2018-01-01 | BWBR0013800 | Wet op het onderwijstoezicht

This commit is contained in:
Coornhert 2018-01-01 12:00:00 +00:00
parent c39012683c
commit 7a41147a46

View file

@ -37,7 +37,7 @@ d. onderwijswet:
Wet educatie en beroepsonderwijs BES, of
Wet sociale kanstrajecten jongeren BES
e. onderwijs: bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs, waaronder mede worden begrepen werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 176e, eerste lid, en 176g, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, 162h, eerste lid, en 162j, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, en 118n, eerste lid, en 118p, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs,
f. voorschoolse educatie: voorschoolse educatie als bedoeld in de artikelen 1.1, eerste lid, en 2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen,
f. voorschoolse educatie: voorschoolse educatie als bedoeld in de artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang,
g. instelling: school, instelling of exameninstelling in de zin van een onderwijswet, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling,
h instelling voor hoger onderwijs: een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
i. samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
@ -47,7 +47,8 @@ k. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat
l. onderwijsdeelnemer: leerling, deelnemer, student of extraneus in de zin van een onderwijswet,
m. ouders: met het gezag over het kind belaste ouders, hun geregistreerde partners, voogden en verzorgers,
n. jaarwerkplan: document waarin de inspectie haar werkzaamheden voor het komende jaar neerlegt,
o. persoonsgebonden nummer: burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer of, bij ontbreken daarvan, door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer.
o. persoonsgebonden nummer: burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer of, bij ontbreken daarvan, door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer,
p. rechtspersoon voor hoger onderwijs: rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel aa, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
### Artikel 2
@ -66,7 +67,7 @@ De inspectie heeft de volgende taken:
a. het toezien op:
1°. de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften,
2°. de naleving van de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gegeven voorschriften, voor zover het betreft de voorschoolse educatie op peuterspeelzalen en kindercentra,
2°. de naleving van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gegeven voorschriften, voor zover het betreft de voorschoolse educatie op kindercentra,
b. het bevorderen van:
1°. de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs aan en het bestuur van instellingen als bedoeld in de onderwijswetten met uitzondering van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek voor zover het niet betreft het onderzoek bedoeld in artikel 12a, derde lid,
@ -333,11 +334,11 @@ b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens de Wet College v
### Artikel 15g
Dit hoofdstuk is van toepassing op het toezicht op de kwaliteitsvoorwaarden voor voorschoolse educatie in peuterspeelzalen en kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen vastgestelde bepalingen.
Dit hoofdstuk is van toepassing op het toezicht op de kwaliteitsvoorwaarden voor voorschoolse educatie in kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de Wet kinderopvang vastgestelde bepalingen.
### Artikel 15h
**1.** De artikelen 4, tweede lid, 7, 8, eerste en derde lid, en 9 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 4, tweede lid, onder »instellingen» wordt verstaan «kindercentra en peuterspeelzalen als bedoeld in de artikelen 1.1, eerste lid, en 2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen» en dat in artikel 9, eerste lid, onder «het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften» wordt verstaan: het toezicht op de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet of de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gegeven voorschriften omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie.
**1.** De artikelen 4, tweede lid, 7, 8, eerste en derde lid, en 9 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 4, tweede lid, onder «instellingen» wordt verstaan «kindercentra als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang» en dat in artikel 9, eerste lid, onder «het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften» wordt verstaan: het toezicht op de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet of de bij of krachtens de Wet kinderopvang gegeven voorschriften omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie.
**2.** De inspectie houdt toezicht op de naleving van de afspraken onderwijsachterstandenbeleid, bedoeld in artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs.
@ -345,7 +346,7 @@ Dit hoofdstuk is van toepassing op het toezicht op de kwaliteitsvoorwaarden voor
**1.**
De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in artikel 15h, eerste lid, aan de hand van de kwaliteitsvoorwaarden van de voorschoolse educatie in peuterspeelzalen en kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen vastgestelde bepalingen, te weten:
De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in artikel 15h, eerste lid, aan de hand van de kwaliteitsvoorwaarden van de voorschoolse educatie in kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de Wet kinderopvang vastgestelde bepalingen, te weten:
a. de basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie,
b. het informeren van ouders en ouderbetrokkenheid,
@ -354,23 +355,23 @@ d. ontwikkeling, zorg en begeleiding van de kinderen,
e. kwaliteitszorg,
f. de doorgaande lijn tussen voor- en vroegschoolse educatie.
