2019-01-01 | BWBR0014194 | Wet justitiële gegevens
This commit is contained in:
parent
17be764104
commit
7aaf4bdfae
1 changed files with 695 additions and 132 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
|
|||
bwb_id: BWBR0014194
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2004-06-30'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2019-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014194
|
||||
citeertitel: Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -16,17 +16,39 @@ citeertitel: Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
|
|||
|
||||
In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. justitiële gegevens: bij algemene maatregel van bestuur te omschrijven persoonsgegevens of gegevens over een rechtspersoon inzake de toepassing van het strafrecht of de strafvordering;
|
||||
b. strafvorderlijke gegevens: persoonsgegevens of gegevens over een rechtspersoon die zijn verkregen in het kader van een strafvorderlijk onderzoek en die het openbaar ministerie in een strafdossier of langs geautomatiseerde weg verwerkt;
|
||||
c. persoonsdossier: een dossier waarin zijn opgenomen de aan rechterlijke autoriteiten uitgebrachte rapporten over onderzoeken naar het gedrag of de levensomstandigheden van een natuurlijk persoon in verband met tegen hem aanhangige strafzaken, de tenuitvoerlegging van aan hem opgelegde straffen of maatregelen of zijn reclassering;
|
||||
d. rechtspersoon: een rechtspersoon als bedoeld in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de daarmee gelijkgestelde organisaties als bedoeld in artikel 51, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
e. justitiële documentatie: een samenhangende verzameling van op verschillende personen betrekking hebbende justitiële gegevens die langs geautomatiseerde weg wordt gevoerd;
|
||||
f. documentatie persoonsdossiers: een samenhangende verzameling van op verschillende personen betrekking hebbende persoonsdossiers die langs geautomatiseerde weg wordt gevoerd of met het oog op een doeltreffende raadpleging van die gegevens systematisch is aangelegd;
|
||||
g. persoonsgegeven, verwerken van persoonsgegevens, verantwoordelijke, betrokkene, bewerker, ontvanger, het verstrekken van persoonsgegevens en toestemming van de betrokkene: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens;
|
||||
h. afschermen: het voorzien van een kenmerk aan justitiële, strafvorderlijke of persoonsgegevens, met het doel de mogelijkheid tot verdere verwerking van die gegevens te beperken;
|
||||
i. markeren: het voorzien van een kenmerk aan justitiële, strafvorderlijke of persoonsgegevens, zonder dat de mogelijkheid tot verwerking van die gegevens wordt beperkt;
|
||||
j. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
k. College bescherming persoonsgegevens: het College, bedoeld in artikel 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
|
||||
a. justitiële gegevens: bij algemene maatregel van bestuur te omschrijven persoonsgegevens of gegevens over een rechtspersoon inzake de toepassing van het strafrecht of de strafvordering, die in een gegevensbestand zijn of worden verwerkt;
|
||||
b. strafvorderlijke gegevens: persoonsgegevens of gegevens over een rechtspersoon die zijn verkregen in het kader van een strafvorderlijk onderzoek en die het openbaar ministerie in een strafdossier of langs geautomatiseerde weg in een gegevensbestand verwerkt;
|
||||
c. persoonsdossier: een gestructureerd dossier waarin zijn opgenomen de aan rechterlijke autoriteiten uitgebrachte rapporten over onderzoeken naar het gedrag of de levensomstandigheden van een natuurlijk persoon in verband met tegen hem aanhangige strafzaken, de tenuitvoerlegging van aan hem opgelegde straffen of maatregelen of zijn reclassering;
|
||||
d. tenuitvoerleggingsgegevens: persoonsgegevens of gegevens over een rechtspersoon inzake de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen, die in een dossier of een ander gegevensbestand zijn of worden verwerkt;
|
||||
e. gerechtelijke strafgegevens: persoonsgegevens of gegevens over een rechtspersoon die zijn verkregen in het kader van het behandelen en beslissen van zaken waarop het Nederlandse strafrecht van toepassing is en die in een gegevensbestand zijn of worden verwerkt;
|
||||
f. rechtspersoon: een rechtspersoon als bedoeld in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de daarmee gelijkgestelde organisaties als bedoeld in artikel 51, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
g. justitiële documentatie: een samenhangende verzameling van op verschillende personen betrekking hebbende justitiële gegevens die langs geautomatiseerde weg wordt gevoerd;
|
||||
h. documentatie persoonsdossiers: een samenhangende verzameling van op verschillende personen betrekking hebbende persoonsdossiers die langs geautomatiseerde weg wordt gevoerd of met het oog op een doeltreffende raadpleging van die gegevens systematisch is aangelegd;
|
||||
i. persoonsgegeven: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
|
||||
j. betrokkene: degene op wie een justitieel, strafvorderlijk, gerechtelijk strafgegeven of een tenuitvoerleggingsgegeven betrekking heeft, of van wie persoonsgegevens in een persoonsdossier zijn verwerkt;
|
||||
k. verwerkingsverantwoordelijke: dit is voor:
|
||||
|
||||
1°. justitiële gegevens en rapporten in een persoonsdossier: Onze Minister;
|
||||
2°. strafvorderlijke gegevens: het College van procureurs-generaal;
|
||||
3°. tenuitvoerleggingsgegevens: Onze Minister dan wel het College van procureurs-generaal;
|
||||
4°. gerechtelijke strafgegevens: de gerechten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie;
|
||||
l. verwerker: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, overheidsinstantie, dienst of een ander orgaan die of dat ten behoeve van de verwerkingsverantwoordelijke justitiële of strafvorderlijke gegevens, gerechtelijke strafgegevens, tenuitvoerleggingsgegevens of persoonsgegevens uit een persoonsdossier, verwerkt. Indien een verwerker in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde de doeleinden en middelen van de verwerking bepaalt, wordt die verwerker met betrekking tot die verwerking als verwerkingsverantwoordelijke aangemerkt;
|
||||
m. verwerking: elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot justitiële of strafvorderlijke gegevens, gerechtelijke strafgegevens, tenuitvoerleggingsgegevens of rapporten, of afschriften daarvan, die zijn of worden opgenomen in een persoonsdossier, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, afschermen, of vernietigen van deze gegevens, rapporten of afschriften daarvan;
|
||||
n. afschermen: het markeren van opgeslagen justitiële of strafvorderlijke gegevens, gerechtelijke strafgegevens, tenuitvoerleggingsgegevens of persoonsgegevens met als doel de verwerking ervan in de toekomst te beperken;
|
||||
o. gegevensbestand: justitiële documentatie, persoonsdossiers, documentatie persoonsdossiers en elk ander gestructureerd geheel van justitiële of strafvorderlijke gegevens, gerechtelijke strafgegevens of tenuitvoerleggingsgegevens dat volgens bepaalde criteria toegankelijk is, ongeacht of dit geheel van gegevens gecentraliseerd of gedecentraliseerd is, dan wel verspreid op een functioneel of geografisch bepaalde wijze;
|
||||
p. inbreuk op de beveiliging: een inbreuk op de beveiliging met de vernietiging, het verlies, de wijziging, de bekendmaking of de ter beschikkingstelling van of de ongeoorloofde toegang tot doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte justitiële of strafvorderlijke gegevens, gerechtelijke strafgegevens, tenuitvoerleggingsgegevens of rapporten in persoonsdossiers, tot gevolg;
|
||||
q. genetische gegevens: persoonsgegevens met betrekking tot de overgeërfde of verworven genetische kenmerken van een natuurlijke persoon die unieke informatie verschaffen over de fysiologie of de gezondheid van die persoon en die met name voorkomen uit een analyse van een biologisch monster van die persoon;
|
||||
r. biometrische gegevens: persoonsgegevens die het resultaat zijn van een specifieke technische verwerking met betrekking tot de fysieke, fysiologische, of gedragskenmerken van een natuurlijke persoon op grond waarvan de eenduidige identificatie van die persoon mogelijk is of bevestigd wordt, zoals afbeeldingen van het gezicht of dactyloscopische gegevens;
|
||||
s. gegevens over gezondheid: persoonsgegevens met betrekking tot de fysieke of mentale gezondheid van een natuurlijke persoon, waaronder gegevens over verleende gezondheidsdiensten, waarmee informatie over zijn gezondheid wordt gegeven;
|
||||
t. profilering: elke vorm van geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens waarbij aan de hand van die gegevens bepaalde persoonlijke aspecten van een natuurlijke persoon worden geëvalueerd, met de bedoeling met name aspecten betreffende zijn beroepsprestaties, economische situatie, gezondheid, persoonlijke voorkeuren, interesses, betrouwbaarheid, gedrag, locatie of verplaatsingen te analyseren of te voorspellen;
|
||||
u. ontvanger: de natuurlijke persoon aan wie of rechtspersoon of overheidsinstantie waaraan justitiële of strafvorderlijke gegevens, gerechtelijke strafgegevens, tenuitvoerleggingsgegevens of afschriften van rapporten uit persoonsdossiers, worden verstrekt;
|
||||
v. bevoegde autoriteit: de overheidsinstantie die bevoegd is voor of ieder ander orgaan of iedere andere entiteit met openbaar gezag of openbare bevoegdheden ter voorkoming van, het onderzoek naar, de opsporing van of de vervolging van strafbare feiten, of voor de tenuitvoerlegging van straffen of maatregelen;
|
||||
w. derde land: ieder land of gebied dat geen lidstaat is of daarvan geen uitmaakt;
|
||||
x. internationale organisatie: een organisatie en de daaronder ressorterende internationaalpubliekrechtelijke organen of andere organen die zijn opgericht bij of op grond van een overeenkomst tussen twee of meer landen;
|
||||
y. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
z. Autoriteit persoonsgegevens: de autoriteit, bedoeld in artikel 1 van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming;
|
||||
aa. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie die de richtlijn heeft geïmplementeerd;
|
||||
ab. richtlijn: richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van het Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad.
|
||||
|
||||
## Titel 2. De verwerking van justitiële gegevens
|
||||
|
||||
|
|
@ -40,11 +62,17 @@ k. College bescherming persoonsgegevens: het College, bedoeld in artikel 51 van
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister treft de nodige maatregelen opdat de justitiële gegevens, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, juist en nauwkeurig zijn. Hij verbetert of verwijdert de gegevens dan wel vult deze aan of schermt deze af indien hem blijkt dat deze onjuist of onvolledig zijn.
|
||||
**1.** Onze Minister treft de nodige maatregelen opdat de justitiële gegevens, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, juist en nauwkeurig zijn. Hij zorgt voor het onverwijld vernietigen of rectificeren van justitiële gegevens als blijkt dat deze, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, onjuist zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Justitiële gegevens worden slechts verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de bij of krachtens deze wet geformuleerde doeleinden.
|
||||
|
||||
**3.** Justitiële gegevens worden uitsluitend voor een ander doel verwerkt dan waarvoor zij zijn verkregen voor zover deze verwerking niet onverenigbaar is met het doel waarvoor deze gegevens zijn verkregen en de verwerking voor dat andere doel overigens noodzakelijk is en in verhouding staat tot dat doel. De verdere verwerking is alleen mogelijk door personen en instanties die bij of krachtens de wet met het oog op een zwaarwegend algemeen belang zijn aangewezen.
|
||||
**3.** Justitiële gegevens worden slechts verwerkt voor zover dit behoorlijk en rechtmatig is, de gegevens rechtmatig zijn verkregen en de gegevens, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, toereikend, terzake dienend en niet bovenmatig zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Justitiële gegevens kunnen worden verwerkt voor een ander doel dan een bij of krachtens deze wet vastgesteld doel waarvoor zij zijn verkregen, voor zover bij wet of in een ieder verbindend besluit van de Europese Unie uitdrukkelijk daarin is voorzien en de verwerking voor dat andere doel noodzakelijk is en in verhouding staat tot dat doel. De verdere verwerking is alleen mogelijk door personen en instanties die bij of krachtens de wet met het oog op een zwaarwegend algemeen belang of in een bindend besluit van de Europese Unie zijn aangewezen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister controleert, voor zover praktisch uitvoerbaar, de kwaliteit van justitiële gegevens voordat de gegevens worden verstrekt. Voor zover mogelijk wordt bij de doorzending van justitiële gegevens de noodzakelijke informatie toegevoegd aan de hand waarvan de ontvangende bevoegde autoriteit de mate van juistheid, volledigheid en betrouwbaarheid van justitiële gegevens kan beoordelen, alsmede de mate waarin zij actueel zijn.
|
||||
|
||||
**6.** Justitiële gegevens worden uitsluitend voor een ander doel verwerkt dan waarvoor zij zijn verkregen voor zover deze verwerking niet onverenigbaar is met het doel waarvoor deze gegevens zijn verkregen en de verwerking voor dat andere doel overigens noodzakelijk is en in verhouding staat tot dat doel. De verdere verwerking is alleen mogelijk door personen en instanties die bij of krachtens de wet met het oog op een zwaarwegend algemeen belang zijn aangewezen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister treft de nodige maatregelen opdat justitiële gegevens worden verwijderd of vernietigd zodra zij niet langer noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor ze zijn verwerkt of dit door enige wettelijke bepaling wordt vereist.
|
||||
|
||||
|
|
@ -79,50 +107,111 @@ d. na het vervallen van het recht tot strafvordering door verjaring.
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De verantwoordelijke treft passende technische en organisatorische maatregelen om justitiële gegevens te beveiligen tegen onbedoelde of onrechtmatige vernietiging, tegen wijziging, ongeoorloofde mededeling of toegang, met name indien de verwerking verzending van gegevens via een netwerk of beschikbaarstelling via directe geautomatiseerde toegang omvat, en tegen alle andere vormen van onrechtmatige verwerking, waarbij met name rekening wordt gehouden met de risico’s van de verwerking en de aard van de te beschermen gegevens. Deze maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau, gelet op de risico’s van de verwerking en de aard van de justitiële gegevens.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Toegang tot justitiële gegevens is uitsluitend voorbehouden aan personen die onder het beheer van de Onze Minister ressorteren of op grond van zijn instructie, behoudens een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift.
|
||||
De verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker treffen passende technische en organisatorische maatregelen om:
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 14, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 49 en 50 van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
a. te waarborgen en te kunnen aantonen dat de verwerking van justitiële gegevens wordt verricht in overeenstemming met hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald;
|
||||
b. het gegevensbeschermingsbeleid en de gegevensbeschermingsbeginselen op een doeltreffende manier uit te voeren respectievelijk toe te passen;
|
||||
c. bij de bepaling van de verwerkingsmiddelen en de verwerking zelf de nodige waarborgen in de verwerking in te bouwen ter naleving van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald en ter bescherming van de rechten van de betrokkenen.
|
||||
|
||||
**2.** De verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker treffen passende en organisatorische maatregelen om een beveiligingsniveau te waarborgen dat op het risico is afgestemd.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het treffen van de maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, houden de verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker rekening met de aard, de reikwijdte, de context en de doeleinden van de verwerking, alsmede met de qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico’s voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen.
|
||||
|
||||
**4.** In aanvulling op het derde lid houden de verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker ten aanzien van het eerste lid, onder c, rekening met de stand van de techniek en de uitvoeringskosten.
|
||||
|
||||
**5.** De maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden periodiek geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
**7.** Toegang tot justitiële gegevens is uitsluitend voorbehouden aan personen die onder het beheer van de verwerkingsverantwoordelijke voor die gegevens ressorteren of op grond van zijn instructie, behoudens een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift.
|
||||
|
||||
### Artikel 7a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verwerkingsverantwoordelijke treft passende technische en organisatorische maatregelen om te waarborgen dat standaard:
|
||||
|
||||
a. alleen die justitiële gegevens worden verwerkt die noodzakelijk zijn voor elk specifiek doel van de verwerking, en
|
||||
b. justitiële gegevens niet zonder tussenkomst van een natuurlijke persoon voor een onbeperkt aantal natuurlijke personen toegankelijk wordt gemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder a, betreffen in ieder geval de hoeveelheid verzamelde justitiële gegevens, de mate waarin zij worden verwerkt, de periode van opslag en de toegankelijkheid van de justitiële gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 7b
|
||||
|
||||
**1.** Wanneer een soort verwerking, in het bijzonder een verwerking waarbij nieuwe technologieën worden gebruikt, gelet op de aard, de omvang, de context of doelen ervan, waarschijnlijk een hoog risico voor de rechten en vrijheden van personen oplevert, voert de verwerkingsverantwoordelijke voorafgaand aan de verwerking een beoordeling uit van het effect van de voorgenomen verwerkingsactiviteiten op de bescherming van persoonsgegevens.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De beoordeling bevat ten minste:
|
||||
|
||||
a. een algemene beschrijving van de beoogde verwerkingen;
|
||||
b. een beoordeling van de risico’s voor de rechten en vrijheden van betrokkenen;
|
||||
c. de beoogde maatregelen ter beperking van de risico’s;
|
||||
d. de voorzorgs- en beveiligingsmaatregelen en mechanismen om de justitiële gegevens te beschermen en aan te tonen dat aan het bij of krachtens deze wet bepaalde is voldaan, met inachtneming van de rechten en gerechtvaardigde belangen van de betrokkenen en andere betrokken personen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien nodig verricht de verwerkingsverantwoordelijke een toetsing om te beoordelen of de verwerking overeenkomstig de gegevensbeschermingseffectbeoordeling wordt uitgevoerd, zulks ten minste wanneer sprake is van een toename van het risico dat de verwerkingen inhouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 7c
|
||||
|
||||
De verwerkingsverantwoordelijke maakt in voorkomend geval en voor zover mogelijk een duidelijk onderscheid tussen justitiële gegevens betreffende verschillende categorieën van betrokkenen, zoals:
|
||||
|
||||
a. personen die terzake van een strafbaar feit zijn veroordeeld;
|
||||
b. personen die terzake van een strafbaar feit zijn ontslagen van rechtsvervolging;
|
||||
c. personen die terzake van een strafbaar feit zijn vrijgesproken.
|
||||
|
||||
### Artikel 7d
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister justitiële gegevens te zijnen behoeve laat verwerken door een verwerker maakt hij uitsluitend gebruik van een verwerker die afdoende garandeert dat de passende technische en organisatorische maatregelen en procedures zodanig worden geïmplementeerd dat bij de verwerking wordt voldaan aan het bij of krachtens deze wet bepaalde en de rechten van de betrokkene worden gewaarborgd.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoering van verwerkingen door een verwerker wordt geregeld in een schriftelijke overeenkomst of andere rechtshandeling die de verwerker aan de verwerkingsverantwoordelijke bindt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de inhoud van de overeenkomst of rechtshandeling.
|
||||
|
||||
**3.** De verwerker en eenieder die onder het gezag van Onze Minister of van de verwerker staat verwerkt de justitiële gegevens uitsluitend met inachtneming van de instructies van Onze Minister, tenzij hij bij of krachtens wet of een ieder verbindend besluit van Europese Unie tot die verwerking verplicht is.
|
||||
|
||||
**4.** De verwerker schakelt geen andere verwerker in dan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de verwerkingsverantwoordelijke. In het geval van een algemene schriftelijke toestemming informeert de verwerker de verwerkingsverantwoordelijke over de toevoeging of vervanging van andere verwerkers, met de mogelijkheid van bezwaar door de verwerkingsverantwoordelijke.
|
||||
|
||||
**5.** De verwerker stelt de verwerkingsverantwoordelijke zonder onredelijke vertraging in kennis van een inbreuk op de bescherming van persoonsgegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 7e
|
||||
|
||||
**1.** Een besluit dat uitsluitend is gebaseerd op geautomatiseerde verwerking, met inbegrip van profilering, dat voor de betrokkene nadelige rechtsgevolgen heeft of hem in aanmerkelijke mate treft en waarin justitiële gegevens zijn verwerkt, is verboden, tenzij wordt voorzien in voorafgaande menselijke tussenkomst door of namens de verwerkingsverantwoordelijke en in specifieke voorlichting aan de betrokkene.
|
||||
|
||||
**2.** Profilering die leidt tot discriminatie van personen is verboden.
|
||||
|
||||
### Artikel 7f
|
||||
|
||||
**1.** Indien iemand schade lijdt doordat ten opzichte van hem in strijd wordt gehandeld met de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften zijn de volgende leden van toepassing, onverminderd de aanspraken op grond van andere wettelijke regels.
|
||||
|
||||
**2.** Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding.
|
||||
|
||||
**3.** De verwerkingsverantwoordelijke is aansprakelijk voor de schade of het nadeel, voortvloeiende uit het niet-nakomen van de in het eerste lid bedoelde voorschriften. De verwerker is aansprakelijk voor die schade of dat nadeel, voor zover ontstaan door zijn werkzaamheid.
|
||||
|
||||
**4.** De verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker kan geheel of gedeeltelijk worden ontheven van deze aansprakelijkheid, indien hij bewijst dat de schade hem niet kan worden toegerekend.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Het verstrekken van justitiële gegevens
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Ten behoeve van de rechtspleging worden justitiële gegevens verstrekt aan Nederlandse rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
|
||||
**1.** Ten behoeve van de rechtspleging worden justitiële gegevens verstrekt aan Nederlandse rechterlijke ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** Ten behoeve van de strafrechtspleging worden justitiële gegevens verstrekt aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** Aan lichamen of personen aan wie krachtens artikel 257ba van het Wetboek van Strafvordering de bevoegdheid is toegekend een strafbeschikking uit te vaardigen, worden ten behoeve van de uitoefening van die bevoegdheid justitiële gegevens verstrekt met betrekking tot de delicten waarop hun bevoegdheid betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Justitiële gegevens kunnen worden verstrekt aan een internationaal orgaan of aan een internationaal strafgerecht voor zover dit voortvloeit uit een verdrag.
|
||||
|
||||
**5.** Justitiële gegevens kunnen ten behoeve van de strafrechtspleging worden verstrekt aan rechterlijke ambtenaren dan wel aan andere autoriteiten in het buitenland.
|
||||
|
||||
**6.** Justitiële gegevens kunnen worden verstrekt of doorgegeven aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie of aan een orgaan van de Europese Unie dat is belast met de ondersteuning en versterking van de wetshandhavingsdiensten van de lidstaten bij de voorkoming, bestrijding, onderzoek en vervolging van zware criminaliteit en dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen.
|
||||
|
||||
**7.** Justitiële gegevens worden alleen ingevolge het vierde of vijfde lid verstrekt indien het ontvangende land of internationaal orgaan een toereikend beschermingsniveau voor de voorgenomen gegevensverwerking garandeert. Of het beschermingsniveau toereikend is wordt beoordeeld met inachtneming van alle omstandigheden die op de doorgifte van gegevens of op een groep van gegevensverstrekkingen van invloed zijn. In het bijzonder wordt rekening gehouden met de aard van de gegevens, met het doel en de duur van de voorgenomen verwerking en verwerkingen, het land van herkomst en het land of internationale orgaan van eindbestemming van de gegevens, de algemene en sectorale rechtsregels die in het derde land of het internationale orgaan gelden, alsmede de beroepscodes en de veiligheidsmaatregelen die in het land of het orgaan van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het zevende lid kunnen justitiële gegevens worden verstrekt of doorgegeven indien:
|
||||
|
||||
a. dit noodzakelijk is ten behoeve van specifieke belangen van de betrokkene of een dringend zwaarwegend algemeen belang; of
|
||||
b. het betreffende land of het ontvangende internationale orgaan passende garanties biedt voor een zorgvuldige gegevensverwerking in het concrete geval.
|
||||
|
||||
**9.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de verstrekking of doorgifte van justitiële gegevens, bedoeld in het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, alsmede over de daarbij te stellen voorwaarden aan het gebruik daarvan door ontvangstgerechtigde autoriteiten of internationale organen en over de ontvangst van justitiële gegevens vanuit het buitenland.
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de verstrekking of doorgifte van justitiële gegevens, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, alsmede over de daarbij te stellen voorwaarden aan het gebruik daarvan door ontvangstgerechtigde autoriteiten.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
**1.** Voorzover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, kan het College van procureurs-generaal in de gevallen waarin het ingevolge artikel 39e of 39f bevoegd is strafvorderlijke gegevens te verstrekken, justitiële gegevens verstrekken.
|
||||
**1.** Voorzover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, kan het College van procureurs-generaal in de gevallen waarin het ingevolge artikel 39e, 39f, of 39ga bevoegd is strafvorderlijke gegevens te verstrekken, justitiële gegevens verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 39e, derde lid, en 39f, tweede lid, onder a, en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 39f, tweede lid, onder a, en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Voorzover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang en voor een goede taakuitoefening van degene aan wie justitiële gegevens worden verstrekt, kunnen bij algemene maatregel van bestuur personen of instanties die met een publieke taak zijn belast, worden aangewezen aan wie justitiële gegevens kunnen worden verstrekt. Daarbij kunnen nadere voorschriften worden gegeven in verband met de verwerking en verdere verwerking.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 8, vierde lid, is van toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 3, derde en vierde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -198,11 +287,11 @@ c. de rechter met toepassing van artikel 77x, eerste lid, van het Wetboek van St
|
|||
|
||||
**1.** Voorzover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang en voor een goede taakuitoefening van degene aan wie justitiële gegevens worden verstrekt, kunnen bij algemene maatregel van bestuur personen of instanties als bedoeld in artikel 9 worden aangewezen aan wie meer gegevens kunnen worden verstrekt dan genoemd in de artikelen 10, 11 en 12. Daarbij wordt tevens bepaald welke gegevens worden verstrekt. Tevens kunnen nadere voorschriften worden gegeven in verband met de verwerking en verdere verwerking.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 8, vierde lid, is van toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 3, derde en vierde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Voorzover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang en voor bijzondere doeleinden, kan Onze Minister in bijzondere gevallen toestemming geven tot het verstrekken van daartoe omschreven justitiële gegevens overeenkomstig door hem te geven voorschriften en onder door hem te stellen voorwaarden. Van zijn desbetreffend besluit zendt hij een afschrift aan het College bescherming persoonsgegevens.
|
||||
**1.** Voorzover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang en voor bijzondere doeleinden, kan Onze Minister in bijzondere gevallen toestemming geven tot het verstrekken van daartoe omschreven justitiële gegevens overeenkomstig door hem te geven voorschriften en onder door hem te stellen voorwaarden. Van zijn desbetreffend besluit zendt hij een afschrift aan de Autoriteit persoonsgegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij Onze Minister anders bepaalt, worden de justitiële gegevens die zijn verstrekt niet voor een ander doel gebruikt dan waarvoor zij zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -210,37 +299,111 @@ c. de rechter met toepassing van artikel 77x, eerste lid, van het Wetboek van St
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Justitiële gegevens kunnen worden verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie en wetenschappelijk onderzoek en statistiek, onder de voorwaarde dat de resultaten daarvan geen persoonsgegevens mogen bevatten.
|
||||
**1.** Justitiële gegevens, kunnen met het oog op de doelen waarvoor die gegevens dienen, worden verwerkt ten behoeve van beleidsinformatie en wetenschappelijk onderzoek en statistiek, onder de voorwaarde dat de resultaten daarvan geen persoonsgegevens mogen bevatten.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de verstrekking van justitiële gegevens, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de verstrekking van justitiële gegevens ten behoeve van het bepaalde in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Justitiële gegevens worden of kunnen worden ter beschikking gesteld ten behoeve van de strafrechtspleging aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie of aan organen en instanties die zijn opgericht krachtens de hoofdstukken 4 en 5 van titel V van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die zijn belast met taken van rechtshandhaving, voor zover dat voortvloeit uit een rechtsinstrument op grond van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het ter beschikking stellen van justitiële gegevens, bedoeld in het eerste lid, alsmede over de aan het gebruik daarvan te stellen voorwaarden door ontvangstgerechtigde bevoegde autoriteiten of internationale organen en instanties, en over de ontvangst van justitiële gegevens vanuit andere lidstaten van de Europese Unie. Onverminderd specifieke voorzieningen in een rechtsinstrument, bedoeld in het eerste lid, mogen de voorwaarden niet afwijken van de voorwaarden voor vergelijkbare doorzendingen van politiegegevens binnen het Europese deel van Nederland.
|
||||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
**1.** Justitiële gegevens kunnen met inachtneming van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden doorgegeven aan rechterlijke ambtenaren dan wel aan andere bevoegde autoriteiten in een derde land of aan een internationale organisatie, voor zover dit noodzakelijk is ten behoeve van de strafrechtspleging, en indien de Commissie van de Europese Unie heeft besloten dat het derde land of de internationale organisatie een toereikend beschermingsniveau voor de voorgenomen gegevensverwerking verzekert.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij ontstentenis van een besluit van de Commissie, bedoeld in het eerste lid, kunnen justitiële gegevens worden doorgegeven, indien:
|
||||
|
||||
a. in een juridisch bindend instrument passende waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens zijn geboden, of
|
||||
b. de verwerkingsverantwoordelijke na beoordeling van alle omstandigheden heeft geconcludeerd dat het betreffende derde land of de ontvangende internationale organisatie passende waarborgen biedt voor de bescherming van persoonsgegevensverwerking. De verwerkingsverantwoordelijke informeert de Autoriteit persoonsgegevens over de categorieën van doorgifte op grond van dit onderdeel.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij ontstentenis van een besluit van de Commissie, bedoeld in het eerste lid, of van passende waarborgen, bedoeld in het tweede lid, is een doorgifte of een categorie van doorgiften van justitiële gegevens aan een derde land of internationale organisatie slechts toegelaten indien de doorgifte noodzakelijk is:
|
||||
|
||||
a. om een vitaal belang van de betrokkene of van een ander persoon te beschermen;
|
||||
b. om de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene te beschermen, wanneer het recht van de lidstaat van waaruit de doorgifte van justitiële gegevens plaatsvindt aldus bepaalt;
|
||||
c. om een onmiddellijk en ernstig gevaar voor de openbare veiligheid van een lidstaat of derde land te voorkomen;
|
||||
d. in afzonderlijke gevallen met het oog op de strafrechtspleging;
|
||||
e. in afzonderlijke gevallen is met het oog op het instellen, uitoefenen of verdedigen van rechtsvorderingen met het oog op de strafrechtspleging,
|
||||
|
||||
en de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene niet prevaleren boven het algemeen belang van de doorgifte, bedoeld in de onderdelen d en e.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste, tweede en derde lid en onverminderd een internationale overeenkomst tussen lidstaten en derde landen, kunnen in afzonderlijke en specifieke gevallen justitiële gegevens worden doorgegeven aan een ontvanger in een derde land, zonder tussenkomst van een bevoegde autoriteit in dat land, indien de doorgifte strikt noodzakelijk is voor de strafrechtspleging en indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
a. de doorgifte is strikt noodzakelijk voor de uitvoering van een in het Unierecht of het lidstatelijke recht omschreven taak van de bevoegde autoriteit die de doorgifte doet, ter verwezenlijking van de doeleinden van artikel 1, eerste lid;
|
||||
b. de bevoegde autoriteit die de doorgifte doet, bepaalt dat er geen grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene zijn die zwaarder wegen dan het openbaar belang dat de doorgifte in dat specifieke geval noodzakelijk maakt;
|
||||
c. de bevoegde autoriteit die de doorgifte doet, is van mening dat de doorgifte aan een autoriteit die in het derde land bevoegd is voor de in artikel 1, eerste lid, bedoelde doeleinden, ondoeltreffend of ongeschikt is, met name omdat de doorgifte niet tijdig kan worden bewerkstelligd;
|
||||
d. de autoriteit die in het derde land bevoegd is voor de in artikel 1, eerste lid, bedoelde doeleinden wordt zonder onnodige vertraging op de hoogte gebracht, tenzij dit ondoeltreffend of ongeschikt is;
|
||||
e. de bevoegde autoriteit die de doorgifte doet, licht de ontvanger in over het nader bepaalde doel of de nader bepaalde doeleinden waarvoor de persoonsgegevens bij uitsluiting door laatstgenoemde mogen worden verwerkt, op voorwaarde dat een dergelijke verwerking noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een doorgifte als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid justitiële gegevens betreft die van een andere lidstaat afkomstig zijn, is onverminderd deze leden toestemming van de bevoegde autoriteit uit die lidstaat voor doorgifte vereist, tenzij doorgifte noodzakelijk is met het oog op het voorkomen van een onmiddellijk en ernstig gevaar voor de openbare veiligheid van een lidstaat of derde land of voor de fundamentele belangen van een lidstaat. De voor het geven van voorafgaande toestemming verantwoordelijke autoriteit wordt onverwijld in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Justitiële gegevens kunnen door een derde land of internationale organisatie verder worden doorgegeven aan een ander derde land of een andere internationale organisatie, indien de verwerkingsverantwoordelijke die deze gegevens oorspronkelijk had doorgegeven toestemming verleent voor die verdere doorgifte, na alle relevante factoren naar behoren in aanmerking te hebben genomen, waaronder de ernst van de inbreuk, het doel waarvoor de gegevens oorspronkelijk waren doorgegeven en het niveau van gegevensbescherming in het derde land of de internationale organisatie waaraan de persoonsgegevens verder worden doorgegeven.
|
||||
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de doorgifte van justitiële gegevens, bedoeld in het eerste tot en met derde en zesde lid, alsmede over de aan het gebruik daarvan te stellen voorwaarden door ontvangstgerechtigde autoriteiten of internationale organen, en over de ontvangst van justitiële gegevens vanuit derde landen.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Voor het verstrekken van justitiële gegevens, als bedoeld in de artikelen 9, 13, 14 en 15, kan een kostenvergoeding worden verlangd die niet hoger mag zijn dan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Rechten van de betrokkene op kennisneming en verbetering
|
||||
### Afdeling 3. Rechten van de betrokkene
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
Onze Minister maakt ten minste de volgende informatie toegankelijk voor de betrokkene:
|
||||
|
||||
a. de identiteit en contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, van de functionaris voor gegevensbescherming;
|
||||
b. de doelen van de verwerking waarvoor de justitiële gegevens zijn bestemd;
|
||||
c. het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, en de contactgegevens van die autoriteit;
|
||||
d. de rechten van de betrokkene, bedoeld in de artikelen 18, eerste lid, en 22, eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 17b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister verstrekt aan een betrokkene informatie over de verwerking van justitiële gegevens in een beknopte en toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal. De informatie wordt met passende middelen, waaronder elektronische, verstrekt en in het algemeen in dezelfde vorm als de vorm van het verzoek.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de betrokkene verzoekt om inzage, op grond van artikel 18, eerste lid, of rectificatie, bedoeld in artikel 22, eerste en tweede lid, wordt hij schriftelijk in kennis gesteld van de ontvangst van het verzoek, de termijn voor uitsluitsel en de mogelijkheid om naar aanleiding daarvan een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In specifieke gevallen stelt Onze Minister de volgende informatie ter beschikking aan de betrokkene:
|
||||
|
||||
a. de rechtsgrondslag van de verwerking;
|
||||
b. de bewaartermijn van de justitiële gegevens;
|
||||
c. in voorkomend geval, de categorieën van de ontvangers van de justitiële gegevens;
|
||||
d. indien noodzakelijk, extra informatie, in het bijzonder wanneer de justitiële gegevens zonder medeweten van de betrokkene worden verzameld;
|
||||
e. het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 7e, eerste lid bedoelde profilering, en nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene.
|
||||
|
||||
**4.** De verwerkingsverantwoordelijke kan de verstrekking van informatie, als bedoeld in het derde lid, uitstellen, beperken of achterwege laten voor zover dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is in verband met een belang, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdelen a tot en met e.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister deelt een ieder op diens schriftelijke verzoek binnen vier weken mede of, en zo ja welke, deze persoon betreffende justitiële gegevens verwerking ondergaan.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Hij doet daarbij geen mededelingen in schriftelijke vorm, tenzij hij weigert een mededeling te doen. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing vindt schriftelijk plaats.
|
||||
De betrokkene heeft het recht om op diens schriftelijke verzoek van Onze Minister binnen vier weken uitsluitsel te verkrijgen over de al dan niet verwerking van hem betreffende justitiële gegevens en, wanneer dat het geval is, om die justitiële gegevens in te zien en om de volgende informatie te verkrijgen:
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het verzoek en de wijze van kennisneming
|
||||
a. de doelen en de rechtsgrond van de verwerking;
|
||||
b. de betrokken categorie van de gegevens;
|
||||
c. de vraag of de deze persoon betreffende justitiële gegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan het verzoek zijn verstrekt en over de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
|
||||
d. de voorziene periode van opslag of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
|
||||
e. het recht te verzoeken om verbetering, vernietiging of afscherming van de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens;
|
||||
f. het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, en de contactgegevens van die autoriteit;
|
||||
g. alle beschikbare informatie over de oorsprong van de verwerking van hem betreffende justitiële gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Hij doet daarbij geen mededelingen in schriftelijke vorm over de verwerking van de betrokkene betreffende justitiële gegevens, tenzij hij weigert een mededeling te doen. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing vindt schriftelijk plaats.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Elke verstrekking van justitiële gegevens overeenkomstig de bepalingen van deze Afdeling wordt vastgelegd en ten minste vier jaar bewaard.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister deelt een ieder op diens schriftelijk verzoek binnen vier weken mede of hem betreffende gegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan het verzoek overeenkomstig de bepalingen van deze Afdeling zijn verstrekt en over de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt.
|
||||
Elke verstrekking van justitiële gegevens overeenkomstig de bepalingen van Afdeling 2 wordt vastgelegd en ten minste vier jaar bewaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Bij de behandeling van verzoeken als bedoeld in de artikelen 18 en 19 draagt Onze Minister zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker.
|
||||
**1.** Bij de behandeling van verzoeken als bedoeld in de artikelen 18 en 22, eerste lid, draagt Onze Minister zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. Wanneer Onze Minister redenen heeft om te twijfelen aan de identiteit van de persoon die het verzoek doet, kan hij de nodige aanvullende informatie vragen ter bevestiging van de identiteit van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**2.** De verzoeken worden ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers. De betrokken mededeling geschiedt eveneens aan de wettelijke vertegenwoordigers.
|
||||
|
||||
|
|
@ -250,33 +413,55 @@ Voor het verstrekken van justitiële gegevens, als bedoeld in de artikelen 9, 13
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Een mededeling als bedoeld in artikel 18, eerste lid, en artikel 19, tweede lid, blijft achterwege voorzover dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat.
|
||||
**1.** Indien de betrokkene verzoekt om inzage, op grond van artikel 18, eerste lid, of rectificatie, bedoeld in artikel 22, eerste en tweede lid, wordt hij schriftelijk in kennis gesteld van de ontvangst van het verzoek, de termijn voor uitsluitsel en de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een verzoek als bedoeld in artikel 18, eerste lid, of artikel 22, eerste en tweede lid, wordt afgewezen voor zover dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is:
|
||||
|
||||
a. ter vermijding van belemmering van de gerechtelijke onderzoeken of procedures;
|
||||
b. ter vermijding van nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;
|
||||
c. ter bescherming van de openbare veiligheid;
|
||||
d. ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden;
|
||||
e. ter bescherming van de nationale veiligheid;
|
||||
f. ingeval van een kennelijk ongegrond of buitensporig verzoek, als bedoeld in artikel 25, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** Een gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek als bedoeld in het eerste lid is schriftelijk en bevat de redenen voor de afwijzing.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Een ieder over wiens persoon justitiële gegevens worden verwerkt kan de verantwoordelijke schriftelijk verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen indien deze feitelijk onjuist, voor het doel van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn, dan wel in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.
|
||||
**1.** De betrokkene heeft het recht op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke rectificatie van de hem betreffende justitiële gegevens te verkrijgen en, rekening houdend met het doel van de verwerking, onvolledige justitiële gegevens te laten aanvullen. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister bericht de verzoeker binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk of, dan wel in hoeverre, hij daaraan voldoet. Het eerste lid van artikel 37 Wet bescherming persoonsgegevens is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De betrokkene heeft het recht op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onnodige vertraging vernietiging van de hem betreffende justitiële gegevens te verkrijgen, indien de gegevens in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt of een wettelijk voorschrift tot vernietiging verplicht.
|
||||
|
||||
**3.** De verantwoordelijke draagt zorg dat een beslissing tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd. Hij draagt zorg voor het kenmerken van een gegeven als de juistheid daarvan door de betrokkene wordt betwist en niet kan worden vastgesteld of het gegeven al dan niet juist is.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In plaats van vernietiging draagt de verwerkingsverantwoordelijke zorg voor afscherming van justitiële gegevens, als:
|
||||
|
||||
a. de juistheid van de gegevens door de betrokkene wordt betwist en de juistheid of onjuistheid niet kan worden geverifieerd, in welk geval de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene informeert voordat de afscherming wordt opgeheven, of
|
||||
b. de persoonsgegevens moeten worden bewaard als bewijsmateriaal.
|
||||
|
||||
**4.** De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis of, dan wel in hoeverre, hij daaraan voldoet.
|
||||
|
||||
**5.** De verwerkingsverantwoordelijke deelt de rectificatie van de onjuiste justitiële gegevens mede aan de bevoegde autoriteit van wie de gegevens afkomstig zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 18, 19 of 22 geldt als een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**1.** Een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 18 of 22 geldt als een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 47 en 48 van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De belanghebbende kan zich binnen de termijn bepaald voor het beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht tot de Autoriteit persoonsgegevens wenden met het verzoek te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verwerkingsverantwoordelijke. In dat geval kan in afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep nog worden ingesteld nadat de belanghebbende van de Autoriteit persoonsgegevens bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd, doch uiterlijk zes weken na dat tijdstip.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister justitiële gegevens heeft verbeterd, aangevuld, verwijderd of afgeschermd doet hij aan de in artikel 8, vijfde lid, 9, 13 en 14 bedoelde personen of instanties aan wie in het jaar voorafgaand aan het verzoek en in de sinds dat verzoek verstreken periode de betrokken gegevens zijn verstrekt, zo spoedig mogelijk mededeling van deze verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.
|
||||
**1.** Indien Onze Minister heeft vastgesteld dat onjuiste justitiële gegevens zijn verstrekt, of dat de justitiële gegevens onrechtmatig zijn verstrekt stelt hij de ontvangers onverwijld hiervan in kennis. In dat geval dienen de gegevens te worden gerectificeerd, vernietigd of te worden afgeschermd.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister deelt aan de verzoeker en voorzover van toepassing aan de wettelijk vertegenwoordiger, desgevraagd mede aan wie hij de mededeling heeft gedaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan voor een mededeling als bedoeld in artikel 18 of 19 een vergoeding van kosten verlangen die niet hoger is dan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag. Daarbij wordt tevens de wijze van betaling bepaald.
|
||||
**1.** De verstrekking van de informatie, bedoeld in de artikelen 18, eerste lid, en 22, eerste lid, geschiedt kosteloos.
|
||||
|
||||
**2.** De vergoeding wordt teruggegeven ingeval Onze Minister op verzoek van de betrokkene, op aanbeveling van het College bescherming persoonsgegevens of op bevel van de rechter tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming is overgegaan of wanneer het verzoek moet worden geweigerd ingevolge artikel 21.
|
||||
**2.** In het geval van kennelijk ongegronde of buitensporige verzoeken, met name vanwege de geringe tussenpozen tussen opeenvolgende verzoeken, kan Onze Minister weigeren gevolg te geven aan het verzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -286,17 +471,175 @@ Een mededeling als bedoeld in artikel 18, eerste lid, en artikel 19, tweede lid,
|
|||
|
||||
**3.** De artikelen 23 en 25 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Bepalingen betreffende het toezicht
|
||||
### Artikel 26a
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd bestaande rechtsmiddelen heeft iedere betrokkene het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, indien de betrokkene van mening is dat de verwerking van hem betreffende justitiële gegevens niet in overeenstemming is met het bij of krachtens deze wet bepaalde.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de Autoriteit persoonsgegevens niet bevoegd is op grond van artikel 27, eerste lid, zendt zij de klacht zonder onnodige vertraging door aan de autoriteit in een andere lidstaat van de Europese Unie die bevoegd is tot het uitoefenen van het toezicht. De betrokkene wordt van de doorzending in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de betrokkene verleent de Autoriteit persoonsgegevens verdere bijstand.
|
||||
|
||||
**4.** De Autoriteit persoonsgegevens faciliteert het indienen van klachten door maatregelen te nemen, zoals het ter beschikking stellen van een klachtformulier dat ook elektronisch kan worden ingevuld, zonder dat andere communicatiemiddelen worden uitgesloten.
|
||||
|
||||
**5.** De Autoriteit persoonsgegevens neemt binnen drie maanden een beslissing op een klacht als bedoeld in het eerste lid. Een beslissing op een klacht geldt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**6.** In het geval van een kennelijk ongegronde of buitensporige klacht, met name vanwege de geringe tussenpozen tussen opéénvolgende klachten, kan de Autoriteit persoonsgegevens weigeren gevolg te geven aan de klacht.
|
||||
|
||||
### Artikel 26b
|
||||
|
||||
Een vordering tegen de Autoriteit persoonsgegevens wordt ingesteld bij een gerecht, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, in Nederland.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Bepalingen betreffende controle en toezicht
|
||||
|
||||
### Artikel 26c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verwerkingsverantwoordelijke houdt een register bij dat de volgende gegevens bevat:
|
||||
|
||||
a. de naam en de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke en de functionaris voor gegevensbescherming;
|
||||
b. de doelen van de verwerking;
|
||||
c. de categorieën van ontvangers aan wie justitiële gegevens zijn of zullen worden verstrekt, met inbegrip van ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
|
||||
d. een beschrijving van de categorieën van betrokkenen en van de categorieën van persoonsgegevens;
|
||||
e. in voorkomend geval, het gebruik van profilering;
|
||||
f. in voorkomend geval, de categorieën van doorgiften van justitiële gegevens aan een derde land of een internationale organisatie;
|
||||
g. een aanwijzing van de rechtsgrondslag van de verwerking, met inbegrip van doorgiften, waarvoor de justitiële gegevens bedoeld zijn;
|
||||
h. zo mogelijk, de beoogde termijnen waarbinnen de verschillende categorieën van gegevens worden verwijderd of vernietigd;
|
||||
i. zo mogelijk, een algemene beschrijving van de technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging, bedoeld in artikel 7.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De verwerker houdt een register bij dat de volgende gegevens bevat:
|
||||
|
||||
a. de naam en de contactgegevens van de verwerker of verwerkers en van iedere verwerkingsverantwoordelijke ten behoeve van wie de verwerker handelt en, in voorkomend geval, van de functionaris voor gegevensbescherming;
|
||||
b. de categorieën van verwerkingen die namens iedere verwerkingsverantwoordelijke zijn uitgevoerd;
|
||||
c. indien van toepassing, doorgiften van justitiële gegevens aan een derde land of een internationale organisatie, onder vermelding van dat derde land of die internationale organisatie, indien daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke uitdrukkelijk geïnstrueerd;
|
||||
d. indien mogelijk, een algemene beschrijving van de technische en organisatorische maatregelen, bedoeld in artikel 7.
|
||||
|
||||
### Artikel 26d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verwerkingsverantwoordelijke draagt zorg voor de schriftelijke vastlegging van:
|
||||
|
||||
a. de feitelijke of juridische redenen die ten grondslag liggen aan een beslissing tot afwijzing op een verzoek tot inzage of rectificatie;
|
||||
b. de verstrekking of doorgifte van justitiële gegevens, bedoeld in artikel 16b, tweede lid, onderdeel b, derde en vierde lid;
|
||||
c. een inbreuk op de beveiliging van justitiële gegevens, inclusief de feiten omtrent de inbreuk, de gevolgen ervan en de maatregelen die zijn getroffen ter correctie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de doorgifte van justitiële gegevens aan een verwerkingsverantwoordelijke in een derde land of van een internationale organisatie omvat de schriftelijke vastlegging de datum en tijd van doorgifte, informatie over de ontvangende bevoegde autoriteit, de reden van doorgifte en de doorgegeven gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 26e
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 26f
|
||||
|
||||
**1.** De verwerkingsverantwoordelijke benoemt een functionaris voor gegevensbescherming. Voor verschillende bevoegde autoriteiten kan, rekening houdend met hun organisatiestructuur en omvang, één functionaris voor gegevensbescherming worden aangewezen. De functionaris voor gegevensbescherming wordt door de verwerkingsverantwoordelijke tijdig en naar behoren betrokken bij alle aangelegenheden die verband houden met de bescherming van justitiële gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** De functionaris voor gegevensbescherming wordt aangewezen op grond van zijn professionele kwaliteiten en, in het bijzonder, zijn deskundigheid op het gebied van de wetgeving en de praktijk inzake gegevensbescherming en zijn vermogen de taken, bedoeld in het derde lid, te vervullen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De functionaris voor gegevensbescherming is tenminste belast met de volgende taken:
|
||||
|
||||
a. het informeren en adviseren van de verwerkingsverantwoordelijke en het onder hem ressorterend personeel dat justitiële gegevens verwerkt over hun verplichtingen op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet en andere gegevensbeschermingsbepalingen op grond van het Unierecht of het Nederlandse recht;
|
||||
b. het toezien op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, van andere gegevensbeschermingsbepalingen van het Unierecht of het Nederlandse recht en van het beleid van de verwerkingsverantwoordelijke met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, met inbegrip van de toewijzing van verantwoordelijkheden, bewustmaking en opleiding van het voor de verwerkingsverantwoordelijke werkzame personeel dat betrokken is bij de verwerking van justitiële gegevens en de betreffende audits;
|
||||
c. het desgevraagd verstrekken van advies over de effectbeoordeling, bedoeld in artikel 7b, en het toezien op de uitvoering ervan;
|
||||
d. het samenwerken met de Autoriteit persoonsgegevens;
|
||||
e. het optreden als contactpunt voor de Autoriteit persoonsgegevens inzake aangelegenheden in verband met de verwerking van persoonsgegevens en, voor zover dienstig, plegen van overleg over enige andere aangelegenheid.
|
||||
|
||||
**4.** De functionaris voor de gegevensbescherming stelt jaarlijks een verslag op van zijn bevindingen.
|
||||
|
||||
**5.** De verwerkingsverantwoordelijke maakt de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming openbaar en meldt hem aan bij de Autoriteit persoonsgegevens.
|
||||
|
||||
**6.** De verwerkingsverantwoordelijke ondersteunt de functionaris voor gegevensbescherming bij de vervulling van zijn taken door hem toegang te verschaffen tot persoonsgegevens en stelt de functionaris voor gegevensbescherming de benodigde middelen ter beschikking voor het vervullen van de taken, bedoeld in het derde lid, en het in standhouden van zijn deskundigheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 26g
|
||||
|
||||
**1.** De verwerkingsverantwoordelijke meldt een inbreuk op de beveiliging onverwijld en uiterlijk binnen 72 uur nadat hij ervan kennis heeft genomen aan de Autoriteit persoonsgegevens, tenzij het niet waarschijnlijk is dat de inbreuk een risico voor de rechten en vrijheden van personen met zich meebrengt. In het geval de melding na 72 uur wordt gedaan, gaat deze vergezeld van een motivering voor de vertraging.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De melding, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste de volgende informatie:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de aard en omvang van de inbreuk, bedoeld in het eerste lid, waaronder begrepen, waar mogelijk, de categorieën van betrokkenen en van gegevensbestanden en, bij benadering, het aantal betrokkenen en gegevensbestanden.
|
||||
b. de mededeling van de naam en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming of een ander contactpunt waar meer informatie kan worden verkregen;
|
||||
c. een beschrijving van de waarschijnlijke gevolgen van de inbreuk, bedoeld in het eerste lid;
|
||||
d. een beschrijving van de voorgestelde of uitgevoerde maatregelen om de inbreuk, bedoeld in het eerste lid, te beëindigen en, in voorkomend geval, de maatregelen ter beperking van de eventuele nadelige gevolgen ervan.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover het niet mogelijk is de informatie, bedoeld in het tweede lid, gelijktijdig te verstrekken, kan deze zonder onnodige vertraging in stappen worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** De verwerkingsverantwoordelijke deelt een inbreuk op de beveiliging met betrekking tot justitiële gegevens, die zijn doorgezonden door of aan een verwerkingsverantwoordelijke van een andere lidstaat, zonder onnodige vertraging mee aan de verwerkingsverantwoordelijke van deze lidstaat.
|
||||
|
||||
**5.** De verwerkingsverantwoordelijke deelt een inbreuk op de beveiliging mede aan de betrokkene als deze inbreuk waarschijnlijk een hoog risico voor de rechten en vrijheden van personen met zich meebrengt. De mededeling bevat een omschrijving van de aard van de inbreuk op de beveiliging en ten minste de informatie, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b, c en d.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De mededeling aan de betrokkene, bedoeld in het vijfde lid, is niet vereist wanneer:
|
||||
|
||||
a. de verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische beschermingsmaatregelen heeft getroffen en deze maatregelen zijn toegepast op de justitiële gegevens waarop de inbreuk, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft;
|
||||
b. de verwerkingsverantwoordelijke maatregelen heeft getroffen om ervoor te zorgen dat het hoge risico, bedoeld in het eerste lid, zich waarschijnlijk niet meer zal voordoen, of
|
||||
c. de mededeling een onevenredige inspanning zou vergen. In dat geval volgt een openbare mededeling of vergelijkbare maatregel waarmee de betrokkenen even doeltreffend worden geïnformeerd.
|
||||
|
||||
**7.** De mededeling aan de betrokkene kan worden uitgesteld, beperkt of achterwege gelaten vanwege de gronden, bedoeld in artikel 21, tweede lid.
|
||||
|
||||
**8.** De melding door een verwerkingsverantwoordelijke aan een betrokkene van een inbreuk op de beveiliging, geschiedt kosteloos.
|
||||
|
||||
### Artikel 26h
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Autoriteit persoonsgegevens wordt door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker geraadpleegd over de voorgenomen verwerking van justitiële gegevens, die in een nieuw gegevensbestand zullen worden opgenomen, wanneer:
|
||||
|
||||
a. de aard van de verwerking, in het bijzonder met gebruikmaking van nieuwe technologieën, mechanismen of procedures, een hoog risico voor de rechten en vrijheden van de betrokkene met zich meebrengt;
|
||||
b. uit een gegevensbeschermingseffectbeoordeling, bedoeld in artikel 7b, blijkt dat de verwerking een hoog risico zou opleveren als de verwerkingsverantwoordelijke geen maatregelen treft om het risico te beperken.
|
||||
|
||||
**2.** De Autoriteit persoonsgegevens kan een lijst opstellen van de verwerkingen waarvoor raadpleging, overeenkomstig het eerste lid, vereist is.
|
||||
|
||||
**3.** De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de Autoriteit persoonsgegevens de gegevensbeschermingseffectbeoordeling, bedoeld in artikel 7b, en, desgevraagd alle andere informatie op grond waarvan de Autoriteit persoonsgegevens de conformiteit van de verwerking en met name de risico’s voor de bescherming van persoonsgegevens van de betrokkene en de betrokken waarborgen kan beoordelen.
|
||||
|
||||
**4.** Wanneer de Autoriteit persoonsgegevens van oordeel is dat de voorgenomen verwerking van justitiële gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan het bij of krachtens deze wet bepaalde, geeft zij binnen een termijn van ten hoogste zes weken schriftelijk advies aan de verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, aan de verwerker. De advisering geschiedt kosteloos.
|
||||
|
||||
**5.** De termijn, bedoeld in het vierde lid, kan, rekening houdend met de complexiteit van de voorgenomen verwerking, worden verlengd met een maand. In dit geval wordt de verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, de verwerker, binnen een maand na de ontvangst van het verzoek in kennis gesteld van de verlenging en de redenen daarvoor.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Het College bescherming persoonsgegevens ziet toe op de verwerking van justitiële gegevens overeenkomstig het bij en krachtens deze wet bepaalde.
|
||||
**1.** De Autoriteit persoonsgegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, ziet in het Europese deel van Nederland toe op de verwerking van justitiële gegevens overeenkomstig het bij en krachtens deze wet bepaalde.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 51, tweede lid, 60, 61 en 65 van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 16 van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het College bescherming persoonsgegevens wordt gehoord over de voorgenomen verwerking van justitiële gegevens die in een nieuw bestand zullen worden opgenomen, wanneer de aard van de verwerking specifieke risico’s met zich meebrengt voor de fundamentele rechten van de betrokkene, in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
|
||||
**3.** De artikelen 35a, 35b en 35d, van de Wet politiegegevens zijn van overeenkomstige toepassing op justitiële gegevens.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de verantwoordelijke handelt in strijd met hetgeen is bepaald bij of krachtens artikel 19, eerste lid, artikel 39j, eerste lid, en artikel 44, eerste lid, kan het College hem een bestuurlijke boete opleggen. De artikelen 66, eerste lid, en 71 van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De Autoriteit persoonsgegevens is bevoegd:
|
||||
|
||||
a. de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker te waarschuwen dat met de voorgenomen verwerkingen waarschijnlijk een inbreuk wordt gemaakt op het bij of krachtens deze wet bepaalde;
|
||||
b. een last onder bestuursdwang op te leggen ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde;
|
||||
c. een bestuurlijke boete op te leggen indien de verwerkingsverantwoordelijke handelt in strijd met hetgeen is bepaald bij of krachtens:
|
||||
|
||||
– de artikelen 7, 7a, 7b, 7d, 26c, 26f, 26g en 26h, van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de vijfde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht de artikelen 19 en 26g van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de vijfde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
– de artikelen 7e, 17a, 17b, 18, 22 en 24, van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
d. een advies te verstrekken aan de verwerkingsverantwoordelijke naar aanleiding van een voorafgaande raadpleging, bedoeld in artikel 26h;
|
||||
e. de verwerkingsverantwoordelijke te verplichten een inbreuk in verband met persoonsgegevens te melden aan de betrokkene.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij het besluit over het opleggen van een bestuurlijke boete, bedoeld in het vierde lid, en over de hoogte daarvan wordt voor elk concreet geval naar behoren rekening gehouden met:
|
||||
|
||||
a) de aard, de ernst en de duur van de inbreuk, rekening houdend met de aard, de omvang of het doel van de verwerking in kwestie alsmede het aantal getroffen betrokkenen en de omvang van de door hen geleden schade;
|
||||
b) de opzettelijke of nalatige aard van de inbreuk;
|
||||
c) de door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker genomen maatregelen om de door betrokkenen geleden schade te beperken;
|
||||
d) de mate waarin de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker verantwoordelijk is gezien de technische en organisatorische maatregelen die hij heeft uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 4a en 4b;
|
||||
e) eerdere relevante inbreuken door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker;
|
||||
f) de mate waarin er met de Autoriteit persoonsgegevens is samengewerkt om de inbreuk te verhelpen en de mogelijke negatieve gevolgen daarvan te beperken;
|
||||
g) de categorieën van persoonsgegevens waarop de inbreuk betrekking heeft;
|
||||
h) de wijze waarop de Autoriteit persoonsgegevens kennis heeft gekregen van de inbreuk, met name of, en zo ja in hoeverre, de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker de inbreuk heeft gemeld;
|
||||
i. de naleving van de in het eerste lid genoemde maatregelen, voor zover die eerder ten aanzien van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker in kwestie met betrekking tot dezelfde aangelegenheid zijn genomen.
|
||||
|
||||
**6.** De werking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het vierde lid, onder c, wordt opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt respectievelijk beroep is ingesteld, op het bezwaar respectievelijk het beroep is beslist.
|
||||
|
||||
**7.** De bevoegdheden, bedoeld in het vierde lid, onderdelen d en e, gelden als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. De verklaring omtrent het gedrag
|
||||
|
||||
|
|
@ -350,7 +693,7 @@ De aanvraag wordt ingediend door degene omtrent wiens gedrag een verklaring word
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag van een natuurlijk persoon kennis nemen van op de aanvrager betrekking hebbende justitiële gegevens alsmede van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet politiegegevens, met uitzondering van de gegevens waarover op grond van artikel 21 geen mededeling kan worden gedaan aan de verzoeker, die gebruik maakt van zijn recht, als bedoeld in artikel 18, eerste lid.
|
||||
**1.** Onze Minister kan bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag van een natuurlijk persoon kennis nemen van op de aanvrager betrekking hebbende justitiële gegevens alsmede van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet politiegegevens, met uitzondering van de gegevens waarover op grond van artikel 21, eerste lid, onderdeel e, geen mededeling kan worden gedaan aan de verzoeker, die gebruik maakt van zijn recht, als bedoeld in artikel 18, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, kan Onze Minister bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag van een rechtspersoon kennis nemen van op de betrokkenen, bedoeld in artikel 35, betrekking hebbende justitiële gegevens, politiegegevens, als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet politiegegevens, alsmede gegevens uit de registratie, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet controle op rechtspersonen. De uitzondering, bedoeld in het eerste lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -372,7 +715,7 @@ De aanvraag wordt ingediend door degene omtrent wiens gedrag een verklaring word
|
|||
|
||||
**2.** Indien Onze Minister voornemens is afwijzend te beslissen op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, beslist hij binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
**3.** Alvorens te beslissen tot weigering van de afgifte, stelt Onze Minister degene van wie een of meer gegevens als bedoeld in het tweede lid van artikel 36, ten grondslag hebben gelegen aan de beslissing, in de gelegenheid om binnen twee weken een verzoek als bedoeld in artikel 22 van deze wet of artikel 28 van de Wet politiegegevens dan wel artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens te doen.
|
||||
**3.** Alvorens te beslissen tot weigering van de afgifte, stelt Onze Minister degene van wie een of meer gegevens als bedoeld in het tweede lid van artikel 36, ten grondslag hebben gelegen aan de beslissing, in de gelegenheid om binnen twee weken een verzoek als bedoeld in artikel 22 van deze wet of artikel 28 van de Wet politiegegevens te doen, dan wel het recht op rectificatie, bedoeld in artikel 16 van de Algemene verordening gegevensbescherming, uit te oefenen te doen.
