2014-01-01 | BWBR0031621 | Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

This commit is contained in:
Coornhert 2014-01-01 12:00:00 +00:00
parent d11980b118
commit 7a93313baa

View file

@ -76,7 +76,7 @@ e. beslissen: zelf hulp bieden of hulp organiseren dan wel het doen van een meld
**2.** Bij de inzet van beroepskrachten in opleiding wordt rekening gehouden met de opleidingsfase waarin zij zich op dat moment bevinden.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen in elk geval nadere regels worden gesteld met betrekking tot de opleidingseisen en de inzet van beroepskrachten in opleiding.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen in ieder geval nadere regels worden gesteld met betrekking tot de opleidingseisen van beroepskrachten, bedoeld in het eerste lid, en de inzet van beroepskrachten in opleiding, bedoeld in het tweede lid.
### Artikel 4
@ -122,17 +122,18 @@ c. het maximum aantal vaste groepsruimtes per groep.
**2.** De houder van een gastouderbureau inventariseert jaarlijks de veiligheids- en gezondheidsrisicos die de opvang van kinderen in alle voor kinderen toegankelijke ruimtes met zich brengt. Dit gebeurt samen met de gastouder. Daartoe draagt de houder van een gastouderbureau er zorg voor dat elk adres waar opvang plaatsvindt ten minste één keer per jaar wordt bezocht door een bemiddelingsmedewerker werkzaam bij het gastouderbureau.
**3.**
De in het tweede lid bedoelde inventarisatie van de risicos is inzichtelijk voor vraagouders en bevat in ieder geval:
a. de beschrijving van de risico's op het terrein van de veiligheid van kinderen ten aanzien van verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden;
b. de beschrijving van de risico's op het terrein van de gezondheid van kinderen ten aanzien van het voorkomen van ziektekiemen, het binnenmilieu en het buitenmilieu op het adres waar gastouderopvang plaatsvindt en medisch handelen;
c. een lijst van ongevallen die hebben plaatsgevonden en, voor zover de oorzaak van het ongeval niet louter gelegen is in de medische gesteldheid van het desbetreffende kind, de plaats en de aard van het ongeval, het jaar waarin het ongeval zich heeft voorgedaan en een overzicht van de maatregelen die de gastouder naar aanleiding van elk ongeval heeft getroffen ter voorkoming van verdere ongevallen.
**3.** De in het tweede lid bedoelde inventarisatie van de risicos is inzichtelijk voor vraagouders en bevat in ieder geval een beschrijving van de veiligheids- en gezondheidsrisico's die de opvang van kinderen in alle voor kinderen toegankelijke ruimtes, met zich brengt.
**4.** De administratie van het gastouderbureau bevat een door de bemiddelingsmedewerker en de gastouder ondertekend origineel van de inventarisatie van de risicos, bedoeld in het tweede en derde lid.
**5.** Op de adressen waar opvang plaatsvindt, wordt door de houder van een gastouderbureau in een samen met de gastouder opgesteld plan van aanpak aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen in verband met de in het tweede en derde lid bedoelde risicos.
**5.** Bij voorzieningen voor gastouderopvang wordt door de houder van een gastouderbureau in een samen met de gastouder opgesteld plan van aanpak aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen in verband met de in het tweede en derde lid bedoelde risicos.
**6.**
Bij ministeriële regeling kunnen in ieder geval nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de elementen die de inventarisatie, bedoeld in het tweede lid, minimaal bevat;
b. de wijze waarop de houder van een gastouderbureau de inventarisatie openbaar maakt.
### Artikel 8
@ -157,63 +158,17 @@ e. beslissen: zelf hulp bieden of hulp organiseren dan wel het doen van een meld
### Artikel 9
**1.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat een intakegesprek met de gastouder plaatsvindt op een adres waar de opvang plaats zal vinden. De intake bij de gastouder wordt persoonlijk uitgevoerd door de bemiddelingsmedewerker van het gastouderbureau.
**2.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorgt voor dat een koppelingsgesprek plaatsvindt bij elke nieuwe koppeling tussen een vraag- en een gastouder. Het koppelingsgesprek vindt plaats op een adres waar opvang plaatsvindt door een bemiddelingsmedewerker werkzaam bij het gastouderbureau.
**3.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat tenminste jaarlijks een voortgangsgesprek met de gastouder plaatsvindt op een adres waar opvang plaatsvindt door de desbetreffende gastouder. Dit gesprek wordt gevoerd door de bemiddelingsmedewerker.
**4.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat jaarlijks mondeling de gastouderopvang met de vraagouders wordt geëvalueerd en legt deze schriftelijk vast.
**5.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat een intakegesprek met de vraagouder plaatsvindt.
**6.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat een bemiddelingsmedewerker in ieder geval twee maal per jaar de adressen bezoekt waar opvang plaatsvindt.
Bij ministeriële regeling kunnen in ieder geval nadere regels worden gesteld omtrent de kwaliteit van gastouderbureaus inzake het voeren van gesprekken met gastouders en vraagouders en inzake de zorgplicht van gastouderbureaus.
### Artikel 10
**1.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat per gastouder wordt beoordeeld of de samenstelling van de groep kinderen die wordt opgevangen bedoeld in artikel 14, verantwoord is.
**2.**
De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
a. het intakegesprek, bedoeld in artikel 9, vijfde lid;
b. werving van de gastouder;
c. het intakegesprek, bedoeld in artikel 9, eerste lid;
d. scholing en begeleiding van de gastouder;
e. het begeleiden van de GGD-toetsing;
f. de koppeling van gastouder en vraagouder;
g. het koppelingsgesprek, bedoeld in artikel 9, tweede lid;
h. het evaluatiegesprek, bedoeld in artikel 9, vierde lid;
i. vraagbaak voor gastouders;
j. de bezoeken, bedoeld in artikel 9, zesde lid;
k. interne/externe opleiding/training; en
l. intern en extern overleg op het gebied van begeleiding en bemiddeling.
**3.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat het gastouderbureau goed bereikbaar is voor de vraag- en de gastouder en informeert hen hierover.
Vervallen
### Artikel 11
**1.**
**1.** De houder van een gastouderbureau stelt een pedagogisch beleidsplan vast, waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven.
De houder van een gastouderbureau stelt een pedagogisch beleidsplan vast, waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven. Dit plan bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van:
a. de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke en sociale competentie en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt;
b. de samenstelling van het aantal kinderen dat door een gastouder wordt opgevangen, met dien verstande, dat een gastouder ten hoogste zes kinderen opvangt, waaronder begrepen de eigen kinderen tot de leeftijd van 10 jaar en minimaal conform de eisen die bij of krachtens artikel 14 gesteld worden aan de groepsgrootte;
c. de eisen die aan de adressen waar opvang plaatsvindt worden gesteld.
**2.**
De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde eisen houden in ieder geval in dat ieder adres waar opvang plaatsvindt:
a. beschikt over voldoende speel- en slaapruimte voor kinderen, waaronder begrepen een voor kinderen tot de leeftijd van 1,5 jaar op het aantal kinderen afgestemde afzonderlijke slaapruimte;
b. beschikt over voldoende buitenspeelmogelijkheden, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen;
c. is voorzien van voldoende en goed functionerende rookmelders conform de eisen uit het vigerend Bouwbesluit;
d. te allen tijde geheel rookvrij is.
**3.** De in het tweede lid bedoelde eisen worden jaarlijks door de houder van een gastouderbureau getoetst op naleving tijdens een bezoek aan de adressen waar opvang plaatsvindt.
**4.** De houder van een gastouderbureau informeert de vraagouder over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in het eerste lid.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen in ieder geval nadere regels worden gesteld met betrekking tot de elementen die het plan, bedoeld in het eerste lid, minimaal bevat.
### Paragraaf 4. Kwaliteitseisen gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang