diff --git a/wet/wet-hersteloperatie-toeslagen/BWBR0047436/README.md b/wet/wet-hersteloperatie-toeslagen/BWBR0047436/README.md index ccfdaead5be..9c9276e0601 100644 --- a/wet/wet-hersteloperatie-toeslagen/BWBR0047436/README.md +++ b/wet/wet-hersteloperatie-toeslagen/BWBR0047436/README.md @@ -90,7 +90,7 @@ b. een alsnog toegekende kinderopvangtoeslag of een verhoging daarvan met betrek **6.** Het bedrag, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel f, is een forfaitair bedrag voor de kosten van de door een derde beroepsmatig verleende en aan de belanghebbende in rekening gebrachte rechtsbijstand met betrekking tot een beschikking als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, dat is vastgesteld overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht, met wegingsfactor 2, waarbij wordt aangenomen dat er geen sprake is van samenhangende zaken, verminderd met een reeds toegekende of nog te toe te kennen proceskostenvergoeding. -**7.** Het bedrag, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel g, wordt berekend over het bedrag, bedoeld in het eerste lid, zonder de verminderingen, met overeenkomstige toepassing van artikel 27 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en verminderd met rente die is vergoed op grond van een alsnog toegekende kinderopvangtoeslag of een verhoging daarvan. +**7.** Het bedrag, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel g, wordt berekend over het bedrag, bedoeld in het eerste lid, zonder de verminderingen, met overeenkomstige toepassing van artikel 27 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de daarop berustende bepalingen, zoals dat artikel en die bepalingen luidden op 31 december 2025, en verminderd met rente die is vergoed op grond van een alsnog toegekende kinderopvangtoeslag of een verhoging daarvan. **8.** De bedragen, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid, worden vermeerderd met 1%. @@ -100,7 +100,7 @@ b. een alsnog toegekende kinderopvangtoeslag of een verhoging daarvan met betrek **1.** De Dienst Toeslagen kan een toegekende compensatie herzien indien de beschikking tot toekenning of herziening van de kinderopvangtoeslag alsnog op een hoger bedrag wordt vastgesteld dan waarvan is uitgegaan bij de berekening van de hoogte van de compensatie. De herziening bedraagt het hieruit voortvloeiende verschil, doch maximaal het bedrag, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a. -**2.** Indien de compensatie een bedrag omvat voor in rekening gebrachte en betaalde of verrekende invorderingsrente of voor rente als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel g, wordt het bedrag van de compensatie verminderd met de rente die op basis van artikel 27 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt vergoed over de verhoging, bedoeld in het eerste lid, doch maximaal met het bedrag dat in de compensatie ter zake van de genoemde rentecomponenten is begrepen. +**2.** Indien de compensatie een bedrag omvat voor in rekening gebrachte en betaalde of verrekende invorderingsrente of voor rente als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel g, wordt het bedrag van de compensatie verminderd met de rente die op basis van artikel 27 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de daarop berustende bepalingen, zoals dat artikel en die bepalingen luidden op 31 december 2025, wordt vergoed over de verhoging, bedoeld in het eerste lid, doch maximaal met het bedrag dat in de compensatie ter zake van de genoemde rentecomponenten is begrepen. **3.** Indien de compensatie wordt herzien, kan het daaruit voortvloeiende terug te vorderen bedrag worden verrekend met het aan de aanvrager van kinderopvangtoeslag uit te betalen bedrag van de verhoging, bedoeld in het eerste lid, eerste zin. @@ -213,7 +213,7 @@ c. de situatie, bedoeld in artikel 2.9a, derde lid, zich voordoet. **5.** -Het eerste tot en met vierde lid alsmede hoofdstuk 4a, artikel 5.3 en hoofdstuk 6 voor zover die betrekking hebben op aanvragen als bedoeld in het eerste of tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een kind van een overleden aanvrager: +Het eerste tot en met vierde lid alsmede hoofdstuk 4a, artikel 5.2 en de daarop berustende bepalingen en hoofdstuk 6 voor zover die betrekking hebben op aanvragen als bedoeld in het eerste of tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een kind van een overleden aanvrager: a. indien degene die partner was van de overleden aanvrager op de dag waarop laatstgenoemde is overleden, overlijdt op of na de dag van inwerkingtreding van artikel 2.9a; b. voor zover die partner is overleden voordat toekenning heeft plaatsgevonden van de voorzieningen, de aanvullende compensatie of de aanvullende O/GS-tegemoetkoming die aan die partner zouden zijn toegekend op grond van artikel 2.9a indien deze niet was overleden; @@ -968,13 +968,13 @@ Op verzoek van de betrokkene voegt de Dienst Toeslagen voor zover mogelijk alle ### Artikel 6.1 -**1.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, 2.6, eerste lid, 3.13, eerste lid, 4.1, eerste lid, 4.2, 4.3, eerste lid, 4.4, eerste lid, 4.6, eerste lid, of 4.7, eerste lid, wordt ingediend voor 1 januari 2024. Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, of 2.6, derde lid, wordt ingediend voor 1 april 2025. +**1.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, 2.6, eerste lid, 3.13, eerste lid, 4.1, eerste lid, 4.2, 4.3, eerste lid, 4.4, eerste lid, 4.6, eerste lid, of 4.7, eerste lid, wordt ingediend voor 1 januari 2024. Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, of 2.6, derde lid, wordt ingediend voor een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. **2.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.13, 2.14 of 2.14a wordt ingediend bij de Dienst Toeslagen binnen een jaar na de uiterste datum voor het doen van een aanvraag van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7. In afwijking van de eerste zin wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 2.13 ingediend tot een jaar na de dagtekening van de beschikking tot het toepassen van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, indien die beschikking een dagtekening heeft van na 31 december 2023. **3.** In afwijking van het eerste lid, eerste zin, wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, of 4.3, eerste lid, indien een beschikking tot toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of van een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, na 1 juli 2023 onherroepelijk vast komt te staan, uiterlijk zes maanden na de datum waarop die beschikking onherroepelijk vast komt te staan, ingediend. -**3a.** In afwijking van het eerste lid, tweede zin, wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, of 2.6, derde lid, indien een beschikking tot toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of van een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, na 1 oktober 2024 onherroepelijk vast komt te staan, uiterlijk zes maanden na de datum waarop die beschikking onherroepelijk vast komt te staan, ingediend. +**3a.** In afwijking van het eerste lid, tweede zin, wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, of 2.6, derde lid, indien een beschikking tot toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of van een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, na een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip onherroepelijk vast komt te staan, uiterlijk zes maanden na de datum waarop die beschikking onherroepelijk vast komt te staan, ingediend. **4.** In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag als bedoeld in 4.1, eerste lid, 4.2, 4.4, eerste lid, 4.6, eerste lid, of 4.7, eerste lid, indien de eerste beschikking tot toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of van een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, na 1 juli 2023 onherroepelijk vast komt te staan, uiterlijk zes maanden na de datum waarop die beschikking onherroepelijk vast komt te staan, ingediend. @@ -1033,6 +1033,10 @@ b. uiterlijk zes maanden na de datum waarop: 1°. de beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld in onderdeel a onherroepelijk vast komt te staan indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 2.9a, tweede lid; of 2°. de beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld in onderdeel a onherroepelijk is geworden voor alle kinderen van de overleden aanvrager die tijdig een aanvraag tot toekenning daarvan hebben ingediend indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 2.9b, tweede lid. +### Artikel 6.1c + +Een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in de artikelen 2.16 of 2.17 wordt uiterlijk 12 februari 2026 ingediend. + ### Artikel 6.2 **1.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste of derde lid, 2.6, eerste of derde lid, 2.13, 2.13a, 2.14, 2.14a of 2.14h, eerste lid, besluit de Dienst Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd. @@ -1170,7 +1174,7 @@ De Dienst Toeslagen verleent de kwijtschelding, bedoeld in artikel 3.1, uiterli **5.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien het kind, pleegkind of voormalig pleegkind dan wel, als hij minderjarig is, diens wettelijke vertegenwoordiger daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan 31 december 2025. In afwijking van de eerste zin kan een kind, pleegkind of voormalig pleegkind, dan wel als hij minderjarig is, diens wettelijk vertegenwoordiger, verzoeken om uitstel van uitbetaling tot een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming indien die beschikking na 31 december 2024 is bekendgemaakt. -**6.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17 vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien de rechthebbende daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van die compensatie. +**6.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17 vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien de rechthebbende daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van die tegemoetkoming. **7.** Uitbetaling van een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 2.15, tweede of derde lid, artikel 2.15a, tweede of derde lid, of artikel 2.15b, tweede of derde lid, door Onze Minister en uitbetaling door de Dienst Toeslagen van een vergoeding als bedoeld in artikel 4.6, zesde lid, of artikel 4.7, vijfde lid, en betaling van schulden als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, of 4.7, tweede lid, vindt plaats binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt. @@ -1264,7 +1268,7 @@ c. van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in art **12.** Indien een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, bij de Dienst Toeslagen kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning als bedoeld in artikel 2.21 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die ex-partner ingezetene is, kan de Dienst Toeslagen op verzoek van die ex-partner het burgerservicenummer en de contactgegevens verstrekken aan dat college van burgemeester en wethouders om dat college in staat te stellen die ex-partner een aanbod van ondersteuning te doen op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg. -**13.** Ten behoeve van de uitvoering van artikel 2.21, vijfde lid, verstrekt de Dienst Toeslagen het burgerservicenummer en informatie over de status van het verzoek om toepassing van een herstelmaatregel of informatie over een wijziging in de status van de gedupeerdheid van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, of het kind, het pleegkind of het voormalige pleegkind dat in aanmerking komt voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.12, aan het college van burgemeester en wethouders dat aan die aanvrager, die ex-partner of dat kind, pleegkind of het voormalige pleegkind brede ondersteuning biedt. +**13.** Ten behoeve van de uitvoering van artikel 2.21, zesde lid, verstrekt de Dienst Toeslagen het burgerservicenummer en informatie over de status van het verzoek om toepassing van een herstelmaatregel of informatie over een wijziging in de status van de gedupeerdheid van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, of het kind, het pleegkind of het voormalige pleegkind dat in aanmerking komt voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.12, aan het college van burgemeester en wethouders dat aan die aanvrager, die ex-partner of dat kind, pleegkind of het voormalige pleegkind brede ondersteuning biedt. **14.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend en die bij de Dienst Toeslagen kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor hulpverlening van Stichting Slachtofferhulp Nederland. @@ -1359,7 +1363,7 @@ c. het college van burgemeester en wethouders de brede ondersteuning beëindigt Indien voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Ga, van de Wet aanpassing termijnen en nabestaandenregeling hersteloperatie toeslagen, een plan van aanpak als bedoeld in artikel 2.21, vierde lid, is opgesteld, geldt, in afwijking van artikel 2.21, lid 4a en lid 4b, dat: a. materiële voorzieningen worden toegekend binnen zes maanden na die datum; -b. het college van burgemeester en wethouder de brede ondersteuning beëindigt uiterlijk twee jaar na die datum. +b. het college van burgemeester en wethouders de brede ondersteuning beëindigt uiterlijk twee jaar na die datum. ## Hoofdstuk 9. Slotbepalingen