat heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door het luchthavenluchtverkeer is gewaarborgd. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat beslist binnen negen weken na indiening van de aanvraag voor deze verklaring veilig gebruik. + +**2.** De afgifte van de verklaring van geen bezwaar op grond van artikel 8.9, derde lid, of de ontheffing op grond van artikel 8.12, derde lid, geschiedt niet dan nadat Onze Minister van Verkeer en Waterstaat heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door deze verklaring of ontheffing is gewaarborgd. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat beslist binnen vier weken na indiening van de aanvraag voor deze verklaring veilig gebruik. Hij kan die beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. + +**3.** + +De verklaring veilig gebruik, bedoeld in het tweede lid, is van rechtswege verleend indien Onze Minister: + +a. niet binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing op die aanvraag heeft genomen, +b. niet binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag heeft besloten de beslissing op die aanvraag te verdagen, of +c. niet binnen de termijn waarmee de beslissing op de aanvraag is verdaagd, een beslissing op die aanvraag heeft genomen. + +**4.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden voorschriften gegeven omtrent de gegevens die bij een aanvraag voor een verklaring van veilig gebruik moeten worden meegezonden. + +### Artikel 8.49a + +Tijdens de periode dat wordt beslist op de aanvraag voor de verklaring veilig gebruik, bedoeld in artikel 8.49, eerste lid, kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het luchthavenbesluit toetsen aan het bepaalde bij of krachtens artikel 8.1a, derde lid, 8.41, 8.44, 8.47, 8.47a of 8.51. + +##### Paragraaf 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven + +### Artikel 8.50 + +Indien voor een luchthaven op grond van artikel 5.11, eerste lid, onderdeel b, luchtverkeersroutes en -procedures worden vastgesteld, geschiedt vaststelling van het deel van de luchtverkeersroutes die zijn gelegen in het plaatselijk luchtverkeersleidinggebied, en vaststelling van de luchtverkeersprocedures, in overeenstemming met gedeputeerde staten. Bij de vaststelling van deze routes en procedures wordt het advies van gedeputeerde staten gevolgd, tenzij dit niet mogelijk is met het oog op de vliegveiligheid, de indeling van het luchtruim of de capaciteit van het luchtruim. + +##### Paragraaf 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven + +### Artikel 8.51 + +Artikel 8.24a is van toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van het derde lid gedeputeerde staten in de plaats treden van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. + +### Artikel 8.52 + +**1.** De exploitant van een luchthaven is gerechtigd luchthavenluchtverkeer ten behoeve van burgerluchtvaart op de luchthaven afhankelijk te stellen van toestemming. De toestemming wordt alleen geweigerd om te voorkomen dat de in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarden worden overschreden. + +**2.** Indien op de luchthaven luchtverkeersdienstverlening wordt gegeven vindt afstemming plaats met de verlening van luchtverkeersdienstverlening. + +**3.** Indien de exploitant gebruik maakt van het recht, bedoeld in het eerste lid, kan hij bij de vaststelling van tarieven voor de luchthaven een opslagtarief vaststellen voor het geval een luchtvaartuig zonder voorafgaande toestemming start of landt. + +### Artikel 8.53 + +Indien de exploitant van een luchthaven tarieven en voorwaarden vaststelt voor het gebruik van de luchthaven zijn deze non-discriminatoir. + +##### Paragraaf 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking + +### Artikel 8.54 + +**1.** De exploitant van de luchthaven draagt zorg voor het registreren van de milieubelasting en indien van toepassing het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer. Hij verricht de berekeningen die voor die registratie noodzakelijk zijn. Het registreren wordt zodanig uitgevoerd dat een vergelijking mogelijk is met de in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarden. + +**2.** Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen omtrent de registratie en omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de registratie van de milieubelasting en indien van toepassing het externe-veiligheidsrisico voor zover op grond van artikel 8.44, derde lid, nadere regels zijn voorgeschreven. Hierbij worden tevens regels voorgeschreven omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + +**4.** + +De exploitant van de luchthaven verstrekt aan gedeputeerde staten: + +a. de op grond van het eerste tot en met derde lid geregistreerde gegevens; +b. gegevens over de in het eerste tot en met derde lid bedoelde berekeningen. + +### Artikel 8.55 + +**1.** Gedeputeerde staten brengen ieder jaar aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verslag uit over de milieuaspecten en indien van toepassing de externe-veiligheidsaspecten vanwege het luchthavenluchtverkeer. + +**2.** De artikelen 8.29, tweede lid, en 8.30 zijn van overeenkomstige toepassing. + +##### Paragraaf 8.3.2.6. Financiële aspecten + +### Artikel 8.56 + +**1.** Indien een belanghebbende ten gevolge van een luchthavenbesluit schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of onvoldoende anderszins is verzekerd, kennen gedeputeerde staten hem op aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. + +**2.** De artikelen 8.31, tweede en derde lid, en 8.32 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat bij de toepassing van artikel 8.31, tweede lid, gedeputeerde staten in de plaats treden van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. + +### Artikel 8.57 + +Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen regels worden gesteld ten aanzien van het verstrekken van geldelijke steun uit de provinciale kas aan gemeenten ter bestrijding van de kosten ten gevolge van uitvoering van in overeenstemming met het luchthavenbesluit gebrachte bestemmingsplannen. + +##### Paragraaf 8.3.2.7. Commissie regionaal overleg luchthaven + +### Artikel 8.58 + +**1.** Provinciale staten stellen voor iedere luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven in. De artikelen 107 en 152 van de Provinciewet zijn niet van toepassing. + +**2.** + +De commissie bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en in ieder geval uit vertegenwoordigers van: + +a. gemeenten waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen, +b. de exploitant van de luchthaven, +c. de verlener van luchtverkeersdienstverlening voor zover op de luchthaven van toepassing, en +d. omwonenden van de luchthaven. + +**3.** Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheidbezittende gebruikersorganisaties of milieuorganisaties. + +### Artikel 8.59 + +**1.** De commissie heeft tot taak om door overleg tussen de in artikel 8.58, tweede en derde lid, bedoelde betrokkenen een gebruik van de luchthaven te bevorderen dat zoveel mogelijk recht doet aan de belangen van die betrokkenen. + +**2.** Provinciale staten stellen nadere regels vast omtrent de taak, de samenstelling en de werkwijze van de commissie. Daarbij wordt in ieder geval bepaald welke in artikel 8.58, tweede lid, onderdeel a, bedoelde gemeenten in de commissie vertegenwoordigd zijn. + +**3.** De voorzitter van de commissie wordt door provinciale staten benoemd, geschorst en ontslagen. + +**4.** Elk ander lid wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de voorzitter op voordracht van het orgaan of de organisatie die het lid vertegenwoordigt. + +##### Paragraaf 8.3.2.8. Aanwijzingen + +### Artikel 8.60 + +Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan aan provinciale staten een aanwijzing geven een luchthavenbesluit vast te stellen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 8.1a, derde lid, 8.41, 8.44, 8.47, 8.47a of 8.51. + +### Artikel 8.61 + +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan aan gedeputeerde staten een aanwijzing geven maatregelen te treffen op grond van artikel 8.45. + +**2.** Indien de aanwijzing niet binnen de termijn is opgevolgd kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat op kosten van de provincie overgaan tot het voorschrijven van maatregelen op grond van artikel 8.45, eerste lid. + +**3.** Artikel 8.22, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 8.22, derde en vierde lid, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in de plaats treedt van de inspecteur-generaal. Artikel 8.44, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregel. + +##### Paragraaf 8.3.2.9. Bijzondere bepalingen in verband met gevolgen die een provinciegrens overstijgen + +### Artikel 8.62 + +Indien een beperkingengebied als bedoeld in artikel 8.47, gedeeltelijk valt binnen de grenzen van een andere provincie dan de provincie waarin een luchthaven is gelegen, wordt het luchthavenbesluit vastgesteld in overeenstemming met provinciale staten van de andere provincie. + +#### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling + +##### Paragraaf 8.3.3.1. Algemeen + +### Artikel 8.63 + +Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis waarvoor op grond van artikel 8.1a, derde lid, vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist. + +##### Paragraaf 8.3.3.2. Luchthavenregeling + +### Artikel 8.64 + +**1.** Provinciale staten stellen bij verordening een luchthavenregeling vast voor een luchthaven. Provinciale staten kunnen de bevoegdheid tot het vaststellen van deze verordening niet overdragen als bedoeld in artikel 152 van de Provinciewet. + +**2.** + +Een luchthavenregeling bevat regels omtrent het luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer. Een luchthavenregeling kan tevens bevatten: + +a. grenswaarden die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico of de geluidbelasting; of +b. regels die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico. + +**3.** De in de luchthavenregeling opgenomen regels of grenswaarden bevorderen in ieder geval dat niet wordt voldaan aan het criterium op grond waarvan volgens artikel 8.1a, derde lid, vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist. + +**4.** In een luchthavenregeling wordt het luchthavengebied vastgesteld. Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000. + +**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in luchthavenregelingen op te nemen regels en grenswaarden. + +**6.** De artikelen 8.19, 8.21, eerste en derde lid, 8.45, 8.46, 8.47a tot en met 8.49a zijn van overeenkomstige toepassing. + +##### Paragraaf 8.3.3.3. Informatievoorziening + +### Artikel 8.65 + +De artikelen 8.54 en 8.55 zijn van toepassing. + +##### Paragraaf 8.3.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven + +### Artikel 8.66 + +Indien provinciale staten voor een luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven instellen, zijn de artikelen 8.58, tweede en derde lid, en 8.59 van toepassing. + +##### Paragraaf 8.3.3.5. Aanwijzingen + +### Artikel 8.67 + +De artikelen 8.60 en 8.61 zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis + +#### Afdeling 8.4.1. Algemeen + +### Artikel 8.68 + +Deze titel is van toepassing op luchthavens die op grond van artikel 8.1, tweede lid, van nationale betekenis zijn. + +#### Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit + +##### Paragraaf 8.4.2.1. Algemeen + +### Artikel 8.69 + +Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van nationale betekenis waarvoor op grond van artikel 8.1a, derde lid, vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist. + +##### Paragraaf 8.4.2.2. Het luchthavenbesluit + +### Artikel 8.70 + +**1.** Voor een luchthaven waarvan op grond van artikel 8.1, tweede lid, is bepaald dat deze van nationale betekenis is, wordt het luchthavenbesluit bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. + +**2.** De artikelen 8.43, tweede lid, 8.44, eerste, tweede en vierde lid, 8.45, 8.46 en 8.47, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 8.45, eerste lid, en 8.46, eerste lid, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in de plaats treedt van gedeputeerde staten. + +**3.** + +Het luchthavenbesluit bevat omtrent de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven in ieder geval regels ten aanzien van: + +a. de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer; +b. de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; +c. de bestemming en het gebruik van de grond waaronder begrepen de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de vliegveiligheid. + +### Artikel 8.71 + +De voordracht voor een luchthavenbesluit of de voordracht tot een wijziging daarvan wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen zesweken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. + +##### Paragraaf 8.4.2.3. Toegang tot en exploitatie van de luchthaven, informatievoorziening, financiële aspecten + +### Artikel 8.72 + +**1.** De artikelen 8.24a, 8.52, 8.53 en 8.54, eerste en vierde lid, zijn van toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 8.54, vierde lid, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in de plaats treden van gedeputeerde staten. + +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nadere regels gesteld omtrent het registreren van de grenswaarden die in het luchthavenbesluit zijn opgenomen, omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn en omtrent de gegevensverstrekking, bedoeld in artikel 8.54, vierde lid. + +### Artikel 8.73 + +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat maakt elk jaar een verslag over de milieuaspecten en indien van toepassing de externe-veiligheidsaspecten van het luchthavenluchtverkeer. Het verslag bevat ten minste een beschrijving van de ter uitvoering van artikel 8.45 getroffen maatregelen en van de doelmatigheid en doeltreffendheid van die maatregelen. + +**2.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ontvangt een afschrift van het verslag. + +**3.** De artikelen 8.29, tweede lid, en 8.30 zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 8.74 + +De artikelen 8.31 tot en met 8.33 zijn van overeenkomstige toepassing. + +##### Paragraaf 8.4.2.4. Commissie regionaal overleg luchthaven + +### Artikel 8.75 + +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt voor iedere luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven in. + +**2.** + +De commissie bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en in ieder geval uit vertegenwoordigers van: + +a. elke provincie waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen, +b. gemeenten waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen, +c. de exploitant van de luchthaven, +d. de verlener van luchtverkeersdienstverlening voor zover op de luchthaven van toepassing, en +e. omwonenden van de luchthaven. + +**3.** Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende gebruikersorganisaties of milieuorganisaties. + +**4.** Artikel 8.59 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van het tweede en derde lid Onze Minister de plaats inneemt van provinciale staten. + +#### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling + +##### Paragraaf 8.4.3.1. Algemeen + +### Artikel 8.76 + +Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van nationale betekenis waarvoor op grond van artikel 8.1a, derde lid, vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist. + +##### Paragraaf 8.4.3.2. Luchthavenregeling + +### Artikel 8.77 + +**1.** Voor een luchthaven die is gelegen buiten provinciegrenzen zoals bepaald bij of krachtens de Provinciewet, wordt bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een luchthavenregeling vastgesteld. + +**2.** Artikel 8.64, tweede tot en met vierde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 8.45, eerste lid, en 8.46, eerste lid, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in de plaats treedt van gedeputeerde staten. + +##### Paragraaf 8.4.3.3. Toegang tot de luchthaven en informatievoorziening + +### Artikel 8.78 + +De artikelen 8.24a, derde lid, 8.54, eerste en vierde lid, 8.72, tweede lid, en 8.73, eerste en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 8.54, vierde lid, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in de plaats treedt van gedeputeerde staten. + +##### Paragraaf 8.4.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven + +### Artikel 8.79 + +Indien Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor een luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven instelt, is artikel 8.75, lid 2, 3 en 4, van toepassing. + ## Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens +### Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens + +### Artikel 8a.1 + +**1.