2006-07-01 | BWBR0004044 | Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

This commit is contained in:
Coornhert 2006-07-01 12:00:00 +00:00
parent 3842677ad2
commit 7b4a4d0c68

View file

@ -114,26 +114,26 @@ c. de alleenstaande werkloze werknemer en de thuisinwonende werkloze werknemer z
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat:
a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 600,60;
a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 603,96;
b. deze voor de werkloze werknemer en de echtgenoot, waarvan een of elk van beiden jonger dan 21 jaar is, de som bedraagt van de grondslagen die voor elk van hen als een alleenstaande werknemer of een thuisinwonende werkloze werknemer zou gelden doch ten hoogste de grondslag als bedoeld in onderdeel *a*.
**4.**
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze:
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.081,08;
b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 840,84;
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 682,49;
d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 600,91.
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.087,12;
b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 845,54;
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 687,26;
d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 604,52.
**5.**
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze:
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.045,30;
b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 783,10;
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 580,72;
d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 318,52.
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.051,86;
b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 788,10;
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 584,37;
d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 320,61.
**6.** De in het derde lid, onderdeel *a*, vierde lid, onderdeel *a* en *b*, en vijfde lid, genoemde bedragen worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt met het percentage van deze wijziging.
@ -1019,6 +1019,10 @@ Het recht tot strafvordering vervalt indien burgemeester en wethouders aan de be
Voor de toepassing van artikel 9, vierde lid, wordt, indien artikel 130h van de Werkloosheidswet op de in dat lid bedoelde uitkering van toepassing was, voor «artikel 47 of artikel 52i van de Werkloosheidswet» gelezen: artikel 52 van de Werkloosheidswet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2003.
### Artikel 63b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
### Artikel 64