From 7a57ee671ed090aa2d1df7d909a4860ed1b2af83 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 13 Feb 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-02-13 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000 --- .../BWBR0011453/README.md | 83 +++++++------------ 1 file changed, 31 insertions(+), 52 deletions(-) diff --git a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md index 48803e6a577..acd56efcc3d 100644 --- a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md +++ b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md @@ -49,11 +49,11 @@ b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon **lening**: rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift, onverminderd de herkansing, bedoeld in artikel 5.14, en de omzetting, bedoeld in artikel 10.8, -**onderwijsnummer:** door de IB-Groep uitgegeven persoonsgebonden nummer, toegekend aan een persoon aan wie niet van overheidswege een sociaal-fiscaalnummer is verstrekt, - **masteropleiding:** opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel t, van die wet, met positief gevolg heeft ondergaan, -**Onze Minister**: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, +**onderwijsnummer**: door de IB-Groep uitgegeven persoonsgebonden nummer, toegekend aan een persoon aan wie niet van overheidswege een sociaal-fiscaalnummer is verstrekt, + +**Onze Minister**: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, **ouder**: natuurlijke ouder of adoptiefouder in de zin van de artikelen 197 tot en met 232 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, @@ -392,9 +392,9 @@ c. een combinatie van de onderdelen a en b. **1.** Maatstaf voor de bepaling van de veronderstelde ouderlijke bijdrage is het gecorrigeerde verzamelinkomen van de afzonderlijke ouders van de studerende in het peiljaar. Voor zover een ouder niet binnenlandse belastingplichtige is in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001, geldt als maatstaf voor de veronderstelde ouderlijke bijdrage het gecorrigeerde verzamelinkomen voor het geval hij voor al zijn inkomensbestanddelen binnenlandse belastingplichtige was geweest. Indien een gedeelte van het inkomen van Nederlandse inkomstenbelasting is vrijgesteld ingevolge bepalingen van internationaal recht geldt als maatstaf het gecorrigeerde verzamelinkomen voor het geval hij geen vrijstelling had verkregen. -**2.** Indien ingevolge artikel 9.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geen aanslag wordt vastgesteld of een aanslag wordt vastgesteld waarbij verrekening van de loonbelasting achterwege blijft, treedt het gecorrigeerde belastbare loon, in de plaats van het gecorrigeerde verzamelinkomen. +**2.** Indien ingevolge artikel 9.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geen aanslag wordt vastgesteld of een aanslag wordt vastgesteld waarbij verrekening van de loonbelasting achterwege blijft, treedt het gecorrigeerde belastbare loon in de plaats van het gecorrigeerde verzamelinkomen. -**3.** Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 2001 gelijk aan € 12937,76 per 1 januari 2004: € 14.510,48. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of de aanvullende alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 2001 gelijk is aan € 16634,26 per 1 januari 2004: € 18.656,33. +**3.** Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 2001 gelijk aan € 12937,76 per 1 januari 2004: € 14.510,48. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 2001 gelijk is aan € 16634,26 per 1 januari 2004: € 18.656,33. **4.** Het bruto kortingsbedrag op jaarbasis is 26% van het verschil tussen het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar en de vrije voet in dat jaar. @@ -430,7 +430,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 3.9 en 3.10 wordt zolang het gecorrigeerde v ### Artikel 3.12 -Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting na het peiljaar – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of de aanvullende alleenstaande-ouderkorting van toepassing wordt, wordt op aanvraag van die ouder of de studerende de hoogte van de vrije voet, bedoeld in artikel 3.9, derde lid, dienovereenkomstig aangepast. +Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting na het peiljaar – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing wordt, wordt op aanvraag van die ouder of de studerende de hoogte van de vrije voet, bedoeld in artikel 3.9, derde lid, dienovereenkomstig aangepast. ### Artikel 3.13 @@ -833,13 +833,13 @@ In dit hoofdstuk wordt onder lening mede verstaan de prestatiebeurs. **1.** Ontvangst van een lening of omzetting in een lening, of omzetting als bedoeld in artikel 6.19, verplicht degene die studiefinanciering heeft ontvangen tot terugbetaling van de lening vermeerderd met de volgens dit hoofdstuk berekende rente. -**2.** De vanaf de dertiende maand waarvoor na het studiejaar 2000–2001 aanspraak op studiefinanciering bestaat ingevolge hoofdstuk 5 toegekende en in lening omgezette aanvullende beurs kan op aanvraag van de debiteur worden kwijtgescholden. +**2.** De vanaf de dertiende maand waarvoor na het studiejaar 2000–2001 aanspraak op studiefinanciering bestaat ingevolge hoofdstuk 5 toegekende en niet in gift om te zetten aanvullende beurs kan op aanvraag van de debiteur worden kwijtgescholden. **3.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald: -a. tot welk gecorrigeerd verzamelinkomen van de debiteur en zijn partner kwijtschelding als bedoeld in het tweede lid, mogelijk is, +a. tot welk gecorrigeerd verzamelinkomen van de debiteur en zijn partner geheel of gedeeltelijk kwijtschelding als bedoeld in het tweede lid, mogelijk is, b. of daarbij onderscheid gemaakt wordt voor een debiteur met partner en een debiteur zonder partner die al dan niet studerende is in de zin van deze wet, en c. tot welk tijdstip een aanvraag kan worden ingediend. @@ -935,7 +935,7 @@ De IB-Groep besluit op een aanvraag om draagkrachtvaststelling: a. indien de aanvraag is ingediend vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop die aanvraag betrekking heeft: vóór 1 januari van dat kalenderjaar, b. indien de aanvraag is ingediend na 30 september en vóór 1 december van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop die aanvraag betrekking heeft: vóór 1 februari van dat kalenderjaar, en -c. indien de aanvraag is ingediend na het onderdeel b bedoelde tijdstip: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag. +c. indien de aanvraag is ingediend na het in onderdeel b bedoelde tijdstip: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag. **5.** Indien het bedrag van de draagkracht hoger is dan het bedrag van de vastgestelde termijn, betaalt de debiteur het bedrag van de vastgestelde termijn. @@ -943,7 +943,7 @@ c. indien de aanvraag is ingediend na het onderdeel b bedoelde tijdstip: binnen **1.** Maatstaf voor de vaststelling van de draagkracht van de debiteur uit inkomen is zijn gecorrigeerde verzamelinkomen in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld. Artikel 3.9, eerste lid, tweede en derde volzin, en tweede lid, zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. Het aldus bepaalde inkomen is het draagkrachtinkomen. -**2.** Op het draagkrachtinkomen wordt in mindering gebracht de draagkrachtvrije voet. Deze voet is gelijk aan het gecorrigeerde belastbare minimumloon in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting, de aanvullende alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is. Indien voor de debiteur de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de algemene heffingskorting maar niet de alleenstaande-ouderkorting of de aanvullende alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, is de draagkrachtvrije voet 0%, onderscheidenlijk 50% van de voet die van toepassing zou zijn indien voor de debiteur – naast de algemene heffingskorting – voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing zou zijn. +**2.** Op het draagkrachtinkomen wordt in mindering gebracht de draagkrachtvrije voet. Deze voet is gelijk aan het gecorrigeerde belastbare minimumloon in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is. Indien voor de debiteur de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de algemene heffingskorting maar niet de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, is de draagkrachtvrije voet 0%, onderscheidenlijk 50% van de voet die van toepassing zou zijn indien voor de debiteur – naast de algemene heffingskorting – voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing zou zijn. **3.** Het resterende inkomen wordt verdeeld in 2 schijven ter grootte van de helft van de in het tweede lid bedoelde draagkrachtvrije voet alsmede een derde schijf ter grootte van 260% van het gecorrigeerde belastbare minimumloon in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, verminderd met de draagkrachtvrije voet en de eerste en de tweede schijf. @@ -975,7 +975,7 @@ b. aannemelijk wordt gemaakt dat gedurende ten minste 3 kalenderjaren zal worden ### Artikel 6.13 -Indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting na het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting, de aanvullende alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing wordt, wordt op aanvraag van de debiteur de hoogte van zijn draagkracht dienovereenkomstig aangepast. +Indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting na het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing wordt, wordt op aanvraag van de debiteur de hoogte van zijn draagkracht dienovereenkomstig aangepast. ### Artikel 6.14 @@ -1035,7 +1035,7 @@ f. de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage wordt vastgesteld of gewi Herziening vindt plaats op grond van het feit dat: a. een beschikking genomen is waarvan de studerende of de debiteur onderscheidenlijk zijn ouder wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onjuist was, -b. de situatie van langdurige afwezigheid, bedoeld in artikel 4.3, zich niet heeft voorgedaan blijkens een herziening van de mededeling, bedoeld in artikel 4.5, zesde lid, +b. de situatie van langdurige afwezigheid, bedoeld in artikel 4.3, zich niet heeft voorgedaan, c. te veel of te weinig studiefinanciering is toegekend, de vorm van de studiefinanciering onjuist is vastgelegd anders dan bedoeld in onderdeel b, de vorm van de studiefinanciering op grond van artikel 10.6, zevende lid, opnieuw wordt vastgesteld, de termijn te hoog of te laag is vastgesteld of de draagkracht van de debiteur te hoog of te laag is vastgesteld, de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage te hoog of te laag is vastgesteld op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens anders dan bedoeld onder a, d. betrokkene heeft gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet, e. geen gevolg is gegeven aan de aanvraag van de ouders of een van hen, of van de studerende op grond van artikel 3.10 of de aanvraag van de debiteur op grond van artikel 6.12, omdat niet kon worden voldaan aan de voorwaarde genoemd in artikel 3.10, tweede lid, onderdeel b, en is gebleken dat gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.10, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a, onderscheidenlijk artikel 6.12, tweede lid, aanhef alsmede de onderdelen a en b, @@ -1186,7 +1186,7 @@ Indien een instelling als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b, op enig moment in ### Artikel 9.10 -Hij die niet voldoet aan een van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 9.3 tot en met 9.5, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de derde categorie. +Hij die niet voldoet aan een van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 9.2, 9.4 en 9.5, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de derde categorie. ### Artikel 9.11 @@ -1351,14 +1351,9 @@ Vervallen ### Artikel 12.1 -**1.** Wijzigt deze wet. +**1.** Vervallen. -**2.** - -In afwijking van artikel 1.1, eerste lid, geldt tot 1 januari 2002 in de begripsbepaling van: - -a. **gecorrigeerde belastbare loon **in plaats van «€ 119,–»: f 263,–, in plaats van«€ 1 605,–»: f 3 538,– en in plaats van «€ 487,–»: f 1 073,–, en -b. **gecorrigeerde verzamelinkomen** in plaats van «€ 1 355,–»: f 2 987,–, in plaats van «€ 119,–»: f 263,–, in plaats van «€ 1 605,–»: f 3 538,– en in plaats van «€ 487,–»: f 1 073,–. +**2.** Vervallen. **3.** @@ -1383,7 +1378,7 @@ b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon 2°. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking:  € 487,–, en c. de bedragen, bedoeld in de begripsbepaling van gecorrigeerde belastbare loon, onderdelen c tot en met g. -**4.** In afwijking van het derde lid geldt tot 1 januari 2002 in de begripsbepaling van het gecorrigeerde belastbare loon in plaats van «€ 939,–»: f 2 069,–, in plaats van «€ 2 804,–»: f 6 179,–, in plaats van «€ 1 036,–»: f 2 283,–, in plaats van «€ 5 608,–»: f 12 358,– en in plaats van «€ 2 072,–»: f 4 566,–. +**4.** Vervallen. **5.** De correctieposten, bedoeld in het derde lid, onderdelen c tot en met g, van de begripsbepaling gecorrigeerde belastbare loon, en die bedoeld in het derde lid, onderdeel c, van de begripsbepaling gecorrigeerde verzamelinkomen, worden indien het gecorrigeerde belastbare loon of het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar 2001 wordt berekend, voor het geheel in aanmerking genomen, indien het gecorrigeerde belastbare loon of het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar 2002 wordt berekend, voor 2/3 deel in aanmerking genomen en indien het gecorrigeerde belastbare loon of het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar 2003 wordt berekend, voor 1/3 deel in aanmerking genomen. @@ -1393,7 +1388,7 @@ c. de bedragen, bedoeld in de begripsbepaling van gecorrigeerde belastbare loon, ### Artikel 12.1a -Voor studerenden die voor 1 september volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XII van de wet van 13 december 2000 tot wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene, Stb. 2001, 67, studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering of van deze wet ontvingen, geldt in afwijking van artikel 1.5 dat waar de studerende woont naar de omstandigheden wordt beoordeeld. +Voor deelnemers die voor 1 augustus onderscheidenlijk voor studenten die voor 1 september volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XII van de wet van 13 december 2000 tot wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene, Stb. 2001, 67, studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering of van deze wet ontvingen, geldt in afwijking van artikel 1.5 dat waar de studerende woont naar de omstandigheden wordt beoordeeld. ### Artikel 12.1b @@ -1415,8 +1410,8 @@ c. onder het vast te stellen gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan het vast te d. onder de Wet inkomstenbelasting 2001 verstaan de Wet op de inkomstenbelasting 1964, e. onder artikel 9.4 verstaan artikel 64, f. onder het gecorrigeerde belastbare loon in artikel 3.9, tweede lid, verstaan het zuivere loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964 en wordt overigens onder het gecorrigeerde belastbare loon verstaan het zuivere loon, -g. in artikel 3.9, derde lid, voor «Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of de aanvullende alleenstaande-ouderkorting van toepassing is» gelezen: Indien een ouder voor de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep 4 of 5, en -h. in artikel 3.12 voor «Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting na het peiljaar – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of de aanvullende alleenstaande-ouderkorting van toepassing wordt» gelezen: Indien een ouder na het peiljaar is ingedeeld in een andere tariefgroep. +g. in artikel 3.9, derde lid, voor «Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is» gelezen: Indien een ouder voor de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep 4 of 5, en +h. in artikel 3.12 voor «Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting na het peiljaar – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing wordt» gelezen: Indien een ouder na het peiljaar is ingedeeld in een andere tariefgroep. **2.** @@ -1434,32 +1429,32 @@ b. onder een gecorrigeerd verzamelinkomen verstaan een belastbaar inkomen, c. onder het gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan het belastbare inkomen, d. onder het vast te stellen gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan het vast te stellen belastbare inkomen, e. onder het gecorrigeerde belastbare loon verstaan het zuivere loon, -f. in artikel 6.11, tweede lid, voor «indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting, de aanvullende alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is» gelezen:« indien de debiteur voor de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep 3, 4 of 5». Voorts wordt voor «Indien voor de debiteur de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de algemene heffingskorting maar niet de alleenstaande-ouderkorting of de aanvullende alleenstaande-ouderkorting van toepassing is» gelezen: «Indien de debiteur is ingedeeld in tariefgroep 1 of 2». Ten slotte wordt voor «indien voor de debiteur – naast de algemene heffingskorting – voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing zou zijn» gelezen: bij indeling in tariefgroep 3, en -g. in artikel 6.13 wordt voor «Indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting» gelezen: «Indien de debiteur» en wordt voor «– naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting, de aanvullende alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing wordt» gelezen: is ingedeeld in een andere tariefgroep. +f. in artikel 6.11, tweede lid, voor «indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is» gelezen: « indien de debiteur voor de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep 3, 4 of 5». Voorts wordt voor «Indien voor de debiteur de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de algemene heffingskorting maar niet de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is» gelezen: «Indien de debiteur is ingedeeld in tariefgroep 1 of 2». Ten slotte wordt voor «indien voor de debiteur – naast de algemene heffingskorting – voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing zou zijn» gelezen: bij indeling in tariefgroep 3, en +g. in artikel 6.13 wordt voor «Indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting» gelezen: «Indien de debiteur» en wordt voor «– naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing wordt» gelezen: is ingedeeld in een andere tariefgroep. ### Artikel 12.2 -Wijzigt deze wet. +Vervallen ### Artikel 12.3 -Wijzigt deze wet. +Vervallen ### Artikel 12.4 -Wijzigt deze wet. +Vervallen ### Artikel 12.5 -Wijzigt deze wet. +Vervallen ### Artikel 12.6 -Wijzigt deze wet. +Vervallen ### Artikel 12.7 -Wijzigt deze wet. +Vervallen ### Artikel 12.8 @@ -1467,35 +1462,19 @@ In afwijking van de artikelen 5.2, eerste lid, en 5.12 wordt de aanvullende beur ### Artikel 12.9 -Wijzigt deze wet. +Vervallen ### Artikel 12.10 -**1.** - -In afwijking van artikel 5.6 wordt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de prestatiebeurs mede gedurende 5 jaren verstrekt, indien het betreft een opleiding: - -a. genoemd in artikel 7.4, derde lid, eerste volzin, van de WHW, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, -b. genoemd in artikel 7.4, zesde lid, van de WHW, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, -c. genoemd in artikel 17a.7a van de WHW, of -d. genoemd in artikel 17a.10a van de WHW. - -**2.** - -In afwijking van artikel 5.6 wordt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de prestatiebeurs mede gedurende 6 jaren verstrekt, indien het betreft een opleiding, genoemd in artikel 7.4, derde lid, tweede volzin, van de WHW, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde. Het aantal om te zetten maanden wordt verminderd met het verschil tussen 360 studiepunten en de studielast die is gebaseerd op een geringer aantal maanden, indien een student: - -a. met goed gevolg een examen heeft afgelegd van een deel van een opleiding, en -b. dat deel ten minste 240 studiepunten bedraagt. +Vervallen ### Artikel 12.11 -**1.** Indien Onze Minister een opleiding heeft aangewezen waarvan het met goed gevolg afsluiten van het kandidaatsexamen, bedoeld in artikel 7.8a, tweede lid, van de WHW, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, kan leiden tot omzetting als bedoeld in artikel 5.7, en een student binnen de diplomatermijn dit kandidaatsexamen met goed gevolg heeft afgesloten, wordt, in afwijking van artikel 5.8, tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. - -**2.** Artikel 5.9 is bij toepassing van het eerste lid van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 12.12 -Wijzigt deze wet. +Vervallen ### Artikel 12.13