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen regels worden gesteld omtrent de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het gebruik van luchthavens met het oog op de orde en de veiligheid op die luchthavens. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en tussen vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens. + +**2.** + +Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van de regels, bedoeld in het eerste lid. Deze ontheffing wordt slechts verleend indien: + +a. als gevolg van bijzondere omstandigheden de regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden, en +b. de veiligheid van de luchthaven en van het luchthavenluchtverkeer met het verlenen van een ontheffing niet in gevaar worden gebracht. + +**3.** Aan de ontheffing, bedoeld in het tweede lid, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. + +**4.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen regels worden gesteld omtrent het verrichten van grondafhandelingsdiensten op luchthavens. + +### Artikel 8a.2 + +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleent of wijzigt op aanvraag van de exploitant een veiligheidscertificaat indien wordt voldaan aan de regels, bedoeld in artikel 8a.1, eerste lid, voorzover deze regels betrekking hebben op het luchtvaartgebied en artikel 8a.3, tweede lid. + +**2.** Een veiligheidscertificaat vermeldt het gebruik waarvoor het verleend is. + +### Artikel 8a.3 + +**1.** Ten behoeve van het verkrijgen van een veiligheidscertificaat stelt de exploitant een luchthavenbedrijfshandboek op. Het luchthavenbedrijfshandboek bevat een beschrijving van de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het veilig gebruik van het luchtvaartgebied alsmede een beschrijving van het veiligheidsmanagementsysteem van de luchthaven. + +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden regels gegeven omtrent het veiligheidscertificaat, het veiligheidsmanagementsysteem en het luchthavenbedrijfshandboek. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens. + +### Artikel 8a.4 + +**1.** Een veiligheidscertificaat vervalt vijf jaar na de dag van inwerkingtreding. Tussentijdse wijzigingen of aanvullingen gelden voor de resterende geldigheidsduur van het certificaat. Een veiligheidscertificaat is niet overdraagbaar. + +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de geldigheidsduur van het certificaat verlengd indien op het moment van de vervaldatum van het certificaat nog niet onherroepelijk op de aanvraag om verlenging van het certificaat is beslist. Het certificaat vervalt in dat geval op het moment dat onherroepelijk op de aanvraag om verlenging is beslist. + +**3.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden nadere regels gegeven omtrent de aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een veiligheidscertificaat. + +### Artikel 8a.5 + +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat schorst het veiligheidscertificaat geheel of gedeeltelijk indien de veiligheid van de luchthaven niet gewaarborgd is. + +**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat trekt een veiligheidscertificaat geheel of gedeeltelijk in bij gehele of gedeeltelijke beëindiging van het gebruik waarvoor het certificaat is verleend. + +**3.** + +Onze Minister van Verkeer en Waterstaat trekt een veiligheidscertificaat geheel of gedeeltelijk ambtshalve in indien: + +a. er stelselmatig sprake is van grove overtredingen van de veiligheidsvoorschriften, +b. het veiligheidsmanagementsysteem de veiligheid niet langer waarborgt, of +c. de exploitant ook na aanmaning weigert mee te werken aan het toezicht op de veiligheid. + +### Artikel 8a.6 + +De exploitant van de luchthaven is verplicht op de luchthaven elektronische, meteorologische en andere hulpmiddelen te gedogen ten behoeve van de aan de LVNL en het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut met betrekking tot de luchtverkeersbeveiliging en de luchtvaartmeteorologische dienstverlening opgedragen taken. + +### Titel 8A.2 + +### Titel 8A.3. Heffingen + +#### Paragraaf 8a.3.1. Heffingen luchthaven Schiphol + +### Artikel 8a.37 + +Deze paragraaf is van toepassing op de luchthaven Schiphol. + +### Artikel 8a.38 + +**1.** Met betrekking tot de financiering en de bekostiging van de kosten van de uitvoering van artikel 8.32 wordt onder de naam «geluidsheffing burgerluchtvaart» een heffing geheven. Naast de geluidsheffing burgerluchtvaart wordt een heffing geheven ter financiering van de kosten van de uitvoering van artikel 8.33, alsmede de kosten van het Schadeschap Luchthaven Schiphol en van zijn uitspraken voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van artikel 9, eerste lid, tweede lid, onderdeel a, en de leden 3a, 3f en 3g, van de Gemeenschappelijke regeling Schadeschap Luchthaven Schiphol. + +**2.** De heffingen worden geheven ter zake van het landen met een burgerluchtvaartuig tot het tijdstip waarop de kosten als bedoeld in het eerste lid, zijn voldaan. + +**3.** De heffingen worden geheven van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die als eigenaar of houder van een burgerluchtvaartuig dit te zijner beschikking heeft en dit onder zijn verantwoordelijkheid laat deelnemen aan het luchtverkeer. De natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in de eerste volzin, is in ieder geval belanghebbende bij een uitspraak van het Schadeschap Luchthaven Schiphol als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin. + +**4.** De geluidsheffing burgerluchtvaart wordt geheven naar de geluidsproduktie van het burgerluchtvaartuig uitgedrukt in een aantal rekeneenheden. De geluidsproduktie wordt bepaald met toepassing van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen formules. + +**5.** Het basistarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproductie bedraagt in het jaar 2004 € 27,–. Het tarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproductie wordt na 2004 met ingang van elk daarop volgend kalenderjaar verhoogd met € 1,–. + +**6.** + +Het basistarief, bedoeld in het vijfde lid, wordt per rekeneenheid verhoogd met: + +a. € 98,50 tot het jaar 2010; +b. € 40,– vanaf het jaar 2010, met dien verstande dat deze verhoging met ingang van elk daaropvolgend kalenderjaar wordt verhoogd met € 1,25. + +**7.** Het tarief van de in het eerste lid, tweede volzin, bedoelde heffing bedraagt € 0,50 per ton van de maximale toegelaten startmassa van het luchtvaartuig. + +**8.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan bij de toepassing van het eerste lid een deel van de kosten buiten toepassing laten indien toepassing, gelet op het belang van de burgerluchtvaart, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. + +**9.** De eigenaar of houder van een luchtvaartuig dient de ter bepaling van de geluidsheffing noodzakelijke gegevens ter beschikking van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te stellen overeenkomstig door hem te geven regels. + +### Artikel 8a.39 + +**1.** De heffingen worden door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat geheven. + +**2.** Onverminderd het overigens in dit artikel bepaalde worden de heffingen geheven met overeenkomstige toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met dien verstande dat van die wet buiten toepassing blijven, de artikelen 2, vierde lid, 37, 38, 47a , 48, 52, 53 en 54 alsmede 68 tot en met 88. + +**3.** + +De bevoegdheden en de verplichtingen van de hierna vermelde, in de Algemene wet inzake rijksbelastingen genoemde functionarissen gelden met betrekking tot de heffingen voor de daarachter genoemde functionarissen: + +a. Onze Minister van Financiën: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; +b. de inspecteur: de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat daartoe aan te wijzen functionaris van de exploitant van de luchthaven; + +**4.** In afwijking van het derde lid, onderdeel b, treedt voor de toepassing van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen ambtenaar in de plaats van de inspecteur. Voorts treedt voor de toepassing van artikel 28a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in de plaats van Onze Minister van Financiën. + +**5.** De heffingen worden geheven bij wege van aanslag. Zij worden geheven over een bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te bepalen tijdvak. + +### Artikel 8a.40 + +**1.** De heffingen worden ingevorderd door de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen functionaris van de exploitant van de luchthaven, door de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aan te wijzen ambtenaar van de Dienst der Domeinen en door de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990. + +**2.** Onverminderd het overigens in dit artikel bepaalde worden de heffingen ingevorderd met overeenkomstige toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, met dien verstande dat van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing blijven de artikelen 9, eerste tot en met negende lid, 59 en 62. Voorts blijven bij de toepassing van artikel 66 van die wet de artikelen 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen buiten toepassing. + +**3.** + +Met betrekking tot de invordering geldt vervolgens dat: + +a. de belastingaanslagen terstond en tot het volle bedrag invorderbaar zijn; +b. wat betreft de toepassing van artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 uitsluitend bevoegd is de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid. De in de artikelen 11, 12 en 15, eerste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 bedoelde bevoegdheden komen uitsluitend toe aan de functionaris of ambtenaar, bedoeld in het eerste lid. De in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 bedoelde bevoegdheid komt uitsluitend toe aan de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen ambtenaar, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 26 van die wet de door Onze Minister van Financiën bij regeling gestelde regels van toepassing zijn; +c. de overige bij de invordering van toepassing zijnde bevoegdheden, met uitzondering van die bedoeld in de artikelen 24, tweede en derde lid, 25 en 58 van de Invorderingswet 1990, uitsluitend toekomen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid; +d. de bevoegdheid bedoeld in artikel 24, tweede en derde lid, van de Invorderingswet 1990 zowel toekomt aan de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid als aan de ontvanger bedoeld in het eerste lid; +e. de bevoegdheden bedoeld in artikel 25 en artikel 58 van de Invorderingswet 1990 toekomen, indien de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid met de invordering is belast, aan deze functionaris of ambtenaar en indien de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, met de invordering is belast, aan de ontvanger. + +**4.** In het kader van het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel moet in artikel 17 van de Invorderingswet 1990 voor «de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd» telkens worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger. + +**5.** Betaling van de heffingen dient te geschieden aan de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid. Na de betekening van het dwangbevel dient te worden betaald aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, die is vermeld op het dwangbevel. + +### Artikel 8a.41 + +**1.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen inzake de heffingen en de invordering daarvan nadere in het kader van de artikelen 8a.38 tot en met 8a.40 passende regels worden gesteld ter aanvulling van de daarin geregelde onderwerpen. + +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden regels gesteld inzake de afdracht van de door de functionaris als bedoeld in artikel 8a.40, eerste lid, ingevorderde heffing aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. + +#### Paragraaf 8a.3.2. Heffingen burgerluchthavens van nationale betekenis + +### Artikel 8a.42 + +**1.** Met betrekking tot de financiering en de bekostiging van de kosten van de uitvoering van artikel 8.74 wordt onder de naam «geluidsheffing burgerluchtvaart» een heffing geheven. Tevens wordt een heffing geheven ter financiering van de kosten van de uitvoering van artikel 8.33. + +**2.** De artikelen 8a.38, tweede tot en met vierde en zevende tot en met negende lid, en 8a.39 tot en met 8a.41 zijn van overeenkomstige toepassing. + +**3.** Het tarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproduktie bedraagt in het jaar 2004 € 27,– en wordt met ingang van elk daaropvolgend kalenderjaar verhoogd met € 1,–. + +**4.** Het tarief van de heffing, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 0,50 per ton van de maximale toegelaten startmassa van het luchtvaartuig. + +#### Paragraaf 8a.3.3. Heffingen burgerluchthavens van regionale betekenis + +### Artikel 8a.43 + +**1.** Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat met betrekking tot de financiering en de bekostiging van de kosten van de uitvoering van artikel 8.56, eerste lid, onder de naam «geluidsheffing burgerluchtvaart» een heffing wordt geheven. Tevens kunnen provinciale staten bij verordening bepalen dat een heffing wordt geheven ter financiering van de kosten van de uitvoering van artikel 8.57. + +**2.** De heffingen worden geheven ter zake van het landen met een burgerluchtvaartuig tot het tijdstip waarop de kosten als bedoeld in het eerste lid, zijn voldaan. + +**3.** Voor de heffing en invordering zijn de artikelen 220, 220a, 221 en 227 tot en met 232h van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing. + +### Titel 8A.4. Geluidbelastingkaarten en actieplannen in verband met EU richtlijn omgevingslawaai + +### Artikel 8a.44 + +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat meldt vóór 30 september 2008, vóór 1 april 2010 en vervolgens elke vijf jaar vóór 1 april aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer welke burgerluchthavens worden aangeduid als belangrijke luchthavens. + +**2.** Een belangrijke luchthaven is een burgerluchthaven waarop jaarlijks meer dan 50000 vliegtuigbewegingen plaatsvinden. Oefenvluchten met lichte vliegtuigen, als bedoeld in hoofdstuk 5.2 ECAC.CEAC Doc 29 Report on standard Method of Computing Noise around civil airports, worden hierbij niet meegerekend. + +**3.** Een wijziging van hoofdstuk 5.2 ECAC.CEAC Doc 29 gaat voor de toepassing van het tweede lid gelden met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wijziging. + +**4.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer publiceert vóór 31 december 2008, vóór 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni in de Staatscourant welke burgerluchthavens zijn aangeduid als belangrijke luchthavens. + +### Artikel 8a.45 + +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt vóór 30 juni 2007 een geluidbelastingkaart vast die betrekking heeft op een geluidbelasting L_den en geluidbelasting L_night veroorzaakt door de luchthaven Schiphol op woningen en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen. + +**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt vóór 30 juni 2012 en vervolgens vóór 30 juni van elk vijfde kalenderjaar een geluidbelastingkaart vast die betrekking heeft op een geluidbelasting L_den en geluidbelasting L_night veroorzaakt door belangrijke luchthavens op woningen en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen. + +**3.** Onder geluidbelasting L_den wordt verstaan: geluidbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 07.00 tot 19.00 uur, van 19.00 tot 23.00 uur en van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar. Onder geluidbelasting L_night wordt verstaan: geluidbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 2, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar. + +**4.** + +De geluidbelastingkaart geeft ten minste een weergave van: + +a. de geluidbelasting L_den en de geluidbelasting L_night veroorzaakt door een belangrijke luchthaven in de periode van een jaar van 1 november van het tweede jaar voorafgaand aan het jaar van vaststelling van de geluidbelastingkaart tot en met 31 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar van vaststelling van de geluidbelastingkaart, en +b. het aantal woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en bewoners van woningen die aan bepaalde waarden van geluidbelasting L_den en geluidbelasting L_night worden blootgesteld. + +**5.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud, vormgeving en inrichting van de geluidbelastingkaart. Ten behoeve van de bepaling van de geluidsbelasting L_den en de geluidsbelasting L_night vanwege een luchthaven kunnen bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat nadere regels worden gesteld. + +### Artikel 8a.46 + +**1.** De exploitant van een luchthaven verschaft ten behoeve van de vaststelling van de geluidbelastingkaart, bedoeld in artikel 8a.45, eerste of tweede lid, aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat op zijn verzoek alle noodzakelijke inlichtingen en gegevens. + +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de te verschaffen inlichtingen en gegevens, waaronder de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze moeten worden verschaft. + +### Artikel 8a.47 + +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat geeft binnen één maand na vaststelling van de geluidbelastingkaart, bedoeld in artikel 8a.45, eerste of tweede lid, mededeling van deze vaststelling in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen dan wel op andere geschikte wijze. Hierbij geeft hij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van de geluidbelastingkaart. + +**2.** + +Onze Minister van Verkeer en Waterstaat: + +a. stelt de geluidbelastingkaart zo mogelijk elektronisch ter beschikking van een ieder; +b. voegt bij de geluidbelastingkaart een overzicht van de belangrijkste punten van die kaart. + +**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt de geluidbelastingkaart binnen één maand na vaststelling aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. + +### Artikel 8a.48 + +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt vóór 18 mei 2008 aan de hand van de geluidbelastingkaart, bedoeld in artikel 8a.45, een actieplan vast met betrekking tot de luchthaven. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling wordt het actieplan opnieuw overwogen, en zo nodig aangepast. + +**2.** + +Het actieplan bevat ten minste een beschrijving van: + +a. het te voeren beleid om geluidbelasting L_den en geluidbelasting L_night te beperken, en +b. de voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van in het luchthavenverkeerbesluit of luchthavenbesluit vastgestelde waarden van geluidbelasting L_den of geluidbelasting L_night te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen. + +**3.** Op de voorbereiding van een actieplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. + +**4.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud, vormgeving en inrichting van het actieplan. + +**5.** Artikel 8a.47 is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van actieplannen. + +### Artikel 8a.49 + +Indien de belangrijke luchthaven een luchthaven van regionale betekenis is, treden bij de toepassing van de artikelen 8a.45 tot en met 8a.48 gedeputeerde staten van de provincie die het luchthavenbesluit heeft vastgesteld, in de plaats van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. + +### Titel 8A.5. Overige bepalingen + +### Artikel 8a.50 + +**1.** De verbodsbepaling bedoeld in artikel 8.1a, eerste lid, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen luchtvaartuigen. + +**2.** Van de in artikel 8.1a, tweede tot en met vierde lid, genoemde verboden kan vrijstelling worden verleend door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. + +**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +**4.** Aan de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, kunnen voorwaarden worden verbonden. + +### Artikel 8a.51 + +Gedeputeerde Staten kunnen een ontheffing verlenen van de verbodsbepaling, bedoeld in artikel 8.1a, eerste lid, indien een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen luchtvaartuig voldoet aan bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gegeven voorschriften en opstijgt van of landt op een terrein dat geschikt is om tijdelijk en uitzonderlijk te worden gebruikt door dit luchtvaartuig. Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden voorschriften gegeven omtrent: + +a. de termijn waarbinnen gedeputeerde staten de ontheffing verlenen, en +b. de wijze waarop de burgemeester van de gemeente waar het terrein is gelegen, wordt betrokken in verband met de openbare orde en veiligheid. + +### Artikel 8a.52 + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende het gebruik van luchthavens. + +### Artikel 8a.53 + +Wanneer de aanleg, de instandhouding of het gebruik van een werk ten behoeve van de uitvoering van de militaire taak op een burgerluchthaven in strijd zou komen met een bepaling van of krachtens deze wet, kunnen Wij, op voordracht van Onze Minister van Defensie, daarvan ontheffing verlenen. + ## Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden ### Artikel 9.1 @@ -2334,6 +2991,8 @@ Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan in omstandigheden waarin maatregelen ## Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart +### Titel 10.1 + ### Artikel 10.1 **1.** Behoudens titel 2.2 is hoofdstuk 2 niet van toepassing op het bedienen van militaire luchtvaartuigen. @@ -2363,6 +3022,8 @@ Onze Minister van Defensie kan voor militaire luchtvaartuigen toestaan, dat van Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +### Titel 10.2 + ### Artikel 10.5 Hoofdstuk 4 is niet van toepassing op de vluchtuitvoering met militaire luchtvaartuigen alsmede op de vluchtuitvoering ten behoeve van militaire doeleinden. @@ -2420,6 +3081,370 @@ Titel 6.6 is niet van toepassing op vervoer van dieren met luchtvaartuigen waarv Artikel 7.1, eerste lid, is niet van toepassing op voorvallen die uitsluitend de militaire luchtvaart betreffen. +### Titel 10.3. Luchthavens + +#### Afdeling 10.3.1. Algemeen + +### Artikel 10.11 + +**1.** + +Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald zijn de hoofdstukken 8 en 8a niet van toepassing op militaire luchthavens, met uitzondering van: + +a. artikel 8.1a, eerste, vijfde en zesde lid, +b. titel 8a.1 voor zover het betreft burgermedegebruik door tussenkomst van een burgerexploitant, met dien verstande dat de regels, bedoeld in artikel 8a.1, eerste lid, voor zover het militaire luchthavens betreft worden gesteld bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, en +c. artikel 8a.42 voor zover het betreft het gebruik van militaire luchthavens door burgerluchtvaartuigen. + +**2.** Voor de toepassing ingevolge het eerste lid van titel 8a.1 op militaire luchthavens wordt als exploitant aangemerkt de burgerexploitant. + +### Artikel 10.12 + +**1.** Deze titel is van toepassing ten aanzien van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen militaire luchthavens. Bij die maatregel worden de luchthavens aangewezen waarvoor vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist. + +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voor bij die maatregel aangewezen luchthavens uniforme grenswaarden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen. Bij die maatregel kunnen tevens uniforme grenswaarden worden vastgesteld voor het externe-veiligheidsrisico en voor lokale luchtverontreiniging en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot geluidbelasting, het externe-veiligheidsrisico, lokale luchtverontreiniging en de maximale hoogte van objecten als bedoeld in artikel 10.17, derde lid. Bij de vaststelling kan onderscheid worden gemaakt naar soorten luchtvaartuigen, aan- en uitvliegroutes, bestemming van gronden en perioden van het etmaal. + +**3.** Bij regeling van Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer worden regels vastgesteld omtrent de wijze van meten, berekenen en registreren van de in het tweede lid bedoelde geluidbelasting en kunnen dergelijke regels worden vastgesteld met betrekking tot het externe-veiligheidsrisico en luchtverontreiniging. + +### Artikel 10.13 + +**1.** Het is verboden met een burgerluchtvaartuig op te stijgen van of te landen op een militaire luchthaven, zonder of in afwijking van een voor dat opstijgen of landen door Onze Minister van Defensie verleende vergunning voor burgermedegebruik als bedoeld in artikel 10.27, vrijstelling of ontheffing. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het gebruik van militaire luchthavens door de burgerluchtvaart. Deze regels betreffen in ieder geval de gevallen waarin militair luchtverkeer voorrang heeft op burgerluchtverkeer. + +**3.** Aan de in het eerste lid bedoelde vrijstelling en ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het verlenen, wijzigen en intrekken van de vrijstelling of ontheffing, alsmede omtrent de aan de behandeling van de aanvraag verbonden kosten. + +**5.** Een vrijstelling of ontheffing wordt niet verleend voor burgerluchtvaart van commerciële aard op een luchthaven waar burgermedegebruik plaatsvindt door tussenkomst van een burgerexploitant. + +**6.** + +Een vrijstelling of ontheffing kan in ieder geval door Onze Minister van Defensie worden ingetrokken of gewijzigd wanneer: + +a. een of meer redenen waarom de vrijstelling of ontheffing is verleend, zijn vervallen, +b. een of meer van de daaraan verbonden beperkingen of voorschriften niet worden nageleefd, of +c. na de verlening zodanige feiten of omstandigheden bekend zijn geworden dat, indien deze ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vrijstelling of ontheffing niet of niet in die vorm zou zijn verleend. + +#### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit + +##### Paragraaf 10.3.2.1. Algemeen + +### Artikel 10.14 + +Deze afdeling is van toepassing op militaire luchthavens waarvoor op grond van artikel 10.12 vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist. + +##### Paragraaf 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit + +### Artikel 10.15 + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor een luchthaven een luchthavenbesluit vastgesteld. + +**2.** In het luchthavenbesluit worden het luchthavengebied en het beperkingengebied vastgesteld. + +**3.** Het luchthavengebied en het beperkingengebied overlappen elkaar niet. De gebieden kunnen bestaan uit niet aaneengesloten delen. + +**4.** Artikel 8.5, vijfde lid, is van toepassing. + +### Artikel 10.16 + +**1.** Als luchthavengebied wordt het gebied vastgesteld dat bestemd is voor gebruik als luchthaven. + +**2.** Het luchthavenbesluit bevat voor het luchthavengebied regels omtrent de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op het gebruik van het gebied als luchthaven. + +### Artikel 10.17 + +**1.** Als beperkingengebied wordt het gebied vastgesteld waar met het oog op de geluidsbelasting en de veiligheid in verband met de nabijheid van de luchthaven beperkingen noodzakelijk zijn ten aanzien van de bestemming of het gebruik van de grond. Het beperkingengebied omvat de gebieden die behoren bij de in het tweede lid bedoelde grenswaarden voor geluidbelasting en het externe-veiligheidsrisico, alsmede bij de in het derde lid, onderdeel b, bedoelde regels. + +**2.** + +Het luchthavenbesluit bevat een grenswaarde voor geluidsbelasting. Het besluit kan tevens bevatten: + +a. een grenswaarde voor het externe-veiligheidsrisico; +b. een of meer grenswaarden die noodzakelijk zijn met het oog op de lokale luchtverontreiniging. + +**3.** + +Het luchthavenbesluit bevat voor het beperkingengebied in ieder geval regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op: + +a. de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven; +b. de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. + +Het besluit kan voor het beperkingengebied tevens regels bevatten waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico in verband met de nabijheid van de luchthaven. + +**4.** + +Het luchthavenbesluit kan tevens voor het luchthavenluchtverkeer bevatten: + +a. regels met het oog op de geluidsbelasting; +b. regels die noodzakelijk zijn met het oog op de lokale luchtverontreiniging. + +**5.** Bij de regels met het oog op de geluidsbelasting en het externe-veiligheidsrisico, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval gronden aangewezen die niet bestemd of gebruikt worden voor woningen of andere in het besluit aangewezen gebouwen. + +**6.** De artikelen 8.8 tot en met 8.12 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. + +### Artikel 10.18 + +De voordracht voor een luchthavenbesluit of de wijziging daarvan wordt gedaan: + +a. na overleg met gedeputeerde staten en de colleges van burgemeester en wethouders van respectievelijk de provincies en de gemeenten binnen de grenzen waarvan het gebied of een gedeelte van het gebied ligt dat door het ontwerp wordt bestreken, en +b. nadat het ontwerp vervolgens in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen zes weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Defensie te brengen. + +### Artikel 10.19 + +De bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens met betrekking tot de geluidsbelasting, het externe-veiligheidsrisico en de lokale luchtverontreiniging zijn niet openbaar. + +##### Paragraaf 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer + +### Artikel 10.20 + +Onze Minister van Defensie draagt er zorg voor dat het luchthavenluchtverkeer zodanig geschiedt dat de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer de grenswaarden, opgenomen in het luchthavenbesluit, niet overschrijdt. + +### Artikel 10.21 + +**1.** Zodra Onze Minister van Defensie constateert dat de in artikel 10.17 bedoelde grenswaarden zijn overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden. + +**2.** Onze Minister van Defensie trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover zij naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden. + +**3.** Artikel 10.20 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregelen. + +### Artikel 10.22 + +**1.** + +Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar zijn oordeel ernstig wordt belemmerd, of in verband met bijzondere redenen van nationale of bondgenootschappelijke aard: + +a. vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenbesluit; +b. een in het luchthavenbesluit vastgelegde grenswaarde vervangen door een andere grenswaarde. + +**2.** Het verlenen van een vrijstelling van een regel als bedoeld in artikel 10.17, vierde lid, onder a of b, geschiedt in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. + +**3.** Een vrijstelling kan slechts worden verleend voor een bepaalde in de vrijstelling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar. + +**4.** Aan een vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op geluidsbelasting en veiligheid. Artikel 10.20 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beperkingen en voorschriften. + +**5.** Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervanging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. + +##### Paragraaf 10.3.2.4. Informatievoorziening + +### Artikel 10.23 + +De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van een luchthaven door het luchthavenluchtverkeer worden jaarlijks door Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting voor dat verkeer in dat jaar weergeven. Artikel 10.19 is van toepassing. De contourenkaarten zijn openbaar. + +##### Paragraaf 10.3.2.5. Financiële aspecten + +### Artikel 10.24 + +De artikelen 8.31 tot en met 8.33 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. + +##### Paragraaf 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu + +### Artikel 10.25 + +**1.** Onze Minister van Defensie stelt voor iedere luchthaven ten behoeve van overleg en voorlichting omtrent milieuaspecten buiten een luchthaven een commissie van overleg en voorlichting milieu in. + +**2.** + +De commissie bestaat in ieder geval uit: + +a. één vertegenwoordiger van elke provincie waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen; +b. twee vertegenwoordigers van elke gemeente waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen, waarvan één vertegenwoordiger van elke gemeente een omwonende van de luchthaven is; +c. één of twee vertegenwoordigers van de luchthaven; +d. één of twee vertegenwoordigers van Onze Minister van Defensie. + +**3.** Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende milieuorganisaties. + +**4.** De vertegenwoordiger van de provincie, dan wel één van hen indien er meer vertegenwoordigers van provincies in de commissie zitting hebben, treedt op als voorzitter van de commissie. De artikelen 8.37, tweede en derde lid, en 8.38 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. + +**5.** Onze Minister van Defensie voorziet in het secretariaat van de commissie. + +#### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik + +##### Paragraaf 10.3.3.1. Algemeen + +### Artikel 10.26 + +Deze afdeling is in aanvulling op de artikelen 10.15 tot en met 10.25 van toepassing op militaire luchthavens waar een vergunning voor burgermedegebruik kan worden verleend. + +##### Paragraaf 10.3.3.2. De vergunning voor burgermedegebruik + +### Artikel 10.27 + +**1.** Onze Minister van Defensie kan aan een rechtspersoon een vergunning verlenen voor burgermedegebruik onder verantwoordelijkheid van die rechtspersoon. + +**2.** Het verlenen van een vergunning voor burgermedegebruik door tussenkomst van een burgerexploitant geschiedt in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. De overige vergunningen voor burgermedegebruik worden verleend na overleg met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. + +**3.** + +De vergunning vermeldt in ieder geval: + +a. de aard van het burgerluchtverkeer waarvoor de vergunning geldt; +b. de termijn waarvoor de vergunning wordt verleend; +c. de voor het burgermedegebruik geldende grenswaarden, wat betreft de geluidbelasting eventueel in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar waarvoor de vergunning geldt. + +**4.** Aan de vergunning kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. + +**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het verlenen, wijzigen, overdragen en intrekken van de vergunning, alsmede omtrent de aan de behandeling van de aanvraag verbonden kosten. + +**6.** Een vergunning wordt niet verleend voor burgerluchtvaart van commerciële aard op een luchthaven waar reeds burgermedegebruik plaatsvindt door tussenkomst van een burgerexploitant. + +**7.** + +Een vergunning kan in ieder geval door Onze Minister van Defensie worden ingetrokken of gewijzigd wanneer: + +a. een of meer redenen waarom de vergunning is verleend, zijn vervallen, +b. een of meer van de aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften niet worden nageleefd, +c. na de verlening zodanige feiten of omstandigheden bekend zijn geworden dat, indien deze ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vergunning niet of niet in die vorm zou zijn verleend, of +d. van een voor onbepaalde tijd verleende vergunning gedurende twee achtereenvolgende jaren geen gebruik is gemaakt. + +**8.** Met betrekking tot de intrekking en wijziging, bedoeld in het zevende lid, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. + +**9.** Ingeval de vergunning is verleend aan een burgerexploitant, is artikel 8.53 van overeenkomstige toepassing. + +##### Paragraaf 10.3.3.3. Het luchthavenbesluit in geval van een vergunning voor burgermedegebruik + +### Artikel 10.28 + +**1.** In het luchthavenbesluit voor een militaire luchthaven waar een vergunning voor burgermedegebruik kan worden verleend, worden de in artikel 10.17, tweede en vierde lid, bedoelde grenswaarden en regels voor het militair luchtverkeer en het burgerluchtverkeer afzonderlijk vastgesteld. Voor het burgerluchtverkeer of een gedeelte daarvan kan de vaststelling van een afzonderlijke grenswaarde voor geluidbelasting geschieden in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar. + +**2.** Het luchthavenbesluit bevat ten behoeve van het burgerluchtverkeer in ieder geval regels omtrent de tijdstippen waarop van de luchthaven gebruik kan worden gemaakt. + +**3.** Het luchthavenbesluit kan regels bevatten die noodzakelijk zijn met het oog op de geluidbelasting. + +##### Paragraaf 10.3.3.4. Luchthavenluchtverkeer in geval van vergunning voor burgermedegebruik + +### Artikel 10.29 + +**1.** De houder van een vergunning voor burgermedegebruik en Onze Minister van Defensie bevorderen het goede verloop van het luchthavenluchtverkeer overeenkomstig de vergunning en het luchthavenbesluit voor zover dit betrekking heeft op het burgerluchtverkeer. Zij treffen daartoe zelf en in onderlinge samenwerking de voorzieningen die redelijkerwijs van hen kunnen worden gevergd om te bewerkstelligen dat de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer een in de vergunning voor het burgermedegebruik opgenomen grenswaarde, daaronder begrepen een voor het burgermedegebruik vastgesteld maximum aantal vliegtuigbewegingen, niet overschrijdt. + +**2.** Ingeval de vergunning voor burgermedegebruik is verleend aan een burgerexploitant, is artikel 8.19 van overeenkomstige toepassing. + +**3.** Artikel 8.21 is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 10.30 + +**1.** Zodra Onze Minister van Defensie ter zake van een vergunning voor burgermedegebruik constateert dat een grenswaarde, daaronder begrepen een vastgesteld maximum aantal vliegtuigbewegingen, ten behoeve van het vergunde burgermedegebruik is overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het verkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart. + +**2.** Onze Minister van Defensie trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover zij naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden, daaronder begrepen het aantal vliegtuigbewegingen voor dat verkeer. + +**3.** Voordat Onze Minister van Defensie een maatregel voorschrijft, stelt hij degene tot wie de maatregel is gericht in de gelegenheid zijn zienswijze kenbaar te maken. + +**4.** De artikelen 8.19 en 8.21 zijn in geval de vergunning voor burgermedegebruik is verleend aan een burgerexploitant, van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregelen. + +##### Paragraaf 10.3.3.5. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven voor burgerluchtvaart + +### Artikel 10.31 + +De burgerexploitant is verplicht om in door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Defensie aangewezen gevallen burgerluchthavenluchtverkeer op de luchthaven toe te laten. + +### Artikel 10.32 + +Het is de houder van een vergunning voor burgermedegebruik verboden om zonder of in afwijking van een daarvoor door Onze Minister van Defensie verleende vergunning op de luchthaven bouwwerken of andere opstallen op te richten, te hebben of te wijzigen dan wel bomen, gewassen of planten te hebben. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het hebben van roerende zaken of het verrichten van graafwerk anders dan in verband met de exploitatie of het onderhoud van dat deel van de luchthaven. Aan de vergunning kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. + +##### Paragraaf 10.3.3.6. Informatievoorziening luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik + +### Artikel 10.33 + +Een ministeriële regeling op grond van de artikelen 10.34 en 10.35 wordt vastgesteld door Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. + +### Artikel 10.34 + +**1.** De houder van de vergunning voor burgermedegebruik draagt zorg voor het registreren van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart zodanig dat een vergelijking mogelijk is met de in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarden voor burgerluchtvaart. Hij verricht de berekeningen die voor die registratie noodzakelijk zijn. Indien voor het burgermedegebruik een maximum aantal vliegtuigbewegingen is vastgesteld, draagt de houder van de vergunning zorg voor het registreren van het aantal vliegtuigbewegingen. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent het registreren en omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn. + +### Artikel 10.35 + +**1.** + +De houder van de vergunning voor burgermedegebruik verstrekt aan Onze Minister van Defensie: + +a. de op grond van artikel 10.34, eerste lid, door hem geregistreerde gegevens; +b. gegevens over de in artikel 10.34 bedoelde berekeningen, voor zover die door hem zijn verricht. + +**2.** De houder van de vergunning voor burgermedegebruik verstrekt aan Onze Minister van Defensie gegevens over de ter uitvoering van artikel 10.29 getroffen voorzieningen. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gegevensverstrekking. + +### Artikel 10.36 + +**1.** Artikel 8.29 is ten aanzien van de veiligheidsaspecten van het luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart van overeenkomstige toepassing. Ten aanzien van de milieuaspecten van luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart is artikel 8.29 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het in dat artikel bedoelde verslag wordt uitgebracht door Onze Minister van Defensie. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het openbaar maken van op grond van de artikelen 10.34 of 10.35 geregistreerde of verstrekte gegevens. Artikel 8.30, tweede lid, is van toepassing. + +##### Paragraaf 10.3.3.7. Commissie van overleg en voorlichting milieu militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik + +### Artikel 10.37 + +**1.** De in artikel 10.25 bedoelde commissie wordt in ieder geval uitgebreid met een vertegenwoordiger van degene aan wie een vergunning voor burgermedegebruik is verleend. + +**2.** De in artikel 10.25 bedoelde commissie kan worden uitgebreid met vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende gebruikersorganisaties. + +#### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling + +##### Paragraaf 10.3.4.1. Algemeen + +### Artikel 10.38 + +Deze afdeling is van toepassing op militaire luchthavens waarvoor op grond van artikel 10.12 vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist. + +##### Paragraaf 10.3.4.2. Luchthavenregeling + +### Artikel 10.39 + +**1.** Bij regeling van Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven een luchthavenregeling worden vastgesteld. + +**2.** In een luchthavenregeling wordt het luchthavengebied vastgesteld. Een luchthavenregeling kan tevens een grenswaarde voor geluidbelasting in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar bevatten. + +**3.** Op de voorbereiding of de wijziging van een luchthavenregeling is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. + +**4.** + +In een luchthavenregeling kunnen regels worden gegeven ten aanzien van: + +a. de aard en de omvang van het gebruik van de luchthaven; +b. het toegestane luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting. + +**5.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van luchthavens of categorieën luchthavens regels worden gegeven ten aanzien van: + +a. de aanleg, inrichting en uitrusting; +b. het gebruik van de luchthaven, mede met het oog op de veiligheid. + +**6.** Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000. + +### Artikel 10.40 + +Onze Minister van Defensie draagt er zorg voor dat het luchthavenluchtverkeer geschiedt overeenkomstig de luchthavenregeling. + +### Artikel 10.41 + +**1.** Zodra Onze Minister van Defensie constateert dat de in artikel 10.39, tweede lid, bedoelde grenswaarde is overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de gestelde grenswaarde. + +**2.** Onze Minister van Defensie trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover de maatregelen naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer. + +### Artikel 10.42 + +**1.** Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar zijn oordeel ernstig wordt belemmerd, of in verband met bijzondere redenen van nationale of bondgenootschappelijke aard vrijstelling verlenen van een bepaling in de luchthavenregeling. + +**2.** Een vrijstelling kan slechts worden verleend voor een bepaalde in de vrijstelling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar. + +**3.** Aan de vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op de veiligheid of de geluidbelasting. + +##### Paragraaf 10.3.4.3. Informatievoorziening + +### Artikel 10.43 + +Onze Minister van Defensie registreert het feitelijk gebruik van de luchthaven. Bij regeling van Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer worden regels gesteld omtrent de wijze van registratie en openbaarmaking van deze gegevens. + +### Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart + +### Artikel 10.44 + +**1.** Van het in artikel 8.1a, eerste lid, genoemde verbod kan vrijstelling worden verleend door Onze Minister van Defensie ten behoeve van de militaire luchtvaart. + +**2.** Aan de vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. + ## Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving ### Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving @@ -2470,7 +3495,7 @@ b. ter verkrijging van de erkenning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verst ### Artikel 11.2 -**1.** De toezichthoudende ambtenaren kunnen hun bevoegdheid inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden niet uitoefenen op taxi-, start- en landingsbanen van een luchtvaartterrein. +**1.** De toezichthoudende ambtenaren kunnen hun bevoegdheid inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden niet uitoefenen op taxi-, start- en landingsbanen van een luchthaven. **2.** Indien de toezichthoudende ambtenaren toegang verlangen tot militaire terreinen of gebouwen geschiedt zulks eerst na overleg met Onze Minister van Defensie. @@ -2620,7 +3645,8 @@ a. handelt in strijd met de artikelen 5°. 5.2, 5.3, 5.4, 5.6 tot en met 5.9, 5.10, vijfde lid, 5.16; 6°. 6.59; 7°. 7.4, eerste en tweede lid; -10°. 10.1, tweede en derde lid, 10.2; +8°. 8.1a, eerste tot en met vierde en zesde lid; +10°. 10.1, tweede en derde lid, 10.2, 10.13, eerste lid; 11°. 11.2a, 11.4, 11.7, eerste lid, en 11.8a voor zover het betreft de artikelen 11.4, tweede lid, en 11.7; b. handelt in strijd met het bepaalde krachtens de artikelen @@ -2693,6 +3719,8 @@ voor ten hoogste drie jaren worden ontzegd. ### Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving +#### Paragraaf 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Verkeer en Waterstaat + ### Artikel 11.15 Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van: @@ -2746,8 +3774,40 @@ Vervallen Bij niet tijdige betaling van de bestuurlijke boete kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een dwangbevel uitvaardigen. +#### Paragraaf 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie + ### Artikel 11.21 +Onze Minister van Defensie is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen als bedoeld in de artikelen 10.13, tweede of derde lid, 10.27 of 10.32. + +### Artikel 11.22 + +**1.** + +Onze Minister van Defensie kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van: + +a. artikel 10.17, zesde lid juncto artikel 8.12, tweede lid, artikel 10.29, tweede lid juncto artikel 8.19, artikel 10.29, derde lid juncto artikel 8.21, artikel 10.30, vierde lid, juncto artikel 8.19 onderscheidenlijk 8.21, artikel 10.31, artikel 10.32; +b. een maatregel als bedoeld in artikel 10.30 voor zover de maatregel zich richt tot de houder van de medegebruikvergunning verleend op grond van artikel 10.27. + +**2.** De artikelen 11.16, tweede en derde lid, en 11.20 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 11.20 Onze Minister van Defensie de plaats inneemt van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. + +#### Paragraaf 11.2.3. Bestuursrechtelijke boete door gedeputeerde staten + +### Artikel 11.23 + +**1.** + +Gedeputeerde staten kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van: + +a. artikel 8.44, vierde lid, artikel 8.47, tweede lid, juncto de artikelen 8.12, 8.19 tot en 8.21, 8.64, zesde lid, juncto de artikelen 8.19 en 8.21, eerste en derde lid, of van een beperking of voorschrift als bedoeld in de artikelen 8.46 of 8.64, zesde lid, juncto artikel 8.45; +b. een maatregel als bedoeld in de artikelen 8.45 of 8.65 juncto artikel 8.45. + +**2.** De artikelen 11.16, tweede en derde lid, en 11.20 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 11.20 gedeputeerde staten de plaats innemen van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. + +#### Paragraaf 11.2.4. Bestuursrechtelijke handhaving door Nederlandse Mededingingsautoriteit + +### Artikel 11.24 + Ingeval van overtreding van de artikelen 8.25d, eerste tot en met elfde lid, de krachtens het twaalfde lid gestelde regels, 8.25e, eerste, tweede of derde lid, de krachtens het vierde lid gestelde regels, 8.25f, derde, vijfde of zesde lid, de krachtens het zevende lid gestelde regels, 8.25g, eerste, tweede, derde of vierde lid, de krachtens het vijfde lid gestelde regels, 8.25ga of 8.25h, eerste of derde lid, zijn artikel 54a en hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 63, van de Mededingingswet van overeenkomstige toepassing. ### Titel 11.3. Uitzonderingen @@ -2764,9 +3824,9 @@ Gegevens die bij een intern bedrijfsveiligheidsonderzoek in het kader van een bi ## Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen -### Artikel +### Artikel 12.1 -Vervallen +Tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 8.43, eerste lid, 8.64, eerste lid, 8.70, eerste lid, 8.77, eerste lid, 10.15, eerste lid, en 10.39 kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. ### Artikel 12.2 @@ -2806,7 +3866,7 @@ In afwijking van het bepaalde in artikel 5.31 benoemt Onze Minister van Verkeer a. een lid wordt benoemd op voordracht van Onze Minister van Defensie; b. een lid wordt benoemd uit de kring van de in Nederland werkzame luchtvaartmaatschappijen; -c. een lid wordt benoemd uit de kring van de exploitanten van Nederlandse luchtvaartterreinen; +c. een lid wordt benoemd uit de kring van de exploitanten van Nederlandse luchthavens; d. een lid, tevens voorzitter, wordt benoemd op voordracht van de vier reeds benoemde leden van de raad van toezicht, voor een periode van drie jaren. ### Artikel 12.7