2002-09-25 | BWBR0007124 | Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart
This commit is contained in:
parent
33fd55f1e4
commit
7a4f48b2cd
1 changed files with 158 additions and 126 deletions
|
|
@ -14,7 +14,9 @@ citeertitel: Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit en de daarbij behorende bijlagen bepaalde wordt verstaan onder:
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit en de daarbij behorende bijlage bepaalde wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. wet: Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart;
|
||||
b. motorschip: een schip dat is bestemd voor het vervoer van goederen en gebouwd om door middel van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen zelfstandig te varen;
|
||||
|
|
@ -39,12 +41,14 @@ n. veerpont: een schip dat is gebouwd of bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer
|
|||
o. lengte: de grootste lengte van de scheepsromp, het roer en de boegspriet niet inbegrepen;
|
||||
p. breedte: de grootste breedte gemeten op de buitenkant van de huidbeplating, schoepraderen niet inbegrepen;
|
||||
q. rusttijd: de tijd waarin een bemanningslid geen taak verricht noch daartoe verplicht is. De bewaking en het toezicht op een stilliggend schip worden niet beschouwd als taak in de zin van deze definitie;
|
||||
r. dagvaart: exploitatiewijze waarbij de vaartijd van een schip per 24 uur, blijkens de op die periode betrekking hebbende aantekening in het vaartijdenboek, bedoeld in artikel 27, eerste lid, ten hoogste 14 uur dan wel overeenkomstig artikel 9, 16 uur bedraagt;
|
||||
s. semi-continuvaart: exploitatiewijze waarbij de vaartijd van een schip per 24 uur, blijkens de op die periode betrekking hebbende aantekening in het vaartijdenboek, bedoeld in artikel 27, eerste lid, meer dan 14 uur, doch ten hoogste 18 uur, met uitzondering van artikel 9, bedraagt;
|
||||
t. continuvaart: exploitatiewijze waarbij de vaartijd van een schip per 24 uur, blijkens de op die periode betrekking hebbende aantekening in het vaartijdenboek, bedoeld in artikel 27, eerste lid, meer dan 18 uur bedraagt;
|
||||
r. exploitatiewijze A1: exploitatiewijze waarbij de vaartijd van een schip per 24 uur, blijkens de op die periode betrekking hebbende aantekening in het vaartijdenboek, bedoeld in artikel 25, onderdeel a, ten hoogste 14 uur dan wel overeenkomstig artikel 9, 16 uur bedraagt;
|
||||
s. exploitatiewijze A2: exploitatiewijze waarbij de vaartijd van een schip per 24 uur, blijkens de op die periode betrekking hebbende aantekening in het vaartijdenboek, bedoeld in artikel 25, onderdeel a, ten hoogste 18 uur bedraagt;
|
||||
t. exploitatiewijze B: exploitatiewijze waarbij de vaartijd van een schip per 24 uur, blijkens de op die periode betrekking hebbende aantekening in het vaartijdenboek, bedoeld in artikel 25, onderdeel a, meer dan 18 uur bedraagt;
|
||||
u. tachograaf: een registratie-apparaat ter controle van de naleving van bij of krachtens de wet gegeven voorschriften, van een door Onze Minister goedgekeurd model;
|
||||
v. Scheepvaartinspectie: de Scheepvaartinspectie, bedoeld in artikel 10 van de Schepenwet.
|
||||
|
||||
**2.** Waar in dit besluit de aanduiding «jaar» wordt gebruikt in relatie tot vaartijd, wordt hieronder verstaan hetgeen als zodanig geldt op grond van artikel 23.01, vierde lid, van het Besluit Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Als lijn, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de wet, wordt aangewezen de lijn, vastgesteld bij koninklijk besluit van 2 juni 1982 (*Stb.* 363).
|
||||
|
|
@ -82,24 +86,30 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Een wisseling van exploitatiewijze is slechts mogelijk met inachtneming van de volgende voorschriften:
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
a. van de exploitatiewijze dagvaart mag slechts dan naar de semi-continuvaart worden gewisseld indien:
|
||||
Een wisseling van exploitatiewijze is slechts toegestaan met inachtneming van de volgende voorschriften:
|
||||
|
||||
1°. de bemanning in zijn geheel is afgelost, of
|
||||
2°. de voor de exploitatiewijze semi-continuvaart bestemde bemanningsleden direct voor de wisseling een rusttijd van 8 uur, waarvan 6 uur buiten de vaartijd, in acht hebben genomen en de voor de exploitatiewijze semi-continuvaart voorgeschreven minimumbemanning zich aan boord bevindt;
|
||||
b. van de exploitatiewijze semi-continuvaart mag slechts dan naar de dagvaart worden gewisseld indien:
|
||||
- van de exploitatiewijze A1 mag slechts dan naar de exploitatiewijze A2 worden gewisseld indien:
|
||||
|
||||
1°. de bemanning in zijn geheel is afgelost, of
|
||||
2°. de voor de exploitatiewijze dagvaart bestemde bemanningsleden direct voor de wisseling een onafgebroken rusttijd van 8 uur buiten de vaartijd in acht hebben genomen;
|
||||
c. van de exploitatiewijze continuvaart mag slechts dan naar de dagvaart of de semi-continuvaart worden gewisseld indien:
|
||||
- de bemanning in zijn geheel is afgelost, of
|
||||
- bij controle kan worden aangetoond dat de voor de exploitatiewijze A2 bestemde bemanningsleden onmiddellijk voor de wisseling een rusttijd van 8 uur, waarvan 6 uur buiten de vaartijd, in acht hebben genomen en de voor de exploitatiewijze A2 voorgeschreven minimumbemanning zich aan boord bevindt;
|
||||
- van de exploitatiewijze A2 mag slechts naar de exploitatiewijze A1 worden gewisseld indien:
|
||||
|
||||
1°. de bemanning in zijn geheel is afgelost, of
|
||||
2°. de voor de exploitatiewijze dagvaart respectievelijk semi-continuvaart bestemde bemanningsleden direct voor de wisseling een onafgebroken rusttijd van 8 respectievelijk 6 uur in acht hebben genomen;
|
||||
d. van de exploitatiewijze dagvaart of semi-continuvaart mag slechts dan naar de continuvaart worden gewisseld indien:
|
||||
- de bemanning in zijn geheel is afgelost, of
|
||||
- bij controle kan worden aangetoond dat de voor de exploitatiewijze A1 bestemde bemanningsleden onmiddellijk voor de wisseling een onafgebroken rusttijd van 8 uur buiten de vaartijd in acht hebben genomen;
|
||||
- van de exploitatiewijze B mag slechts dan naar de exploitatiewijze A1 of A2 worden gewisseld indien:
|
||||
|
||||
1°. de bemanning in zijn geheel is afgelost, of
|
||||
2°. de voor de exploitatiewijze continuvaart bestemde bemanningsleden direct voor de wisseling een onafgebroken rusttijd van 8 respectievelijk 6 uur buiten de vaartijd in acht hebben genomen, en de voor de exploitatiewijze continuvaart voorgeschreven minimumbemanning zich aan boord bevindt.
|
||||
- de bemanning in zijn geheel is afgelost, of
|
||||
- bij controle kan worden aangetoond dat de voor de exploitatiewijze A1 respectievelijk A2 bestemde bemanningsleden onmiddellijk voor de wisseling een onafgebroken rusttijd van 8 respectievelijk 6 uur in acht hebben genomen;
|
||||
- van de exploitatiewijze A1 of A2 mag slechts naar de exploitatiewijze B worden gewisseld indien:
|
||||
|
||||
- de bemanning in zijn geheel is afgelost, of
|
||||
- bij controle kan worden aangetoond dat de voor de exploitatiewijze B bestemde bemanningsleden onmiddellijk voor de wisseling een onafgebroken rusttijd van 8 respectievelijk 6 uur buiten de vaartijd in acht hebben genomen, en de voor de exploitatiewijze B voorgeschreven minimumbemanning zich aan boord bevindt.
|
||||
|
||||
**2.** Een schip kan onmiddellijk in aansluiting op de exploitatiewijze A1 of A2 voor een verdere exploitatiewijze A1 of A2 worden ingezet, indien een voltallige uitwisseling van de bemanning heeft plaatsgevonden en kan worden aangetoond dat de nieuwe bemanningsleden onmiddellijk voorafgaand aan de voortzetting van de exploitatiewijze A1 of A2 een ononderbroken rusttijd van 8, respectievelijk 6 uur buiten de vaartijd in acht genomen hebben.
|
||||
|
||||
**3.** Het aantonen van de rusttijd, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt door middel van hetzij een verklaring als bedoeld in bijlage K van het Besluit Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, hetzij door een kopie van de pagina met aantekeningen van de vaar- respectievelijk rusttijden uit het vaartijdenboek van het schip, waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -111,20 +121,20 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In de dagvaart mag de vaartijd van een schip ten hoogste eenmaal per week tot ten hoogste 16 uur worden verlengd indien:
|
||||
Bij exploitatiewijze A1 mag de vaartijd van een schip ten hoogste eenmaal per kalenderweek tot ten hoogste 16 uur worden verlengd indien:
|
||||
|
||||
a. het schip is uitgerust met een goed functionerende tachograaf die inwerking is gesteld vanaf het einde van de voorgaande ten minste 8 aaneengesloten uren durende onderbreking van de vaart en
|
||||
b. de bemanning voor de dagvaart, bedoeld in de artikelen 12 tot en met 14 uit ten minste twee schippers als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a, bestaat.
|
||||
- het schip is uitgerust met een goed functionerende tachograaf die te allen tijde bereikbaar is voor de in de artikelen 11, eerste lid, en 18, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren en in werking is gesteld vanaf het begin van de voorgaande ten minste 8 aaneengesloten uren durende onderbreking van de vaart; en
|
||||
- de bemanning uit ten minste een schipper en een stuurman bestaat.
|
||||
|
||||
**2.** Een sleepschip dat niet zelfstandig vaart, en een schip waarvan de voortstuwing in een hecht samenstel door een schip of meer andere schepen wordt verzorgd, mag worden geëxploiteerd overeenkomstig het eerste lid, aanhef, indien het schip of de schepen die zorgdragen voor de voortstuwing van het hecht samenstel of het sleepschip, voldoen aan het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** In de dagvaart onderbreekt een schip de vaart van 22.00 uur tot 6.00 uur, tenzij het schip is uitgerust met een goed functionerende tachograaf die inwerking is gesteld vanaf het einde van de voorgaande ten minste 8 aaneengesloten uren durende onderbreking van de vaart. In dat geval wordt de vaart onderbroken gedurende ten minste 8 aaneengesloten uren in elke periode van 24 uur, te rekenen vanaf het einde van iedere onderbreking van ten minste 8 uur.
|
||||
**1.** Bij exploitatiewijze A1 onderbreekt een schip de vaart van 22.00 uur tot 6.00 uur, tenzij het schip is uitgerust met een goed functionerende tachograaf die te allen tijde bereikbaar is voor de in de artikelen 11, eerste lid, en 18, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren en in werking is gesteld vanaf het begin van de voorgaande ten minste 8 aaneengesloten uren durende onderbreking van de vaart. In dat geval wordt de vaart onderbroken gedurende ten minste 8 aaneengesloten uren in elke periode van 24 uur, te rekenen vanaf het einde van iedere onderbreking van ten minste 8 uur.
|
||||
|
||||
**2.** In de semi-continuvaart onderbreekt een schip de vaart van 23.00 uur tot 5.00 uur, tenzij het schip is uitgerust met een goed functionerende tachograaf die inwerking is gesteld vanaf het einde van de voorgaande ten minste 6 aaneengesloten uren durende onderbreking van de vaart. In dat geval wordt de vaart onderbroken gedurende ten minste 6 aaneengesloten uren in elke periode van 24 uur, te rekenen vanaf het einde van iedere onderbreking van ten minste 6 uur.
|
||||
**2.** Bij exploitatiewijze A2 onderbreekt een schip de vaart van 23.00 uur tot 5.00 uur, tenzij het schip is uitgerust met een goed functionerende tachograaf die te allen tijde bereikbaar is voor de in de artikelen 11, eerste lid, en 18, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren en in werking is gesteld vanaf het begin van de voorgaande ten minste 6 aaneengesloten uren durende onderbreking van de vaart. In dat geval wordt de vaart onderbroken gedurende ten minste 6 aaneengesloten uren in elke periode van 24 uur, te rekenen vanaf het einde van iedere onderbreking van ten minste 6 uur.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en het tweede lid zijn van toepassing op een sleepschip dat niet zelfstandig vaart, of een schip waarvan de voortstuwing in een hecht samenstel door een schip of meer andere schepen wordt verzorgd, indien het schip of de schepen die zorgdragen voor de voortstuwing van het samenstel, zijn uitgerust met een goed functionerende tachograaf die in werking is gesteld vanaf het einde van de voorgaande ten minste 8 respectievelijk 6 aaneengesloten uren durende onderbreking van de vaart.
|
||||
**3.** Het eerste en het tweede lid zijn van toepassing op een sleepschip dat niet zelfstandig vaart, of een schip waarvan de voortstuwing in een hecht samenstel door een schip of meer andere schepen wordt verzorgd, indien het schip of de schepen die zorgdragen voor de voortstuwing van het samenstel, zijn uitgerust met een goed functionerende tachograaf die te allen tijde bereikbaar is voor de in de artikelen 11, eerste lid, en 18, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren en inwerking is gesteld vanaf het begin van de voorgaande ten minste 8 respectievelijk 6 aaneengesloten uren durende onderbreking van de vaart.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -136,13 +146,45 @@ Indien gebruik wordt gemaakt van een tachograaf in de gevallen, bedoeld in de ar
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** De minimumbemanning van motorschepen en duwboten bestaat uit de bemanningsleden, opgenomen in tabel 1 van bijlage I.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** De minimumbemanning van hechte samenstellen bestaat uit de bemanningsleden, opgenomen in tabel 2 van bijlage I.
|
||||
De minimumbemanning van motorschepen en duwboten bestaat uit:
|
||||
|
||||
**3.** De minimumbemanning van passagiersschepen die niet als hotelschip worden geëxploiteerd, bestaat uit de bemanningsleden, opgenomen in tabel 3*a* van bijlage I, en de minimumbemanning van passagiersschepen die als hotelschepen worden geëxploiteerd, bestaat uit de bemanningsleden, opgenomen in tabel 3*b* van bijlage I.
|
||||
| | Groep | Bemanningsleden | Aantal bemanningsleden | | | | | | | | | |
|
||||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
|
||||
| Bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 | | | | | | | | | | | | |
|
||||
| | | | A1 | | A2 | | B | | | | | |
|
||||
| | | | S1 | S2 | S1 | S2 | S1 | S2 | | | | |
|
||||
| 1 | L ≤70 m | schipper | 1 | | 2 | | 2 | 2 | | | | |
|
||||
| | | stuurman | – | | – | | – | – | | | | |
|
||||
| | | volmatroos | – | | – | | – | – | | | | |
|
||||
| | | matroos | 1 | | – | | 1 | – | | | | |
|
||||
| | | lichtmatroos | – | | – | | 1^1 | 2^1^3 | | | | |
|
||||
| 2 | 70 m < L ≤ 86 m | schipper | 1 | of | 1 | 1 | 2 | | 2 | 2 | | |
|
||||
| | | stuurman | – | | – | – | – | | – | – | | |
|
||||
| | | volmatroos | 1 | | – | – | – | | – | – | | |
|
||||
| | | matroos | – | | 1 | 1 | – | | 2 | 1 | | |
|
||||
| | | lichtmatroos | – | | 1 | 1 | 1^1 | | – | 1 | | |
|
||||
| 3 | L > 86 m | schipper | 1 | of | 1 | 1 | 2 | 2 | 2 | of | 2 | 2 |
|
||||
| | | stuurman | 1 | | 1 | 1 | – | – | 1 | | 1^2 | 1 |
|
||||
| | | volmatroos | – | | – | – | – | – | – | | – | – |
|
||||
| | | matroos | 1 | | – | – | 1 | – | 2 | | 1 | 1 |
|
||||
| | | lichtmatroos | – | | 2 | 1 | 1^1 | 2^1 | – | | – | 1 |
|
||||
|
||||
**4.** De minimumbemanning van veerboten bestaat uit de bemanningsleden opgenomen in tabel 4.
|
||||
^1 De lichtmatroos of een van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.
|
||||
|
||||
^2 De stuurman bezit de bekwaamheid van schipper als bedoeld in artikel 18 , eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
^3 Een van de lichtmatrozen is ouder dan 18 jaar.
|
||||
|
||||
**2.** De in de tabel in het eerste lid voorgeschreven matrozen mogen door lichtmatrozen worden vervangen, die een minimumleeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het derde leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De in de tabel in het eerste lid voorgeschreven minimumbemanning
|
||||
|
||||
a) in groep 2, exploitatiewijze A 1, Standaard S2; en
|
||||
b) in groep 3, exploitatiewijze A1, Standaard S1 kan voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden in een kalenderjaar met een lichtmatroos, die een schippersschool bezoekt, worden verminderd. Opeenvolgende periodes met een verminderde bemanning worden met een periode van minimaal één maand onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool wordt aangetoond met een verklaring van de schippersschool die zich aan boord bevindt, waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de lichtmatroos, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
|
|
@ -154,12 +196,12 @@ De minimumbemanning van hechte samenstellen bestaat uit:
|
|||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
|
||||
| | | | A1 | | A2 | | B | |
|
||||
| | | | S1 | S2 | S1 | S2 | S1 | S2 |
|
||||
| 1 | Afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m | schipper stuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 1––1–– | | 2––––– | | 2––11^1– | 2–––2^1^3– |
|
||||
| 2 | Afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m | schipper stuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 1 of 1 – of –1 of –– of 1– of 1– of – | 1––11– | 2–––1^1– | | 2––2–– | 2––11– |
|
||||
| 3 | Duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m | schipper stuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 1 of 1 1 of 1– of –1 of –– of 2– of – | 11––1– | 2––11^1– | 2–––2^1– | 2 of 2 1 of 1^2– of –2 of 1– of –– of – | 21–11– |
|
||||
| 4 | duwboot + 2 duwbakken^* motorschip + 1 duwbak^* | schipper stuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 11–11^1– | 11––2^1– | 2––21^1– | 2––12^1– | 2 of 2 1 of 1^2– of –2 of 2– of –1 of – | 2 of 2 1 of 1^2– of –1 of 11 of 11 of – |
|
||||
| 5 | duwboot + 3 of 4 duwbakken^* motorschip + 2 of 3 duwbakken^* | schipper stuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 1 of 1 1 of 1– of –2 of 1– of 21 of 1 | 11–111 | 2––21^11 | 2––12^11 | 2 of 2 1 of 1^2– of –2 of 21^1 of –1 of 1 | 2 of 2 1 of 1^2– of –1 of 12^1 of –1 of 1 |
|
||||
| 6 | duwboot + meer dan 4 duwbakken^* | schipper stuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 1 of 1 1 of 1– of –3 of 2– of 21 of 1 | 111111 | 2––31^11 | 2––22^11 | 2 of 2 1 of 1^2– of –3 of 31^1 of –1 of 1 | 2 of 2 1 of 1^2– of –2 of 22^1 of 11 of 1 |
|
||||
| 1 | Afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 – – 1 – – | | 2 – – – – – | | 2 – – 1 1^1 – | 2 – – – 2^1^3 – |
|
||||
| 2 | Afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 of 1 – of – 1 of – – of 1 – of 1 – of – | 1 – – 1 1 – | 2 – – – 1^1 – | | 2 – – 2 – – | 2 – – 1 1 – |
|
||||
| 3 | Duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 of 1 1 of 1 – of – 1 of – – of 2 – of – | 1 1 – – 1 – | 2 – – 1 1^1 – | 2 – – – 2^1 – | 2 of 2 1 of 1^2 – of – 2 of 1 – of – – of – | 2 1 – 1 1 – |
|
||||
| 4 | duwboot + 2 duwbakken^* motorschip + 1 duwbak^* | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 1 – 1 1^1 – | 1 1 – – 2^1 – | 2 – – 2 1^1 – | 2 – – 1 2^1 – | 2 of 2 1 of 1^2 – of – 2 of 2 – of – 1 of – | 2 of 2 1 of 1^2 – of – 1 of 1 1 of 1 1 of – |
|
||||
| 5 | duwboot + 3 of 4 duwbakken^* motorschip + 2 of 3 duwbakken^* | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 of 1 1 of 1 – of – 2 of 1 – of 2 1 of 1 | 1 1 – 1 1 1 | 2 – – 2 1^1 1 | 2 – – 1 2^1 1 | 2 of 2 1 of 1^2 – of – 2 of 2 1^1 of – 1 of 1 | 2 of 2 1 of 1^2 – of – 1 of 1 2^1 of – 1 of 1 |
|
||||
| 6 | duwboot + meer dan 4 duwbakken^* | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 of 1 1 of 1 – of – 3 of 2 – of 2 1 of 1 | 1 1 1 1 1 1 | 2 – – 3 1^1 1 | 2 – – 2 2^1 1 | 2 of 2 1 of 1^2 – of – 3 of 3 1^1 of – 1 of 1 | 2 of 2 1 of 1^2 – of – 2 of 2 2^1 of 1 1 of 1 |
|
||||
|
||||
^1 De lichtmatroos of een van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.
|
||||
|
||||
|
|
@ -190,12 +232,12 @@ De minimumbemanning voor schepen voor dagtochten bestaat uit:
|
|||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
|
||||
| | | | A1 | A2 | B | | | |
|
||||
| | | | S1 | S2 | S1 | S2 | S1 | S2 |
|
||||
| 1 | Toegestaan aantal passagiers: tot en met 75 | schipperstuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 1––1–– | | 2––1–– | | 2––2–– | 2––11– |
|
||||
| 2 | Toegestaan aantal passagiers: van 76 tot en met 250 | schipperstuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 1 of 1– of –– of –1 of –1 of –– of 1 | 1––11– | 2–––1^11 | | 2––1^111 | |
|
||||
| 3 | Toegestaan aantal passagiers: van 251 tot en met 600 | schipperstuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 1 of 1– of –1 of 1– of –– of 21 of – | 1–1–1– | 2––1–1 | 2–––11 | 3––1–1 | 3–––11 |
|
||||
| 4 | Toegestaan aantal passagiers: van 601 tot en met 1000 | schipperstuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 11–11^1– | 11––2^11 | 2––2–1 | 2––111 | 3––2–1 | 3––111 |
|
||||
| 5 | Toegestaan aantal passagiers: van 1001 tot en met 2000 | schipperstuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 2 of 2– of –– of –3 of 2– of 21 of 1 | 2––211 | 2––31^11 | 2––22^11 | 3––31^11 | 3––22^11 |
|
||||
| 6 | Toegestaan aantal passagiers: meer dan 2000 | schipperstuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 2––31^11 | 2––22^11 | 2––4–1 | 2––311 | 3––41^11 | 3––32^11 |
|
||||
| 1 | Toegestaan aantal passagiers: tot en met 75 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 – – 1 – – | | 2 – – 1 – – | | 2 – – 2 – – | 2 – – 1 1 – |
|
||||
| 2 | Toegestaan aantal passagiers: van 76 tot en met 250 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 of 1 – of – – of – 1 of – 1 of – – of 1 | 1 – – 1 1 – | 2 – – – 1^1 1 | | 2 – – 1^1 1 1 | |
|
||||
| 3 | Toegestaan aantal passagiers: van 251 tot en met 600 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 of 1 – of – 1 of 1 – of – – of 2 1 of – | 1 – 1 – 1 – | 2 – – 1 – 1 | 2 – – – 1 1 | 3 – – 1 – 1 | 3 – – – 1 1 |
|
||||
| 4 | Toegestaan aantal passagiers: van 601 tot en met 1000 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 1 – 1 1^1 – | 1 1 – – 2^1 1 | 2 – – 2 – 1 | 2 – – 1 1 1 | 3 – – 2 – 1 | 3 – – 1 1 1 |
|
||||
| 5 | Toegestaan aantal passagiers: van 1001 tot en met 2000 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 2 of 2 – of – – of – 3 of 2 – of 2 1 of 1 | 2 – – 2 1 1 | 2 – – 3 1^1 1 | 2 – – 2 2^1 1 | 3 – – 3 1^1 1 | 3 – – 2 2^1 1 |
|
||||
| 6 | Toegestaan aantal passagiers: meer dan 2000 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 2 – – 3 1^1 1 | 2 – – 2 2^1 1 | 2 – – 4 – 1 | 2 – – 3 1 1 | 3 – – 4 1^1 1 | 3 – – 3 2^1 1 |
|
||||
|
||||
^1 De lichtmatroos of een van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.
|
||||
|
||||
|
|
@ -207,8 +249,8 @@ De minimumbemanning voor stoomschepen voor dagtochten bestaat uit:
|
|||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
|
||||
| | | | A1 | | A2 | | B | |
|
||||
| | | | S1 | S2 | S1 | S2 | S1 | S2 |
|
||||
| 1 | Toegestaan aantal passagiers: van 501 tot en met 1000 | schipperstuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver^2 | 11–2–2 | 11–112 | 2––2–2 | 2––112 | 3––2–3 | 3––113 |
|
||||
| 2 | Toegestaan aantal passagiers: van 1001 tot en met 2000 | schipperstuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver^2 | 2 of 2– of –– of –3 of 2– of 23 of 3 | 2––213 | 2––31^13 | 2––22^13 | 3––31^13 | 3––22^13 |
|
||||
| 1 | Toegestaan aantal passagiers: van 501 tot en met 1000 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver^2 | 1 1 – 2 – 2 | 1 1 – 1 1 2 | 2 – – 2 – 2 | 2 – – 1 1 2 | 3 – – 2 – 3 | 3 – – 1 1 3 |
|
||||
| 2 | Toegestaan aantal passagiers: van 1001 tot en met 2000 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver^2 | 2 of 2 – of – – of – 3 of 2 – of 2 3 of 3 | 2 – – 2 1 3 | 2 – – 3 1^1 3 | 2 – – 2 2^1 3 | 3 – – 3 1^1 3 | 3 – – 2 2^1 3 |
|
||||
|
||||
^1 De lichtmatroos of een van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.
|
||||
|
||||
|
|
@ -222,9 +264,9 @@ De minimumbemanning voor hotelschepen bestaat uit:
|
|||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
|
||||
| | | | A1 | | A2 | | B | |
|
||||
| | | | S1 | S2 | S1 | S2 | S1 | S2 |
|
||||
| 1 | Toegestaan aantal bedden: tot en met 50 | schipperstuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 1–1––1 | 1–––21 | 2––1–1 | 2–––11 | 3––1–1 | 3–––11 |
|
||||
| 2 | Toegestaan aantal bedden: van 51 tot en met 100 | schipperstuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 11–1–1 | 11––11 | 2––1–1 | 2–––11 | 3––1–1 | 3–––11 |
|
||||
| 3 | Toegestaan aantal bedden: meer dan 100 | schipperstuurmanvolmatroosmatrooslichtmatroosmachinist of matroos-motordrijver | 1 of 11 of 1– of –2 of 1– of 21 of 1 | 11–111 | 2––3–1 | 2–1111 | 3––3–1 | 3–1111 |
|
||||
| 1 | Toegestaan aantal bedden: tot en met 50 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 – 1 – – 1 | 1 – – – 2 1 | 2 – – 1 – 1 | 2 – – – 1 1 | 3 – – 1 – 1 | 3 – – – 1 1 |
|
||||
| 2 | Toegestaan aantal bedden: van 51 tot en met 100 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 1 – 1 – 1 | 1 1 – – 1 1 | 2 – – 1 – 1 | 2 – – – 1 1 | 3 – – 1 – 1 | 3 – – – 1 1 |
|
||||
| 3 | Toegestaan aantal bedden: meer dan 100 | schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver | 1 of 1 1 of 1 – of – 2 of 1 – of 2 1 of 1 | 1 1 – 1 1 1 | 2 – – 3 – 1 | 2 – 1 1 1 1 | 3 – – 3 – 1 | 3 – 1 1 1 1 |
|
||||
|
||||
**4.** Voor passagiersschepen, bedoeld in het eerste en het derde lid, die zonder passagiers aan boord varen, geldt de minimumbemanning volgens artikel 12.
|
||||
|
||||
|
|
@ -296,57 +338,52 @@ De minimumbemanning voor veerboten bestaat uit:
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Motorschepen, duwboten en passagiersschepen mogen slechts met een minimumbemanning worden geëxploiteerd indien zij zijn voorzien van een verklaring, afgegeven door het hoofd van de Scheepvaartinspectie, waaruit blijkt dat zij voldoen aan de volgende voorschriften:
|
||||
Motorschepen, duwboten, duwstellen en passagiersschepen, die met een minimumbemanning worden geëxploiteerd, voldoen aan de volgende voorschriften:
|
||||
|
||||
a. de voortstuwingsinstallaties zijn zo ingericht, dat de verandering van de vaarsnelheid en de omkering van de richting van de stuwkracht van de schroef vanuit het stuurhuis kunnen geschieden.
|
||||
- Standaard S1
|
||||
|
||||
De hulpmotoren die nodig zijn bij het varen met het schip kunnen vanuit het stuurhuis worden aan- en afgezet, tenzij dit automatisch geschiedt, dan wel deze motoren gedurende elke reis ononderbroken in bedrijf zijn;
|
||||
b. het kritieke peil
|
||||
- De voortstuwingsinstallaties zijn zodanig ingericht, dat de verandering van de vaarsnelheid en de omkering van de richting van de stuwkracht van de schroef vanaf de stuurstelling kunnen geschieden. De hulpmotoren nodig bij het varen met het schip kunnen vanaf de stuurstelling worden aan – en afgezet, tenzij dit automatisch geschiedt, dan wel deze motoren gedurende elke reis ononderbroken in bedrijf zijn.
|
||||
- Het kritieke peil van de temperatuur van het koelwater van de hoofdmotoren, van de druk van de smeerolie van de hoofdmotoren en de transmissie, van de oliedruk en de luchtdruk van de omkeerinrichting van de hoofdmotoren, de keerkoppeling of de schroeven en van het bilgewater in de hoofdmachinekamer wordt aangegeven door installaties die in het stuurhuis akoestische en optische alarmsignalen in werking stellen. De akoestische alarmsignalen mogen in één akoestisch apparaat verenigd zijn. Zij mogen worden uitgeschakeld zodra de storing is vastgesteld. De optische alarmsignalen mogen pas worden uitgeschakeld, nadat de desbetreffende storingen zijn verholpen.
