2019-07-23 | BWBR0008804 | Wet wapens en munitie

This commit is contained in:
Coornhert 2019-07-23 12:00:00 +00:00
parent 48a300e870
commit 7b4069474d

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet wapens en munitie
bwb_id: BWBR0008804
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2015-03-12'
datum_inwerkingtreding: '2019-07-23'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008804
citeertitel: Wet wapens en munitie
---
@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Wet wapens en munitie
In deze wet wordt verstaan onder:
1°. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
1°. Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid;
2°. de korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
3°. vuurwapen: een voorwerp bestemd of geschikt om projectielen of stoffen door een loop af te schieten, waarvan de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige reactie;
4°. munitie: patronen en andere voorwerpen, bestemd of geschikt om een projectiel of een giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende of soortgelijke stof door middel van een vuurwapen af te schieten of te verspreiden, alsmede projectielen, bestemd om afgeschoten te worden door middel van een vuurwapen;
@ -27,10 +27,17 @@ In deze wet wordt verstaan onder:
9°. vervoer van een wapen: het op de openbare weg of andere voor het publiek toegankelijke plaatsen bij zich hebben van een wapen dat zodanig is verpakt, dat het niet voor onmiddellijk gebruik kan worden aangewend; vervoer van munitie: het op de openbare weg of andere voor het publiek toegankelijke plaatsen bij zich hebben van munitie;
10°. dragen van een wapen: het op de openbare weg of andere voor het publiek toegankelijke plaatsen bij zich hebben van een wapen anders dan voor vervoer in de onder 9° bedoelde zin;
11°. overdragen: het aan een ander doen overgaan van de feitelijke macht;
12°. Europese vuurwapenpas: het document dat wordt afgegeven door de autoriteiten van de lid-staten van de Europese Gemeenschappen aan de wettige houder en gebruiker van een vuurwapen;
12°. Europese vuurwapenpas: het document bedoeld in artikel 1, derde lid, van Richtlijn (EEG) 91/477van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEG L 256/51);
13°. verordening (EU) nr. 258/2012: Verordening (EU) nr. 258/2012 van het Europees parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-protocol inzake vuurwapens), en tot vaststelling van uitvoervergunningen voor vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en maatregelen betreffende de invoer en doorvoer ervan (PbEU 2012, L 94);
14°. uitvoer: uitvoer als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van verordening (EU) nr. 258/2012;
15°. uitvoervergunning: een uitvoervergunning als bedoeld in artikel 2, veertiende lid, van verordening (EU) nr. 258/2012.
15°. uitvoervergunning: een uitvoervergunning als bedoeld in artikel 2, veertiende lid, van verordening (EU) nr. 258/2012;
16°. de Richtlijn: Richtlijn (EEG) 91/477van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEG L 256/51);
17°. essentieel onderdeel van een vuurwapen: een essentieel onderdeel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 2, van de Richtlijn van een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, in samenhang met bijlage I, van de Richtlijn;
18°. onbruikbaar gemaakte vuurwapens: vuurwapens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, in samenhang met bijlage I, van de Richtlijn die voorgoed onbruikbaar zijn gemaakt als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 6, van de Richtlijn.
### Artikel 1a
Een wijziging van de Richtlijn gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.
### Artikel 2
@ -107,10 +114,12 @@ Alle overige munitie.
### Artikel 3
**1.** De bepalingen betreffende wapens zijn mede van toepassing op onderdelen en hulpstukken die specifiek bestemd zijn voor die wapens en van wezenlijke aard zijn.
**1.** De bepalingen betreffende wapens zijn mede van toepassing op hulpstukken die specifiek bestemd zijn voor die wapens, de essentiële onderdelen van vuurwapens en op de onderdelen van wapens die van wezenlijke aard zijn.
**2.** De bepalingen betreffende munitie zijn mede van toepassing op onderdelen van die munitie, voorzover geschikt om munitie van te maken.
**3.** Magazijnen voor vuurwapens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Richtlijn zijn in elk geval hulpstukken als bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 3a
**1.** De artikelen 9, eerste lid, 13, eerste lid, 14, eerste lid, 20a, tweede lid22, eerste lid, 26, eerste lid, 27, eerste lid, 32a, eerste lid, en 32b, eerste lid, zijn niet van toepassing op de krijgsmacht. Zij zijn evenmin van toepassing op personen die daarvan deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn, voor zover Onze Minister van Defensie dit bij regeling heeft bepaald.
@ -137,7 +146,11 @@ g. noodsignaalmiddelen en de daarvoor bestemde munitie.
**2.** Onze Minister beslist binnen dertien weken op het verzoek tot ontheffing.
**3.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot ontheffing.
**3.** Een ontheffing op grond van het eerste lid voor een museum als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 7, van de Richtlijn of voor een verzamelaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 8, van de Richtlijn, wordt slechts verstrekt als het museum of de verzamelaar door Onze Minister als zodanig is erkend.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden de voorwaarden voor de erkenning van een museum of verzamelaar bepaald.
**5.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot ontheffing.
### Artikel 5
@ -151,6 +164,22 @@ De in deze wet genoemde erkenningen, consenten, vergunningen, verloven, vrijstel
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6b
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ontheffingen op grond van artikel 4 en verloven op grond van de artikelen 28, 29 en 32 worden aangewezen die, onverminderd het bepaalde in de artikelen 6, 6a en 7, worden geweigerd indien de aanvrager geen bewijs van lidmaatschap overlegt van een door Onze Minister erkende vereniging.
**2.**
Onze Minister erkent slechts een vereniging die:
a. is ingeschreven in het handelsregister;
b. zich blijkens zijn statuten ten doel stelt zijn leden in de gelegenheid te stellen een of meer erkende of gereglementeerde schietsportdisciplines te beoefenen;
c. een presentieregister, een wapenuitgifteregister, een munitie-uitgifteregister en een introducé-register bijhoudt, overeenkomstig door Onze Minister vastgestelde modellen;
d. ten minste één lid verantwoordelijk voor het beheer van wapens op de vereniging heeft gesteld en dat beheer voldoet aan nadere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, en;
e. van zijn leden die geen verlof als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet hebben, een verklaring omtrent het gedrag overgelegd heeft gekregen.
**3.** Onze Minister weigert, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, de erkenning indien er reden is om te vrezen dat door de vereniging of zijn leden misbruik wordt of zal worden gemaakt van wapens of munitie, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel d.
### Artikel 7
**1.**
@ -178,6 +207,8 @@ f. wanneer daartoe dringende, aan het algemeen belang ontleende, redenen bestaan
**4.** Voor de berekening van periode van acht jaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.
**5.** De in het tweede lid bedoelde verloven en ontheffingen voor vuurwapens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, in samenhang met bijlage I, van de Richtlijn worden ingetrokken indien de houder ervan in het bezit is van een magazijn voor een vuurwapen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Richtlijn zonder hiervoor een verlof of ontheffing te hebben.
### Artikel 7a
**1.** De officier van justitie verstrekt over aanvragers van een ontheffing, erkenning of verlof als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, of een jachtakte op grond van de Wet natuurbescherming, de hem op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen bekende gegevens inzake inbewaringstellingen, als bedoeld in artikel 20 van die wet, machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling, als bedoeld in artikel 27 van die wet en de verleende rechterlijke machtigingen op grond van die wet, op diens verzoek aan de korpschef.
@ -212,7 +243,7 @@ Op de gegevens die ter uitvoering van het bepaalde in artikel 6a, eerste lid, on
### Artikel 9
**1.** Het is verboden zonder erkenning een wapen of munitie te vervaardigen, te transformeren of in de uitoefening van een bedrijf uit te wisselen, te verhuren of anderszins ter beschikking te stellen, te herstellen, te beproeven of te verhandelen.
**1.** Het is verboden zonder erkenning een wapen of munitie te vervaardigen, te transformeren of in de uitoefening van een bedrijf uit te wisselen, te verhuren of anderszins ter beschikking te stellen, te herstellen, te beproeven of te verhandelen. Dit verbod is ook van toepassing op het onderhandelen over of regelen van transacties voor de aankoop, verkoop of levering van wapens of munitie of het organiseren van de overbrenging van wapens of munitie binnen, naar of vanuit een lidstaat van de Europese Unie.
**2.** Bevoegd tot het verlenen en intrekken van een erkenning, alsmede het verlengen van de geldigheidsduur daarvan, is de korpschef. Een erkenning heeft een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaren en kan telkens met ten hoogste vijf jaren worden verlengd.
@ -227,7 +258,15 @@ Onze Minister kan bij regeling vrijstelling van het verbod van het eerste lid ve
a. wapens van categorie IV;
b. het vervaardigen of transformeren van munitie door personen die bevoegd zijn een wapen of munitie voorhanden te hebben.
**6.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot erkenning of een verzoek tot het verlengen van een erkenning.
**6.** Een erkenning strekt niet tot de ombouw of aanpassing van een wapen van categorie II, sub 6°, of categorie III, sub 2° of sub 4°, tot een vuurwapen.
**7.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot erkenning of een verzoek tot het verlengen van een erkenning.
### Artikel 9a
**1.** De houder van een erkenning of de beheerder meldt verdachte transacties rond de verwerving van munitie, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Richtlijn bij de korpschef.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat in elk geval onder verdachte transacties wordt verstaan.
### Artikel 10
@ -287,7 +326,7 @@ c. doorvoer van wapens of munitie.
Onze Minister kan bij regeling vrijstelling van het verbod van het eerste lid verlenen met betrekking tot:
a. sportschutters en jagers;
a. sportschutters, jagers en personen die een ontheffing of verlof hebben ten behoeve van het nabootsen van historische gebeurtenissen;
b. doorvoer van wapens of munitie;
c. de uitrusting van vaartuigen en luchtvaartuigen, alsmede van de bemanning daarvan.
@ -295,7 +334,9 @@ Geen vrijstelling kan worden verleend ten aanzien van het, anders dan tijdelijk,
**5.** De houder van een in Nederland afgegeven consent of van een in een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven vergunning voor het doen binnenkomen, doorvoeren of doen uitgaan van wapens of munitie, is verplicht de wapens en munitie tot aan de bestemming, respectievelijk het verlaten van het grondgebied van Nederland, te doen vergezellen van het consent of de vergunning.
**6.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek om een consent.
**6.** Het eerste lid is ook van toepassing bij verkoop middels een overeenkomst op afstand als bedoeld in artikel 230g, eerste lid, onderdeel e, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
**7.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek om een consent.
### Artikel 15
@ -442,12 +483,16 @@ a. een redelijk belang de verlening van het verlof vordert;
b. de aanvrager geen gevaar voor zichzelf, de openbare orde of veiligheid kan vormen;
c. de aanvrager tenminste de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, behoudens afwijking voor leden van een schietvereniging.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen sprake is van een redelijk belang, als bedoeld in onderdeel a.
**3.** Het belang met het oog waarop het verlof is verleend, wordt in het verlof omschreven.
**4.** Een verlof heeft een geldigheid van ten hoogste een jaar en kan worden verlengd, indien aan de vereisten voor de verlening daarvan nog wordt voldaan.
**5.** Indien de aanvrager die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, ingezetene is van een van de andere lid-staten van de Europese Gemeenschappen, doet Onze Minister mededeling aan die lid-staat van de verlening van een verlof als bedoeld in het eerste lid, wanneer het verlof betrekking heeft op wapens of munitie ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in die lid-staat aan een vergunning is onderworpen.
**6.** In afwijking van het eerste lid wordt een verlof niet verstrekt voor een vuurwapen als bedoeld in Categorie A, onderdeel 8, in bijlage I van de Richtlijn.
### Artikel 28a
**1.** Aan personen die gerechtigd zijn tot het voorhanden hebben van een vuurwapen wordt desverzocht een Europese vuurwapenpas uitgereikt.
@ -476,15 +521,22 @@ Vervallen
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op het overdragen aan personen die gerechtigd zijn het wapen of de munitie voorhanden te hebben.
**3.** Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden een wapen van categorie III over te dragen zonder inontvangstneming van het in artikel 32 bedoelde verlof tot verkrijging.
**3.** Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden wapens van categorie II of III over te dragen zonder inontvangstneming van het in artikel 32 bedoelde verlof tot verkrijging.
**4.** Het is verboden een wapen van categorie IV over te dragen aan een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.
**5.** Bij regeling van Onze Minister kan vrijstelling van het verbod van het vierde lid worden verleend in het kader van in verenigingsverband beoefende sporten.
**6.** Het eerste tot en met derde lid zijn ook van toepassing op verkoop middels een overeenkomst op afstand als bedoeld in artikel 230g, eerste lid, onderdeel e, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
### Artikel 32
**1.** Verlof tot verkrijging van wapens van categorie III wordt verleend aan personen die een verlof tot voorhanden hebben als bedoeld in artikel 28 bezitten, dan wel op grond van artikel 26, tweede lid, voor de jacht en beheer en schadebestrijding bestemde wapens voorhanden mogen hebben, door de korpschef.
**1.**
Verlof tot verkrijging van wapens van categorie II of III wordt door de korpschef verleend aan:
a. personen die een ontheffing als bedoeld in artikel 4 voor een wapen van categorie II bezitten, of;
b. personen die een verlof tot voorhanden hebben als bedoeld in artikel 28 bezitten, dan wel op grond van artikel 26, tweede lid, voor de jacht en beheer en schadebestrijding bestemde wapens voorhanden mogen hebben.
**2.**
@ -497,30 +549,28 @@ b. door Onze Minister mededeling gedaan aan die lid-staat van een verlof als bed
### Artikel 32a
**1.** Een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, in samenhang met bijlage I, van richtlijn nr. 91/477/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEG L 256), dat wordt vervaardigd of op de markt gebracht, is voorzien van een unieke markering of is voor gebruik als zodanig ongeschikt gemaakt.
**1.** Een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, in samenhang met bijlage I, van de Richtlijn en de essentiële onderdelen daarvan, die op of na 14 september 2018 zijn vervaardigd of ingevoerd in de Europese Unie, zijn voorzien van een duidelijke, blijvende en unieke markering.
**2.**
De markering bevat:
a. een unieke markering met:
a. de naam van de fabrikant of het merk;
b. het land of de plaats van vervaardiging;
c. het serienummer en het jaar van vervaardiging, indien dit nog geen onderdeel uitmaakt van het serienummer, en
d. indien uitvoerbaar, het model.
1° de naam van de fabrikant;
2° het land of de plaats van vervaardiging;
3° het serienummer en het jaar van vervaardiging, indien het jaar van vervaardiging niet reeds onderdeel uitmaakt van het serienummer; of
b. enige andere unieke en gebruikersvriendelijke markering met een nummer of alfanumerieke code aan de hand waarvan het land van vervaardiging eenvoudig kan worden vastgesteld.
**3.** De markering wordt aangebracht onmiddellijk na de vervaardiging van het vuurwapen of onverwijld na invoer in de Europese Unie. De markering dient in elk geval uiterlijk te zijn aangebracht op het moment van het op de markt brengen van het vuurwapen.
**3.** De markering is aangebracht op een wezenlijk onderdeel van het vuurwapen dat van dien aard is dat het vuurwapen bij vernietiging van dit onderdeel onbruikbaar zou worden.
**4.** Indien een essentieel onderdeel van een vuurwapen te klein is om te worden gemarkeerd in overeenstemming met het tweede lid, wordt het ten minste gemarkeerd met een serienummer of een alfanumerieke of digitale code.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de te markeren onderdelen en de aan te brengen gegevens.
**5.** Een wijziging van artikel 1, eerste lid, of bijlage I van de in het eerste lid genoemde richtlijn gaat voor de toepassing van het bij en krachtens deze paragraaf bepaalde gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van het eerste tot en met het vierde lid voorschriften worden gegeven voor de markering van vuurwapens in de zin van de Richtlijn en essentiële onderdelen van vuurwapens die van bijzonder historisch belang zijn.
### Artikel 32b
**1.**
Bij munitie voor een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, in samenhang met bijlage I, van richtlijn nr. 91/477/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEG L 256), bevat de kleinste verpakkingseenheid van volledige munitie:
Bij munitie voor een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, in samenhang met bijlage I, van de Richtlijn, bevat de kleinste verpakkingseenheid van volledige munitie:
a. de naam van de fabrikant;
b. het identificatienummer van de batch;
@ -550,17 +600,27 @@ Het beroep kan worden ingesteld:
a. tegen beschikkingen op grond van artikel 8: door de bewaargever en door de rechthebbende;
b. in de overige gevallen door de aanvrager, dan wel de houder van de erkenning, het consent, de vergunning of het verlof.
### Paragraaf 9a. Registratie ter uitvoering van Richtlijnverplichtingen
### Artikel 35
Vervallen
**1.** De op grond van deze wet verleende erkenningen, vergunningen, verloven en ontheffingen voor vuurwapens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, in samenhang met bijlage I, van de Richtlijn, en de op grond van de Wet natuurbescherming verleende jachtaktes voor vuurwapens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, in samenhang met bijlage I, van de Richtlijn, worden door de korpschef ingevoerd en bijgehouden in een geautomatiseerd systeem van gegevensbestanden.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke persoonsgegevens en welke gegevens over de vuurwapens waarvoor een erkenning, vergunning, verlof, ontheffing of jachtakte is verleend op grond van het eerste lid worden ingevoerd en bijgehouden.
### Artikel 36
Vervallen
**1.** Om te voldoen aan de in artikel 4, vierde lid, van de Richtlijn bedoelde verplichting worden de op grond van artikel 35, tweede lid, ingevoerde en bijgehouden gegevens gedurende een periode van 30 jaar na vernietiging van het vuurwapen of de betreffende essentiële onderdelen van het vuurwapen bewaard.
**2.** De op grond van artikel 35, tweede lid, ingevoerde en bijgehouden gegevens kunnen door Onze Minister, de korpschef en het onderdeel van de Belastingdienst, de Centrale dienst voor in- en uitvoer ten behoeve van hun taken met betrekking tot douaneprocedures tot tien jaar na vernietiging van het vuurwapen of de betreffende essentiële onderdelen van het vuurwapen worden geraadpleegd.
**3.** De op grond van artikel 35, tweede lid, ingevoerde en bijgehouden gegevens kunnen door Onze Minister, de politie en het openbaar ministerie ten behoeve van hun taken met betrekking tot de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, tot dertig jaar na vernietiging van het vuurwapen of de betreffende essentiële onderdelen van het vuurwapen worden geraadpleegd.
### Artikel 37
Vervallen
**1.** De korpschef verstrekt ter voldoening van de verplichting, bedoeld in artikel 13, vierde lid, van de Richtlijn op elektronische wijze, met gebruikmaking van een hiertoe, op grond van artikel 13, vijfde lid, van de Richtlijn voorzien systeem, aan de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten gegevens over vergunningen die zijn verleend voor de overbrenging van vuurwapens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, in samenhang met bijlage I, van de Richtlijn, naar een andere lidstaat en gegevens over de weigering om overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de Richtlijn vergunningen te verlenen op grond van veiligheidsoverwegingen of in verband met de betrouwbaarheid van de aanvrager.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke persoonsgegevens en gegevens over vuurwapens worden verstrekt op grond van het eerste lid.
### Paragraaf 10. Bepalingen over de uitvoering van de wet
@ -582,7 +642,7 @@ Onze Minister kan regels geven over combinatie van verschillende krachtens deze
### Artikel 41
Onze Minister geeft regels met betrekking tot het bedrag dat is verschuldigd bij de aanvraag op grond van deze wet van een erkenning, een ontheffing, een consent, een vergunning, een verlof en een Europese vuurwapenpas. Het bedrag is verschuldigd aan het Rijk indien de aanvraag wordt ingediend bij Onze Minister of Onze Minister van Defensie, of aan de politie indien de aanvraag bij de korpschef wordt ingediend.
Onze Minister geeft regels met betrekking tot het bedrag dat is verschuldigd bij de aanvraag op grond van deze wet van een erkenning, een ontheffing, een consent, een vergunning, een verlof, een Europese vuurwapenpas en een controle als bedoeld in artikel 43. Het bedrag is verschuldigd aan het Rijk indien de aanvraag wordt ingediend bij Onze Minister of Onze Minister van Defensie, of aan de politie indien de aanvraag bij de korpschef wordt ingediend.
### Artikel 42
@ -592,7 +652,7 @@ Onze Minister geeft regels met betrekking tot het bedrag dat is verschuldigd bij
### Artikel 43
Vervallen
De korpschef is de bevoegde autoriteit voor de controle, bedoeld in artikel 10 ter, eerste lid, van de Richtlijn.
### Artikel 44
@ -698,7 +758,7 @@ Vervallen
### Artikel 54
Met geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij die handelt in strijd met een krachtens de artikelen 6, 8, tweede of derde lid, 33 of 42 vastgesteld voorschrift, dan wel in strijd met de artikelen 8, eerste lid, 14, vijfde lid, 20a, vijfde lid, 26, vijfde lid, 27, eerste lid, of 31, derde of vierde lid.
Met geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij die handelt in strijd met een krachtens de artikelen 6, 8, tweede of derde lid, 33 of 42 vastgesteld voorschrift, dan wel in strijd met de artikelen 8, eerste lid, 9a, 14, vijfde lid, 20a, vijfde lid, 26, vijfde lid, 27, eerste lid, of 31, derde of vierde lid.
### Artikel 55