2010-10-01 | BWBR0011756 | Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen

This commit is contained in:
Coornhert 2010-10-01 12:00:00 +00:00
parent 00399d194b
commit 7aa3cafe13

View file

@ -560,9 +560,17 @@ Het recht van de jeugdige op onaantastbaarheid van zijn lichaam, zijn kleding en
### Artikel 33
**1.** De directeur kan de jeugdige verplichten een legitimatiebewijs bij zich te dragen en dit op verzoek van een personeelslid of medewerker te tonen.
**1.** De directeur stelt bij binnenkomst in en bij het verlaten van de inrichting, bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en voor zover dit anderszins noodzakelijk is, de identiteit van de jeugdige vast. Indien de jeugdige in een behandelinrichting verblijft, stelt hij slechts bij de eerste opname in de inrichting en bij de tenuitvoerlegging van het bevel, bedoeld in de eerste volzin, de identiteit van de jeugdige vast.
**2.** De jeugdige is verplicht zijn medewerking te verlenen aan het vastleggen van zijn beeltenis, het nemen van een vingerafdruk of het afnemen van een handscan.
**2.** De directeur stelt tevens voorafgaand aan en na afloop van bezoek de identiteit van de jeugdige vast, tenzij een personeelslid of medewerker op de jeugdige voortdurend en persoonlijk toezicht houdt.
**3.** Het vaststellen van de identiteit van de jeugdige omvat bij de eerste opname in de inrichting het vragen naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats buiten de inrichting. Het omvat tevens het nemen van een of meer van zijn vingerafdrukken. In de gevallen waarin van de gedetineerde eerder overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering of de Vreemdelingenwet 2000 vingerafdrukken zijn genomen en verwerkt, omvat het vaststellen van zijn identiteit bij binnenkomst in de inrichting tevens een vergelijking van zijn vingerafdrukken met de van hem verwerkte vingerafdrukken. In de andere gevallen omvat het vaststellen van zijn identiteit een onderzoek van zijn identiteitsbewijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Artikel 29a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Het vaststellen van de identiteit van de jeugdige omvat in de andere gevallen dan de eerste opname in de inrichting het nemen van een of meer vingerafdrukken en het vergelijken van die vingerafdrukken met de van hem bij binnenkomst genomen vingerafdrukken. Bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden worden van de jeugdige tevens een of meer vingerafdrukken overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering genomen en verwerkt.
**5.** De directeur is bevoegd van de jeugdige een of meer fotos te nemen. De fotos kunnen worden gebruikt voor het vervaardigen van een legitimatiebewijs en voor het voorkomen, opsporen, vervolgen en berechten van strafbare feiten. De jeugdige is verplicht het legitimatiebewijs bij zich te dragen en op verzoek van een ambtenaar of medewerker te tonen.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het verwerken van de persoonsgegevens, bedoeld in het derde tot en met vijfde lid.
### Artikel 34