|
||||
- De brandstoftoevoer en de koeling van de hoofdmotoren geschieden automatisch
|
||||
- De bediening van de stuurinrichting kan, zelfs bij de grootste toegelaten inzinking door één persoon zonder bijzondere krachtsinspanning worden verricht.
|
||||
- De door het ter plaatse geldende scheepvaartreglement voorgeschreven optische tekens en geluidsseinen van varende schepen kunnen vanaf de stuurstelling worden gegeven.
|
||||
- Indien geen rechtstreeks contact mogelijk is tussen de stuurstelling en het voorschip, het achterschip, de verblijven en de machinekamer, is een spreekverbinding aangebracht. Voor contact met de machinekamer mogen in plaats van een spreekverbinding optische en akoestische signalen worden gebruikt.
|
||||
- De voorgeschreven bijboot kan door één bemanningslid binnen een redelijke tijd te water worden gelaten.
|
||||
- Er is een vanaf de stuurstelling te bedienen schijnwerper aan boord.
|
||||
- De kracht, nodig om zwengels en soortgelijke draaibare voorzieningen van hefwerktuigen te bedienen bedraagt niet meer dan 160 N.
|
||||
- De in het certificaat van onderzoek vermelde sleeplieren worden door een motor aangedreven.
|
||||
- De lenspompen en de dekwaspompen worden door een motor aangedreven.
|
||||
- De voornaamste bedieningsinrichtingen en controle-instrumenten zijn ergonomisch aangebracht.
|
||||
- De inrichting nodig voor het sturen van het schip kan vanuit het stuurhuis worden bediend. Indien voor de goede bestuurbaarheid of het kop voor stilhouden een boegroerinstallatie voorgeschreven is, kan deze eveneens vanuit het stuurhuis worden bediend.
|
||||
- Standaard S2
|
||||
|
||||
1°. van de temperatuur van het koelwater van de hoofdmotoren,
|
||||
2°. van de druk van de smeerolie van de hoofdmotoren en de transmissie,
|
||||
3°. van de oliedruk en de luchtdruk van de omkeerinrichting van de hoofdmotoren, de keerkoppelingen of de schroeven,
|
||||
4°. van het bilgewater in de machinekamer,
|
||||
- voor alleen varende motorschepen geldt Standaard S1 en bovendien een uitrusting met een vanuit de stuurhut bedienbare boegschroefinstallatie;
|
||||
- voor motorschepen, die gekoppelde vaartuigen voortbewegen, geldt Standaard S1 en bovendien een uitrusting met een vanuit de stuurhut bedienbare boegschroefinstallatie;
|
||||
- voor motorschepen, die een duwstel, bestaande uit het motorschip en een vaartuig ervoor, voortbewegen, geldt Standaard S1 en bovendien een uitrusting met hydraulisch of elektrisch aangedreven koppellieren. Deze uitrusting is echter niet vereist, als het vaartuig aan de kop van het duwstel met een boegschroefinstallatie is uitgerust, die vanuit de stuurhut van het duwende motorschip te bedienen is;
|
||||
- voor duwboten, die een duwstel voortbewegen, geldt Standaard S1 en bovendien een uitrusting met hydraulisch of elektrisch aangedreven koppellieren. Deze uitrusting is echter niet vereist, als het vaartuig aan de kop van het duwstel met een boegschroefinstallatie is uitgerust, die vanuit de stuurhut van het duwende duwboot te bedienen is;
|
||||
- voor passagiersschepen geldt Standaard S1 en bovendien een uitrusting met een vanuit de stuurhut bedienbare boegschroefinstallatie. Deze uitrusting is echter niet vereist, indien de voortstuwingsinstallatie en de stuurinrichting van het passagiersschip gelijkwaardige manoeuvreereigenschappen waarborgen.
|
||||
|
||||
wordt aangegeven door installaties die in het stuurhuis akoestische en optische alarmsignalen in werking stellen. De akoestische alarmsignalen mogen in één akoestisch apparaat verenigd zijn. Zij mogen worden uitgeschakeld zodra de storing is vastgesteld. De optische alarmsignalen mogen pas kunnen worden uitgeschakeld nadat de desbetreffende storingen zijn verholpen;
|
||||
c. de brandstoftoevoer en de koeling van de hoofdmotoren geschieden automatisch;
|
||||
d. de stuurhandelingen kunnen zelfs bij de grootste toegelaten inzinking van het schip door één persoon zonder bijzondere krachtsinspanning worden verricht;
|
||||
e. de door het ter plaatse geldende scheepvaartreglement voorgeschreven navigatielichten, tekens en geluidsseinen voor varende schepen kunnen vanuit het stuurhuis worden gegeven;
|
||||
f. indien geen rechtstreeks contact mogelijk is tussen het stuurhuis en het voorschip, het achterschip, de verblijven en de machinekamer, is een spreekinstallatie aangebracht. Voor contact met de machinekamer mogen in plaats van een spreekinstallatie optische en akoestische signalen worden gebruikt;
|
||||
g. indien een bijboot is voorgeschreven, dan kan deze door één bemanningslid binnen een redelijke tijd te water worden gelaten;
|
||||
h. er is een vanuit het stuurhuis te bedienen schijnwerper aan boord;
|
||||
i. de kracht die nodig is om zwengels en soortgelijke draaibare voorzieningen van hefwerktuigen te bedienen mag niet meer dan 16 kg bedragen;
|
||||
j. de in het certificaat van onderzoek vermelde sleeplieren worden mechanisch aangedreven;
|
||||
k. de lenspompen en de dekwaspompen worden mechanisch aangedreven;
|
||||
l. de voornaamste bedieningsinrichtingen en controle-instrumenten zijn ergonomisch uitgevoerd en aangebracht;
|
||||
m. de inrichting nodig voor het sturen van het schip kan vanuit het stuurhuis worden bediend. Indien voor de goede bestuurbaarheid of het kop voor stilhouden een boegroerinstallatie voorgeschreven is, kan deze eveneens vanuit het stuurhuis worden bediend;
|
||||
n. het schip is uitgerust met een radiotelefonie-installatie voor schip-schipverkeer en nautische informatie.
|
||||
|
||||
De verklaring, bedoeld in het Reglement onderzoek schepen op de Rijn, afgegeven door de Commissie van Deskundigen, waarin is vastgelegd of een schip al dan niet voldoet aan de voorschriften met betrekking tot de uitrusting van schepen, wordt met de in de aanhef bedoelde verklaring gelijkgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Tegen de beschikking van het hoofd van de Scheepvaartinspectie, bedoeld in het eerste lid, kan een belanghebbende beroep instellen bij Onze Minister.
|
||||
**2.** Het voldoen of niet voldoen aan de voorschriften bedoeld in het eerste lid wordt door het hoofd van de Scheepvaartinspectie in een verklaring vastgelegd. De verklaring, bedoeld in het Besluit Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, afgegeven door de Commissie van Deskundigen, waarin is vastgelegd of een schip al dan niet voldoet aan de voorschriften met betrekking tot de uitrusting van schepen, wordt met de in de eerste volzin bedoelde verklaring gelijkgesteld.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien een schip als bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan de voorschriften, genoemd in het eerste lid, wordt de minimumbemanning, bedoeld in de tabellen 1 tot en met 3*b* van bijlage I:
|
||||
Indien een schip als bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan de voorschriften, genoemd in het eerste lid, Standaard S 1, wordt de minimumbemanning, bedoeld in de artikel 12 tot en met 12c:
|
||||
|
||||
a. in de dagvaart versterkt met één matroos;
|
||||
b. in de semi-continuvaart versterkt met één matroos;
|
||||
c. in de continuvaart versterkt met twee matrozen.
|
||||
- bij exploitatiewijzen A1 en A2 versterkt met één matroos;
|
||||
- bij exploitatiewijze B versterkt met twee matrozen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een schip als bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan uitsluitend het eerste lid, onderdeel *i* of *k*, dan wel *i* en *k*, wordt, in afwijking van het derde lid, onderdeel *c*, de minimumbemanning in de continuvaart slechts versterkt met één matroos.
|
||||
**4.** Indien een schip als bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan het eerste lid onderdeel a, 9) of 11), wordt in afwijking van het derde lid, onderdeel b, de minimumbemanning in de exploitatiewijze B slechts versterkt met één matroos.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in het derde lid, wordt, indien een schip niet voldoet aan het eerste lid, onderdeel *a* tot en met *c*, dan wel *a*, *b*, of *c*:
|
||||
Onverminderd het bepaalde in het derde lid wordt, indien een schip niet voldoet aan het eerste lid, onderdeel a, 1) tot en met 3):
|
||||
|
||||
a. in de dagvaart een matroos vervangen door een matroos-motordrijver;
|
||||
b. in de semi-continuvaart een matroos vervangen door een matroos-motordrijver en worden
|
||||
c. in de continuvaart twee matrozen vervangen door twee matrozen-motordrijver.
|
||||
- bij exploitatiewijzen A1 en A2 een matroos vervangen door een matroos-motordrijver;
|
||||
- bij exploitatiewijze B twee matrozen vervangen door twee matrozen-motordrijver.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De minimumbemanning van schepen, niet zijnde motorschepen, duwboten, hechte samenstellen, passagiersschepen of veerboten, is, rekening houdend met de afmetingen, de bouw, de inrichting en de bestemming van deze schepen, voldoende met het oog op de veiligheid van de vaart en van de arbeid aan boord.
|
||||
**1.** De minimumbemanning van schepen, waarop de artikelen 12,12a,12b en 12 c niet van toepassing zijn, is, rekening houdend met de afmetingen, de bouw, de inrichting en de bestemming van deze schepen, voldoende met het oog op de veiligheid van de vaart en van de arbeid aan boord.
|
||||
|
||||
**2.** Het hoofd van de Scheepvaartinspectie kan met inachtneming van het eerste lid, na overleg met het bevoegde districtshoofd van de Arbeidsinspectie, ten aanzien van elk schip als bedoeld in het eerste lid afzonderlijk dan wel voor categorieën van schepen als bedoeld in het eerste lid de minimumbemanning vaststellen. Schepen als bedoeld in de vorige zin zijn voorzien van een verklaring, afgegeven door het hoofd van de Scheepvaartinspectie, waarin de minimumbemanning is vastgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -356,7 +393,7 @@ c. in de continuvaart twee matrozen vervangen door twee matrozen-motordrijver.
|
|||
|
||||
**1.** De minimumbemanning, bedoeld in de artikelen 12 tot en met 14, bevindt zich tijdens de vaart voortdurend aan boord.
|
||||
|
||||
**2.** Indien door onvoorziene omstandigheden, zoals ziekte, ongeval of bevel van een gezagdrager, tijdens de vaart ten hoogste één lid van de bij of krachtens dit besluit voorgeschreven minimumbemanning uitvalt, mag een schip, in afwijking van het eerste lid van dit artikel, doorvaren tot de eerstvolgende geschikte aanlegplaats, mits de bemanning ten minste uit twee bemanningsleden bestaat, waarvan er één voldoet aan artikel 18, eerste lid, onderdeel *a*. Voor een passagiersschip geldt in plaats van de eerstvolgende geschikte aanlegplaats, het eindpunt van de reis van die dag.
|
||||
**2.** Indien door onvoorziene omstandigheden, zoals ziekte, ongeval of bevel van een gezagdrager, tijdens de vaart ten hoogste één lid van de bij of krachtens dit besluit voorgeschreven minimumbemanning uitvalt, mag een schip, in afwijking van het eerste lid, doorvaren tot de eerstvolgende geschikte aanlegplaats in de richting waarin gevaren wordt, mits de bemanning ten minste uit twee bemanningsleden bestaat, waarvan er één voldoet aan artikel 18, eerste lid, onderdeel a. Voor een passagiersschip geldt in plaats van de eerstvolgende geschikte aanlegplaats, het eindpunt van de reis van die dag.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -393,11 +430,9 @@ e. **een matroos-motordrijver** voldoet
|
|||
f. **een matroos** is
|
||||
|
||||
1°. hetzij ten minste 17 jaar en in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding voor matroos heeft gevolgd dan wel een EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen;
|
||||
2°. hetzij ten minste 19 jaar en heeft ten minste drie jaar gevaren als lid van een dekbemanning, waarvan ten minste één jaar in de binnenvaart en twee jaar, hetzij in de binnenvaart, dan wel in de zeevaart, kustvaart of visserij, met dien verstande dat 250 vaardagen op een zee-, kust- of vissersschip als een jaar worden gerekend;
|
||||
g. **een lichtmatroos** is
|
||||
|
||||
1°. hetzij ten minste 16 jaar;
|
||||
2°. hetzij ten minste 15 jaar en in het bezit van een leerovereenkomst die voorziet in het bezoeken van een vakschool voor schippers, of het volgen van een schriftelijke cursus die door Onze Minister is erkend dan wel door een bevoegde autoriteit in het buitenland is erkend en die opleidt tot een gelijkwaardig diploma.
|
||||
2°. hetzij ten minste 19 jaar en heeft ten minste drie jaar gevaren als lid van een dekbemanning, waarvan ten minste één jaar in de binnenvaart en twee jaar, hetzij in de binnenvaart, dan wel in de zeevaart, kustvaart of visserij;
|
||||
g. een lichtmatroos is ten minste 15 jaar en in het bezit van een leerovereenkomst die voorziet in het bezoeken van een vakschool voor schippers, of het volgen van een schriftelijke cursus die door Onze Minister is erkend dan wel door een bevoegde autoriteit in het buitenland is erkend en die opleidt tot een gelijkwaardig diploma.
|
||||
h. een deksman is tenminste 16 jaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -410,7 +445,7 @@ d. **een 2e machinist** is ten minste 19 jaar en is in het bezit van een getuigs
|
|||
e. **een matroos** is ten minste 19 jaar en is in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een opleiding brandbestrijding heeft gevolgd, dan wel is in het bezit van een door onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd;
|
||||
f. **een lichtmatroos** is ten minste 18 jaar en is in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een opleiding brandbestrijding heeft gevolgd, dan wel is in het bezit van een door onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van bemanningsleden van veerponten opleidings- en ervaringseisen worden gesteld, welke afwijken van het eerste lid of strekken ter aanvulling daarvan.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van bemanningsleden van veerponten en veerboten opleidings- en ervaringseisen worden gesteld, welke afwijken van het eerste, onderscheidenlijk tweede lid of strekken ter aanvulling daarvan.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -432,13 +467,13 @@ Geen verklaring als bedoeld in artikel 19, eerste lid, is vereist ten aanzien va
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Een ambtenaar als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet is bevoegd te eisen, dat binnen een door hem te bepalen termijn een nieuwe geneeskundige verklaring wordt afgegeven, indien hij redelijkerwijs vermoedt dat de houder daarvan niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 19, eerste lid. Hij kan tevens eisen, dat aan degene, die in het bezit is van een eigen verklaring, als bedoeld in artikel 21, tweede lid, binnen een door hem te bepalen termijn een geneeskundige verklaring wordt afgegeven, overeenkomstig artikel 19, indien hij redelijkerwijs vermoedt, dat de betrokkene niet meer lichamelijk geschikt is, als bedoeld in artikel 21, tweede lid. De eerder afgegeven geneeskundige verklaring of eigen verklaring verliest zijn geldigheid na afloop van de in de eerste en tweede volzin bedoelde termijn.
|
||||
Een ambtenaar als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet is bevoegd te eisen, dat binnen een door hem te bepalen termijn een nieuwe geneeskundige verklaring wordt afgegeven, indien hij redelijkerwijs vermoedt dat de houder daarvan niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 19, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling wordt de vergoeding vastgesteld die verschuldigd is voor de kosten van afgifte van een geneeskundige verklaring, als bedoeld in artikel 19.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een geneeskundige verklaring wordt afgegeven, overeenkomstig artikel 22, komen de kosten van afgifte ten laste van het Rijk.
|
||||
**2.** Indien een geneeskundige verklaring wordt afgegeven, overeenkomstig artikel 22, komen de kosten van afgifte toe aan het bemanningslid indien de twijfels gegrond zijn gebleken.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Controlemiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -446,25 +481,35 @@ Een ambtenaar als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet is bevoegd te ei
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Een bemanningslid is in het bezit van een dienstboekje zoals omschreven in artikel 23.04, dan wel 24.05, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn, waaruit blijkt dat hij voldoet aan de eisen, gesteld in de artikelen 18 tot en met 21.
|
||||
**1.** Een bemanningslid is in het bezit van een dienstboekje als omschreven in artikel 23.04 van het Besluit Reglement onderzoek schepen op de Rijn, waaruit blijkt dat hij voldoet aan de eisen, gesteld in de artikelen 12, tweede lid, 12a, tweede lid, 12b, vijfde lid, en 18 tot en met 21.
|
||||
|
||||
**2.** Het dienstboekje, bedoeld in het eerste lid, is afgegeven door een door Onze Minister aangewezen instelling, welke verantwoordelijk is voor de invulling van het dienstboekje overeenkomstig de daarin gestelde instructies, alsmede voor het invullen van de gegevens betreffende de in artikel 18 gestelde eisen aan het bemanningslid.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Een bemanningslid laat het dienstboekje, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, telkens binnen een periode van 12 maanden, te rekenen vanaf de datum van afgifte, ten minste éénmaal afstempelen door de in het tweede lid bedoelde instelling.
|
||||
Het dienstboekje, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door een door Onze Minister aangewezen instelling, welke verantwoordelijk is voor
|
||||
|
||||
**4.** Een bemanningslid overhandigt het dienstboekje bij de aanvang van het dienstverband aan de gezagvoerend schipper.
|
||||
- de invulling van het dienstboekje overeenkomstig de daarin gestelde instructies;
|
||||
- de invulling van de gegevens betreffende de in artikel 18 gestelde eisen aan het bemanningslid;
|
||||
- de afstempeling ter controle.
|
||||
|
||||
**5.** De gezagvoerend schipper is verantwoordelijk voor de invulling van het dienstboekje overeenkomstig de daarin gestelde instructies. Gegevens betreffende een eerder afgelegde reis worden vóór het begin van de volgende reis ingevuld.
|
||||
**3.** De in het tweede lid bedoelde instelling kan het overleggen van vaartijdenboeken dan wel uittreksels daarvan of van andere relevante bescheiden verlangen. Zij mag slechts die reizen van een afstempeling voorzien die niet ouder zijn dan 15 maanden.
|
||||
|
||||
**6.** De gezagvoerend schipper bewaart het dienstboekje van een bemanningslid tot de beëindiging van zijn dienstverband. Op verzoek van het betreffende bemanningslid geeft de gezagvoerend schipper het dienstboekje te allen tijde en onverwijld aan hem terug.
|
||||
**4.** Een bemanningslid laat het dienstboekje, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, telkens binnen een periode van 12 maanden, te rekenen vanaf de datum van afgifte, ten minste éénmaal afstempelen door de in het tweede lid bedoelde instelling. Een bemanningslid dat voldoet aan de in artikel 18, eerste lid, onder b gestelde eisen is van de verplichting tot afstempeling vrijgesteld.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
**5.** Een bemanningslid overhandigt het dienstboekje bij de aanvang van het dienstverband aan de gezagvoerend schipper.
|
||||
|
||||
**6.** De gezagvoerend schipper is verantwoordelijk voor de invulling van het dienstboekje overeenkomstig de daarin gestelde instructies. Gegevens betreffende een eerder afgelegde reis worden vóór het begin van de volgende reis ingevuld.
|
||||
|
||||
**7.** De gezagvoerend schipper bewaart het dienstboekje van een bemanningslid tot de beëindiging van zijn dienstverband, arbeidscontract dan wel andere regeling, in het stuurhuis. Op verzoek van het betreffende bemanningslid geeft de gezagvoerend schipper het dienstboekje te allen tijde en onverwijld aan hem terug.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid neergelegde verplichting geldt niet voor:
|
||||
|
||||
a. het bemanningslid dat in het bezit is van een van de documenten, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a;
|
||||
b. het bemanningslid van een veerboot en veerpont dat in het bezit is van een document waaruit blijkt dat hij voldoet aan de eisen, gesteld in de artikelen 18 tot en met 21.
|
||||
|
||||
**9.** Ten aanzien van de kosten en de procedures voor de afgifte van dienstboekjes en vervangende exemplaren van dienstboekjes kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Vaartijdenboek
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
|
@ -473,7 +518,8 @@ De gezagvoerend schipper is verplicht ervoor te zorgen dat aan boord van het sch
|
|||
|
||||
a. een vaartijdenboek als bedoeld in artikel 23.08 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn;
|
||||
b. in geval van toepassing van artikel 13, eerste lid, aanhef, een verklaring als bedoeld in artikel 13, eerste lid, dan wel de beschikking tot weigering van afgifte van deze verklaring, of een afschrift daarvan;
|
||||
c. een verklaring als bedoeld in artikel 26, derde lid.
|
||||
c. een verklaring als bedoeld in artikel 26, derde lid;
|
||||
d. in geval van toepassing van artikel 7, derde lid, een verklaring als bedoeld in bijlage K van het Besluit Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, of een kopie van de pagina met de aantekeningen van de vaar- respectievelijk rusttijden uit het in onderdeel a genoemde vaartijdenboek, dat behoort bij het schip waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -495,13 +541,17 @@ c. het merk van de teboekstelling of het officiële scheepsnummer.
|
|||
|
||||
**6.** Het voorgaande vaartijdenboek wordt, nadat daarop de onuitwisbare aantekening "ongeldig" is aangebracht, teruggegeven.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het vijfde lid kan het overhandigen van het nieuwe vaartijdenboek geschieden op vertoon van het document, bedoeld in het derde lid. De exploitant van het schip draagt er in dat geval zorg voor dat het voorgaande vaartijdenboek binnen 30 dagen na de afgiftedatum van het nieuwe vaartijdenboek, die op het document , bedoeld in het vierde lid, door de bevoegde autoriteit is geregistreerd, door dezelfde bevoegde autoriteit onuitwisbaar ongeldig wordt verklaard. De exploitant van het schip draagt er zorg voordat daarna het vaartijdenboek weer aan boord wordt gebracht.
|
||||
|
||||
**8.** Ten aanzien van de kosten en procedures voor de afgifte van vaartijdenboeken en vervangende exemplaren van vaartijdenboeken kan Onze Minister nadere regels stellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Het vaartijdenboek wordt door de gezagvoerend schipper bijgehouden overeenkomstig de daarin gestelde aanwijzingen. De aantekeningen worden naar waarheid ingevuld en zijn onuitwisbaar en duidelijk leesbaar aangebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Indien op een dag twee of meer vaarten worden gemaakt en de samenstelling van de bemanning ongewijzigd blijft, kan worden volstaan met de vermelding van het tijdstip van aanvang van de eerste vaart in plaats van het tijdstip van aanvang van elke vaart op die dag en kan worden volstaan met het invullen van het einde van de laatste vaart in plaats van het tijdstip van einde van elke vaart op die dag.
|
||||
**2.** Indien op een dag twee of meer vaarten worden gemaakt en de samenstelling van de bemanning ongewijzigd blijft, kan worden volstaan met de vermelding van het tijdstip van aanvang van de eerste vaart in plaats van het tijdstip van aanvang van elke vaart op die dag en kan worden volstaan met het invullen van het tijdstip van het einde van de laatste vaart in plaats van het tijdstip van einde van elke vaart op die dag.
|
||||
|
||||
**3.** De in het vaartijdenboek vermelde bepaling, dat per reis kan worden volstaan met één schema voor het aantekenen van de rusttijden, is slechts van toepassing voor de bemanningsleden in de continuvaart. In de dagvaart en in de semi-continuvaart worden het begin en het einde van de rusttijd van elk bemanningslid, iedere dag gedurende de reis, aangetekend.
|
||||
**3.** De in het vaartijdenboek vermelde bepaling, dat per reis kan worden volstaan met één schema voor het aantekenen van de rusttijden, is slechts van toepassing bij exploitatiewijze B. Bij de exploitatiewijzen A1 en A2 worden het begin en het einde van de rusttijd van elk bemanningslid iedere dag gedurende de reis aangetekend.
|
||||
|
||||
**4.** De na een wisseling van exploitatiewijze noodzakelijke aantekeningen worden op een nieuwe bladzijde van het vaartijdenboek aangebracht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -526,10 +576,10 @@ d. de leden van de bemanning bij het begin van de dagelijkse veerdienst van het
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Het bij of krachtens de hoofdstukken II, III, met uitzondering van artikel 13, en IV bepaalde, alsmede de artikelen 31 tot en met 33, zijn niet van toepassing op zeeschepen die voldoen aan de bepalingen van Resolutie A. 481 (XII) van de Internationale Maritieme Organisatie van 19 november 1981 en het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Verdrag betreffende de normen van zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, met Bijlage, (*Trb.* 1981, 144 en 1992, 109), mits:
|
||||
Het bij of krachtens de hoofdstukken II, III, met uitzondering van artikel 13, en de bijlage bepaalde, is niet van toepassing op zeeschepen die voldoen aan de bepalingen van Resolutie A. 481 (XII) van de Internationale Maritieme Organisatie van 19 november 1981 en het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Verdrag betreffende de normen van zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, met Bijlage, (*Trb.* 1981, 144 en 1992, 109), mits:
|
||||
|
||||
a. het aantal bemanningsleden ten minste overeenkomt met de aantallen, opgenomen onder de exploitatiewijze continuvaart, bedoeld in de betreffende tabellen van bijlage I;
|
||||
b. er zich tijdens de vaart een persoon aan boord bevindt die voldoet aan artikel 18, eerste lid, onderdeel *a*, onder 1° tot en met 3°.
|
||||
- het aantal bemanningsleden ten minste overeenkomt met de aantallen, opgenomen onder de exploitatiewijze B in artikel 12;
|
||||
- er zich tijdens de vaart een persoon aan boord bevindt die voldoet aan artikel 18, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3°.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
@ -547,39 +597,19 @@ d. in het logboek of andere document, bedoeld in onderdeel c, worden de volgende
|
|||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 9, onderdeel *b*, mag in de groepen 1 en 3 van tabel 1, bedoeld in bijlage I, één van de schippers worden vervangen door een bemanningslid dat in het bezit is van een dienstboekje, waarin is aangetekend dat de betrokkene op de datum van inwerkingtreding van dit besluit ten minste twee jaar als matroos bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel *f*, of als matroos-motordrijver bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel *e*, in de binnenvaart heeft gevaren. De in de vorige volzin bedoelde aantekening is binnen een termijn van ten hoogste twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit in het dienstboekje geplaatst door de instelling, bedoeld in artikel 24, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde vervanging mag in groep 2 van tabel 1, bedoeld in bijlage I, slechts geschieden indien de minimumbemanning met ten minste een lichtmatroos wordt uitgebreid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Artikel 13 is niet van toepassing op een schip zolang er geen technisch onderzoek van het schip heeft plaatsgevonden:
|
||||
|
||||
a. volgens het tijdschema, bedoeld in de artikelen 32 en 34 van het Binnenschepenbesluit, op basis waarvan een certificaat van onderzoek zal worden afgegeven
|
||||
|
||||
of
|
||||
b. volgens een tijdschema opgesteld door een bevoegde autoriteit in het buitenland, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de richtlijn nr. 82/714/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 4 oktober 1982 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (*PbEG* L 301), op basis waarvan een communautair certificaat zal worden afgegeven.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De vereisten, genoemd in artikel 18, eerste lid, onderdelen *b* tot en met *f*, zijn gedurende twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit niet van toepassing voor de daar bedoelde bemanningsleden. Ten aanzien van deze bemanningsleden gelden de volgende eisen met betrekking tot de minimumleeftijd:
|
||||
|
||||
a. een stuurman is ten minste 19 jaar;
|
||||
b. een machinist is ten minste 18 jaar;
|
||||
c. een volmatroos is ten minste 18 jaar;
|
||||
d. een matroos-motordrijver is ten minste 18 jaar;
|
||||
e. een matroos is hetzij ten minste 17 jaar hetzij ten minste 16 jaar en in het bezit van een leerovereenkomst die voorziet in het bezoeken van een vakschool voor schippers, of het volgen van een schriftelijke cursus die door Onze Minister is erkend dan wel door een bevoegde autoriteit in het buitenland is erkend en die opleidt tot een gelijkwaardig diploma.
|
||||
|
||||
**2.** In het in het eerste lid bedoelde geval worden de in artikel 18, eerste lid, onderdelen *b* tot en met *f*, genoemde vereisten, waaraan de bedoelde bemanningsleden voldoen, in het dienstboekje ingevuld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 29, onderdeel *b*, en artikel 30, onderdeel *b*, kunnen de daar genoemde personen gedurende een periode van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit, volstaan met het overleggen van:
|
||||
|
||||
a. een verklaring dat met goed gevolg een examen is afgelegd als bedoeld in artikel 11 van het Besluit vaarbewijzen binnenvaart dan wel een door Onze Minister erkende buitenlandse verklaring waaruit blijkt dat met goed gevolg een examen is afgelegd in het theoretisch gedeelte voor een bewijs van bekwaamheid voor de bedrijfsmatige binnenvaart dat bij internationale regeling dan wel in het bezit van een EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen, en
|
||||
b. een verklaring als bedoeld in artikel 30, onderdeel *a*, dan wel een eigen verklaring als bedoeld in artikel 21, tweede lid, waaruit blijkt dat zij lichamelijk geschikt zijn, in het bijzonder wat betreft hun gezichts- en gehoororganen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
|
|
@ -591,6 +621,8 @@ Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit vaartijden en bemanningssterkte b
|
|||
|
||||
## Bijlage I. bij het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, bedoeld in artikel 12 van dit besluit
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage II
|
||||
|
||||
Vervallen.
|
||||
|
|
@ -599,4 +631,4 @@ Vervallen.
|
|||
|
||||
Vervallen.
|
||||
|
||||
## Bijlage IV. bij het
|
||||
## Bijlage . bij het
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue