2012-01-01 | BWBR0002368 | Algemene Kinderbijslagwet
This commit is contained in:
parent
38aa883ac0
commit
7b33e36f75
1 changed files with 13 additions and 11 deletions
|
|
@ -18,7 +18,8 @@ Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten
|
|||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
b. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;
|
||||
c. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
c. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
d. continentaal plat: de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -71,7 +72,7 @@ Vervallen
|
|||
Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die
|
||||
|
||||
a. ingezetene is;
|
||||
b. geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
|
||||
b. geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland of op het continentaal plat in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
|
||||
|
||||
**2.** Niet verzekerd is de vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
|
|
@ -143,11 +144,10 @@ b. de studie of de beroepsopleiding wordt afgesloten met een eindexamen, dat kor
|
|||
|
||||
Een kind als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, wordt als werkloos aangemerkt indien het:
|
||||
|
||||
a. een startkwalificatie heeft behaald;
|
||||
b. als werkzoekende is geregistreerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; en
|
||||
c. in afwachting is van de beslissing op de aanvraag voor een werkleeraanbod, bedoeld in artikel 14 van de Wet investeren in jongeren, dan wel een op grond van die wet gedaan werkleeraanbod heeft aanvaard en voldoet aan de verplichtingen op grond van die wet;
|
||||
a. een startkwalificatie heeft behaald; en
|
||||
b. als werkzoekende is geregistreerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
**8.** Een in het buitenland woonachtig kind dat een startkwalificatie heeft behaald dan wel een vorm van onderwijs heeft afgerond die vergelijkbaar is met het behalen van een startkwalificatie wordt als werkloos aangemerkt indien het als werkzoekende is geregistreerd bij een met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vergelijkbare instelling dan wel bij het ontbreken van een dergelijke instelling aannemelijk kan maken dat het werkloos is en beschikbaar is voor de arbeidsmarkt en verplichtingen als bedoeld in artikel 44 van de Wet investeren in jongeren nakomt.
|
||||
**8.** Een in het buitenland woonachtig kind dat een startkwalificatie heeft behaald dan wel een vorm van onderwijs heeft afgerond die vergelijkbaar is met het behalen van een startkwalificatie wordt als werkloos aangemerkt indien het als werkzoekende is geregistreerd bij een met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vergelijkbare instelling dan wel bij het ontbreken van een dergelijke instelling aannemelijk kan maken dat het werkloos is en beschikbaar is voor de arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
**9.** Een kind als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, wordt voor het recht op kinderbijslag meegerekend zolang het werkloos is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -221,7 +221,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Het basiskinderbijslagbedrag over een kalenderkwartaal bedraagt € 268,26 per kind.
|
||||
**1.** Het basiskinderbijslagbedrag over een kalenderkwartaal bedraagt € 268,26 per 1 januari 2012: € 269,39 per kind.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -233,6 +233,8 @@ c. 12 jaar en ouder, maar jonger is dan 18 jaar: 100%
|
|||
|
||||
van het in het eerste lid vastgestelde basiskinderbijslagbedrag.
|
||||
|
||||
**3.** De kinderbijslag op grond van het tweede lid, onderdelen b en c, wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** De bedragen, genoemd in artikel 12, worden al naar gelang de ontwikkeling van het algemene prijsniveau verhoogd of verlaagd.
|
||||
|
|
@ -352,7 +354,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
|
|||
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank verrekent de bestuurlijke boete met kinderbijslag op grond van deze wet, ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet of een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, die degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, ontvangt.
|
||||
|
||||
**2.** Het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet werk en inkomen kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet.
|
||||
**2.** Het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet.
|
||||
|
||||
**3.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan de Sociale verzekeringsbank. Indien de Sociale verzekeringsbank gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan degene aan wie de boete is opgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -486,7 +488,7 @@ In afwijking van artikel 24, eerste lid, kan de Sociale verzekeringsbank, op ver
|
|||
a. redelijkerwijs te voorzien is dat verzekerde, dan wel degene met wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;
|
||||
b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen;
|
||||
c. de vordering van de Sociale verzekeringsbank wegens onverschuldigde betaling ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang;
|
||||
d. een naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet;
|
||||
d. een naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank betrouwbaar voorstel voor een schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet;
|
||||
e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en
|
||||
f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -504,7 +506,7 @@ c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste
|
|||
|
||||
### Artikel 24d
|
||||
|
||||
Een vordering van de Sociale verzekeringsbank als bedoeld in de artikelen 24 en 24c van deze wet is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
Een vordering van de Sociale verzekeringsbank als bedoeld in de artikelen 24 en 24c is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen, bedoeld in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
@ -558,7 +560,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Een beschikking op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
**2.** De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
|
||||
**2.** De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde lid is gedaan.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue