From 7b60ed83615680a0fe175b05c787a4ba539da125 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Dec 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-12-01 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008 --- .../BWBR0024096/README.md | 30 +++++++++++++------ 1 file changed, 21 insertions(+), 9 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md b/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md index 5a68b1eb03d..8d1368f38db 100644 --- a/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md +++ b/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md @@ -347,13 +347,11 @@ In aansluiting op artikel 4:89 van de Awb Awb en artikel 7a van de wet beschri – de aanwijzing van het rekeningnummer voor uitbetaling; – uitbetalingsfouten. -### 7a.1. Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetaling +### 7a.1. Aanwijzen bankrekening voor uitbetaling -De aanwijzing door de belastingschuldige vindt in beginsel plaats bij de aangifte of het verzoek in verband waarmee het desbetreffende uit te betalen bedrag wordt vastgesteld. Als de belastingschuldige niet reageert op het schriftelijk ter verificatie aanbieden van het bij de Belastingdienst bekende rekeningnummer door de Belastingdienst, geldt dit ook als aanwijzing. +Artikel 7a van de wet stelt als voorwaarde voor uitbetalingen aan de belastingschuldige van inkomstenbelasting en omzetbelasting dat de bankrekening op naam van de belastingschuldige staat. Voor de uitbetaling van toeslagen is in artikel 25 van de Awir eenzelfde voorwaarde gesteld. Een zogenoemde en/of-rekening die mede op naam van de belastingschuldige is gesteld, wordt aangemerkt als een rekening op naam van de belastingschuldige. De belastingschuldige kan niet meer dan één bankrekening aanwijzen voor de uitbetaling van inkomstenbelasting en toeslagen. Dit betekent dat als de belastingschuldige zijn bankrekening voor de uitbetaling van inkomstenbelasting wijzigt, dit tevens de bankrekening wordt voor de uitbetaling van zijn toeslagen en omgekeerd. Dit geldt niet voor de omzetbelasting. Daar kan de belastingschuldige een andere bankrekening voor aanwijzen, op voorwaarde dat die bankrekening wel op zijn naam is gesteld. -Als de belastingschuldige bij een volgende gelegenheid met betrekking tot hetzelfde belastingmiddel en hetzelfde soort uit te betalen bedrag een ander rekeningnummer aanwijst, dan wordt laatstbedoeld rekeningnummer geacht ook te zijn aangewezen voor het doen van uitbetalingen voortvloeiend uit eerdere aangiften of verzoeken. - -Aanwijzing moet voor het overige per uitbetaling schriftelijk plaatsvinden en wel op een zodanig tijdstip, dat daarmee redelijkerwijze bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden. +Voor uitbetalingen van omzetbelasting op naam van een fiscale eenheid maakt artikel 43 van de wet een uitzondering op de tenaamstellingsverplichting. Dit betekent dat – met inachtneming van wat is bepaald in artikel 43.1 van deze leidraad – aan elk van de afzonderlijke onderdelen van de fiscale eenheid bevrijdend kan worden uitbetaald. ### 7a.2. Uitbetalingsfouten @@ -4963,12 +4961,26 @@ In de uitoefening van invorderingstaken door Belastingdienst/Toeslagen kan de St De Belastingdienst/Toeslagen houdt de invordering van de toeslagschuld aan als er een verzoekschrift is ingediend bij H.M. de Koningin, de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven uit de Tweede Kamer of de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer de Staten-Generaal, de Nationale Ombudsman of het Ministerie van Financiën. Als naar het oordeel van de Belastingdienst/Toeslagen aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad, kunnen na voorafgaande toestemming van het ministerie toch invorderingsmaatregelen getroffen worden. -### 79.15. Uitbetaling van toeslagen aan een derde die failliet is gegaan of dreigt te failleren +### 79.15. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde toeslagen -Belastingdienst/Toeslagen past artikel 25, tweede lid, van de Awir in elk geval toe in de volgende situaties. +In artikel 6 van de Uitvoeringsregeling Awir zijn de situaties opgenomen waarin een ander dan de belanghebbende bevoegd is om een toeslag van iemand op zijn bankrekening te ontvangen. In deze situaties geldt op grond van de Awir een hoofdelijke aansprakelijkheid van de derde voor terug te vorderen bedragen die samenhangen met de aan hem uitbetaalde toeslagen. De Belastingdienst/Toeslagen hanteert het volgende beleid bij de toepassing van deze wettelijke aansprakelijkheid: -1. Belastingdienst/Toeslagen is tijdig bekend met het feit dat ten aanzien van de derde het faillissement of surseance van betaling is uitgesproken. De betalingen aan deze failliete derde zullen worden stopgezet. -2. Belastingdienst/Toeslagen weet tijdig dat de Belastingdienst het faillissement van de derde heeft aangevraagd of dat de bestuurder van de betreffende instelling zijn eigen faillissement heeft aangevraagd. Belastingdienst/Toeslagen houdt de betalingen aan. +1. als de Belastingdienst/Toeslagen toeslagen heeft uitbetaald aan: + +− een lid van de NVVK in het kader van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer van de NVVK; +− een gemeente in het kader van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer van de NVVK of overeenkomsten met dezelfde strekking; +− een curator in een faillissement; +− een bewindvoerder in een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, + +gaat de Belastingdienst/Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als: +− het aan opzet of grove schuld van de schuldhulpverlener, respectievelijk de gemeente, respectievelijk de curator, respectievelijk de bewindvoerder te wijten is dat onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt die ten grondslag hebben gelegen aan de terugvordering, of +− de schuldhulpverlener, respectievelijk de gemeente, respectievelijk de curator, respectievelijk de bewindvoerder financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht uitbetaalde toeslagen; +2. als de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag heeft uitbetaald op de bankrekening van een kinderopvanginstelling die een ‘partnerschapsovereenkomst één rekeningnummer’ (POBR1) heeft gesloten met de Belastingdienst/Toeslagen, gaat de Belastingdienst/Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als de kinderopvanginstelling in strijd met de Awir, de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de op die wetten berustende bepalingen of in strijd met de voorwaarden die zijn opgenomen in de POBR1 handelt of heeft gehandeld; +3. als de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag heeft uitbetaald op de bankrekening van een kinderopvanginstelling die een convenant heeft gesloten met de Belastingdienst/Toeslagen waarin zij hoofdelijke aansprakelijkheid aanvaardt voor terug te vorderen bedragen die samenhangen met de rechtstreeks aan de kinderopvanginstelling uitbetaalde kinderopvangtoeslag, geldt de in onderdeel 2 beschreven inperking van de mogelijkheid tot aansprakelijkstelling niet. Het bepaalde in artikel 49.6 van deze leidraad is hierbij van overeenkomstige toepassing; +4. als de Belastingdienst/Toeslagen aan een derde een toeslag heeft uitbetaald van iemand die niet beschikt over een bankrekening op zijn naam en door zijn geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is om een bankrekening op zijn naam te openen, gaat de Belastingdienst/Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als die derde: + +− financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht ontvangen toeslagen, of +− wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was of dat er geen recht bestond op de toeslag. ## 80. Invordering,