**2.** De inspectie rapporteert over de bevindingen van het toezicht aan de houder van een peuterspeelzaal of een kindercentrum en aan het college van burgemeester en wethouders.
**2.** De inspectie rapporteert over de bevindingen van het toezicht aan de houder van een kindercentrum en aan het college van burgemeester en wethouders.
**3.** Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie uit eigen beweging incidenteel onderzoek verrichten naar de kwaliteit van de voorschoolse educatie in peuterspeelzalen en kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen vastgestelde bepalingen.
**3.** Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie uit eigen beweging incidenteel onderzoek verrichten naar de kwaliteit van de voorschoolse educatie in kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de Wet kinderopvang vastgestelde bepalingen.
**4.** Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «andere betrokkenen» in ieder geval wordt verstaan: vertegenwoordigers van houders van kindercentra en peuterspeelzalen als bedoeld in de artikelen 1.1 en 2.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
**4.** Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «andere betrokkenen» in ieder geval wordt verstaan: vertegenwoordigers van houders van kindercentra als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang.
**5.** De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in artikel 15h, tweede lid, op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente of op verzoek van Onze Minister. Het college van burgemeester en wethouders dient een dergelijk verzoek in op eigen initiatief of als een partij als bedoeld in artikel 167, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs aan het college hierom verzoekt.
### Artikel 15j
De artikelen 20, eerste tot en met vijfde lid, 21, 22 en 23 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 20, tweede lid, onder «een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift» wordt verstaan «een bij of krachtens een onderwijswet of een bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gegeven voorschrift omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie» en dat in het derde en vierde lid onder «het bestuur» moet worden verstaan: de houder van een kindercentrum of peuterspeelzaal als bedoeld in de artikelen 1.1 en 2.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
De artikelen 20, eerste tot en met vijfde lid, 21, 22 en 23 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 20, tweede lid, onder «een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift» wordt verstaan «een bij of krachtens een onderwijswet of een bij of krachtens de Wet kinderopvang gegeven voorschrift omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie» en dat in het derde en vierde lid onder «het bestuur» moet worden verstaan: de houder van een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang.
### Artikel 15k
**1.** Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van de voorschoolse educatie in peuterspeelzalen of kindercentra als bedoeld in de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen vastgestelde bepalingen, tekortschiet, informeert zij het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente en doet voorstellen over te treffen maatregelen.
**1.** Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van de voorschoolse educatie in kindercentra als bedoeld in de bij of krachtens de Wet kinderopvang vastgestelde bepalingen, tekortschiet, informeert zij het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente en doet voorstellen over te treffen maatregelen.
**2.** De inspectie stelt de houder van de betreffende peuterspeelzaal of van het betreffende kindercentrum in kennis van haar voorstellen aan het college van burgemeester en wethouders.
**2.** De inspectie stelt de houder van het betreffende kindercentrum in kennis van haar voorstellen aan het college van burgemeester en wethouders.
## Hoofdstuk 3d. Toezicht Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven
@ -491,8 +492,8 @@ c. het Centraal bureau voor de statistiek gegevens te verstrekken teneinde het C
1°. Onze Minister gegevens te verstrekken ten behoeve van de beleidsvoorbereiding;
2°. de gemeenten gegevens te verstrekken ten behoeve van de toekenning van uitkeringen, bedoeld in artikel 2 van de Wet participatiebudget, aan instellingen, en ten behoeve van de begrotings- en beleidsvoorbereiding inzake de gemeentelijke taken op het gebied van het onderwijs;
d. de instellingen, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn om te beoordelen of personen die als deelnemer zijn of wensen te worden ingeschreven voor een opleiding voldoen aan de eisen die daarvoor zijn gesteld bij of krachtens artikel 8.2.1 of 8.2.2 van die wet;
e. de instellingen, bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek gegevens te verstrekken die nodig zijn om te beoordelen of personen die als student of extraneus zijn of wensen te worden ingeschreven voor een opleiding voldoen aan de eisen die daarvoor zijn gesteld bij of krachtens artikel 7.24, eerste en tweede lid, 7.25, eerste tot en met derde lid, 7.25a, 7.28, eerste lid, 7.30, eerste lid, of 7.30a, eerste lid, van die wet; en
d. de instellingen, bedoeld in de artikelen 1.1.1, onderdeel b, 1.4.1 en 1.4a.1, voor zover het betreft opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, van de Wet educatie en beroepsonderwijs gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van aanmeldings- en inschrijvingsprocedures;
e. de instellingen, bedoeld in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de rechtspersonen voor hoger onderwijs gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van aanmeldings- en inschrijvingsprocedures; en
f. het meldingsregister relatief verzuim te voorzien van de gegevens die noodzakelijk zijn in het kader van het doel van dat register.
**2.** Het beheer van het basisregister onderwijs berust bij Onze Minister.
@ -514,26 +515,28 @@ d1. de persoonsgebonden nummers van de deelnemers aan een opleiding educatie die
e. de persoonsgebonden nummers van de deelnemers aan een beroepsopleiding die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een uit s Rijks kas bekostigde instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, tezamen met de andere gegevens, genoemd in artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en artikel 164a, leden 2a en 2b van de Wet op de expertisecentra;
e1. de persoonsgebonden nummers van de deelnemers aan een beroepsopleiding die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een andere dan een in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoelde instelling of een instelling als bedoeld in die wet voor een beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, tezamen met de andere gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, in samenhang met artikel 1.4.1, zesde lid, onderdeel a, van die wet;
f. de persoonsgebonden nummers van de studenten en extraneï die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een uit s Rijks kas bekostigde instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met uitzondering van de Open Universiteit, tezamen met de andere gegevens, genoemd in artikel 7.52, tweede en vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
g. de hierna te noemen gegevens zoals die over de personen, bedoeld in de onderdelen a tot en met f, zijn opgenomen in de basisregistratie personen:
f1. de persoonsgebonden nummers van de studenten en extraneï die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een rechtspersoon voor hoger onderwijs, tezamen met de andere gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede en vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, in samenhang met artikel 7.1, derde lid, onderdeel a, van die wet;
g. de hierna te noemen gegevens zoals die over de personen, bedoeld in de onderdelen a tot en met f1, zijn opgenomen in de basisregistratie personen:
1°. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteland, geslacht, overlijdensdatum, geboorteland moeder en geboorteland vader;
2°. de gegevens over de nationaliteit;
3°. de gegevens over het verblijf in Nederland en het vorige verblijf buiten Nederland en over het vertrek uit Nederland en het vorige verblijf buiten Nederland;
h. de gegevens over het verblijfsrecht van de vreemdeling zoals die over de personen, bedoeld in de onderdelen e, e1 en f, zijn opgenomen in de basisregistratie personen.
h. de gegevens over het verblijfsrecht van de vreemdeling zoals die over de personen, bedoeld in de onderdelen e, e1, f en f1, zijn opgenomen in de basisregistratie personen.
**2.**
Indien de in het eerste lid, onderdeel g, bedoelde gegevens van een leerling, deelnemer, student of extraneus aan een school of instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen worden in het basisregister onderwijs alleen opgenomen de gegevens die het bevoegd gezag verstrekt op basis van
Indien de in het eerste lid, onderdeel g, bedoelde gegevens van een leerling, deelnemer, student of extraneus aan een school, instelling of rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f1, niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen worden in het basisregister onderwijs alleen opgenomen de gegevens die het bevoegd gezag verstrekt op basis van
a. artikel 178a, tweede en zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs,
b. artikel 164a, tweede en achtste lid, van de Wet op de expertisecentra,
c. artikel 103b, tweede en achtste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs,
c1. artikel 103b, tweede en achtste lid, in samenhang met artikel 58, zevende lid, onderdeel a, van de Wet op het voortgezet onderwijs,
d. artikel 2.3.6a, tweede en vijfde lid, of 2.5.5a, tweede of zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
d1. artikel 2.3.6a, tweede en vijfde lid, in samenhang met artikel 1.4a.1, achtste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, in samenhang met artikel 1.4.1, zesde lid, onderdeel a, van die wet, of
e. artikel 7.52, tweede en vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
d1. artikel 2.3.6a, tweede en vijfde lid, in samenhang met artikel 1.4a.1, achtste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, in samenhang met artikel 1.4.1, zesde lid, onderdeel a, van die wet,
e. artikel 7.52, tweede en vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
f. artikel 7.52, tweede en vijfde lid, in samenhang met artikel 7.1, derde lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
**3.** De persoonsgegevens van de leerlingen, deelnemers, studenten en extraneï die niet langer zijn ingeschreven aan een school of instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, worden tot vijf jaren na beëindiging van de laatste inschrijving bewaard in het basisregister onderwijs in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkene te identificeren. Artikel 10, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens is niet van toepassing. In afwijking van de eerste volzin geldt voor de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, instelling voor hoger onderwijs waar een opleiding is gevolgd, naam van die opleiding, datum diploma en het aantal jaren genoten hoger onderwijs van studenten die niet langer zijn ingeschreven aan een instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, een bewaartermijn van vijftig jaren.
**3.** De persoonsgegevens van de leerlingen, deelnemers, studenten en extraneï die niet langer zijn ingeschreven aan een school of instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f1, worden tot vijf jaren na beëindiging van de laatste inschrijving bewaard in het basisregister onderwijs in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkene te identificeren. Artikel 10, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens is niet van toepassing. In afwijking van de eerste volzin geldt voor de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, instelling voor hoger onderwijs waar een opleiding is gevolgd, naam van die opleiding, datum diploma en het aantal jaren genoten hoger onderwijs van studenten die niet langer zijn ingeschreven aan een instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen f en f1, een bewaartermijn van vijftig jaren.
### Artikel 24d
@ -748,10 +751,7 @@ c. *betrokkene:* degene op wie een diplomagegeven betrekking heeft;
d. *derde:* derde als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
e. *waardedocument:* een getuigschrift, diploma, cijferlijst of certificaat als bedoeld in artikel 24n;
f. *College voor examens:* College voor examens, genoemd in artikel 2 van de Wet College voor examens, of één van diens rechtsvoorgangers, genoemd in artikel 12 van die wet, op het gebied van staatsexamens;
g. *afsluitend examen:*
1° het examen, bedoeld in artikel 7.10a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en het examen van een opleiding van de Open Universiteit, voor zover dit examen door die wet daarmee gelijk wordt gesteld,
2° het examen, bedoeld in artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
g. *afsluitend examen:* het examen, bedoeld in artikel 7.10a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en het examen van een opleiding van de Open Universiteit, voor zover dit examen door die wet daarmee gelijk wordt gesteld.
### Artikel 24m
@ -783,7 +783,13 @@ h. diplomas, cijferlijsten en certificaten van staatsexamens als bedoeld in a
i. getuigschriften van met goed gevolg afgelegde afsluitende examens van de uit s Rijks kas bekostigde programmas, bedoeld in artikel 7.8a, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die op of na 1 januari 2007 zijn afgegeven door instellingen als bedoeld in de onderdelen a, b, c en g, van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
j. getuigschriften van met goed gevolg afgelegde afsluitende examens van uit s Rijks kas bekostigde opleidingen hoger onderwijs die op of na een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip zijn afgegeven door de instelling, bedoeld in onderdeel h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
k. getuigschriften van met goed gevolg afgelegde afsluitende examens van uit s Rijks kas bekostigde opleidingen hoger onderwijs die op of na een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip zijn afgegeven door instellingen als bedoeld in onderdeel i van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
l. diplomas en cijferlijsten van onderwijs als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, en artikel 14b van de Wet op de expertisecentra die zijn afgegeven door scholen voor voortgezet speciaal onderwijs.
l. diplomas en cijferlijsten van onderwijs als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, en artikel 14b van de Wet op de expertisecentra die zijn afgegeven door scholen voor voortgezet speciaal onderwijs;
m. getuigschriften van met goed gevolg afgelegde examens van niet uit s Rijks kas bekostigde opleidingen als bedoeld in artikel 7.3b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die op of na een bij koninklijk besluit te bepalen datum zijn afgegeven door instellingen als bedoeld in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
n. getuigschriften van met goed gevolg afgelegde examens van niet uit s Rijks kas bekostigde opleidingen als bedoeld in artikelen 7.3a en 7.3b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die op of na een bij koninklijk besluit te bepalen datum zijn afgegeven door rechtspersonen voor hoger onderwijs;
o. getuigschriften van met goed gevolg afgelegde afsluitende examens van de niet uit s Rijks kas bekostigde programmas, bedoeld in artikel 7.8a, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet invoering associate degree-opleiding die op of na een bij koninklijk besluit te bepalen datum zijn afgegeven door rechtspersonen voor hoger onderwijs;
p. diplomas en certificaten van niet uit s Rijks kas bekostigde beroepsopleidingen die op of na 1 januari 2012 zijn afgegeven door andere dan in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoelde instellingen of instellingen als bedoeld in die wet ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
q. diplomas, cijferlijsten en certificaten van niet uit s Rijks kas bekostigde opleidingen educatie die op of na 1 januari 2012 zijn afgegeven door andere dan in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoelde instellingen of instellingen als bedoeld in die wet ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 1.4a.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
r. diplomas en cijferlijsten die op of na 1 januari 2012 zijn afgegeven door scholen die zijn aangewezen op grond van artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
### Artikel 24o
@ -805,7 +811,9 @@ d. in geval van een diploma voor een staatsexamen als bedoeld in artikel 60, twe
e. in geval van een diploma voor het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering: het behaalde diploma, het niveau, het profiel en de datum waarop het diploma is behaald.
f. in geval van een diploma of cijferlijst van onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op het voortgezet onderwijs, afgegeven door een school als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van die wet: de gegevens, bedoeld in artikel 103b, tweede lid, onder c, d, f en g, van die wet;
g. in geval van een diploma, cijferlijst of certificaat voor een staatsexamen als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, afgegeven door het College voor examens: de vakken waarin examen is afgelegd, de cijfers van het college-examen, het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het thema alsmede de beoordeling van het profielwerkstuk, de cijfers van het centraal examen, de eindcijfers en de uitslag van het staatsexamen;
h. in geval van een diploma of cijferlijst van onderwijs als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, en artikel 14b van de Wet op de expertisecentra, afgegeven door een school voor voortgezet speciaal onderwijs: de gegevens, bedoeld in artikel 164a, tweede lid, onder c, k, l en m, van die wet.
h. in geval van een diploma of cijferlijst van onderwijs als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, en artikel 14b van de Wet op de expertisecentra, afgegeven door een school voor voortgezet speciaal onderwijs: de gegevens, bedoeld in artikel 164a, tweede lid, onder c, k, l en m, van die wet;
i. in geval van een diploma of cijferlijst van onderwijs, afgegeven door een school die is aangewezen op grond van artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs: de gegevens, bedoeld in artikel 103b, tweede lid, onder c, d, f en g, van die wet;
j. in geval van een diploma, cijferlijst of certificaat van een opleiding educatie, afgegeven door een andere dan een in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoelde instelling of een instelling als bedoeld in die wet ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 1.4a.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs: de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, onder f en g, van die wet.
### Artikel 24p
@ -819,9 +827,9 @@ h. in geval van een diploma of cijferlijst van onderwijs als bedoeld in artikel
**1.** Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan betrokkene.
**2.** Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan een instelling of school als bedoeld in artikel 24n of aan een school of afdeling voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, indien betrokkene is ingeschreven of was ingeschreven bij die instelling, school of afdeling. Op grond van de eerste volzin kunnen uitsluitend diplomagegevens worden verstrekt die zijn behaald voor onderwijs van die instelling, school of afdeling.
**2.** Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan een instelling, school of rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 24n of aan een school of afdeling voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, indien betrokkene is ingeschreven of was ingeschreven bij die instelling, school, rechtspersoon voor hoger onderwijs of afdeling. Op grond van de eerste volzin kunnen uitsluitend diplomagegevens worden verstrekt die zijn behaald voor onderwijs van die instelling, school, rechtspersoon voor hoger onderwijs of afdeling.
**3.** Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan een instelling of school als bedoeld in artikel 24n of aan het College voor examens indien betrokkene een waardedocument heeft behaald bij die instelling, die school of dat college. Op grond van de eerste volzin kunnen uitsluitend diplomagegevens worden verstrekt van waardedocumenten die zijn afgegeven door die instelling, die school of dat college.
**3.** Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan een instelling, school of rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 24n of aan het College voor examens indien betrokkene een waardedocument heeft behaald bij die instelling, die school, die rechtspersoon voor hoger onderwijs of dat college. Op grond van de eerste volzin kunnen uitsluitend diplomagegevens worden verstrekt van waardedocumenten die zijn afgegeven door die instelling, die school, die rechtspersoon voor hoger onderwijs of dat college.
**4.** Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan een instelling of school als bedoeld in artikel 24n of aan het College voor examens ten behoeve van de aanmelding, inschrijving of examinering van betrokkene.