|
||||
|
||||
**4.** De termijn voor het geven van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, wordt opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister de gelegenheid heeft geboden tot het doen van een verzoek en tot de dag waarop een schriftelijke mededeling is gedaan dat geen verzoek zal worden ingediend of twee weken zijn verstreken dan wel tot de dag waarop de procedure naar aanleiding van een verzoek is beëindigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -394,7 +737,7 @@ De aanvraag wordt ingediend door degene omtrent wiens gedrag een verklaring word
|
|||
|
||||
### Artikel 39a
|
||||
|
||||
**1.** Het College van procureurs-generaal is verantwoordelijke voor het verwerken van strafvorderlijke gegevens.
|
||||
**1.** Het College van procureurs-generaal is verwerkingsverantwoordelijke voor het verwerken van strafvorderlijke gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Het hoofd van een arrondissementsparket, het landelijk parket, het functioneel parket, het parket centrale verwerking openbaar ministerie of het ressortsparket voert het beheer over de strafvorderlijke gegevens.
|
||||
|
||||
|
|
@ -402,17 +745,26 @@ De aanvraag wordt ingediend door degene omtrent wiens gedrag een verklaring word
|
|||
|
||||
**1.** Het College van procureurs-generaal verwerkt slechts strafvorderlijke gegevens, indien dit noodzakelijk is voor een goede vervulling van de taak van het openbaar ministerie of het nakomen van een andere wettelijke verplichting.
|
||||
|
||||
**2.** Het College van procureurs-generaal verwerkt strafvorderlijke gegevens niet verder op een wijze die onverenigbaar is met de doeleinden, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 9, tweede en derde lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
De verwerkingsverantwoordelijke maakt in voorkomend geval en voor zover mogelijk een duidelijk onderscheid tussen strafvorderlijke gegevens betreffende verschillende categorieën van betrokkenen, zoals:
|
||||
|
||||
a. personen ten aanzien van wie gegronde vermoedens bestaan dat zij een strafbaar feit hebben gepleegd of zullen plegen;
|
||||
b. slachtoffers van een strafbaar feit, of personen ten aanzien van wie op basis van bepaalde feiten wordt vermoed dat zij slachtoffer kunnen worden van een strafbaar feit;
|
||||
c. derden, zoals getuigen of personen die anderszins informatie kunnen verstrekken over strafbare feiten, of personen die contact hebben of banden onderhouden met één van de personen als bedoeld onder a of d;
|
||||
d. personen die voor een strafbaar feit zijn veroordeeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 39c
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 3 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daar waar in deze artikelen wordt gesproken over «Onze Minister» «het College van procureurs-generaal» wordt gelezen.
|
||||
**1.** De artikelen 3, 7, 7a, 7b, 7d tot en met 7f, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daar waar in deze artikelen wordt gesproken over «Onze Minister» «het College van procureurs-generaal» wordt gelezen.
|
||||
|
||||
**2.** Het College van procureurs-generaal verwerkt slechts strafvorderlijke gegevens, voorzover het, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn.
|
||||
**2.** Strafvorderlijke gegevens worden slechts verwerkt, voorzover dit behoorlijk en rechtmatig is en de gegevens, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn.
|
||||
|
||||
**3.** De verwerking van strafvorderlijke gegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, alsmede persoonsgegevens betreffende het lidmaatschap van een vakvereniging vindt slechts plaats in aanvulling op de verwerking van andere strafvorderlijke gegevens en voor zover dit voor het doel van de verwerking onvermijdelijk is.
|
||||
**3.** De verwerking van strafvorderlijke gegevens waaruit ras, etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging, of het lidmaatschap van een vakbond blijkt, en de verwerking van genetische gegevens, biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een natuurlijke persoon, of gegevens over gezondheid, seksuele leven en seksuele gerichtheid vindt slechts plaats voor zover dit voor het doel van de verwerking onvermijdelijk is, in aanvulling op de verwerking van andere strafvorderlijke gegevens betreffende de persoon en de gegevens afdoende zijn beveiligd
|
||||
|
||||
**4.** Een besluit uitsluitend gebaseerd op geautomatiseerde verwerking als bedoeld in artikel 7e, eerste lid, wordt niet gebaseerd op de categorieën van strafvorderlijke gegevens, bedoeld in het derde lid, tenzij de Autoriteit persoonsgegevens over de voorgenomen verwerking is geraadpleegd, overeenkomstig artikel 26h, eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** Profilering die leidt tot discriminatie van personen is verboden.
|
||||
|
||||
### Artikel 39d
|
||||
|
||||
|
|
@ -426,26 +778,19 @@ Strafvorderlijke gegevens worden vernietigd overeenkomstig de termijnen, genoemd
|
|||
|
||||
Voorzover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, kan het College van procureurs-generaal aan de volgende personen of instanties strafvorderlijke gegevens verstrekken:
|
||||
|
||||
a. Nederlandse rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
|
||||
a. Nederlandse rechterlijke ambtenaren;
|
||||
b. Onze Minister;
|
||||
c. lichamen of personen aan wie krachtens artikel 257ba van het Wetboek van Strafvordering de bevoegdheid is toegekend een strafbeschikking uit te vaardigen;
|
||||
d. ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012 en ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder c en d, voor zover zij zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
|
||||
e. ambtenaren als bedoeld in artikel 141, onderdeel c en d, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
f. buitengewone opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
g. instanties die belast zijn met de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of handelingen, beslissingen van de officier van justitie dan wel van vrijheidsbenemende straffen of maatregelen;
|
||||
h. verantwoordelijken voor de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet politiegegevens;
|
||||
i. bewaarders als bedoeld in artikel 118, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
j. andere autoriteiten in het buitenland als bedoeld in onderdeel a en instanties die ingevolge het internationaal recht een taak hebben in het kader van de strafrechtspleging.
|
||||
h. verwerkingsverantwoordelijken voor de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet politiegegevens;
|
||||
i. bewaarders als bedoeld in artikel 118, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
**2.** Het College van procureurs-generaal verstrekt aan de ambtenaren die werkzaam zijn ten behoeve van de justitiële documentatie strafvorderlijke gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Het College van procureurs-generaal kan strafvorderlijke gegevens verstrekken aan een internationaal orgaan of aan een internationaal strafgerecht voorzover dit voortvloeit uit een Verdrag.
|
||||
|
||||
**4.** Het College van procureurs-generaal kan strafvorderlijke gegevens verstrekken aan rechterlijke ambtenaren in een ander land of aan een internationaal orgaan in het buitenland, ten behoeve van de strafrechtspleging.
|
||||
|
||||
**5.** Strafvorderlijke gegevens kunnen worden verstrekt of doorgegeven aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie of aan een orgaan van de Europese Unie dat is belast met de ondersteuning en versterking van de wetshandhavingsdiensten van de lidstaten bij de voorkoming, bestrijding, onderzoek en vervolging van zware criminaliteit en dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 8, zevende, achtste en negende lid en artikel 9, eerste lid, tweede volzin, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Artikel 9, eerste lid, tweede volzin is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 39f
|
||||
|
||||
|
|
@ -468,70 +813,109 @@ Het College van procureurs-generaal kan slechts strafvorderlijke gegevens aan pe
|
|||
a. noodzakelijk zijn met het oog op een zwaarwegend algemeen belang of de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte, en
|
||||
b. in zodanige vorm worden verstrekt dat herleiding tot andere personen dan betrokkene, redelijkerwijs wordt voorkomen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 8, vierde lid, en 9, eerste lid, tweede volzin, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Artikel 9, eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 39g
|
||||
|
||||
De artikelen 14 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 39ga
|
||||
|
||||
**1.** Het College van procureurs-generaal kan ten behoeve van de strafrechtspleging met overeenkomstige toepassing van artikel 16a, strafvorderlijke gegevens ter beschikking stellen aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie of aan organen en instanties die zijn opgericht krachtens de hoofdstukken 4 en 5 van titel V van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die zijn belast met taken van rechtshandhaving, voor zover dat voortvloeit uit een rechtsinstrument op grond van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
**2.** Het College van procureurs-generaal kan met overeenkomstige toepassing van artikel 16a, strafvorderlijke gegevens verstrekken aan rechterlijke ambtenaren dan wel aan een andere bevoegde autoriteit in een derde land of aan een internationale organisatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 39h
|
||||
|
||||
Voor het verstrekken van strafvorderlijke gegevens als bedoeld in artikel 39f kan een kostenvergoeding worden verlangd die niet hoger is dan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Rechten van de betrokkene op kennisneming en verbetering
|
||||
### Afdeling 3. Rechten van de betrokkene
|
||||
|
||||
### Artikel 39ha
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het College van procureurs-generaal maakt ten minste de volgende informatie toegankelijk voor de betrokkene:
|
||||
|
||||
a. de identiteit en contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, van de functionaris voor gegevensbescherming;
|
||||
b. de doelen van de verwerking waarvoor de strafvorderlijke gegevens zijn bestemd;
|
||||
c. het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, en de contactgegevens van die autoriteit;
|
||||
d. de rechten van betrokkene, bedoeld in de artikelen 39i, eerste lid, en 39m, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 17b is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daar waar in dit artikel wordt gesproken over «Onze Minister» wordt gelezen «het College van procureurs-generaal».
|
||||
|
||||
**3.** De verstrekking van informatie, bedoeld in de artikelen 17b, 39i, eerste lid, en 39m, eerste lid, vindt plaats overeenkomstig de artikelen 30 tot en met 34, van het Wetboek van Strafvordering als de gegevens in een processtuk worden verwerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 39i
|
||||
|
||||
**1.** Het College van procureurs-generaal deelt een ieder op diens schriftelijke verzoek binnen zes weken mede of, en zo ja welke, deze persoon betreffende strafvorderlijke gegevens verwerking ondergaan. Het College van procureurs-generaal kan zijn beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 18, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
De betrokkene heeft het recht om op diens schriftelijke verzoek van het College van procureurs-generaal uitsluitsel te krijgen over de al dan niet verwerking van hem betreffende strafvorderlijke gegevens en, wanneer dat het geval is, om die strafvorderlijke gegevens in te zien en om de volgende informatie te verkrijgen:
|
||||
|
||||
a. de doelen en de rechtsgrond van de verwerking;
|
||||
b. de betrokken categorie van de gegevens;
|
||||
c. de vraag of de deze persoon betreffende strafvorderlijke gegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan het verzoek overeenkomstig de artikelen 39e, 39f en 39ga zijn verstrekt en over de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
|
||||
d. de voorziene periode van opslag of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
|
||||
e. het recht te verzoeken om verbetering, vernietiging of beperking van de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens;
|
||||
f. het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, en de contactgegevens van die autoriteit;
|
||||
g. de herkomst, voor zover beschikbaar, van de verwerking van hem betreffende strafvorderlijke gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Het College van procureurs-generaal geeft op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, binnen zes weken uitsluitsel, met uitzondering van het deel van het verzoek om inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. Het College van procureurs-generaal kan zijn beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen, dan wel voor ten hoogste zes weken indien blijkt dat bij verschillende parketten strafvorderlijke gegevens over de verzoeker worden verwerkt. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
|
||||
|
||||
**3.** Op het deel van een verzoek om inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, geeft het College van procureurs-generaal binnen vier weken uitsluitsel.
|
||||
|
||||
### Artikel 39j
|
||||
|
||||
**1.** Elke verstrekking van strafvorderlijke gegevens overeenkomstig de artikelen 39e en 39f wordt vastgelegd en gedurende ten minste vier jaar bewaard.
|
||||
|
||||
**2.** Het College van procureurs-generaal deelt een ieder op diens verzoek schriftelijk binnen vier weken mede of hem betreffende strafvorderlijke gegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan het verzoek overeenkomstig de artikelen 39e en 39f zijn verstrekt en over de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt.
|
||||
Elke verstrekking van strafvorderlijke gegevens overeenkomstig de artikelen 39e, 39f en 39ga wordt vastgelegd en gedurende ten minste vier jaar bewaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 39k
|
||||
|
||||
**1.** Bij de behandeling van verzoeken als bedoeld in de artikelen 39i, eerste lid, en 39j, tweede lid, draagt het College van procureurs-generaal zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker.
|
||||
**1.** Bij de behandeling van een verzoek als bedoeld in artikel 39i, eerste lid, draagt het College van procureurs-generaal zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. Wanneer het College van procureurs-generaal redenen heeft om te twijfelen aan de identiteit van de persoon die het verzoek doet, kan hij de nodige aanvullende informatie vragen ter bevestiging van de identiteit van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 20, tweede tot en met vierde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 39l
|
||||
|
||||
Een mededeling, als bedoeld in de artikelen 39i, eerste lid, en 39j, tweede lid, blijft achterwege voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:
|
||||
**1.** Indien de betrokkene verzoekt om inzage, op grond van artikel 39i, eerste lid, of rectificatie, bedoeld in artikel 39m, eerste lid, wordt hij schriftelijk in kennis gesteld van de ontvangst van het verzoek, de termijn voor uitsluitsel en de mogelijkheid om naar aanleiding daarvan een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens.
|
||||
|
||||
a. de voorkoming van de belemmering van gerechtelijke procedures;
|
||||
b. het voorkomen, opsporen en vervolgen van strafbare feiten;
|
||||
c. de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van derden;
|
||||
d. de veiligheid van de staat.
|
||||
**2.** Een verzoek als bedoeld in de artikelen 39i, eerste lid, en 39m, eerste lid, wordt afgewezen, voor zover het onthouden van inzage of het achterwege laten van rectificatie een noodzakelijke en evenredige maatregel is gelet op één of meer van de gronden, bedoeld in artikel 21, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** De gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek als bedoeld in het eerste lid is schriftelijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 39m
|
||||
|
||||
**1.** Een ieder over wiens persoon strafvorderlijke gegevens worden verwerkt kan de verantwoordelijke schriftelijk verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen indien deze feitelijk onjuist, voor het doel van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn, dan wel in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.
|
||||
**1.** De betrokkene heeft het recht op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke rectificatie van de hem betreffende strafvorderlijke gegevens te verkrijgen, en rekening houdend met het doel van de verwerking, onvolledige strafvorderlijke gegevens te laten aanvullen. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 22, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daar waar in dit artikel wordt gesproken over «Onze Minister» «het College van procureurs-generaal» wordt gelezen.
|
||||
**2.** De betrokkene heeft het recht op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onnodige vertraging vernietiging van de hem betreffende strafvorderlijke gegevens te verkrijgen, indien de gegevens in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt of een wettelijk voorschrift tot vernietiging verplicht.
|
||||
|
||||
**3.** De verantwoordelijke draagt zorg dat een beslissing tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd. Hij draagt zorg voor het kenmerken van een gegeven als de juistheid daarvan door de betrokkene wordt betwist en niet kan worden vastgesteld of het gegeven al dan niet juist is.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In plaats van vernietiging draagt de verwerkingsverantwoordelijke zorg voor afscherming van strafvorderlijke gegevens, indien:
|
||||
|
||||
a. de juistheid van de strafvorderlijke gegevens door de betrokkene wordt betwist en de juistheid of onjuistheid niet kan worden geverifieerd, in welk geval de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene informeert voordat de beperking van de verwerking wordt opgeheven, of
|
||||
b. de persoonsgegevens moeten worden bewaard als bewijsmateriaal.
|
||||
|
||||
**4.** De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen vier weken schriftelijk in kennis met betrekking tot de opvolging van zijn verzoek.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 22, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daar waar in dit artikel wordt gesproken over «Onze Minister» «het College van procureurs-generaal» wordt gelezen.
|
||||
|
||||
**6.** De verwerkingsverantwoordelijke draagt zorg dat een beslissing tot verbetering, aanvulling, vernietiging of afscherming zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd. Hij draagt zorg voor het kenmerken van een gegeven als de juistheid daarvan door de betrokkene wordt betwist en niet kan worden vastgesteld of het gegeven al dan niet juist is.
|
||||
|
||||
### Artikel 39n
|
||||
|
||||
**1.** Een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 39i, 39j of 39m geldt als een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**1.** Een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 39i of 39m geldt als een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 47 en 48 van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De belanghebbende kan zich binnen de termijn bepaald voor het beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht tot de Autoriteit persoonsgegevens wenden met het verzoek te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verwerkingsverantwoordelijke. In dat geval kan in afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep nog worden ingesteld nadat de belanghebbende van de Autoriteit persoonsgegevens bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd, doch uiterlijk zes weken na dat tijdstip.
|
||||
|
||||
### Artikel 39o
|
||||
|
||||
**1.** Indien het College van procureurs-generaal strafvorderlijke gegevens heeft verbeterd, aangevuld, verwijderd of afgeschermd, doet het aan de personen of instanties, bedoeld in de artikelen 39e, eerste lid, en 39f, eerste lid, aan wie in het jaar voorafgaand aan het verzoek en in de sinds dat verzoek verstreken periode de betrokken gegevens zijn verstrekt, zo spoedig mogelijk mededeling van deze verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 24, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daar waar in dit artikel wordt gesproken over «Onze Minister» «het College van procureurs-generaal» wordt gelezen.
|
||||
Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing op strafvorderlijke gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 39p
|
||||
|
||||
**1.** Het College van procureurs-generaal kan voor een mededeling als bedoeld in de artikelen 39i, eerste lid, en 39j, tweede lid, een kostenvergoeding verlangen die niet hoger is dan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag. Daarbij wordt tevens de wijze van betaling bepaald.
|
||||
**1.** De verstrekking van de informatie, bedoeld in de artikelen 39i, eerste lid, en 39m, eerste lid, geschiedt kosteloos.
|
||||
|
||||
**2.** De vergoeding wordt teruggegeven ingeval het College van procureurs-generaal op verzoek van betrokkene, op aanbeveling van het College bescherming persoonsgegevens of op bevel van de rechter, tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming is overgegaan of het verzoek wordt geweigerd ingevolge artikel 39l.
|
||||
**2.** In het geval van een kennelijk ongegrond of buitensporig verzoek, met name vanwege de geringe tussenpozen tussen opéénvolgende verzoeken, kan het College van procureurs-generaal voor de verstrekking van de informatie, bedoeld in het eerste lid, weigeren gevolg te geven aan het verzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 39q
|
||||
|
||||
|
|
@ -541,11 +925,32 @@ d. de veiligheid van de staat.
|
|||
|
||||
**3.** De artikelen 39n en 39p zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Bepalingen betreffende het toezicht
|
||||
### Afdeling 4. Bepalingen betreffende klachten, controle en toezicht
|
||||
|
||||
### Artikel 39r
|
||||
|
||||
Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** De artikelen 26a tot en met 26h en 27, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op strafvorderlijke gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 35a, 35b en 35d, van de Wet politiegegevens zijn van overeenkomstige toepassing op strafvorderlijke gegevens.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De Autoriteit persoonsgegevens is bevoegd:
|
||||
|
||||
a. de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker te waarschuwen dat met de voorgenomen verwerkingen waarschijnlijk een inbreuk wordt gemaakt op het bij of krachtens deze wet bepaalde;
|
||||
b. een last onder bestuursdwang op te leggen ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde;
|
||||
c. een bestuurlijke boete op te leggen indien de verwerkingsverantwoordelijke handelt in strijd met hetgeen is bepaald bij of krachtens:
|
||||
|
||||
– de artikelen 39c, eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 7, 7a, 7b en 7d in dat lid, en 39r, eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 26c, 26g en 26h, van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de vijfde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
– de artikelen 39c, eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 7e in dat lid, 17a, 17b, 18, 22 en 24, van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
d. een advies te verstrekken aan de verwerkingsverantwoordelijke naar aanleiding van een voorafgaande raadpleging, bedoeld in artikel 26h;
|
||||
e. de verwerkingsverantwoordelijke te verplichten een inbreuk in verband met persoonsgegevens te melden aan de betrokkene.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 27, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** De werking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het derde lid, onder c, wordt opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt respectievelijk beroep is ingesteld, op het bezwaar respectievelijk het beroep is beslist.
|
||||
|
||||
**6.** De bevoegdheden, bedoeld in het derde lid, onderdelen d en e, gelden als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
## Titel 3. De persoonsdossiers
|
||||
|
||||
|
|
@ -555,7 +960,7 @@ Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing.
|
|||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de wijze bepaald waarop de rapporten die het persoonsdossier vormen worden verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 3, 7 en 39c, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De artikelen 3, 7, 7a, 7b, 7d tot en met 7f en 39c, tweede tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op persoonsgegevens in persoonsdossiers.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
|
|
@ -567,13 +972,7 @@ Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing.
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister kan afschriften van de in een persoonsdossier opgenomen rapporten gebruiken ten behoeve van de behandeling van een gratieverzoek of met het oog op het onderzoek, bedoeld in artikel 28.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verstrekt ten behoeve van een goede rechtspleging, de vervolging en berechting van strafbare feiten, de tenuitvoerlegging van straffen of maatregelen en het geven van advies over een gratieverzoek desgevraagd afschriften van de in een persoonsdossier opgenomen rapporten aan:
|
||||
|
||||
a. Nederlandse rechterlijke ambtenaren;
|
||||
b. rechterlijke ambtenaren van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
|
||||
c. andere dan de onder a en b genoemde rechterlijke ambtenaren, voorzover Onze Minister dat bepaalt.
|
||||
**2.** Onze Minister verstrekt ten behoeve van een goede rechtspleging, de vervolging en berechting van strafbare feiten, de tenuitvoerlegging van straffen of maatregelen en het geven van advies over een gratieverzoek desgevraagd afschriften van de in een persoonsdossier opgenomen rapporten aan Nederlandse rechterlijke ambtenaren.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister verstrekt ten behoeve van de selectie of bejegening desgevraagd afschriften van de in een persoonsdossier opgenomen rapporten aan de selectiefunctionarissen en de hoofden van de inrichtingen waar de aan een persoon opgelegde straf of maatregel wordt ten uitvoer gelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -589,47 +988,79 @@ c. de directeur of ressortsdirecteur van de raad voor de kinderbescherming.
|
|||
|
||||
**6.** Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 42a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan met overeenkomstige toepassing van artikel 16a, afschriften van de in een persoonsdossier opgenomen rapporten ter beschikking stellen aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie of aan organen of instanties die zijn opgericht krachtens de hoofdstukken 4 en 5 van titel V van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die zijn belast met taken van rechtshandhaving, voor zover dat voortvloeit uit een rechtsinstrument op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan met overeenkomstige toepassing van artikel 16b, afschriften van de in een persoonsdossier opgenomen rapporten doorgeven aan rechterlijke ambtenaren dan wel aan een andere bevoegde autoriteit in een derde land of aan een internationale organisatie, ten behoeve van de strafrechtspleging.
|
||||
|
||||
### Artikel 42b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister maakt ten minste de volgende informatie toegankelijk voor betrokkene:
|
||||
|
||||
a. de identiteit en contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, van de functionaris voor gegevensbescherming;
|
||||
b. de doelen van de verwerking waarvoor de verwerking van de betrokkene betreffende rapporten in persoonsdossiers zijn bestemd;
|
||||
c. het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, en de contactgegevens van die autoriteit;
|
||||
d. de rechten van betrokkene, bedoeld in de artikelen 43, eerste lid, en 46, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 17b is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister deelt een ieder op diens verzoek binnen vier weken mede of en zo ja welke deze persoon betreffende rapporten in de persoonsdossiers in de documentatie persoonsdossiers zijn opgenomen.
|
||||
**1.** De betrokkene heeft het recht om op diens schriftelijke verzoek binnen vier weken van Onze Minister uitsluitsel te krijgen over de al dan niet verwerking van hem betreffende rapporten in de persoonsdossiers in de documentatie persoonsdossiers en, wanneer dat het geval is, om die rapporten in te zien en hierover de informatie, bedoeld in artikel 18, onderdelen a tot en met g, te verkrijgen.
|
||||
|
||||
**2.** Hij doet daarbij geen mededelingen in schriftelijke vorm, tenzij hij weigert een mededeling te doen. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing vindt schriftelijk plaats.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het verzoek en de wijze van kennisneming.
|
||||
**2.** Onze Minister doet daarbij geen mededelingen in schriftelijke vorm, tenzij hij weigert een mededeling te doen. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing vindt schriftelijk plaats.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.** Elke verstrekking van afschriften van rapporten uit persoonsdossiers, overeenkomstig artikel 41 wordt vastgelegd en tenminste vier jaar bewaard.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister deelt een ieder op diens verzoek schriftelijk binnen vier weken mede of hem betreffende afschriften van rapporten uit de persoonsdossiers in het jaar voorafgaande aan het verzoek overeenkomstig artikel 42 zijn verstrekt.
|
||||
**2.** Indien een verzoek als bedoeld in artikel 43 zich uitstrekt tot het verkrijgen van informatie over de verstrekking van afschriften uit persoonsdossiers, deelt Onze Minister binnen vier weken aan verzoeker mede of hem betreffende afschriften van rapporten uit de persoonsdossiers in het jaar voorafgaande aan het verzoek overeenkomstig artikel 42 en 42a zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
Op de behandeling van verzoeken als bedoeld in het eerste lid van artikel 43 en het tweede lid van artikel 44 is artikel 20 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Op de behandeling van verzoeken als bedoeld in het eerste lid van artikel 43 is artikel 20 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** Degene aan wie overeenkomstig artikel 43 kennis is gegeven van hem betreffende rapporten, kan Onze Minister schriftelijk verzoeken de persoonsgegevens in deze rapporten te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen, indien deze feitelijk onjuist, voor het doel van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.
|
||||
**1.** Degene aan wie overeenkomstig artikel 43 uitsluitsel is gegeven van hem betreffende rapporten, heeft het recht op diens schriftelijke verzoek van Onze Minister rectificatie van de hem betreffende persoonsgegevens in deze rapporten te verkrijgen, en rekening houdend met het doel van de verwerking onvolledige persoonsgegevens te laten aanvullen. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het tweede en derde lid van artikel 22 zijn van toepassing.
|
||||
**2.** De betrokkene heeft het recht op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onnodige vertraging vernietiging van de hem betreffende persoonsgegevens in persoonsdossiers te verkrijgen, indien de gegevens in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt of een wettelijk voorschrift tot vernietiging verplicht.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In plaats van vernietiging draagt de verwerkingsverantwoordelijke zorg voor het afschermen van rapporten uit een persoonsdossier als:
|
||||
|
||||
a. de juistheid van die rapporten door de betrokkene wordt betwist en de juistheid of onjuistheid niet kan worden geverifieerd, in welk geval de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene informeert voordat de afscherming wordt opgeheven, of
|
||||
b. de persoonsgegevens moeten worden bewaard als bewijsmateriaal.
|
||||
|
||||
**4.** De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen vier weken schriftelijk in kennis met betrekking tot de opvolging van zijn verzoek.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 22, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 46a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de betrokkene verzoekt om inzage op grond van artikel 43, eerste lid, of rectificatie, bedoeld in artikel 46, eerste lid, wordt hij schriftelijk in kennis gesteld van de ontvangst van het verzoek, de termijn voor uitsluitsel en de mogelijkheid om naar aanleiding daarvan een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 21, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
**1.** Een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 44 of 46 geldt als een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**1.** Een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 43 of 46 geldt als een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 47 en 48 van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister persoonsgegevens in rapporten uit een persoonsdossier heeft verbeterd, aangevuld, verwijderd of afgeschermd doet hij aan de in artikel 42 bedoelde personen of instanties aan wie in het jaar voorafgaand aan het verzoek en in de sinds dat verzoek verstreken periode de betrokken persoonsgegevens zijn verstrekt, zo spoedig mogelijk mededeling van deze verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.
|
||||
|
||||
**2.** Het tweede lid van artikel 24 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing op rapporten uit een persoonsdossier.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan voor een mededeling als bedoeld in artikel 43 of 44 een vergoeding van kosten verlangen die niet hoger is dan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag. Daarbij wordt tevens de wijze van betaling bepaald.
|
||||
**1.** De verstrekking van de informatie, bedoeld in de artikelen 43, eerste lid, en 46, eerste lid geschiedt kosteloos.
|
||||
|
||||
**2.** De vergoeding wordt teruggegeven ingeval Onze Minister op verzoek van de betrokkene, op aanbeveling van de College bescherming persoonsgegevens of op bevel van de rechter tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming is overgegaan.
|
||||
**2.** In het geval van een kennelijk ongegrond of buitensporig verzoek, met name vanwege de geringe tussenpozen tussen opéénvolgende verzoeken, kan Onze Minister weigeren gevolg te geven aan het verzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
|
|
@ -641,7 +1072,139 @@ Op de behandeling van verzoeken als bedoeld in het eerste lid van artikel 43 en
|
|||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in persoonsdossiers.
|
||||
**1.** De artikelen 26a tot en met 26h en 27, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op persoonsgegevens in persoonsdossiers.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 35a, 35b en 35d, van de Wet politiegegevens zijn van overeenkomstige toepassing persoonsgegevens in persoonsdossiers.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De Autoriteit persoonsgegevens is bevoegd:
|
||||
|
||||
a. de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker te waarschuwen dat met de voorgenomen verwerkingen waarschijnlijk een inbreuk wordt gemaakt op het bij of krachtens deze wet bepaalde;
|
||||
b. een last onder bestuursdwang op te leggen ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde;
|
||||
c. een bestuurlijke boete op te leggen indien de verwerkingsverantwoordelijke handelt in strijd met hetgeen is bepaald bij of krachtens:
|
||||
|
||||
– de artikelen 40a, derde lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 7, 7a, 7b en 7d in dat lid, en het eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 26c, 26f, 26g en 26h in dat lid, van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de vijfde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
– de artikelen 40a, derde lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 7e in dat lid, 42b, 43, 46, 48, van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
d. een advies te verstrekken aan de verwerkingsverantwoordelijke naar aanleiding van een voorafgaande raadpleging, bedoeld in artikel 26h, over een voorgenomen verwerking van persoonsgegevens in een persoonsdossier;
|
||||
e. de verwerkingsverantwoordelijke te verplichten een inbreuk in verband met persoonsgegevens te melden aan de betrokkene.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 27, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** De werking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het derde lid, onder c, wordt opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt respectievelijk beroep is ingesteld, op het bezwaar respectievelijk het beroep is beslist.
|
||||
|
||||
**6.** De bevoegdheden, bedoeld in het derde lid, onderdelen d en e, gelden als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
## Titel 3a. De verwerking van tenuitvoerleggingsgegevens
|
||||
|
||||
### Artikel 51a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister dan wel het College van procureurs-generaal verwerkt tenuitvoerleggingsgegevens, indien dit noodzakelijk is voor een goede vervulling van een wettelijke taak of het nakomen van een andere wettelijke verplichting.
|
||||
|
||||
**2.** De directeur van een penitentiaire inrichting of afdeling, het hoofd van een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of de directeur van een justitiële jeugdinrichting, voert het beheer over de tenuitvoerleggingsgegevens inzake vrijheidsbenemende straffen of maatregelen bij de uitvoering waarvan hij betrokken is.
|
||||
|
||||
**3.** Het hoofd van een arrondissementsparket, het landelijk parket, het functioneel parket, het parket centrale verwerking openbaar ministerie of het ressortsparket voert het beheer over de tenuitvoerleggingsgegevens waarvoor het College van procureurs-generaal verwerkingsverantwoordelijke is.
|
||||
|
||||
### Artikel 51b
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 3, 7, 7a, 7b, 7d tot en met 7f, 15, 16a, 16b, 17a, 17b, 20 tot en met 25, en 39c, tweede tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op tenuitvoerleggingsgegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 18, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing onverminderd het verder bij wet bepaalde over kennisneming of inzage van tenuitvoerleggingsgegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de verwerking betrekking heeft op tenuitvoerleggingsgegevens waarvoor het College van procureurs-generaal verwerkingsverantwoordelijke is, wordt bij de overeenkomstige toepassing van de artikelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, in de artikelen waar wordt gesproken over «Onze Minister» gelezen «het College van procureurs-generaal».
|
||||
|
||||
### Artikel 51c
|
||||
|
||||
**1.** Tenuitvoerleggingsgegevens van veroordeelden voor andere strafrechtelijke beslissingen dan vrijheidsbenemende straffen of maatregelen worden vernietigd met overeenkomstige toepassing van de termijnen voor vernietiging, bedoeld in de artikelen 4 en 6.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang kan Onze Minister of het College van procureurs-generaal aan personen of instanties tenuitvoerleggingsgegevens verstrekken voor het doel van:
|
||||
|
||||
a. de tenuitvoerlegging van een strafrechtelijke beslissing;
|
||||
b. de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten;
|
||||
c. schuldhulpverlening of resocialisatie van betrokkene;
|
||||
d. bestuurlijk handelen of het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing, of
|
||||
e. het verlenen van hulp aan slachtoffers.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onze Minister of het College van procureurs-generaal kan slechts gegevens aan personen of instanties als bedoeld in het tweede lid verstrekken, voor zover die gegevens voor die personen of instanties:
|
||||
|
||||
a. noodzakelijk zijn met het oog op een zwaarwegend algemeen belang of de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte, en
|
||||
b. in zodanige vorm worden verstrekt dat herleiding tot andere personen dan betrokkene, redelijkerwijs wordt voorkomen.
|
||||
|
||||
**4.** Elke verstrekking, bedoeld in het derde lid, en bedoeld in de van overeenkomstige van toepassing zijnde artikelen 16 en 16a, wordt vastgelegd en ten minste vier jaar bewaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 51d
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 26a tot en met 26h en 27, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op tenuitvoerleggingsgegevens.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 35a, 35b en 35d, van de Wet politiegegevens zijn van overeenkomstige toepassing op tenuitvoerleggingsgegevens.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De Autoriteit persoonsgegevens is bevoegd:
|
||||
|
||||
a. de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker te waarschuwen dat met de voorgenomen verwerkingen waarschijnlijk een inbreuk wordt gemaakt op het bij of krachtens deze wet bepaalde;
|
||||
b. een last onder bestuursdwang op te leggen ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde;
|
||||
c. een bestuurlijke boete op te leggen indien de verwerkingsverantwoordelijke handelt in strijd met:
|
||||
|
||||
– de artikelen 51b, eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 7, 7a, 7b,en 7d in dat lid, en 51d, eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 26c, 26f, 26g en 26h in dat lid, van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de vijfde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
– de artikelen 51b, eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 7e, 17a, 17b, 22 en 24 in dat lid, en 51b, tweede lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 18, van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
d. een advies te verstrekken aan de verwerkingsverantwoordelijke naar aanleiding van een voorafgaande raadpleging, bedoeld in artikel 26h;
|
||||
e. de verwerkingsverantwoordelijke te verplichten een inbreuk in verband met persoonsgegevens te melden aan de betrokkene.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 27, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** De werking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het derde lid, onder c, wordt opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt respectievelijk beroep is ingesteld, op het bezwaar respectievelijk het beroep is beslist.
|
||||
|
||||
**6.** De bevoegdheden, bedoeld in het derde lid, onderdelen d en e, gelden als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
## Titel 3b. De verwerking van gerechtelijke strafgegevens
|
||||
|
||||
### Artikel 51e
|
||||
|
||||
De gerechten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, verwerken slechts gerechtelijke strafgegevens voor zover dit noodzakelijk is voor de rechtspraak.
|
||||
|
||||
### Artikel 51f
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 3, 7, 7a, 7b, 7d tot en met 7f, 15, 16a, 16b, 17a, 17b, 18 en 20 tot en met 25, zijn van overeenkomstige toepassing op gerechtelijke strafgegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de overeenkomstige toepassing van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, wordt in de artikelen waar over «Onze Minister» wordt gesproken «een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie» gelezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 51g
|
||||
|
||||
**1.** De gerechtelijke strafgegevens worden verwijderd zodra die voor de gerechten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, niet langer noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun rechterlijke taken.
|
||||
|
||||
**2.** De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt gerechtelijke strafgegevens ten behoeve van de behandeling van strafzaken, in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
### Artikel 51h
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 26a tot en met 26e, 26g, 26h en 27, eerste en tweede lid, en 39c, tweede tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op gerechtelijke strafgegevens.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 35a, 35b en 35d, van de Wet politiegegevens zijn van overeenkomstige toepassing op gerechtelijke strafgegevens.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De Autoriteit persoonsgegevens is bevoegd:
|
||||
|
||||
a. de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker te waarschuwen dat met de voorgenomen verwerkingen waarschijnlijk een inbreuk wordt gemaakt op het bij of krachtens deze wet bepaalde;
|
||||
b. een last onder bestuursdwang op te leggen ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde;
|
||||
c. een bestuurlijke boete op te leggen indien de verwerkingsverantwoordelijke handelt in strijd met hetgeen is bepaald bij of krachtens:
|
||||
|
||||
– de artikelen 51f, eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 7, 7a, 7b en 7d in dat lid, en 51d, eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 26c, 26g en 26h in dat lid, van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de vijfde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
– artikel 51f, eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 7e, 17a, 17b, 18, 22 en 24, van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
d. een advies te verstrekken aan de verwerkingsverantwoordelijke naar aanleiding van een voorafgaande raadpleging, bedoeld in artikel 26h;
|
||||
e. de verwerkingsverantwoordelijke te verplichten een inbreuk in verband met persoonsgegevens te melden aan de betrokkene.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 27, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** De werking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het derde lid, onder c, wordt opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt respectievelijk beroep is ingesteld, op het bezwaar respectievelijk het beroep is beslist.
|
||||
|
||||
**6.** De bevoegdheden, bedoeld in het derde lid, onderdelen d en e, gelden als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid, is de Autoriteit persoonsgegevens niet belast met het toezicht op de verwerking van gerechtelijke strafgegevens door de gerechten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, in het kader van de uitoefening van hun rechterlijke taken.
|
||||
|
||||
## Titel 4. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue