From 7b09182b3cf15abcfade998ef24b07e07deef77d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jul 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-07-01 | BWBR0004471 | Monumentenwet 1988 --- wet/monumentenwet-1988/BWBR0004471/README.md | 69 ++++++++++++-------- 1 file changed, 40 insertions(+), 29 deletions(-) diff --git a/wet/monumentenwet-1988/BWBR0004471/README.md b/wet/monumentenwet-1988/BWBR0004471/README.md index 993bd1087f2..2a9f26dd6a8 100644 --- a/wet/monumentenwet-1988/BWBR0004471/README.md +++ b/wet/monumentenwet-1988/BWBR0004471/README.md @@ -112,9 +112,7 @@ b. een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op e ### Artikel 12 -**1.** Een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 11 moet worden ingediend bij burgemeester en wethouders. - -**2.** Indien de aanvraag in behandeling wordt genomen, leggen burgemeester en wethouders de aanvraag op de secretarie voor een ieder ter inzage. Indien in de aanvraag gegevens voorkomen of uit de aanvraag kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding met het oog op de bescherming van bedrijfsgeheimen gerechtvaardigd is, besluiten burgemeester en wethouders op een daartoe strekkend verzoek van de aanvrager dat die gegevens niet ter inzage worden gelegd. De burgemeester doet kennisgeving van de terinzagelegging op de gebruikelijke wijze en vermeldt daarbij de mogelijkheid om binnen een termijn van veertien dagen zienswijzen naar voren te brengen bij burgemeester en wethouders. Indien artikel 17, eerste lid, van toepassing is zenden burgemeester en wethouders tijdig naar voren gebrachte zienswijzen onmiddellijk door aan Onze minister. +Een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 11 wordt ingediend bij burgemeester en wethouders. ### Artikel 13 @@ -131,6 +129,23 @@ b. een monument dat in gebruik is bij Onze Minister van Defensie en tevens een m **2.** In de gevallen waarin burgemeester en wethouders niet beslissen, beslist Onze minister. +### Artikel 14a + +**1.** + +Op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 11 is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat: + +a. in de gevallen dat burgemeester en wethouders beslissen over de aanvraag, dezen het ontwerp van het besluit ter inzage leggen na ontvangst van de adviezen, bedoeld in artikel 16, tweede lid, en +b. in de gevallen dat Onze minister beslist over de aanvraag, burgemeester en wethouders ten aanzien van het door hem opgesteld ontwerp van het besluit toepassing geven aan de artikelen 3:11 tot en met 3:17 van de Algemene wet bestuursrecht. + +**2.** Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. + +**3.** In de gevallen dat Onze minister beslist over een aanvraag om vergunning, zenden burgemeester en wethouders tijdig naar voren gebrachte zienswijzen onmiddellijk aan hem door. + +**4.** In de gevallen dat Onze minister beslist over een aanvraag om vergunning is artikel 3:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. + +**5.** Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing in de gevallen waarin een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 13 wordt ingediend. + ### Artikel 15 **1.** De gemeenteraad stelt een verordening vast waarin tenminste de inschakeling wordt geregeld van een commissie op het gebied van de monumentenzorg, die burgemeester en wethouders adviseert over aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 11. @@ -143,29 +158,23 @@ b. een monument dat in gebruik is bij Onze Minister van Defensie en tevens een m **1.** In de gevallen dat burgemeester en wethouders over de aanvraag om vergunning beslissen, zenden zij onmiddellijk afschrift van de aanvraag aan de directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en, indien het beschermde monument ligt buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, aan gedeputeerde staten. -**2.** Onze minister en gedeputeerde staten adviseren schriftelijk over de aanvraag binnen drie maanden na de datum van verzending van het afschrift. +**2.** Onze minister en gedeputeerde staten adviseren schriftelijk over de aanvraag binnen twee maanden na de datum van verzending van het afschrift. -**3.** Burgemeester en wethouders beslissen binnen drie maanden na de datum van ontvangst van het laatste van de adviezen, bedoeld in het tweede lid, doch in ieder geval binnen zes maanden na de datum van indiening van de aanvraag. +**3.** Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier maanden na de datum van ontvangst van het laatste van de adviezen, bedoeld in het tweede lid, doch in ieder geval binnen de in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalde termijn. -**4.** Burgemeester en wethouders kunnen, indien daartoe naar hun oordeel gegronde redenen bestaan, de in het derde lid bedoelde termijn met ten hoogste zes maanden verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennisgeven binnen de in het derde lid bedoelde termijn. +**4.** Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het derde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend. -**5.** Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het derde of vierde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend. +**5.** Burgemeester en wethouders doen van de beschikking op de aanvraag om vergunning mededeling aan Onze minister en aan gedeputeerde staten. -**6.** Van de beschikking, bedoeld in het derde lid, doen burgemeester en wethouders mededeling aan Onze minister en aan gedeputeerde staten. - -**7.** De werking van de vergunning wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. De vergunninghouder kan de voorzieningenrechter van de rechtbank, onderscheidenlijk de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken de opschorting op te heffen. Titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. +**6.** De werking van de vergunning wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. De vergunninghouder kan de voorzieningenrechter van de rechtbank, onderscheidenlijk de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken de opschorting op te heffen. Titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 17 **1.** In de gevallen dat Onze minister over de aanvraag om vergunning beslist, zenden burgemeester en wethouders de aanvraag onmiddellijk na ontvangst aan hem door. Zij zenden gelijktijdig afschrift aan gedeputeerde staten en stellen de aanvrager schriftelijk in kennis van de datum van doorzending. Voor de toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht worden burgemeester en wethouders aangemerkt als het in dat artikel bedoelde bestuursorgaan. -**2.** Burgemeester en wethouders en, indien het beschermde monument ligt buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, gedeputeerde staten adviseren aan Onze minister over de aanvraag binnen drie maanden na de datum van doorzending. +**2.** Artikel 16, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 16, zesde lid, is van toepassing. -**3.** Onze minister beslist binnen drie maanden na de datum van ontvangst van het laatste van de adviezen, bedoeld in het tweede lid, doch in ieder geval binnen zes maanden na de indiening van de aanvraag. - -**4.** Artikel 16, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 16, zevende lid, is van toepassing. - -**5.** Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten. +**3.** Onze minister doet van de beschikking op de aanvraag om vergunning mededeling aan burgemeester en wethouders en aan gedeputeerde staten. ### Artikel 18 @@ -179,12 +188,7 @@ Burgemeester en wethouders dan wel Onze minister nemen met betrekking tot een ke ### Artikel 20 -**1.** - -Burgemeester en wethouders en, voor zover het betreft de monumenten die niet gelegen zijn binnen het grondgebied van enige gemeente, Onze minister houden een openbaar register aan, waarin aantekening wordt gehouden van: - -a. ingevolge artikel 16, derde lid, of artikel 17, derde lid, verleende vergunningen; -b. vergunningen die ingevolge artikel 16, vijfde lid, of artikel 17, vierde lid, worden geacht te zijn verleend. +**1.** Burgemeester en wethouders en, voor zover het betreft de monumenten die niet gelegen zijn binnen het grondgebied van enige gemeente, Onze minister houden een openbaar register aan, waarin aantekening wordt gehouden van vergunningen die ingevolge artikel 16 of artikel 17 zijn verleend of worden geacht te zijn verleend. **2.** @@ -195,12 +199,7 @@ b. het nummer van de vergunning; c. de plaats van het monument waarop de vergunning betrekking heeft, alsmede van de van belang zijnde kadastrale gegevens daarvan; d. de aard van de werkzaamheden. -**3.** - -Aantekening als bedoeld in het tweede lid vindt plaats binnen een week na de dag waarop: - -a. een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onder *a*, is verleend; -b. een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onder *b*, wordt geacht te zijn verleend. +**3.** Aantekening als bedoeld in het tweede lid vindt plaats binnen een week na de dag waarop een vergunning is verleend of wordt geacht te zijn verleend. ### Artikel 21 @@ -475,7 +474,19 @@ Vervallen **1.** Zolang een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 15 niet van kracht is, beslist Onze minister omtrent aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 11. -**2.** Op de beslissing omtrent de aanvraag zijn de artikelen 17 tot en met 21 van toepassing. +**2.** Op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om vergunning als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met inachtneming van het derde tot en met achtste lid. + +**3.** Burgemeester en wethouders zenden een aanvraag onmiddellijk na ontvangst aan Onze minister door. Zij zenden gelijktijdig afschrift aan gedeputeerde staten en stellen de aanvrager schriftelijk in kennis van de datum van doorzending. Voor de toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht worden burgemeester en wethouders aangemerkt als het in dat artikel bedoelde bestuursorgaan. + +**4.** Burgemeester en wethouders en, indien het beschermde monument ligt buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, gedeputeerde staten adviseren aan Onze minister over de aanvraag binnen twee maanden na de datum van doorzending. + +**5.** Onze minister beslist binnen vier maanden na de datum van ontvangst van het laatste van de adviezen, bedoeld in het derde lid, doch in ieder geval binnen de in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalde termijn. + +**6.** Artikel 16, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 16, zesde lid, is van toepassing. + +**7.** Onze minister doet van de beschikking op de aanvraag om vergunning mededeling aan burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten. + +**8.** Op de beslissing omtrent de aanvraag zijn de artikelen 18 tot en met 21 van toepassing. ### Artikel 60